CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

beantwoording art. 17 Vragen GroenLinks over brief wethouder aan PlatOO.docx

Raadsvergadering 8 februari 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vragenhalfuurtje aan college1.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragenhalfuur (ex. Artikel 17 RvO)

Registratie: 20210802.17.02

Aan de voorzitter van de raad, De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo in vergadering bijeen op: 8 februari 2021

Steller vragen (naam en fractie): Niek Engbers, GroenLinks

Vraag / vragen gericht aan: Wethouder Van Otterdijk

Onderwerp: brief van wethouder aan PlatOO

Vragen:

Zoals reeds aangegeven vinden wij de brief die de wethouder onderwijs heeft verstuurd naar PlatOO vreemd. Wat is het precies het doel van deze brief? Was het de bedoeling dat deze brief door PlatOO ook naar ouders gestuurd zou worden? Dit is namelijk niet gebeurd en dat begrijpen wij, daar er ons inziens onjuistheden staan in de brief. Daarover willen wij graag een schriftelijke reactie. 1. GroenLinks vraagt zich af wat er wordt bedoeld met ‘precedentschepping’ en vraagt zich af of dit past binnen de visie van maatwerk en een ondersteunende overheid. In alinea 4 van voorgenoemde brief wordt aangegeven dat het principe van gelijkheid gehandhaafd dient te worden. Dat kan, maar hoeft helemaal niet. Wanneer een gemeente besluit om een bepaald schoolgebouw (vroegtijdig) uit te breiden met het oog op de groei van een wijk, of bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen of stijging van aanmeldingen dan is dat toegestaan. Onderbouwing van verzoeken en overleg tussen schoolbesturen is evident. Echter, met goede argumenten is een aanvraag te honoreren. Klopt voorgaande redeneerlijn feitelijk? Kan hierop gereageerd worden? Dit zijn meerdere vragen. Het precedent ontstaat als een school die normatief geen recht heeft op uitbreiding, daarvoor wel bekostiging ontvangt.

Er is op dit moment geen demografische onderbouwing dat de school uitgebreid moet worden of wanneer er aanvullende m2 onderwijshuisvesting nodig is. De redeneerlijn is niet correct. De aanvraag is zonder een feitelijk, normatief recht op uitbreiding niet te honoreren. 2. Blijkt uit alle eerdere onderzoeken en IHP’s niet, dat in de wijk Luchen überhaupt meer klaslokalen nodig zijn, dan op dit moment voorradig zijn?

Vragenhalfuur

Pagina 1 van 4

Een wijk ontvangt geen klaslokalen, een school doet dat. De school in Luchen heeft, samen met de centrumlocatie voldoende ruimte. De centrumlocatie ligt bovendien ruim binnen de verwijsafstand. Een argument dat de locaties te ver uit elkaar liggen is daarmee ook niet valide. In alinea 5 van voorgenoemde brief staat het volgende: “Belangrijk om te benoemen is dat de gemeente pas geld ontvangt van het Rijk, wanneer blijkt dat er formeel recht is op uitbreiding. Zolang er dus geen sprake is van formeel recht, moet de gemeente de uitbreiding van scholen zelf financieren door middel van belastinggeld van onze inwoners. De gemeente wordt niet gecompenseerd door het Rijk bij een vroegere start.“ 3. Naar onze mening is dit antwoord feitelijk onjuist. Is het wettelijk zo dat het Rijk pas geld toekent voor uitbreiding van huisvesting wanneer scholen daar formeel recht op hebben. En indien ja, welke criteria liggen hier dan onder? Scholen mogen een aanvraag doen voor uitbreiding als zij op basis van huidige leerlingenaantallen en een opgestelde prognose aan kunnen tonen dat zij voor langere tijd extra m2 nodig hebben. Daarbij geldt de T-1 regel wat zoveel betekend dat de school eerst de kinderen ingeschreven moet hebben alvorens een aanvraag ingediend kan worden.

Die aanvraag wordt vóór 1 februari van enig jaar ingediend en het schoolbestuur ontvangt aan het einde van dat jaar, na de begrotingsbehandeling in de raad, een beschikking. De regel is dat een school die daadwerkelijk recht heeft op uitbreiding van m2 eerst wordt verwezen naar een andere onderwijslocatie voordat uitbreiding van de school wordt toegestaan. 4. De zinssnede m.b.t. "belastinggeld van de inwoners" en "zorg voor kwetsbare ouderen" roept vragen op. Dan kan er ook geschermd worden met de nieuwbouw van het gemeentehuis ten koste van kwaliteitsslagen in het groen in onze gemeente. Of investeren in Hofdael ten koste van de tekorten in het sociaal domein. Dit riekt naar emotionele zinspelingen en selectief gebruik van argumenten. Heeft de emotie de overhand gekregen toen deze opmerking werd gemaakt vragen wij onszelf af. Onze vraag is derhalve: wat is de relatie tussen een vraag over huisvesting voor scholen en deze thema’s? Is er een causaal verband te duiden tussen de keuzes die worden gemaakt bij de besteding van middelen? En zo ja, op welke parameters baseert de wethouder de keuzes aangaande toe te kennen middelen tbv de huisvesting van onze scholen in onze gemeente? De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting en komt die ook na.

Het verzoek van het Schrijverke valt buiten deze verplichting en is daarmee een keuze om financiële middelen die ook ergens anders voor besteedt kunnen worden aan te wenden voor extra m2 waar de school normatief geen recht op heeft. Bovendien geldt binnen het onderwijs een financiële/materiële gelijkstelling. Dit

betekend dat als de gemeente een schoolbestuur financiële middelen geeft voor de uitbreiding van een gebouw, terwijl daar geen recht op bestaat, zij de overige schoolbesturen een zelfde bedrag moeten overmaken. De gemeente betaald dan dus niet 1 keer voor ruimte waar geen recht op bestaat, maar 3 keer. Met de kennis die wij hebben, worden middelen voor onderwijshuisvesting jaarlijks in de algemene uitkering uit het gemeentefonds van de Rijksoverheid aan gemeenten toegekend. Onze informatie leert ons niet dat het een bekostiging betreft die gemeenten moeten aanvragen bij het Rijk of waarvoor zij speciale verantwoording moeten afleggen. Gemeenten zijn vrij in de besteding van deze middelen, zo zegt onze informatie. Is dit correct? En kunt u een toelichting geven op de duiding van de besteding van middelen (en onderliggende parameters) voor huisvesting van scholen in onze gemeente? Nee, gemeenten zijn daar niet vrij in. Behalve de wettelijke zorgplicht voor voldoende m2 onderwijshuisvesting heeft uw raad ook een verordening onderwijshuisvesting opgesteld. Hierin heeft uw raad de spelregels opgeschreven wanneer en onder welke voorwaarde een schoolbestuur recht heeft op een voorziening. Wat uw informatie wellicht bedoeld is dat dit geen geoormerkte gelden zijn. Voorts wordt er in voorgenoemde brief geschreven dat ’t Schrijverke ‘te kleine klassen’ heeft.

We vragen ons af of dit feitelijk juist is, daar ons andere informatie heeft bereikt. Derhalve is onze vraag: Heeft de wethouder hier overzichten (i.e. zgn. rechte tellingen) van? Indien ja, kunt u deze met ons delen? ’t Schrijverke heeft bijvoorbeeld ook meerdere groepen van meer dan 28 leerlingen. Weet de wethouder ook het gemiddelde van het aantal leerlingen per groep? En zou er op basis van dat cijfer ook een andere conclusie kunnen worden getrokken? Een school krijgt genormeerd ruimte ter beschikking die correspondeert met het aantal leerlingen. Hierbij is de formule: 200 m2 + (5,03 m2 x aantal leerlingen). Het totaal aantal m2 van de school op beide locaties is ruim voldoende voor het aantal leerlingen. Hoe de school vervolgens de genormeerde m2 gebruikt is aan de school.

5. Voorts rest ons een meer inhoudelijk punt. Namelijk de ideale omvang van een klas, onderwijskundig gezien. Hopelijk streven alle scholen naar kleinere klassen. Dat zou wellicht het uitgangspunt moeten zijn. Wat is de overweging van de wethouder om een school dit verwijt te maken? Wat is zijn opvatting hierover? Een school krijgt genormeerd ruimte ter beschikking die correspondeert met het aantal leerlingen. Hierbij is de formule: 200 m2 + (5,03 m2 x aantal leerlingen). Het

totaal aantal m2 van de school op beide locaties is ruim voldoende voor het aantal leerlingen. Hoe de school vervolgens de genormeerde m2 gebruikt is aan de school. 6. Waarom is ervoor gekozen om de brief door de wethouder te laten ondertekenen? Brieven namens de gemeente worden normaliter toch door burgemeester en secretaris namens college ondertekend.

Aanleiding:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=0b09a635-8e49-4513-b4b7-3e0b803a8aae