CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualisatie Armoedebestrijding.docx

Commissie Samenleving 14 maart 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Actualisatie armoedebestrijding10.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actualisatie Armoedebestrijding

April 2023

Inhoudsopgave Inleiding .......................................................................................................................................................................................3 Beleidsdeel ..................................................................................................................................................................................4 Vertrekpunt: ambities, opgaven en doelen bestaanszekerheid .............................................................................................5 Ambitie richting 2040 in het kort .......................................................................................................................................5 Opgaven de komende 5 tot 10 jaar....................................................................................................................................5 Doelen richting 2026 ..........................................................................................................................................................6 Aansluiten op regionale ambities.......................................................................................................................................6

Beleidskeuzes..........................................................................................................................................................................7 Een integrale aanpak van armoede ...................................................................................................................................7 Doelgroepen armoedebestrijding ......................................................................................................................................7 Interventies bij armoede en schulden ................................................................................................................................8 Bijlagen ......................................................................................................................................................................................12 Bijlage 1: Uitvoeringsagenda armoedebestrijding................................................................................................................13 Bijlage 2.

Trends en analyse..................................................................................................................................................16 Wat werkt bij de aanpak van armoede............................................................................................................................16 Mechanismen bij armoede en psychologie van de schaarste ..........................................................................................18 Gevolgen van armoede ....................................................................................................................................................19 Bestaanszekerheid onder druk .........................................................................................................................................20 Cijfers Armoedemonitor Geldrop- Mierlo.........................................................................................................................21 Relativering van armoedecijfers ......................................................................................................................................27 Bijlage 3.

Beleidshistorie.......................................................................................................................................................27 Afbakening van het begrip bestaanszekerheid ................................................................................................................27 Afbakening begrip armoede.............................................................................................................................................28 Wat valt er niet onder ......................................................................................................................................................29 Aansluiten op regionale ambities.....................................................................................................................................29 Proces van totstandkoming .............................................................................................................................................29 Bijlage 4. Relevante wet- en regelgeving en ontwikkelingen daarin ....................................................................................31 Gemeentelijk beleidskader...............................................................................................................................................33

Inleiding Het programma bestaanszekerheid is één van de programma’s die we hanteren om de ambities en opgaven binnen Geldrop-Mierlo te realiseren. In deze uitwerking zoomen we in op armoedebestrijding en dus niet op

2

het totale programma bestaanszekerheid. Echter er wordt met het oog op een goed beeld van de samenhang wel een situatieschets gegeven van de ambities en opgaven ten aanzien van bestaanszekerheid. De ambities en opgaven vanuit de visie Geldrop-Mierlo zijn vertaald naar concrete beleidskeuzes en doelen. Op basis daarvan werken we aan de hand van een uitvoeringsagenda aan ontwikkelingen op het vlak van armoedebestrijding. Op deze manier zorgen we voor samenhang in ontwikkelingen en voor focus. De inzet op het gebied van bestaanszekerheid vindt niet alleen plaats binnen deze actualisatie armoedebestrijding. Het aandachtsgebied bestaanszekerheid komt juist ook in andere programma’s aan bod, met het oog op samenhang met andere beleidsvelden. In het hoofdstuk afbakening wordt dit verder duidelijk. Onze opzet is bovendien dat we daar waar mogelijk de gewenste verandering, van buiten naar binnen maken. Een opgave ook die in nauwe verbinding staat met de ondersteuningsstructuur die organisatie breed deze verandering moet vormgeven. Een opgave die bovendien ondersteunend is, regie voert en focus brengt in gewenste veranderacties. Hierbij kan gedacht worden aan het verder tussen de oren krijgen van de visie bij alle medewerkers en partners, het creëren van randvoorwaarden, het verbinden van verschillende domeinen en het aanjagen van wenselijke ontwikkelingen.

Dit zijn belangrijke randvoorwaarden voor het bereiken van resultaten. De gemeente is daarin niet langer leidend, maar ondersteunend, stimulerend en faciliterend. Dat vraagt om vertrouwen in de samenleving, al werkend leren, experimenteren en loslaten. Dit gaat niet vanzelf. Het vergt onder meer duurzame investeringen in een sterke sociale basis, die bestaat uit 3 onderling nauw verbonden pijlers: de inwoners zelf, hun netwerken en de meer formeel georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Dit komt in de uitvoeringsagenda naar voren en nog nadrukkelijker in het hoofdstuk participatie. Deze actualisatie is in beginsel niet geschreven voor een bepaalde periode. De insteek is dat het programma wordt geactualiseerd als daar aanleiding voor is. De uitvoeringsagenda heeft natuurlijk wel een specifieke looptijd; deze wordt minimaal jaarlijks geactualiseerd maar kan bij substantiële wijzigingen ook tussentijds worden aangepast. Het beleidsdeel wordt steeds aangepast op het moment dat er wijzigingen zijn in beleid, doelen, opgaven en/of ambities.

Leeswijzer Dit programma bestaat – net als andere programma’s binnen Geldrop-Mierlo – uit de volgende onderdelen: Ambities, opgaven en doelen: een beknopte weergave van ambities en opgaven op het vlak van bestaanszekerheid vanuit de visie Geldrop-Mierlo en de doelen vanuit de strategie op een rij gezet; Afbakening: een duiding van de plek van het programma binnen het geheel en wat er wel en niet binnen dit specifieke programma valt; Beleid: de keuzes die we op de verschillende aandachtsgebieden hebben gemaakt; Participatie: de manier waarop we voor de verschillende onderdelen participatie vorm willen geven; Bijlagen: analyses, historie, proces van totstandkoming, relevante trends, uitvoeringsagenda.

3

Beleidsdeel

Vertrekpunt: ambities, opgaven en doelen bestaanszekerheid Het vertrekpunt voor het programma bestaanszekerheid ligt in de ambities en opgaven die we binnen GeldropMierlo hebben op dat vlak. Hoewel we in deze uitwerking inzoomen op armoedebestrijding en dus niet het totale programma ter hand nemen, wordt met het oog op een goed beeld van de samenhang wel een situatieschets gegeven van de ambities en opgaven ten aanzien van bestaanszekerheid. Vervolgens is verdiept op relevante ambities op het vlak van armoedebestrijding.

4

Ambitie richting 2040 in het kort Inwoners van Geldrop-Mierlo zijn financieel vaardig en kunnen rondkomen met wat ze hebben. Ze hebben voldoende en stabiel inkomen, waardoor ze die zo fundamentele bestaanszekerheid en perspectief hebben. Mensen zijn zeker van een dak boven het hoofd en het kunnen doen van de dagelijkse boodschappen en voor iedereen is goede zorg toegankelijk. Ze hebben daardoor ook steeds de veerkracht en mentale ruimte om een weg te vinden uit lastige situaties. Die financiële vaardigheid zien we terug in dat onze inwoners voldoende inkomsten verwerven om van te leven, ruimte in hun hoofd hebben om hun geldzaken te organiseren, verantwoord besteden en voorbereid zijn op (ongeplande) gebeurtenissen. Een goede start helpt, dus het is van belang dat we op jonge leeftijd al met geld kunnen omgaan. We slagen er met elkaar in om het vroeg te signaleren als mensen in de knel komen. Betaalbare kinderopvang, goed openbaar of gedeeld gebruik van vervoer dragen bij aan het vinden van werk. Werkgevers leveren hier een actieve bijdrage aan zodat huishoudens een optimaal inkomen kunnen verwerven.

Opgaven de komende 5 tot 10 jaar ➢

➢ ➢ ➢

➢

Beter ondersteunen van mensen die in armoede leven en waar het risico op armoede groot is (midden- en lage inkomens) door meer zicht op armoede, vroegsignalering, preventie en effectieve armoedebestrijding en door hiervoor samen te werken met belangengroepen, cliëntenraden en andere organisaties; Beperken van ‘verborgen armoede’, waardoor meer mensen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben; Ondersteunen van mensen bij de plotselinge overgang naar een situatie dat ‘rondkomen’ een thema is, nu voor steeds meer mensen bestaanszekerheid geen vanzelfsprekendheid meer is; Beter laten aansluiten van het aanbod van regelingen voor minima op het gebied van bijzondere bijstand en inkomensverruimende regelingen bij de actuele behoeften (met speciale aandacht voor kinderen in armoede), zodat mensen er gebruik van maken en actief kunnen deelnemen in de samenleving. Wegnemen van structurele oorzaken die bestaanszekerheid ondermijnen;

Doelen richting

2026

In oktober 2021 is Armoedemonitor een deze Armoedemonitor uitgevoerd. Resultaten Armoedemonitor

door middel van de nulmeting gedaan, wordt elke twee jaar van de 2021, zie bijlage 1.

1.

In 2025 is er een

5

2. 3. 4. 5.

ondersteuningsaanbod, gericht op bestaanszekerheid, voor mensen met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Dit aanbod richt zich onder meer op het beter weten om te gaan met ingrijpende gebeurtenissen (meerderjarig worden, samenwonen, scheiden, pensioen, etc.) en tegenvallers. In 2023 wordt binnen het armoedeplatform effectief kennis gedeeld, op elkaar afgestemd en gecommuniceerd met inwoners, zodat er meer samenhang is tussen ieders inzet; We bereiken in 2025 20% meer huishoudens dan in 2023 (nulmeting door middel van aansluiting vroegsignalering monitor Divosa) met onze (preventieve) aanpak rondom (het voorkomen van) schulden, o.a. door aan te sluiten op hun behoeften; In 2024 zijn de inkomens verruimende regelingen, zoals regeling welzijnsactiviteiten en de bijzondere bijstand schoolkosten aangepast, gericht op het vergroten van het gebruik van deze regelingen; In 2025 zijn onze uitvoeringsprocessen en klantbenadering zodanig op elkaar afgestemd, dat we mensen met financiële zorgen en een combinatie van ondersteuningsbehoeften (bijv. op het gebied van zorg, financiën en werk) integraal en op maat helpen.

Aansluiten op regionale ambities In de regio werken we op het gebied van schuldhulpverlening en heroriëntatie samen met de Peelgemeenten en gemeente Helmond. De uitvoering hiervan is o.b.v. een dienstverleningsovereenkomst ondergebracht bij Senzer. In het kader van de inwerkingtreding van de dienstverleningsovereenkomst per 1 januari 2023, wordt er door de samenwerkende gemeenten en Senzer in 2023 een regionaal kwaliteitskader opgesteld.

Beleidskeuzes In dit hoofdstuk staan de vigerende beleidskeuzes, aan de hand waarvan we werken. Voor ons is rand voorwaardelijk dat ons beleid en de uitvoering daarvan aansluit bij recente wetenschappelijke bevindingen en past binnen de kaders van wet- en regelgeving (zie bijlage 1. Trends en analyse en bijlage 3. Relevante wet- en regelgeving).

6

Een integrale aanpak van armoede Onze keuzes zijn gericht op investeren in het menselijk kapitaal van onze inwoners want dit versterkt het zelfhelpend en zelf- organiserend vermogen, zodat zij ten volle kunnen meedoen in de samenleving. Daarnaast zijn deze investeringen ook van belang voor de kwaliteit van de samenleving: door het menselijk kapitaal te versterken kunnen onze inwoners meer ‘meedoen’, wat de sociale cohesie en inclusiviteit bevordert. Sociale investeringen hebben daarom ook een functie buiten het raamwerk van inkomensarmoede; zij verhogen de kwaliteit van (samen)leven en daarmee de brede welvaart van Geldrop- Mierlo. Wij beschouwen dit niet als doel of een methodiek, maar een richtinggevend denk- en handelingskader om sociale problematiek van maatschappelijk kwetsbare groepen te begrijpen en geschikte maatregelen toe te passen. Wij hanteren daarvoor werkzame interventies op verschillende ondersteuningsgebieden. Deze interventies dragen bij aan een positieve verandering met betrekking tot armoede in Geldrop- Mierlo. We hebben hierin extra aandacht voor verschillende facetten en voor de meervoudigheid van de problematiek. Dit vraagt om meer dan een standaardoplossing, daarom organiseren wij onder andere integrale overleggen. Wij zetten niet alleen in op werk en inkomen, zonder oog te hebben voor het privédomein.

Daarnaast hebben wij aandacht voor afstemming tussen op armoede gerichte lokale initiatieven, zoals het armoedeplatform en de cliënten raad participatie en minima, enerzijds en beleidsprogramma’s anderzijds.

Doelgroepen armoedebestrijding Bepaalde groepen zijn extra kwetsbaar voor het leven in armoede, wij hanteren daarom onderstaande risicogroepen:  Onder de sociaaleconomische risicogroepen vallen de volgende subgroepen: uitkeringsgerechtigden, werklozen en arbeidsongeschikten, zelfstandigen en laag (praktisch) opgeleiden.  Onder de demografische risicogroepen vallen de subgroepen eenoudergezinnen, (tweeoudergezinnen met een laag inkomen, alleenstaanden onder de AOW-leeftijd en mensen met migratieachtergrond (inclusief nieuwkomers).

Uitgangspunt: Wij hebben gerichte aandacht voor kinderen in armoede Wij hebben gerichte aandacht voor kinderen in armoede omdat het een extra kwetsbare en doorgaans afhankelijke groep betreft. Kinderen die in armoede opgroeien lopen meer risico om als volwassene opnieuw in armoede te verkeren want: o Kinderen die opgroeien in langdurige armoede zijn vaker onveilig gehecht; o Er bestaat voor kinderen tot 12 jaar een verband tussen armoede en psychosociale problemen; o Opgroeien in armoede kan leiden tot verminderde hersenontwikkeling en minder goede emotieregulatie. Hun executieve functies (plannen en organiseren) ontwikkelen zich minder goed o Armoede vergroot de kans op het verlaten van school zonder startkwalificatie o Hoe langer een gezin in armoede leeft, hoe meer gevoelens van angst, afhankelijk zijn en ongelukkig zijn bij de gezinsleden1.

Interventies bij armoede en schulden Uitgangspunt: Wij vergroten onze cirkel van invloed

1 Bestaanszekerheid onder druk- Movisie 2022

7

We weten dat we weinig tot geen invloed kunnen uitoefenen in een cirkel van betrokkenheid. Hier spelen zich zaken af die wel van invloed zijn op onze inwoners, maar waar we als gemeentelijke organisatie niet veel aan kunnen doen. Denk aan landelijke wet- en regelgeving of de huidige crisis. De cirkel van invloed gaat over zaken waar wél invloed op uitgeoefend kan worden. We zetten bewuste interventies in om de reikwijdte van onze gemeentelijke cirkel van invloed op armoedebestrijding binnen Geldrop- Mierlo te vergroten. 2

Adaptieve klantbenadering Wij houden in onze aanpak rekening met het doe- vermogen en verminderde zelfredzaamheid van onze inwoners, waarin we uitgaan van een positief mensbeeld gebaseerd op vertrouwen. Hierbij houden wij rekening met het beperkte doe-vermogen van mensen bij ingrijpende gebeurtenissen in het leven en weten dat dit kan leiden tot ineffectief gedrag. Onze interventies zijn ingericht vanuit het principe dat mensen wel willen, maar vaak. Wij bieden ruimte om samen aan lange termijn oplossingen te werken.

3

Stress-sensitief werken Onze dienstverlening heeft tot doel de ervaren stress van mensen te verminderen of het stressniveau in elk geval niet te laten oplopen. Dit laten wij in onze dienstverlening zien doordat wij: 2 Cirkel van invloed van Steven Covey- Movisie 2020

3 Bron: WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid)

8

o

o

o

o

Vertrouwd en toegankelijk zijn: wij zorgen voor een vertrouwde, prettige omgeving die stressreacties (zoals vluchten, vechten of bevriezen) vermindert. Wij hebben een persoonlijke benadering met face-to-face contact wat de vertrouwensband kan versterken; Coachende houding aannemen: wij tonen interesse in en betrokkenheid bij de situatie van de inwoner. Wij vinden het belangrijk om te helpen maar nemen het probleem niet over, we motiveren i.p.v. adviseren; Het simpel houden: wij kiezen voor simpele communicatie met simpel taalgebruik en eventueel met plaatjes of pictogrammen ter ondersteuning. We maken simpele afspraken, laten de inwoner zelf nadenken over oplossingen en vragen naar de haalbaarheid hiervan; Erkennen en waarderen: wij erkennen gewenst gedrag en geven complimenten voor het behalen van (tussen)doelen om de intrinsieke motivatie en het gevoel van succes te versterken.

Mobility Mentoring® combineert het onderwerp armoede en schulden met de laatste inzichten vanuit de hersenwetenschap over de effecten van schaarste en armoede op de hersenfuncties. Deze aanpak is te gebruiken bij de begeleiding van mensen die hun financiële en sociale problemen willen oplossen. Bij Mobility Mentoring® wordt er een context gecreëerd die is afgestemd op de gevolgen van schaarste die mensen ervaren of, bij chronische stress, op de ‘verstoorde’ bedrading in hun hersenen als gevolg van stress. Dit is vertaald naar de instrumenten en de wijze waarop die worden ingezet, de begeleiding en de stressreducerende dienstverleningsprincipes van de aanpak. Deze instrumenten zijn hulpmiddelen om deelnemers in hun alledaagse leven te prikkelen om lange termijn doelen te stellen en hen te ondersteunen deze doelen te bereiken. Kenmerkend voor de mentoring is dat de professional of mentor nadrukkelijk een positie naast de deelnemer kiest. Vanuit deze gelijkwaardige positie zal de professional het improductieve gedrag duiden als een gevolg van (chronische) stress, en niet als onwil. De professional stimuleert mensen om na te denken over lange termijn doelen en de stappen die nodig zijn om deze doelen te bereiken. De dienstverleningsprincipes bieden handvatten om de aanpak zo te organiseren dat de deelnemer zo min mogelijk stress ervaart.

Voorbeelden zijn een stress-reducerende omgeving, waarin de deelnemer zich welkom voelt en makkelijk contact kan leggen met de professionals, en het plannen van afspraken op momenten (zoals ’s ochtends) waarop mensen beter in staat zijn lastige verbanden te doorzien 4.

Inzet van ervaringsdeskundigen Wij zetten ervaringsdeskundigheid in voor ondersteuning bij financiële vraagstukken omdat wij weten dat de inzet van mensen uit de doelgroep, de drempel naar hulp verlaagd. Wij verkleinen hiermee de afstand tussen de systeemwereld van de gemeente en de leefwereld van burgers.

4 www.platform31.nl/publicaties/mobility-mentoring, mobilitymentoring.nl

9

Preventie & Vroegsignalering Onze aanpak is erop gericht om armoede en schuldenproblematiek te voorkomen, door inwoners te leren en begeleiden om (weer) financieel zelfredzaam te zijn. Door ons te richten op preventie voordat er een problematische financiële (schuld)situatie is ontstaan, voorkomen wij op voorhand veel leed. Deze interventies zetten wij in: • Financiële educatie; • (tijdelijk) Budgetbeheer met coaching; • Gespecificeerde voorlichting (ingrijpende gebeurtenissen). Daarnaast vinden wij het belangrijk om zo vroeg mogelijk op outreachende wijze, inwoners met betalingsachterstanden te benaderen om te voorkomen dat deze achterstanden uitgroeien tot problematische schulden. We hanteren diverse tools voor het vroeg signaleren en voorkomen van schulden. Denk hierbij ook aan contactmomenten bij ingrijpende gebeurtenissen (life-events): deze blijken een trigger voor financiële problemen.

Zoek ruimte in wetten en regels op We durven en tonen lef en laten dit zien in het toepassen van maatwerk waar dit nodig is. Situationeel gebruiken wij ongelijke middelen om ongelijke gevallen te bestrijden. We zetten hiervoor bewezen methodieken in, bijvoorbeeld de Doorbraakmethode5, waarmee we ook in staat zijn een kosten- baten analyse inzichtelijk te maken.

“Het is de frustratie van heel wat sociaal werkers: je ziet een snelle en effectieve maatwerkoplossing voor het probleem van een cliënt, maar je onorthodoxe aanpak strandt in een moeras van wetten en bureaucratische bezwaren. Goed nieuws: die wetten bieden veel meer mogelijkheden dan menigeen denkt. De “Doorbraakmethode” brengt die in beeld en laat bovendien zien dat doorbréken doorgaans goedkoper is dan doormodderen6.” 5 Doorbraakmethode is een methodiek voor het leveren van maatwerk van het Instituut voor Publieke

Waarden 6 Nieuwsbericht Sociaal Werk Nederland, 2020

10

We werken samen in lokaal netwerkverband We vinden het belangrijk te blijven bouwen aan een stevige sociale basis daar waar het gaat om armoede en schulden. Om samenhang te bevorderen neemt de gemeente initiatief in het tot stand brengen van interacties tussen actoren en bevordert zij als procesbegeleider afstemming tussen de activiteiten van de partners. Als netwerker en bemiddelaar speelt de gemeente daarbij een cruciale rol. We laten daarmee niet los, maar houden anders vast.

11

Bijlagen

12

Bijlage 1: Uitvoeringsagenda armoedebestrijding Er is in 2025 een zodanig ondersteuningsaanbod voor midden- en lage inkomens, dat minimaal 60% van de mensen met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum een goede basis heeft waardoor zij om weten te gaan met ingrijpende gebeurtenissen en tegenvallers Onderwerp Lopende en geplande activiteiten Start Hulp op Maat Project Hulp op Maat wordt breed uitgerold in Geldrop- Mierlo; 2023 Evalueren van Hulp op Maat; Vertalen uitkomsten uit de evaluatie en inventarisatie van nieuw opgedane kennis en ervaring zowel lokaal als landelijk naar werkbare bestandsdelen; Implementeren werkzame bestanddelen uit Hulp op Maat (lokaal en landelijk) in de reguliere dienstverlening van het CMD geïmplementeerd. Uitvoeren armoedemonitor en de resultaten vergeleken met de resultaten uit 2021,

Armoedemonitor

Automatische kwijtschelding Verborgen armoede Robuust Rechtsbeschermingsstelsel

Door ontwikkelen van de armoedemonitor, zodat op wijk- en buurtniveau zicht is op (het ontstaan van) armoede. Onderzoeken wat nodig (proces- systeem-kosten) is om de bij de gemeente in beeld zijnde minima (tot 120%) jaarlijks automatisch kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Verkennen van alternatieve manieren om zicht krijgen op mensen die zich nergens melden en dus uit beeld blijven; Inregelen dat inwoners met sociaaljuridische vragen of problemen terecht kunnen.

In 2023 wordt binnen het armoedeplatform effectief kennis gedeeld, op elkaar afgestemd en gecommuniceerd met inwoners, zodat er meer samenhang is tussen ieders inzet Onderwerp Lopende en geplande activiteiten Armoedeplatform Invullen regierol binnen het platform met focus op een grotere slagkracht;

2024 2024 2025

2023 2023 2023 2024 2023

Start 2023

Jaarlijks opstellen gezamenlijke speerpuntenagenda met deelnemende organisaties;

2023 t/m 2026

Uitvoeren speerpuntenagenda;

2023 t/m 2026

Samenbrengen initiatieven van deelnemende organisaties, gemeentelijke inkomensverklaring.

2024

13

We bereiken in 2025 20% meer huishoudens dan in 2022 met onze (preventieve) aanpak rondom (het voorkomen van) schulden, o.a. door aan te sluiten op hun behoeften Onderwerp Lopende en geplande activiteiten Start Evaluatie Uitbrengen evaluatierapport schuldhulpverlening; 2023 schuldhulpverlening Uitwerken aanbevelingen evaluatie schuldhulpverlening. 2023- 2024 Budgetbeheer Inventariseren stappen t.b.v. werkproces budgetbeheer; 2023- 2024

Budgetcoaching

Heroriëntatie & schuldhulpverlening aan ondernemers

Vroegsignalering Specifieke aandacht voor jeugdigen

Ervaringsdeskundigen

Starten met uitvoeren budgetbeheer binnen de reguliere werkzaamheden van team schuldhulpverlening. Inventariseren stappen t.b.v. werkproces budgetcoaching;

2025

Starten met uitvoeren budgetcoaching binnen de reguliere werkzaamheden van team schuldhulpverlening. Start dienstverleningsovereenkomst Senzer t.b.v. Heroriëntatie en schuldhulpverlening aan ondernemers;

2025

In samenwerking met Peelgemeenten en gemeente Helmond opstellen kwaliteitskader waar structureel overleg, indicatoren kwartaalrapportage en kwaliteitsmonitoring in geborgd is. Ontwerpen kaart Vroegsignalering;

2023

Aansluiten Vroegsignaleringsmonitor van Divosa. Aansluiten landelijk actieprogramma de ‘Week van het Geld’;

2024 2023

Uitbreiden activiteiten binnen dit actieprogramma;

2024-2025

Sturen verjaardagskaart aan 18 jarigen. Starten met pilot door mensen uit de doelgroep in te zetten als uitvoerder van een interventie.

2024 2025

2023- 2024

2023

2023

In 2024 zijn de regeling welzijnsactiviteiten en de bijzondere bijstand schoolkosten aangepast, gericht op het vergroten van het gebruik van deze regelingen Interventie op Lopende en geplande activiteiten Start Welzijnsactiviteiten Onderzoeken wat nodig (proces- systeem-kosten) is om deze 2023 regelingen aan te passen. Bijzondere bijstand Onderzoeken wat nodig (proces- systeem-kosten) is om deze 2023 schoolkosten regelingen aan te passen. Inkomensgrens verhogen Onderzoeken ruimere inkomensgrens: analyse van 2025 maatschappelijke waarde versus financiële consequenties. Clienttevredenheidsonderzoek Uitvoeren clienttevredenheidsonderzoek onder inwoners, 2024 maatschappelijke partners en doorverwijzers (nulmeting); Jaarlijks uitvoeren clienttevredenheidsonderzoek t.b.v. monitoring dienstverlening.

2025-2026

14

In 2025 zijn onze uitvoeringsprocessen en klantbenadering zodanig op elkaar afgestemd, dat we mensen met ondersteuningsbehoeften of een combinatie daarvan (bijv. op het gebied van zorg, financiën en werk) integraal en op maat helpen Interventie op Lopende en geplande activiteiten Start Maatwerk toepassen Verkennen mogelijkheden methodiek Doorbraakmethode; 2023 Stress- sensitief werken

Optimaliseren klantreis

Beslissen over inzet methodiek. Ontwikkelen werkwijze stress- sensitieve dienstverlening;

2024 2024

Verkennen methodiek Mobility Mentoring;

2024

Beslissen over inzet methodiek. Inregelen integrale werkoverleggen (team overschrijdend);

2024- 2025 2023

Door ontwikkelen applicatiesysteem t.b.v. ondersteuning uitvoering en werkprocessen CMD;

2024

Aansluiten bij een passende beroeps- en/ of branchevereniging ter bevordering van vakmanschap en lerende praktijk van professionals;

2025

Introduceren ambassadeursrollen op specifieke onderwerpen t.b.v. eigenaarschap van onze klantadviseurs (menstruatiearmoede, Geldfit, Nederlandse schuldhulproute, hersteloperatie toeslagen etc.).

2024

15

Bijlage 2. Trends en analyse Wat werkt bij de aanpak van armoede Vaak wordt in de aanpak van armoede ingezet op preventie of het oplossen van het probleem, en daarbij ligt een sterke focus op wat werkt en wat niet . Hoewel er geen complete armoedebestrijdingsprogramma’s bestaan met langdurige effecten op armoede, zijn er vanuit de literatuur wel steeds meer aanwijzingen voor werkzame interventies op verschillende ondersteuningsgebieden. Deze interventies hebben mede bijgedragen aan de positieve verandering die de afgelopen jaren is ingezet met betrekking tot armoede. In Nederland is op dit gebied een relatief opwaartse mobiliteit waarneembaar, met name in vergelijking met andere Europese landen. Steeds duidelijker wordt dat er bij armoedeproblematiek extra aandacht moet zijn voor verschillende facetten en voor de meervoudigheid van de problematiek. Dit vraagt om meer dan een standaardoplossing. Sterker nog, de problematiek moet ook op verschillende niveaus bekeken worden, namelijk op individueel niveau maar ook op systemisch, politiek en maatschappelijk niveau. Bovendien lopen oorzaken en doelgroepen als het gaat om armoede sterk uiteen. Armoede onder asielzoekers en illegalen is bijvoorbeeld van een geheel andere orde dan armoede van mensen die structureel in de bijstand verblijven.

De aanpak van armoede zou alleen effectief zijn als er in het beleid aandacht is voor zowel individuele als maatschappelijke factoren. Kortom, de samenhang tussen interventies op verschillende ondersteuningsgebieden is van essentieel belang. Zo is het niet effectief om alleen in te zetten op werk en inkomen, zonder oog te hebben voor het privédomein. Daarnaast is er aandacht nodig voor afstemming tussen op armoede gerichte lokale initiatieven enerzijds en beleidsprogramma’s die op grotere schaal worden ingezet anderzijds. Werkzame elementen Om armoede effectief te bestrijden is het essentieel om in te zetten op verschillende vormen van “kapitaal”. Inzetten op psychologisch, sociaal en maatschappelijk kapitaal betekent namelijk het versterken van het zelfhelpend en zelf-organiserend vermogen. Aandacht voor deze typen kapitaal is te bestempelen als werkzaam element in de aanpak van armoede. De eerste drie typen die we hieronder toelichten staan aan de basis van empowerment; het fundament van effectief armoedebeleid. In Vlaanderen zijn er al jaren positieve ervaringen opgedaan met het werken vanuit empowerment. Empowerment is niet het doel of een methodiek, maar een richtinggevend denk- en handelingskader om sociale problematiek van maatschappelijk kwetsbare groepen te begrijpen en geschikte maatregelen toe te passen.

Op individueel niveau gaat het om het versterken van het psychologisch kapitaal, op collectief niveau om het vergroten van het sociaal kapitaal, en op politiek-maatschappelijk niveau om het stimuleren van het maatschappelijke kapitaal. Daarnaast is het versterken van het economisch kapitaal (genereren van meer inkomsten) natuurlijk ook van belang. Psychologisch kapitaal Bij het psychologische kapitaal draait het om empowerment op individueel niveau en om de talenten en competenties die mensen kunnen inzetten om hun leven zelf te veranderen. Het veronderstelt dat mensen eigenschappen hebben als wilskracht, veerkracht, volharding en creativiteit die van pas kunnen komen in het omgaan met moeilijke levensomstandigheden. Mensen zetten in dat geval copingstrategieën in om stress en spanningen te verminderen en om problemen op te lossen of beheersbaar te houden. Een ander voorbeeld zijn effectieve interventies gericht op gedragsbeïnvloeding. Daarin leren deelnemers onder meer op effectieve wijze werk te vinden. Studies laten zien dat motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht coachen (werkwijzen die ook uitgaan van psychologisch kapitaal van mensen) positief kunnen bijdragen. Het zou namelijk bijdragen aan vergrote gevoelens van eigenwaarde en zelfvertrouwen.

Met name professionals kunnen hier een centrale rol in spelen, net als in het bevorderen van de eigen regie, het aanspreken van eigen kwaliteiten, het ontwikkelen van vaardigheden en zelfbewustzijn en tot slot het stimuleren tot maatschappelijke participatie. Onderzoek laat wel zien dat motivatie en omgevingsfactoren veel invloed hebben op gedrag van mensen en dat gedrag maar voor een klein deel wordt bepaald door kennis en vaardigheden.

16

Een volgend punt is het opzoeken van mensen in hun eigen levenssfeer, de zogeheten outreachende aanpak. Het kan mensen helpen om zich tijdig bewust te worden van hun financiële situatie. Sommige mensen hebben geen financiële (hulp)vraag omdat zij zich niet bewust zijn van de financiële risico’s die ze lopen, doordat zij een niet-realistisch beeld van hun eigen vaardigheden hebben. De outreachende aanpak kan ertoe bijdragen dat mensen uit hun sociale isolement worden gehaald en (weer) gebruik gaan maken van voorzieningen. Ook ongevraagde hulp is noodzakelijk, omdat mensen die zorg uit de weggaan (‘zorgmijders’) en mensen die niet de juiste hulp krijgen (‘zorgmissers’) anders niet of onvoldoende worden bereikt. Deze ‘bemoeizuchtige’ vorm van outreachend werken blijkt diverse positieve effecten teweeg te brengen. Daarbij is het de taak van de professional om mensen nieuwe keuzemogelijkheden voor te leggen zodat zij de regie terug kunnen pakken. Cruciaal is dan wel dat er een integraal hulpaanbod geboden kan worden. Overigens zien professionals en vrijwilligers het tijdig signaleren van en het inspelen op dreigende schulden als belangrijkste oplossingsrichting bij de aanpak van armoedeproblematiek. Inzetten op gedragsverandering en vaardigheden aanleren is hier een groot onderdeel van.

Sociaal kapitaal Omdat armoede een maatschappelijke en dus een gedeelde verantwoordelijkheid is, is de oplossing dat ook. Om deze reden gaat het collectieve niveau van empowerment over het benutten van het sociale kapitaal. Hiermee wordt de mate bedoeld waarin mensen over een sociaal netwerk beschikken Een goed voorbeeld is de buurtvereniging die bestaat uit een mix van mensen met verschillende leeftijden en (etnische) achtergronden. De verschillende sociale netwerken kunnen helpen bij het bevorderen van zelforganisatie door lotgenotencontact en zelfhulpgroepen. Spreken we over sociaal kapitaal, dan gaat het om het vermogen om de eigen problemen samen met anderen aan te pakken. Het gaat doorgaans om mensen die vergelijkbare problematiek ervaren en elkaar kunnen helpen in hun empowermentproces. Er is veel bewijs dat deze aanpak zou werken. Denk bijvoorbeeld aan vrouwengroepen of migrantenjongeren die samenkomen. Door verhalen te delen, helpen mensen elkaar om beter met het verleden en het heden om te gaan, maar ook om manieren te zoeken voor een gezonde toekomst, bijvoorbeeld door kennis en tips te delen. Maatschappelijk kapitaal Ook het politiek-maatschappelijk niveau vraagt om investering. Die zou erop gericht moeten zijn bij de doelgroep zelf de macht te vergroten om veranderingen door te voeren die verder reiken dan hun eigen leven.

Denk aan het veranderen en beïnvloeden van vooroordelen en processen van uitsluiting via lokale campagnes, betere toegankelijkheid van (buurt)voorzieningen en het beïnvloeden van sociale wet- en regelgeving. In hoeverre dit te realiseren is, is afhankelijk van het maatschappelijk kapitaal van een samenleving. Een cultuur die zich kenmerkt door een klimaat van wantrouwen, vraagverlegenheid, handelingsverlegenheid, intolerantie en weinig solidariteit, zal minder snel vatbaar zijn voor maatschappelijke veranderingen. En andersom geldt hetzelfde. Verder zijn veranderingen op politiek-maatschappelijk niveau eenvoudiger te realiseren als men zich in groepen organiseert. Belangengroepen, cliëntenraden en zelforganisaties hebben vanzelfsprekend meer macht dan individuen alleen.

Economisch kapitaal

17

Tot slot is ook het vergroten van economisch kapitaal een belangrijk werkzaam element bij de aanpak en preventie van armoede. Dit kan via betaald werk, maar zeker ook via een opleiding of studie. Arbeid is volgens sommigen de beste manier om uit armoede te ontsnappen. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat meer dan 40 procent van de mensen die in armoede leven erin slaagt dankzij werk boven de armoedegrens uit te komen. Een bijkomend voordeel is dat werken (en salaris ontvangen) mogelijkheden creëert om gebruik te maken van het openbaar vervoer, om cadeaus te kopen en voor andere 'sociale' uitgaven. Ook draagt werk bij aan een directe uitbreiding van het sociale netwerk doordat de betrokkene nieuwe collega’s leert kennen. Maar het idee dat (alleen) werk helpt in de strijd tegen armoede, wordt niet door iedereen gedeeld. Het zou een groot misverstand zijn om te veronderstellen dat louter betaald werk de beste remedie is voor het bestrijden van armoede. Beleidsmakers zouden bijvoorbeeld geen rekening houden met de kwaliteit van het werk en het feit dat werkenden die vooral aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt actief zijn (relatief) steeds lagere lonen ontvangen. Hoewel mensen die werken minder vaak arm zijn, zijn er ook steeds meer ‘werkende armen’.

De inkomsten die mensen ontvangen uit werk passen niet meer bij de (stijgende) kosten van wonen, energiekosten, gezondheidszorg en levensonderhoud (bijv. na een echtscheiding). Naarmate de arbeidsmarkt ‘flexibeler’ wordt, draagt werken ook minder bij aan het verbeteren van persoonlijke omstandigheden (zoals het oplossen van stress, het afbetalen van schulden en gevoelens van voldoening)7.

Mechanismen bij armoede en psychologie van de schaarste Inzichten in mechanismen die ten grondslag liggen aan armoede, en aan de psychologie van de schaarste en coping kan professionals helpen om effectieve ondersteuning te bieden. 7 Uit dossier ’Wat werkt bij schulden’ Movisie 2020

18

Mechanismen die ten grondslag liggen aan armoede Aan armoede liggen een aantal mechanismen ten grondslag. Dit geldt voor armoedeproblematiek in het algemeen, op individueel niveau, maar ook op het niveau van gezin en familie. Bekijken we armoede op dat laatste niveau, dan spreken we over intergenerationele armoedeoverdracht. Het betekent niets anders dan dat armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven. Bovendien is er bij intergenerationele armoedeoverdracht een overdrachtsmechanisme in werking. Dit in tegenstelling tot armoede binnen één generatie. Dat mechanisme kan gevoed worden door herhalingspatronen en life events zoals scheiding of langdurige ziekte, en houdt een neerwaartse mobiliteit in stand. Wanneer we de impact van armoede op het individu bekijken vanuit het intergenerationele perspectief, dan zien we een nadelige impact op de emotionele en cognitieve vaardigheden van kinderen. Onder meer aandacht en zorgzaamheid zijn belangrijke elementen voor een succesvolle ontwikkeling van kinderen, terwijl juist arme ouders meer moeite hebben om veel tijd en aandacht aan hun kind te geven doordat hun aandacht in beslag genomen wordt door bijvoorbeeld meerdere banen of andere prangende zaken8. Psychologie van de schaarste en coping Recente bevindingen rondom armoede en schulden komen voort uit de psychologie van de schaarste9 en het doen- en denkvermogen van mensen.

Geldproblemen hebben invloed op de mentale capaciteit van mensen, wat invloed heeft op keuzes en gedrag. Copingstrategieën zijn manieren waarop iemand omgaat met bijvoorbeeld een vervelende of stressvolle situatie. Zo’n strategie wordt bijvoorbeeld ontwikkeld in situaties waarin het ontbreekt aan financiële middelen. De stress bij geldgebrek roept dan vaak een reactie op. De copingstrategieën die individuen (en vaak ook huishoudens) inzetten in situaties van beperkte (financiële) middelen laten goed zien hoe de psychologie van de schaarste werkt: het gedrag is niet ingegeven door een gebrek aan vaardigheden, maar een direct gevolg van structureel uitzichtloze levensomstandigheden. Letterlijk moeten overleven leidt vaak tot slechte(re) korte termijn keuzes in plaats van keuzes waar iemand langdurig baat bij heeft. Simpel gezegd: geldproblemen hebben een directe wisselwerking op het functioneren van de personen in kwestie.

Gevolgen van armoede De gevolgen van armoede zijn, net zoals de oorzaken hiervan, verstrekkend en hardnekkig. We kunnen onderscheid maken tussen gevolgen op individueel niveau en gevolgen op collectief niveau. Gevolgen op individueel niveau 8 Uit ‘Hoe gaan we armoede aanpakken’ Movisie 2022 9 Mullainathan & Shafir,2013

19

Op individueel niveau kan armoede de volgende problemen tot gevolg hebben: stress, (lichamelijke) spanningen, relatiebreuken, kortere levensduur, negatieve effecten op levenstevredenheid van de kinderen in een huishouden, zoals slechtere schoolprestaties en schaamte voor hun thuissituatie. Zelfs chronische aandoeningen, zoals depressie of langdurige stress bijvoorbeeld, komen significant vaker voor bij mensen die in armoede leven. Verder blijkt opvoedingsproblematiek vaak een direct gevolg van armoede, en in een aantal gevallen zelfs huiselijk geweld. Ook blijkt uit de literatuur dat wie eenmaal in armoede leeft, vaak in een vicieuze cirkel belandt. Zo heeft armoede vaak langdurige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid tot gevolg10. Uit ervaringsverhalen wordt eveneens duidelijk dat het vaak om een neerwaartse spiraal gaat. Gevolgen op collectief niveau Daarnaast heeft armoede ook gevolgen op collectief niveau. Mensen die in armoede leven doen bijvoorbeeld structureel een beroep op publieke voorzieningen. Ook welvaartszieken die voortkomen uit bijvoorbeeld slechte(re), goedkope(re) voeding, zijn een gevolg op collectief niveau. Bij mensen die in armoede leven zien we bijvoorbeeld meer overgewicht. Door deze welvaartsziekten nemen onder meer de zorgkosten toe.

Deze lijken dan individueel, maar komen voort uit collectieve problemen en hebben ook weer collectieve problemen tot gevolg (Driessens, 2009). Uit verschillende onderzoeken blijkt dat daar waar armoede heerst het aantal uitkeringen en leningen toeneemt en er minder gespaard wordt, de (overlevings)criminaliteit toeneemt, en de sociale mobiliteit afneemt.

Bestaanszekerheid onder druk Bestaanszekerheid staat hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Als term is het de afgelopen jaren steeds meer in de belangstelling gekomen. In 1983 is in de Grondwet een artikel opgenomen over bestaanszekerheid als grondrecht. In dit grondrecht ‘ter wering van gebrek en behoeftigheid’ werkt zowel het rechtszekerheids¬beginsel als het solidariteitsbeginsel sterk door. Men ging er destijds vanuit dat deze formulering de burger voldoende zou beschermen tegen bestaansonzekerheid. Het sociaal zekerheidsstelsel had een stevige basis en zou nog verder worden uitgebouwd, zo was de algemene gedachte. Dit liep echter anders: sinds het opnemen van artikel 20 in de Grondwet in 1983, heeft het socialezekerheidsbeleid vooral in het teken gestaan van bezuinigingen. Zowel de economische crisis als de verandering van visie (van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij) waren hier debet aan. Interessant is ook de omschrijving van het begrip bestaanszekerheid in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Deze wijst, in tegenstelling tot het Nederlandse grondwetsartikel, expliciet op het belang van welzijn en gezondheid naast het financieel minimum dat nodig is om rond te komen en maatschappelijk mee te kunnen doen.

Inmiddels, mede door urgente oproepen aan het nieuwe kabinet vanuit de VNG en Divoza, is herstel van bestaanszekerheid weer als breed vraagstuk teruggekeerd op de maatschappelijke agenda. Want bestaanszekerheid gaat niet alleen om de zekerheid van inkomen maar ook over de noodzaak tot betaalbaar wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen vormen er een onderdeel van. En dit alles in een veilige en prettige woonomgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening. Dit vormt de basis die ontwikkeling mogelijk maakt. Want vanuit een positie van bestaanszekerheid, durven mensen vaker risico’s te nemen. Dat geldt ook voor belangrijke keuzes in het leven die niet geheel zonder risico zijn, zoals het wisselen van baan of het krijgen van kinderen. Onvoldoende bestaanszekerheid brengt vormen van onzekerheid met zich mee, welke allemaal weer verschillende consequenties hebben voor het handelen en gedrag. Het gaat om inkomensonzekerheid, psychologische onzekerheid en levenslooponzekerheid. Als mensen bijvoorbeeld geen inkomenszekerheid hebben, stellen zij belangrijke financiële beslissingen of grote aankopen uit of nemen ze helemaal niet. Het voortdurend op zoek zijn naar voldoende inkomen kan 10 Nationale Ombudsman, 2017

20

bovendien leiden tot stress en afname van mentale vermogens, doordat gevoelens van schaarste en armoede iemands gedachten gaan overheersen. Ook psychologische onzekerheid speelt een rol. Het leidt voor velen tot lichamelijke klachten, eenzaamheid, depressiviteit, laag welbevinden en slechtere werkprestaties. Het constant moeten zoeken naar nieuw werk of het moeten voldoen aan hoge eisen om het werk te behouden, leidt tot extra belasting. Psychologische onzekerheid en inkomensonzekerheid vallen vaak samen, zeker wanneer er geen partner is met voldoende inkomenszekerheid. Tot slot is er nog levenslooponzekerheid. Uit huis gaan, trouwen en kinderen krijgen, kan een probleem zijn. Dus kortom: voortdurende onzekerheid beperkt de mentale vermogens van mensen. Het vermogen om je met iets anders bezig te houden dan de directe gevolgen van deze onzekerheid, neemt flink af11.

Cijfers Armoedemonitor Geldrop- Mierlo12 Het dashboard minima brengt de minimahuishoudens in kaart op basis van bestanden van diverse registraties waarin minima voorkomen. Minima die in geen enkele registratie voorkomen, en die dus van geen enkele regeling of voorziening voor inwoners met een laag inkomen gebruikmaken, ontbreken daardoor in de armoedemonitor. Minima in beeld

11 Uit ‘Bestaanszekerheid onder druk’ Movisie 2022

12 Duidingsrapportage Minimadashboard Geldrop- Mierlo, 2021

21

Met behulp van de KWIZ Index hebben we een schatting gemaakt van de totale minimapopulatie in de gemeente. Deze Index is gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers (peildatum oktober 2021). Naar schatting hebben 1.200 huishoudens in de gemeente een inkomen tot 100 procent van het wettelijk sociaal minimum (Wsm) en 1.800 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 9,9 procent van alle huishoudens in de gemeente (tabel 1.1). Naar schatting heeft een derde van de minimahuishoudens in de gemeente Geldrop-Mierlo een uitkering vanuit de Participatiewet. Een kwart ontvangt AOW en de overige groep ontvangt andersoortig inkomen (tabel 1.2). Tabel 1.1 Inkomenspercent age t.o.v. Wsm Tot 100% 100% tot 120% Subtotaal Overig Totaal Tabel 1.2 Inkomensbron minima tot 120% Wsm Participatiewet AOW WW-ontvangers Arbeidsongeschikte n Inkomen uit arbeid Inkomen uit eigen onderneming Totaal

Schatting totaal aantal minima Aantal Aandeel % 1.200 6,6% 600 3,3% 1.800 9,9% 16.383 90,1% 18.183 100% Aantal

Aandeel %

566 420 164 250

32% 23% 9% 14%

250 150

14% 8%

1.800

100%

De gemeente heeft 1.463 minima met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld, dat is 8,0 procent van alle huishoudens. Dit percentage ligt hoger dan het gemiddelde aandeel minima van circa 6 à 7 procent in gemeenten tot 50.000 inwoners. Het percentage ligt tevens hoger dan in de vergelijkbare gemeente Waalwijk (7 procent), maar lager dan in Roosendaal (13 procent). De gemeente heeft 81 procent van alle (geschatte) minima in beeld. Er zijn 337 minimahuishoudens niet in beeld, omdat deze groep van geen enkele regeling gebruik maakt. Kenmerken minimahuishoudens Van de 1.463 minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft, is de helft (49 procent) alleenstaand. Een kwart van de minimahuishoudens (23 procent) bestaat uit eenoudergezinnen, waarbij in driekwart van deze gezinnen minderjarige kinderen opgroeien. Paren blijken minder vaak een minimahuishouden te vormen; dat geldt zowel voor paren met thuiswonende kinderen als paren zonder thuiswonende kinderen. Bijna de helft van de minimahuishoudens is van middelbare leeftijd (45 jaar tot 66 jaar) en een derde is tussen de 27 en 45 jaar. Daarnaast heeft 17 procent van de minimahuishoudens de AOW-leeftijd; dat is een kleiner aandeel dan het landelijke gemiddelde in gemeenten van vergelijkbare grootte van circa 25 procent.

Naar herkomst heeft 61 procent een Nederlandse achtergrond, 27 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 12 procent een westerse migratieachtergrond. Gemiddeld gezien hebben eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker dan andere huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Hetzelfde geldt voor huishoudens in de wijken Coevering en Braakhuizen-Zuid van woonplaats Geldrop. In de woonplaats Mierlo heeft 7,6 procent van de huishoudens een minimuminkomen. Tabel 1.3 Categorie 2021 Aandeel minima Aantal Aandeel % t.o.v. alle huish. Huishoudtype Alleenstaand

717

49%

12%

22

Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minderjarig + meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met minderjarige kinderen Meerpersoons met minderjarig + meerderjarige kinderen Meerpersoons met meerderjarige kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot 66 jaar 66 jaar en ouder Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Wijken Coevering Mierlo Braakhuizen-Zuid Centrum Braakhuizen-Noord Akert Zesgehuchten Genoenhuis Skandia Totaal

212

14%

33%

45

3%

39%

85

6%

16%

158

11%

3%

129

9%

4%

60

4%

11%

57

4%

4%

1.463

100%

8%

51 479 681 252 1.463

4% 33% 46% 17% 100%

10% 11% 10% 4% 8%

896

61%

6%

168

12%

7%

399

27%

26%

1.463

100%

8%

503 339 192 115 100 98 51 47 18 1.463

35% 23% 13% 8% 7% 7% 3% 3% 1% 100%

17% 7% 12% 8% 6% 8% 3% 4% 1% 8%

Leeswijzer: van de 1.463 minimahuishoudens is 49 procent (717 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 12 procent daarvan een minimuminkomen heeft. Onder eenoudergezinnen met minderjarige kinderen is dat 33 procent. Tweederde van de minimahuishoudens is langdurig minima In 2021 behoorden 986 minimahuishoudens (67 procent) tot de langdurige minima. Dit zijn minima die drie jaar of langer zijn aangewezen op een inkomen van 120 procent Wsm. Het aandeel langdurige minima ligt in lijn met het landelijk gemiddelde in gemeenten van vergelijkbare grootte, en met vergelijkbare gemeente Waalwijk (70 procent). In totaal stroomden 251 nieuwe huishoudens (17 procent) in, in de minimapopulatie. AOW’ers, minima zonder kinderen en minima met een niet-westerse migratieachtergrond zijn vaker dan gemiddeld aangewezen op een minimuminkomen. Huishoudens met een andersoortig inkomen, huishoudens jonger dan 45 jaar en huishoudens met een westerse migratieachtergrond zijn juist het minst vaak langdurig op een minimuminkomen aangewezen.

23

Tabel 1.4 Categorie Duur op minimuminkomen Tot en met 1 jaar 1 tot en met 3 jaar 3 jaar en langer Totaal

2021 Aantal

Aandeel %

251 223 986 1.460

17% 15% 68% 100%

Minima kinderen tot 18 jaar in beeld Naar schatting groeien 575 kinderen tot 18 jaar in de gemeente op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en in totaal 350 kinderen in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 12,4 procent van alle kinderen tot 18 jaar in de gemeente en dat ligt hoger dan met het gemiddelde aandeel minimakinderen van 7 à 8 procent in gemeenten met maximaal 50.000 inwoners. Het ligt tevens hoger dan in vergelijkbare gemeente Waalwijk (9,7 procent), maar lager dan in Roosendaal (15,5 procent). Tabel 1.5 Inkomenspercentage t.o.v. 2021 Wsm Aantal Aandeel % Tot 100% 575 7,7% 100 tot 120% 350 4,7% Totaal tot 120% 925 12,4% Overig 6.535 87,6% Totaal 7.460 100% In totaal heeft de gemeente 829 minimakinderen in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit betekent dat 11,1 procent van alle kinderen in de gemeente opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. De gemeente heeft 90 procent van het geschatte aantal minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm (925 kinderen), in beeld. Er zijn 96 minimakinderen niet in beeld, omdat deze groep van geen enkele regeling gebruik maakt. De groep minimakinderen die de gemeente niet in beeld heeft is kleiner dan de groep minimahuishoudens die niet in beeld zijn.

Dit komt omdat de kindregelingen over het algemeen een groot deel van de doelgroep bereiken. Hierdoor zijn de minimakinderen beter in beeld. De meeste minimakinderen groeit op in een huishouden met een andersoortig inkomen. Daarnaast groeien vier op de tien kinderen op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet. De huishoudtypen waarin minimakinderen opgroeien zijn evenredig verdeeld: de helft van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin en de andere helft in een gezin met een ouderpaar. 46 procent van de kinderen is tussen de 4 en 12 jaar en ruim een derde van de minimakinderen (37 procent) groeit op in de wijk Coevering. Als we het aandeel kinderen in minimahuishoudens bekijken ten opzichte van alle kinderen ziet het beeld er qua huishoudtypen iets anders uit. Kinderen uit eenoudergezinnen groeien juist vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere huishoudtypen. 42 procent van alle kinderen die in een eenoudergezin met minderjarige en meerderjarige kinderen opgroeit, woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Daarnaast groeien kinderen in een gezin met een niet-westerse achtergrond vaker op in een huishouden met een laag inkomen en dat geldt ook voor kinderen uit de wijken Coevering en Braakhuizen-Zuid.

Minimaregelingen Geldrop- Mierlo Onderstaand geven we het gebruik en bereik weer van de verschillende minimaregelingen in 2021. Het bereik is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de totale (geschatte) doelgroep. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de gemeentelijke belastingen. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum, oftewel 100 procent Wsm. In 2021 hebben 648 huishoudens kwijtschelding toegekend gekregen. Dat betekent dat 54 procent van de doelgroep gebruik heeft gemaakt van de regeling. Dat ligt onder het gemiddelde van 70 à 75

24

procent dat we bij andere gemeenten vinden. Ook vergelijkbare gemeente Waalwijk kent een lager bereik dan landelijk gemiddeld. Bijzondere bijstand Het beleid rondom de bijzondere bijstand in de gemeente Geldrop-Mierlo is erop gericht om mensen met een inkomen tot 120 procent Wsm te ondersteunen bij bijzondere noodzakelijke kosten die zij niet zelf kunnen betalen. De gemeente oordeelt wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden. In 2021 hebben 462 huishoudens een of meerdere keren een verstrekking ontvangen van de bijzondere bijstand. Dit komt neer op een bereik van 26 procent en dat ligt in lijn met het gemiddelde bereik van 25 tot 30 procent bij andere gemeenten. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Geldrop-Mierlo behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 110 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. In 2021 hebben 547 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag en dat leidt tot een bereik van 56 procent van de totale doelgroep.

Het bereik in de gemeente Geldrop-Mierlo ligt iets boven het gemiddelde van 45 tot 50 procent bij andere gemeenten. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering van CZ. Minima kunnen kiezen uit drie verschillende (aanvullende) pakketten. De collectieve zorgverzekering voorkomt dat minima voor hoge (zorg)kosten komen te staan. De verzekeraar geeft korting en de gemeente draagt ook een bedrag bij. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. In 2021 hebben 521 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering; een bereik van 29 procent onder de doelgroep. Dat ligt onder het gemiddelde van 35 à 40 procent dat we bij andere gemeenten vinden. Regeling Welzijnsactiviteiten De gemeente Geldrop-Mierlo hecht er waarde aan dat iedereen kan meedoen, bijvoorbeeld door deel te nemen aan sociaal culturele of verenigingsactiviteiten. De regeling Welzijnsactiviteiten draagt eraan bij dat minima lid kunnen worden van een muziek, toneel- of sportvereniging en eventuele benodigdheden daarvoor kunnen aanschaffen. Daarnaast kan de vergoeding ondersteunen bij dagjes uit, het volgen van een cursus of een ander abonnement. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm.

In totaal maakten 190 huishoudens gebruik van deze regeling; dat is 11 procent van de doelgroep. Het bereik van de regeling is lager dan we elders vinden; een bereik van 35 tot 40 procent is gangbaar voor een dergelijke participatieregeling.

Regeling Duurzame Gebruiksgoederen Deze regeling is bedoeld om huishoudens met een langdurig laag inkomen – de doelgroep is vastgesteld op 120 procent Wsm – in de gelegenheid te stellen om duurzame gebruiksgoederen aan te schaffen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om meubels of apparatuur zoals een wasmachine. In 2021 maakten 313 huishoudens gebruik van de regeling; dat komt neer op een bereik van 24 procent. Schoolkosten Ouders met een minimuminkomen kunnen in de gemeente Geldrop-Mierlo een bijdrage aanvragen voor de schoolkosten van hun kinderen. De doelgroep van deze regeling is vastgesteld op een inkomen van 120 procent Wsm. In 2021 hebben 230 huishoudens met schoolgaande kinderen gebruik gemaakt van de

25

schoolkostenregeling. Dit is een bereik van 31 procent onder de doelgroep. Dit ligt boven het gemiddelde bereik van een regeling voor schoolkosten; gemiddeld vinden we een bereik van circa 20 tot 25 procent. Stichting Leergeld Stichting Leergeld richt zich, in samenwerking met de gemeente, lokale fondsen, het bedrijfsleven en particulieren, op kinderen van 4 tot 17 jaar uit gezinnen met een inkomen tot 120 procent Wsm. Door verstrekkingen in natura wordt ervoor gezorgd dat ook deze kinderen kunnen meedoen op school of in het verenigingsleven. Stichting Leergeld kent in 2021 een bereik van 42 procent, 312 huishoudens hebben een verstrekking gekregen van Stichting Leergeld. Het bereik ligt iets lager dan het gemiddelde bereik in andere gemeenten; ongeveer 45 tot 50 procent. Tegemoetkoming Kinderopvangtoeslag In de gemeente Geldrop-Mierlo kunnen huishoudens met een uitkering via de Participatiewet, IOAW/IOAZ of ANW én een traject naar werk/scholing of een inburgeringscursus volgen, een tegemoetkoming ontvangen voor het betalen van de eigen bijdrage voor kinderopvang. In 2021 maken 5 huishoudens gebruik van deze regeling. De doelgroep van deze regeling kan niet worden vastgesteld omdat het onduidelijk is hoeveel inwoners van de gemeente in een dergelijke situatie zitten.

Schuldhulpverlening Geldrop- Mierlo in beeld Een op de twintig minimahuishoudens maakt gebruik van schuldhulpverlening! Schuldhulpverlening (SHV) is bedoeld voor inwoners die zelf hun (problematische) schulden niet meer kunnen oplossen. Het belangrijkste onderdeel van schuldhulpverlening betreft een minnelijke schuldregeling. Wanneer een minnelijk traject niet meer mogelijk is kan een aanvraag worden gedaan voor toelating tot de WSNP (het wettelijke traject). In de gemeente Geldrop-Mierlo worden inwoners met schulden ondersteund met schuldhulpverlening (SHV). In 2021 hebben 270 huishoudens gebruikgemaakt van schuldhulpverlening. Dit is 1,5 procent van alle huishoudens in de gemeente Geldrop-Mierlo. Van de 270 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van SHV, hebben 170 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat betekent dat 12 procent van alle 1.463 minimahuishoudens hulp hebben gekregen bij hun schuldenproblematiek. Dit percentage ligt hoger dan landelijk gemiddeld bij gemeenten van vergelijkbare grootte; dat ligt namelijk op 9 procent. Gemiddeld gezien kregen minimahuishoudens vaker een vorm van schuldhulpverlening dan huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm: van alle huishoudens met een hoger inkomen kreeg 0,6 procent hulp bij schulden. Tabel 1.6 SHV Tot 120% Wsm Overige huishoudens Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=4c938ac7-dd5f-4e51-abf9-a5814ff9b99e