CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 - PvE Proefsleuvenonderzoek Grote Bos Geldrop

Commissie Ruimte 20 november 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Grote Bos9.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

10.3 Overleg en evaluatie • De startdatum van het onderzoek wordt minimaal een week van tevoren bij het bevoegd gezag gemeld. • Het onderzoek staat onder toezicht van de deskundige namens de bevoegde overheid (gemeente Geldrop- Mierlo). Deze houdt toezicht op de voortgang van de werkzaamheden en is nauw betrokken bij alle beslissingen die in het veld genomen worden en wanneer van het PvE wordt afgeweken. • Tijdens het veldwerk vindt geregeld overleg in het veld plaats tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer, waarbij de voortgang van de werkzaamheden wordt geëvalueerd. • In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet, vindt overleg plaats met de opdrachtgever, bevoegde overheid en zo nodig de depothouder; • Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE zijn voorzien vindt overleg plaats met het bevoegd gezag. Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden, bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren, of indien een geringer deel van het onderzoeksterrein kan worden onderzocht, of indien een groter of ander deel dient te worden onderzocht, is hiervoor schriftelijk toestemming vereist van de bevoegde overheid, eventueel in de vorm van een geparafeerd gespreksverslag.

10.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen • Binnen twee weken na de opdrachtverlening stelt de opdrachtnemer een draaiboek (specificatie KNA-VS01) op dat ter goedkeuring aan de opdrachtgever wordt geleverd; • De certificaathouder conserveert binnen twee jaar na voltooiing van de opgraving de roerende monumenten die daarbij zijn gevonden en draagt de geconserveerde monumenten alsmede de daarbij behorende opgravingsdocumenten over aan de eigenaar, bedoeld in artikel 5.6 van de Erfgoedwet; • De gangbare veiligheidseisen bij een project van deze aard worden in acht genomen alsmede de extra voorzorgsmaatregelen die voor dit specifieke project gelden. De medewerkers in de buurt van werkende machines dragen ten minste een helm en veiligheidsvest en alle medewerkers dragen veiligheidsschoenen.

26 7 september 2022

HOOFDSTUK 11 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE 11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk • Indien (in het veld) besloten wordt om af te wijken van het bestaande plan qua ligging of diepte, dan dient dit eerst te worden voorgelegd aan de bevoegd overheid. • Als bij de ontsluiting van het terrein, tijdens het veldwerk of bij de uitwerking van de veldgegevens blijkt dat het opgestelde PvE naar het zich laat aanzien onvoldoende aansluit op de aanwezige archeologische situatie, dan dient in samenspraak met de opdrachtgever en de bevoegde overheid het PvE te worden geëvalueerd en een wijziging te worden voorgesteld. • De bevoegde overheid beslist over wijzigingen in de strategie, methodiek en andere in het PvE vastgelegde zaken. De uitvoerder staat te allen tijde ter beschikking om de opdrachtgever/bevoegde overheid van informatie en advies te voorzien. • Pas na goedkeuring van het gewijzigde PvE door de bevoegde overheid kan het veldwerk/uitwerking worden vervolgd. De bevoegde overheid kan evenwel ook de noodzaak tot wijziging eisen, waarna overleg volgt met de uitvoerder. • Indien belangwekkende zaken worden aangetroffen die niet in het PvE waren voorzien vindt overleg plaats met de bevoegde overheid/opdrachtgever.

Indien substantieel van het PvE afgeweken dient te worden, bijvoorbeeld bij het aantreffen van onverwachte sporen en structuren of indien een geringer deel van het onderzoeksterrein kan worden onderzocht dan dient hiervoor schriftelijk toestemming te worden verkregen van de bevoegde overheid. • Wijzigingen aan het puttenplan of de in dit PvE geformuleerde onderzoeksstrategie worden door de projectleider/ Senior KNA Archeoloog besproken en vastgesteld met de opdrachtgever/bevoegde overheid. Ook alle afwijkingen van de standaardmethode worden besproken. • Beslissing tot uitbreiding of inperking van het onderzoek of nader onderzoek is onderwerp van separate besluitvorming. Het benutten van stelposten kan alleen na schriftelijke opdracht van de opdrachtgever. Meerwerk kan alleen worden verricht nadat het is opgedragen door de opdrachtgever.

27 7 september 2022

11.2 Belangrijke wijzigingen en overleg eigenaar-depothouder Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode; • Afwijking van de archeologische verwachting • Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; • Onvoorziene omstandigheden die leiden tot meerwerk. Meerwerk kan alleen worden verricht nadat het is opgedragen door de opdrachtgever. • Ingrijpende selecties; • Noodzaak tot ingrijpend wijzigen van de opzet van uitwerking en rapportage; • Voorstellen van de projectleider om de termijn van aanleveren van rapportages te wijzigen. Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen en de eigenaar-depothouder: • Afwijking van de archeologische verwachting; • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, aantallen m2, vlakken, vondsten, vondsttypen et cetera). Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten objecten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van het PvE, is overleg nodig tussen uitvoerder, opdrachtgever, bevoegde overheid en depothouder (als eigenaar). De depothouder geeft aan of het onvoorziene/onverwachte materiaal voor deponering in aanmerking komt.

De depothouder gaat niet over het onderzoek zelf, zoals nieuwe of gewijzigde onderzoeksvragen of meer/minderwerk. 11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase en tijdens uitwerking en conservering Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten objecten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van het PvE, is overleg nodig tussen bevoegd gezag, opdrachtgever en depothouder (/eigenaar) op aangeven van de uitvoerder. Er vindt een overleg plaats tussen de depothouder, de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De depothouder maakt zijn wensen t.a.v. selectie-deselectie van het onvoorziene materiaal kenbaar aan de bevoegde overheid en opdrachtgever. Zo nodig komt ook de omgang met daarmee gemoeide eventuele extra kosten aan bod. De uitvoerder van het onderzoek wordt over de uitkomsten van het overleg geïnformeerd door de bevoegde overheid. Zo nodig informeert de depothouder (/eigenaar) tevens de depotbeheerder. In principe worden wijzigingen van het PvE overeengekomen tussen opdrachtgever en bevoegde overheid en vastgelegd in een document; dit kan ook in overleg met de uitvoerder, maar elke wijziging van het PvE blijft een zaak tussen de opdrachtgever en de overheid. De uitvoerder voert de wijziging vervolgens uit namens de opdrachtgever.

28 7 september 2022

LITERATUUR EN BIJLAGEN Literatuur • • • • •

•

• • • •

Berkvens, 2010. Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Geldrop-Mierlo (SRE Milieudienst), Eindhoven. Berkvens, R., et al., 2012: Erfgoed in beeld. Een erfgoedkaart voor de gemeente Geldrop-Mierlo (SRE Milieudienst), Eindhoven. Bosman, J., 2021: Archeologisch Bureauonderzoek Strabrechtcollege, Grote Bos 2 Geldrop, gemeente Geldrop- Mierlo (ODZOB), Eindhoven Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie/SIKB 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Durczak, K., 2022: Strabrechtcollege, Grote Bos, Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase (Bureau voor Archeologie Rapport 1218), Utrecht. Enckevort, H. van, T. de Groot, H. Hiddink en W. Vos 2008: De Romeinse tijd in het MiddenNederlandse rivierengebied en het Zuid-Nederlands dekzand- en lössgebied (NOaA hoofdstuk 18). Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, 2001: Eisen ten behoeve van aanlevering van vondsten en onderzoeksdocumentatie, Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (PDB) Gerritsen, F., P. Jongste & L. Theunissen, 2006: De late prehistorie in Noord-, Oost- en ZuidNederland en het rivierengebied (NOaA hoofdstuk 17). Rutte, R. & J.E. Abrahamse (red.), 2014: Atlas van de verstedelijking in Nederland, Bussum. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen.

Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).

29 7 september 2022

Bijlage 1 Proefsleuvenplan (de gebouwen zijn inmiddels gesloopt)

30

Bijlage 2 Lijst met te verwachten aantallen proefsleuvenonderzoek (zie ook de referentietabellen PS07) Onderzoek

Verwachting

Omvang Maximale omvang onderzoek proefsleuvenonderzoek en opgraving Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Pijpaarde Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen

Verwachte aantal m2

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) Vismonsters DNA Dendrochronologisch monster

Verwachte aantallen (N) 1 0 1 0 0 0 0 0 0 0

600 m2 Verwachte aantallen (N) 70 10 10 10 5 0 2 5 2 0 0 5 0 0 0 0 0 0 0 5

31

Bijlage 3 Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen

Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal (bij aantreffen middeleeuwse constructies) Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster (Hout (veel of complexe constructies))

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA” Nee Nee

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”10 Nee Ja

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” Ja Ja

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee

Nee

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

Nee

Nee

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Ja Ja Nee Ja Nee Ja Ja, wordt niet verwacht Ja, wordt niet verwacht Ja Ja Nee, niet van toepassing Nee, niet van toepassing Ja Ja Nee, niet van toepassing Ja Nee

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

Ja Ja Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee, niet van toepassing Nee, niet van toepassing Ja

Nee Nee

Nee Nee

Nee

Ja

Ja Nee, niet van toepassing Ja

10 Indien nodig, bijvoorbeeld bij complexe situaties of grote vondstconcentraties worden specialisten al tijdens het veldwerk bij het project betrokken.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=4d2e7d8e-5b4e-4173-bfea-e852d5990dc4