Behoeftenonderzoek woonwagenbewoners Geldrop-Mierlo
Tekst van het document
Inventarisatie woonbehoefte woonwagenbewoners in de gemeente Geldrop-Mierlo 2025
datum kenmerk opdrachtgever contactpersoon gemeente projectleiding
september 2025 77160 Gemeente Geldrop-Mierlo Martine Niks, Martijn Groenestein Egbert Kalle SOAB MANAGEMENT BV Speelhuislaan 158, Postbus 2210, 4800 CE Breda Telefoon + 31 (0)76 5213080, E-mail info@soab.nl KNAB: NL75KNAB072.71.38.588 RABO: NL39RABO030.35.87.601 KvK Breda 63144921, BTW NL8551.11.598B01
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................... 2 1.1 Achtergrond .................................................................................................. 2 1.2 Opbouw rapport............................................................................................ 2
2.
Behoefteonderzoek......................................................................................... 3 2.1
Vraagstelling ............................................................................................ 3
2.2
Onderzoeksmethoden ............................................................................ 4
2.3
De start van het onderzoek ..................................................................... 4
2.4
De kwantitatieve analyse en bestudering secundair materiaal.............. 5
2.5 Het veldwerk ................................................................................................. 5 3.
4.
Secundair materiaal ........................................................................................ 7 3.1
Woonwagenbewoners: eigen culturele identiteit .................................. 7
3.2
Het beleidskader van het Ministerie ....................................................... 7
De vijf locaties ................................................................................................. 9 4.1 Rielseheideweg (Geldrop) ............................................................................. 9
5.
6.
4.2
De Loo (Mierlo) ..................................................................................... 10
4.3
Loeswijk (Mierlo) ................................................................................... 10
4.4
Kniptor (Mierlo)..................................................................................... 11
4.5
Eikenhorst (Mierlo) ............................................................................... 11
Resultaten enquêtes ..................................................................................... 12 5.1
Respons ................................................................................................. 12
5.2
Kenmerken hoofdbewoners en verhuiswensen ................................... 13
5.3
Woonwensen inwonende kinderen ...................................................... 16
5.4
Woonwensen spijtoptanten ................................................................. 18
5.5
Inschrijvingen gemeente ....................................................................... 19
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................ 20 6.1
Bevindingen uit het achtergrondmateriaal........................................... 20
6.2
De belangrijkste conclusies uit de enquêtes......................................... 20
6.3
De berekening van het tekort ............................................................... 21
6.4
Aanbevelingen....................................................................................... 23
Bijlage 2, vragenlijst hoofdbewoner ..................................................................... 26 Bijlage 2, vragenlijst inwonende kinderen ............................................................ 29
1
1. Inleiding 1.1 Achtergrond De ombudsman heeft in een rapport d.d. 17 mei 2017 geconcludeerd, dat serieus werk geleverd diende te worden met de aanpak van het tekort aan woonwagenstandplaatsen1 (zie ook hoofdstuk 3). De Minister heeft naar aanleiding hiervan op 12 juli 2018 de gemeenten opgeroepen om de woonbehoefte van deze groep met respect voor hun cultuur te borgen in beleid. Vanaf dat moment is er in veel gemeenten een begin gemaakt met de opstelling van beleid inzake standplaatsen. Veelal is dat begonnen met onderzoek naar de behoefte om op basis daarvan inzicht te krijgen in de omvang van de problematiek. Meer specifiek heeft de ombudsman met betrekking tot de situatie in GeldropMierlo geoordeeld, dat de inspanningen van de gemeente om huisvesting voor (kinderen) van woonwagenbewoners in voldoende mate te realiseren onvoldoende waren. De gemeente had ook lange tijd geen beleid ontwikkeld. Pas in de woonvisie 2020-2028 is het voornemen beleid te ontwikkelen opgenomen. In de motie van de raad van 9 november 2023 is dat voornemen vastgelegd. Als eerste stap in de opstelling daarvan heeft SOAB van de gemeente Geldrop-Mierlo de opdracht gekregen de woonbehoefte in kaart te brengen. 1.2 Opbouw rapport De rapportage start met de weergave van de vraagstelling in hoofdstuk 2 en de gevolgde methodiek in hoofdstuk 3.
Secundair materiaal van Ministerie en gemeente wordt besproken in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 verwerken we de resultaten van de verschillende enquêtes. Hoofdstuk 6 behandelt de conclusies en aanbevelingen.
1
Woonwagenbewoner zoekt standplaats, onderzoek 2017/60 van de nationale ombudsman naar de betrouwbaarheid van de overheid voor woonwagenbewoners
2
2. Behoefteonderzoek 2.1 Vraagstelling Het onderzoek is een belangrijke basis voor dit beleid en moet de huidige en toekomstige woonbehoefte van de woonwagenbewoners in de gemeente Geldrop-Mierlo in beeld brengen. Het moet inzicht geven in: 1. De behoefte van de volgende groepen: • • • •
Huidige (hoofd)bewoners op de locaties; Inwonenden (kinderen, gezinsleden of anderen); Geregistreerde mensen op de wachtlijst voor standplaatsen in de gemeente Geldrop-Mierlo; Ex-bewoners van de locaties, die te kennen hebben gegeven terug te willen komen.
2. De ontwikkelingen per locatie en het totaal aan locaties met o.a.: • Samenstelling bewoners, demografische ontwikkeling, prognose voor de toekomst; • Behoefte aan aantal en type standplaatsen (huur/koop of anders); • Behoefte aan woningen (aantal, woonvorm, type, huur/koop, segment); • Huishoudenssamenstelling, leefstijl, inkomen/draagkracht; • Eventueel aanvullende (kwalitatieve) aspecten. 3. Het onderzoek moet handvatten geven voor: • •
Advies aan college en gemeenteraad, inzicht in afwegingen, argumenten; Prestatieafspraken met woningcorporaties en/of andere huisvesters over aantallen, woonvorm en segment,
3
2.2 Onderzoeksmethoden Kwantitatief onderzoek op basis van: • Gegevens gemeentelijke basisadministratie (aantal bewoners, leeftijd, huishoudensvorm etc. per locatie): o Gegevens wachtlijst; o Aantal uitverhuizingen vanaf de locaties en nieuwe inschrijvingen laatste jaren; o Bepaling aantal spijtoptanten. Kwalitatief onderzoek op basis van bezoeken van locaties • Gedurende het onderzoek zijn de locaties bezocht in verband met uitreiken en ophalen enquêtes maar ook om een eerste indruk te krijgen van eventuele inbreidings- en uitbreidingsmogelijkheden Enquête-onderzoek op basis van: • Schriftelijke enquêtes onder diegenen die staan ingeschreven voor een woning of een standplaats en diegenen die de locatie de afgelopen jaren hebben verlaten; • Schriftelijke enquête onder de bewoners van de locaties (zowel onder diegenen, die zelfstandig wonen, vaak de ouders of grootouders, en de inwonende kinderen ouder dan 16 jaar). Voor de bewaking van de voortgang van het project is een begeleidingsgroep samengesteld, waarin ook een afvaardiging per locatie is opgenomen. Daarbij laten de bewoners zich door een adviseur begeleiden. De begeleidingsgroep is gedurende het project tweemaal bij elkaar gekomen.
Deze aanpak is erop gericht geweest enerzijds een zo goed mogelijk kwalitatief beeld te schetsen en in te zoomen op de behoeften en wensen die er leven en dit anderzijds ook kwantitatief te onderbouwen zodat de omvang van de wensen en behoeften duidelijk kan worden, inzicht verkregen wordt in mogelijke oplossingen en ook duidelijk wordt tot welke voorraadconsequenties dit kan leiden. 2.3
De start van het onderzoek
Gestart is met een gesprek met de vertegenwoordiging van de woonwagenbewoners van elke locatie om hun mening te peilen ten aanzien van de knelpunten met betrekking tot de invulling van de woonwensen van woonwagenbewoners. Vervolgens heeft een inventarisatie van de verschillende kwantitatieve en kwalitatieve bronnen die er binnen de gemeente en bij de klankbordgroep aanwezig zijn (ook wachtlijsten) plaatsgevonden. Deze bronnen zijn gebruikt om het kwantitatieve beeld uit te kunnen werken, maar ook om te bepalen hoe we 4
de enquêtes het beste konden verspreiden en welke respons we zouden kunnen verwachten. 2.4
De kwantitatieve analyse en bestudering secundair materiaal
Bij de start hebben we een beeld van de verschillende gegevensbronnen gekregen. In deze fase bestudeerden we als eerst het voorhanden secundair materiaal zoals beleidsnota’s, discussieverslagen en brieven. Zowel landelijk (w.o. rapport Nationale Ombudsman) als van de andere regio-gemeenten. Het belang van deze eerste inventarisatie was het snel verkrijgen van een beeld van de situatie in de gemeente Geldrop-Mierlo. Met de kwantitatieve analyse kregen we een beeld van de feitelijke aantallen locaties, standplaatsen bewoners, aantal inwonende gezinsleden etc. De kenmerken van de mensen die ingeschreven staan voor een standplaats haalden we uit de gemeentelijke inschrijflijst. Om een beeld te krijgen van de mensen die de afgelopen jaren vanwege de druk op de standplaatsen van de locaties zijn verhuisd konden gebruik maken van gegevens van de woonwagenbewoners zelf.
2.5 Het veldwerk De enquêtes De enquêtes zijn onder drie doelgroepen verspreid: • De hoofdbewoners • De inwonende kinderen van 18 jaar en ouder van de locaties • De spijtoptanten die zich gemeld hebben op de locaties bij de contactpersoon van de woonwagenbewoners De onderzoeksgroepen betreffen de volgende aantallen: • Bewoners van de locaties: 40 hoofdbewoners en circa 15 inwonende kinderen/familieleden • Op de lijst met inschrijvingen bij de gemeente staan 15 woningzoekenden ingeschreven • Het aantal spijtoptanten was niet bekend en kon ook niet gedestilleerd worden uit de gemeentelijke bestanden Voor de bewoners op de locaties is de enquête schriftelijk aangeboden. De vragenlijst is door de contactpersonen binnen de begeleidingsgroep overhandigd aan de bewoners van de standplaatsen. Ook heb ik deze zelf uitgedeeld en ben ik teruggekomen mee te helpen bij de invulling of om op te halen. De locaties Op basis van de kwantitatieve inzichten is op enkele locaties ingezoomd om te beoordelen of verder onderzoek naar de mogelijkheden van een efficiëntere 5
inrichting van de locatie en uitbreidingsmogelijkheden in de ruimtelijke buffers zinvol is.
6
3. Secundair materiaal 3.1 Woonwagenbewoners: eigen culturele identiteit In het rapport “woonwagenbewoner zoekt standplaats” (mei 2017) merkt de ombudsman het volgende op: “Woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit. De opvatting dat deze identiteit bescherming verdient, is in de laatste tien tot vijftien jaar ontwikkeld en bestendigd door verschillende internationaal- en Europeesrechtelijke verdragen, die de Nederlandse staat mede heeft ondertekend. De erkenning brengt voor staten de verplichting met zich mee om voor voldoende standplaatsen te zorgen, zodat woonwagenbewoners volgens hun tradities en culturele identiteit kunnen leven.” Vanuit die opvatting geeft de ombudsman drie belangrijke elementen omschreven die in het beleid van de overheid als betrouwbare partner terug zouden moeten komen: • • •
Zij inventariseert de behoefte aan standplaatsen; Zij wijst standplaatsen toe op een manier die ten minste het afstammingsbeginsel als uitgangspunt neemt; Zij houdt bij de herontwikkeling van bestaande woonwagenlocaties rekening met het recht van hun woonwagenbewoners om volgens hun culturele identiteit te wonen.
Het rapport concludeert vervolgens dat het Rijk en de gemeenten te kort schieten ten aanzien van woonwagenbewoners en dat al geruime tijd hebben gedaan. De oplopende huisvestingsproblematiek bij woonwagenbewoners is daar het gevolg van. Om die situatie te keren moeten gemeenten samen met woningcorporaties en bewoners komen tot een gezamenlijke visievorming. 3.2
Het beleidskader van het Ministerie2
Intrekking van de Woonwagenwet in 1999 hield het decentraliseren van het beleid in en onthief de gemeenten van de wettelijke plicht om een woonwagencentrum in stand te houden. Het beleidskader gaat in op het woonwagen- en standplaatsenbeleid voor mensen die zich generatie op generatie als woonwagenbewoner hebben gemanifesteerd. Het gaat om een groep met een eigen culturele identiteit die bescherming van de overheid verdient.
2 Bron: Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid,
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, juli 2018
7
Dit houdt in dat de gemeente een beleid moet vaststellen dat voldoende rekening houdt met ruimte voor het woonwagen leven van woonwagenbewoners en waarin de behoefte aan standplaatsen helder is. Voorts geeft het Beleidskader aan dat woningcorporaties dienen te voorzien in de behoefte aan standplaatsen voor bewoners die tot hun doelgroep behoren. Afbouwen van het aantal standplaatsen is niet toegestaan. Tot slot: een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst heeft op redelijke termijn een kans op een standplaats. Het is wenselijk om de behoefte aan woonwagenbewoning te inventariseren en beleid vast te leggen in de woonvisie. Bij daadwerkelijke toewijzing van een standplaats is het gewenst rekening te houden met de mogelijkheid voor woonwagenbewoners om in familieverband te kunnen samenleven. Vanuit dat beleidskader zijn de knelpunten van woonwagenbewoners in het Houthoffmemorandum geïnventariseerd3. De belangrijkste punten die daarin aan de orde komen zijn: •
Woonwagenbewoners moeten betrokken worden bij de verdere opstelling en uitwerking van het beleid in de gemeenten • Het uitsterfbeleid of een beleid gericht op het stabiliseren van het aantal plaatsen op het huidige niveau terwijl er behoefte is aan uitbreiding, is niet geoorloofd • Plaatsen, die in het verleden als gevolg van het uitsterfbeleid zijn weggevallen dienen weer toegevoegd te worden • Er moeten voldoende standplaatsen komen voor starters (dat betekent dus ook huurplaatsen en huurwagens) • Woonwagenbewoners moeten ook recht op huurtoeslag krijgen (als ze tot de doelgroep van beleid behoren), ook bij combinatie van het huren van de standplaats met een eigen woonwagen • Normalisatie maatschappelijke positie • Transparant en eerlijk toewijzingsbeleid (niet hetzelfde toewijzingsbeleid als bij andere woningzoekenden, maar op de situatie afgestemd) • Zekerstellen familieverbanden (ook inzake erfgenamen) • Geen pushbeleid naar “stenen” huizen, ook niet naar woonwagenwoningen • Passantenplaatsen op huidige locaties • Verhuismogelijkheden tussen locaties om flexibiliteit op arbeidsmarkt te vergroten • Verruiming aanbod voor starters
3
Deze knelpunten staan omschreven in het Houthoff memorandum, PILP en Houthoff i.s.m. woonwagenbewoners, 13 november 2017
8
4. De vijf locaties De gemeente kent vijf locaties. De locaties in Mierlo zijn begin jaren 90 opgezet om het grote kamp in Deurne te ontmantelen. De locatie Rielseheideweg in Geldrop is buiten de bebouwde kom geplaatst om in het centrum van Geldrop ruimte te maken voor een nieuwe ontwikkeling. Alle locaties in Mierlo zijn in handen van de gemeente die zelf de verhuur van de standplaatsen ter hand heeft genomen. Verhuur geschiedt op basis van een door de gemeente zelf bijgehouden bestand (zie paragraaf 5.5). De standplaatsen aan de Rielseheideweg wordt door Wooninc. beheerd en verhuurd. De gemeentelijke locaties in Mierlo zijn bestemd tot strategische locaties. Om die reden is het niet mogelijk standplaatsen aan de bewoners te verkopen hoewel daar vaak om is gevraagd. Ook een uitspraak van de ombudsman in 20234 heeft daar nog geen verandering in gebracht. 4.1 Rielseheideweg (Geldrop) 12 standplaatsen, 31 bewoners
4
Woonwagenbewoners in onzekerheid door gebrek aan beleid, nationale ombudsman 2023-171
9
4.2 De Loo (Mierlo) 6 standplaatsen, 16 bewoners
4.3 Loeswijk (Mierlo) 8 standplaatsen, 22 bewoners
10
4.4 Kniptor (Mierlo) 6 standplaatsen, 18 bewoners
4.5 Eikenhorst (Mierlo) 8 standplaatsen, 17 bewoners
11
5. Resultaten enquêtes 5.1
Respons tabel 5.1 Respons per locatie locatie
totaal hoofden respondenten huishouden
Eikenhorst Kniptor Loeswijk De Loo Rielseheideweg Spijtoptanten totaal
11 8 14 9 11 3 56
inwonend kind
standplaatsen
8 6 8 6 7
3 2 6 3 4
8 6 8 6 12
35
18
40
De contactpersonen per locatie hebben intensief meegewerkt met de verspreiding en de inname van de enquêtes. De respons was mede daardoor hoog. Op de Mierlose locaties was de respons van de hoofden van huishoudens 100%. Op de Rielseheideweg (Geldrop) was die bijna 60%. Ook hebben 15 inwonende kinderen de enquête ingevuld. 3 Spijtoptanten hebben via de contactpersonen een enquête gekregen en die ingevuld teruggestuurd. Ter vergelijking hebben we de bevolkingssamenstelling naar leeftijd en locatie uit de Basisregistratie Personen in oktober 2024 opgenomen in tabel 5.2. tabel 5.2, aantal bewoners en leeftijdsverdeling
de loo eikenhorst kniptor loeswijk Rielseheideweg
plaatsen
bewoners
6 8 6 8 12 40
16 17 18 22 31 104
leeftijd 0-15 15-25 25-45 45-65 >65 1 1 5 5 7 19
3 4 3 3 6 19
3 3 9 5 7 27
5 4 1 9 8 27
waarvan inwonend 4 5 0 0 3 12
2 3 3 2 5 15
12
5.2
Kenmerken hoofdbewoners en verhuiswensen
Huishoudenssamenstelling naar leeftijd De leeftijd van de hoofdbewoners is weergegeven in tabel 5.3. De groep tussen 31 en 45 jaar is het zwaarste vertegenwoordigd, maar ook is de helft van de hoofdbewoners ouder dan 45 jaar. Tabel 5.3, leeftijd hoofdbewoner locatie leeftjd
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk de Loo
Rielsehw
totaal
18-30 31-45 46-60 >61
1 2 1 4
1 5 0 0
0 2 5 1
0 1 2 3
2 3 1 1
4 13 9 9
totaal
8
6
8
6
5
35
In 25 van de 40 woonwagens wonen ook kinderen. In totaal zijn er 26 kinderen onder de 18 jaar en wonen 15 kinderen boven de 18 nog bij hun ouders. Een deel van hen kunnen we ook als inwonend beschouwen (dat wil zeggen, dat ze niet meer afhankelijk zijn van hun ouders of grootouders en in principe zelfstandig willen wonen, maar daarvoor geen plaats vinden). De enquêteresultaten van die groep worden in de volgende paragraaf behandeld. Bron van inkomsten Bijna de helft van de hoofdbewoners heeft inkomen uit loondienst of als zelfstandige. Uitkeringen en AOW blijven daarbij achter. De partners (voor zover aanwezig) laten een wat diffuser beeld zien, maar hun aantal is gering.
Tabel 5.4, inkomstenbron
inkomstenbron werk in loondienst werk als zelfstandige uitkering AOW/pensioen overig niet ingevuld totaal
hoofdpartner bewoner 10 5 7 4 9 3 5 2 2 8 2 13 35
35
13
Opleidingsniveau Twee derde van de hoofdbewoners heeft de middelbare school of een vervolgopleiding afgerond.
Tabel 5.5, opleidingsniveau hoofdpartner bewoner opleidingsniveau geen opleiding lagere school middelbare school MBO HBO/WO niet ingevuld
3 7 8 13 3 1
2 3 6 7 4 13
totaal
35
35
Woonduur De meeste woonwagenbewoners wonen al lang op hun huidige adres. 85% woont er langer dan tien jaar en veel huishoudens zijn naar hun zeggen na hun verhuizing van Deurne naar Mierlo niet meer verhuisd. Tabel5.6, woonduur locatie woonduur
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk de Loo
Rielsehw
totaal
5jaar of korter 5 tot 10 jaar langer dan 10 jaar
1 0 7
1 1 4
1 0 7
0 0 6
0 1 6
3 2 30
totaal
8
6
8
6
7
35
14
Woonbeleving Verreweg de meest bewoners wonen prettig op hun locatie ook al hebben ze af en toe wel opmerkingen. De meeste opmerkingen gaan over het tekort aan plaatsen, maar enkele opmerkingen gaan ook over de inrichting van de locatie en de infrastructuur. Tabel 5.7, woonbeleving locatie woonbeleving
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk de Loo
Rielsehw
totaal
prettig prettig, maar niet prettig geen antwoord
4 4 0 0
1 3 2 0
4 4 0 0
3 3 0 0
4 1 1 1
16 15 3 1
totaal
8
6
8
6
7
35
Verhuiswens Ruim 80% van de hoofdbewoners wil niet verhuizen. Van de paar hoofdbewoners die aangeven wel te willen verhuizen wil 1 van de bewoners terug naar de locatie waar hij eerder heeft gewoond, willen 2 bewoners samen met de familie verhuizen en willen 3 bewoners naar een burgerwoning verhuizen. Tabel 5.8, verhuiswens locatie verhuiswens
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk de Loo
Rielsehw
totaal
niet verhuizen verhuizen op locatie verhuizen andere locatie verhuizen eerder locatie samen met familie verhuizen naar burgerwoning anders
8 0 0 0 0 0 0
3 0 0 1 2 0 0
8 0 0 0 0 0 0
6 0 0 0 0 0 0
4 0 0 0 0 3 0
29 0 0 1 2 3 0
totaal
8
6
8
6
7
35
Samengevat laat het beeld van de verhuiswensen van de hoofdbewoners, dat voor zover er verhuisbewegingen duidelijk worden, deze vrijwel uitsluitend op bewegingen tussen standplaatsen en locaties betrekking hebben. Alleen in familieverband is er een beperkte verhuiswens naar een nieuwe locatie, maar opvallend is wel dat een drietal bewoners van de Rielseheideweg naar een burgerwoning zouden willen. Uit de gesprekken op de locatie zelf wordt daar dan
15
vrijwel meteen bij gezegd dat ze op die manier ruimte kunnen maken voor hun kinderen. Herinrichting locaties Aan de hoofdbewoners is de vraag gesteld of ze willen meewerken aan een herinrichting van de locaties. De meeste bewoners willen daaraan meewerken, vaak onder de voorwaarde dat ze daarmee hun kinderen aan een plaats kunnen helpen. Een aantal bewoners heeft daarbij in de gesprekken aangegeven dat ze hun plaats ook wel willen kopen, om die aan de kinderen door te verkopen om zo de plaats te delen en meer kinderen aan een standplaats te helpen. Tabel 5.9, meewerken aan herinrichting locatie herinrichting
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk de Loo
Rielsehw
totaal
wil meewerken alleen als we de kinderen helpen wil niet meerwerken geen antwoord
2 0 0 6
3 1 0 2
3 2 1 2
1 0 0 5
4 2 1 0
13 5 2 15
totaal
8
6
8
6
7
35
Algemene opmerkingen bij de enquête De respondenten konden tot slot nog algemene opmerkingen maken. Vrijwel alle bewoners op 3 na hebben dat gedaan. De drie meest aangegeven aspecten waren kopen van de eigen plaats (16), toewijzing vanuit aandacht voor de kinderen (13) en uitbreiding van het aantal standplaatsen (11). Dit beeld past bij de opmerkingen die op de locaties gemaakt zijn. Bij veel bewoners leeft de zorg om de toekomst van hun kinderen en sommigen denken daarbij dat koop een oplossing kan bieden. Anderen willen graag kopen om vermogensverlies tegen te gaan in het geval een ander dan een familielid de plaats toegewezen krijgt. 5.3
Woonwensen inwonende kinderen
De respons 15 inwonende gezinsleden hebben de enquête ingevuld. De helft daarvan woont
zonder partner bij de ouders in. In één situatie is sprake van een inwonende samenwoning. Bij 5 respondenten gaat het om een afwijkend beeld, meestal gaat dan om inwonende familie met kinderen. De vraag om hoeveel kinderen het in die gevallen gaat is door de respondenten niet goed begrepen of niet goed ingevuld, maar uit de opmerkingen bij enquête maken we op dat het dan gaat om inwonende dochters met één kind (3).
16
Tabel 5.10, inwoningssituatie situatie
locatie Eikenh.
Kniptor
Loeswijk
de Loo
Rielsehw
totaal
zonder partner inwonend met partner inwonend met partner bij grootouders zonder partner bij grootouders anders
1 1 0 0 1
2 0 0 0 2
1 0 0 0 0
3 0 0 0 0
2 0 0 0 2
9 1 0 0 5
totaal
3
4
1
3
4
15
Leeftijd Vrijwel alle inwonende kinderen zijn 25 jaar of jonger. Eén respondent geeft aan 30 jaar te zijn. Inkomstenbron en opleidingsniveau De meeste inwonende kinderen hebben inkomsten uit loondienst of als zelfstandige. Dat aandeel ligt zoals verwacht hoger dan bij de hoofdbewoners Ook het opleidingsniveau van de inwonende kinderen is gemiddeld hoger dan van hun ouders.
Verhuiswens Alle inwonende kinderen boven de 18 jaar die de enquête hebben ingevuld, willen verhuizen. 10 kinderen geven aan op dezelfde locatie te willen blijven wonen en 9 kinderen zouden ook wel naar een andere locatie willen verhuizen, als ze maar een standplaats krijgen. De overige mogelijkheden worden nauwelijks aangekruist. De standplaats lijkt daarbij belangrijker dan de locatie en de vraag of het een woonwagenwoning mag zijn wordt vrijwel altijd met ja beantwoord, als er maar een plaats komt. Tabel 5.11, verhuiswens locatie verhuiswens
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk
de Loo
Rielsehw
totaal
niet verhuizen verhuizen op locatie verhuizen andere locatie verhuizen eerder locatie samen met familie verhuizen naar burgerwoning anders
0 2 2 0 0 0 0
0 1 1 0 0 0 0
0 3 3 1 0 0 0
0 0 2 0 1 0 0
0 4 1 0 2 0 0
0 10 9 1 3 0 0
totaal
4
2
7
3
7
23
Inschrijving 5 Inwonende kinderen staan (nog) niet ingeschreven bij de gemeente. Daartegenover staat dat twee derde van de inwonende kinderen ook bij Wooniezie staat ingeschreven.
17
In vrijwel alle gevallen is de verhuiswens waarvoor ze ingeschreven staan acuut en willen ze liefst binnen een jaar een plaats krijgen. Tabel 5.12, inschrijvingsduur gemeente locatie inschrijvingsduur
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk
de Loo
Rielsehw
niet ingeschreven minder dan één jaar één tot vijf jaar vijf tot 10 jaar langer dan 10 jaar weet het niet meer
2 1 0 0 0 0
1 0 1 0 0 0
1 0 2 0 0 0
0 0 0 2 1 0
0 0 1 0 0 1
totaal
3
2
3
3
2
totaal 1
5 1 5 2 1 1
1
15
Tabel 5.13, inschrijvingsduur Wooniezie locatie inschrijvingsduur
Eikenh.
Kniptor
Loeswijk
de Loo
Rielsehw
niet ingeschreven minder dan één jaar één tot vijf jaar vijf tot 10 jaar langer dan 10 jaar weet het niet meer
0 2 0 1 0 0
1 1 0 0 0 0
1 0 1 1 0 0
1 0 2 0 0 0
0 0 2 0 0 0
totaal
3
2
3
3
2
totaal 1
1
4 3 5 2 0 1 15
Algemene opmerkingen Het beeld dat de nood hoog is en dat alles wordt geaccepteerd, als er maar standplaatsen komen wordt in de algemene opmerkingen bevestigd. De roep om snel meer standplaatsen te krijgen is voor twee derde van de respondenten reden om opmerkingen te maken. Ook bij de inwonende kinderen wordt gewezen op de wens om meer in familieverband toe te wijzen en ook onder de inwonende kinderen leeft de vraag om een eigen standplaats te kunnen kopen.
5.4
Woonwensen spijtoptanten
Het bleek niet mogelijk om uit de gemeentelijke bestanden een beeld te krijgen van bewoners die recent van de locatie af zijn verhuisd. Daardoor konden we onder deze categorie niet enquêteren en is het helaas ook niet mogelijk in te schatten hoe groot die groep is. Wel is geprobeerd via de contactpersonen op de locaties enquêtes te verspreiden. Op die manier zijn 3 ingevulde vragenlijsten binnengekomen. Eén daarvan is door de respondent gebruikt om aan te geven dat zijn twee kinderen weer terug naar een (willekeurige) locatie in Mierlo willen. De beide andere respondenten willen zelf terug, beiden naar de locatie waar ze vandaan komen. Beiden zouden ook een woonwagenwoning accepteren, zolang die maar op hun oude locatie staat en dus in de buurt van hun familie. Het is niet 18
duidelijk of deze spijtoptanten nu in de gemeente Geldrop-Mierlo wonen of in een andere gemeente zijn gaan wonen. 5.5
Inschrijvingen gemeente
De lijst inschrijvingen van geïnteresseerden in een standplaats binnen gemeente Geldrop-Mierlo wordt bijgehouden door een medewerker van de gemeente voor wat betreft de mensen die naar één van de locaties in Mierlo willen. De locatie Rielseheideweg wordt beheerd door Wooninc. en degenen die daar een plaats zoeken schrijven zich bij Wooninc. in. Op de lijst van de gemeente stonden eind 2024 19 mensen ingeschreven. De meesten daarvan (11) waren woonachtig op één van de Mierlose locaties met name van Loeswijk (6). De leeftijdsverdeling wordt niet bijgehouden, wel het moment van inschrijving: de verdeling van het jaar van inschrijving lijkt erg uit balans. Het gros van de inschrijvingen is gedaan in 2017, 2018 en 2019 (n.l. 13). Recent zijn in 2023 3n 2024 nog twee inschrijvingen gemeld en de overige vier dateren van de periode van 2 vóór 2017. Uit de enquête haalden we een aantal van 10 inschrijvingen, waarvan 6 uit 2020 of jonger. Daarin schuilt een afwijking. De woonwagenbewoners geven in gesprekken dat ze het idee hebben dat niet alles goed wordt verwerkt.
19
6. Conclusies en aanbevelingen 6.1
Bevindingen uit het achtergrondmateriaal
•
Woonwagenbewoners vormen een culturele minderheid en moeten daarom in hun woonvorm beschermd worden. Bewust beleid naar verstening van de woonsituatie mag niet meer en de vraag naar woonwagenstandplaatsen moet worden gerespecteerd. Die algemene vaststelling is specifiek in de gemeente Geldrop-Mierlo door de ombudsman bekrachtigd. Verplichte huisvesting binnen het reguliere woningbestand is vanuit de beleving van de eigen cultuur geen optie en leidt bovendien tot een sterke vraag weer terug te keren naar een woonwagenlocatie. In de meeste toewijzingssystemen bestaat er een spanningsveld tussen huren van de standplaats en in eigendom hebben van de woonwagen. Met name bij bewonerswisseling is het moeilijk daarmee rekening te houden. In een aantal gemeenten wordt daarom een coöptatiesysteem gehanteerd. Een spanningsveld bestaat er ook tussen de algemene oplossing in veel gemeenten, waarbij alle standplaatsen door een corporatie wordt verhuurd en dus vallen onder de woningwet en de inkomensgrenzen, terwijl veel woonwagenbewoners en hun kinderen een inkomen uit arbeid hebben dat buiten de inkomensgrenzen valt. Veel woonwagenbewoners geven aan een grotere productdifferentiatie nodig te hebben. Voor de woonwagenbewoners is wonen in familieverband en de daarbij behorende onderlinge mantelzorg (in de toekomst) van groot belang.
De mantelzorg voor de oudere woonwagenbewoners gaat in de cultuur van de woonwagenbewoners veel verder dan in de maatschappij om hen heen. Dat geldt ook voor de kinderen en de spijtoptanten. Nabijheid en wonen in familieverband is daarmee belangrijker dan de locatie
•
•
•
•
6.2
De belangrijkste conclusies uit de enquêtes
Hoofden van het huishouden •
•
De belangrijkste verhuiswens van de ouderen (de hoofden van de huishoudens) heeft betrekking op een andere plaats op dezelfde locatie of een plaats op een andere locatie. Deze vraag leidt tot een vraag naar meer flexibiliteit maar niet naar meer standplaatsen. Er zijn geen ouderen die hebben aangegeven naar een woning of woonwagenwoning buiten de locaties te willen verhuizen. Wel geven ouderen vaak aan de standplaats te willen kopen, ook in samenhang met de toekomstige zekerheid dat hun kinderen op de standplaats kunnen blijven. In een aantal gevallen geven de respondenten dan ook aan dat ze zelf naar een burgerwoning willen verhuizen.
20
•
De bewoners wonen vaak al lang op de locatie een meestal ook naar tevredenheid. Voor zover er aanmerkingen op de locatie zijn, hebben die voornamelijk betrekking op het tekort aan standplaatsen en soms over inrichting en infrastructuur. Veel bewoners geven aan mee te willen werken aan een herinrichting van de locatie, met name als daarmee hun kinderen aan een standplaats worden geholpen.
•
De inwonende kinderen •
•
• •
Over het algemeen zijn de inwonende kinderen beter opgeleid dan hun ouders. Als ze niet meer studeren hebben ze vaker inkomen uit arbeid en we mogen ervan uitgaan dat hun inkomen ook hoger wordt dan dat van hun ouders. Alle inwonende kinderen willen verhuizen. De kinderen blijven in meerderheid het liefste op de huidige locatie maar willen – voor zover samen met de familie – ook alternatieve oplossingen accepteren. Dat kan betekenen dat ze of naar een andere locatie willen verhuizen of samen met de familie als alternatief een woonwagenwoning zouden accepteren. Ook bij de kinderen zien we een vraag naar een koopstandplaats. Meer dan bij de hoofden van het huishouden zien we bij de kinderen de acceptatie van een alternatief als woonwagenwoningen op de huidige of op een nieuwe locatie, als dat maar betekent dat ze met de familie samen kunnen wonen.
Spijtoptanten • Spijtoptanten hebben maar zeer beperkt gereageerd op de enquête. Het kan zijn dat niet alle spijtoptanten een formulier van hun familie hebben gekregen, waardoor de respons minimaal is. Behalve de verhuiswens van twee spijtoptanten en twee van hun kinderen valt daarover niet veel meer te zeggen. 6.3
De berekening van het tekort
Voor bepaling van het tekort aan standplaatsen hebben drie ingangen: de Basis Registratie Personen, de wachtlijst en de enquête. De Basisregistratie Personen De basisregistratie Personen heeft het overzicht in tabel 5.2 opgeleverd. Op basis van de samenstelling van het huishouden van het adres (geslacht en leeftijd) is een inschatting gemaakt van het aantal inwonende gezinsleden. Omwille van privacy is de positie in het huishouden (waarin voor inwonende gezinsleden een aparte code is opgenomen) niet geleverd, anders zou dat aantal nauwkeuriger te bepalen zijn geweest. Op grond van onze inschatting komen we uit op 15 inwonende leden van het huishouden die ouder zijn dan 18 jaar en daarmee een 21
zelfstandige vraag naar een eigen standplaats kunnen uitoefenen. In de komende jaren worden vier kinderen ouder dan 18 jaar en zullen dan ook een vraag gaan uitoefenen. De wachtlijst Zoals in hoofdstuk 5 is aangegeven staan er 19 mensen ingeschreven voor een standplaats in de gemeente Geldrop-Mierlo. 7 ingeschrevenen komen van buiten de gemeente, 12 vanuit Geldrop-Mierlo. Daarbij geldt wel de vaststelling dat op dit moment de wachtlijst niet transparant is mogelijk aan opschoning toe is. Dat zou het aantal inschrijvingen aanzienlijk kunnen veranderen en waarschijnlijk verhogen. De enquête Uit de enquête blijkt dat de verhuisgeneigdheid onder de huidige bewoners (hoofden van het huishouden) heel beperkt is en eigenlijk alleen betrekking heeft op 3 bewoners die (onder voorwaarden, waaronder de positie van hun kinderen) naar een burgerwoning zouden willen verhuizen. In de gesprekken met de bewoners is dit ook vaker gebleken. Hieruit kunnen we opmaken dat een beleid waarin standplaatsen vrijkomen door in overleg met huidige bewoners te treden in beperkte mate kans van slagen biedt. Uit de enquête onder inwonende kinderen blijkt dat 15 inwonende kinderen op korte termijn een standplaats zoeken. 5 van hen staan niet ingeschreven en uiteindelijk zullen zij zich moeten laten inschrijven om in aanmerking te komen. De spijtoptanten hebben een beperkte respons opgeleverd.
Daaruit komt een vraag naar voren van 2 standplaatsen voor de spijtoptanten zelf en 2 voor hun kinderen. Slechts één persoon staat bij de gemeente ingeschreven. Resulterend Als we het bovenstaande beoordelen komen we uit op een korte termijn behoefte van 15 plus 4 plaatsen, waarbij voor 8 plaatsen geen inschrijving bij de gemeente is gedaan. Zouden we alleen toewijzen op basis van inschrijving, dan moeten er op korte termijn 11 plaatsen bijkomen, waarbij bedacht moet worden dat meer publiciteit snel tot een ophoging op de wachtlijst leidt. Hierdoor komt de in de enquête opgehaalde vraag volledig naar boven komt en het aantal van 19 (toevallig zowel uit de wachtlijst als uit de enquête) een redelijke inschatting blijft. Gezien de spanning op de woningmarkt en de daardoor in het algemeen lange wachttijden voor toewijzing is het niet onredelijk daarvoor een periode van drie tot vijf jaar in acht te nemen. Dat zou betekenen dat we de komende jaren met een uitbreiding van gemiddeld 4 plaatsen per jaar moeten rekenen.
22
6.4
Aanbevelingen
Uitbreidingsmogelijkheden Er is behoefte aan uitbreiding van het aantal standplaatsen. Die behoefte kan worden becijferd op een uitbreiding van 19 plaatsen voor de komende periode van vijf jaar. Voor de invulling van die behoefte zijn in de loop van het onderzoek door de bewoners enerzijds en vanuit regionale bevindingen anderzijds verschillende mogelijkheden naar voren gebracht: •
Uitbreiding in de directe omgeving van de locaties De woonwagenbewoners zelf geven aan dat ze vinden dat er in de directe omgeving van de locaties enkele plaatsen zouden kunnen worden toegevoegd en na globale verkenning van de locaties lijken er in de buffers tussen de locaties en de overige bebouwing inderdaad mogelijkheden te zijn. Herinrichting en verdichting van de locaties Bij de beoordeling van de locaties in de begeleidingsgroep is duidelijk geworden dat met een aangepaste vorm van standplaatsen te realiseren woonwagenwoning of woonwagen nieuwe stijl – waar b.v. Wooninc. in Eindhoven aan rekent - een verdichtingsslag op bestaande locaties te bereiken valt. Nieuwe kleinschalige locatie Vooral jongere woonwagenbewoners en spijtoptanten hebben aangegeven dat wonen op een nieuwe locatie in familieverband (ook in een vorm van woningen) voor hen interessant kan zijn. Voor sommige hoofdbewoners kan dit ook een mogelijkheid vormen. Gezien de proceduretijd zal deze oplossing niet binnen vijf jaar gerealiseerd zijn. Natuurlijk verloop Voorts kan door natuurlijk verloop (overlijden, verhuizen) ook met enkele standplaatsen gerekend worden voor de huisvesting van de woningzoekenden die nu op de wachtlijst staan.
Vrijmaken door verkoop Een opvallende uitspraak tijdens de gesprekken op de locaties is dat enkele bewoners hun standplaats zouden willen kopen, om die direct aan de kinderen te verkopen en zelf naar buiten de locatie te verhuizen. Op die manier neemt het aantal voor inwonende kinderen beschikbare plaatsen toe zonder toevoeging van plaatsen. Op dit moment is verkoop als gevolg van de aanwijzing tot strategische locaties niet mogelijk.
•
•
•
•
Getalsmatige opgave In getallen uitgedrukt denken we aan het volgende: • •
Een natuurlijk verloop van 1 standplaats per jaar (over 5 jaar zijn dat er 5). Voor de realisatie van standplaatsen in de bufferzone en door een efficiëntere indeling van de locaties rekenen we op gemiddeld twee plaatsen per locatie (in totaal 10 plaatsen over 5 jaar). 23
• •
Voor een eerste experiment met een vorm van realisatie van koop- en huurplaatsen (CPO en/of zelfbeheer) denken we op langere termijn 6 plaatsen te kunnen realiseren. Door verkoop van gemiddeld één standplaats per jaar aan de bewoner, 5 plaatsen in de komende vijf jaar.
Wachtlijst en communicatie De wachtlijstgegevens laten gaten in de aanmeldingen zien. Tegelijkertijd geven meer inwonende kinderen in de enquête aan op de wachtlijst te staan dan er in werkelijkheid op te vinden zijn. Daarom is het goed de wachtlijst op te schonen en de communicatie te verbeteren over de noodzaak van inschrijven om überhaupt een plaats toegewezen te krijgen. Bovendien zouden de ingeschrevenen ook moeten kunnen horen op welke plaats ze op de wachtlijst staan zolang de toewijzing volgens de huidige procedure verloopt. Concreet betekent dit dat de wachtlijst verder gedigitaliseerd, gecontroleerd en regelmatig opgeschoond moet worden. Toewijzing Op dit moment verloopt de toewijzing van standplaatsen conform de positie op de wachtlijst. Het gevolg kan zijn dat de plaats aan een lid van een andere familie wordt toegewezen en niet aan één van de kinderen/kleinkinderen van degene van wie de wagen is. Hier wreekt zich dan de gespannen situatie, omdat de wagen in eigendom is en de plaats wordt gehuurd. Als de nieuwe kandidaat de wagen dan niet overneemt is die feitelijk niets meer waard en voor een deel van de bewoners geldt dat veel is geïnvesteerd in de wagen. Die investering valt dan terug naar nul. In de eerdere uitspraken van de ombudsman (zie hoofdstuk 3) wordt daarom aangegeven de plaatsen meer in familieverband toe te wijzen.
In Eindhoven is inmiddels ervaring opgedaan met zo’n systeem en het zou voor de woonwagenbewoners een grote stap in de goede richting zijn. Verkoop standplaatsen Veel woonwagenbewoners hebben in de enquête als aanvulling op de vragen aangegeven hun standplaats te willen kopen. Dat is ook gebeurd bij de gesprekken op de locaties. Een belangrijke reden voor de wens om de standplaats te kopen ligt in de mogelijkheid de plaats voor de eigen familie te behouden. Een tweede reden ligt in het voorkomen van kapitaalvernietiging als de plaats aan een ander wordt toegewezen. In enkele gevallen geeft de bewoner aan de plaats te willen kopen en vervolgens door te verkopen aan de kinderen om zelf buiten de locatie te gaan wonen. In 2017 is geprobeerd een verkoopbeleid op te starten, maar dit is vervolgens weer teruggetrokken en zijn de woonwagenlocaties tot strategische locaties aangewezen. Vanuit de optiek dat de gemeente de verplichting heeft bij de instandhouding van de cultuur van de woonwagenbewoners en daarmee van de noodzaak voldoende plaatsen te realiseren is het verstandig om toch opnieuw over een verkoopbeleid na te denken om op die manier ook aan het tekort aan plaatsen te werken.
24
Vergrijzing Een speciaal punt van aandacht is de vergrijzing op de locaties. De vraag naar mantelzorg zal in de toekomst daarom toenemen. Nu al is de mantelzorg op de locaties erg sterk ontwikkeld. Bij een grotere druk zal nabijheid dus belangrijker worden en dat zal effect hebben op de druk op de toewijzing. Nu al wordt door de inwonende kinderen en spijtoptanten de mantelzorg als reden opgegeven om naar de locatie waar hun ouders wonen te willen verhuizen. Niet alleen de vraag naar mantelzorg maar ook de vaag naar andere vormen van zorg zal toenemen en de wagens op de locatie zijn vaak niet toegankelijk en/of geschikt voor het verlenen van zorg. Bij de verdere uitwerking van het beleid is het belangrijk het element van vergrijzing mee te nemen. Communicatie De gesprekken op de locaties hebben ook opgeleverd dat de woonwagenbewoners erg wantrouwend zijn geworden en veelal aangeven het gevoel te hebben niet door de gemeente serieus te worden genomen. Met nam het ontbreken van overleg en informatie vanuit de gemeente speelt daarbij een rol. Het zou de voortgang in het proces helpen als die communicatie over en weer structureel wordt aangepakt in de vorm van gestructureerd periodiek overleg met de vertegenwoordigers van de verschillende locaties.
Beleidsplan Ter afsluiting de opmerking dat conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek meegenomen worden bij een integraal beleidsplan voor woonwagenzaken waarin ook elementen als zorg, onderwijs en werkgelegenheid in onderlinge afstemming worden meegenomen.
25
Bijlage 2, vragenlijst hoofdbewoner Huidige situatie en verhuiswens hoofdbewoner 1
Wat is uw leeftijd en wat is de leeftijd van uw partner? Graag invullen in de vakjes
2
Met hoeveel mensen woont u in totaal in de woonwagen? Graag aantal invullen in het vak
3
Hoeveel kinderen onder de 18 jaar wonen bij u in de woonwagen? Graag invullen in het vak
4
Hoeveel kinderen boven de 18 jaar wonen bij u in de woonwagen? Graag invullen in het vak
5
Wat is uw inkomstenbron?
En van uw (eventuele) partner?
O O O O O
O O O O O
6
Werk in loondienst Werk als zelfstandige Uitkering: WAO, Bijstand AOW/Pensioen Overig
Werk in loondienst Werk als zelfstandige Uitkering: WAO, Bijstand AOW/Pensioen Overig
Wat is uw hoogste opleidingsniveau?
En van uw (eventuele) partner?
O O O O O
O O O O O
Geen opleiding Lagere school Middelbare school MBO HBO/WO
Geen opleiding Lagere school Middelbare school MBO HBO/WO
26
7
Hoelang woont u al op deze locatie O 5 jaar of korter O Tussen de 5 en 10 jaar O Langer dan 10 jaar
8
Woont u prettig op de locatie O Ik woon hier prettig en er hoeft niets te veranderen O Ik woon hier prettig maar ere mogen wel dingen verbeterd worden O Namelijk O Ik woon hier niet prettig O Ik kan hier geen antwoord op geven
9
Zou u willen verhuizen of niet? O Ik wil niet verhuizen: dan einde vragenlijst O Ik wil verhuizen naar een andere standplaats op deze woonwagenlocatie O Ik wil verhuizen naar een standplaats op één van de andere locaties in de gemeente Geldrop-Mierlo namelijk_________________________________________________ _…. O Ik wil verhuizen naar de locatie waar ik vroeger heb gewoond, namelijk_________________________________________________ _
O O O 10
Ik zou graag willen verhuizen met mijn kinderen en andere familieleden naar een nieuwe locatie in de gemeente Geldrop-Mierlo Ik wil verhuizen naar een burgerwoning in de gemeente GeldropMierlo Anders, namelijk:
Als u in de vorige vraag heeft aangegeven, dat u wilt verhuizen naar een andere locatie of een andere standplaats, mag dat dan ook een woonwagenwoning of chalet zijn? (U mag meerdere antwoorden aankruisen) O Nee O Ja, maar alleen als dat op dezelfde locatie op een bestaande standplaats is O Ja, maar naast of direct bij andere familieleden
27
11
Wanneer zou u willen verhuizen? O Binnen 1 jaar O Tussen 1 en 3 jaar O Tussen 3 en 5 jaar O Langer dan 5 jaar
12
Zou u bereid zijn mee te werken aan een herindeling van de locatie om meer standplaatsen op de locatie te maken O Ja, daar wil ik wel aan meewerken O Ja, ik wil graag meewerken maar alleen als dat betekent, dat mijn kinderen hier kunnen wonen O Nee, dat hoeft voor mij niet
13.
Mist u nog vragen of heeft u nog opmerkingen, dan kunt u die hieronder aangeven __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________
28
Bijlage 2, vragenlijst inwonende kinderen Deel 2: De verhuiswens van in de woonwagen inwonende personen 1
Hoe omschrijft u uw inwoningssituatie het beste? O Ik woon zonder partner in bij mijn ouders O Ik woon samen met mijn partner in bij mijn ouders O Ik woon samen met mijn partner in bij mijn opa en/of oma O Ik woon zonder partner in bij mijn opa en/of oma O Anders, namelijk: ________________________________________________________
2
Wat is uw leeftijd en indien aanwezig wat is de leeftijd van uw partner, graag invullen in de vakjes
3
Wonen er ook kinderen onder de 16 jaar wonen met u in bij uw (groot)ouders? Graag aantal invullen in het vak
4
En wonen er ook kinderen boven de 16 jaar wonen met u in bij uw (groot) ouders? Graag aantal invullen in het vak
5
Wat is uw inkomstenbron?
En van uw (eventuele) partner?
O O O O O
O O O O O
Werk in loondienst Werk als zelfstandige Uitkering: WAO, Bijstand AOW/Pensioen Overig
Werk in loondienst Werk als zelfstandige Uitkering: WAO, Bijstand AOW/Pensioen Overig
29
6
7
Wat is uw hoogste opleidingsniveau?
En van uw (eventuele) partner?
O O O O
O O O O
Lagere school Middelbare school MBO HBO/WO
Lagere school Middelbare school MBO HBO/WO
Zou u willen verhuizen of niet? O Ik wil niet verhuizen: dan einde vragenlijst O Ik wil verhuizen naar een andere standplaats op deze woonwagenlocatie O Ik wil verhuizen naar een standplaats op één van de andere locaties in de gemeente Geldrop-Mierlo namelijk_________________________________________________ O Ik wil verhuizen naar de locatie waar ik vroeger heb gewoond,
O O O
namelijk_________________________________________________ Ik zou graag willen verhuizen met mijn kinderen en andere familieleden naar een nieuwe locatie in de gemeente Geldrop-Mierlo Ik wil verhuizen naar een burgerwoning in de gemeente GeldropMierlo Anders, namelijk:
8
Als u in de vorige vraag heeft aangegeven, dat u wilt verhuizen naar een andere locatie of een andere woonwagen, mag dat dan ook een woonwagenwoning of chalet zijn? (U mag meerdere antwoorden aankruisen) O Nee O Ja, maar alleen als dat op dezelfde locatie op een bestaande standplaats is O Ja, maar naast of direct bij andere familieleden
9
Staat u voor een nieuwe standplaats bij de gemeente ingeschreven en zo ja, hoe lang? O Nee O Ja, minder dan 1 jaar O Ja, 1 tot 5 jaar O Ja, 5 tot 10 jaar O Ja, langer dan 10 jaar O Ja, maar ik weet niet hoe lang precies
30
10
Staat u ook ingeschreven bij Wooniezie om voor een woning van één van de woningcorporaties in de gemeente of de regio in aanmerking te komen O Nee O Ja minder dan 1 jaar O Ja 1 tot 5 jaar O Ja, 5 tot 10 jaar O Ja, langer dan 10 jaar O Ja, maar ik weet niet hoe lang precies
11.
Wanneer zou u willen verhuizen? O Binnen 1 jaar O Tussen 1 en 3 jaar O Tussen 3 en 5 jaar O Langer dan 5 jaar
12.
Mist u nog vragen of heeft u nog opmerkingen, dan kunt u die hieronder aangeven __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________ __________________________________________________________________
31