Beantwoording schriftelijke vragen SAMEN over Kader vluchtelingenopvang
Tekst van het document
Vragen Commissie Commissie en datum: 10 februari 2025, Commissie Algemene Zaken Datum indienen vragen: 6 februari 2025 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen en fractie: Daan Jansen, SAMEN Geldrop-Mierlo Onderwerp: kader vluchtelingenopvang Het college / de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag, vragen mondeling/schriftelijk te beantwoorden: Naar aanleiding van het voorstel om kleinschalige opvang voor asielzoekers in onze gemeente te realiseren, verzoek ik u om inzicht te verschaffen in de verschillen tussen kleinschalige opvanglocaties en reguliere asielzoekerscentra (azc’s) met betrekking tot de benodigde ambtelijke capaciteit, de druk op lokale voorzieningen en de financiële risico’s. Ook verzoek ik u om een toelichting waarom de gemeente ervoor kiest om meer asielzoekers op te vangen dan de wettelijke verplichting. Specifiek verzoek ik u de volgende punten te verduidelijken: 1.
Ambtelijke capaciteit, druk op lokale voorzieningen en besluitvormingsproces: a) Hoeveel ambtelijke capaciteit in FTE’s is benodigd om deze opvang mogelijk te maken? b) Welke gemeentelijke afdelingen worden hier structureel bij betrokken, en wat is hun geschatte tijdsbesteding (CMD, communicatie, buurtwerk, juridische zaken, handhaving, etc.)? c) Er wordt gesproken over een nieuwe projectleider, maar wat is het totaalplaatje aan benodigde personele inzet binnen de organisatie? d) Zijn er concrete gesprekken geweest met zorginstellingen, scholen en andere maatschappelijke organisaties over de specifieke aantallen die verwacht worden (bijv. hoeveel extra leerlingen, hoeveel extra zorgbehoeftigen)? e) Zijn deze organisaties in staat om deze aantallen op te vangen, en zo niet, welke aanvullende maatregelen worden genomen om capaciteitsproblemen te voorkomen? f) Op welk moment en op welke wijze wordt de raad geïnformeerd over de besluitvorming rondom een opvanglocatie, conform de motie “Vroegtijdige Participatie bij de opvang van vluchtelingen” (9 december 2024)? 2.
Financiële risico’s: a) Kunt u een vergelijking maken van de kostenstructuren tussen kleinschalige opvang en reguliere azc’s, inclusief eventuele schaalvoordelen of -nadelen? b) Gezien het feit dat kleinschalige opvang duurder is dan reguliere azc’s, zijn er extra financiële afspraken met het COA of het Rijk om deze kosten te compenseren? c) In hoeverre kunnen reguliere azc’s budgetneutraal worden uitgevoerd voor de gemeente, rekening houdend met de vergoedingen zoals vastgelegd in het Faciliteitenbesluit opvangcentra? 3. Overwegingen voor opvangcapaciteit: a) Gezien de wettelijke verplichting voor onze gemeente om 231 asielzoekers op te vangen, kunt u toelichten waarom er plannen zijn om 300 asielzoekers voor de lange termijn te huisvesten? b) Welke overwegingen en criteria hebben geleid tot het besluit om meer asielzoekers op te vangen dan de wettelijke verplichting voorschrijft?
Pagina 1 van 4
c) Zijn er andere gemeenten in de regio die, net als Geldrop-Mierlo, voornemens zijn om ruim een kwart méér asielzoekers op te vangen dan de wettelijke verplichting? Ik verzoek u om een uitgebreide analyse van bovengenoemde punten, zodat de raad een goed onderbouwde afweging kan maken. Toelichting: / Datum beantwoording: 10-02-2025 Antwoord: Inleiding Om als gemeente de opvang van vluchtelingen goed te organiseren, is het noodzakelijk om eerst duidelijke kaders met elkaar vast te stellen. Deze kaders bieden de basis om op korte termijn gericht op zoek te gaan naar passende locaties en bijbehorende businesscases. Tegelijkertijd zijn de ontwikkelingen op dit dossier continu in beweging, wat het vooruitkijken en het maken van duurzame keuzes extra uitdagend maakt. Het college hecht eraan dit zorgvuldig te doen, met oog voor een humane opvang en een maatschappelijk verantwoorde inpassing in de omgeving. Zonder deze kaders is het echter niet mogelijk om de volgende stappen in dit proces te zetten en een goed doordachte, breed gedragen invulling van deze opgave te realiseren. Vraag-antwoord Ambtelijke capaciteit, druk op lokale voorzieningen en besluitvormingsproces: a) Hoeveel ambtelijke capaciteit in FTE’s is benodigd om deze opvang mogelijk te maken? De gemeente werft een projectleider om de opvang in goede banen te leiden.
Daarnaast zijn verschillende gemeentelijke afdelingen, teams en disciplines betrokken, zoals ruimtelijke ordening, juridische zaken, veiligheid, communicatie, enzovoorts. De precieze ambtelijke inzet is afhankelijk van de omvang en locatie van de opvang. Dit wordt per opvanglocatie uitgewerkt in een businesscase, waarin de benodigde capaciteit en kosten in beeld worden gebracht. Kleinschalige opvang betekent dat de gemeente meer taken zelf moet organiseren, zoals participatie, veiligheid en maatschappelijke ondersteuning. Hoe kleinschaliger de opvang, hoe groter de inzet die van de gemeente wordt gevraagd. b) Welke gemeentelijke afdelingen worden hier structureel bij betrokken, en wat is hun geschatte tijdsbesteding? De volgende afdelingen/teams/disciplines spelen een rol in de opvang, denk daarbij aan: • Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD): Begeleiding van statushouders en asielzoekers. • Communicatie • Juridische Zaken
Pagina 2 van 4
• Veiligheid en leefbaarheid • Ruimtelijke Ordening: Beoordelen van locaties en ruimtelijke inpassing. • Onderwijs en Zorg: Afstemming met scholen en zorginstellingen. De exacte tijdsbesteding per afdeling hangt af van de opvangcapaciteit, locatie en omgevingsmanagement. Dit wordt per opvanglocatie beoordeeld. c) Er wordt gesproken over een nieuwe projectleider, maar wat is het totaalplaatje aan benodigde personele inzet binnen de organisatie? Naast de projectleider is inzet nodig van verschillende gemeentelijke afdelingen. De precieze impact op de ambtelijke capaciteit kan per locatie variëren. Om grip te houden op de inzet en kosten, wordt per opvanglocatie een businesscase opgesteld. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt: • Hoeveel ambtelijke capaciteit nodig is per afdeling. • Wat de financiële gevolgen zijn voor de gemeente. • Wat de verwachte impact is op lokale voorzieningen. Door een gefaseerde uitrol van een of meerdere opvanglocaties, kan de gemeente tussentijds bijsturen en overbelasting van de ambtelijke organisatie voorkomen. Dit zorgt ook voor betere beheersing van financiële risico’s. d) Zijn er concrete gesprekken geweest met zorginstellingen, scholen en andere maatschappelijke organisaties over de specifieke aantallen die verwacht worden? Ja, tijdens het participatietraject zijn netwerkpartners geraadpleegd.
Zorginstellingen hebben hun zorgen geuit over de beschikbaarheid van specialistische zorg, en scholen hebben aangegeven samen te werken om expertise te bundelen. e) Zijn deze organisaties in staat om deze aantallen op te vangen, en zo niet, welke aanvullende maatregelen worden genomen om capaciteitsproblemen te voorkomen? Dit wordt per opvanglocatie uitgewerkt in de businesscase. Hierin wordt vastgesteld wat opvanglocaties van netwerkpartners vragen en welke aanvullende maatregelen nodig zijn. De gemeente werkt hierin nauw samen met scholen, zorginstellingen en andere betrokken partijen om eventuele knelpunten vroegtijdig te signaleren en indien mogelijk op te lossen. f) Op welk moment en op welke wijze wordt de raad geïnformeerd over de besluitvorming rondom een opvanglocatie? De raad wordt voorafgaand aan besluiten over opvanglocaties geïnformeerd en kan wensen en bedenkingen meegeven. Hierin is de participatie met inwoners een verplicht onderdeel voordat raad wordt geïnformeerd en een definitieve keuze voor een opvanglocatie wordt gemaakt. 2. Financiële risico’s a) Kunt u een vergelijking maken van de kostenstructuren tussen kleinschalige opvang en reguliere azc’s? Over het algemeen is kleinschalige opvang duurder dan een regulier azc, omdat: • Er geen schaalvoordelen zijn, waardoor kosten per bewoner hoger uitvallen.
• Bij kleinschalige opvanglocaties de gemaakte kosten in meerdere mate voor rekening van de gemeenten komen. Tevens komt de verantwoordelijkheid in het geval van kleinschalige locaties ook in meerdere mate bij de gemeente te liggen. De daadwerkelijke kosten worden per locatie inzichtelijk gemaakt in een businesscase.
Pagina 3 van 4
b) Zijn er extra financiële afspraken met het COA of het Rijk om deze kosten te compenseren? • De gemeente kan binnen bestaande afspraken de werkelijke kosten in rekening brengen bij het COA bij crisisnoodopvang (CNO) en tijdelijke gemeentelijke opvang (TGO). • Structurele opvangkosten vallen grotendeels onder het Faciliteitenbesluit opvangcentra, maar de dekking hiervoor is beperkt. Als een asielzoeker staat ingeschreven in BRP dan ontvangt de gemeente geld via het gemeentefonds. Staat een asielzoeker (nog) niet ingeschreven in het BRP dan krijgt de gemeente een vergoeding via het Faciliteitenbesluit die vergelijkbaar is aan het gemeentefonds. c) In hoeverre kunnen reguliere azc’s budgetneutraal worden uitgevoerd voor de gemeente? • Reguliere AZC’s worden grotendeels gefinancierd door het COA en leggen minder financiële druk op gemeenten. Bij de keuze voor kleinschalige locaties moeten gemeenten echter rekening houden met aanvullende kosten, bijvoorbeeld inzake de beveiliging en/of de begeleiding op locatie. 3. Overwegingen voor opvangcapaciteit a) Waarom is gekozen om 300 asielzoekers op te vangen i.p.v. de wettelijke 231? De keuze voor 300 asielzoekers is nog gebaseerd op de eerdere indicatieve opgave van 231. Per 1 januari 2025 is middels het verschijnen van het verdeelbesluit de opgave voor GeldropMierlo voor het komende jaar bekend gemaakt en bedraagt 106.
Het verdeelbesluit wordt per 2026 geactualiseerd en nadien om de twee jaar. Ondanks dat de opgave omlaag is bijgesteld, is nog steeds het advies om te streven naar een hogere opvangcapaciteit. Immers, de verwachting is dat de landelijke opvangcapaciteit moet stijgen van 90.000 in 2024 naar 115.000 in 2026, aldus de minister van Asiel en Migratie. Daarnaast blijkt uit een recent gesprek met het COA dat verwacht wordt dat het AZC te Budel op termijn wordt afgeschaald, waardoor andere gemeenten in de regio te maken krijgen met een grotere restopgave. Door nu al te anticiperen op een stijging van de opvangcapaciteit, voorkomt de gemeente dat ze op korte termijn wordt geconfronteerd met extra verplichtingen. b) Welke overwegingen hebben geleid tot het besluit om meer asielzoekers op te vangen dan de wettelijke verplichting? Zie beantwoording bij 3a. c) Zijn er andere gemeenten in de regio die ook meer asielzoekers opvangen dan verplicht? Op basis van het regioplan van de regio Brabant Zuidoost, met daarin een overzicht van de indicatieve opgave en de daadwerkelijke realisatie per gemeente in 2024, zien we in de regio dat bijvoorbeeld de gemeente Oirschot, Cranendonck en Heeze-Leende een hogere opvangcapaciteit hebben gerealiseerd dan verplicht.
Pagina 4 van 4