CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies Wmo Adviesraad Verordening Wmo en Jeugdhulp.Pdf

Commissie Samenleving 5 oktober 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Verordening en beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2022 (RV GM2021-143435) (Portefeuillehouder Van Otterdijk)1.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Secretariaat: Paladijnstraat 27 5663 EM Geldrop-Mierlo 0653183469

Geldrop-Mierlo, aug 2021, Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders gemeente Geldrop-Mierlo Postbus 10101 5660GA Geldrop-Mierlo Email: gemeente@geldrop-mierlo.nl Onderwerp: Advies Verordening Wmo en Jeugdhulp Geacht college, Bij dezen willen wij graag, op uw verzoek, reageren op- en advies uitbrengen over de door u opgestelde concept verordening WMO en Jeugdhulp, de concept beleidsregels en de bijbehorende bijlagen. Als eerste willen wij opmerken dat bovenstaande vraag impliceert dat uw college van mening is dat de bevoegdheid van de WMO Adviesraad Geldrop-Mierlo ook de Jeugdwet betreft. Formeel is dit niet juist, onze bevoegdheid betreft enkel de WMO. In een overleg met de verantwoordelijke wethouder heeft de Adviesraad gemeld zich te concentreren op de WMO. Wij hebben de volgende vragen en opmerkingen; Verordening Jeugdwet en Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2021 2.1.1 Proces van de melding (blz 3) De adviesraad adviseert de gemeente hier ook te vermelden hoe en waar inwoners informatie kunnen vergaren alvorens tot een vraag cq melding te komen. 2.1.3 Gegevens (Jeugdwet en WMO) (blz 4) Hier wordt gesteld dat er gegevens zijn die de gemeente op basis van de geldende privacywetgeving niet mag inzien voor de beoordeling van de vraag. De gemeente vraagt dan de hulpvrager om toestemming voor inzage van die gegevens.

Vraag: waarvoor gebruikt de gemeente deze privacygegevens als het niet voor beoordeling mag en weet de hulpvrager waar de gemeente deze gegevens voor gebruikt? 2.2.2 Doel en procedure gesprekken (Jeugdwet/WMO) (blz4) De Adviesraad adviseert de gemeente “doel en procedure” te benoemen als “intake” en in het vervolg de term ”het gesprek” te vervangen door “intake”. De Adviesraad is nl. van mening dat een intakeprocedure vaak één gesprek maar soms meerdere gesprekken behoeft. 2.3.2. Voorwaarde aanvraag hulp-op-maat (Jeugdwet/WMO) punten 3 en 4 (blz 6) Opmerking : beschrijvingen onder punt 3 en 6 zijn taal-technisch niet correct.

1

Onder punt 4 worden 7 voorwaarden genoemd waaronder geen hulp op maat wordt verleend. Opmerking: De Raad adviseert om in vervolg op deze 7 voorwaarden te vermelden dat de gemeente haar afwijzing in een met argumenten bekleed schrijven kenbaar maakt. 2.3.4. Beoordelen aanvraag (Jeugdwet/WMO) (blz 6) Onder punt 2 wordt een ondersteuningsplan genoemd. De Adviesraad is van mening dat er in dit stadium nog geen ondersteuningsplan kan zijn (zie begripsbepaling). Er kan wel gesproken worden van een eerste inventarisatie. Chronologisch kan er pas na de stappen 3 (WMO) en 4 (Jeugdwet) sprake zijn van het opstellen van een ondersteuningsplan. 2.3.4. Beoordeling aanvraag (Jeugdwet/WMO) punten 3 en 4 (blz7) Onder punten 3a en 4a staat dat “de gemeente de hulpvraag vaststelt” (zowel voor de Jeugdwet als voor de WMO) Opmerking: De Raad is van mening dat het de hulpvrager is die de hulpvraag vaststelt. Het is aan de gemeente die hulpvraag samen met de hulpvrager te formuleren en vervolgens te beoordelen. In haar eigen kernwaarden (blz 3) wordt de verantwoordelijkheid van de inwoner expliciet genoemd. Dat betekent dat de inwoner dus verantwoordelijk is voor zijn/haar hulpvraag. Advies: De gemeente formuleert samen met de hulpvrager (3a:) de hulp-op-maatvraag c.q. (3b:)de hulpvraag Onder punten 3b en 4b staat een onzorgvuldige stelling over het vaststellen van problemen.

Het vaststellen van psychische problemen en stoornissen vereist diagnostische bevoegdheid. De gemeente heeft geen diagnostische bevoegdheid, zij heeft wel verantwoordelijkheid voor het inzetten van een diagnostisch proces. De Raad adviseert een andere, meer precieze omschrijving: Bijvoorbeeld: De gemeente is verantwoordelijk voor (3a:) “het vaststellen welke problemen….er precies zijn” en (4b:)“het vaststellen of er sprake is…..welke problemen en stoornissen dat zijn.” (en onder punt 5 volgt dan inderdaad de verwijzing naar in te zetten deskundigheid) 2.3.5. Beslistermijn (Jeugdwet/WMO) (blz7) Zeker bij acute zorg is een termijn van 8 weken erg lang. De Adviesraad adviseert het college te zoeken naar een meer ambitieuze beslistermijn zonder dat dat een juridische verplichting met zich meebrengt. 2.4.1 Inhoud besluit (Jeugdwet/WMO) (blz8) De Adviesraad adviseert de gemeente bij het maken van besluiten ook maximale termijnen in de duur voorafgaand aan start van de hulp/begeleiding te hanteren en dus ook te benoemen. In de besluiten wordt de duur van de begeleiding/hulp genoemd. De Adviesraad adviseert de gemeente, met het oog op omstandigheden als chronische aandoeningen en ouderdom zich in te spannen om maatwerk te leveren en individuele situaties in haar besluiten mee te wegen. Daarmee kan de gemeente flexibel omgaan met vastgelegde termijnen. Hoofdstuk 3.

Gezond en veilig opgroeien (blz10) In de zesde kernwaarde wordt gesteld dat hulp in groepsvorm voorgaat op individuele hulp. De Adviesraad stemt in met dit uitgangspunt maar is van mening dat voor sommige mensen, ook bij gelijke geschiktheid van hulpaanbod, individuele hulp passender is. In het omschrijven van haar kernwaarde zou de gemeente daarom moeten omschrijven dat hulp in groepsvorm in principe voorgaat op hulp in individuele vorm. Dit advies is mede gestoeld op de kernwaarden die omschreven zijn in hoofdstuk 3: “elke situatie is verschillend en de gemeente handelt niet blind vanuit werkwijzen en protocollen”.

2

Hoofdstuk 5. De vorm van hulp-op-maat. (blz15) Met dezelfde argumentatie als eerder beschreven adviseert de Adviesraad de gemeente ook hier in haar kernwaarde te formuleren dat voorzieningen en hulp-op-maat in groepsvorm in principe voorgaan op individuele voorzieningen en hulp-op-maat. 5.3. Eigen bijdrage (WMO) (blz18) Om de leesbaarheid te vergroten adviseert de Adviesraad de opsomming (wanneer wel een bijdrage is vereist en wanneer geen eigen bijdrage nodig is) te differentiëren in bijv. kolommen. Hoofdstuk 6. Afspraken tussen inwoner en gemeente (blz 19) Met dezelfde argumentatie als eerder beschreven adviseert de Adviesraad de gemeente ook hier in haar kernwaarde te formuleren dat voorzieningen en hulp-op-maat in groepsvorm in principe voorgaan op individuele voorzieningen en hulp-op-maat. 6.1.1 De rol van de gemeente (blz 20) Onder punt g wordt de cliëntondersteuner benoemd. Advies: Omschrijf de status en bevoegdheden van cliëntondersteuners 8.5 Vertrouwenspersoon (Jeugdwet/vertrouwenspersoon). (blz25) Advies: Omschrijf de status en bevoegdheden van vertrouwenspersoon Hoofdstuk 11 Begrippenlijst Ondersteuningsplan en Persoonlijke situatie (blz 29) In uitleg van het begrip Ondersteuningsplan staat dat de gemeente dit plan opstelt. Dit in tegenspraak met een van de kernwaarden van de gemeente: de verantwoordelijkheid van de inwoner.

Advies: “een plan van aanpak opgesteld door de hulpvrager in overleg met de gemeente, waarin….” Het begrip Persoonlijke situatie omvat alle omstandigheden van de inwoner die van belang zijn. Vraag: Kan de gemeente duidelijk maken waarom een godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging in dezen van belang is? Zeker gezien de beschrijving van de gemeente in haar financiële bijlage onder culture diversiteit: “Er is sprake van een pluriforme samenleving waarin iedereen gelijke aanspraken op zorg kan maken”. (blz 23)

Beleidsregels Jeugdwet en WMO 2022 Als algemene opmerking stelt de Adviesraad de noodzaak van het maken van beleid te onderschrijven en het belang te onderkennen van ondersteunende regels en procedures. De Adviesraad betreurt het echter dat er in de praktijk zoveel regelgeving, procedures en protocollen nodig zijn om de hulpvraag van de burger te kunnen uitvoeren. Vraag: Zijn deze beleidsregels ter inzage van de inwoners? De Adviesraad adviseert de gemeente om in de inleiding te benadrukken dat organisatie van gemeentelijke processen vraagt om regels en procedures om die organisatie te kunnen verantwoorden. In de uitvoering van deze organisatie hanteert de gemeente ten allen tijde haar kernwaarde: de gemeente neemt haar inwoners serieus, is erop gericht maatwerk te leveren en zal zich niet blind achter procedures opstellen. Zowel in de verordening als in de beleidsregels mist de Adviesraad de wijze waarop de gemeente verantwoordelijkheid neemt voor de inzet en kwaliteit van de hulpverlening en zorg, en voor de effectiviteit van haar inzet. 3

De Adviesraad adviseert de gemeente in haar verordening op te nemen op welke wijze en in welke frequentie zij haar beschikkingen en de uitvoering van die beschikkingen evalueert, wie zij daarbij betrekt, hoe en aan wie zij daarover rapporteert en wat de gemeente beoogt met de uitkomsten van deze evaluaties. Omgekeerde toets (blz 1) Vraag: Kan de gemeente duidelijk maken wat zij bedoelt met de term “omgekeerde toets”? De beslismethodiek zoals omschreven kan overigens wel rekenen op de instemming van de Adviesraad. 1.7.1 Gebruikelijke hulp (blz 5) Vraag: Wat is het motief om bij huishoudelijke hulp geen onderscheid te maken tussen kortdurende en langdurige ondersteuning?

2.2 Familiegroepsplan en Ondersteuningsplan (blz 9). Ook in deze beleidsregels ontbreekt de samenwerking tussen gemeente en hulpvrager; De gemeente maakt het plan en de hulpvrager ondertekent? Advies: Het ondersteuningsplan is een plan dat de gemeente in overleg met de hulpvrager opstelt… 7.1 Vervoer WMO (blz 20) De Adviesraad adviseert de gemeente om ook t.a.v. vervoer uit de dragen en dus te omschrijven dat zij is gericht op het leveren van maatwerk en dus individuele omstandigheden en behoeften in haar beslissing meewegen. 7.2 Vervoersbehoefte (blz 20) Vraag: Waarom worden lange afstanden buiten de regio apart benoemd en vallen deze niet onder de WMO? Waarom wordt er onderscheid gemaakt tussen vervoer binnen WMO en CVV? Financiële Bijlage Over de hoogte van normen kan de Adviesraad niet oordelen, echter, onder Richtlijnen bij ondersteunen huishouden (blz 13) staat: “Onderstaande normtijden zijn indicatief. Er wordt altijd een individuele afweging gemaakt. Als uit het onderzoek blijkt dat er reden is om af te wijken van de richtlijn dan wijken we af van de basisnorm voor een schoon en leefbaar huis (lichte en zware taken) en/of van de normtijden voor andere activiteiten gericht op ondersteuning van het huishouden.

Wanneer afgeweken wordt van de richtlijnen, is dit gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en worden de in te zetten uren nader gemotiveerd.” De Adviesraad heeft er begrip voor dat er vanuit managementoverwegingen een financiële bijlage is. Vervolgens adviseert de Adviesraad het volgende: Als basisregel hanteert de gemeente het algemene principe (dat zij zelf, weliswaar voor een specifiek onderdeel, beschrijft op blz 13);”Er wordt altijd een individuele afweging gemaakt. Als uit onderzoek blijkt dat er reden is om af te wijken van de richtlijn dan wijken we af van de gestelde basisnorm. Wanneer afgeweken wordt van de richtlijnen, is dit altijd gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en worden de in te zetten uren/middelen/voorzieningen nader gemotiveerd” (Dit principe zou niet omschreven hoeven te worden want ze vloeit naar de mening van de Adviesraad automatisch voort uit de waarden die de gemeente zegt te hanteren: de gemeente levert maatwerk en de gemeente volgt niet automatisch procedures en werkwijzen)

4

Bijlage 3 Richtlijn ondersteuning van het huishouden (blz 10) Vraag: Waarom hanteert de gemeente verschillende normen (onderzoek van KPMG Plexus en Bureau HHM/ het CIZ-protocol van 2006) waarbij de normen van het CIZ uit 2006(!) inmiddels wel erg gedateerd zijn? Bijlage 7 Richtlijnen gebruikelijke hulp gezamenlijke huishouding (blz 21) In de richtlijnen wordt gesteld: “Het is uitdrukkelijk niet mogelijk dat meer dan twee personen met elkaar een gezamenlijke huishouding voeren”. Vraag: De Adviesraad vraagt zich af waarop de gemeente deze aanname baseert. Waar blijft maatwerk en niet blind procedures volgen? Denkt de gemeente echt dat het niet mogelijk is dat meer dan twee personen ten opzichte van elkaar blijk geven van een mate van zorg, die niet aanwezig is ten opzichte van de andere persoon of personen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben?

In de hoop en verwachting het college voldoende te hebben geïnformeerd,

Met vriendelijke groeten Hoogachtend, Namens de WMO Adviesraad Geldrop-Mierlo,

Herman van Rijn (secretaris) Tel: 06-53183469 Email: secretaris@wmoraad-gm.nl Cc: •

C. Hartmann (contactambtenaar WMO-Adviesraad Geldrop-Mierlo),

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=b5fb24de-865b-40ec-8e53-3cf3d9cd43ba