CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 1.1 Bijlagen toelichting

Commissie Ruimte 4 maart 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Genoenhuizerweg 622.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omdat het gewogen gehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde, kan worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Deellocatie C: puinverharding ten noorden van de loods + strook richting Hoog Geldrop Zintuiglijk is in het uitkomende puin (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie (0,5 – 20 mm) een kleine hoeveelheid asbest aangetoond. Het asbest betreft niet hechtgebonden vezelbundels en hechtgebonden asbestcement. Met de optische lichtmicroscoop zijn in de fractie < 0,5 mm zes asbestverdachte vezels (chrysotiel) waargenomen. Omdat het gewogen gehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde, kan worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Wel wordt geadviseerd om een SEM-analyse uit te voeren indien (graaf)werkzaamheden ter plaatse van deze verharding plaatsvinden om eventuele risico’s te kunnen uitsluiten. Deellocatie D: boring B20, puinhoudende grond Zintuiglijk is in de uitkomende grond (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie (0,5 – 20 mm) geen asbest aangetoond. Aangezien zowel zintuiglijk en analytisch geen asbest is aangetoond, kan worden geconcludeerd dat de bodem niet verontreinigd is met asbest.

Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht Resumé De resultaten van het bodemonderzoek vormen geen belemmering voor het voorgenomen gebruik en de voorgenomen aankoop van de locatie. Om te bepalen of sprake is van een met asbest verontreinigde puinlaag onder de oprit, wordt geadviseerd om een nader asbestonderzoek uit te voeren. Verder wordt geadviseerd om een SEManalyse uit te voeren indien (graaf)werkzaamheden ter plaatse van de puinverharding ten noorden en noordoosten van de loods worden uitgevoerd, om eventuele risico’s te kunnen uitsluiten.

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.

Inleiding

1

2.

Vooronderzoek

2

2.1

Locatiegegevens

3

2.2

Eerder uitgevoerd onderzoek

4

2.3

Bodemopbouw

6

2.4

Terreinverkenning

7

2.5

Conclusies vooronderzoek

7

3.

Verkennend bodemonderzoek

8

3.1

Onderzoeksstrategie

8

3.2

Kwalibo

9

3.3

Plaatsen boringen en peilbuizen

9

3.4

Bemonstering grondwater

10

3.5

Analyses

11

3.6

Analyseresultaten

12

3.6.1 Toetsingskader

12

3.7

Grond

14

3.8

Grondwater

15

4.

Verkennend asbestonderzoek

16

4.1

Onderzoeksstrategie

16

4.2

Uitvoering

17

4.2.1 Kwalibo

17

4.3

Maaiveldinspectie

17

4.4

Inspectiegaten en boorwerk

17

4.5

Analyses

19

4.6

Analyseresultaten

19

4.6.1 Toetsingskader

19

4.6.2 Analyseresultaten

20

5.

22

Conclusie en aanbevelingen

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.

regionale ligging en kadastrale gegevens

2

2.

situatietekening

2

3.

profielbeschrijvingen

9

4.

analyseresultaten asbest

13

5.

analyseresultaten overige parameters grond

29

6.

analyseresultaten grondwater

7

7.

omrekeningstabellen

4

8.

toetsingstabellen grond

8

9.

toetsingstabellen grondwater

2

10.

foto’s onderzoekslocatie

2

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

1. Inleiding In opdracht van de gemeente Geldrop-Mierlo heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Genoenhuizerweg 6 te Geldrop. Aanleiding voor het onderzoek is de aankoop van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging. Naar aanleiding van het aantreffen van een puinverharding en puinbijmengingen in de bodem op een gedeelte van de locatie is tevens een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Doel van het verkennend onderzoek is het bepalen of de verdenking op een bodemverontreiniging met asbest terecht is en het doen van een uitspraak over het indicatieve asbestgehalte in de grond en in het puin. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.

pagina 1 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type

“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek

categorie

bron

geraadpleegd datum

contactpersoon

28-10-2019

n.v.t.

13-11-2019

Dhr. J. van der Zanden

internet kadastrale gegevens

kadastralekaart.com

actuele terreinsituatie

google maps

historische gegevens

topotijdreis

archieven gemeente Geldrop-Mierlo bodeminformatie historische gegevens

bodeminformatiesysteem bouwvergunningen tankenbestand Hinderwet-/milieuarchief/Wabo

overig terreinverkenning

bewoner Genoenhuizerweg 6

15-11-2019, 26-11-2019

Dhr. de Greef

opdrachtgever

26-11-2019

Dhr. J. van der Zanden

Tritium Advies

15-11-2019, 26-11-2019

Dhr. J. Mathijssen, R. van der Steen en T. Buijs

De terreinverkenning is voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd. De resultaten van de terreinverkenning zijn weergegeven in hoofdstuk 4.

pagina 2 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

2.1 Locatiegegevens Een overzicht van de locatiegegevens is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat

Genoenhuizerweg

huisnummer

6

plaats

Geldrop

kadastraal gemeente

Geldrop

sectie

K

nummer

1686 (afgesplitst van voormalig perceel Geldrop K 991)

locatie bebouwd circa 450 m2

oppervlak

totaal: 8.825 m²

huidig gebruik (geheel perceel)

braakliggend (grasland) met loods en een kas. Vanaf de Genoenhuizerweg loopt een oprit, vermoedelijk verhard met menggranulaat, naar de loods en de kas (totaal circa 1.500 m²). Het gedeelte rondom het woonhuis (perceel K 1687) blijft eigendom van de bewoner en maakt derhalve geen onderdeel uit van het onderzoek.

voormalig gebruik

Tot circa 2012 was de onderzoeklocatie in gebruik als hoveniersbedrijf. Op nagenoeg het gehele terrein, vermoedelijk ook in de kas (gebouwd in 1996) en in de loods (gebouwd in 1990), vond bomen- en plantenteelt plaats.

toekomstig gebruik

onbekend, vermoedelijk wonen met tuin. De aanwezige kas en de loods zullen in de nabije toekomst worden gesloopt. Tegelijkertijd met de uitvoering van het onderhavige bodemonderzoek wordt door Tritium Advies een asbestinventarisatie in de gebouwen uitgevoerd.

dempingen, ophogingen,

geen bekend, de oprit is vermoedelijk verhard met puingranulaat

bijmengingen met puin bodembedreigende activiteiten

mogelijk is ten behoeve van de bomen- en plantenteelt gebruik gemaakt van

en calamiteiten

bestrijdingsmiddelen (voor volledig overzicht zie tabel 2.3.)

PFAS

Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 mmv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.

kabels en leidingen

Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is door Tritium Advies een KLIC-melding uitgevoerd.

terreinsituatie bebouwing

kas en loods

maaiveld

braak, de oprit en het gedeelte rondom de loods en de kas is vermoedelijk verhard met menggranulaat

verhardingen

bebouwing:

installaties

geen bekend

tegels

omgeving gebruik belendende percelen

wonen met tuin, openbare weg, volkstuinen en agrarisch

De topografische ligging en de kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 10. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 2.1.

pagina 3 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie

Tabel 2.3: bedrijfsactiviteiten locatie en directe omgeving locatie

activiteit

beginjaar

eindjaar

Genoenhuizerweg 6

boomkwekerij

onbekend

2012

bron Gemeente Geldrop-Mierlo

bouw en ingebruikname loods voor opslag

1990

2012

werktuigen en bestrijdingsmiddelenkast in de zuidoostelijke hoek van de loods. bouw en ingebruikname kas

1996

2012

Hoog Geldrop 107

brandstoffenhandel met 3 ondergrondse

onbekend

1992

(direct oostelijk grenzend

opslagtanks (15.000 l. diesel, 10.000 en

aan locatie)

20.000 l. petroleum) onbekend

nog aanwezig

autobedrijf

2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de omgeving zijn eerder de in de navolgende tabel vermelde bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover relevant voor het onderzoek zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages.

pagina 4 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Tabel 2.4: eerder uitgevoerd onderzoek nr.

titel

locatie

opgesteld door

kenmerk

datum

“terrein Genoenhuizerweg”

Milieudienst

8.1.07.0016

mei 1990

Genoenhuizerweg

Tritium Advies B.V.

RP1910302A

18-11-2019

Genoenhuizerweg wegtracé

Mos Grondmechanica

507298

16-4-1998

MDRE

78371

sept. 1998

In Bodem

niet bekend

1992 en 1994

onderzoekslocatie 1.

onderzoek naar bodemverontreiniging

2.

asbestinventarisatie

directe omgeving 3.

sonderingsonderzoek

4.

bodemonderzoek

5.

oriënterend onderzoeken

6.

brief BSB-zuid

BSB Zuid

HK/SW/K97225/K

4-4-1997

7.

grondwateronderzoek

Tritium Advies B.V.

0610/044/HL

15-10-2007

8.

verkennend onderzoek

Inpijn-Blokpoel

MB-7277

15-7-2008

Hoog Geldrop 107

Hoog Geldrop 117

Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende. Ad 1 Bij dit onderzoek is de onderhavige onderzoekslocatie onderzocht naar aanleiding van de mogelijke woningbouw op het terrein. Doel van het onderzoek was een indicatie verkrijgen van de bodemkwaliteit op de locatie. Op de onderzoekslocatie (circa 1 hectare) werden 6 boringen geplaatst. Zintuiglijk werden geen bodemvreemde materialen waargenomen. De grond bleek licht verontreinigd te zijn met PAK. Voor EOX werd geen verhoogde waarde aangetoond in de grond. Het grondwater bleek niet verontreinigd te zijn. Geconcludeerd werd dat er geen belemmeringen waren voor de mogelijke woningbouw in de toekomst. Ad 2 Ten behoeve van de voorgenomen sloop van de loods en de kas op de locatie, is een asbestinventarisatie van de gebouwen uitgevoerd. In de kas werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De loods bleek te zijn voorzien van een asbesthoudend dak. De dakbedekking bleek te bestaan uit golfplaten met 10-15% hechtgebonden chrysotiel. De afwatering van het dak vindt direct op de onverharde bodem plaats (geen regenwaterafvoer). Ad 3 en 4 De betreffende onderzoeken zijn uitgevoerd ter plaatse van de Genoenhuizerweg, welke direct ten zuiden van de onderhavige onderzoekslocatie is gelegen. Aanleiding was de voorgenomen reconstructie van de openbare weg. In april 1998 zijn drie sonderingen uitgevoerd.

Hierbij werd puin in de bodem onder de openbare weg aangetroffen. In september 1998 is vervolgens een bodemonderzoek uitgevoerd omdat men voornemens was om bij de reconstructiewerkzaamheden grond van de locatie af te voeren. Doel van het onderzoek was bepalen of de grond elders kon worden hergebruikt. Onder de asfaltverharding werd puin in de bodem aangetroffen. De naastgelegen bermengrond bleek kooldeeltjes te bevatten. De onderzochte grond bleek licht verontreinigd te zijn met PAK en minerale olie. Tevens bleek een verhoogde waarde aan EOX aanwezig te zijn in de grond. De grond bleek hergebruikt te kunnen worden als “categorie 1 grond”. Ad 5 t/m 7 De betreffende onderzoeken zijn uitgevoerd ter plaatse van Hoog Geldrop 107, direct oostelijk grenzend aan de onderhavig onderzoekslocatie. De brandstoffenhandel en de tanks (tabel 2.3) waren ten tijde van het onderzoek reeds ontmanteld. Op het terrein werden 7 boringen geplaatst

pagina 5 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

tot de grondwaterstand. Tevens werd het grondwater onderzocht. Bij de plaatsing van de boringen werd een brandstofgeur waargenomen. In de grond werd een gehalte aan minerale olie gemeten tussen de destijds geldende A- en B-waarde. Het grondwater bleek plaatselijk sterk verontreinigd te zijn met minerale olie. Geadviseerd werd om een nader grondwateronderzoek uit te voeren. In 1997 is het grondwater opnieuw bemonsterd [6]. Het grondwater bleek licht tot sterk verontreinigd te zijn met minerale olie en vluchtige aromaten. In opdracht van Garage Aarts zijn de bestaande peilbuizen in 2007 nogmaals bemonsterd [7]. Uit de resultaten bleek dat slechts in een van de peilbuizen nog een lichte verontreiniging met minerale olie, benzeen, xylenen en naftaleen aanwezig was. Het grondwater uit de overige peilbuizen bleek niet verontreinigd te zijn met minerale olie of vluchtige aromaten. Geconcludeerd werd dat de concentraties aan minerale olie en vluchtige aromaten in de meeste gevallen waren afgenomen ten opzichte van de voorgaande onderzoeken. Ad 8 Het onderzoek is uitgevoerd ten noordoosten van de onderhavige onderzoekslocatie naar aanleiding van de nieuwbouw van een woonhuis. Zintuiglijk werden zwakke tot matige bijmengingen met baksteen in de bodem waargenomen. De onderzochte grond bleek licht verontreinigd te zijn met zink en PAK.

Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met zink. Geconcludeerd werd dat er geen belemmeringen waren voor de nieuwbouw.

2.3 Bodemopbouw Tabel 2.5: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte

19 m+NAP

deklaag

dikte

10 m

samenstelling

overwegend fijn zand, afgewisseld met leemlagen

doorlatendheid

matig

1e watervoerende pakket

dikte

50 m

samenstelling

grof grindhoudend zand

doorlatendheid

goed

geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket

stijghoogte

17 m+NAP

stromingsrichting

noordwestelijk

stijghoogte

onbekend

stromingsrichting

noordwestelijk

waterhuishouding oppervlaktewater

niet aanwezig

grondwaterbeschermingsbied

De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

grondwateronttrekking

Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.

boringvrije zone

De onderzoekslocatie is niet gelegen in een boringsvrije zone.

pagina 6 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

2.4

Terreinverkenning

Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Tevens is gesproken met de bewoner van Genoenhuizerweg 6. Uit informatie van de bewoner blijkt dat in het verleden een schuurtje op het terrein is gesloopt. Het volledige bouwwerk is vervolgens in de oprit verdwenen en afgedekt met menggranulaat. Het maaiveld ten noorden van de loods en de strook richting de Hoog Geldrop is in het verleden verhard met puin “van elders” om het te drassige land mee te verharden. De samenstelling en herkomst van het materiaal is niet bekend. Uit de terreinverkenning blijkt dat de verharding bestaat uit puin, asfalt, beton dat gedeeltelijk vermengd is geraakt met grond. In overleg met de opdrachtgever is besloten om in een later stadium (fase 2) een verkennend asbestonderzoek uit te voeren. Dit verkennend asbestonderzoek is weergegeven in hoofdstuk 4.

2.5 Conclusies vooronderzoek Uit het vooronderzoek blijkt het volgende. Op basis van de beschikbare gegevens kunnen de in de navolgende tabel weergegeven deellocaties worden onderscheiden. Tabel 2.5: deellocaties deel-

omschrijving

afmeting

hypothese

motivatie

locatie A

stoffen oprit en gebied rondom en

2

1.500 m

verdacht

in de loods en de kas B

verdachte

overige terrein

bedrijfsactiviteiten, gebruik

NEN-pakket, OCB

bestrijdingsmiddelen 7.325 m2

verdacht

bedrijfsactiviteiten, gebruik

NEN-pakket, OCB

bestrijdingsmiddelen Verklaring bij de tabel: OCB

:

organochloorbestrijdingsmiddelen.

Voor het vaststellen van de bodemkwaliteit (NEN-pakket) op het overige terrein wordt de strategie “onverdacht” gehanteerd, omdat dit een voldoende beeld geeft van de bodemkwaliteit ter plaatse. In eerste instantie wordt het grondwater niet op OCB onderzocht. PFAS De bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland zijn verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen). Deze verbindingen zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stoffen zijn door mensen gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële processen en in vele producten. Ze worden gebruikt in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Aangenomen kan worden dat verontreinigingen met PFAS welke veroorzaakt zijn door diffuse verspreiding over het algemeen geen risico’s met zich mee brengen (uitgaande van de risicogrenzen zoals opgenomen in de rapportage ‘risicogrenzen PFOA voor grond en grondwater’ met kenmerk 2018-0060 van het RIVM). Voor hergebruik van grond zijn in het geactualiseerde ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (d.d. 29 november 2019) striktere regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek nodig is.

Derhalve is onderzoek naar PFAS in de bodem meegenomen in het onderhavig onderzoek.

pagina 7 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

3. Verkennend bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (april 2016). De te volgen strategie is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek (fase 1) strategie 1)

boorwerk

asfalt- of

(diepte in m-mv)

betonboringen

boringen

peilbuizen

(diameter)

analyses2) grond

grondwater

3 x NEN-g

1 x NEN-gw

deellocatie A: oprit en gebied rondom de loods en de kas (1.500 m²) VED-HE-NL / VEP4)

10 x (0,5)

1

-

3 x OCB3)

2 x (2,0) deellocatie B: overig terrein (7.325 m²) ONV-NL

13 x (0,5)

25)

-

5 x NEN-g

2 x NEN-gw

4 x OCB3)

4 x (2,0) gehele locatie (8.825 m²) VED-HO-NL

comb. deellocatie

-6)

-

A en B

-6)

2 x PFAS (30), humus

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: ONV-NL

:

VED-HE-NL

:

onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie, niet lijnvormig; onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig;

VEP

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern;

VED-HO-NL

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig.

2)

verklaring analyses: NEN-g

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);

NEN-gw

:

pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);

OCB

:

PFAS (30)

:

organochloorbestrijdingsmiddelen; uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van het Tijdelijk handelingskader.

3)

conform de strategie VED-HE-NL worden 3, respectievelijk 4 grondanalyses op OCB uitgevoerd op de verdachte bovengrond tot 0,25 m-mv.

4)

De peilbuis wordt nabij de voormalige bestrjjdingsmiddelenkast in de loods geplaatst en de verdachte bodemlaag wordt separaat geanalyseerd op OCB.

5)

Een van de peilbuizen wordt in de buurt van de perceelsgrens met Hoog Geldrop 107 geplaats (verdachte locatie).

6)

In afwijking op de strategie VED-HO-NL wordt het grondwater niet op PFAS onderzocht.

pagina 8 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

3.2

Kwalibo

De coördinatie en planning van het veldwerk heeft plaatsgevonden vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies te Nuenen. De boringen zijn geplaatst conform protocol 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De peilbuizen zijn bemonsterd conform protocol 2002 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de navolgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 3.2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering boornummers/peilbuisnummer

boorwerkzaamheden (protocol 2001) Joris Mathijssen, Rik van de Steen

15-11-2019

A01 t/m A13, B01 t/m B20

monstername grondwater (protocol 2002) Joris Mathijssen, Rik van de Steen

26-11-2019

A01, B01, B02

Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.

3.3

Plaatsen boringen en peilbuizen

De locaties van de boringen zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens het plaatsen van de boringen en peilbuizen deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 3.3: waarnemingen en bijzonderheden boring

traject

waarnemingen en bijzonderheden

(m-mv)

einddiepte (m-mv)

deellocatie A: oprit en gebied rondom de loods en de kas A02

0,15 - 0,65

sporen baksteen

2,00

A04

0,15 - 0,60

volledig puin

1,10

A10

0,00 - 0,15

sporen baksteen

0,15 - 0,30

sporen baksteen

0,00 - 0,20

sporen baksteen

0,20 - 0,50

sporen baksteen

A11

0,50

0,50

deellocatie B: overig terrein B03

0,00 - 0,30

uiterst puinhoudend, zwak asfalthoudend

0,30 - 1,00

sporen baksteen

1,50

B19

0,00 - 0,50

volledig puin

2,00

B20

0,00 - 0,50

sporen puin en sporen kolengruis

1,00

pagina 9 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Vanwege de resultaten van de terreinverkenning, de resultaten van de asbestinventarisatie in de gebouwen en de zintuiglijke waarnemingen, is op een gedeelte van de locatie een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd (fase 2). De resultaten van het verkennend asbestonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4.

3.4

Bemonstering grondwater

Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tabel 3.4: peilbuisspecificaties peilbuis

datum

filtertraject

grondwaterstand

pH

Ec

troebelheid

bemonstering

(m-mv)

(m-mv)

(-)

(µS/cm)

(ntu)

deellocatie A: oprit en gebied rondom de loods en de kas A01

26-11-2019

2,20 - 3,20

1,50

6,9

137

103

deellocatie B: overig terrein B01

26-11-2019

2,20 - 3,20

1,55

5,7

577

209

B02

26-11-2019

2,20 - 3,20

1,30

6,1

98

184

Tijdens de bemonstering van het grondwater hebben zich de volgende afwijkingen op de NEN5744 voorgedaan: 

de troebelheid van het grondwater in alle peilbuizen is groter dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen;

peilbuis A01 is belucht bemonsterd. Dit kon niet anders omdat het filter van deze peilbuis in een slecht doorlatende laag staat (matig siltig zand). Hierdoor kunnen concentraties van vluchtige verbindingen lager uitvallen. Concentraties zware metalen kunnen juist hoger uitvallen.

Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt met de afwijkingen rekening gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt verderop in dit hoofdstuk besproken.

pagina 10 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

3.5

Analyses

De grond- en grondwatermonsters zijn volgens de navolgende tabellen geanalyseerd. Tabel 3.5: geanalyseerde monsters (grond) monster-

traject

code

(m-mv)

boringen

analyses 1)

toelichting

deellocatie A: oprit en gebied rondom de loods en de kas A01-2

0,10 - 0,60

A01

OCB

verdachte bodemlaag nabij vml. bestrijdingsmiddelenkast

A06-1

0,00 - 0,15

A06

OCB

verdachte bodemlaag

A09-1

0,00 - 0,20

A09

OCB

verdachte bodemlaag

MMA01

0,00 - 0,65

A02, A10, A11

NEN-g

grond met sporen baksteen

MMA02

0,00 - 0,50

A03, A05, A06, A07

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

MMA03

0,05 - 0,50

A08, A09, A12, A13

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

verdachte bodemlaag

deellocatie B: overig terrein B20-1

0,00 - 0,25

B20

OCB

MMB01

0,00 - 0,25

B01, B05, B12, B13

OCB

verdachte bodemlaag

MMB02

0,00 - 0,25

B02, B08, B09, B10

OCB

verdachte bodemlaag

MMB03

0,00 - 0,25

B15, B16, B17, B18

OCB

verdachte bodemlaag

B03-1

0,00 - 0,30

B03

NEN-g

uiterst puinhoudend, zwak asfalthoudend 2)

PAK, m.o.

B03-2

0,30 - 0,80

B03

MMB04

0,00 - 0,50

B01, B04, B05, B06,

MMB05

0,00 - 0,50

sporen baksteen, verificatie kwaliteit bodemlaag 2)

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

B07, B12, B13 B02, B08, B09, B11, B14, B17 MMB06

0,00 - 0,50

B20

NEN-g

grond met sporen puin en sporen kolengruis

MMB07

0,60 - 1,20

B01, B06, B19

NEN-g

zintuiglijk schone ondergrond

MMB08

0,50 - 1,10

B02, B11, B17

NEN-g

zintuiglijk schone ondergrond

gehele terrein MMPFAS01

0,00 - 0,50

A03, A09, A11

PFAS (30),

verdachte bodemlaag

lutum en humus MMPFAS02

0,00 - 0,25

B01, B08, B12, B17

PFAS (30),

verdachte bodemlaag

lutum en humus Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: NEN-g

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);

NEN-gw

:

pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);

m.o.

:

PAK

:

minerale olie; polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

PFAS (30)

:

uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van het Tijdelijk handelingskader;

2)

Tijdens de uitvoering van het verkennend asbestonderzoek (een week later) is beoordeeld dat de laag B03-1 geen uiterst puinhoudende grond betreft, maar een volledige puinlaag vermengd met asfalt. Om deze reden en op basis van de analyseresultaten van analysemonster B03-1, is de laag B03-2 (grond met sporen baksteen) alsnog geanalyseerd.

pagina 11 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Tabel 3.6: geanalyseerde monsters (grondwater) monster-

peilbuis-

filtertraject

code

nummer

(m-mv)

analyses 1)

motivatie

deellocatie A: oprit en gebied rondom de loods en de kas A01-1-1

A01

2,20 - 3,20

NEN-gw

onderzoek grondwater

deellocatie B: overig terrein B01-1-1

B01

2,20 - 3,20

NEN-gw

onderzoek grondwater

B02-1-1

B02

2,20 - 3,20

NEN-gw

onderzoek grondwater

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: NEN-gw

:

pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).

3.6 Analyseresultaten 3.6.1 Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). Bij onderhavig onderzoek zijn van de grondmonsters het organische stof- en lutumgehalte analytisch bepaald en weergegeven op het analysecertificaat. Met behulp van de bodemtypecorrectieformules uit de Regeling bodemkwaliteit zijn de meetwaarden van de grond omgerekend naar waarden voor standaardbodem (met een lutum percentage van 25 % en een organische stof percentage van 10 %). Voor de grond en het grondwater worden respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde beschouwd als het niveau waaronder sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarde betreft het niveau waarboven voor zowel de grond als het grondwater sprake kan zijn van risico's voor het milieu en de volksgezondheid. Een sanering van de bodem kan dan noodzakelijk zijn. Normaliter wordt als criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek de tussenwaarde gehanteerd. De tussenwaarde voor grond betreft het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde en voor het grondwater het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde.

Opgemerkt wordt dat de tussenwaarde geen formele status heeft. De aanduiding van de mate van verontreiniging in het rapport is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 3.7: aanduiding mate van verontreiniging aanduiding in rapport

betekenis voor grond

-

=

niet verontreinigd

De toetsingswaarden worden niet overschreden.

betekenis voor grondwater

>AW of >S

=

licht verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de

achtergrond- en tussenwaarde.

streef- en tussenwaarde.

>T

=

matig verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussen- en interventiewaarde.

>I

=

sterk verontreinigd

Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde.

pagina 12 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Om een indicatie te verkrijgen van de hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als landbodem, zijn de analyseresultaten van de grondmonsters aanvullend vergeleken met de tabellen 1 en 2 in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen). De aanduiding van de milieuhygiënische classificering is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.8: aanduiding bodemkwaliteitsklasse aanduiding in rapport

betekenis

achtergrondwaarde (AW)

Grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.

wonen (Wo)

Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".

industrie (Ind)

Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".

niet-toepasbaar (NT)

Grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

PFAS (toetsingskader Tijdelijk handelingskader) De resultaten zijn getoetst aan de normen uit het geactualiseerde ‘Tijdelijke Handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van 29 november 2019. In de volgende tabel is een overzicht weergegeven van de toetsingscriteria voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven het grondwaterniveau. Voor toepassingen in een grondwaterbeschermingsgebied, onder de grondwaterstand en in oppervlaktewater gelden andere normen. Voor deze normstellingen wordt verwezen naar het tijdelijk handelingskader. Voor een groot aantal toepassingslocaties is een lokaal bodembeleid opgesteld. Bij het toepassen van de partij dient hiermee rekening te worden gehouden. In de onderhavige rapportage is uitsluitend getoetst aan het generieke kader en het Tijdelijk Handelingskader PFAS. Opgemerkt wordt dat de toepassingsmogelijkheden mede afhankelijk zijn van de PFASconcentraties van de ontvangende bodem. Tabel 3.9: Toepassingsnormen voor toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau (in µg/kg d.s.) - categorie 4.1 functieklasse in de zin van

PFOS

PFOA

overige PFAS

het Besluit bodemkwaliteit landbouw/natuur

0,9

0,8

0,8

landbouw/natuur, bij hogere

de gemeten

de gemeten

de gemeten

achtergrondwaarde dan 0,8 en

achtergrondwaarde, ten

achtergrondwaarde, ten

achtergrondwaarde, ten

0,9 1)

hoogste 3,0

hoogste 7,0

hoogste 3,0

wonen

3,0

7,0

3,0

industrie Opmerkingen bij de tabel: 1)

regio afhankelijk.

pagina 13 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

3.7 Grond De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.10: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-

traject

code

(m-mv)

boringen

toetsingsresultaten Wbb 1)

motivatie

indicatie

> AW

>T

>I

Bbk 2)

-

-

-

-3)

deellocatie A: oprit en gebied rondom de loods en de kas A01-2

0,10 - 0,60 A01

verdachte bodemlaag nabij

A06-1

0,00 - 0,15 A06

verdachte bodemlaag

-

-

-

-3)

A09-1

0,00 - 0,20 A09

verdachte bodemlaag

-

-

-

-3)

MMA01

0,00 - 0,65 A02, A10, A11

grond met sporen baksteen

cadmium

-

-

AW

MMA02

0,00 - 0,50 A03, A05, A06, A07

zintuiglijk schone bovengrond

cadmium, zink, PAK

-

-

wonen

MMA03

0,05 - 0,50 A08, A09, A12, A13

zintuiglijk schone bovengrond

cadmium

-

-

AW

vml. bestrijdingsmiddelenkast

deellocatie B: overig terrein B20-1

0,00 - 0,25 B20

verdachte bodemlaag

-

-

-

-3)

MMB01

0,00 - 0,25 B01, B05, B12, B13

verdachte bodemlaag

-

-

-

-3)

MMB02

0,00 - 0,25 B02, B08, B09, B10

verdachte bodemlaag

-

-

-

-3)

MMB03

0,00 - 0,25 B15, B16, B17, B18

verdachte bodemlaag

-

-

-

B03-1

0,00 - 0,30 B03

uiterst puinhoudend, zwak 4)

B03-2

0,30 - 0,80 B03

cadmium, koper,

4)

-3) 4)

zink

PAK

-3)

4)

asfalthoudend

lood, PCB, m.o.

sporen baksteen, verificatie

PAK

-

-

wonen

zintuiglijk schone bovengrond

cadmium, PAK

-

-

wonen

zintuiglijk schone bovengrond

cadmium

-

-

AW

grond met sporen puin en

cadmium, zink

-

-

AW

kwaliteit bodemlaag MMB04

0,00 - 0,50 B01, B04, B05, B06, B07, B12, B13

MMB05

0,00 - 0,50 B02, B08, B09, B11, B14, B17

MMB06

0,00 - 0,50 B20

sporen kolengruis MMB07

0,60 - 1,20 B01, B06, B19

zintuiglijk schone ondergrond

-

-

-

AW

MMB08

0,50 - 1,10 B02, B11, B17

zintuiglijk schone ondergrond

-

-

-

AW

Opmerkingen bij de tabel: 1)

2) 3)

verklaring afkortingen: m.o.

:

PAK

:

minerale olie; polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

PCB

:

polychloorbifenylen;

de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden. de analysemonsters welke uitsluitend op OCB zijn onderzocht en de puinlaag (B03-1), zijn niet getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit.

4)

Tijdens de uitvoering van het verkennend asbestonderzoek (een week later) is beoordeeld dat deze laag geen uiterst puinhoudende grond betreft, maar een volledige puinlaag vermengd met o.a. asfalt. Omdat volledige puinlagen uit meer dan 50% bodemvreemd materiaal bestaan, betreft dit geen bodem en is er volgens de Wet bodembescherming geen sprake van een bodemverontreiniging.

pagina 14 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Tabel 3.11: samenvatting resultaten PFAS mengmonster

traject

analyseresultaten PFAS

(m-mv)

gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.) PFOA(som)

classificatie

PFOS(som)

overige PFAS

gehele terrein MMPFAS01

0,00 - 0,50

0,44

0,58

< 0,1

landbouw / natuur

MMPFAS02

0,00 - 0,25

2,4

0,54

PFHpA: 0,1

wonen / industrie1)

Opmerkingen bij de tabel: 1)

indien de achtergrondwaarde / kwaliteit van de ontvangende bodem is vastgesteld en > 0,9 µg/kg d.s. (PFOS) of > 0,8 µg/kg d.s. (PFAS) bedraagt kan de grond worden toegepast als landbouw / natuur (zie tabel 3.9) mits de gemeten waarde niet verhoogd is ten opzichte van deze vastgestelde lokale achtergrondwaarde.

3.8 Grondwater De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 6. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.12: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis-

monster-

filtertraject

nummer

code

(m-mv)

toetsingsresultaten Wbb 1)

motivatie >S

>T

>I

onderzoek grondwater

barium, kobalt, nikkel, naftaleen

-

-

deellocatie A: oprit en gebied rondom de loods en de kas A01-1-1

A01

2,20 - 3,20

deellocatie B: overig terrein B01-1-1

B01

2,20 - 3,20

onderzoek grondwater

barium

-

-

B02-1-1

B02

2,20 - 3,20

onderzoek grondwater

-

-

-

Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater in alle peilbuizen is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat de resultaten niet afwijkend zijn van wat bij overige onderzoeken binnen de Gemeente Geldrop-Mierlo wordt gemeten. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld. Omdat peilbuis A01 belucht is bemonsterd is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor vluchtige verbindingen en zware metalen in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat de resultaten niet afwijkend zijn van wat bij overige onderzoeken binnen de Gemeente Geldrop-Mierlo wordt gemeten. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld.

pagina 15 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

4. Verkennend asbestonderzoek 4.1 Onderzoeksstrategie Vanwege de resultaten van de terreinverkenning, de resultaten van de asbestinventarisatie in de gebouwen en de zintuiglijke waarnemingen tijdens fase 1, is op een gedeelte van de locatie een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). De puinlagen bestaan voor meer dan vijftig procent uit bodemvreemde materialen waardoor dit geen bodem betreft. Het onderzoek hiervan is uitgevoerd conform de NEN 5897+C2 (december 2017). In de navolgende tabel is de onderzoeksstrategie voor fase 2 opgenomen. Tabel 4.1: strategie verkennend asbestonderzoek (fase 2) strategie 1)

veldwerkzaamheden maaiveldinspectie

analyses

inspectiegaten (0,3 x 0,3 m)

deellocatie A: oprit (260 m²) K-FUND

4 x o.v.l. 2)

2 richtingen,

1 x asbest in puin

stroken 1,5 m deellocatie B: grond rondom loods met asbesthoudend dak (20 m x 1 m aan weerskanten) MW

6 x (0,1) 3)

raster 5 x 1 m

2 x asbest in grond

deellocatie C: puinverharding ten noorden van de loods + strook richting Hoog Geldrop (500-1.000 m²) HALF

6 x o.v.l. 2)

2 richtingen,

1 x asbest in puin

stroken 1,5 m deellocatie D: boorpunt B20; puinhoudende grond (500-1.000 m²) VED-HE

2 richtingen,

5 x (0,5)

stroken 1,5 m

1 x (max. 2,0 m-mv)

1 x asbest in grond

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: VED-HE

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming;

2)

HALF

:

K-FUND

:

onderzoeksstrategie volgens NEN 5897+C2 voor halfverhardingslagen; onderzoeksstrategie volgens NEN 5897+C2 voor een kleinschalige afgedekte funderingslaag;

MW

:

de onderzoeksstrategie betreft maatwerk.

o.v.l.

:

onderzijde verdachte laag (de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm).

3)

per kant van de loods worden 3 inspectiegaten gegraven en wordt één analyse van de toplaag (tot 0,1 m-mv) uitgevoerd.

De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt.

pagina 16 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

4.2 Uitvoering 4.2.1 Kwalibo De coördinatie en planning van het veldwerk heeft plaatsgevonden vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies te Nuenen. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocol 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de navolgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering

nummers

26-11-2019

maaiveld

26-11-2019

AGA01 t/m AGA11, AGB01 t/m AGB12

maaiveldinspectie Joris Mathijssen, Rik van de Steen inspectiegaten (protocol 2018 en NEN 5897) Joris Mathijssen, Rik van de Steen

Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.

4.3 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie bedekt met vegetatie (kort gras), puin en menggranulaat. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 90 - 100 %. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.

4.4 Inspectiegaten en boorwerk De locaties van de inspectiegaten is weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. Tijdens de uitvoering van het veldwerk is geverifieerd of de puinlaag onder de oprit doorloopt ten oosten van de loods(AGA11). Onder de grondlaag en een laag grindhoudend zand bevindt zich vanaf 0,5 m-mv een handmatig ondoordingbare puinlaag. Aangenomen wordt dat dit dezelfde puinlaag is als is waargenomen bij AG01 t/m AG04. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor.

pagina 17 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke (bodem)verontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat

traject

of boring

(m-mv)

asbestverdacht (plaat)materiaal 1)

overige waarnemingen en

einddiepte

bijzonderheden

(m-mv)

deellocatie A: oprit (260 m²) AGA01

0,15 - 0,65

4 stukjes, 61 gram (AV01)

volledig puin

1,00

AGA02

0,15 - 0,65

1 stukje, 3 gram (AV02)

volledig puin

1,00

AGA03

0,15 - 0,60

14 stukjes, 69 gram (AV03)

volledig puin

1,00

AGA04

0,15 - 0,65

ca. 25 stukjes, 140 gram (AV04)

volledig puin

1,00

AGA11

0,50 - 0,60

geen

volledig puin, daarna ondoordringbaar

0,60

deellocatie B: grond rondom loods met asbesthoudend dak (20 m x 1 m aan weerskanten) AGA05

0,02 - 0,12

geen

sporen puin

0,12

AGA06

0,02 - 0,12

geen

sporen puin

0,12

AGA07

0,02 - 0,12

geen

sporen puin

0,12

AGA08

0,02 - 0,12

geen

sporen puin

0,12

AGA09

0,02 - 0,12

geen

sporen puin

0,12

AGA10

0,00 - 0,10

geen

sporen puin

0,10

deellocatie C: puinverharding ten noorden van de loods + strook richting Hoog Geldrop (500-1.000 m²) AGB01

0,00 - 0,50

geen

volledig puin

0,50

AGB02

0,00 - 0,35

geen

volledig puin

0,35

AGB03

0,00 - 0,40

geen

volledig puin

0,40

AGB04

0,00 - 0,40

geen

volledig puin

0,40

AGB05

0,00 - 0,25

geen

volledig puin

0,25

AGB06

0,00 - 0,45

geen

volledig puin

0,45

deellocatie D: boorpunt B20; puinhoudende grond (500-1.000 m²) AGB07

0,00 - 0,50

geen

sporen puin

0,50

AGB08

0,00 - 0,45

geen

sporen puin

0,45

AGB09

0,00 - 0,50

geen

sporen puin

0,50

AGB10

0,00 - 0,50

geen

sporen puin

1,00

AGB11

0,00 - 0,40

geen

sporen puin

0,40

AGB12

0,00 - 0,50

geen

sporen puin

0,50

pagina 18 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

4.5 Analyses De monsters zijn volgens de navolgende tabel geanalyseerd. Tabel 4.3: geanalyseerde monsters inspectiegat of

monster-

traject

boring

code

(m-mv)

analyses

toelichting

deellocatie A: oprit (260 m²) AGA01

AV01

0,15 - 0,65

asbest in materiaal

asbestverdacht (plaat)materiaal

AGA02

AV02

0,15 - 0,65

asbest in materiaal

asbestverdacht (plaat)materiaal

AGA03

AV03

0,15 - 0,60

asbest in materiaal

asbestverdacht (plaat)materiaal

AGA04

AV04

0,15 - 0,65

asbest in materiaal

AGA01 t/m AGA04

ASBMM01

0,15 - 0,65

asbest in puin

asbestverdacht (plaat)materiaal volledig puin met asbestverdacht (plaat)materiaal

deellocatie B: grond rondom loods met asbesthoudend dak (20 m x 1 m aan weerskanten) AGA05 t/m AGA07

ASBMM02

0,02 - 0,12

asbest in grond

verdachte bodemlaag, sporen puin

AGA08 t/m AGA10

ASBMM03

0,00 - 0,12

asbest in grond

verdachte bodemlaag, sporen puin

deellocatie C: puinverharding ten noorden van de loods + strook richting Hoog Geldrop (500-1.000 m²) AGB01 t/m AGB06

ASBMM04

0,00 - 0,50

asbest in puin

volledig puin, geen asbestverdacht (plaat)materiaal

deellocatie D: boorpunt B20; puinhoudende grond (500-1.000 m²) AGB07 t/m AGB12

ASBMM05

0,00 – 0,50

asbest in grond

verdachte bodemlaag, sporen puin

4.6 Analyseresultaten 4.6.1 Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Het te toetsen gehalte wordt berekend uit de som van het gewogen gehalte aan asbest in asbesthoudend materiaal (fractie >20 mm) en het gewogen gehalte aan asbest in de grond (fractie < 20 mm). Indien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek leiden tot het vermoeden dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dient nader onderzoek plaats te vinden. Conform de NEN 5707+C2 (december 2017) worden hiervoor de volgende criteria gehanteerd:  voor asbestinspectiegaten

:

(0,3 x 0,3 m)  voor boringen (diameter < 0,35 m)

als het gewogen gehalte aan asbest groter is dan de helft van de interventiewaarde;

:

als in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring asbest wordt aangetoond.

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) In bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen) zijn de normen voor niet-vormgegeven bouwstoffen opgenomen. De maximale waarde voor hergebruik van puin met asbest is eveneens vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest.

pagina 19 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

4.6.2 Analyseresultaten De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 4. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 7. Een samenvatting is weergegeven in navolgende tabel. De berekening van het totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in tabel 4.5. Omdat er sprake is van een verkennend onderzoek, is er conform NEN 5707 sprake van een indicatie. Tabel 4.4: analyseresultaten plaatmateriaal (> 20 mm) inspectiegat

monstercode

traject (m-mv)

monster- omschrijving type

percen-

1)

soort

tage

asbest

hecht2)

(%)

gebonden? (ja/nee)

deellocatie A: oprit (260 m²) AGA01

AV01

0,15 - 0,65

m

vlakke plaat, 4 stukjes, 42 gram

2-10

chrysotiel

5-10

crocidoliet

ja

AGA02

AV02

0,15 - 0,65

m

vlakke plaat, 1 stukje, 3,2 gram

2-5

chrysotiel

ja

AGA03

AV03

0,15 - 0,60

m

vlakke plaat, 15 stukjes,

2-5

chrysotiel

ja

44,7 gram

10-15

AGA04

AV04

0,15 - 0,65

m

ja

vlakke plaat, 20 stukjes,

2-5

chrysotiel

93,1 gram

0,5-2

crocidoliet

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring monstertype: m

2)

:

materiaal (fractie > 20 mm);

soorten asbest: 

chrysotiel (wit asbest);

:

serpentijnasbest;

crocidoliet (blauw asbest)

:

amfiboolasbest.

pagina 20 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Tabel 4.5: berekening gewogen gehalte inspectie-

traject

monster-

gat

(m-mv)

code

omschrijving

gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie

fractie

totaal

< 20 mm

> 20 mm 1)

gewogen 2)

21

238

259

21

1

22

21

38

59

21

56

77

1

n.a.

1

<1

n.a.

<1

deellocatie A: oprit (260 m²) AGA01

0,15 - 0,65

AV01 + ASBMM01

volledig puin met asbestverdacht (plaat)materiaal

AGA02

0,15 - 0,65

AV02 + ASBMM01

volledig puin met asbestverdacht (plaat)materiaal

AGA03

0,15 - 0,60

AV03 + ASBMM01

volledig puin met asbestverdacht (plaat)materiaal

AGA04

0,15 - 0,65

AV04 + ASBMM01

volledig puin met asbestverdacht (plaat)materiaal

deellocatie B: grond rondom loods met asbesthoudend dak (20 m x 1 m aan weerskanten) AGA05 t/m

0,02 - 0,12

ASBMM02

AGA07

verdachte bodemlaag, sporen puin

AGA08 t/m

0,00 - 0,12

ASBMM03

AGA10

verdachte bodemlaag, sporen puin

deellocatie C: puinverharding ten noorden van de loods + strook richting Hoog Geldrop (500-1.000 m²) AGB01 t/m

0,00 - 0,50

ASBMM04

AGB06

volledig puin, geen

1

n.a.

1

<1

n.a.

<1

asbestverdacht (plaat)materiaal

deellocatie D: boorpunt B20; puinhoudende grond (500-1.000 m²) AGB07 t/m

0,00 - 0,50

ASBMM05

AGB12

verdachte bodemlaag, sporen puin

Opmerkingen bij de tabel: 1)

gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.

2)

dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.

n.a.:

niet aangetoond

In ASBMM04 zijn tevens in de fractie < 0,5 mm met de optische lichtmicroscoop 6 verdachte vezels (chrysotiel) waargenomen.

pagina 21 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

5. Conclusie en aanbevelingen Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende. Zintuiglijke waarnemingen Ter plaatse van de oprit werd onder het “menggranulaat” (grindlaag) een puinlaag waargenomen. Ten noorden en noordoosten van de loods werd eveneens een puinlaag, vermengd met o.a. asfalt, waargenomen. Verder werden in de bodem plaatselijk sporen baksteen, puin en kolengruis waargenomen. Om deze reden is na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek, een verkennend asbestonderzoek (fase 2) uitgevoerd. In eerste instantie is ter plaatse van boring B03 zintuiglijk uiterst puinhoudende en zwak asfalthoudende grond waargenomen. Tijdens de uitvoering van het verkennend asbestonderzoek zijn nabij deze boring inspectiegaten gegraven. Hierbij is beoordeeld dat de laag welke eerder als ‘uiterst puinhoudende grond’ was geclassificeerd, een volledige puinlaag vermengd met o.a. asfalt betreft. Verkennend bodemonderzoek; fase 1 (deellocatie A en B) Uit de analyseresultaten blijkt dat zowel de zintuiglijk schone grond als de grond met bodemvreemd materiaal plaatselijk licht verontreinigd is met cadmium, zink en/of PAK. De zintuiglijke schone ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn. Er zijn geen grondverontreinigingen met OCB aangetoond. Verder blijkt uit de analyseresultaten dat de grond PFAS-houdend is.

Het grondwater blijkt plaatselijk licht verontreinigd te zijn met barium, kobalt, nikkel en naftaleen. De laag welke in eerste instantie is beoordeeld als ‘uiterst puinhoudende grond’ (boring B03) is geanalyseerd op een NEN-pakket. Uit de analyse bleek dat deze laag sterk verontreinigd is met PAK, matig verontreinigd is met zink en licht verontreinigd is met cadmium, koper, lood, PCB en minerale olie. Omdat tijdens het verkennend asbestonderzoek is beoordeeld dat deze laag geen bodem, maar een volledige puinlaag vermengd met asfaltbijmengingen betreft, is er volgens de Wet bodembescherming geen sprake van een bodemverontreiniging. De direct onderliggende bodemlaag is slechts licht verontreinigd met PAK. De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De verdenking op een bodemverontreiniging met OCB kan echter worden verworpen. Nader bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Verkennend asbestonderzoek (fase 2) Deellocatie A: oprit Onder de met een grindlaag verharde oprit is een puinverharding aanwezig met een dikte van circa 50 cm. Zintuiglijk is in het uitkomende puin (fractie > 20 mm) van alle inspectiegaten asbesthoudend materiaal aangetroffen. Het materiaal betreft vlakke plaat en bevat 2-15 % hechtgebonden chrysotiel en plaatselijk 0,5-2% of 5-10 % crocidoliet.

Analytisch is in de fijne fractie van deze puinlaag (< 20 mm) een asbestgehalte van 21 mg/kg d.s aangetoond. Het betreft hechtgebonden asbestcement en vermoedelijk dezelfde vlakke plaat als in de grove fractie aanwezig is. De maximale gewogen concentratie bedraagt 259 mg/kg d.s. Omdat het gewogen gehalte groter is dan de helft van de hergebruikswaarde, dient om te bepalen of sprake is van een met asbest verontreinigde puinverharding.

pagina 22 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Deellocatie B: grond rondom de loods met asbesthoudend dak Zintuiglijk is in de uitkomende grond (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie (0,5 – 20 mm) een kleine hoeveelheid asbest aangetoond. De maximale gewogen concentratie bedraagt 1 mg/kg d.s. Het asbest betreft niet hechtgebonden chrysotiel (board en losse vezels). Met de optische lichtmicroscoop zijn in de fractie < 0,5 mm geen asbestverdachte vezels waargenomen. Omdat het gewogen gehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde, kan worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Deellocatie C: puinverharding ten noorden van de loods + strook richting Hoog Geldrop Zintuiglijk is in het uitkomende puin (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie (0,5 – 20 mm) een kleine hoeveelheid asbest aangetoond. De maximale gewogen concentratie bedraagt 1 mg/kg d.s. Het asbest betreft niet hechtgebonden vezelbundels en hechtgebonden asbestcement. Met de optische lichtmicroscoop zijn in de fractie < 0,5 mm zes asbestverdachte vezels (chrysotiel) waargenomen. Omdat het gewogen gehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde, kan worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Wel wordt geadviseerd om een SEM-analyse uit te voeren indien (graaf)werkzaamheden ter plaatse van deze verharding plaatsvinden om eventuele risico’s te kunnen uitsluiten. Deellocatie D: boring B20, puinhoudende grond Zintuiglijk is in de uitkomende grond (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie (0,5 – 20 mm) geen asbest aangetoond. Aangezien zowel zintuiglijk en analytisch geen asbest is aangetoond, kan worden geconcludeerd dat de bodem niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht Resumé De resultaten van het bodemonderzoek vormen geen belemmering voor het voorgenomen gebruik en de voorgenomen aankoop van de locatie. Mogelijk is er wel sprake van een met asbest verontreinigde puinlaag onder de oprit. Om dit te bepalen wordt geadviseerd om een nader asbestonderzoek uit te voeren. Verder wordt geadviseerd om een SEM-analyse uit te voeren indien (graaf)werkzaamheden ter plaatse van de puinverharding ten noorden en noordoosten van de loods worden uitgevoerd, om eventuele risico’s te kunnen uitsluiten. Indien grond of verhardingslagen worden afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie worden afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze elders niet zonder meer toepasbaar zijn.

Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond en puin zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden is weergegeven in paragraaf 3.7.

pagina 23 van 23

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Bijlage 1 Regionale ligging en kadastrale gegevens Bijgevoegd zijn: aantal pagina's 1

topografische kaart

1

2

kadastrale kaart

1

Omgevingskaart

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Geldrop K 1686 CC-BY Kadaster.

Klantreferentie: 1910/254/TB

Schaal 1: 12500

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: 1910/254/TB

119

144

973 25 117A

140

1528

117

1526

138A 115 113

976

975

111

977 978

109

992

979

107

107A

980 1686 981

982 984

985 986

6

1687

1316

1680

3165 1369 5A

3166 2685 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnum mer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 28 novem ber 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

10 m

50 m

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Geldrop K 1686

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare m aten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Bijlage 2 Situatietekening

documentkenmerk: 1910/254/TB-01, versie 0

Bijlage 3 Profielbeschrijvingen

Bijlage: Boorprofielen Boring:

A01

Boring:

A02

Boormeester:

Rik Van der Steen

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

15-11-2019

Datum:

15-11-2019

0

1

0 5 10

2 50

tegel

0

Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

100

4

110

Volledig grind, Edelmanboor Zand, zeer grof, zwak siltig, uiterst grindhoudend, donker bruinbeige, Edelmanboor

65

5

150

110

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor

380756,67

grind

50

100

Y (RD):

15

3 Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

165779,60

0 2

3 90

X (RD):

4

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht roestbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

150 170

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

6

200

5 200

200

7

250

8

300

320

Boring:

A03

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

15-11-2019 0

0

X (RD):

165775,07

Y (RD):

380766,12

Boring:

A04

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

tuin

15-11-2019

0

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

grind

15

Volledig grind, Edelmanboor Zand, zeer grof, zwak siltig, uiterst grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

15-11-2019

0

1

0 5 10

2 50

50

X (RD):

165765,63

Y (RD):

380785,30

110

Boring:

A06

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

tegel

15-11-2019 0

0

1

Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, donkerbeige, Edelmanboor

Volledig puin, donkerbruin, Graven 80

4

100

A05

15

2 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Boring:

A07

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum: 0

15-11-2019 1 2 3

50

0 2 10 30

X (RD):

165751,01

Y (RD):

380778,96

grind

Boring:

A08

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum: 0

Volledig grind, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

15-11-2019 1

0 2 5

50

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

X (RD):

165752,82

Y (RD):

380806,08

braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, uiterst grindhoudend, donker beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

X (RD):

165741,34

Y (RD):

380784,61

grind Volledig grind, Edelmanboor

2

Zand, zeer grof, zwak siltig, uiterst grindhoudend, Edelmanboor

380775,59

60

3

Boring:

165761,54

Y (RD): 0 2

2 50

X (RD):

40 50

Zand, zeer grof, zwak siltig, uiterst grindhoudend, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor

Projectcode:1 910254TB Locatie:Genoenhuizerweg te Geldrop

Schaal1: 50

Bijlage: Boorprofielen Boring:

A09

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

15-11-2019 0

0 1

20

2 50

50 3

X (RD):

165737,99

Y (RD):

380775,62

gras

Boring:

A10

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

15-11-2019 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

1

15

2

30

3 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

X (RD):

165734,71

Y (RD):

380789,05

braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor

100 4 5

130 140

150 6 7

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, uiterst roesthoudend, beigeroest, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

Boring:

A11

Boring:

A12

Boormeester:

Rik Van der Steen

Boormeester:

Rik Van der Steen

Datum:

15-11-2019

Datum:

15-11-2019

0

0 1

20

2 50

50

braak

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor

1

0 5 15

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

A13

Boring:

B01

Boormeester:

Rik Van der Steen

Boormeester:

Rik Van der Steen

15-11-2019

0 1

0 5 15

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

15-11-2019

0

Edelmanboor

3

380851,79

25

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50 60

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor

4 100

165765,14

Y (RD): gras

2 50

X (RD):

0

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor

2 50

tegel

Datum:

Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor

2 50

Boring:

Datum:

tegel

110

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

5 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, laagjes leem, sporen roest, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=7ec3e50b-3e1a-4bf1-bad4-ff970ab2e02b