Afval- en Grondstoffenplan Geldrop-Mierlo 2022-2025.Pdf
Tekst van het document
AFVAL- & GRONDSTOFFENPLAN
2022 2025
INHOUDSOPGAVE 1.
Samenvatting & leeswijzer 3
2. Beleidscontext huishoudelijke afval- en grondstofstromen 5 2.1 Klimaatakkoord versus de circulaire economie 5 2.2 Circulaire Economie 5 2.3 Vertaling CE-beleid naar VANG-programma en LAP3 5 2.4 Huishoudelijke afval- en grondstofstromen in de circulaire economie 5
3. Beleidskaders voor de toekomst 7 3.1 Herijking huidige beleidskaders 7 3.2.Toevoeging extra gemeentelijke uitgangspunten 3.3 Nieuw beleidskader en gemeentelijke uitgangspunten
7 8
4. Huidige situatie 9 4.1 Huidige situatie in Geldrop-Mierlo 9
4.2. Resultaten dienstverlening 2016-2020 9 4.3 Resultaten uitgevoerde sorteeranalyses 10
5. Uitgevoerde onderzoeken 12 5.1 Benchmark-data 12
5.2. Resultaten inwonersonderzoek 14
6. De route naar minder dan 100 kg restafval 16 6.1 Benodigde maatregelen 16 6.2 Prioritering van de maatregelen; beleidsvoorstel 6.3 Vertaling maatregelen op milieu-service-kosten (servicematrix) 6.4 Kosten, opbrengsten en heffing
17 18 19
7. Uitvoeringsplan 2022-2025 21 8.
Bijlagen 22
8.1 Verdieping statiegeld, richtlijn SUP en UPV voor textiel 22 8.2 Uitkomsten onderzoek Diftar 23 8.3 Overzicht sorteeranalyse 24 8.4 Overzicht servicematrix 25
1. SAMENVATTING & LEESWIJZER Voor u ligt het nieuwe huishoudelijke afval- en grondstoffenplan 2022-2025 van de gemeente Geldrop-Mierlo. Dit plan richt zich op het scheiden van huishoudelijke grondstoffen en het hoogwaardig inzetten van de grondstofstromen uit huishoudens. Om zo bij te dragen aan de circulaire economie. Het verminderen van de hoeveelheid restafval is een effect van deze inspanning. Zeer recent, op 9 augustus jl., is het nieuwe IPCCrapport (Intergovernmental Panel on Climate Change) gepubliceerd. Eén van de belangrijkste conclusies is dat de opwarming van de aarde sneller gaat dan verwacht en er extra maatregelen genomen moeten worden. Dit vergt transities op verschillende gebieden, waaronder de transitie naar een circulaire economie. De circulaire economie zet onder andere in op het circulair maken van grondstofketens, zodat grondstoffen opnieuw gebruikt kunnen worden. Daar kunnen we in de huishoudelijke afval- en grondstoffeninzameling een bijdrage aan leveren. De vraag naar grondstoffen stijgt wereldwijd en de makkelijk winbare gebieden voor bijvoorbeeld olie en gas nemen af. Dit alles geeft aan dat grondstofketens (lokaal) gesloten moeten worden. Om grondstofketens circulair te kunnen maken is het belangrijk om te zorgen voor een goede kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen.
De transitie richting een circulaire economie (CE) is in Nederland verwoord in het Rijksprogramma ‘Nederland Circulair in 2050’. Het landelijk afvalbeheerplan (LAP3) vervult een rol in de uitvoering van het landelijke CEprogramma. LAP3 omarmt een afname van de hoeveelheid (te verbranden) restafval in 2025 tot 30 kg per inwoner. Het grondstoffenbeleid van de gemeente Geldrop-Mierlo sluit aan bij de ambities en doelen van de landelijke overheid, maar zet eerst op de korte termijn een tussenstap naar maximaal 100 kg (te verbranden) restafval per inwoner. In de nota duurzaamheid 2016-2019 van de gemeente Geldrop-Mierlo zijn op het gebied van huishoudelijk afval de volgende ambities uitgesproken: • In 2020 hebben we slechts 5% huishoudelijk restafval en wordt 95% hergebruikt. • We streven naar een regionale circulaire economie.
in de jaren 2022-2025: Doelen nieuwe grondstoffenbeleid: • Korte termijn (2023): maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar. • Middellange termijn (2023-2030): streven naar 30 kg restafval per inwoner per jaar. • Langere termijn (2050): streven naar 5% restafval per inwoner per jaar, alias 95% hergebruikt afval. Herijkt beleidskader voor 2022-2025: • Inzet op bronscheiding met toevoeging van nascheiding waar dit meerwaarde biedt. • Inzet van Diftar. • Kostendekkende afvalstoffenheffing (financieel kader). Gemeentelijke uitgangspunten: • Draagvlak van inwoners. • Terugdringen verbranden van grondstoffen. • Verhogen kwaliteit grondstoffen. • Verlagen milieudruk van grondstoffen. • Grondstofketens waar mogelijk lokaal sluiten. Voorbereiding grondstoffenplan Eind 2020 is gestart met de voorbereiding om te komen tot een nieuw grondstoffenplan via de inzet van thema-bijeenkomsten, een extern uitgevoerd inwoner-onderzoek, diverse raadsinformatiebrieven en een beeldvormende commissiebijeenkomst. Daarnaast is gebruik gemaakt van kennis van buiten door de landelijke benchmark te raadplegen en een korte eigen benchmark uit te voeren en is onder andere bij het Platform Duurzaamheid extra input van buiten opgehaald. In de beeldvormende commissiebijeenkomst van juni 2021 is stap 1 om op de korte termijn te komen tot minder dan 100kg restafval door de commissie omarmd.
Met deze eerste stap voor ogen en de reeds vastliggende doelstelling van maximaal 5% restafval op de lange termijn is dit grondstoffenplan opgesteld.
In het coalitieprogramma van de gemeente is beschreven dat gestreefd wordt naar een duurzame omgang met de leefomgeving, door samen met inwoners, organisaties en bedrijf actief niet afbreekbaar restafval terug te dringen. Ook deze ambities nemen we mee in dit grondstoffenplan. Op het gebied van grondstoffen leidt dit document tot de volgende doelen en kaders voor het grondstoffenbeleid
3
Opbouw notitie
Deze notitie schetst de uitdagingen van de circulaire economie en beschrijft de context van het domein van huishoudelijke afval en grondstoffen binnen deze circulaire economie (hoofdstuk 2). Daarnaast blikt deze notitie terug op het huishoudelijke grondstoffenbeleid van de afgelopen jaren en geeft de route voor het nieuwe grondstoffenbeleid voor de jaren 2022-2025 (hoofdstuk 3, 4 en 5). Tot slot stellen wij diverse maatregelen voor passend in een uitvoeringsroute naar minder dan 100 kg restafval per inwoner (hoofdstuk 6 en 7). In hoofdstuk 6 wordt het effect van de maatregelen op de afvalstoffenheffing weergegeven. Belangrijk is om te weten dat de begroting voor besluitvorming op dit plan al afgerond is voor 2022. De gemeenteraad kan per maatregel, op basis van de afwegingsmatrix, kiezen om een maatregel wél of niet in te zetten vanaf 2022. Na deze keuze kan dit leiden tot een begrotingswijziging voor 2022. In hoofdstuk 7 is beschreven hoe de voorgestelde maatregelen leiden tot een uitvoeringsrichting (op hoofdlijnen) voor de jaren 2022-2025. Naast deze uitvoeringsrichting is onlangs ook de afvalstoffenverordening aangepast aan de actuele wetgeving, waardoor ook de basis voor de uitvoering op orde is.
CONTEXT
CIRCULAIRE ECONOMIE
HUIDIGE SITUATIE
DE ROUTE NAAR 100 KG
UITVOERING 2022 - 2025
4
2. BELEIDSCONTEXT HUISHOUDELIJKE AFVAL- EN GRONDSTOFSTROMEN 2.1 Klimaatakkoord versus de circulaire economie
Voortvloeiend uit het klimaatakkoord is in de klimaatwet is vastgelegd dat in 2030 49% minder uitstoot van CO2 plaatsvindt ten opzichte van 1990 en 95% minder CO2 uitstoot in 2050 (t.o.v. 1990). Het circulair maken van grondstoffen draagt bij aan het verminderen van de CO2 uitstoot. Het doel van het klimaatakkoord is om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden. Belangrijkste conclusies uit het nieuwe IPCC-rapport zijn dat de opwarming van de aarde nu overal op aarde merkbaar is en de oorzaak direct te koppelen is aan de menselijke uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast bereiken we de grens van 1,5 graad wereldwijde temperatuurstijging al over ongeveer tien jaar. Het rapport waarschuwt dat we alleen met drastische en grootschalige maatregelen de temperatuurstijging kunnen beperken tot ruim onder de 2 graden. Anders wordt de opwarming steeds sterker, met als gevolg steeds extremer weer en een steeds sterkere zeespiegelstijging. We moeten in ieder geval de CO2 -uitstoot (en de uitstoot van andere broeikasgassen die vertaald zijn naar CO2 equivalenten) nog sneller verlagen om de doelstelling van Parijs te kunnen halen. Voor 2030 moet de uitstoot dan gehalveerd zijn en voor 2050 moet de uitstoot nul zijn.
2.2 Circulaire Economie
Het Rijksbrede programma Circulaire Economie genaamd ‘Nederland Circulair in 2050’ verwoordt de doelen van Nederland op het gebied van de circulaire economie. In dit CE-programma is vastgelegd dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. Ten aanzien van grondstoffen zijn drie strategische doelen geformuleerd: • Grondstoffen in bestaande ketens worden hoogwaardig benut. • Waar nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden fossiele, kritieke en niet duurzaam geproduceerde grondstoffen vervangen door duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen. • Reductie van grondstoffen door het ontwikkelen van nieuwe productiemethodes, ontwerpen van nieuwe producten en anders inrichten van gebieden. Ook worden nieuwe manieren van consumeren bevorderd.
Door in te zetten op een circulaire economie vermindert de inzet van virgin (nieuw te winnen) grondstoffen en daarmee het verbruik van CO2. De circulaire economie levert dus een directe bijdrage aan de klimaatdoelstellingen. Nederland heeft de volgende CE-doelen geformuleerd in het programma Nederland Circulair in 2050: • 50% minder inzet van virgin grondstoffen in 2030 • 100% minder inzet van virgin grondstoffen in 2050
2.3 Vertaling CE-beleid naar VANG- programma en LAP3
Het landelijk CE-beleid is vormgegeven in het programma ‘Van Afval naar Grondstof’ (VANG) en het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3). In 20131 is het programma van Afval naar Grondstoffen (VANG) gestart. De ambitie van het VANG-programma was om in 2020 te komen tot 75% afvalscheiding. Deze doelstelling voor afvalscheiding in 2020 is geconcretiseerd in een maximale hoeveelheid overblijvend huishoudelijk restafval (fijn en grof) van 100 kilogram per inwoner per jaar in 2020. Het streven is om deze hoeveelheid nóg verder terug te brengen naar 30 kilogram restafval per inwoner in 2025. Het LAP is één van de instrumenten om de ambities en resultaten van het Rijksbrede CE-programma beleidsmatig vast te leggen en naar de praktijk te vertalen. Op 2 maart 2021 is de tweede wijziging van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 – het LAP32 in werking getreden. Gescheiden inzameling van afval en grondstoffen heeft een belangrijke plek in het gewijzigde LAP3. Huishoudens hebben volgens het LAP3 in 2025 nog 30 kg restafval per jaar. Hiermee bevestigt het LAP het streven uit het VANG-programma. De basis van LAP3 is gericht op het verlagen van de milieudruk van grondstofketens.
2.4 Huishoudelijke afval- en grondstofstromen in de circulaire economie
Een circulaire economie is meer dan de recycling van grondstoffen. Het vraagt ook om het anders omgaan met grondstoffen bij het ontwerpen en vervaardigen van producten.
1. I&M/BSK-2013/104405, Onderwerp: Van Afval naar Grondstof, 20 juni 2013 2. I&W/Beleidskader LAP3, 19 juni 2019 https://lap3.nl/uitvoering-lap/tweede-wijziging/ https://lap3.nl/beleidskader/deel-a-algemeen/a1-beleidsbasis-lap/
5
De gemeente Geldrop-Mierlo geeft in haar afvalbeleid al jaren prioriteit aan hergebruik. Daarom is vanaf het begin van de invoering van het diftarsysteem in 2002 ingezet op thuiscompostering, waarbij ook circa 1500 BioCom’s uitgezet zijn. Ook heeft de gemeente een prestatieovereenkomst afgesloten met Kringloopbedrijf Het Goed. Hierbij zorgt Het Goed ervoor om zoveel mogelijk producten opnieuw in omloop te brengen. Het Goed is voorgeschakeld op het milieustraat, zodat inwoners éérst langs de kringloop en daarna naar de milieustraat gaan. Het nieuwe grondstoffenplan gaat verder met onderwerpen zoals consuminderen, alias het voorkomen van afval- en productgebruik.
De afgelopen periode en de komende periode zijn een aantal zeer concrete Rijksmaatregelen doorgevoerd om meer verantwoordelijkheid neer te leggen bij de producenten, zijnde: 1. Invoering van statiegeld op de kleine flesjes per 1 juli 2021. 2. Invoering van statiegeld op blikjes per 1 januari 2023. 3. Invoering van de richtlijn single use plastic’s (SUP) waarmee men zich richt op het terugdringen van de veelvoorkomende artikelen uit de zeeën en oceanen (plasic soup). 4. En een voorbereiding op een invoering van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op het gebied van textiel.
Onderstaand model van het Planbureau voor de Leefomgeving geeft de voorkeursladder weer van de inzet van grondstoffen. Hoe hoger op de ladder grondstoffen bespaard kunnen worden, hoe beter.
In bijlagn 8.1 zijn deze maatregelen verder uitgelegd. Ook de aanscherping van de producentenverantwoordelijkheid heeft invloed op het nieuwe grondstoffenbeleid.
Een circulaire economie is meer dan recycling 1. RETHINK & REDUCE
Zuiniger omgaan met grondstoffen door anders te denken over producten en productieprocessen. Is het product het beste antwoord op de behoefte? Kunnen bij de productie minder of andere grondstoffen worden gebruikt?
2. REDESIGN
Anders ontwerpen, door bijvoorbeeld voor de productie al rekening te houden met hergebruik, reparatie en recycling.
3. REUSE
Hergebruik van een product.
4. REPAIR & REMANUFACTURING
GEBRUIK
Reparatie, onderhoud en revisie van producten.
5. RECYCLING
Verwerken en hergebruiken van materialen.
6. RECOVER
Energie terugwinnen uit materialen.
7. DISPOSAL
Afval storten en verbranden zonder energieterugwinning wordt zoveel mogelijk voorkomen.
6
3. BELEIDSKADERS VOOR DE TOEKOMST 3.1 Herijking huidige beleidskaders
Basis huidig beleidskader De gemeente Geldrop-Mierlo heeft als basis voor de inzameling van huishoudelijke afval- en grondstoffen gekozen voor bronscheiding van grondstoffen met inzet van Diftar1. Een Diftar-tarief geldt op het aanbieden van rest- en GFT-afval. Financieel bezien kiest de gemeente voor een kostendekkende afvalstoffenheffing, met een gematigd risicoprofiel. Dit wil zeggen dat in het vastrecht zoveel mogelijk vaste kosten verwerkt zijn en in het variabel recht de van toepassing zijnde variabele kosten. De afvalstoffenheffing en de effecten op de heffing zijn verder beschreven in hoofdstuk 6. In de aanloop naar het grondstoffenplan 2022-2025 zijn de basisprincipes onderzocht en herbevestigd. Het onderzoek naar Diftar als basis van het afval- en grondstoffenbeleid is toegevoegd als bijlage 8.1.
3.2. Toevoeging extra gemeentelijke uitgangspunten Om grondstofketens te kunnen sluiten zien we de volgende extra beleidskaders voor de toekomst:
Draagvlak van inwoners Het scheiden van grondstoffen gebeurt door onze inwoners. Dit betekent dat er draagvlak moet zijn voor het scheiden van grondstoffen. Inwoners moeten hierbij goed geïnformeerd zijn (wat wordt er van mij verwacht?, waar doe ik het voor?, wat is de meerwaarde?) en inwoners moeten handelingsperspectief hebben (hoe moet ik het doen?). Alle te nemen stappen in de uitvoering willen we dan ook graag sámen met de inwoners zetten. We laten zien dat er écht nog winst te behalen valt in het beter scheiden van grondstoffen. Terugdringen verbranden van grondstoffen We willen de hoeveelheid te verbranden restafval terugdringen, door meer grondstoffen uit het restafval te scheiden. Hoe meer grondstoffen gescheiden worden uit het restafval, hoe minder deze nog tezamen met het restafval verbrand worden. We doen dit door grondstoffenscheiding makkelijk én leuk te maken. En als het niet lukt dan helpen we door bijvoorbeeld een (afval/buurt)coach in te zetten. Wat heb jij nodig om jouw grondstoffen goed te kunnen scheiden?
Verhogen kwaliteit van grondstoffen Het gemeentelijk beleid heeft zich de afgelopen jaren met name gericht op het scheiden van grondstoffen. De kwaliteit van ingezamelde grondstoffen is echter minstens zo belangrijk. Grondstoffenketens zijn alleen te sluiten als de input in de keten van afdoende kwaliteit is. Helaas zien we (ook landelijk) dat de kwaliteit van grondstoffen terugloopt. Signalen van verwerkers en analyses van het aangeleverde materiaal bevestigen dit. De (on)zuiverheid van de grondstofstromen is van invloed op de afzet en verwerking van het materiaal en de kosten en opbrengsten die ermee gepaard gaan. Het verhogen van de kwaliteit van grondstoffen, alias het streven naar schone grondstoffen, is dan ook een belangrijk uitdaging voor de komende beleidsperiode. Verlagen van de milieudruk van grondstoffen Het verlagen van de milieudruk van grondstofstromen is een pijler uit het landelijke CE-beleid. In het nieuwe grondstoffenplan nemen we dit mee door onder andere te kijken naar mogelijkheden om vervoersbewegingen te minimaliseren. Ook zijn we terughoudend ten aanzien van de inzet van dubbele voorzieningen (denk aan mogelijkheden om grondstoffen op te laten halen én weg te brengen). Textiel is een stroom met grote milieudruk. We kijken dan ook kritisch naar deze stroom en de ontwikkelingen, zoals de komende producentenverantwoordelijkheid, op dit gebied.
Wat kunnen we doen om de milieudruk van textiel te verlagen. We denken hierbij aan het stimuleren van producthergebruik, kringloop/ruilbeurs/Vinted/etc., maar ook inzetten op gedragsbeïnvloeding (verminderen van textielgebruik). Grondstofketens lokaal sluiten en het toevoegen van nascheiding Het grondstoffenbeleid van de toekomst vraagt om het lokaal sluiten van grondstofketens. Lokale samenwerking wordt steeds belangrijker. Op dit moment werkt de gemeente Geldrop-Mierlo samen in een lokale taskforce, met onze buurgemeenten, gericht op een plan voor het opstarten van een nascheidingsinstallatie. De gemeente Geldrop-Mierlo richt zich tot dusverre op het bronscheiden van grondstoffen. We zien echter dat de bronscheiding van met name PBD en GFT/E achterblijft in moeilijke gebieden zoals de compacte bouw en de compacte buurten. Wij stellen dan ook voor om het beleidskader uit te breiden met het toevoegen van nascheiding waar dit toegevoegde waarde biedt. Concreet betekent de
1. Diftar staat voor de inzet van gedifferentieerde afvaltarieven. Dit betekent dat een deel van de afvalstoffenheffing door inwoners zelf te beïnvloeden is door minder aanbiedingen te doen.
7
nieuwe beleidslijn dan: ‘Gemeentelijk zetten wij in op bronscheiding en voegen we nascheiding toe als dit meerwaarde biedt’. Hiermee bieden wij ruimte aan de taskforce afval om te komen tot een voorstel voor de gemeente GeldropMierlo én blijven wij betrokken bij deze lokale samenwerking en alle kennis die daar opgedaan wordt. Nascheiden voegt toe op bronscheiden. Bij bronscheiding gaat het restafval direct de verbrandingsoven in. Bij nascheiden wordt het restafval eerst nog ontdaan van waardevolle grondstoffen zoals PBD. Voor gebieden waarvan we weten dat daar minder goed grondstoffen gescheiden wordt, zoals de hoogbouw, voegt het nascheiden van restafval dan ook toe.
3.3 Nieuw beleidskader en gemeentelijke uitgangspunten
Samenvattend leidt dit tot de volgende (herijkte) doelen, kaders en uitgangspunten voor het nieuwe afval- en grondstoffenplan 2022-2025:
Doelen nieuwe grondstoffenbeleid
• Korte termijn (2023): maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar. • Middellange termijn (2023-2030): streven naar maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar. • Lange termijn (2050): streven naar maximaal 5% restafval per inwoner per jaar, alias 95% hergebruikt afval.
Herijkt beleidskader voor 2022-2025:
• Inzet op bronscheiding met toevoeging van nascheiding waar dit meerwaarde biedt. • Inzet van Diftar. • Kostendekkende afvalstoffenheffing (financieel kader).
Gemeentelijke uitgangspunten: • Draagvlak van inwoners. • Terugdringen verbranden van grondstoffen. • Verhogen kwaliteit grondstoffen. • Verlagen milieudruk van grondstoffen. • Grondstofketens waar mogelijk lokaal sluiten.
8
4. HUIDIGE SITUATIE 4.1 Huidige situatie in Geldrop-Mierlo
4.2 Resultaten dienstverlening 2016-2020
Onderstaande tabel geeft weer hoe de huidige dienstverlening op het gebied van afval- en grondstoffen vormgegeven is. De gemeente Geldrop-Mierlo heeft de uitvoering van deze dienstverlening ondergebracht bij CURE
Onderstaande tabel geeft de behaalde resultaten in kilogrammen per inwoner weer over de jaren 2018, 2019 en 2020. Gemeente Geldrop Mierlo
Overzicht diensverlening
kg/inw.
2018
2019
2020
Aantal inwoners
29.252
39.595
39.728
Restafval (fijn)
117,3
124,8
136,4
Grof restafval
16,6
1,8
0,0
Bouw- en sloopafval
20,0
13,4
15,0
Subtotaal
153,9
140,0
151,4*
GFT-afval
79,3
63,4
72,3
Papier en karton
64,1
61,8
63,5
Verpakkingsglas
29,3
26,3
31,0
PBD
25,9
28,7
33,4
Textiel en kleding
5,1
3,9
5,7
Luiers
7,4
7,3
7,3
E-goed
3,2
3,8
3,9
Groenafval
46,8
32,2
25,3
Bruikbare huisraad
35,4
35,4
32,1
Overig
93,4
76,1
60,6
Subtotaal
389,9
338,9
335,1
Totaal
543,8
478,9
486,5
Scheidingspercentage
72%
71%
69%
Ongescheiden
AAN HUIS Restafval Laagbouw: mini eenmaal per 2 weken Hoogbouw: ondergronds GFT
Laagbouw: mini eenmaal per 2 weken Hoogbouw: geen GFT inzameling
OPK PBD
Eenmaal per 2 weken in dozen Eenmaal per 2 weken in zakken
Gescheiden
BRENGVOORZIENING Glas Textiel Grofvuil
Wijkparkjes nabij winkels/supermarkten Wijkparkjes nabij winkels/supermarkten Milieustraat Industriepark 8 te Geldrop
* De hoeveelheid restafval is opgebouwd uit fijn- en grof restafval én bouw- en sloop-afval. Bouw- en sloopafval wordt echter veelal nog nagescheiden voordat hieruit de reststroom verbrand wordt. We richten ons in dit plan op het verminderen van de fracties fijn- en grof restafval.
De gemeente Geldrop-Mierlo biedt haar inwoners een hoge inzameldienstverlening. Dit betekent dat grondstoffenstromen die frequent vrijkomen bij huishoudens in een hoge frequentie aan huis ingezameld worden. Dit betekent echter ook dat restafval hoogfrequent ingezameld wordt. Dit terwijl we deze stroom willen ontmoedigen.
Het totale afvalprofiel laat op hoofdlijnen een stagnatie zien van de afname van de hoeveelheid restafval. Het huidige beleid leidt dus niet meer tot een verdere afname van de hoeveelheid restafval. Het scheidingspercentage blijft dan ook schommelen rond de 70%.
9
De gescheiden stromen laten in totaliteit wél een afname zien. Opvallend afnames zijn: • De afname van de stroom ‘overig’ (ongeveer 30 kg per inwoner). Het hierbij om de stromen frituurvet, vloerbedekking, matrassen, puin, hout, vlakglas, dakbedekking gips, grond e.d. Dit komt doordat de tarieven van de milieustraat verhoogd zijn. Doel daarvan was om het oneigenlijk gebruik van de milieustraat door kleine (bouw)bedrijfjes terug te dringen. De cijfers laten zien dat dit gelukt is.
4.3 Resultaten uitgevoerde sorteeranalyses
In augustus 2021 heeft onderzoeksbureau De Afvalspiegel vier sorteeranalyses uitgevoerd in de gemeente GeldropMierlo. Een sorteeranalyse is een restafvalmonster van om en nabij de 750kg uit een bepaald gebied. De monsters voor deze steekproef zijn afkomstig uit Mierlo-kern, Mierlobuitengebied, Geldrop-hoogbouw en Geldrop-laagbouw. Hiermee wordt beoogd om het afvalprofiel van de diverse gebieden goed weer te geven. In de laagbouw is het restafval uit 40 minicontainers ingezameld en geanalyseerd, in de hoogbouw gaat het om 5 ondergrondse containers. Bij deze inzameling kan er altijd sprake zijn van een toevallige afwijking, denk aan het feit dat iemand nét z’n schuur opgeruimd heeft of een zak textiel bij het restafval gegooid heeft. Dergelijke grote afwijkingen zijn er in de monsters die genomen zijn niet aangetroffen. Hiermee kunnen we stellen dat de monsters een goed beeld geven van de samenstelling van het restafval uit die gebieden op dat moment.
• De stroom (grof) groenafval ook deze is in de afgelopen jaren afgenomen. Dit komt doordat ook deze stroom opnieuw op een tarief gezet is (dus niet meer gratis aangeboden kan worden). Een gehouden proef op de milieustraat voor het gratis brengen van (grof) groenafval bleek te kostbaar en is vervangen voor bladkorven in de wijken. De (bouw)bedrijven en mensen met (meer) groenafval kunnen wegens de hogere poorttarieven nu ook voor andere (commerciële) partijen kiezen. Dit beleid is bewust ingezet om de kosten van de milieustraat te beteugelen.
In bijlage 8.3 zijn de totale uitkomsten van de 4 sorteeranalyes weergegeven. Daarnaast is er door het onderzoeksbureau de Afvalspiegel een rapport over de gehouden steekproeven opgesteld. Dit rapport sturen wij mee als bijlage bij het grondstoffenplan.
Gemiddelde uitkomsten sorteeranalyse Samenstelling restafval
Mierlo Kern
Mierlo buiten
Geldrop hoog
Geldrop laag
Gemiddeld
Analyse
Groente-, fruit- en tuinafval
48,0%
53,2%
50,7%
38,5%
47,6%
Veel
Tuinafval
8,3%
14,8%
1,4%
10,7%
8,8%
Groente- en fruitafval
39,8%
38,3%
49,3%
27,9%
38,8%
veel
Papier en karton
4,7%
4,4%
5,6%
7,3%
5,5%
weinig
herbruikbaarpapier
4,2%
2,5%
5,5%
4,3%
4,1%
niet-herbruikbaar papier
0,6%
1,8%
0,1%
3,0%
1,4%
Hygienisch papier
12,0%
6,6%
9,9%
10,2%
9,7%
weinig-normaal
luiers
4,2%
2,3%
5,3%
4,9%
4,2%
overig hygienisch papier
7,7%
4,2%
4,6%
5,2%
5,4%
Drankkartons
1,1%
0,9%
3,2%
1,4%
1,7%
Normaal - veel Normaal-veel
Kunststoffen
11,7%
8,9%
5,1%
10,5%
9,1%
Kunststof verpakkingen
6,9%
6,4%
3,7%
7,4%
6,1%
Overige kunststoffen
4,8%
2,6%
1,4%
3,0%
3,0%
Glas
1,9%
1,7%
3,2%
1,5%
2,1%
weinig
Metalen
2,4%
2,4%
3,1%
6,2%
3,5%
normaal-veel
metalen verpakkingen
1,0%
1,2%
2,6%
1,5%
1,6%
overige metalen
1,4%
1,2%
0,5%
4,7%
2,0%
Textiel
3,6%
3,2%
4,1%
4,4%
3,8%
weinig
Puin en keramiek
1,4%
5,8%
1,9%
4,4%
3,4%
veel
Hout
1,5%
2,2%
2,0%
3,5%
2,3%
veel
KCA
0,1%
0,5%
0,0%
0,1%
0,2%
weinig
Elektrische apparaten
0,3%
0,5%
0,4%
0,5%
0,4%
weining
Overig afval
11,3%
9,7%
11,0%
11,6%
10,9%
weinig-normaal
Totaal
100,0%
100,0%
100,2%
100,1%
100,1%
10
Opvallende uitkomsten
• Het restafval bevat nog veel GFT, gemiddeld 47,6%. Met name het aandeel groente- en fruit-afval is hoog. Inwoners uit alle gebieden scheiden deze fractie kennelijk nog niet (altijd). • Papier en karton wordt goed gescheiden door de inwoners. Dit is weinig aangetroffen in het restafval. • Ook de fractie luiers is relatief laag. • Er is nog winst te behalen in de fracties drankenkartons, kunststofverpakkingen en metalen verpakkingen (PBD). Tezamen gaat het hier om ruim 9% van het totaal, terwijl deze fractie zelf weinig weegt. • Ook zien we dat er nog relatief veel puin en hout afgevoerd wordt in de restafvalcontainer (daar is deze inzameling niet voor bedoeld).
Samenvattend verdient het aanbeveling om in te zetten op het beter scheiden van GFT, PBD en puin en hout.
11
5. UITGEVOERDE ONDERZOEKEN 5.1 Benchmark-data
hoeveelheid restafval per inwoner. Gemiddelde prestatie, tegen een gemiddeld tarief in een groep vergelijkbare gemeenten qua percentage hoogbouw. Op dit moment wachten we op het definitieve rapport over 2020. In de concept-versie over 2020 zien we de volgende aandachtspunten: • Het effect van Corona op de afvalstromen is in kaart gebracht. • De basisgegevens zijn gecheckt en gebenchmarked (zie hier boven). Het rapport tot dusverre is nog zonder de namen van de andere gemeenten. We kunnen hieruit echter al wel globaal opmaken hoe Geldrop-Mierlo zich bevindt in de groep. De overige data volgt nog. • Ondanks dat er nog geen definitief rapport ligt, zien we ook hier dat de prestatie van Geldrop Mierlo gemiddeld is, ten opzichte van andere gemeenten. De kosten zijn relatief opgelopen ten opzichte van de groep. Dit komt doordat er gemiddeld meer inzamelkosten zijn (rest wordt met hoge frequentie ingezameld) en er meer restafval vrijkomt (beide is duur).
In dit hoofdstuk koppelen we de landelijke benchmark huishoudelijk afval terug, de reeds eerder gehouden vergelijkingen in de regio en de zelf gehouden korte benchmark met enkele beter presterende gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse. Landelijke benchmark huishoudelijk afval De gemeente Geldrop-Mierlo neemt deel aan de tweejaarlijkse benchmark van de NVRD (vereniging van afval- en reinigingsbedrijven) en Rijkswaterstaat. Deze benchmark heet ‘Benchmark Huishoudelijk Afval’ en wordt uitgevoerd door Cyclusmanagement. In deze benchmark worden gemeenten onderverdeeld in de volgende groepen: • Klasse A 50 t/m 100% hoogbouw • Klasse B 30 t/m 49% hoogbouw • Klasse C 20 t/m 29% hoogbouw • Klasse D 0 t/m 19% hoogbouw Basis van deze verdeling is de hoeveelheid hoogbouw. Hoe meer hoogbouw een gemeente heeft hoe lastiger het is om grondstoffen goed te scheiden. Ook de kosten voor de inzameling bij de hoogbouw liggen veelal hoger (meer ondergronds en meer maatwerk). Gemeente Geldrop-Mierlo bevindt zich in klasse C. Aan deze klasse nemen ongeveer 30 andere vergelijkbare gemeenten deel. De deelname door CURE aan de benchmark in 2018 is niet helemaal compleet geweest waardoor er met name in de CURE vergelijkingen zaken niet helemaal correct weergegeven zijn.
Een aantal basisgegevens uit dit rapport vallen op, zijnde: • Van de groep ‘Klasse C’ maakte in 2018 31% gebruik van Diftar, 16% zat op omgekeerd inzamelen, 37% had de inzamelfrequentie van restafval verlaagd en had 27% had nascheiding van PBD toegevoegd op de bronscheiding. In het concept-rapport over 2020 ziet bovenstaande er als volgt uit: • In 2020 maakt 33% gebruik van Diftar, zit 25% op omgekeerd inzamelen, heeft 40% een frequentie verlaging op restafval doorgevoerd en heeft 29% nascheiding van PBD toegevoegd op de bronscheiding. Bovenstaande geeft weer dat naast diftar, ook servicemaatregelen steeds meer toegepast worden om de hoeveelheid restafval verder terug te brengen. De essentie uit de benchmark van 2018 is dat de gemeente Geldrop-Mierlo zich midden in de groep van vergelijkbare gemeenten bevond qua kosten en qua
12
Korte verkenning van de omgeving De landelijke benchmark vergelijkt gemeenten op het percentage aanwezig hoogbouw. Het CBS vergelijkt gemeenten op stedelijkheidsklasse. De stedelijkheidsklasse van de gemeente Geldrop-Mierlo is 3. Om gevoel te krijgen bij alle cijfers, hebben we zelf ook een aantal vergelijkingen gemaakt. Het gaat hierbij om: • een vergelijking tussen de CURE-gemeenten Geldrop-Mierlo, Eindhoven en Valkenswaard; • een vergelijking met de Blink-gemeenten Heeze-Leende, Helmond en Nuenen; • een vergelijking met een aantal andere stedelijkheidsklasse 3 gemeenten. Deze korte gemeentelijke vergelijking is zeker niet uitputtend en allesomvattend, maar het geeft wel een verdiepingsslag op de informatie die er al is ten aanzien van de resultaten van Geldrop-Mierlo.
Geldrop Mierlo
Eindhoven
Valkenswaard
HeezeLeende
Helmond
Nuenen
Kampen
Winterswijk
Lochem
Aangesloten bij
CURE
CURE
CURE
Blink
Blink
Blink
ROVA
ROVA
Circulus Berkel
Stedelijkheidsklasse cf CBS
3
1
3
4
2
3
3
3
3
Aantal inwoners 2020
39.726
234.394
31.193
16.152
92.423
23.383
54.319
28.854
33.729
Aantal huishoudens 2020
17.747
120.980
14.493
6.791
41.077
10.144
22.217
12.772
14.787
Huishoudensgrootte 2020
2,22
1,92
2,13
2,32
2,24
2,29
2,41
2,22
2,23
Gemeente Algemene info
Inzamelsysteem in 2020 Omgekeerd inzamelen
nee
nee
nee
nee
nee
nee
ja
ja
nee
rest met mini
1x per 2 wkn
1x per 2 wkn
1x per 2 wkn
1x per 4 wkn
1x per 2 wkn
1x per 4 wkn
Nee
Nee
1x per 4 wkn
alle huish.
alle huish.
Rest ondergronds
hoogbouw
hoogbouw
hoogbouw
hoogbouw
hoogbouw
hoogbouw
alle huish.
Diftar ja/nee
ja
nee
nee
ja
2021
ja
ja
ja
ja
Vastrecht 2020
€128,88
€182,05 €318,67
€199,50/€279,02
€132,00
€213,00
€153,60
€129,56
€171,00
€185,78
Financien
Afvalcijfers CBS 2019 per inwoner Totaal huishoudelijk afval
478,9
471,3
562,8
425,9
543,6
467,3
430,3
507,5
401,4
Restafval (fijn)
124,8
214,8
215
67,1
181,4
74,2
64,7
54,1
77,1
Restafval (grof)
1,8
6
2,6
1,6
72,1
33,1
25,7
4,7
17,8
Korte samenvatting per categorie:
• Geldrop-Mierlo heeft de laagste hoeveelheid restafval binnen de CURE-gemeenten. Ook het vastrecht is relatief laag. Hierbij moeten we echter opmerken dat Geldrop-Mierlo een deel van de heffing via het variabel recht verhaald. • Ten opzichte van de Blink-gemeenten zien we dat de hoeveelheid restafval in Heeze-Leende en Nuenen lager ligt dan in Geldrop-Mierlo. Heeze-Leende en Nuenen zamelen het restafval eenmaal per 4 weken in (laagfrequent) dat is in Geldrop-Mierlo nog niet het geval.
13
• Het vastrecht van Geldrop-Mierlo is lager dan in de Blink-gemeenten Heeze-Leende en Nuenen, die ook een deel van de heffing verhalen via het variabel recht. • Ten opzichte van beter presterende gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse heeft Geldrop-Mierlo totaal bezien meer restafval (vooral meer fijn restafval). Het verschil is ook hier dat deze gemeenten overgestapt zijn naar een vermindering van de service op restafval, door óf restafval minder vaak in te zamelen óf door het restafval in de wijk ondergronds te brengen (omgekeerd inzamelen).
Inzamelfrequentie GFT Slechts 2% van de respondenten zet de GFT-container iedere 2 weken aan de straat. Verderop in het onderzoek geeft 48% van de respondenten dan ook aan dat het GFT-afval minder vaak ingezameld kan worden.
5.2 Resultaten inwoneronderzoek
Onderzoeksbureau Marintel heeft een inwoneronderzoek uitgevoerd onder de inwoners van Geldrop-Mierlo. Het doel van dit onderzoek was om te peilen hoe de inwoners van Geldrop-Mierlo de huidige dienstverlening in de afval- en grondstoffeninzameling ervaren en waarderen en om te toetsen of men openstaat voor veranderingen.
Inzamelfrequentie restafval Slechts 7% van de respondenten zet de restafvalcontainer iedere 2 weken aan de straat. Verderop in het onderzoek geeft 42% van de respondenten aan dat het restafval minder vaak ingezameld kan worden.
Het onderzoek is separaat met u besproken tijdens de thema-bijeenkomst van 26 mei 2021 en daarna aan u toegezonden. Voor het leesgemak voegen wij dit onderzoek ook hier nogmaals toe als bijlage bij dit rapport.
Inzamelfrequentie overige stromen Slechts 5% van de respondenten geeft aan dat de PBD inzameling verlaagd kan worden en 13% geeft dit aan over OPK.
5.2.1 Onderzoeksopzet Marintel heeft 4.000 briefkaarten verstuurd naar huishoudens van de gemeente Geldrop-Mierlo met de vraag of men zou willen deelnemen aan het onderzoek. De looptijd van het onderzoek was vanaf 1 april tot 1 mei.
Afvalscheiding Ten aanzien van het scheiden van afval zien we de volgende opvallende uitkomsten: • 54% van de respondenten geeft aan grondstoffen goed te scheiden. • 36% van de respondenten denkt dat het nog beter kan. • Voor zowel de hoog- als de laagbouw zien respondenten mogelijkheden om het keukenafval (Groente-, Fruit- en Etensresten) beter te scheiden.
De aangeschreven adressen konden via de briefkaart inloggen op een internetvragenlijst. Wegens corona was het niet mogelijk om de vragenlijst huis-aan-huis te verspreiden en na het invullen weer op te halen. Toch hebben 802 respondenten de internet vragenlijst ingevuld. De gemiddelde invultijd was 12 minuten. Het betrouwbaarheidsniveau van het gehouden onderzoek is 95%, met een foutmarge van 3,38. Daarmee is het onderzoek statistisch steekhoudend.
6,26
8,09
8,33
7,54
7,68
6,02
7,68
8,05
Inwoners zijn tevreden over de huidige afval- en grondstoffeninzameling. Het gemiddelde rapportcijfer is een 7,5. De inzameling van de stromen aan huis worden nóg hoger beoordeeld. Afval- en grondstoffen is geen ‘top-of-mind’-onderwerp. Een rapportcijfer ruim boven de 7 is dan ook goed.
8,02
Rapportcijfer per afvalstroom
5.2.2 Uitkomsten inwoneronderzoek Totaal bezien 91% van de respondenten vindt het scheiden van afval (heel)belangrijk.
14
Restafval
Grofhuishoudelijkafval (Milieustraat)
PBD
Textiel
Luiers
Glas
Oud papier & karton
(brengen)
Groftuinafval
GFT
Over de grove afvalstromen en de luierinzameling is men het minst tevreden (rapportcijfer tussen de 6 en 6,7). Nader onderzoek moet uitwijzen waar men dan exact ontevreden over is in deze.
Hoe denken inwoners over de toekomst? • Op de vraag of men wel of geen OPK container zou willen als dit leidt tot betere papierscheiding zijn de respondenten verdeeld (54% nee, 46% ja). • Op de vraag of men (op termijn) bereid zou zijn het restafval zelf weg te brengen geeft 39% van de respondenten aan daartoe bereid te zijn; 49% is dat niet. • Op de vraag als het restafval nóg meer afneemt, wat dan de inzamelfrequentie zou moeten zijn zegt slechts 16% dat het zo moet blijven. 84% geeft aan dat de inzamelfrequentie omlaag kan, waarvan 36% aangeeft dat 1x per maand afdoende is.
Resumerend kunnen we concluderen dat de respondenten tevreden zijn over de huidige dienstverlening, het huidige beleid omarmen en aanknopingspunten zien voor aanpassing cq verbetering van de dienstverlening. Deze conclusies onderschrijven het herijkte beleidskader bij punt 3.3. Het is voor de toekomst zaak om met name het draagvlak voor het gemeentelijk beleid hoog te houden ook in de toekomst.
Beleidstoets Het huidige beleid van de gemeente is gericht op grondstoffen scheiden (is goed voor het milieu) waarbij de inwoners zélf deels invloed hebben op wat men betaalt door grondstoffen goed te scheiden. Uit het inwonersonderzoek kwam het volgende naar voren: • De meeste respondenten scheiden afval omdat het goed is voor het milieu (1), omdat het een gewoonte is (2) en omdat het geld bespaart (3). • 84% van de respondenten onderschrijft de huidige wijze van afvalstoffen heffen (Diftar; zelf invloed kunnen uitoefenen op de kosten, scheiden loont). Hiermee bevestigen de respondenten het gevoerde beleid van de gemeente. Dit geeft ook aan dat er sprak is van stabiel uitgevoerd beleid en dat dit beleid omarmd is door inwoners. Er is dus draagvlak voor het huidige beleid.
15
6. DE ROUTE NAAR MINDER DAN 100 KG RESTAFVAL De doelstelling uit het LAP3 om in 2025 te komen tot 30 kg restafval per inwoner is nog ver weg. In de komende planperiode 2022-2025 maakt de gemeente Geldrop-Mierlo een tussenstap. Een tussenstap waarbij we inzetten op het zo snel mogelijk realiseren van minder dan 100 kg restafval per inwoner (in 2023) en streven naar een nóg verdere verlaging van de hoeveelheid restafval per inwoner tot het jaar 2025, waarbij 30 kg het volgende te behalen doel is. Om deze doelen te realiseren zijn maatregelen nodig. De voorgestelde maatregelen zijn afgewogen op het gebied van milieu, service, kosten en draagvlak. Ambtelijk spreken wij hierbij een voorkeursroute uit, maar de gemeenteraad kan zelf besluiten om maatregelen wél of niet in te zetten in de komen planperiode.
kapot speelgoed). Voor een paar plankjes gaat een inwoner niet naar het brengstation, maar wellicht wél naar een wijk-brenpunt (zoals de mobiele milieustraat) Ook hiermee zetten we in op het lokaal vergaren van grondstoffen. • Overgang naar OPK-container De mening van inwoners over het invoeren van een OPK-container is verdeeld. Het aandeel (grote) dozen neemt toe in de inzameling van oud papier en karton. Deze dozen passen veelal niet in een minicontainer. Ook landelijk is dit een toenemend probleem. Wij stellen daarom voor om de keuze voor een minicontainer voor papier en karton uit te stellen tot halverwege de planperiode bij de tussentijdse evaluatie en daarmee (ook) de landelijke ontwikkelingen af te wachten.
6.1 Benodigde maatregelen
6.1.2. Aanpassingen van het flankerende beleid
Om te komen tot minder dan 100 kg restafval per inwoner (fijn- en grof restafval) zien wij dat een aanpassing van de service op restafval noodzakelijk is. Totaal bezien zien we benodigde aanpassingen in de inzameling en aanpassingen van het flankerende beleid. Deze zijn weergegeven bij 6.1.1 en 6.1.2.
In het flankerende beleid zien wij de volgende mogelijke maatregelen: • Extra communicatie toevoegen: Het opstellen van een communicatie en participatieplan
6.1.1. Aanpassingen in de inzameling
• Faciliteiten toevoegen (bakjes/zakjes)
In de inzameling zien we de volgende mogelijke aanpassingen:
• Innovatie- samenwerking
• Restafval Daarin zijn verschillende opties mogelijk zijnde: - De inzameling van restafval in een minicontainer vertragen naar 1x per 4 wkn - De inzameling van restafval in een minicontainer vertragen naar 1x per 8 wkn - De inzameling van restafval volledig ondergronds brengen (Omgekeerd inzamelen)
• Het verhogen van de kwaliteit van de grondstoffeninzameling - Het inzetten afvalcoach; eventueel in samenwerking met of door inzet van de buurtcoach. - PBD met zakken blijven inzamelen om de kwaliteit van PBD direct te kunnen beoordelen. • Het inzetten op het voorkomen van afval - Projecten draaien in het tegengaan van voedselverspilling. - Stimuleren van consuminderen door onder andere een inzet op verpakkingsvrij winkelen.
• GFE-inzameling beproeven Pilots uitvoeren met aanrechtbakjes en GFE-zakjes • Nascheiding toevoegen Het toevoegen van nascheiding van restafval van de hoogbouw • Wijkinzameling optimaliseren Toevoegen van een mobiele milieustraat die ingezet wordt op standplaatsen op een aantal momenten in de maand. Het gaat hierbij om inzamelpunten in de wijken waar inwoners allerlei grofvuil-stromen kunnen brengen, passend in een boodschappentas. U kunt hierbij denken aan kapotte apparaten zoals een tandenborstel, föhn en een printer, maar ook aan stukken hout, piepschuim of hard plastic (zoals
16
6.2. Prioritering van de maatregelen; beleidsvoorstel
Niet alle maatregelen kunnen gelijktijdig uitgevoerd worden. Wij stellen de volgende route cq prioritering van de maatregelen voor:
2022
• Inzameling restafval terugbrengen naar eenmaal per 4 weken. • Opstellen van een communicatie- en participatieplan; dit plan wordt aangescherpt met de door de gemeenteraad gemaakte keuzes. • Inzet van een afval-/buurtcoach voor inwoners die het lastig hebben met een restafvalinzameling van eenmaal per 4 weken • Starten met de planvorming voor de GFE-pilots; • Plan ontwikkelen voor het beproeven van een mobiele milieustraat voor kleine hoeveelheden. • CURE vertaalt de inzet van correctors op de GFT, PBD- en OPK-routes naar concrete maatregelen daar waar de grondstoffeninzameling beter kan. • Op kleine schaal starten met de invoering van omgekeerd inzamelen op vrijwillige basis. Inwoners die hun restafvalcontainer willen inleveren, mogen over op een ondergrondse restafvalcontainer (uit het inwoneronderzoek blijkt hiervoor animo).
2024
• Resultaten pilots GFE evalueren en omvormen tot beleid. • Resultaten mobiele milieustraten evalueren en omvormen tot beleid. • Evalueren restafvalinzameling; wat is er nog nodig om (nog verder) onder de 100kg per inwoner te komen? • Analyseren en heroverwegen van de PBD- en OPK-inzameling; blijven deze handmatig of is een overgang naar een minicontainer wenselijk?
2025
• Start met definitieve maatregelen voor GFE, de mobiele milieustraat en evenutele extra maatregelen op het gebied PBD en OPK. • Voorbereiding nieuwe grondstoffenplan oppakken; op naar 30 kg restafval per inwoner!
2023
• Evalueren wat 1x per 4weken gebracht heeft • Starten met de GFE-pilots met bakjes- en/of zakjes • Doorvoeren van maatregelen in die gebieden waar de inzameling beter, zoals geconstateerd door de correctors van CURE (in 2022). • Vrijwillig Omgekeerd inzamelen evalueren en breder beschikbaar stellen (eventueel zelfs financieel stimuleren om de restcontainer in te leveren) Dit draagt ook bij aan het effectiever ondergronds inzamelen en terugdringen van vervoersbewegingen. • Proef uitvoeren met een mobiele milieustraat voor kleine hoeveelheden grove grondstoffen.
17
6.3. Vertaling maatregelen op milieu-service-kosten (servicematrix)
De maatregelen genoemd bij 6.1 zijn hieronder weergegeven in een servicematrix. Daarmee kan een afgewogen oordeel door de raad geveld worden over welke maatregelen men op de route aan of uit wil zetten. De servicematrix met de uitgebreide afweging is in het geheel weergegeven als bijlage 8.4.
Totaal bezien geldt dat de geprognotiseerde voorspellingen, prognoses zijn die gebaseerd zijn op: • Een inschatting van het scheidingsgedrag van inwoners. • Een kosteninschatting van CURE gebaseerd op de huidige kennis en aannames ten aanzien van het scheidingsgedrag van inwoners.
SERVICEMATRIX
MILIEU
SERVICE
KOSTEN OF BESPARING
DRAAGVLAK
Huidige inzameling
+/-
+/-
huidige laagbouw kost €623.529,-
+/-
Restafval naar 1 x per 4 weken
+
-
Besparing €162.223,-
-
Restafval naar 1x per 8 weken
+
-
Besparing €195.473,-
-
Restafval ondergronds brengen
+/+
-
Besparing €176.922,-*
-
GFE-inzameling beproeven
+
+
Pilotbudget €80.000,-**
+
GFE inzameling verhogen 1x per/week excl. winter
+
+
Meerkosten € 135.685,-
+
Verlagen van GFT-inzameltarief
+
+
Daling heffingsopbrengst €237.000,-
+
Nascheiding toevoegen
+
+/-
Verschil poorttarief per 2028
+/-
Wijkinzameling optimaliseren
+
+
PM
+
Pilot mobiele milieustraat
+
+
PM
+
+/-
Afname kosten €12.500,-
+/-
Overgang naar OPK-container
+/-
Flankerend beleid: Extra onderzoek naar grofvuil
+
+
Meerkosten €5.000,-
+
Inzet op preventie toevoegen
+
+
Meerkosten €5.000,-
+
Extra communicatie toevoegen
+
+
Meerkosten €15.000,-
+
Toevoegen inzet afvalcoach en voorlopers in de inzameling
+
+
Meerkosten €5.000,-
+
Faciliteiten toevoegen (bakjes/zakjes)
+
+
zie pilot GFE
+
Innovatiesamenwerking
+
+
Voooralsnog louter uren
+
* Bij de overgang naar omgekeerd inzamelen komt nog een eenmalige kostenpost voor het plaatsen van putten en veiligheidsvloeren. ** Hierbij gaan we er vanuit dat we voor 20 duizend euro 8 cocons plaatsen, dit kan ook zonder cocons met een container in beugel.
18
Door Corona is er meer afval aangeboden en zien we in 2020 ook een hogere opbrengst van de heffing. Verder zien we een stabiel kosten/opbrengsten patroon in 2019 en 2020.
6.4. Kosten, opbrengsten en heffing 6.4.1 Ontwikkeling kosten en opbrengsten 2019 en 2020
In onderstaande tabel wordt weergegeven wat de realisatie van de kosten en opbrengsten in de jaren 2019 en 2020 was op het gebied van huishoudelijke afval- en grondstoffen. Ook geeft dit model inzicht in de dekking van de kosten en opbrengsten door de afvalstoffenheffing. Tot slot is de begroting van 2021 weergegeven. In het rood is het dekkingstekort weergegeven en in het zwart het dekkingsoverschot. Naast de directe kosten voor de feitelijke diensten van CURE (opgenomen in de lasten afval) rekenen we ook indirecte cq interne kosten toe aan de afvalstoffenheffing. Deze bestaan onder andere uit gemeentelijke salariskosten, toerekening van een deel van de straatreiniging, kwijtscheldingen, overhead en BTW. Het totaal van de baten en lasten is het bedrag dat gedekt moet worden uit de opbrengsten van de afvalstoffenheffing. Realisatie 2019
Realisatie 2020
Begroting 2021
Lasten afval
€4.276.718
€3.841.558
€4.055.310
Baten afval
€-1.448.609
€-1.415.709
€-1.113.378
Netto kosten
€2.828.109
€2.425.849
€2.941.932
Toe te rekenen lasten:
€1.289.068
€1.224.694
€1.292.166
Overhead
€70.907
€73.469
€90.726
Straatreiniging
€108.693
€109.241
€95.937
Kwijtschelding
€161.924
€182.916
€185.000
Salarissen
€119.883
€120.754
€112.787
BTW
€827.660
€738.313
€807.716
Totale baten/ lasten
€4.117.177
€3.650.543
€4.234.098
We verwachten de volgende invloeden op de toekomstige kosten en opbrengsten: • In 2022 loopt het verpakkingenconvenant af; dit kan gevolgen hebben voor de vergoeding van de verpakkingen ná 2022. Deze opbrengst wordt voor 2022 naar beneden bijgesteld. • Over het te verbranden restafval moeten afvalverbrandingsinstallaties een CO2 heffing gaan betalen. Deze heffing zal naar verwachting doorgerekend worden in het toekomstige verbrandingstarief van restafval. • Goed scheiden is niet altijd goedkoper; het beter scheiden van grondstoffen kan ook kosten toevoegen. De verwerking van GFT is op dit moment duurder dan de verwerking van restafval exclusief de verbrandingsbelasting.
6.4.2 Ontwikkeling afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een doelbelasting. Dit wil zeggen dat deze heffing bedoeld is ter dekking van de kosten van de afvalinzameling. De kosten die gemaakt zijn, worden gedekt via de afvalstoffenheffing door het aantal betalende huishoudens/woonhuis-aansluitingen. De afvalstoffenheffing in de gemeente Geldrop-Mierlo is opgebouwd uit een vast deel genaamd het vastrecht en een variabel deel. Het variabele deel valt uiteen in een tarief voor het aanbieden van restafval en het tarief voor het aanbieden van GFT, dit ziet er als volgt uit: Heffing per huishouden Vastrecht
€-3.777.600
€-4.268.587
€4.233.761
totale baten/ lasten
€4.117.177
€3.650.543
€4.234.098
Overschot/ Tekort
€339.577
€-618.044
€337
2019
2020
2021
€112,88
€128,88
€135,00
Variabel recht per/aanbieding: Restafval-mini
GFT-mini
Opbrengst heffingen
Liter
Rest ondergronds
140
€8,65
€8,90
€9,15
240
€13,90
€14,30
€14,70
140
€4,45
€4,60
€4,73
240
€7,25
€7,45
€7,66
25
€1,80
€1,85
€1,91
40
€2,95
€3,05
€3,14
De gemiddelde afvalstoffenheffing per huishouden in Nederland is € 283,- (2020). De gemiddelde afvalstoffenheffing in Geldrop-Mierlo was € 223,38 per huishouden in 2020 en blijft hier nog ruimschoots onder. In vergelijking met de beter presterende gemeenten uit dezelfde categorie qua hoogbouwpercentage of CBS-klasse zien we echter dat er voor inwoners met name op het variabele recht nog te besparen valt. Het scheiden van grondstoffen uit het restafval betekent
Qua kosten en opbrengsten zien we in 2020 een afname in de lasten van afval. Dit komt met name omdat in 2020 de hele verwerking en vermarkting van de stroom PBD aan de markt overgedragen is. De gemeente ontvangt nu een aanlevertarief (opbrengst/ baten afval) voor het aangeleverde PBD.
19
immers dat deze container minder vaak aan de weg hoeft en de restafvalcontainer is qua aanbieding ook de duurste container.
De heffing van 2022 ziet er dan als volgt uit voor de inwoners:
Belangrijk is het qua afvalstoffenheffing ook om te kijken naar het risico-profiel. Wat is de verhouding tussen het vast en variabel recht. Als er namelijk teveel opgebracht moet worden door het variabele recht dan is een té groot deel van de heffingsopbrengst afhankelijk van het gedrag van inwoners. Gemiddeld is de verhouding tussen vast- en variabel recht landelijk ongeveer 80-20. In Geldrop-Mierlo ligt deze verhouding op 55-45. Dit betekent dat als inwoners massaal minder aanbiedingen gaan doen van restafval, de gemeente ook dekking voor vaste inkomsten misloopt. Met het nieuwe plan gaan we aan knoppen draaien gericht op de afname van het aantal restafvalaanbiedingen. Het verdient aanbeveling om op termijn ook het risicoprofiel bij te stellen. Als de aanbiedingen van restafval afnemen zal een groter deel van de kosten uit het vastrecht gedekt moeten worden.
Heffing per huishouden
Liter
Vastrecht
2021
2022
€135,00
€137,40
Variabel recht per/aanbieding: Restafval-mini
GFT-mini
Rest ondergronds
Fluctuaties betreffende opbrengsten of tekorten op de heffing worden opgevangen via een ge-oormerkte reserve. Dit zodat niet alle fluctuaties direct aan inwoners doorgerekend hoeven te worden. Op dit moment bevindt zich ruim € 400.000,- in de reserve. Dit is afdoende om eventuele tegenvallers op te vangen.
6.4.3. Financiële gevolgen beleidsvoorstel; benodigde heffing 2022
De voorgestelde route gaat uit van een invoering van een laagfrequente restafvalinzameling per Q2 van 2022. De door CURE doorgerekende besparing op ten opzichte van de huidige restafvalinzameling bij de laagbouw is dan € 162.223,-. Wij stellen voor om de begroting te indexeren met de door de dienst Dommelvallei voorgestelde index van 1,65% voor het jaar 2022. We gaan er vanuit dat met de geprognotiseerde besparing op restafval (overgang naar laagfrequent) in 2022 binnen de huidige begroting een start gemaakt kan worden met het nieuwe grondstoffenplan. Indien nodig kan er uiteraard na het gemeenteraadsbesluit ook een begrotingswijziging opgesteld worden, aangezien de begroting van 2022 dan vermoedelijk al in behandeling is. Indien dat het geval is dan zullen ook de tarieven bijgesteld moeten worden.
20
140
€9,15
€9,30
240
€14,70
€14,94
140
€4,73
€4,81
240
€7,66
€7,79
25
€1,91
€1,94
40
€3,14
€3,19
7. UITVOERINGSPLAN 2022-2025 In 2020 kwam 151,4 kg restafval vrij. Dit is onderverdeeld in fijn restafval ad 136,4 kg en grof restafval ad 0 kg per inwoner en 15 kg bouw- en sloopafval per inwoner. Dit plan richt zich op de afname van fijn restafval. De fractie grof restafval is al 0 kg en de fractie bouw- en sloopafval wordt momenteel nagescheiden; hiervan wordt 85% via nascheiding hergebruikt. Om meer grondstoffen circulair te maken moet een groter deel van het fijne restafval gescheiden worden. Door alle in dit plan genoemde maatregelen in te zetten verwachten wij een (forse) restafvalreductie op fijn restafval te realiseren. De eerste stap is het aanbrengen van een noodzaak tot grondstoffen scheiden. Dit kan je doen door de inzameling van restafval terug te brengen naar eenmaal per 4 weken, waardoor het volume dat je aanbiedt qua restafval afneemt. Dit levert naar verwachting (zie ook landelijke cijfers) een afname van de hoeveelheid (fijn) restafval op; waarbij deze hoeveelheid mét alle flankerende maatregelen naar verwachting al uitkomt op om en nabij de 100 kg per inwoner. Deze maatregel wordt bij voorkeur in Q2 van 2022 ingevoerd, zodat er voldoende ruimte is om inwoners vooraf te informeren. Om het restafval nóg verder terug te brengen is ook een tweede stap nodig.
Hierbij wordt gekozen voor een route richting de invoering van omgekeerd inzamelen, waarbij inwoners zelf het restafval naar ondergrondse restafvalcontainers in de wijken brengen. We starten daarbij met een keuzemodel. Inwoners die willen mogen vrijwillig hun restafvalcontainer inleveren en het restafval deponeren in een ondergrondse restafvalcontainer. Aan CURE vragen we dan om de capaciteit van deze containers te monitoren, zodat we tijdig ondergrondse systemen kunnen bijplaatsen. In het uitvoeringsplan werken wij de route over de jaren 2022-2025 samen met CURE uit waarbij we de prioritering aanhouden zoals genoemd bij punt 6.2. Het uitvoeringsplan 2022-2025 kan vervolgens verwerkt worden in concrete jaarplannen over de losse jaren. Het uitvoeringsplan wordt na keuze en besluitvorming door de raad over de definitief te nemen maatregelen opgesteld en ter informatie voorgelegd.
21
8. BIJLAGEN 8.1 Verdieping statiegeld, richtlijn SUP en UPV voor textiel
De afgelopen periode en de komende periode worden een aantal zeer concrete Rijksmaatregelen doorgevoerd het gaat dan om: Statiegeld op de kleine flesjes Vanaf 1 juli 2021 is 15 cent statiegeld ingevoerd op de kleine plastic flesjes. Jaarlijks gaan zo’n 900 miljoen kleine plastic flesjes over de toonbank. 100 miljoen daarvan belanden in het milieu. Met de invoering van statiegeld hoopt men het aantal plastic flesjes in het milieu terug te dringen. De plastic flesjes kunnen ingeleverd worden bij supermarkten, tankstations, treinstations en bij cateraars. Op blikjes komt per 1 januari 2023 statiegeld. Per blikje wordt straks ook 15 cent aan statiegeld gevraagd. Per jaar worden er circa 2 miljard blikjes verkocht. Hiervan belandt ongeveer 150 miljoen in het milieu, aldus de staatssecretaris Van Veldhoven. Het aantal blikjes in het milieu moest met minimaal 70% moest afnemen in de loop van 2021 ten opzichte van het gemiddelde van 2016/2017. In 2020 bleek echter dat voor de tweede keer op rij het aantal blikjes in het milieu niet is afgenomen, maar zelfs is toegenomen met 27%.Waar de blikjes ingeleverd kunnen worden, wordt nog uitgewerkt. Single use plastics (SUP) Als onderdeel van de ‘European strategy for plastics in a circular economy’ (Plastic Strategy) heeft de Europese Commissie een richtlijn opgesteld om de hoeveelheid kunststofafval in oceanen en zeeën terug te dringen.
Het gaat dan om Single Use Plastic’s (SUP). De maatregelen in de zogenoemde SUP-richtlijn hebben onder andere betrekking op verloren vistuig en kunststof wegwerpplastics, waaronder ook verschillende verpakkingen. Specifiek gaat het om de volgende single use kunststof producten en verpakkingen: • Drankverpakkingen (inclusief doppen en deksels) • Filters van sigaretten • Wattenstaafjes • Zakjes en wikkels • Hygiëneproducten (vochtige doekjes en maandverband) • Lichtgewicht draagtassen • Bestek, borden, roerstaafjes en rietjes • Bekers voor dranken • Ballonnen en ballonnenstokjes • Houders voor voedingsmiddelen
Wegwerpproducten waarvoor vooralsnog geen alternatief is, moeten in 2026 door de lidstaten meetbaar zijn verminderd. Ook moeten lidstaten het gebruik van producten voor meermalig gebruik, hergebruik en recycling aanmoedigen. De producten die onder deze regels vallen, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van al het zwerfvuil in zeeën en oceanen. De richtlijn moet bedrijven aanzetten om duurzame alternatieven voor single use kunststofproducten en single use kunststof verpakkingen te ontwikkelen. De voorgestelde maatregelen kunnen als volgt worden samengevat: Doelstellingen voor gescheiden inzameling De lidstaten treffen maatregelen die nodig zijn om er voor te zorgen dat tegen 2025 77% en tegen 2030 90% van de single use plastics gescheiden wordt ingezameld, bijvoorbeeld met statiegeldregelingen of een uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid. Productontwerp Verpakkingen (flessen) met doppen en deksels mogen alleen op de markt worden gebracht als de doppen/deksels na opening aan de verpakking bevestigd blijven. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De kosten van inzameling en verwerking van afval van wegwerpplastics komen (volledig) voor rekening van de producenten.
Markeringsvoorschriften en bewustmaking Bepaalde single use plastics krijgen een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering om consumenten duidelijk te maken dat de verpakking kunststoffen bevat, hoe/waar zij de verpakking na gebruik moeten weggooien en met informatie over de negatieve effecten van ongepaste afvalverwijdering op het milieu. Onze rijksoverheid is bezig met de implementatie van deze richtlijn en heeft in 2020 een consulatie op deze richtlijn uitgevoerd. NVRD (Nederlandse vereniging van afval- en reinigingsbedrijven) heeft daarbij gepleit voor meer focus aan de voorkant namelijk het terugdringen van de inzet en het gebruik van (onnodige) grondstoffen bij het productieproces. Nu ligt de focus (opnieuw) bij de consument en het gedrag van de consument bij het gebruik van plastic verpakkingen.
22
De uitwerking van de SUP-richtlijn heeft invloed op het gemeentelijk beleid. Zo zijn eenmalige drinkverpakkingen van piepschuim verboden vanaf 3 juli 2021 en geldt een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor het verwijderen van eenmalige drankverpakkingen na het gebruik (effect op evementenbeleid). Wij zullen dit dossier blijven volgen en zorgdragen voor een gewenste toepassing hiervan op het gemeentelijk beleid.
• In 2019 zijn er 5 Diftar-gemeenten bijgekomen. Totaal heeft nu 31% van Nederland een vorm van Diftar, te opzichte van 9,7% in het jaar 2000.
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid textiel (UPV textiel) Onlangs heeft staatssecretaris van Veldhoven een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de voortgang van het Beleidsprogramma Circulair Textiel. In deze brief wordt onder meer een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor consumentenkleding, bedrijfskleding en huishoud- en woningtextiel aangekondigd die in 2023 in werking moet treden. De doelstelling van de UPV is om in 2025 50% van het afgedankte textiel opnieuw te gebruiken door middel van producthergebruik en recycling, waarvan tenminste 20% producthergebruik. In 2030 moeten deze percentages verder groeien naar 75%, respectievelijk 25%. Ook zijn er doelstellingen opgenomen voor het aandeel binnenlands producthergebruik (10% in 2025 en 15% in 2030) en voor het aandeel vezel-tot-vezel recycling (25% in 2025 en 33% in 2030). CURE werkt deze doelstellingen uit in concreet te nemen maatregelen. De UPV wordt de komende tijd in overleg met de belanghebbende partijen verder vormgegeven, waarbij onderwerpen als specifieke uitzonderingen, tarifering en tariefdifferentiatie, het goed meenemen van e-commerce en de governance-structuur worden uitgewerkt. De NVRD is onderdeel van het Netwerkoverleg textiel, waarbinnen de producentenverantwoordelijkheid voor textiel samen met de andere betrokken stakeholders in de komende periode verder zal worden uitgewerkt.
Ook de UPV heeft de komende jaren invloed op het gemeentelijk beleid. Wij zullen deze gevolgen waar nodig vertalen in aanpassing van het gemeentelijk beleid.
Ook in de benchmark huishoudelijk afval, de landelijke prestatiemeting waarbij gemeenten en inzamelbedrijven aan de hand van vooraf vastgestelde indicatoren hun prestaties vergelijken, zien we dat Diftar-gemeenten betere prestaties leveren gemiddeld bezien ten opzichte van niet-Diftar-gemeenten.
8.2 Uitkomsten onderzoek Diftar
Met de afweging van resultaten uit bovenstaande onderzoeken en de draagvlak voor Diftar uit het gehouden inwoneronderzoek is de keuze voor voortzetting van Diftar herbevestigd.
1 https://www.coelo.nl/index.php/nieuws/nieuws-2019/393-atlas-vande-lokale-lasten-2019
2. https://www.afvalcirculair.nl/onderwerpen/monitoring-cijfers/afvalcijfers/afvalcijfers/afvalstoffenheffing-2020/ 3. https://www.nvrd.nl/nieuwsberichten/2020/gemeenten-maken-werk-van-kwaliteit-ingezamelde-grondstoffen-en-helft-kiest-voor-diftar
Wel of geen Diftar? Diftar-gemeenten hebben gemiddeld bezien minder afval en een lagere afvalstoffenheffing. Dit wordt keer-op-keer bevestigd in de jaarlijkse Coelo Atlas van de lokale lasten. COELO is het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden. In de Atlas van 2019 zien we het volgende: • De afvalstoffenheffing is in 20191 gemiddeld met 5,7% gestegen en komt daarmee gemiddeld uit op € 263,- per huishouden.