CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualisatie Armoedebestrijding.pdf

Raadsvergadering 3 april 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Actualisatie armoedebestrijding11.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Relativering van armoedecijfers Hoewel we veel cijfers en feiten presenteren, is het een lastige opgave om de omvang van armoede te bepalen. Cijfers zijn verbonden aan politieke en wetenschappelijke keuzes. Dit hangt voor een belangrijk deel samen met de definitie van armoede. De vraag blijft in hoeverre de indeling die we maken overeenstemt met de sociale werkelijkheid. Leeft een huishouden dat financieel gezien net buiten de armoedegrens valt niet in armoede? Daar kunnen we geen algemeen oordeel over geven, en daarom moeten we armoedecijfers niet te absoluut benaderen. Dat we de relativiteit en selectiviteit van de cijfers erkennen, betekent echter niet dat we zonder cijfers beter af zijn. Cijfers blijven onmisbaar om de omvang van sociale problemen in beeld te krijgen en te kunnen volgen, en om inzicht te verwerven in mogelijke relaties tussen verschillende maatschappelijke fenomenen. Bovendien bieden cijfers de mogelijkheid om problemen te agenderen en aan te pakken.

27

4.3 Bijlage 3. Beleidshistorie Het organiseren van bestaanszekerheid is een vraagstuk van de hele samenleving. Veel van de problemen van kwetsbare inwoners kan een gemeente niet oplossen met enkel armoedebestrijding. Het gaat om een kanteling in denken en doen. Dit vergt bewustzijn en een andere houding. Niet alles kan tegelijk aangepakt worden. We werken stapsgewijs. Werken aan bestaanszekerheid en hiervoor veranderingen tot stand brengen, is een langdurig en meerjarig proces.

Afbakening van het begrip bestaanszekerheid Bestaanszekerheid staat hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Als term is het de afgelopen jaren steeds meer in de belangstelling gekomen. In 1983 is in de Grondwet een artikel opgenomen over bestaanszekerheid als grondrecht. In dit grondrecht ‘ter wering van gebrek en behoeftigheid’ werkt zowel het rechtszekerheidsbeginsel als het solidariteitsbeginsel sterk door. Men ging er destijds vanuit dat deze formulering de burger voldoende zou beschermen tegen bestaansonzekerheid. Het sociaal zekerheidsstelsel had een stevige basis en zou nog verder worden uitgebouwd, zo was de algemene gedachte. Dit liep echter anders: sinds het opnemen van artikel 20 in de Grondwet in 1983, heeft het socialezekerheidsbeleid vooral in het teken gestaan van bezuinigingen. Zowel de economische crisis als de verandering van visie (van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij) waren hier debet aan. “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.” 13

Interessant is ook de omschrijving van het begrip bestaanszekerheid in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Deze wijst, in tegenstelling tot het Nederlandse grondwetsartikel, expliciet op het belang van welzijn en gezondheid naast het financieel minimum dat nodig is om rond te komen en maatschappelijk mee te kunnen doen. “Een ieder heeft recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen.”14 Inmiddels, mede door urgente oproepen aan het nieuwe kabinet vanuit de VNG en Divoza, is herstel van bestaanszekerheid weer als breed vraagstuk teruggekeerd op de maatschappelijke agenda en daarmee ook de definitie die wij voor dit programma als startpunt nemen. “Bestaanszekerheid is het op orde brengen van de basisvoorwaarden: ‘de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk en van mee kunnen doen in de samenleving. Maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning.

En in een veilige en prettige omgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening in situaties die de veiligheid bedreigen.“15 13

Grondwet artikel 20- Bestaanszekerheid Artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, College voor de Rechten van de Mens, 2016, p. 8 15 VNG & Divosa, 2021 14

28

Want bestaanszekerheid gaat niet alleen om de zekerheid van inkomen maar ook over de noodzaak tot betaalbaar wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen vormen er een onderdeel van. En dit alles in een veilige en prettige woonomgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening. Dit vormt de basis die ontwikkeling mogelijk maakt. Want vanuit een positie van bestaanszekerheid, durven mensen vaker risico’s te nemen. Dat geldt ook voor belangrijke keuzes in het leven die niet geheel zonder risico zijn, zoals het wisselen van baan of het krijgen van kinderen. Onvoldoende bestaanszekerheid brengt vormen van onzekerheid met zich mee, welke allemaal weer verschillende consequenties hebben voor het handelen en gedrag.

Afbakening begrip armoede In deze actualisatie spreken we van armoede in situaties waarin mensen onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen hebben, waardoor zij zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving waarin zij leven als minimaal wordt gezien. Hierbij sluiten we enerzijds aan bij definities die armoede kaderen rondom een gebrek aan geld en inkomen en anderzijds bij definities die verwijzen naar het langdurig niet kunnen voorzien in een aantal levensbehoeften, wat gepaard gaat met achterstanden op het sociale vlak.16

Wat valt er niet onder Uiteraard zijn er ook op andere terreinen maatregelen en investeringen mogelijk – en wellicht zelfs nodig – om armoede tegen te gaan. Te denken valt bijvoorbeeld aan beleid ter verbetering van de veiligheid in buurt en gezin, integratie- en inclusiebeleid en beleid op het gebied van huisvesting. Omdat het hier niet direct gaat om versterking van hulpbronnen van mensen, zullen deze maatregelen buiten beschouwing worden gelaten in deze actualisatie.

Aansluiten op regionale ambities In de regio werken we op het gebied van schuldhulpverlening en heroriëntatie samen met de Peelgemeenten en gemeente Helmond. De uitvoering hiervan is o.b.v. een dienstverleningsovereenkomst ondergebracht bij Senzer. In het kader van de inwerkingtreding van de dienstverleningsovereenkomst per 1 januari 2023 wordt er door de samenwerkende gemeenten en Senzer een regionaal kwaliteitskader opgesteld.

16

Uit ‘Kansrijk armoedebeleid’ CPB en SCP, 2020

29

Proces van totstandkoming De actualisatie armoedebestrijding is in verschillende stappen tot stand gekomen. Hierbij hebben we rekening gehouden met het kader zoals eerder beschreven en hebben we diverse partijen betrokken om mee te denken en te komen tot een breed gedragen programma. Dit start met een verkenning over bewustzijn rondom armoede. Wordt de urgentie ervan erkend? Wat wordt verstaan onder armoede? Wat is de reikwijdte van de definitie? Kunnen we tot een gemeenschappelijk kader komen? Bewustwording & draagvlak Om input op te halen en draagvlak hiervoor te creëren is het belangrijk om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Dit gesprek is met onze raad gevoerd als ook met het college, professionals in de uitvoering die zich met dit thema bezighouden en netwerkpartners, stakeholders maar ook de cliëntenraden, zodat er een duidelijke visie en doelen geformuleerd kunnen worden en ‘armoedebestrijding’ iets van ons allemaal wordt. Hiervoor zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd: Verschillende brainstormsessies met team toegang, schuldhulpverlening en werk & inkomen; Benen op tafel sessie met college op 5 juli 2022; Meedenksessie Armoedebestrijding in Geldrop- Mierlo met externe partijen op 30 juni 2022 in de Weeffabriek; Beeldvormende sessie commissie Samenleving 21 juni 2022.

De volgende externe partijen zijn betrokken bij het opstellen van dit programma: Cliëntenraad Participatie en Minima (CPM)

Stichting Leergeld

Vincentius Verening

Budgetmaatje

LEV groep

Bibliotheek Dommeldal

Voedselbank

Juridisch Loket

Kloffie & Co

Seniorenbelangen

Parochie H. Nicasius

Protestantse Gemeente Geldrop- Mierlo

Martens bewindvoering

Quiet 500

Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij Tilburg

Bliqsem Marketing & Innovatie

Zorgbelang Brabant

PVGE

Woonbedrijf

Mee de Meentgroep

Neo Bewind

30

Positie binnen gemeentelijk beleid Armoedebestrijding is een thema dat op veel plekken in het gemeentelijk beleid aan bod komt. Dat gebeurt zowel in hoofdlijnen in de visie en strategie van de gemeente als in detailuitwerkingen. In de Visie Geldrop-Mierlo 2040 staan de gemeentelijke speerpunten en ambities op hoofdlijnen voor 2040. Armoedebestrijding is een wezenlijk onderdeel van bestaanszekerheid en komt daar prominent in terug. In de strategie 2023-2026 en de visie Persoonlijk, Dichtbij en Verbonden zijn de ambities voor 2040 vertaald naar opgaven in Geldrop-Mierlo voor de komende vijf tot tien jaar en vervolgens naar doelen in de richting van 2026. De doelen uit de strategie op het gebied van bestaanszekerheid zijn afgestemd met de doelen uit de actualisatie armoedebestrijding. Het programma bestaanszekerheid is verweven in de andere programma’s van de gemeente GeldropMierlo. Zo komt bestaanszekerheid terug in de verschillende programma’s voor speerpunten zoals het programma Inclusie en Vitaal leven. Verder komt bestaanszekerheid ook terug in het gebiedsprogramma woonwijk de Coevering. Zo kunnen we binnen een gebied goed de samenhang borgen tussen bestaanszekerheid en ontwikkelingen op andere vlakken zoals sociale cohesie, zorg, wonen, duurzaamheid.

Verschillende projecten op bestaanszekerheidsgebied zijn verder uitgewerkt in aparte stukken, zoals het project Hulp op maat en Verminderen energielasten. Advies Cliëntenraad Participatie en Minima Er is formeel advies gevraagd aan CPM betreft het eindconcept actualisatie armoedebestrijding.

31

4.4 Bijlage 4. Relevante wet- en regelgeving en ontwikkelingen daarin Het kabinet wil dat in 2030 de helft minder mensen in armoede leeft dan in 2015. In 2015 leefden ongeveer 1 miljoen mensen in armoede. In 2020 leefden nog 900.000 mensen in armoede. Hiervan zijn 221.000 kinderen. Door de hoge prijzen van energie en boodschappen krijgen misschien meer mensen geldproblemen 17. Maatregelen: verhogen inkomen voor mensen in armoede Het kabinet wil dat mensen een voldoende en stabiel inkomen hebben, zodat iedereen mee kan doen en vooruit kan komen. Daarom wil het kabinet onder andere deze maatregelen tegen armoede nemen: o Minimumloon en uitkeringen omhoog in 2023 Het minimumloon stijgt in 2023. Hiermee wil het kabinet werken aantrekkelijker maken. Ook uitkeringen, zoals AOW en bijstand, gaan omhoog. o Kostendelersnorm omhoog van 21 naar 27 jaar in 2023 Dit betekent dat het inkomen van jongeren tot 27 jaar niet meer meetelt bij de uitkering van huisgenoten. o 1 afspraak over achterstanden betalingen Iemand kan achterlopen met betalen bij verschillende diensten van de Rijksoverheid. Bijvoorbeeld bij de Belastingdienst of een achterstand in de betaling van een boete. Diegene hoeft straks nog maar met 1 organisatie afspraken te maken om alles te betalen. Ook is het mogelijk om de betaling uit te stellen.

o Betere toegang tot mondzorg voor mensen een met laag inkomen Mensen die in armoede leven, slaan vaak de tandartscontrole over om kosten te besparen. Mondzorg is voor kinderen gratis, maar dat weet niet iedereen. De Rijksoverheid wil daarom betere toegang tot mondzorg. Bijvoorbeeld met een schooltandarts voor de kinderen. o Lessen voor kinderen en jongeren over uitgeven geld De Rijksoverheid wil kinderen en jongeren leren om beter met geld om te gaan. Daarvoor kunnen scholen gebruik maken van lessen over geld. Ook wil het kabinet mensen helpen die zulke grote schulden hebben dat ze er zelf niet meer uitkomen. Meer maatregelen tegen armoede staan in de kamerbrief over de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. Bestaande maatregelen tegen armoede De Rijksoverheid en gemeenten nemen al maatregelen om armoede te voorkomen. Belangrijkste maatregelen van de Rijksoverheid tegen armoede: o Meer mensen in de bijstand helpen om een vaste baan te vinden. En zorgen dat ze deze baan houden. o Lage inkomens aanvullen met toeslagen. Zoals een bijdrage voor kosten voor zorg, een huurwoning, kinderen en kinderopvang. o Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen de kans geven om mee te doen in de samenleving. Zoals op schoolreis gaan en zwemles volgen.

17

Website Rijksoverheid, 2023

32

Maatregelen van gemeente Geldrop- Mierlo Gemeente Geldrop- Mierlo heeft reeds een breed eigen pakket aan maatregelen voor steun van mensen met een laag inkomen: o algemene bijstand en bijzondere bijstand; o kortingen op sport en cultuur; o kwijtschelden van gemeentelijke belastingen; o een collectieve ziektekostenverzekering; o individuele inkomenstoeslag; o Project Hulp op Maat; o Project Verminderen Energielasten; o Inwoners d.m.v. vroegsignaleringslijsten pro actief benaderen met ondersteuningsaanbod; o Ruim aanbod inkomensverruimende regelingen via Socials, krant, netwerkpartners, Senzer, grote werkgevers, team toegang/ CMD onder de aandacht brengen om gebruik hiervan te stimuleren; o Gratis verstrekken menstruatieproducten; o Aangesloten bij de Nederlandse Schuldhulproute; o Aangesloten bij geldfit.nl.

Gemeentelijk beleidskader Het voeren van armoede- (of minima-)beleid is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit betekent echter niet dat het Rijk geen bemoeienis heeft met de wijze waarop dit gebeurt. Sterker nog, de verantwoordelijkheden op het gebied van inkomensondersteuning zijn strikt verdeeld en streng bewaakt. Inkomensbeleid is van het Rijk Generiek inkomensbeleid is de verantwoordelijkheid van het Rijk. Twee keer per jaar wordt door het ministerie van SZW het sociaal minimum vastgesteld. Dit is gelijk aan de bijstandsnorm –eventueel aangevuld met kinderbijslag- en voor 65-plussers gelijk aan de AOW. Deze norm geldt voor alle burgers van Nederland. Maatwerk door gemeenten door bijzondere bijstand Door bijzondere omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat deze uitkeringsnorm niet (volledig) toereikend is om bepaalde noodzakelijke uitgaven te doen. Als iemand voor dergelijke kosten geen beroep kan doen op andere regelingen (zoals studiefinanciering, huurtoeslag, ziektekostenverzekering, etc.) kan de gemeente besluiten aanvullende bijstand te verstrekken. Dit is de zogenaamde bijzondere bijstand. Deze bijzondere bijstand valt onder de Participatiewet. In principe mag de gemeente dus alleen maar aanvullende maatregelen treffen als het maatwerk betreft.

Dat betekent dat de gemeente moet vaststellen dat de uitgaven noodzakelijk zijn en of ze daadwerkelijk gemaakt zijn. Bij de bijzondere bijstand kan de gemeente uit verschillende vormen van ondersteuning kiezen. Deze vormen zijn: o om-niet (geldbedrag); o in de vorm van een lening (geldbedrag); o in natura (goed of dienst).

33

Categoriale bijzondere bijstand Het Rijk heeft voor bepaalde doelgroepen een uitzondering mogelijk gemaakt op de bovenstaande maatwerk-verplichting. Dit is de categoriale bijzondere bijstand. Concreet betekent dit dat de gemeente aan hen vaste bedragen mag verstrekken zonder te controleren of de kosten noodzakelijk en daadwerkelijk gemaakt zijn, bijvoorbeeld de energietoeslag. Ook aan gezinnen met kinderen mag de gemeente voorzieningen gericht op participatie verstrekken op deze basis. Hierbij is het uitgangspunt wel dat deze bijstand in natura moet worden verstrekt (tenzij dit de doelmatigheid in de weg staat). Daarnaast mag een gemeente aan minima een aanvullend pakket op de zorgverzekering aanbieden en voor hen die langdurig moeten rondkomen van een bijstandsuitkering of een inkomen rond het sociaal minimum periodiek een langdurigheidstoeslag toekennen. Beleids- of uitvoeringsregels Gemeenten moeten dus voor het grootste deel maatwerk leveren. Om rechtsongelijkheid, rechtsonzekerheid en de ondoelmatigheid van de uitvoering te voorkomen kiezen veel gemeenten ervoor om beleids- (of uitvoerings) regels op te stellen voor de uitvoering van de bijzondere bijstand. Op die manier wordt de beoordeling van de persoonlijke omstandigheden en de kosten die kunnen worden vergoed tot op zekere hoogte gestandaardiseerd. Deze regels moeten openbaar worden gemaakt.

Inkomensondersteuning buiten de Participatiewet Ook buiten de Participatiewet bestaan mogelijkheden voor de inkomensondersteunende regelingen. Een voorbeeld hiervan is de regeling Deelname Welzijnsactiviteiten of kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen. Om te voorkomen dat gemeenten via sluiproutes toch inkomenspolitiek gaan bedrijven, heeft het Rijk bepaald dat ook inkomensondersteuning die niet onder de bijzondere bijstand valt aan dezelfde voorwaarden en beperkingen moeten voldoen als die voor het voeren van categoriaal beleid gelden. Belangrijk hierbij is te vermelden dat particuliere fondsen en organisaties niet aan deze regels zijn verbonden, zolang deze los staan van de gemeente.

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=8a6d3e33-1de3-48ef-80ff-1c7a6d435aca