Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
Tekst van het document
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo Gemeente Geldrop-Mierlo Concept
colofon
projectnaam Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo datum 12 december 2023 projectnummer P05396 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1771.BPSportOudvenUitbrON01 opdrachtgever Gemeente Geldrop-Mierlo Concept 1 augustus 2023 Ontwerp 12 december 2023 Vaststelling BRO projectleider JR projectteam MvDn, AvdO, TAu bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 6 7 8
Planbeschrijving
9
2.1 2.2
9 9
Huidige situatie Toekomstige situatie
Beleidskader
12
3.1
Rijksbeleid
12
3.1.1 3.1.2 3.1.3
12 13 13
3.2 3.3
4
Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking
Provinciaal beleid
16
3.2.1 3.2.2
16 17
Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Gemeentelijk beleid
19
3.3.1 3.3.2 3.3.3
19 20 21
Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040 Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving Sportvisie
Omgevingsaspecten
23
4.1
M.e.r.-beoordeling
23
4.1.1 4.1.2
Toetsingskader Conclusie
23 23
Verkeer en parkeren
23
4.2.1 4.2.2
23 25
4.2 4.3
4.4
4.5
Archeologie
25
4.3.1 4.3.2 4.3.3
25 26 27
4.7
4.8
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Cultuurhistorie
27
4.4.1 4.4.2 4.4.3
27 27 28
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Flora en fauna 4.5.2
4.6
Parkeervraag Verkeersgeneratie
28
Conclusie
32
Waterparagraaf
33
4.6.1 4.6.2 4.6.3
33 34 36
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bodem
36
4.7.1 4.7.2 4.7.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
36 36 36
Bedrijven en milieuzonering
36
4.8.1 4.8.2 4.8.3
36 37 38
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
3
4.9
Wegverkeerslawaai
38
4.9.1 4.9.2 4.9.3
38 38 38
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.10 Luchtkwaliteit
38
4.10.1 4.10.2 4.10.3
38 39 39
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.11 Externe veiligheid 4.11.1 4.11.2 4.11.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.12 Kabels en leidingen 4.13 (Ondergrondse) infrastructuur 4.13.1 4.13.2 4.13.3
Toetsingskader Toetsing Conclusie
4.14 Geur agrarisch 4.14.1 4.14.2
5
6
Onderzoek Conclusie
40 40 41 42
42 42 42 42 42
43 43 44
Juridische planopzet
45
5.1 5.2 5.3
45 45 47
Inleiding Plansystematiek Bestemmingen
Uitvoerbaarheid
48
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
48 48
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4
48 49 49 49
Vooroverleg Omgevingsdialoog Inspraak Vaststellingsprocedure
Separate bijlagen Bijlage 1: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r Bijlage 2: Stikstofonderzoek Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Aanvullend onderzoek uilen en vleermuizen Bijlage 5: Verkennend waterhuishoudkundig plan Bijlage 6: Externe veiligheid Bijlage 7: Quickscan archeologie
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
50 50 50 50 50 50 50
4
TOELICHTING
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Geldrop-Mierlo is voornemens om het bestaande sportpark aan de Oudvensestraat in Mierlo uit te breiden in zuidelijke richting. Hierbij wordt de mogelijkheid gecreëerd om sportvoorzieningen mogelijk te maken met eventueel een clubgebouw en/of sporthal. Tevens is het voornemen om binnen dit plangebied het parkeren voor het volledige sportpark (plangebied A en B) te projecteren. Ook wordt er een langzaam verkeerverbinding van de Oudvensestraat richting Luchen voorzien. Het bestaande sportpark aan de noordzijde met een hockeyclub, atletiekvereniging en gilde blijft bestaan, hiervoor is een separaat bestemmingsplan opgesteld. Figuur 1 toont het onderscheid tussen de twee plangebieden. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op plangebied B.
Plangebied A
Plangebied B
Figuur 1: Globale aanduiding plangebied A en B Sportpark Oudvensestraat
Het plangebied is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ van gemeente GeldropMierlo, zoals vastgesteld op 8 november 2010. Het plangebied kent op basis van het geldende bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Het realiseren van een sportpark is volgens het huidige bestemmingsplan niet toegestaan. Er wordt een bestemmingsplan in procedure gebracht te worden, waarin aangetoond wordt dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar is en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
5
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen ten noorden van de kern Mierlo en ten zuiden van het bestaande Sportpark Oudvensestraat. Het plangebied staat kadastraal bekend als (ged.) gemeente Mierlo, sectie L, nummer 1661 en gemeente Mierlo, sectie L, nummer 661 en heeft een oppervlakte van ca. 22.160 m2. Figuur 2 en 3 tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
Helmond
Mierlo
Figuur 2: Globale aanduiding voorgenomen plangebied (Bron: PDOK Viewer)
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
6
Figuur 3: Globale aanduiding voorgenomen plangebied (Bron: PDOK Viewer)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ het vigerend bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo 8 november 2010. De planlocatie kent op basis van geldende bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 1 tot en met 5’. Tevens is de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone-extensiveringsgebied’ geldend. Volgens het bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor agrarische doeleinden, het realiseren van een sportpark is niet mogelijk. Om de gewenste ontwikkeling tot sportpark mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
7
Figuur 4 Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
8
2 Planbeschrijving 2.1
Huidige situatie
In de huidige situatie is er sprake van een als agrarisch perceel wat in gebruik is als grasveld. Het plangebied is geheel onbebouwd. Binnen het plangebied bevindt zich een boom, die als het mogelijk is, wordt ingepast in het plan. Figuur 5 toont het plangebied in de huidige situatie.
Figuur 5 Plangebied huidige situatie (bron: Google Streetview, maart 2022)
Ten noorden van het plangebied is een bestaand sportpark aanwezig met een hockeyclub, korfbalvereniging, atletiekvereniging en een gilde. Ten westen van het plangebied is de woonwijk Groot Luchen in ontwikkeling. Aan de oostzijde is een gemengd bedrijventerrein met bedrijfswoningen gelegen.
2.2
Toekomstige situatie
Voorliggend planinitiatief voorziet in de ontwikkeling van een nieuw sportpark, aansluitend op het bestaande sportpark aan de noordzijde. Het betreft een uitbreiding aan de zuidzijde van een bestaand sportpark. De toekomstige uitbreiding van het sportpark zal over een maximale bebouwde oppervlakte voor gebouwen van 2.000 m2 beschikken. Te denken valt daarbij aan de mogelijkheid voor het oprichten van een sporthal voor binnensporten, kleedruimtes, clubgebouw met kantine, materiaalbergingen etc. Verder zal de bouwhoogte van de gebouwen niet meer bedragen dan 9 meter. De bebouwing kan binnen het gehele bestemmingsvlak gerealiseerd worden, waarbij deze op een afstand van ten minste 5 meter van de zijdelingse bestemmings-
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
9
grenzen dient te liggen. Er bestaat ook de mogelijkheid dat het bevoegd gezag onder voorwaarden een omgevingsvergunning kan verlenen en kan afwijken van deze regel voor het toestaan van bebouwing op een kortere afstand tot de bestemmingsgrens. De definitieve invulling van de uitbreiding van het sportpark is nog niet bekend. Deze is nader te bepalen en flexibel wat betreft de mogelijkheden voor sportvoorzieningen. Op de planlocatie is het mogelijk sportvoorzieningen uit de categorieën 1, 2 en 3.1 te realiseren, die staan vermeld in de Lijst van sportvoorzieningen. Verder is inwaartse zonering in het plangebied toegepast (zie figuur 6). Dit houdt in dat de lichtere categorieën sportvoorzieningen worden toegewezen aan de randen van het sportpark (categorie 1 en 2), terwijl het binnengebied van het sportpark wordt gereserveerd voor de sportvoorzieningen met een groter milieueffect, oftewel van een zwaardere categorie (categorie 3.1). In de zones waarin basis lichtere categorie sportvoorzieningen zijn toegestaan, kan middels een afwijkingsbevoegdheid tot vestiging van een sportvoorzieningen in een hogere categorie worden overgegaan, mits voldoende maatregelen ter reductie van geluid en andere hinderlijke effecten. Hier wordt nader op ingegaan bij 4.8 Bedrijven en milieuzonering.
Figuur 6 Schematische weergave indeling en zonering sportpark (Bron: BRO, december 2023)
Er hebben gesprekken plaatsgevonden over het realiseren van een tennispark, maar dit is nog niet concreet uitgewerkt. Een tennispark bestaande uit tennisbanen (met verlichting) valt onder categorie 3.1. Het tennispark is mogelijk in het binnengebied van de planlocatie. Verder zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen, waarmee het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning kan afwijken van de Lijst van sportvoorzieningen, het toestaan van sportvoorzieningen in een hogere categorie dan op grond van zonering is toegestaan, padel en het toestaan van parkeervoorzieningen binnen de zone waar in beginsel alleen categorie 1 sportvoorzieningen zijn toegestaan. De voorwaarden die betrokken worden bij de afweging om toepassing te geven aan de afwijkingsbevoegdheid betreffen
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
10
o.a. dat er geen sprake is van onevenredige milieuhygiënische belemmering, al dan niet na het treffen van maatregelen en dat er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Gebouwen en bouwwerken voor ondergeschikte horecavoorzieningen, sanitaire voorzieningen, opslagruimte, dugouts, kleedruimten, tribunes, terrasvoorzieningen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, tuinen en erven, en evenementen zijn ook volgens de bestemmingsregels toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals hekwerken, tribunes, ballenvangers, lichtmasten, geluidsschermen of geluidswerende voorzieningen mogen ook deel uitmaken van het planinitiatief. Daarvoor zijn bepalingen met betrekking tot de maximale hoogte opgenomen in de bestemmingsregels.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
11
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (staat nu gepland voor 1 januari 2024) komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen.
Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
12
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
13
ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied In deze paragraaf wordt ingegaan op de behoefte, effecten en het beleid t.a.v. de ruimtelijke en kwalitatieve versterking van Sportpark ‘t Oudven als beschreven. Het betreft in wezen de belangrijkste aspecten uit de Ladder voor duurzame verstedelijking. Trends in sport Grote maatschappelijke betekenis Een gezonde leefstijl is essentieel voor het welzijn van mensen, maar ook om de toename van ‘welvaartsziekten’ (obesitas, diabetes, etc.) en daaraan gerelateerde zorgkosten terug te dringen. Dat vraagt om een gezonde leefomgeving die uitnodigt om te ontspannen, sporten, fietsen, wandelen, spelen, bewegen en elkaar te ontmoeten. De aankomende Omgevingswet bevestigt de waarde van een gezonde leefomgeving. Overheden streven in het algemeen naar een zo breed mogelijke toegankelijkheid en lage drempels voor sportparticipatie van mensen. Dit uit zich o.a. in geschikte locaties, accommodaties en betaalbaarheid van sportactiviteiten. Sport: bewegen, ontspannen en gezond blijven
Sport is een belangrijke vrijetijdsfunctie met grote maatschappelijke betekenis, ook vanwege de noodzaak van een gezond en actief leefpatroon (gezondheid). De behoefte groeit en wordt gestimuleerd door de overheid als onderdeel van een gezonde levensstijl (beweging, zorg-preventie, tegengaan obesitas, bevorderen mentale gezondheid).
64% van de Nederlanders beoefent dan ook actief een sport buitenshuis, met gemiddeld 75 activiteiten per persoon. Onder oudere leeftijdsgroepen neemt sportbeoefening toe. Bijna de helft van de vrijetijdsactiviteiten (vooral in verenigingsverband) vindt plaats in de woongemeente. 2
Sport is voor mensen een manier om uiting te geven aan de eigen identiteit en lifestyle en biedt (nieuwe) sociale contacten.
De grenzen tussen sport, recreatie en ontspanning vervagen. Mede hierdoor wordt de ‘ambiance’ en faciliteiten van een binnen- of buiten-accommodaties belangrijker. Horeca is dan ook vaak een belangrijke ondersteunende functie, ook voor de ‘derde helft’.
De sector kent een onderscheid naar: -
Breedtesport, veelal in team- en verenigingsverband: voetbal, hockey, gymnastiek, etc. Voorzieningen vaak (deels) gefinancierd door gemeenten.
-
Individuele sporten binnen accommodaties, al dan niet in groepsverband: squash, padel, fitness (breed scala aan vormen), dansen, pilates, yoga, etc. Veelal commercieel gefinancierd en geëxploiteerd.
-
Overige individuele sporten, niet gebonden aan accommodaties en al dan niet in groepsverband: hardlopen, wielrennen, MTB, bootcamps, etc. Soms georganiseerd door sportclubs, maar steeds vaker ook commercieel.
Mensen willen meer vrijheid in tijdstip, locatie of teamverband voor hun sportbeoefening. Leefstijlen worden immers veelzijdiger en huishoudens kleiner. Deelname aan breedtesport neemt af, maar sporten individueel of in los-vast groepsverband (zie boven) is in opmars.
2
Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2021 (Celth, CBS, NRIT, NBTC).
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
14
Sporters veranderen van verenigingslid in kritische consumenten, die ‘waar voor hun geld’ willen. Dit vereist een andere benadering door sportclubs en commerciële aanbieders.
Verdere commercialisering van sportaanbod: van gemeentelijk gefinancierd aanbod/verenigingen naar private aanbieders. Ook mengvormen (bijv. zwembad met fitness) komen veelvuldig voor.
De voortschrijdende digitalisering en de coronapandemie hebben in de sportsector geleid tot bijzondere toepassingen in sport. Voorbeelden: online trainingsprogramma’s, interactieve fiets-training binnenshuis (Tacx), zoeken sportpartners, etc.
Sporters delen steeds vaker elkaars sportprestaties (Strava) en motiveren elkaar daarmee tot meer en intensievere sportactiviteiten.
De verwachting is dat sportbeoefening binnen accommodaties postcorona geleidelijk weer zal aantrekken tot het niveau in 2019.
Concentratie sportvoorzieningen biedt meerwaarde Ruimtelijke clustering van sportclubs versterkt de kwaliteit, zichtbaarheid en vindbaarheid van sportparken. Bovendien wordt ruimte in algemene zin steeds schaarser, ook in en rond Mierlo. Clustering leidt tot efficiënter ruimtegebruik (gezamenlijke ontsluiting, parkeerruimte, overige infrastructuur) en mogelijkheden voor gezamenlijk beheer en toezicht. Het gebruik van parkeerplaatsen kent bij hockey bijvoorbeeld andere piekmomenten (weekenden) als bij tennis (’s avonds). Meer gebruikers verhogen bovendien het veiligheidsgevoel ter plekke. Een groter sportpark zal ook beleidsmatig doorgaans meer aandacht krijgen dan kleinere sportaccommodaties. Er kan meer en doelgerichter worden geïnvesteerd in inrichting, aankleding en groenstructuren in en rond het sportpark. Deze investeringen hoeven dan immers niet te worden ‘versnipperd’ over meerdere sportaccommodaties. Gemeenten kunnen bovendien gerichter investeren in de overige infrastructuur, zoals toeleidende fietsroutes. Belangrijk omdat veel gebruikers een jeugdige leeftijd hebben. Behoefte sport Het aandeel Nederlanders (> 4 jaar) dat wekelijks sport ligt al jaren rond de 51%. In de gemeente GeldropMierlo ligt dit aandeel op 52%, iets lager dan gemiddeld in de provincie (54%). 3 Landelijk zien we dat kinderen tussen 13 en 17 jaar steeds minder sporten.
Volgens sportkoepel NOC*NSF haken tieners af, omdat ze vaste trainingstijden en andere verplichtingen lastig vinden. Ook andere hobby's en de kosten van een lidmaatschap werken ontmoedigend. Per sport verschilt het beeld echter. Het aantal mensen dat tennist en/of padelt is de afgelopen jaren sterk gegroeid, in alle leeftijdsgroepen. In totaal stonden in 2022 bijna 700.000 mensen geregistreerd die spelen bij een KNLTB-vereniging of een zelfstandig centrum. Tennis groeit licht, padel kent evenwel een opvallend stijgende populariteit. Mede dankzij het feit dat deze sporten ook ten tijde van de strengste coronamaatregelen mogelijk waren. De hockeyclubs aangesloten bij de KNHB (Koninklijke Nederlandse Hockey Bond) telden in 2022 totaal 232.000 leden. Sinds 2017 is sprake van een geleidelijke afname (-9%).4 Per provincie wisselt het beeld vrij sterk, maar in Noord-Brabant is de sport zeer populair.
3 4
Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 GGD'en, CBS en RIVM. Bron NOC-NSF
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
15
Beleid sport gemeente In de gemeentelijke strategische visie speelt sport en bewegen een belangrijke rol. Sport is één van de drie rode draden waarmee de gemeente Geldrop-Mierlo zich wil onderscheiden. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op het gemeentelijk beleid. Conclusie behoefte en effecten Behoefte Beweging en sport worden steeds belangrijker voor mensen. Behalve dat het ontspanning biedt, is het ook zeer belangrijk voor bijvoorbeeld gezondheid (fysiek, mentaal) en maatschappelijke cohesie. De bij onderhavige ontwikkeling betrokken Mierlose sportclubs (Hockeyclub, Lopersgroep, wellicht Mierlose Tennisvereniging) hebben samen ruim 1.500 leden (exclusief padelbeoefenaren en deelnemers speciale cursussen/clinics). Het is belangrijk dat verenigingen optimaal inspelen op de kwalitatieve behoefte van hun (steeds kritischer) leden. Bijvoorbeeld een nette accommodatie, met voldoende ruimte, faciliteiten en een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid. Er bestaat in de gemeente dus veel behoefte aan de ontwikkeling. Beleidskaders De gemeente Geldrop-Mierlo wil gezond gedrag en meer beweging stimuleren en zich onderscheiden met Sport. Dit o.a. middels een sterke sport- en beweeginfrastructuur voor al haar inwoners. Soms is daartoe kwaliteitsverbetering van lokale sportaccommodaties nodig, met ruimte voor vernieuwing en innovatieve ideeën.
Goede ruimtelijke ordening Ruimtelijke clustering van sportclubs versterkt de kwaliteit, zichtbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van sportparken. Bovendien leidt het tot efficiënter ruimtegebruik (veel infrastructuur en parkeerruimte kan worden gecombineerd) en er ontstaan betere mogelijkheden voor gezamenlijk beheer en toezicht. Conclusie Een ruimtelijke en kwalitatieve versterking en verbreding van activiteiten bij Sportpark ‘t Oudven speelt goed in op de behoefte van gebruikers en de gemeente Geldrop-Mierlo, zowel kwalitatief als kwantitatief. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: ‘wat moeten we nog toevoegen’, ombuigen naar het gesprek over: ‘welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?’ Duurzame verstedelijking De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
16
daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw! De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. De provincie brengt met haar partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe deze opgaven kunnen worden aangepakt. Er wordt bijgedragen aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Doorwerking plangebied Het planvoornemen heeft geen invloed op de vier opgestelde ambities.
Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie Noord-Brabant geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in augustus 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Doorwerking plangebied Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘stedelijk gebied’ en ‘concentratiegebied’.
Daarnaast gelden de werkingsgebieden ‘verbod uitbreiding veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’. Met onderhavige ontwikkeling is er geen sprake van de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of een veehouderij, derhalve hebben de aanduidingen ‘verbod uitbreiding veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ geen gevolgen.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
17
Figuur 7 Uitsnede Interim Omgevingsverordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het plangebied is gelegen in het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ en ‘Concentratiegebied’, zie figuur 7. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f)
draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Het bestaande sportpark aan de Oudvensestraat in Mierlo wordt in zuidelijke richting uitgebreid. Een momenteel als weide in gebruik zijnde terrein binnen stedelijk gebied wordt ingezet ten behoeve van de ontwikkeling van sportvoorzieningen. In paragraaf 3.1.3 is de behoefte aangetoond. Voor sportfuncties kan het interessant zijn zich te vestigen op Sportpark ’t Oudven. Vanwege de ligging nabij de nieuwbouwwijken Luchen (Mierlo) en Brandevoort (Helmond) ontstaan kansen om vanuit deze wijken nieuwe leden aan te trekken. Bovendien kan door de clustering van de faciliteiten en voorzieningen van verenigingen een efficiencyslag in exploitatie worden bereikt en is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Met voorliggende plantoelichting wordt aangetoond dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Nieuwe bebouwing zal gasloos worden gebouwd. Er wordt rekening
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
18
gehouden met de waterberging, zie paragraaf 4.5. Bezoekers van het sportpark bepalen zelf met welk vervoer ze komen, er wordt ruimte gegeven aan voldoende fietsparkeerplaatsen. Het planvoornemen voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040
De gemeenteraad van gemeente Geldrop-Mierlo heeft op 6 februari 2023 de Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie is de integrale strategische visie voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie wordt de koers uitgezet voor de lange termijn. Een koers waarmee antwoord wordt gegeven op de dynamiek in de samenleving en de trends die op ons afkomen. Er zijn zes speerpunten uitgewerkt. In 2042 is Geldrop-Mierlo een groene woongemeente en ziet de leefomgeving in Geldrop-Mierlo er in grote lijnen als volgt uit: 1) Duurzaam verbonden in de regio 2) Doorlopend groen 3) Een stralend middelpunt (in Geldrop en Mierlo) 4) Naar groene sociale wijken 5) Naar een multifunctioneel buitengebied 6) Versterken economische kracht De gemeente is trots op de kwaliteit van de sport- en maatschappelijke voorzieningen die er zijn. Ook in de toekomst wordt ingezet op een hoge kwaliteit. Ook in de toekomst blijft de gemeente inzetten op een hoge kwaliteit, zeker bij voorzieningen die passen bij het woonklimaat en bijdragen aan de sociale cohesie in wijken. De Omgevingsvisie gaat verder niet specifiek in op sportparken als ‘t Oudven. Doorwerking plangebied In de Omgevingsvisie wordt niet heel gedetailleerd ingegaan op het thema sport. Wel is het deelgebied ‘De Gulbergen’ aangewezen om door te ontwikkelen tot een sport- en recreatiegebied van regionale allure (zie ook figuur 8).
Het plangebied is aangrenzend gelegen aan De Gulbergen. Een sportpark is op deze locatie dus een passende voorziening. Bovendien is er in al sprake van een bestaand sportpark en wordt deze uitgebreid.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
19
Figuur 8 Uitsnede Kaart Recreatieve plekken (bron: Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040
3.3.2
Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving
Op 27 september 2021 is de Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving vastgesteld door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo. Ten westen van de Oudvensestraat in Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo ligt een gebied dat de gemeente voornemens is te ontwikkelen met onder andere sportvoorzieningen, gemengde functies en afronding van de nieuwbouwwijk Luchen (fase 3b). Daarom is de structuurvisie Oudvensestraat en omgeving opgesteld. Deze structuurvisie heeft o.a. betrekking op de uitbreiding van het bestaande sportpark Oudven richting het zuiden. Het is de bedoeling om het gebied Oudvensestraat en omgeving (Mierlo) voornamelijk een sportfunctie krijgt. Naast de bestaande Hockeyclub Mierlo en de andere bestaande verenigingen op het terrein is er ruimte voor een andere sportfuncties. Direct ten zuiden van de huidige hockeyvelden wordt ruimte geboden voor invulling met (onder andere) een sportfunctie. Rondom dit gebied is een groengordel voorzien. Ten noorden van het plangebied ligt de hockeyclub die sterk aan het groeien is. Daarnaast zijn er sportverenigingen die belangstelling hebben om zich ook bij het sportpark ’t Oudven te vestigen. De voorziene ontwikkelingen bieden de verschillende sportverenigingen de kans elkaar te kunnen versterken. Daar waar koppelkansen liggen, bijvoorbeeld bij het onder één dak brengen van clubgebouwen, opslagruimtes e.d.
biedt de structuurvisie ruimte om hierop in te spelen. Hiermee ontstaat een compact en efficiënt sportpark. Doorwerking plangebied Met voorliggend bestemmingsplan wordt het bestemmingsplan voor het bestaande sportpark in zuidelijke richting uitgebreid.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
20
3.3.3
Sportvisie
In 2018 heeft de gemeente Geldrop-Mierlo de ‘Sportvisie’ vastgesteld. Deze visie vormt een uitwerking van de gemeentelijke strategische visie. De opzet van de ‘Sportvisie’ is zodanig dat geen sprake is van volledig dichtgetimmerde beleidsprogramma’s. Wel zijn de uitgangspunten op het gebied van sport verwoord en zijn de ambities op dit gebied zichtbaar gemaakt. De effecten die beoogd worden met het in de ‘Sportvisie’ geformuleerde beleid zijn de volgende: 1. bevorderen van gezondheid; 2. mensen meer laten bewegen; 3. sociale participatie en integratie; 4. zelfredzaamheid. Sportverenigingen maken nu en in de toekomst deel uit van het DNA van de lokale samenleving. Sport verbindt mensen en werkt preventief t.a.v. het gebruik van zorgvoorzieningen. Daarom wil de gemeente het sporten en bewegen onder de inwoners stimuleren, met een brede toegankelijkheid voor alle inwoners. De hoofdlijn van de visie is verbeeld in onderstaande figuur.
De gemeente heeft hiertoe de volgende uitgangspunten benoemd:
Basisvoorzieningen moeten op orde zijn: goede sportaccommodaties en een belangrijke rol voor sportverenigingen.
Sport en bewegen voor iedereen.
Ruimte voor vernieuwing en innovatieve ideeën.
Uitgangspunt in het sportbeleid is dat de gemeente de sportaccommodaties en –parken op het huidige hoge niveau kan handhaven. Bij het op orde laten zijn en brengen van de basisvoorzieningen staan twee zaken van belang. Ten eerste dienen er goede sportaccommodaties te zijn. Ten tweede is het goed functioneren van sportverenigingen van groot belang. Naast de sportaccommodaties spelen de sportverenigingen een cruciale rol binnen het sportbeleid. Zij worden dan ook aangemerkt als basisvoorziening en moeten goed kunnen functioneren. Sportverenigingen kunnen de gemeente helpen bij het realiseren van maatschappelijke doelen (gezondheid, sociale cohesie, integratie achtergestelde groepen, etc.). Geldrop-Mierlo wil de bestaande structuur van sportverenigingen op het huidige niveau handhaven.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
21
Diverse verenigingen hebben te maken met een teruglopend aantal (jeugd)leden. De gemeente wil verenigingen ondersteunen bij het werven van nieuwe leden, in verschillende doelgroepen (waaronder jeugd, ouderen, gehandicapten). In specifieke gevallen kunnen fusietrajecten wenselijk zijn. Wanneer de daling van het ledental zich structureel voortzet, dan zal de gemeente hierover samen met de betreffende vereniging(en) bekijken welke gevolgen dit heeft voor hen en de betrokken accommodaties. Doorwerking plangebied Voor sportfuncties kan het interessant zijn zich te vestigen op Sportpark ’t Oudven. Vanwege de ligging nabij de nieuwbouwwijken Luchen (Mierlo) en Brandevoort (Helmond) ontstaan kansen om vanuit deze wijken nieuwe leden aan te trekken. Bovendien kan door de clustering van de faciliteiten en voorzieningen van verenigingen een efficiencyslag in exploitatie worden bereikt en is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Bij de uitwerking van dit bestemmingsplan is nader bekeken of bepaalde voorzieningen (zoals de parkeervoorzieningen) multifunctioneel kunnen worden gebruikt. Zo wordt er één parkeerplaats aangelegd voor alle sportvoorzieningen. Daarnaast biedt clustering het voordeel dat vrijwilligers meer dan één sportvereniging kunnen ondersteunen.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
22
4 Omgevingsaspecten 4.1
M.e.r.-beoordeling
4.1.1
Toetsingskader
In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor activiteiten die zijn opgenomen in het Besluit m.e.r. bijlage D. Voor deze activiteiten bepaalt het bevoegd gezag of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de uitbreiding van een sportpark. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt. 4.1.2
Conclusie
De ontwikkeling / uitbreiding van een sportpark is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterreinen).” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. De aanmeldingsnotitie is opgenomen als bijlage 1. Hierin wordt de aanbeveling gedaan dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan geen milieueffectrapportage is vereist.
4.2
Verkeer en parkeren
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de verkeersgeneratie en de parkeervraag. Het voornemen bestaat om het parkeren voor zowel het bestaand sportpark als de uitbreiding van het sportpark te concentreren op één parkeerterrein. 4.2.1
Parkeervraag
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het ‘Parapluplan Parkeren GeldropMierlo’ (vastgesteld juni 2019) ‘Parkeervisie Geldrop-Mierlo (vastgesteld juli 2022) en de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ (vastgesteld november 2022). De parkeernormen die zijn opgenomen in het parkeerbeleid zijn afgeleid uit de meest recente landelijke richtlijn van het CROW. Parkeren auto In de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ wordt de gehele gemeente Geldrop-Mierlo binnen de categorie ‘matig stedelijk’ (tussen de 1.000 en 1.500 adressen) geplaatst. Verder kent de gemeente Geldrop-Mierlo
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
23
een divers grondgebied. De parkeerkencijfers van CROW bevatten een gebiedsindeling die goed aansluit op de situatie in Geldrop-Mierlo. CROW hanteert vier gebiedstypen: centrum, schil, rest bebouwde kom en buitengebied. Het plangebied valt binnen de zone die wordt aangeduid als ‘buitengebied’. Op basis van de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ geldt voor een ‘sportveld’ in het buitengebied van Mierlo een parkeernorm van 20 parkeerplaatsen per hectare netto terrein. De definitieve inrichting van het plangebied is nog niet bekend. De inrichting van het sportpark is echter vrij flexibel. Hierdoor wordt rekening gehouden met een mogelijke realisering van gebouwen waarbinnen sportvoorzieningen kunnen komen, zoals een sporthal. Voor een ‘sporthal’ geldt in het buitengebied van Mierlo een parkeernorm van 3,50 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak). Ook behoort de bouw van een tennishal tot de mogelijkheden, hiervoor geldt een norm van 0,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Wanneer een squashhal of padelbanen worden aangelegd geldt een parkeernorm van 3,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Naast een sportterrein zal een parkeerterrein worden aangelegd en is er ruimte voor een groene inrichting. Niet het gehele plangebied kan dus gezien worden als netto terrein. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 22.160 m2.
Omdat de inrichting van de uitbreiding van het sportpark nog niet bekend is, is het niet mogelijk om de parkeerbehoefte op basis van het netto terrein te bepalen. Indien de parkeerbehoefte van de bestaande sportpark gecombineerd wordt met de parkeerbehoefte van de uitbreiding en wordt opgevangen in een gezamenlijk parkeerterrein, moet voor de parkeerbehoefte van het bestaande sportpark gerekend worden met een aantal van 47 (afgerond) parkeerplaatsen. Uitgaande van een netto-terrein van circa 15.000 voor de uitbreiding zou het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de uitbreiding van het sportpark uitkomen op 30 parkeerplaatsen. Wanneer sprake is meer binnensportvoorzieningen zullen er meer parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Om te borgen dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels (zie artikel 11.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren). Hiermee is geborgd dat er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Het sportpark is ruim genoeg om te kunnen voorzien in het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de uitbreiding en is er daarnaast ruimte voor de parkeerbehoefte van het bestaande sportpark. Fietsparkeren Ruimtelijke ontwikkelingen brengen naast een parkeerbehoefte van auto's, ook een behoefte aan fietsparkeerplaatsen met zich mee.
Ook de fietsparkeernormen van Geldrop-Mierlo zijn gebaseerd op de fietsparkeerkencijfers van het CROW. Op basis van de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ zijn voor een ‘sportveld’ minimaal 30,0 fietsparkeerplaatsen per hectare netto terrein benodigd. Voor een ‘sporthal betreft dit een minimale fietsparkeernorm van 1,4 per 100 m2 bvo. Omdat de exacte inrichting van de uitbreiding van het sportpark nog niet bekend is, is het niet mogelijk om de parkeerbehoefte op basis van het netto terrein te bepalen. Om te borgen dat er voldoende fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels (zie artikel 11.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren). Hiermee is geborgd dat er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Er wordt bij de verder uitwerking van het sportpark bekeken of het mogelijk is om meer fietsparkeerplaatsen te realiseren dan de minimumnorm om het fietsgebruik te stimuleren.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
24
4.2.2
Verkeersgeneratie
Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Het CROW heeft geen kentallen voor verkeersgeneratie van sportvelden, maar wel een parkeerkencijfer voor sportvelden dat omgerekend kan worden naar verkeersgeneratie. Het maximum parkeerkencijfer bedraagt, conform de ‘Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo’ 20 parkeerplaatsen per hectare netto terrein. Uitgaande van twee ritten per auto (heen en terug) en een turnover 5 van drie, resulteert dit in (20*2*3) = 120 motorvoertuigbewegingen per netto hectare. Omdat de inrichting van de uitbreiding van het sportpark nog niet bekend is, is het niet mogelijk om de verkeersgeneratie op basis van het netto terrein te bepalen. Daarnaast zal er een parkeerterrein worden aangelegd en is er ruimte voor een groene inrichting. Niet het gehele plangebied kan dus gezien worden als netto terrein. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 22.160 m2. Er wordt voor het bepalen van de verkeersgeneratie uitgegaan dat 15.000 m 2 in gebruik wordt genomen als sportvelden en dus netto terrein is. Om een inschatting te geven van de toename aan verkeer is er uitgegaan van een uitbreiding van netto terrein van 1,5 hectare.
Dit betekent dat de verkeersgeneratie van de sportvelden gelijk is aan 1,5 * 120 = 180 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit beperkte aantal motorvoertuigen per etmaal vormt geen belemmering voor de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Voor het bestaand sportpark komt de verkeersgeneratie neer op 2,3425 * 120 = 281,1 motorvoertuigen per etmaal. De totale verkeersgeneratie van het bestaande sportpark inclusief uitbreiding van het sportpark (waarbij is uitgegaan van 1,5 hectare netto terrein) is dus gelijk aan 281 + 180 = 461 motorvoertuigen per etmaal. Er wordt een ontsluiting van het sportpark gerealiseerd aan de westzijde in de realiseren woonwijk. Hierbij wordt opgemerkt dat ook het bestaande sportpark in de toekomst vanaf de westzijde wordt ontsloten. Hiermee wordt de bestaande infrastructuur ontlast. De toekomstige ontsluiting zal zo gedimensioneerd zijn dat hij het verkeer aankan. De toekomstige ontsluiting kan het verkeer van het sportpark gemakkelijk verwerken.
4.3
Archeologie
4.3.1
Toetsingskader
De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is met deze wet verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal.
5
Een turnover van 2 houdt in dat een parkeerplaats 2x per periode bezet wordt.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
25
4.3.2
Onderzoek
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft haar archeologiebeleid verwerkt in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’. In dit bestemmingsplan geldt voor het plangebied grotendeels de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3’ Daarnaast gelden gedeeltelijk de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 1’, ‘Waarde-Archeologie 2’; ‘Waarde-Archeologie 4’ en ‘Waarde-Archeologie 5’. De hoogste verwachtingswaarde ‘Waarde-Archeologie 1’ is leidend. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt als de ondergrenzen worden overschreden. Volgens de Archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Geldrop-Mierlo geldt categorie 3: Gebied met hoge archeologische verwachting en sedek (zie figuur 9). De gemeente Geldrop-Mierlo is bezig met een nieuw bestemmingsplan Luchen, dat het mogelijk maakt om de deels gerealiseerde nieuwbouwwijk Luchen in Mierlo uit te breiden met een aantal deelgebieden. Eén van die deelgebieden betreft het Deelgebied Sportpark Oudven. In verband met deze uitbreidingsplannen is inzicht in de archeologische verwachting gewenst. Hierdoor kan rekening worden gehouden met de aanwezige archeologische verwachtingswaarden en kan ook bepaald worden of nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De ODZOB heeft op verzoek van de gemeente de stand van zaken m.b.t.
archeologie in beeld te brengen en daarbij aan te geven of nader onderzoek nodig is. De ODZOB heeft hiervoor de ‘Quickscan archeologie Luchen fase 4 - Deelgebieden Fazantlaan, Weteringpark, Luchen 3B en Sportpark Oudven’ opgesteld. Deze quickscan is opgenomen als bijlage 8 bij deze plantoelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies.
Figuur 9 Uitsnede plangebied Archeologische verwachtingen- en waardenkaart 2012
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
26
In het circa 7,5 ha grote deelgebied 4 heeft nog helemaal geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Gezien de hoge verwachting zal ook hier een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk zijn, indien hier ontwikkelingen gepland zijn. Vooralsnog is dat niet het geval; derhalve is voor dit deelgebied nog geen puttenplan opgesteld. Momenteel zijn de locatie(s) en dieptes van de toekomstige bodemverstoringen nog niet bekend. Daarom wordt er in het kader van het bestemmingsplan nog geen proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De dubbelbestemmingen blijven gehandhaafd en daarmee worden de te verwachten archeologische waarden van de gronden behouden en beschermd. 4.3.3
Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.4
Cultuurhistorie
4.4.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 4.4.2
Onderzoek
De ontwikkeling van de nieuwe functies in het plangebied zullen zorgvuldig ingebed worden binnen de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. De karakteristieken van de bebouwingslinten van de Burgemeester Termeerstraat en de Oudvensestraat zullen behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden door de toevoeging van perceelsgewijze ontwikkeling met eenzelfde stedenbouwkundige korrel en positionering als de huidige bebouwing. De variatie die dergelijke linten van oudsher kenmerken zal doorgezet worden middels de toevoeging van gevarieerde functies en vormgeving, zonder dat de ruimtelijke samenhang verloren gaat. De kenmerkende laanbeplanting langs bovengenoemde straten zullen behouden blijven en waar mogelijk aangevuld worden. Andere aanwezige landschapselementen, voor zover aanwezig in het gebied, worden onderdeel van de nieuwe groenstructuur. Voorbeelden hiervan zijn de bestaande groensingels langs de perceelsgrenzen en het huidige sportpark. De landschapselementen worden aangevuld en versterkt tot een volwaardige groenstructuur, welke vervolgens aansluit op de bestaande structuur langs het kanaal, en de omliggende (woon)gebieden van Luchen en Mierlo. Naast de benodigde wegverhardingen voor autoverkeer zal de doorwaadbaarheid van het gebied worden vergroot door de toevoeging van langzaam verkeersverbindingen.
Voor fietsers en voetgangers worden afstanden zodoende korter en verbindingen met omliggende gebieden (Luchen, Mierlo-centrum, Helmond
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
27
Brandevoort) directer. Daarnaast kunnen nieuwe autoverbindingen bijdragen aan de ontlasting van de bestaande wegen (o.a. Oudvensestraat), waardoor ook deze fiets- en voetgangersvriendelijk(-er) worden. 4.4.3
Conclusie
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). 4.5.1
Onderzoek
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Stabrechtse Heide & Beuven”, bevindt zich op 3 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.
Stikstofonderzoek Aangezien de voorgenomen ontwikkeling een uitbreiding van een sportpark betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ en ‘Leenderbos, Groote heide & De Plateaux’ vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd middels de AERIUS-calculator voor zowel de bouwfase als gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling aan de Oudvensestraat in Mierlo. Dit onderzoek staat beschreven in de notitie stikstofberekening en is terug te vinden in de bijlagen van deze toelichting. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de gebruiksfase als de aanlegfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.
Bestemmingsplan Uitbreiding Sportpark Oudvensestraat Mierlo
28
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB.