Bijlage 1 - Reactie gemeente Geldrop-Mierlo op concept RES 1.0.docx
Tekst van het document
Reactie gemeente Geldrop-Mierlo op concept-RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven d.d. 7 juni 2021 Hoofdstuk
Reactie
1. Opgave en kader
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van de RES en staat achter de genoemde kernpunten. Wel vinden wij dat er meer aandacht nodig is voor: - Langere termijn en prioritering; De focus van de RES ligt sterk op 2030. Dit is logisch omdat dit het eerste ijkpunt is. Maar gezien de transportschaarste waar we mee te maken hebben, verwachten wij dat er keuzes gemaakt moeten worden in wat wij voor 2025 en voor 2030 uit kunnen voeren. Een regiobrede strategische benadering en prioritering is daarom noodzakelijk. Hoe gaan we de beperkte capaciteit die er is inzetten? Hierbij moeten we verder kijken dan 2030. - Samenwerking; Wij zijn het er mee eens dat een stevig samenwerkingsnetwerk noodzakelijk is. Wij missen echter nog diepgang in deze samenwerking. We moeten het op korte termijn gezamenlijk hebben over hoe wij gaan samenwerken op onder andere het gebied van prioritering en uitvoering. - Concreetheid van het stuk; Het abstractieniveau van de RES blijft hoog. We moeten op korte termijn keuzes maken in hoe wij deze strategie gaan uitvoeren en een daarbij horende planning maken. Ook moeten we verschillende thema’s zoals transportschaarste, zon op dak en innovatie verder uitwerken.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. - We hebben niet alleen een flexibele energiestrategie nodig om in een telkens veranderende wereld, de huidige en toekomstige energiedoelstellingen te blijven behalen, maar ook een stevig samenwerkingsnetwerk.
2. Thema’s RES Metropoolregio Eindhoven Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - De kracht van onze regio is de diversiteit. De stad en het landelijk gebied versterken elkaar en profiteren in
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van het versterken van kwaliteiten, innovatie, samenwerking met de arbeidsmarkt en de koppeling met andere opgaven en staan achter de genoemde kernpunten. Wij missen hierbij wel de uitwerking van deze thema’s. Want hoe gaan wij dit realiseren? Hoe gaan wij met de genoemde partijen samenwerken? Welke afspraken maken we? En wat
-
-
-
-
hoge mate van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel. Door op regionaal niveau samen te werken met onder meer Brainport Development en kennisinstellingen kunnen we de innovatie kracht in de regio benutten en versterken, bijvoorbeeld door innovatie in te zetten om in onze regio met de netschaarste om te gaan. De ambitie van de 21 samenwerkende gemeenten uit de regio Zuidoost-Brabant is dat het landelijk gebied leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal blijft. We werken samen met Brainport Development en de arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel, om een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt. Daarnaast zorgen we ervoor dat, via het PACT Brabant en het Kennispact MBO Brabant, op provinciale schaal en met de andere Brabantse arbeidsmarktregio’s afstemming en kennisdeling plaats vindt. In de ruimtelijke afweging van kansrijke zoekgebieden is de samenhang met andere opgaven cruciaal. De Omgevingsagenda Zuidoost- Brabant faciliteert de samenwerking tussen de betrokken overheden en de realisatie van de gemaakte afspraken.
3. Samen de energieambitie realiseren Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Samen onderzoeken we de mogelijkheden om de energietransitie uit te voeren. We kijken hoe we slim gebruik kunnen maken van de inzet van regionale
gaat ons dit opleveren? Op korte termijn is een verdiepingsslag op deze thema’s nodig. - Innovatie; Meer aandacht is nodig voor innovatie. Wij moeten ons als Brainportregio nadrukkelijk op dit gebied profileren. Innovatie kan ook een belangrijke bijdrage leveren in de discussie rond transportschaarste en de beperkte mogelijkheden voor opwek in stedelijke gemeenten zoals GeldropMierlo. Belangrijk is dat we zo snel mogelijk aan de slag gaan. - Koppeling andere regionale opgaven; De RES wordt als hefboom voor andere regionale opgaven genoemd. Wij vinden het positief dat de transitie landelijk gebied, circulaire economie en klimaatadaptatie genoemd worden. Wat ons betreft moeten landschap, natuur en biodiversiteit hieraan toegevoegd worden. Ook is meer nodig dan deze onderwerpen alleen noemen. Wij verzoeken u in de RES verder uit te werken hoe deze koppelingen gemaakt kunnen worden en de uitvoering hiervan ook in de strategie te borgen. We moeten hierbij wel voorkomen dat het belang van verduurzaming vergeten wordt. In het stuk worden bijvoorbeeld de economische voordelen eerder genoemd dan duurzaamheid. Duidelijk moet blijven waarom we dit doen en deze strategie moet geen middel worden om andere opgaven zoals economische groei te bereiken.
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van samenwerken, bewustwording en draagvlak en staat achter de genoemde kernpunten. Wel vragen wij meer aandacht voor: - Haalbaarheid en betaalbaarheid; Er is op dit moment veel discussie over transportschaarste en de kosten van de energietransitie. Deze onderwerpen
-
-
kennis, innovatie en vakmensen. De besluiten daarover worden lokaal genomen. Gemeenten zijn dus zelf aan zet. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de omgeving van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Om meer inwoners bekend te maken met de RES bekijken we in overleg met gemeenten wat nodig is om op lokaal niveau participatie te versterken. Om te garanderen dat er invulling gegeven wordt aan minimaal 50% lokaal eigenaarschap stellen we in de RES 1.0 een flexibel model dat uitgaat van de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente en/of project om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen.
-
-
-
-
komen echter zeer beperkt terug in het stuk. Voor de beeldvorming en creëren van draagvlak is het echter zeer belangrijk om te laten zien dat wij deze wel meegenomen hebben in onze strategie en dat wat wij voorstellen dus daadwerkelijk uitvoerbaar en betaalbaar is. Aandacht voor mensen met een kleinere beurs; Voorkomen moet worden dat mensen met een kleinere beurs achterblijven in de energietransitie. Meer aandacht is nodig voor het rechtvaardigheidsprincipe. Er wordt vooral uitgegaan van participatie van financieel draagkrachtigen. Op welke manier kunnen minder financieel draagkrachtigen deelnemen? Lokale participatie; Bewustwording en draagvlak staan voor ons voorop. Gesteld wordt dat hiervoor gemeenten zelf aan zet zijn. Hier staan wij achter. Maar facilitering vanuit de RES is dan wel nodig en deze is op dit moment onvoldoende. Gemeenten zijn in het vertellen van het RES verhaal afhankelijk van de informatie die verstrekt wordt door de MRE. Heldere informatie over wat wij onze inwoners kunnen vertellen is er nauwelijks. Verder moeten er afspraken gemaakt worden, zodat in elke gemeente ongeveer hetzelfde verhaal verteld wordt. Verder moet uitgewerkt worden hoe inwoners gedurende het gehele traject betrokken worden en niet alleen in deze eerste fase. Ophalen lokale input; Daarnaast vinden wij het belangrijk dat onze inwoners ook input kunnen geven op de RES.
Op dit moment is echter niet in het proces geborgd dat input die wij lokaal ophalen bij onze inwoners ook meegenomen wordt in de RES. Wij verzoeken u met spoed dit te regelen en dit proces op papier uit te werken. Wij kunnen pas lokaal input ophalen als geborgd is dat input ook verwerkt zal worden. Wij willen namelijk niet het risico lopen dat er niets gebeurt met de inbreng van onze inwoners en wij hen hierin moeten teleurstellen. Participatie van jongeren en ouderen; Daarnaast vinden wij het belangrijk dat er specifiek aandacht is voor jongeren en ouderen in dit proces. Zo weten we dat er een JongRES is, maar wordt hun rol in de RES niet besproken. Een goede participatiestrategie is nodig.
-
4. Besparen – duurzame warmte – duurzame opwek Kernpunten uit de Concept RES 1.0: Onze RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen: • Besparing binnen de gebouwde omgeving. • Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon). • Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale transitievisies warmte ondersteund door een Regionale Structuur Warmte. • Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.
4.1 Besparen Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Je kunt op een aantal manieren besparing stimuleren en dat gebeurt ook al in de regio. Gemeenten kiezen zelf voor wat ze doen en via welke samenwerkingsverbanden. Daarvoor bieden we een
Ondersteuning voor energiecoöperaties; Er zijn in de regio al veel initiatieven van investeerders om zonneparken te realiseren en bij enkele projecten dreigen plaatselijke energiecoöperaties buiten spel te komen staan waardoor van participatie niets terecht komt. Wij stellen voor om in de RES de ondersteuning van lokale energiecoöperaties regionaal op te pakken. Belangrijk is dat zij een volwaardige partij kunnen zijn die op kan tegen de kapitaalkrachtige grote commerciële partijen.
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van besparing, inpassing en de warmtetransitie en staat achter de genoemde kernpunten. Wel is meer aandacht nodig voor: - Besparing; In de concept RES gaven we aan dat besparing de basis is en de hoogste prioriteit heeft. Dit moet beter naar voren komen in de RES 1.0. Zo wordt de prioriteit van besparing ook weer niet genoemd bij deze kernpunten uit de Concept RES 1.0. - Opslag en de gevolgen van seizoensinvloeden; Deze gaan een belangrijke rol spelen in de energietransitie maar worden niet of nauwelijks meegenomen in de RES.
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van besparing en staat achter de genoemde kernpunten. Wij zijn ons bewust van onze eigen rol hierin door met de verduurzaming van onze eigen vastgoed het goede voorbeeld te geven. Verder zijn we gezien de beperkte ruimte in onze gemeente voor grootschalige opwek in de energietransitie voornamelijk afhankelijk van besparing, innovatie en zon op dak. Wij denken vooral op die manier bij te kunnen dragen aan de regionale opgave. Wel vragen wij extra aandacht voor:
-
-
-
basisinfrastructuur en additionele modules per doelgroep. In deze Concept RES 1.0 richten we ons op de doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk Vastgoed. Acht ‘bespaarroutes’ voor woningeigenaren en woningbouwcorporaties geven inzicht in wat een gemeente kan doen om een bepaalde route goed te faciliteren of te organiseren. We ondersteunen bedrijven met besparen zodat ze zich op hun business kunnen richten. We willen ze ontzorgen door bijvoorbeeld Greendeals op te zetten. We zetten handhaving in bij bedrijven die niet of onvoldoende met energiebesparing aan de slag gaan. Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Met de werkwijze ‘Samen Slimmer Duurzaam Bezig’ voorzien we door structurele samenwerking in de kennis-en capaciteitsbehoeften en behalen we zo meer resultaten, zonder extra tijdsbesteding en tegen gelijke of lagere kosten.
4.2 Duurzame warmte Kernpunten uit de Concept RES 1.0: De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmte-bronnen. Het overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk van de toegepaste duurzame warmtebron, meestal een toename in het gebruik van elektrische (hulp)energie. Op sommige plekken in de regio komt mogelijk de warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen (met
-
-
Monitoring en evaluatie; Wij zien de voordelen van het werken met vrijwillige modules. Zo kan elke gemeente inzetten op wat in hun gemeente speelt en wat prioriteit heeft. Het is daarbij wel belangrijk bij te houden wat we daadwerkelijk met al deze verschillende modules bereiken. Wij moeten helder blijven houden wat werkt en wat niet werkt. Hiervoor is een goede monitoring en evaluatie nodig. Zo houden we ook zicht of besparing in de gehele regio haar prioriteit behoudt Verhuurders; In de RES zouden wij graag meer aandacht zien voor de inbreng van verhuurders. Wat er nu staat is beperkt en weinig concreet. Wij verzoeken u bijvoorbeeld verder te onderzoeken of het mogelijk is om regionaal of subregionaal prestatieafspraken te maken.
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van de warmtetransitie en staat achter de genoemde kernpunten. Wel vragen wij extra aandacht voor het volgende: - Elektrificatie warmte; Warmte is vooral in de winter nodig. Als we warmte gaan elektrificeren (bijvoorbeeld door toepassen van warmtepompen) zal in de winter dus veel elektra nodig zijn. In de RES wordt duurzame energie vooral opgewekt door zonnepanelen. Deze energie is veel minder beschikbaar in de winter. Dit maakt het noodzakelijk om bijvoorbeeld ook te kijken naar seizoensopslag. Daarnaast levert elektrificatie ook een extra belasting van het elektriciteitsnet op. Er is dus meer aandacht nodig voor wat
-
-
-
individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op het net op deze locaties nog hoger is. Met de Regionale Structuur Warmte willen we: • De bovenlokale / regionale bronnen optimaal benutten; • Desinvesteringen voorkomen; • Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in nabijgelegen gemeenten. Om de informatie en bestuurlijke keuzes op lokaal en regionaal niveau zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten is goede afstemming nodig. We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. We ontwikkelen richting RES 2.0 een methodiek waarin de maatschappelijke kosten en baten van bovenlokale warmtebronnen kunnen worden gewogen. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.
4.3 Duurzame opwek Kernpunten uit de Concept RES 1.0: De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan zonnedaken, -velden en windturbines gerealiseerd. Ook 0,64 TWh zonnedaken, -velden en windturbines die in voorbereiding zijn (pijplijn) rekenen we mee. Vervolgens zetten we ons maximaal in voor realisatie van ‘no regret’ maatregelen, ofwel het laaghangend fruit. Hierbij maken we gebruik van de ‘zonneladder’,
dit betekent, hoe we hier mee om gaan, wat alternatieven zijn voor elektrificatie en hoe we innovatie hiervoor in kunnen zetten.
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van duurzame opwek, de 2 TWh die we op willen wekken en de zonneladder en staat achter de genoemde kernpunten. Wel maken wij ons zorgen over het volgende: - Transportschaarste; Wat opvalt is dat er in de RES nauwelijks aandacht is voor transportschaarste, ook na 2030 wanneer de opgave nog veel groter is. Dit terwijl dit een van de grootste bedreigingen is voor de uitvoerbaarheid van de RES. Het is nodig beter in kaart te brengen wat dit betekent voor ons bod en de uitvoering en planning daarvan. - Zonneladder en no-regret maatregelen; In de RES geven we aan dat we de zonneladder toepassen. De focus van het stuk duurzame opwek ligt
-
-
-
-
die de voorkeursvolgorde weergeeft van de aanleg van zonnepanelen. Met de eerste vier stappen op de zonneladder verwachten we 0,28 TWh te kunnen realiseren. Met behulp van het planMER zijn de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en ontstaat er inzicht in de milieu-effecten (leefomgeving, landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan andere thema’s (landbouw, economie, natuur en klimaat) en de mogelijke energieopbrengst van de zoekgebieden. Er lijkt voldoende potentie aanwezig ter ondersteuning van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030. Dat een locatie buiten het planMER valt betekent niet per se dat die locatie onmogelijk is. Gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is. We werken toe naar een meest haalbare selectie van zoekgebieden op basis van het planMER, de inspraak en adviezen (Cie MER en Brabant Advies) n.a.v. het planMER, de analyses van de netbeheerders en de reacties vanuit de gemeenteraden. Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit; Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen.
Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale overheden. We stemmen de
verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af.
-
-
vervolgens vooral op zoekgebieden in trede 5. Extra aandacht is nodig voor hoe wij de eerste treden van de zonneladder gaan realiseren. Dit komt nu niet aan bod. Zo stellen wij voor om regionaal de mogelijkheden die het besluit bouwwerken leefomgeving uit de omgevingswet straks zal bieden om bijvoorbeeld een verplichting voor zon op dak op te nemen verder uit te werken en dit regionaal in te voeren. Ook zouden we het organiseren van postcoderoosprojecten op daken of soortgelijke initiatieven op kunnen schalen. Prioritering; Gezien de huidige transportschaarste is daarnaast prioritering op basis van deze zonneladder nodig. Zonder prioritering kan de situatie ontstaan dat een project in trede 5 van de ladder (zon op landbouwgronden) uitgevoerd wordt en dat daardoor projecten in trede 1 t/m 4 niet uitgevoerd kunnen worden omdat er geen aansluitcapaciteit meer is. Een regionale strategische prioritering waarbij inzichtelijk gemaakt wordt per gebied hoeveel capaciteit beschikbaar is om aan te sluiten en hoeveel opwek mogelijk is in dat gebied per trede van de zonneladder. Opwek 'Ten dienste van andere opgaven'; De zoekgebieden in onze gemeente bieden zeer beperkte mogelijkheden voor zon op land. Wij zien echter wel mogelijkheden voor zon ‘ten dienste van andere opgaven’ (veel al trede 4 van de zonneladder).
Deze mogelijkheden hebben we uitgewerkt in onze beleidsvisie zonneparken en windmolens. Op dit moment zijn er een aantal concrete initiatieven. Enexis geeft hiervan echter aan dat deze initiatieven niet meegenomen zijn in hun doorrekening van de RES en dat zij hiermee dus geen rekening houden in hun investeringsplannen. Dit zou kunnen betekenen dat deze projecten niet aangesloten kunnen worden. Wij verzoeken u dan ook nadrukkelijk om opwek ‘ten dienste van andere opgaven’ en concrete projecten nadrukkelijk wel mee te nemen in de RES en deze dus ook concreet te benoemen, zodat Enexis deze mee kan nemen in hun doorrekening. Wij vragen u om dat voor onze gemeente te doen door de zoekgebieden in onze gemeentelijke beleidsvisie zonneparken en windmolens mee te nemen in de RES. We moeten voorkomen dat concrete plannen die ten dienste staan van andere opgaven en zodanig veel
-
Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen tot nieuwe investeringen.
-
-
5. Stap voor stap naar uitvoering Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
meerwaarde hebben voor de gemeente niet uitgevoerd kunnen worden omdat ruimte gereserveerd wordt voor een theoretisch nog uit te werken zoekgebied in trede 5 van de zonneladder. Wij vragen u ook concrete ontwikkelingen die draagvlak genieten en bijdragen aan maatschappelijke meerwaarde voorrang te geven bij de realisatie van de noodzakelijke netuitbreidingen. Zoekgebieden; Het zoekgebied in onze gemeente voor wind is afgevallen (zoekgebied 14).Wij betreuren de manier waarop dit gebeurd is. Het beleid van de provincie is geen harde belemmering en kan in de toekomst wijzigen. Zeker gezien het feit dat dit zoekgebied langs de snelweg ligt. Wat ons betreft was het waardevol geweest om ook van dit gebied de milieueffecten van windmolens te bepalen. Op basis daarvan hadden we vervolgens beter in beeld gehad of deze locatie potentie heeft. Zeker ook omdat onze opgave niet ophoudt in 2030. Om in 2050 energieneutraal te worden moeten ook na 2030 stappen gezet worden. We zullen dan verder moeten kijken dan de zoekgebieden die we nu benoemd hebben. Wij zien kansen voor een energiecorridor A67. Omdat dit zeer langdurige trajecten zijn moeten we niet te lang wachten met de verkenning hiervan. Dit soort trajecten, waarbij verschillende gemeenten betrokken zijn, zijn bij uitstek een opgave die regionaal opgepakt moet worden. Wij stellen daarom voor dit onderdeel te laten zijn van de RES.
Landschap, biodiversiteit en natuurwaarden; Wij vinden het zeer belangrijk dat grootschalige opwek afgestemd wordt op het landschap. Bij het uitwerken van de zoekgebieden verzoeken wij u hier nadrukkelijk rekening te houden. Daarnaast willen wij benadrukken dat biodiversiteit wordt slechts eenmaal genoemd. Behoud en ontwikkeling van natuur moet een prominentere plaats krijgen in de RES.
-
Naar verwachting zullen we halverwege 2021 verschillende scenario’s voor samenwerking in de uitvoering kunnen voorleggen aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens afspraken te maken om als gezamenlijke overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie.
De gemeente Geldrop-Mierlo onderschrijft het belang van een goede uitvoering van de RES en staat achter de genoemde kernpunten. Hierbij moet wel aandacht besteed worden aan: - Aan de slag gaan; Wij moeten op korte termijn concreet afspraken maken over deze uitvoering. Wij verzoeken u dit te prioriteren en de scenario’s voor samenwerken op korte termijn uit te werken en ook uit te gaan voeren. - Evaluatie; Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de RES ook geëvalueerd wordt. Belangrijk is dat we blijven monitoren hoe het gaat en wat wel en niet werkt, zodat we ook gedurende het proces bij kunnen sturen. Wij verzoeken u daarom verder uit te werken hoe we dit gaan doen en hoe wij dit gedurende het verdere proces (en dus ook bij latere actualisaties) blijven borgen.