Bijlage 13 - Strabrecht natuurinclusieve maatregelen, Grote Bos Geldrop
Tekst van het document
Natuur-inclusieve maatregelen Natuur-inclusief bouwen
Het plan vormt een natuur-inclusief plan. Het hoge percentage groen in het plan verhoogt niet alleen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving, maar draagt ook bij aan de biodiversiteit en de benodigde klimaatadaptatie. Uit ecologisch onderzoek is niet gebleken dat er compenserende maatregelen voor expliciet benoemde diersoorten noodzakelijk zijn. Toch zullen er natuur-inclusieve elementen worden aangebracht, met name voor vogels en vleermuizen. Voor vogels zullen er nestkasten en/of neststenen worden opgenomen in de gevels en/of daken. Bij de geïntegreerde bouwkundige elementen moet men dan denken aan nestgelegenheden voor soorten als de huismus en de gierzwaluw. Deze steenvormige nestgelegenheden kunnen op een goede en fraaie wijze in de architectuur worden geïntegreerd. Daarnaast zullen er maatregelen worden genomen ten gunste van de leefomgeving voor vleermuizen. Men moet in dit geval denken aan het toegankelijk maken van spouwmuren en/of tussenspouwen voor vleermuizen.
Referentiebeelden natuur-inclusieve maatregelen op bouwkundig niveau
Natuur-inclusieve buitenruimte Om de compenserende maatregelen en de natuur-inclusiviteit integraal onderdeel uit te laten maken van de buitenruimte van het plan zal op dit onderdeel een landschappelijk inrichtingsplan worden opgesteld. Dit landschappelijke inrichtingsplan dient de natuur-inclusieve maatregelen weer te geven. In het nog op te stellen definitieve ontwerp (DO-IPOR) voor de inrichting van de gemeenschappelijke tuin/ openbare ruimte zullen deze maatregelen nog verder worden uitgewerkt. De natuur-inclusieve elementen en maatregelen in de buitenruimte van het plan bestaan op structureel niveau in ieder geval uit de volgende onderdelen: 1. aanplant van een kwetterbosje en/of van insectenvriendelijke struiken. 2. plaatsen van een insectenhotel/ bijenhotel. 3. toepassen van een inheems zaadmengsel (insectenvriendelijk). 4. het aanplanten van groene hagen als erfafscheidingen, bestaande uit inheemse, streekeigen soorten. 5. de realisatie van een natuurvriendelijke laagte, die in ieder geval gevuld wordt met direct regenwater (afkomstig van (de verharding op) maaiveld) en eventueel ook de opvang vormt van dakwater e.d. (wadi).