Beantwoording technische vragen PvdA Geldrop-Mierlo bij Strategie 2026-2029
Tekst van het document
Technische vragen PvdA Geldrop-Mierlo naar aanleiding van Strategische Visie 2026-2029 1. Hoe zorgen we dat we als gemeente meekunnen in de schaalsprong die van ons verwacht wordt vanwege de groei voor Brainpoort? Voorziet deze Strategische Visie (SV) hierin qua voldoende ambtenaren, geschoold personeel, woningen, scholen en andere benodigde faciliteiten? Reactie College: De schaalsprong in de Brainportregio stelt ons als gemeente voor stevige uitdagingen op het gebied van woningbouw, voorzieningen, bereikbaarheid en personele capaciteit. In de Visie 2044 en de Strategie 2026–2029 zetten we hierop in door richtinggevende keuzes te maken en integraal te sturen op thema’s als wonen, onderwijs en bereikbaarheid. Tegelijkertijd beseffen we dat veel van deze opgaven niet alleen lokaal op te lossen zijn. Daarom werken we intensief samen binnen regionale verbanden zoals de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Via deze samenwerkingen stemmen we af, bundelen we capaciteit en zorgen we voor een gezamenlijke aanpak om de groei en de schaalsprong op een goede manier op te vangen. 2.
Stel dat het distributiecentrum bij Eeneind West er tóch komt, in hoeverre raakt dat onderwerpen in deze visie zoals leefbaarheid? Is daar rekening mee gehouden? Zijn hier nog specifieke acties voor voorzien in beleid Reactie College: Het distributiecentrum bij Eeneind West is een ontwikkeling die op dit moment volop in beweging is. In de Visie 2044 en de Strategie 2026–2029 zijn brede thema’s zoals leefbaarheid, bereikbaarheid en duurzaamheid richtinggevend voor ons handelen. Mocht het distributiecentrum er komen, dan kan dat inderdaad invloed hebben op de leefbaarheid. In onze strategische uitgangspunten houden we daar rekening mee door te sturen op integrale afwegingen en samenhang tussen ruimtelijke en sociale opgaven. We beoordelen welke mogelijke impact er is op bijvoorbeeld de leefbaarheid en wat dat van ons vraagt aan eventuele vervolgacties of maatregelen. Eventuele specifieke acties of beleid worden verder uitgewerkt zodra er meer duidelijkheid is over de besluitvorming en de exacte invulling van de plannen. 3. De ambitie om in 2027 de doelgroep met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt naar vermogen te laten participeren in de samenleving vinden wij een mooie, maar het baart ons ook zorgen.
Er vanuit gaand dat deze groep kwetsbaar is of kan zijn, is onze vraag: Wat doen we om deze groep extra in het oog te houden en te ondersteunen in gesprekken bij hun opdrachtgever. Kortom: hoe zorgen we dat ze geen terugval krijgen? Reactie College: Het college herkent het belang van zorgvuldige begeleiding voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze doelgroep is doorgaans goed in beeld bij de gemeente en bij partners zoals Senzer. We erkennen dat terugval niet altijd te voorkomen is, maar streven ernaar om dit op te vangen met maatwerk en ondersteuning, zowel vanuit de gemeente als samen met werkgevers.
Als iemand op een passende werkplek zit, hoeft een tijdelijke terugval niet te betekenen dat werk verloren gaat. Instrumenten zoals loonkostensubsidie en het doelgroepenregister maken maatwerk mogelijk en zorgen ervoor dat er flexibiliteit is om bijvoorbeeld tijdelijk te schakelen tussen werk en uitkering. Daarnaast investeren we in het inclusiever maken van werkgevers, onder andere door hen te ondersteunen in het omgaan met bijvoorbeeld psychische kwetsbaarheid. Zo werken we samen aan duurzame en passende participatie voor iedereen. 4. Op economisch niveau lijken we sterk te leunen op toerisme. Dit is een smalle basis. Hoe is of wordt er in het beleid meer algemeen aandacht gegeven aan het vestigingsklimaat voor grotere en kleinere ondernemingen in onze gemeente? Reactie College: We hebben in Geldrop-Mierlo ruim 4.000 bedrijven. In ons economisch beleid (2022) hebben we de focus gelegd op drie aandachtsgebieden; de centra, bedrijventerreinen en recreatie en toerisme, waarbij per gebied 4 uitgangspunten zijn geformuleerd. Voor meer informatie verwijs ik u graag door naar onze Economische visie die in 2022 door de raad is vastgesteld. Op dit moment wordt er gewerkt aan de uitvoering van deze economische visie en zijn we onder andere bezig met een actualisatie van de bedrijventerreinenstrategie en met een nieuw lokaal detailhandels- en horecabeleid.
Ook zijn we bezig met een onderzoek naar een ondernemersfonds vanuit de gedachte dat het een meerwaarde kan opleveren voor de lokale economie. Door middel van goede samenwerking met ondernemers en collectieve investeringen worden winkelgebieden en bedrijventerreinen versterkt. Een plan van aanpak hiervoor wordt in het najaar aan de raad gepresenteerd. 5. We lezen dat er meer datagedreven gewerkt gaat worden. Kan het college hier voorbeelden in geven? Op welke manier wil men dat gaan doen en wat voor voordelen, maar ook nadelen biedt dat? Het is belangrijk inzicht te hebben en data te verzamelen en om te zetten in informatie maar uiteindelijk moeten we wel oog hebben wat er achter zit en niet alleen naar de cijfers kijken. Dus niet alleen op geld en harde cijfers zitten maar ook de meer zachte opbrengsten of kosten meenemen. Reactie College: Binnen het sociaal domein zetten we data al langere tijd in. Momenteel werken we aan een stevige basis om datagedreven werken op een goede en veilige manier verder te kunnen ontwikkelen en verankeren in de hele organisatie in samenwerking met Dienst Dommelvallei. We werken aan een strategisch implementatieplan en een roadmap om inzichtelijk te krijgen waar kansen en uitdagingen liggen. In de uitwerking hiervan zit onder andere doelgroepenanalyse, datavolwassenheid en welke data is nodig om goed te kunnen sturen op doelen.
Data gaat ons helpen, beslissingen worden ondersteund door inzichten en analyses in plaats van alleen op intuïtie of ervaring. Dit draagt bij aan transparantie en helpt bij het tijdig signaleren van trends en risico’s. Dit onderwerp heeft de aandacht, later dit jaar zal hier een verdere uitwerking van volgen. 6. We lezen in de SV dat in 2031 ons fietsnetwerk moet voldoen aan de minimale kwaliteitseisen, maar waarom dan pas? Voldoen we op dit moment niet aan de minimale eisen die er zijn?
Reactie College: Om het fietsnetwerk toekomstbestendig te maken, willen we in 2026 een uitvoeringsagenda opstellen. Daarbij zetten we onder andere de actuele richtlijnen van het CROW af tegen de bestaande fietspaden binnen de gemeente. Door de opkomst van de e-bike en de toename van het aantal fietsbewegingen zijn de landelijke richtlijnen voor fietsinfrastructuur aangepast. Dit betekent dat niet alle huidige fietspaden voldoen aan de nieuwe eisen. Met deze uitvoeringsagenda brengen we in kaart waar verbeteringen nodig zijn en leggen we de basis voor gerichte maatregelen die de veiligheid en doorstroming van het fietsverkeer verbeteren. 7. Voor verschillende onderwerpen uit de strategische visie is er achterliggend beleid. Het is nu niet duidelijk welk beleid er nog is en welke looptijd dat heeft. Dit is eerder wel overeengekomen om hiervan een actuele lijst bij te houden. Is die er nog en kan die worden gedeeld of anders opnieuw worden opgesteld Kan het college hier helderheid in geven? Reactie College: Voor diverse onderwerpen binnen de Strategie 2026–2029 geldt dat er achterliggend beleid bestaat, dat in een afzonderlijk bestuurlijk besluitvormingsproces is of wordt vastgesteld. Strategische doelen worden vanzelfsprekend gespiegeld aan dit vigerende beleid. Wanneer bestaand beleid niet langer toereikend is, wordt dit gemeld en zo nodig geactualiseerd. 8.
Er wordt geschreven over 3 ecologische verbindingen die aangelegd zijn. Dat is heel mooi, maar het is voor ons niet duidelijk waar we naartoe willen. Als we dit zo belangrijk vinden, waarom dan niet 4 of 5? Reactie College: De ambitie is om in 2030 minimaal drie nieuwe ecologische verbindingen te hebben gerealiseerd, maar mogelijk ook meer. De aanleg van een nieuwe ecologische verbindingen of faunapassage vaak complex. Welke locatie is het meest geschikt? Hoe staat het de grondpositie? Zijn er voldoende middelen beschikbaar? En zijn er andere ruimtelijke ontwikkelingen die een rol spelen (b.v. verbreding A67)? Desalniettemin achten wij het haalbaar dat er voor 2030 minimaal drie nieuwe ecologische verbindingen zijn gerealiseerd. 9. Er wordt omschreven dat we groene wijken nastreven, maar er staat niet concreet hoevéél groen dat dan moet zijn. Waar denkt het college aan? Reactie College: Bij de uitwerking van het in 2023 vastgestelde klimaatadaptatieplan zijn alle wijken in Geldrop-Mierlo ingedeeld in een wijktypologie, waarbij per wijktype ook een streefwaarde groen is bepaald. Dit is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam. Voor bestaande wijken die qua groen onder de streefwaarde zitten, wordt harder ingezet op het realiseren van meer groen, dan voor wijken die al aan de streefwaarde voldoen.
10. We lezen dat het CMD over simpele vraagstukken 2 weken mag doen om te reageren, waarom wordt er voor ingewikkelde vraagstukken (maatwerk) geen minimale termijn gesteld? Reactie College: Het college houdt zich aan twee uitgangspunten. Het proces is zo ingericht dat 1. inwoners zo spoedig mogelijk na hun melding of aanvraag worden geholpen, en; 2. de maximale termijnen zoals opgenomen in de wet- en regelgeving en tevens in lokale verordeningen (Awb, Wmo, Jeugdwet en Participatiewet), als leidend principe worden gehanteerd. Het college ziet geen aanleiding om een minimale termijn in te stellen. Als ondersteuning eerder ingezet kan worden is het niet wenselijk om een verplichte onderzoeks-/ reactietermijn af te wachten. 11. Kan het college aangeven wat voor de programma’s het vigerende beleid is en wat de planning hiervoor is om deze eventueel te herzien? Reactie College: Het college kan niet per programma een compleet overzicht geven van het vigerende beleid en de herzieningsplanning. De hoeveelheid onderliggend beleid is omvangrijk en voortdurend in beweging. Een dergelijk overzicht zou het ambtelijk apparaat onevenredig belasten, zonder dat dit direct bijdraagt aan het behalen van de strategische doelen. Uiteraard wordt wel per strategisch doel beoordeeld welk beleid daarop van toepassing is en of dit nog actueel is.
Indien blijkt dat het vigerend beleid niet meer aansluit bij het doel, wordt dit – waar nodig – geactualiseerd of opnieuw vastgesteld. Zo zorgen we ervoor dat beleid en strategie goed op elkaar zijn afgestemd, en dat er tijdig en doelgericht kan worden gehandeld. Deze afwegingen maken expliciet onderdeel uit van de planning en uitwerking per doel.