Bestemmingsplan - Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Heiderschoor 2, Broekstraat 7983 Mierlo Gemeente Geldrop-Mierlo
BESTEMMINGSPLAN - Regels -
Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo Gemeente Geldrop-Mierlo
IDN-nummer:
NL.IMRO.1771.BPBroekstr79-VP01
Status:
vastgesteld
Datum:
12 oktober 2023
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 13
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
15
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
15 17 21 24 26 28 31 33
Agrarisch Bedrijf Wonen Leiding - Hoogspanningsverbinding 1 Leiding - Hoogspanningsverbinding 2 Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 5
Hoofdstuk 3 Algemene regels
35
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
35
Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels Anti-dubbeltelregel Overige regels
36 37 38 39 40
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
43
Artikel 17 Artikel 18
43 44
Overgangsrecht Slotregel
Regels
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
3
4
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan ‘Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo’ van de gemeente Geldrop-Mierlo; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1771.BPBroekstr79-VP01 met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aanbouw een aan het hoofdgebouw aangebouwde afzonderlijke, vanuit het hoofdgebouw rechtstreeks toegankelijke ruimte, die als een uitbreiding van de woning te beschouwen is; de aanbouw is zowel qua afmeting en/of functioneel opzicht ondergeschikt aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan-huis-verbonden-beroep een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 aan-huis-verbonden-bedrijf het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandel zijnde - c.q.
het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, en geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de directe omgeving; 1.8 afhankelijkewoonruimte een aan of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.9 agrarisch bedrijf bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren; agrarisch bedrijf, grondgebonden: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
5
voortbrengend vermogen van onbebouwde gronden in de directe omgeving van het bedrijf. Hieronder wordt niet verstaan een schapen- of geitenhouderij; agrarisch bedrijf, intensieve kwekerij: een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde gronden in de directe omgeving van het bedrijf; agrarisch bedrijf, glastuinbouwbedrijf: een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend gericht is op het telen van gewassen in kassen en/of hoge tunnels, welke ter plaatse (overwegend) permanent aanwezig zijn; agrarisch bedrijf: intensieve veeteelt: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij; 1.10 archeologische verwachtingswaarden gronden met verwachtingswaarden, die kunnen bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vertegenwoordigen; 1.11
archeologische waarden
waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen; 1.12 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.14 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.16 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld ten dienste van (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein;
6
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
1.17
bestaand met betrekking tot bebouwing: de bebouwing als legaal aanwezig ten tijde van inwerkingtreding van het plan danwel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip verleende omgevingsvergunning; met betrekking tot gebruik: het gebruik als legaal aanwezig ten tijde van inwerkingtreding van het plan.
1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming; 1.20 bijgebouw een al dan niet vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel qua afmeting als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.21 bijzondere woonvormen a. een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); b. een groep personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; c. woongroepen: een groep personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm. 1.22 bijzondere woonvorm met zorg Een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding).
1.23 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
7
1.28 cultuurhistorie bouwkundige objecten (exterieur en interieur), stedenbouwkundige structuren, historisch-geografische structuren, groenstructuren en archeologische vindplaatsen, welke van bijzonder belang zijn voor de kennis van de inrichting, het gebruik en de beleving van landschappen en nederzettingen; 1.29 cultuurhistorische waarden (en kenmerken) waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.30 dagrecreatie recreatieve activiteit die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang; 1.31 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.32 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.33 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.34 duurzame energie verzamelnaam voor hernieuwbare energie die verkregen wordt uit energiebronnen die niet opraken, zoals zon, wind en water, uitgezonderd biomassa; 1.35 extensief recreatief medegebruik een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of
geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden; 1.36 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.37 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk door één of meer wanden omsloten ruimte vormt; 1.38 hooibalen elke gebundelde vorm van opslag van hooi en ander (gedeeltelijk) gedroogd gras als veevoeder;
8
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
1.39 hoofdfunctie een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden in hoofdzaak bedoeld is; 1.40 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken; 1.41 huishouden Een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit 2 of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: a. b. c. d.
voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, al dan niet gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door een instelling geplaatst; er vindt geen behandelingstraject plaats.
Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'. 1.42
kamergewijze verhuur
Het al dan niet bedrijfsmatig verhuren of aanbieden van kamers binnen een woning. 1.43 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf gericht op één gezin of groep; 1.44 kleinschaligkamperen kleinschalige recreatieve activiteiten waarbij niet meer dan 15 kampeermiddelen aan de orde zijn, bijvoorbeeld kamperen bij de boer; 1.45 mantelzorg het op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 1.46 netto woonoppervlakte De binnenmaatse oppervlakte van binnenmuur tot binnenmuur van alle ruimten in een woning, met uitzondering van bergruimten, vlieringen en balkons, met dien verstande dat bij schuine daken het oppervlak als woonoppervlakte berekend mag worden vanaf 1,5 meter hoogte (conform NVM meetinstructie).
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
9
1.47 omgevingsvergunning een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.48 overkapping een dakconstructie vrijstaand met maximaal één wand dan wel aan maximaal één zijde begrensd door de gevel van een belendend gebouw; 1.49 recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.50 rustende boer een voormalig agrarisch bedrijfshoofd, die zijn bedrijf aan een ander heeft overgedragen, doch die gezien zijn leeftijd en om de aanloopmoeilijkheden voor de ander die het bedrijf heeft overgenomen, mee te overwinnen, nog enige tijd in het bedrijf blijft werken; 1.51 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub al dan niet in combinatie met elkaar; 1.52 statische opslag (binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, die niet bestemd zijn voor handel.
Hieronder worden onder andere verstaan (seizoens)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke; 1.53 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of –verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. Teeltondersteunende voorzieningen worden onderverdeeld in tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, permanente grondgerelateerde teeltondersteunende voorzieningen en permanente niet-grondgerelateerde teeltondersteunende voorzieningen; 1.54 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden onder andere verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten;
10
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
1.55 uitbouw een uitbreiding van het bestaande hoofdgebouw, waarbij geen sprake is van een afzonderlijke ruimte; 1.56 verblijfsrecreatie het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning c.q. hoofdverblijf, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen; 1.57 voldoende parkeergelegenheid Van 'voldoende parkeergelegenheid' voor wat betreft aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen is sprake indien voldaan wordt aan de parkeerkencijfers van het CROW-uitgave 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381). Binnen de gemeente wordt in Geldrop uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk gebied' en in Mierlo van 'weinig stedelijk gebied' en maakt de gemeente gebruik van de bandbreedte (minimum en maximum aantal parkeerplaatsen) afhankelijk van de situatie ter plaatse. Indien deze regeling wordt gewijzigd of herzien of wordt vervangen door gemeentelijk parkeerbeleid, moet rekening worden gehouden met deze wijziging danwel herziening.
1.58 voorgevellijn de denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen; 1.59 water al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltraties)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; 1.60 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen, die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit; 1.61 werk een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.62 wonen Het gehuisvest zijn in een woning. 1.63 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van: a. b.
één afzonderlijk huishouden; of één huishouden én maximaal 2 personen niet zijnde een huishouden.
1.64 woningsplitsing Het wijzigen van een bestaande woning in twee of meer woningen
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
11
1.65 zoutwaterbatterijen Gesloten opslagsystemen voor het opslaan van elektriciteit, gebaseerd op een zoutoplossing als elektrolyt.
12
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
13
14
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
3.2
agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; extensief recreatief medegebruik; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens voor een (zoekgebied voor een) ecologische verbindingszone, alsmede voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Bouwregels
3.2.1 Gebouwen Op de gronden binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Er zijn uitsluitend tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen toegestaan, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m, met uitzondering van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen ten behoeve van fruitteelt waarvoor geen maximale bouwhoogte geldt. 3.2.3 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Verboden gebruik Als verboden gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. b.
de opslag van hooibalen; het gebruik van gronden voor kleinschalig kamperen.
3.3.2 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het gebruik van de gronden ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen is toegestaan. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1 Omgevingsvergunning kleinschaligkamperen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de gebruiksregels voor het realiseren van kleinschalig kamperen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
Het aantal kampeermiddelen per agrarisch bedrijf of woning mag niet meer bedragen dan 15.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
15
b. c. d.
De oppervlakte niet meer mag bedragen dan 0,5 ha. Kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan grenzend aan de bestemming ‘Wonen’. Er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
3.5 omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, of parkeerterreinen, het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m² per perceel;
3.5.2 Uitzonderingen Het in 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud betreffen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.
3.5.3 Toelaatbaarheid De in 3.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a.
b.
c.
16
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden en de uitbreiding van verhard oppervlak plaatsvindt volgens het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen; voor zover de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone', geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone; 2. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de aanwezige watersystemen. Alvorens over het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag hieromtrent schriftelijk advies in bij het waterschap.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
bedrijvigheid, zoals opgenomen in lid 4.1.2; aan-huis-verbonden-beroepen en aan-huis-verbonden-bedrijven; ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', tevens het behoud, de bescherming en/of het herstel van cultuurhistorische waarden van de aanwezige bebouwing; ter plaatse van de aanduiding 'groen' landschappelijke waarde in de vorm van landschappelijke inpassing; één bedrijfswoning; paden en wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen.
4.1.2 Functioneel-ruimtelijke invulling Voor de volgende functies is in totaal een oppervlakte van maximaal 1.500 m2 toegestaan, waarvan per functie maximaal de in onderstaande tabel inpandige oppervlakten voor het gebruik geldt: Functie Statische binnenopslag
Maximale oppervlakte 1.000 m2
Voorzieningen voor het opslaan van hernieuwbare energie Opslag ten behoeve van beheer en onderhoud van agrarische gronden en natuurgronden
1.000 m2 500 m2
4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen a. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de maximale oppervlakte bebouwing mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' aangegeven; c. Het slopen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ is niet toegestaan. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m;
4.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
Binnen elk bouwvlak mag het aantal bedrijfswoningen niet meer bedragen dan één; De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen; indien de bestaande inhoud meer bedraagt dan 750 m3 , geldt de bestaande inhoud als maximale inhoud; De goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 6 m; De bouwhoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 10 m.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
17
e.
In afwijking van het bepaalde in lid c en d geldt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum goot- en bouwhoogte.
4.2.4 Aanbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van aanbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
Bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 200 m². De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m. De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 20 m.
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
De bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. De oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m².
4.2.6 Ondergronds bouwen a. op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. b. de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m. 4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. b. c.
d.
e.
18
Lid 4.2.2 onder b voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte tot maximaal 15 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Lid 4.2.4 onder e voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel. Lid 4.2.5 onder a voor het bouwen van terreinafscheidingen met een bouwhoogte van 3 m, mits deze niet zijn gesitueerd voor de voorgevellijn van de bedrijfswoning en hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet worden aangetast. Lid 4.2.5 voor de bouw van onoverdekte zwembaden waarbij geldt dat: 1. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder mag bedragen dan 5 m; 2. de oppervlakte van het zwembad niet meer mag bedragen dan 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van 150 m². 3. het zwembad uitsluitend achter de achtergevelrooilijn van de woning mag worden gesitueerd; 4. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; 5. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; 6. de bouwhoogte van een zwembad niet meer bedraagt dan 0,5 m; 7. het stedenbouwkundige beeld niet wordt aangetast.
Lid 4.2.6 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Voorwaardelijke verplichting Voor het gebruiken van de in 4.1.1 bedoelde gronden geldt de volgende voorwaardelijke verplichting: a.
b.
De aanleg van de beplanting binnen de aanduiding 'groen', als opgenomen in Bijlage 1, dient binnen 2 jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen (de eerst afgegeven omgevingsvergunning is maatgevend) te zijn aangelegd. De landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden.
4.4.2 Statische opslag Voor statische opslag als bedoeld in lid 4.1 onder b gelden de volgende bepalingen: a.
Statische opslag is uitsluitend toegestaand binnen de bedrijfsbebouwing;
4.4.3 Energieopslag Voor het opslaan van hernieuwbare energie als bedoeld in lid 4.1 onder c gelden de volgende bepalingen: a. b.
De voorzieningen voor het opslaan en leveren van duurzaam opgewekte elektriciteit dienen binnen bedrijfsbebouwing te worden gerealiseerd; Elektriciteitsopslag is enkel toegestaan in de vorm van zoutwaterbatterijen;
4.4.4 Aan-huis-verbonden-beroepen en -bedrijven Binnen de bestemming 'Bedrijf' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden-bedrijven toegestaan, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a.
b.
c. d. e. f.
aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden-bedrijven zijn uitsluitend toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de omvang niet meer mag bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bij de bedrijfswoning behorende bebouwing, tot een maximum van 50 m2; in aanvulling op het bepaalde onder a is gebruik van bedrijfsbebouwing voor stalling en opslag ten behoeve van het aan-huis-verbonden-beroep of aan-huis-verbonden-bedrijf als bedoeld in 4.1.2 toegestaan; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; de activiteit mag geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat als gevolg hebben; de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning; detailhandel is niet toegestaan.
4.4.5 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
voor bewoning, voor open opslag; voor detailhandel; voor tuincentra; voor dienstverlening; voor zelfstandige kantoren; voor verblijfsrecreatie; als verkooppunt voor motorbrandstoffen of andere explosiegevaarlijke stoffen, geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
19
j. 4.5
risicovolle inrichtingen. Afwijking van de gebruiksregels
4.5.1 Andere methoden voor energie-opslag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder 4.4.3 onder b voor het andere technieken van energie-opslag dan zoutwaterbatterijen, mits: a. b.
20
sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (onder meer met betrekking tot externe veiligheid), dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
Artikel 5
Wonen
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. 5.2
wonen; aan huis verbonden beroepen; hobbymatig houden van dieren; ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', tevens het behoud, de bescherming en/of het herstel van cultuurhistorische waarden van de aanwezige bebouwing; ter plaatse van de aanduiding 'groen' landschappelijke waarde in de vorm van landschappelijke inpassing; paden en wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen. Bouwregels
5.2.1 Algemeen a. Nieuwbouw van woningen is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw. b. Bij vervangende nieuwbouw mogen de woningen uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen of bestaande locatie en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; c. Het slopen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ is niet toegestaan. 5.2.2 Woningen (hoofdgebouwen) Voor het bouwen van woningen (hoofdgebouwen) gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 650 m3 ; indien de bestaande inhoud meer bedraagt dan 650 m3 , geldt de bestaande inhoud als maximale inhoud. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. In afwijking van het bepaalde in lid b en c geldt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum goot- en bouwhoogte.
5.2.3 Uitbouwen Voor het bouwen van een uitbouw van de woning gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
Uitbouwen van de woning dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd of op de fundamenten van een bestaande uitbouw die vervangen wordt. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 m. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m. Het bepaalde in artikel 5.2.2 onder a is van overeenkomstige toepassing voor het bouwen van een uitbouw van de woning met dien verstande dat de inhoudsmaat van de uitbouw bij de in dat onderdeel genoemde maximale inhoudsmaat van de woning wordt betrokken.
5.2.4 Aanbouwen en bijgebouwen bij woningen Voor het bouwen van aanbouwen en/of bijgebouwen bij woningen gelden de volgende bepalingen: a.
aanbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd of op de fundamenten van een bestaande aanbouw of een bestaand bijgebouw dat vervangen wordt.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
21
b. c.
d. e.
de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 80 m². in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen meer dan 80 m2 bedragen, mits de maximale oppervlakte aan bebouwing niet meer bedraagt dan ter plaatse van die aanduiding aangegeven; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m.
5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
De bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m. De oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 25 m². De oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m². Voor het bouwen van onoverdekte zwembaden gelden de volgende bepalingen: 1. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 m. 2. de oppervlakte van het zwembad mag niet meer bedragen dan 150 m². 3. het zwembad mag uitsluitend achter de achtergevelrooilijn van de woning worden gesitueerd. 4. de bouwhoogte van een zwembad mag niet meer bedragen dan 0,5 m.
5.2.6 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
b. 5.3
Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. De verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m. Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2.4 onder f voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20 m van het hoofdgebouw indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel. 5.3.2 Ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2.6 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Voorwaardelijke verplichting Voor het gebruiken van de in 5.1 bedoelde gronden geldt de volgende voorwaardelijke verplichting: a.
b.
22
De aanleg van de beplanting binnen de aanduiding 'groen', als opgenomen in Bijlage 1, dient binnen 2 jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen (de eerst afgegeven omgevingsvergunning is maatgevend) te zijn aangelegd. De landschappelijke inpassing dient vervolgens in stand te worden gehouden.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
5.4.2 woningsplitsingen anderszons toevoegen van woningen Woningsplitsing is niet toegestaan. 5.4.3 Aan huis verbonden beroep Voor het uitoefenen van aan-huis-verbonden beroepen gelden de volgende bepalingen: a.
b. c. d. 5.5
Aan-huis-verbonden beroepen zijn uitsluitend toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie. Dit houdt in dat de omvang niet meer mag bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 50 m². Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. De activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner. Detailhandel is niet toegestaan. Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Kamergewijze verhuur Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 onder a en kamergewijze verhuur aan méér dan 2 personen toestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.
het huishouden van de verhuurder blijft ter plaatse woonachtig, danwel verzekerd is dat een beheerder al dan niet op afstand toezicht houdt op de woonsituatie; de in de woningen beschikbare gebruiksoppervlakte dient minimaal 12 m² per persoon te zijn; er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van het verkeer; aangetoond is dat er voldoende parkeergelegenheid, als bedoeld in lid 1.57, op eigen terrein is, dan wel dat het gebruik niet leidt of kan leiden tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; aangetoond is dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat; in een straat wordt slechts aan één kant tussen twee zijstraten èn binnen een straal van 50 meter voor niet meer dan één pand een omgevingsvergunning verleend voor kamergewijze verhuur; tussen twee panden met kamergewijze verhuur moeten minstens twee woningen of panden met een andere functie aanwezig zijn.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
23
Artikel 6
Leiding - Hoogspanningsverbinding 1
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de bovengrondse hoogspanningsverbinding ter plaatse van de aanduiding ‘hoogspanning’;
6.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd: a. b.
bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 3 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de leidingen; hoogspanningsmasten tot een maximale bouwhoogte van 60 m ten behoeve van bovengrondse hoogspanningsleidingen.
6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 6.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.
Het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de energievoorziening dient te zijn gewaarborgd. Het bevoegd gezag dient schriftelijk advies in te winnen bij de betreffende leidingbeheerder.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f. g. h.
het aanbrengen van hoogopgaande of diepwortelende beplanting; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van gesloten verhardingen; het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; het aanleggen van waterlopen of het vergraven verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten wegwijzers en ander straatmeubilair.
6.4.2 Uitzonderingen Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
24
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
6.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding, zijn gewaarborgd. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
25
Artikel 7
Leiding - Hoogspanningsverbinding 2
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de bovengrondse hoogspanningsverbinding ter plaatse van de aanduiding ‘hoogspanning’;
7.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd: a. b.
bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 3 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de leidingen; hoogspanningsmasten tot een maximale bouwhoogte van 45 m ten behoeve van bovengrondse hoogspanningsleidingen.
7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 7.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.
Het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de energievoorziening dient te zijn gewaarborgd. Het bevoegd gezag dient schriftelijk advies in te winnen bij de betreffende leidingbeheerder.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f. g. h.
het aanbrengen van hoogopgaande of diepwortelende beplanting; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van gesloten verhardingen; het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; het aanleggen van waterlopen of het vergraven verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten wegwijzers en ander straatmeubilair.
7.4.2 Uitzonderingen Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
26
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
7.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding, zijn gewaarborgd. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
27
Artikel 8
Waarde - Archeologie 1
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 8.2 Bouwregels Het is niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a.
b.
c.
d. e.
de verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, met uitzondering van het bepaalde onder b; op gronden gelegen binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch - Bouwvlak’, ‘Agrarisch met waarden – 1’, ‘Agrarisch met waarden -2’, ‘Agrarisch met waarden – 3’ en ‘Agrarisch met waarden – 4’ geldt dat, in afwijking van het bepaalde onder a, de onder a genoemde activiteiten niet mogen worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld; in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat op gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalige kasteelterrein’, de onder a genoemde activiteiten niet mogen worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld; de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van niet meer dan 100 m²; bouwwerken ten dienste van de in deze bestemming genoemde functies en ten dienste van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, voor zover de oppervlakte niet meer dan 100 m² bedraagt.
8.3 Afwijking van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. b. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld sub a wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen.
28
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Werken en werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 100 m² of meer: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage, met uitzondering van het bepaalde onder 2; 2. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden op gronden gelegen binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch - Bouwvlak’, ‘Agrarisch met waarden – 1’, ‘Agrarisch met waarden -2’, ‘Agrarisch met waarden – 3’ en ‘Agrarisch met waarden – 4’, dieper dan 0,5 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage, 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden op gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalige kasteelterrein’, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; 5. het ophogen en egaliseren van gronden; 6. het verlagen van het waterpeil; 7.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 8. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; 9. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 10. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; 11. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,3 m dan maaiveld. b. De in sub a genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden over een oppervlakte van minder dan 100 m² geldt niet indien voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels of voor het aanleggen is verleend voor aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 m van het onderhavige terrein.
8.4.2 Uitzonderingen Het in lid 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c.
a in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; b reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c het normale onderhoud en/of gebruik betreffen.
8.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 8.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: a.
indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
29
b.
c.
d.
30
onevenredig worden of kunnen worden verkleind; indien door vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3. de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad; indien het niet mogelijk is de middels archeologisch onderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning de voorwaarde verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden of dat een archeologische begeleiding zal plaatsvinden. nadat het bevoegd gezag advies heeft ingewonnen bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
Artikel 9
Waarde - Archeologie 3
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ (Waarde – Archeologie hoog, esdek) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 9.2 Bouwregels Het is niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: e.
f. g.
de verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld; de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van niet meer dan 500 m²; bouwwerken ten dienste van de in deze bestemming genoemde functies en ten dienste van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld, voor zover de oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt.
9.3 Afwijking van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 29.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. b. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld sub a wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen. 9.4
Omgevingsvergunning voor het aanleggen
9.4.1 Werken en werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 500 m² of meer: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,5 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; 3. het ophogen en egaliseren van gronden; 4. het verlagen van het waterpeil;
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
31
5. 6. 7.
b.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 8. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; 9. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,5 m dan maaiveld. De in sub a genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden over een oppervlakte van minder dan 500 m² geldt niet indien voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels of voor het aanleggen is verleend voor aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 m van het onderhavige terrein.
9.4.2 Uitzonderingen Het in lid 9.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c.
in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; het normale onderhoud en/of gebruik betreffen.
9.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 9.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: a.
b.
c.
d.
32
indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; indien door vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3. de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad. indien het niet mogelijk is de middels archeologisch onderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning de voorwaarde verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden of dat een archeologische begeleiding zal plaatsvinden; nadat het bevoegd gezag advies heeft ingewonnen bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.
bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo
Artikel 10
Waarde - Archeologie 5
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ (Waarde – Archeologie middelhoog, esdek) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 10.2 Bouwregels Het is niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a.
b. c.
de verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld; de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m²; bouwwerken ten dienste van de in deze bestemming genoemde functies en ten dienste van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld, voor zover de oppervlakte niet meer dan 2.500 m² bedraagt.
10.3 Afwijking van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 10.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. b. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld sub a wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen.