Amendement GroenLinks inzake het bindend advies
Tekst van het document
Amendement Datum Raadsvergadering: 11 december 2023 Datum indienen: 10 december 2023 Onderwerp: Omgevingswet: adviesrecht, delegatie en verplichte participatie
Ondergetekenden van GroenLinks stellen het volgende amendement voor: In plaats van het besluit zoals nu voorligt het volgende besluit op te nemen inzake het
bindend advies: Artikel 1 Bindend advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit 1. Voor zover een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit valt binnen de in artikel 2 en 3 genoemde categorieën van gevallen, zijnde activiteiten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving; 2. En het college voornemens is deze te verlenen; 3. Zal (ex artikel 16.15a, lid b Omgevingswet) aan de raad een bindend advies worden gevraagd;
Artikel 2 Categorieën van gevallen binnen het stedelijk gebied en bedrijventerreinen met uitzondering van beschermde stads- of dorpsgezichten. 1. De realisatie van één of meer windmolens; 2. De realisatie van zonneweiden of zonneparken; 3. Het opwekken en/of de opslag van andere vormen van energie (zoals een buurtbatterij,
biomassainstallatie
en
waterstof)
met
uitzondering
van
energieopwekking voor eigen gebruik in of direct aansluitend aan het achtererfgebied mits ingepast in het stedelijk gebied. 4. De realisatie van meer dan 25 woningen met bijbehorende bouwwerken; 5. De realisatie van bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele voorziening, een nutsvoorziening, of een openbare voorziening hoger dan 5m, of groter dan 50m²; 6. De realisatie van antenne-installaties hoger dan 15m; 7. De uitbreiding van bijbehorende bouwwerken, hoger dan 5m of groter dan 150m²; 8. Een van het omgevingsplan afwijkend gebruik waarbij de afwijking leidt tot een (conform de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering) hogere milieucategorie dan ingevolge het omgevingsplan ter plaatse is toegestaan. Artikel 3 Categorieën van gevallen binnen het landelijk gebied of beschermde stads- en dorpsgezichten 1. De realisatie van één of meer windmolens. 2. De realisatie van zonneweiden of zonneparken. 3. Gebruiken van gronden voor een herinrichting van het openbaar gebied, ten dienste van het algemeen nut, waaronder begrepen de verbreding of herprofilering van wegen; 4. De realisatie van meer dan 10 woningen met bijbehorende bouwwerken; 5. Bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele voorziening, een nutsvoorziening, of een openbare voorziening, met een maximale hoogte van 5m en een maximale oppervlakte van 50m²; 6. De realisatie van antenne-installaties hoger dan 50m; 7.
Projecten ten behoeve van extensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluitingen en groen); 8. Het gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning; 9. Het uitbreiden of oprichten van bebouwing in en nabij de natuurgebieden Gijzenrooische Zeggen, de Molenheide, Sang en Goorkens en de Urkhovense Zeggen of Collse Zeggen.
Artikel 4 Procesafspraken
1. Ingeval er sprake is van een bindend adviesrecht van de raad, wordt het college geacht de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (ex artikel 3.4 Algemene wet bestuursrecht) toe te passen; 2. Een verzoek aan de raad voor advies gaat zo spoedig mogelijk uit, doch niet later dan het moment dat het ontwerpbesluit (ingevolge het gestelde onder lid 1 van dit artikel) ter inzage is gelegd; 3. Een verzoek aan de raad voor advies gaat vergezeld met de volledige aanvraag voor de omgevingsvergunning (waaronder een verslag van de omgevingsdialoog), alsmede het ter inzage te leggen ontwerpbesluit met daarin de motivering van het college waarom zij de vergunning wenst te verlenen; 4. Na afronding van de procedure zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel en ontvangst van het advies van de raad, zal het college overgaan tot besluitvorming, waarvan de resultaten onverwijld worden gedeeld met de raad.
Toelichting:
Hieronder volgt een uiteenzetting van hoe het nu geregeld is, wat er per 1 januari a.s. wijzigt en welke gevolgen dat heeft en waarom het van belang is om nu het goed te regelen.
1. Toets aan Omgevingsplan 1.1 inleiding Onder de Omgevingswet vervallen de huidige bestemmingsplannen en Structuurvisie van rechtswege. In de plaats daarvan komen er één gemeente dekkend omgevingsplan en één omgevingsvisie. Hieronder zal ik het doel en de werking van deze twee kerninstrumenten onder de Omgevingswet kort toelichten. 1.2 omgevingsvisie De omgevingsvisie is de integrale lange termijnvisie van de gemeenteraad voor de hele fysieke en gezonde leefomgeving van de gemeente Geldrop-Mierlo, welke we eerder dit jaar
hebben vastgesteld. Het vormt een strategisch kader voor ontwikkelingen in de fysieke ruimte. De omgevingsvisie is een verplicht kerninstrument uit de Omgevingswet. De omgevingsvisie is vormvrij, net als bij de huidige structuurvisie. Afhankelijk van ambities, tijdhorizon en thematiek kan de gemeenteraad daar op een eigen wijze inhoud aan geven. 1.3 omgevingsplan Net als de omgevingsvisie is het omgevingsplan een verplicht kerninstrument uit de Omgevingswet. In het omgevingsplan staan de regels voor de fysieke leefomgeving, waar we initiatieven aan toetsen. In het omgevingsplan kan bijvoorbeeld staan dat een bepaalde activiteit in een bepaald gebied wel of niet is toegestaan. En onder welke voorwaarden een activiteit wel of niet mag. Denk daarbij aan de aanleg van een weg, het bouwen van woningen, het kappen van bomen of het gebruiken van een perceel als horeca in plaats van als kantoor. Ook staan in het omgevingsplan regels voor onder meer geluid, geur en trillingen vanwege die activiteiten. Hiermee is het omgevingsplan, meer dan het huidige bestemmingsplan, straks een integraal toetsings- kader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. 1.4 bevoegd gezag De gemeenteraad is onder de Omgevingswet bevoegd om het omgevingsplan en de omgevingsvisie vast te stellen.
Als de gemeente bevoegd gezag is dan toetst het college concrete initiatieven en verleent omgevingsvergunningen. Het college toetst daarbij of het initiatief past in het omgevingsplan. Zonder het omgevingsplan te actualiseren zijn er drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de regels. Het college verleent de vergunning, want het past binnen de kaders. 2. Het initiatief past met een binnenplanse afwijking. Zo’n afwijking kennen we nu ook in onze bestemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (binnenplanse opa). 3. Het initiatief past niet. Als het college wil meewerken aan het initiatief, moet ze een vergunning gaan verlenen in afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa).
Het adviesrecht waar het in casu om gaat betreft de categorie van buitenplanse opa’s (categorie 3).
2. Adviesrecht van de gemeenteraad 2.1 inleiding Het kan voorkomen dat bouwinitiatieven niet passen binnen het vastgestelde omgevingsplan, maar wel wenselijk zijn. Bijvoorbeeld als ze bijdragen aan de gemeentelijke lange termijn opgaven. Dan kan hiervoor het omgevingsplan aangepast worden. Dit is echter een langdurige procedure. Er kan ook worden afgeweken met een buitenplanse opa. De gemeenteraad kan categorieën aanwijzen van buitenplanse opa’s, waarbij hij adviesrecht heeft. Dit is waar het bij dit amendement om gaat. 2.2 afwijken van het omgevingsplan Bij een buitenplanse afwijkingsvergunning is het college bevoegd gezag. Hiermee kunnen buiten de gemeenteraad om grote projecten vergund worden. Als een initiatief bijvoorbeeld binnen de woonvisie of detailhandelsvisie past dan stuurt de gemeenteraad nog steeds op hoofdlijnen. Als dit niet het geval is of initiatieven liggen maatschappelijk of politiek gevoelig dan kan het wenselijk zijn dat de gemeenteraad daar wel een rol heeft. Daar heeft de wetgever in voorzien. 2.3 hoe is dat momenteel geregeld? Onder de huidige wetgeving kan het college alleen een omgevingsvergunning voor een bouwinitiatief dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Dat kan via een bestemmingsplanprocedure of via een projectomgevingsvergunning.
Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan moet de gemeenteraad in de huidige situatie een “verklaring van geen bedenkingen” (VvGB) afgeven. Het is mogelijk een aanwijzingslijst op te stellen met gevallen waarvoor een VvGB niet nodig is. In alle andere gevallen is de verklaring dan vereist. 2.4 hoe is dit geregeld onder de Omgevingswet?
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de ‘verklaring van geen bedenkingen’. Daarvoor in de plaats komt een bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Met het adviesrecht is het in vergelijking met de ‘oude’ situatie precies andersom: de gemeenteraad legt in een lijst van categorieën vast bij welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten hij wel gebruik wil maken van het bindend adviesrecht. Alle andere gevallen kunnen door het college worden afgedaan. Voor Geldrop-Mierlo geldt nu dat er voor een aantal genoemde categorieën geen VvGB nodig is. Het voorstel van het college is om deze lijst nu in omgekeerde vorm toe te passen en van toepassing te verklaren voor het verlenen van een vergunning in strijd met het omgevingsplan, de zogenaamde buitenplanse opa, waarvoor in de gevallen als genoemd op de lijst een bindend advies nodig is. In alle andere gevallen, waarbij dus wordt afgeweken van de door de gemeenteraad vastgestelde kaders, kan het college zelf beslissen en heeft de gemeenteraad geen positie. 2.5 status van het adviesrecht Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college mag daar niet van afwijken.
2.6 conclusie Onder de Omgevingswet heeft het college een veel ruimere bevoegdheid om af te wijken van de door de Gemeenteraad gestelde kaders dan voor de invoering van de Omgevingswet het geval was. Als de Gemeenteraad de door haar vastgestelde kaders in respectievelijk de Omgevingsvisie en het nog vast te stellen Omgevingsplan wil kunnen bewaken is het van belang aan nu goed aan te geven waar de grenzen van de bevoegdheid van het college liggen. Als de Gemeenteraad dat niet of slechts beperkt doet staat de Gemeenteraad bij belangrijke beslissing die direct invloed hebben op het fysieke leefmilieu van onze inwoners simpelweg buiten spel. 2.7. procesvoorstel Om ook aan de geldende termijnen te kunnen voldoen is een procesvoorstel gedaan wat ook bij andere gemeenten (o.a. Best, Kerkrade, Tiel) van toepassing is verklaard. Dit
procesvoorstel dient ertoe de gemeenteraad in voorkomende gevallen tijdig te informeren en ervoor zorg te dragen dat de Gemeenteraad ook snel en adequaat van haar bindend advies gebruik kan maken. Ondertekening en naam:
Paul Kuijken/Ingeborg Koopmans/Amber van Eersel