Beantwoording technische vragen Kadernota 2022 totaaloverzicht.docx
Tekst van het document
Technische vragen en antwoorden Kadernota 2022 Naam
Toelichting
CDA
Kadernota, 2.2 Sterke, gezonde vitale wijken, onderdeel sport. U geeft aan dat een renovatie van De Helze en de kantine van hockeyclub Mierlo al zijn begroot en opgenomen zijn in het activiteitenplan. Het CDA staat voor een echte samenleving. Sociale netwerken, contact en ontmoeting, wederzijdse hulprelaties, gezamenlijke activiteiten in de buurt, allemaal mooie en belangrijke vormen van sociale samenhang. Vrijwilligers zijn de kampioenen van onze samenleving en verdienen onze onvoorwaardelijke steun. We willen daarom gerichter investeren in gemeentelijke (welzijn)accommodaties en gesubsidieerde gebouwen, om zo de diverse doelgroepen maximaal te voorzien in hun behoeften.
Vraag Antwoord Accommodaties Geldrop-Mierlo 1. We ontvangen graag een nadere toelichting op de stand van zaken en een plan van aanpak voor onze gemeente inzake accommodatiebeleid? 2. Hoe kijkt de gemeente aan tegen gemeentelijke (welzijn)accommodaties en accommodaties die eigendom zijn van verenigingen in het kader van investeringen? Dit gelet op duurzaamheidsvraagstuk en investeringen vanwege achterstallig onderhoud. 3. Welke criteria liggen daar aan ten grondslag?
Daartoe willen we een accommodatiebeleid, een uitvoeringsplan en concreet starten met de uitvoering in 2022. Antwoord
1. We ontvangen graag een nadere toelichting op de stand van zaken en een plan van aanpak voor onze gemeente inzake accommodatiebeleid? Om een toekomstbestendig accommodatiebeleid te realiseren is eind februari 2021 aan Pentarho opdracht gegeven om voor zowel voor Mierlo als Geldrop in beeld te brengen welke functies/activiteiten in de toekomst gewenst zijn en welk aanbod van accommodaties er op basis van de (toekomstige) behoeften, op van basis (wettelijke) kengetallen en op basis van gemeentelijke doelstellingen en maatschappelijke ontwikkelingen/vraagstukken nodig is. Vanwege de complexiteit van de vraag is er gekozen voor een gefaseerde aanpak en is in maart 2021 een start gemaakt met Mierlo. Er zijn gesprekken gevoerd met verschillende partijen (Natuurlijk Goed Mierlo, gebiedsregisseurs, Bibliotheek Dommeldal, LEVgroep, Kersenplukkers, Centrum- en lintenmanager Mierlo, afdeling Vastgoed gemeente) in Mierlo om in kaart te brengen wat er leeft in de samenleving van Mierlo. Inmiddels is er ook een klankbordgroep accommodatiebeleid Mierlo gevormd met belangrijke representanten uit de gemeente/gemeenschap Mierlo. Het eerste overleg met de klankbordgroep heeft op 15 juni 2021 plaatsgevonden en het volgende overleg staat op 1 juli 2021. Eind september/ begin oktober 2021 zal de eindrapportage voor Mierlo gereed zijn.
Voor de zomervakantie worden er al voorbereidingen getroffen voor Geldrop, zodat na de zomervakantie gestart kan worden met het accommodatiebeleid Geldrop.
2. Hoe kijkt de gemeente aan tegen gemeentelijke (welzijn)accommodaties en accommodaties die eigendom zijn van verenigingen in het kader van investeringen? Dit gelet op duurzaamheidsvraagstuk en investeringen vanwege achterstallig onderhoud. De verenigingen die maatschappelijke accommodaties exploiteren hebben vaak net genoeg inkomsten om het gebouw te exploiteren en klein onderhoud uit te voeren. De exploitatie levert over het algemeen niet genoeg inkomsten op voor investeringen in duurzaamheidsvraagstukken of achterstallig onderhoud. Als dit soort vraagstukken zich voordoen dan zal de gemeente hierover in overleg treden met de vereniging om de situatie nader te bekijken. CDA
Kadernota, Top 30 onderwerpen. Het CDA constateert dat we door het hebben van een top 30 prioriteitenlijst met teveel onderwerpen parallel bezig zijn, waardoor focus ontbreekt.
Antwoord
Top 30 prioriteitenlijst 1. Is het college bereid om binnen de top 30 lijst een top 10 Prio aan te brengen zodat we scherpe focus hebben?
Vanuit de diverse portefeuilles heeft het college door middel van de Top 30 onderwerpen prioriteit/ focus willen aanbrengen voor de komende periode. Natuurlijk is een rangorde aan te brengen binnen deze Top 30. Dit in de wetenschap dat ook de term Top 30 niet het complete beeld geeft. Als voorbeeld, de Woningbouwimpuls, is één van de Top 30 onderwerpen. In de praktijk gaat het hierbij om meerdere (deel)projecten. Tijdens een bijeenkomst op 1 juni van het college rondom prioritering, is door het college vastgesteld dat de onderwerpen Hofdael, Zwembad De Smelen, Woningbouwimpuls/ woningbouwprogramma centrum en het IHP en het uitvoeringsprogramma daarbij binnen de Top 30 de hoogste prioriteit hebben.
Naam D66 Antwoord
D66
Antwoord
Bladzijde 10
Vraag Waarop baseert u de zorg dat er binnen het PlusTeam 2 werkwijzen ontstaan. Er is toch één gemeenschappelijke regeling, één bestuur en één manager van het PlusTeam? Zoals beschreven gaan wij in onze opdracht uit van onze visie, dit is ook het uitgangspunt voor de samenwerking in de GR. De verwachting is ook dat we samen één werkwijze gaan hanteren, maar het definitieve antwoord kan pas gegeven worden als het mediation-traject en de uitwerking daarvan is afgerond. 12
Is het in de praktijk mogelijk om in de relatie met Senzer te kiezen voor een van beide scenario’s. Feitelijk gaat het om gemeentelijke taken die we in een gemeenschappelijke regeling regionaal hebben ondergebracht. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen blijven de gemeenten uiteindelijk toch financieel verantwoordelijk voor financiering van de kosten? Het klopt dat de gemeenten uiteindelijk financieel verantwoordelijk zijn voor de gemeenschappelijke regeling. Er zijn verschillende mogelijkheden van financiering mogelijk voor Senzer. De huidige manier van financieren is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling artikel 33 en komt
grotendeels neer op het één op één doorsluizen van rijksbudgetten naar Senzer. Naar aanleiding van de evaluatie en herijking van Senzer en toekomstige landelijke ontwikkelingen op het gebied van de financiering van het sociaal domein (ontschotting van budgetten), wordt onderzocht hoe we Senzer het beste kunnen financieren. Het is dus mogelijk om te kiezen voor een andere manier van financieren. D66
Antwoord
D66
Antwoord D66 Antwoord
14
School en woningbouw Skandia: In de kadernota staat dat school en woningbouw financieel gekoppeld blijven, maar dat uitvoering separate processen zijn. Bij het nieuwe Strabrechtcollege hebben we kunnen ervaren dat het beter is om deze processen parallel te laten lopen. Waarom heeft u ervoor gekozen om de processen los te koppelen, waardoor de optie om een gezamenlijk project van bouw school in combinatie met woningen niet realiseerbaar is. Welke financiële en andere risico’s zijn aan die keuze verbonden? Het proces rondom de realisatie van de school in Skandia is niet geheel vergelijkbaar met het proces rondom het nieuwe Strabrechtcollege. Het is niet wenselijk om de ontwikkeling van de school Skandia te laten wachten op de ontwikkeling van woningbouw, omdat dat zou leiden tot (verdere) vertraging. Beide scholen zijn hard toe aan een nieuw schoolgebouw. De financiële koppeling tussen beide ontwikkelingen zorgt op termijn voor dekking van eventuele tekorten.
16
In de paragraaf Groene middengebied/Gulbergen/Dommeldal staat in de laatste zin dat u in het gebied Gijzenrooi een betere verbinding wil leggen tussen het landelijke en stedelijke gebied. De gemeenteraad is hier tot op heden niet in betrokken. Wanneer en op welke wijze wordt de raad hierbij betrokken en moet hier ook (extra) budget voor worden vrijgemaakt? In het najaar van 2021 wordt uw raad geïnformeerd door middel van een raadinformatiebrief. In principe is er geen extra budget nodig. 17 Op welke wijze wordt invulling gegeven aan participatie vanuit de wijk in de komende wijkontwikkelingsplannen? In 2022 wordt het wijkplan voor de Coevering opgeleverd en wordt een start gemaakt met het wijkplan voor de Akert. Samen met de wijk maken we een gedegen, herkenbaar en gedragen wijkplan. Hierbij is het bouwen aan een (langdurige) relatie tussen de gemeente, verenigingen en inwoners van belang. In de komende wijkplannen worden inwoners, verenigingen en overige partners in de wijk weer actief betrokken bij de totstandkoming van het wijkplan. Dit doen we door middel van de volgende stappen: 1. Informatie ophalen. Allereerst wordt een analyse van de wijk (cijfers) gedaan en worden er interviews gehouden met bewoners en partners. De interviews, gekoppeld met de gegevens uit de analyse, geven een beeld van de belangrijkste onderwerpen die spelen in de wijk.
Op deze informatie worden de thema’s voor het wijkplan gebaseerd. 2. Inwoners en partners verder betrekken. Er kan, wanneer dit nodig blijkt, een enquête worden uitgezet onder de wijkbewoners om aanvullende informatie op te halen. Ook worden in deze fase sociaal maatschappelijke partners betrokken om de kansen en reeds bestaande activiteiten in de wijk in beeld te brengen. 3. Verbinden en uitwerken. Er worden bijeenkomsten georganiseerd (online of fysiek) waarbij bewoners, verenigingen en partners per thema met elkaar in gesprek gaan. Verbindingen worden gelegd en ideeën en kansen worden gedeeld. Inwoners, partners en verenigingen bespreken samen met de gemeente welke ingebrachte onderwerpen of acties worden opgepakt. Er worden afspraken gemaakt over wie (bewoners, partners, gemeente) de acties wanneer uit gaat voeren. 4. Resultaten delen. Uiteindelijk worden het wijkplan en daaruit volgende acties in een interactieve bijeenkomst gedeeld met de inwoners, verenigingen en partners in de wijk.
Parallel aan het traject om met bewoners te komen tot een sociaal maatschappelijk wijkplan wordt ook een wijkschouw georganiseerd. Tijdens deze wijkschouw kunnen inwoners van de wijk ruimtelijke aandachtspunten delen met de gemeente. Kleine ergernissen worden direct opgelost, de wat complexere vragen worden nader onderzocht. D66
Antwoord D66
Antwoord
D66 Antwoord
18
Waarom wordt de locatie Centrum-West niet genoemd als een van de belangrijkste projecten om tot ontwikkeling te laten komen? Deze locatie is niet opgenomen in de Woningbouwimpuls, wordt jaarlijks in de planning naar achteren geschoven, maar is wel winstgevend. Op het moment dat we starten met de gebieden van de woningbouwimpuls die het gebied Centrum-West raken dan gaan we ook starten met Centrum-West. 26
Hoe verhoudt zich het “opgave gestuurd werken” (niet meer als gemeente touwtjes in handen hebben) tot de werkwijze die is gekozen bij de Woningbouwimpuls, waarbij het uitgangspunt dat de gemeente zelf de regie wil blijven voeren over de deelprojecten? De opgave voor de woningbouwimpulsprojecten is er een waarbij we vooral de regie gaan voeren op het halen van de aantallen en op de kaders ten aanzien van de diverse beleidsvelden zoals economie, wonen, groen, water etc. Daaromheen is het zeker een samenspel met de diverse belanghebbende partijen en past het dus ook in het opgave gestuurd werken. 30
Waarom wilt u in de toekomst afwijken van de bestaande overschotten niet meer toevoegen aan de algemene reserve? Waarom is dit voorstel niet vooraf met de auditcommissie besproken? Het gaat hier slechts om de begrote overschotten, zowel bij de primaire raming als bij tussentijdse rapportages. De afspraken over de werkelijke overschotten bij de jaarrekening blijven onveranderd. Hiervoor geldt het stroomschema: als alle reserves op het minimum staan en het resultaat voor bestemming is positief, dan wordt 50% ervan gestort in de algemene reserve. De overige 50% wordt verdeeld over deze of andere reserves, afhankelijk van een dan op te stellen prioriteitsvolgorde. Door begrote overschotten niet meer te storten in de algemene reserve “rekenen we tussentijds niet af” waardoor de verwachte resultaten in de exploitatie blijven. Bij de jaarrekening is dan een zuivere vergelijking te maken tussen het werkelijke rekeningresultaat en het verwachte resultaat. In de auditcommissie hebben wij enkele keren gesproken over resultaatbestemming en het uitschrijven van de systematiek in een eerstvolgende actualisatie van de nota Reserves en voorzieningen. Vooruitlopend hierop willen wij u dit aspect nu voorleggen bij de kadernota, zodat we hier in de komende begroting rekening mee kunnen houden.