Afhandelen toezegging schriftelijke vraag D66 over Senzer - Raadsvergadering 1 juli 2024
Tekst van het document
Afhandelen toezegging schriftelijke vraag D66 over Senzer - Raadsvergadering 1 juli 2024
In de raadsvergadering van 1 juli 2024 heeft wethouder Looijmans de volgende toezegging gedaan: ‘’Ik zal schriftelijk op de vraag van D66 reageren.’’ De context: De heer Van Happen (D66) gaat in op de beantwoording van het college op de (schriftelijke) vragen over Senzer. Hij benoemt dat hij uit het antwoord terugleest dat er in het verleden bij Senzer iets is fout gegaan, dat nu wordt rechtgezet. De heer Van Happen vindt het gegeven antwoord niet helder. Het college heeft vier ton uit de Algemene uitkering geoormerkt voor beschut werk, wat volgens de heer Van Happen alleen de raad mag doen. Hij zegt dat de directeur van Senzer tijdens de commissievergadering heeft gezegd dat er te weinig mensen zijn en er geen mensen zijn om het beschut werk te doen. Wat hem betreft is er daarvoor dan ook geen extra geld nodig. Hij vraagt een reactie van het college hierop. Onderstaand treft u de reactie aan: Graag gaan wij nader in op uw vraag over de inzet van middelen voor beschut werk en de overwegingen die daarbij een rol spelen. Senzer heeft als opdracht om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zo regulier mogelijk te laten participeren. In de praktijk blijkt echter dat veel cliënten kampen met meervoudige problematiek op meerdere leefgebieden. Dit maakt intensieve, langdurige en passende begeleiding noodzakelijk.
Beschut werk kan in sommige situaties een passend instrument zijn, maar is niet voor iedere cliënt de beste route. Daarom wordt steeds per individu gekeken welk re-integratiepad het meest kansrijk is, met inzet van diverse instrumenten, waaronder leer-werktrajecten, inclusieve technologie of tijdelijke dienstverbanden. Ten aanzien van de financiële middelen merken wij het volgende op. De genoemde €400.000 betreft géén nieuw of zelfstandig geoormerkt bedrag dat het college buiten de raad om heeft toegekend. Het gaat om middelen die voortvloeien uit het rijksbudget voor beschutte arbeid, zoals opgenomen in de integratie-uitkering Participatie. Conform artikel 3 van de bijdrageverordening van Senzer maken deze middelen onderdeel uit van de gemeentelijke bijdrage en worden zij 1-op-1 doorgeleid aan Senzer. Senzer heeft inzicht in de hoogte van deze integratie-uitkering en verwerkt deze conform de bijdrageverordening in haar begroting. Deze begroting is vervolgens vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Senzer, waarin de deelnemende gemeenten bestuurlijk vertegenwoordigd zijn. Zoals vastgelegd in artikel 33, lid 1, van de Gemeenschappelijke Regeling Senzer zijn wij als deelnemende gemeente verplicht deze middelen door te geleiden, overeenkomstig de vastgestelde begroting.
Er is dus géén sprake van een autonome oormerking of een beleidsinhoudelijke keuze van het college – het betreft een verplichting die voortkomt uit zowel de bijdrageverordening als de governancestructuur van Senzer.