CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

20250110_Bijlage Inzichten en achtergronden_ter informatie

Commissie Algemene Zaken 10 februari 2025, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Kader vluchtelingenopvang7.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INZICHTEN EN ACHTERGRONDEN

STRUCTURELE OPVANG VLUCHTELINGEN TER INFORMATIE

INHOUD Inleiding ...............................................................................................................................................3 Commissie Samenleving .......................................................................................................................4 Uitkomsten participatie .........................................................................................................................7 Achtergronden ....................................................................................................................................14

2

INLEIDING Eerder zijn de contouren voor het kader voor het structureel opvangen van vluchtelingen opgetekend. Deze contouren zijn besproken in de commissie Samenleving, waarna inwoners, ondernemers en netwerkpartners zijn bevraagd over hun kijk, zorgen en ideeën ten aanzien van het opvangen van vluchtelingen. Dit participatietraject is inmiddels afgerond, wat maakt dat nu het definitieve kader is opgesteld. In deze notitie is de inbreng vanuit de commissie Samenleving en het participatietraject op een rij gezet. Bovendien zijn per doelgroep de achtergronden beschreven, inclusief de ontwikkelingen die in de tussentijd hebben plaatsgevonden. De inzichten en achtergronden in deze notitie zijn de grondslag voor het definitieve kader vluchtelingenopvang.

3

COMMISSIE SAMENLEVING Hieronder is voor verschillende onderwerpen samengevat hoe er in de commissie Samenleving tegenaan werd gekeken.

OPGAVE Over de linie wordt de opgave ondersteund. Diverse fracties zijn blij dat we gaan voldoen aan de wettelijke opgave, dat we als gemeente verantwoordelijkheid nemen en dat we daar een duidelijke structuur voor willen neerzetten. De humane en maatschappelijk verantwoorde insteek wordt daarbij onderschreven. Diverse fracties spreken uit dat ze deze opgave ook nog voor zich zien als de wettelijke ondergrond wegvalt. Het participatietraject in deze wordt gewaardeerd. Er was één fractie die impliciet naar voren bracht dat het opvangen van vluchtelingen concurreert met het uitbreiden van het aantal sociale huurwoningen voor starters. Zij willen dat tegelijk met elke opvangplek die wordt georganiseerd er ook woonruimte bij komt voor de eigen inwoners.

UITGANGSPUNTEN Er wordt ongemak en onzekerheid ervaren over de bevoegdheid die in het kader aan het college wordt toegedicht. Alleen de PvdA onderschrijft het uitgangspunt volledig, andere fracties zien in meer of mindere mate een steviger positie van de raad voor zich en willen graag scherper in het kader terug zien hoe de raad wordt betrokken. DGG en Samen zijn het meest uitgesproken: zij zien de besluitvorming bij de raad liggen. De keuze om sec uitvoering te geven aan de opgelegde opgave wordt gevolgd. Het standpunt van de fracties op dit punt was wel wat onduidelijk. PvdA ziet ruimte om breder te kijken dan wat van hogerhand wordt opgelegd. Het spreiden van de opvang over Geldrop en Mierlo vinden de meeste fracties niet nodig. Volgens hen zou leidend moeten zijn waar er plek is. De fractie ‘Samen’ blijft bij het Deurnese model waarbij de verdeling op wijkniveau plaatsvindt, naar rato van het aantal inwoners. GroenLinks ziet graag dat we onszelf als gemeente niet te veel belemmeringen opleggen met uitgangspunten.

NOODOPVANG VOOR OEKRAÏENSE VLUCHTELINGEN Op dit onderwerp overheerste het stellen van vragen, bijvoorbeeld over aantallen opvangplekken en hoe zich dat vertaalt naar aantallen opvanglocaties en over de periode van twee jaar. Deze vragen zijn beantwoord tijdens de sessie. De indruk is dat er in principe draagvlak is voor de keuzes zoals ze zijn uitgewerkt. CDA onderstreept de wenselijkheid dat Oekraïners kunnen meedraaien in de samenleving.

OPVANGLOCATIES VOOR ASIELZOEKERS Er is verdeeldheid over de omvang van de opvanglocatie. Diverse fracties ondersteunen de overweging om voor een omvang te kiezen waarbij het COA de organisatie in handen neemt. Onder andere omwille van het beperken van de belasting voor de gemeentelijke organisatie. Er zijn fracties met twijfel, omdat ze weinig mogelijkheid zien om plek te vinden voor een opvanglocatie van een dergelijke omvang. Ook niet in het buitengebied. Samen ziet kansen in het benutten van de strategisch aangekochte locatie aan de Geldropseweg tussen Geldrop en Mierlo. De impact op de omgeving wordt niet aangehaald als drempel. DGG wil dat we ons houden aan het realiseren van het aantal geïndiceerde opvangplekken en dat we daar niet overheen gaan. Daarop is aanvullend toegelicht dat het aantal opvangplekken dat in het kader wordt gehanteerd mede gebaseerd is op de verwachting dat de opgave die bij de gemeente wordt neergelegd toeneemt. DGG ziet graag dat er regionaal wordt geschakeld en dat gemeenten gezamenlijk een

4

opvanglocatie oprichten, bijvoorbeeld op landgoed Gulbergen. Daarop is aangegeven dat er vooralsnog geen bodem is voor het maken van regionale afspraken. Over het plaatsen van de opvanglocatie in het buitengebied was ook enige twijfel, omdat fracties het idee hadden dat ook asielzoekers moeten integreren. DGG kon dit weerleggen door uit te leggen dat asielzoekers nog niet integreren, omdat niet zeker is dat zij in Nederland blijven. Er was ongemak bij de duur van 10 jaar. CDA stelde dat de looptijd afhankelijk is van de locatie. D66 vindt 10 jaar te lang. PvdA kon zich goed vinden in de duur van 10 jaar en DGG tekende aan dat het COA vereist dat een opvanglocatie voor de duur van 10 – 15 jaar wordt opgericht. Tot slot werd nog opgemerkt dat overcapaciteit mogelijk kan worden benut om starters en spoedzoekers te huisvesten. Daarop is toegelicht dat een dergelijke optie wel in het kader is opgenomen, maar dat de wenselijkheid beperkt is. Dit vanwege de beperkte faciliteiten, waardoor een opvanglocatie zich niet leent voor een langdurig verblijf.

OPVANGLOCATIES VOOR AMV’ERS Veel fracties merken op dat de opvang in de Akert prima verloopt en er is geen weerstand tegen het opvangen van AMV’ers. Er wordt ook geopperd dat werkwijze (incl. de inzet van verenigingen en clubs) in het vervolg ook wordt toegepast. Voor het structureel organiseren van de opvang wordt het plaatsen van AMV’ers in een sociale omgeving ten behoeve van maatschappelijke deelname onderschreven. PvdA en CDA zijn wat huiverig over de aantallen op één locatie: 50-80 plekken vinden ze wat veel. Daarop is toegelicht dat het COA deze opvang organiseert en dat zij een norm van 50-80 plekken hanteren. Dat wetende zou het CDA voorkeur hebben om dan van 50-60 opvangplekken uit te gaan. Samen geeft aan dat ze pas aan het einde van de looptijd in de Akert verder willen kijken. VVD en D66 konden zich volledig vinden in de uitgewerkte keuzes.

DOORSTROOMLOCATIES VOOR NOG NIET GEPLAATSTE STATUSHOUDERS PvdA is heel stellig: het is onwenselijk dat statushouders die aan Geldrop-Mierlo zijn toegewezen in een AZC moeten verblijven. DGG ziet ook noodzaak dat statushouders zo snel mogelijk naar Geldrop-Mierlo, maar ziet het creëren van 20 plekken op één locatie niet zitten. Dit is ook de kijk van DPM, omdat zij dan niet zien hoe deze statushouders dan al goed kunnen integreren. DGG verwijst naar de Buitenjan als de betere optie [noot van de redactie: dit is echter geen optie, aangezien die locatie eindig is en daar geen substantieel aantal statushouders vanuit Geldrop-Mierlo kan worden opgevangen]. Het CDA ziet meer heil in kleinere accommodaties, zodat er meer flexibiliteit is qua opschalen en afschalen. De VVD acht het lastig om uit te voeren. CDA denkt mogelijk in eenzelfde richting, gezien hun vraag waarom we tijdelijke huisvesting in recreatiewoningen niet zien zitten. Hier moet nog een aanvullend antwoord op komen, omdat dit tijdens de sessie slechts beperkt kon worden toegelicht. Samen ziet dat de taakstelling voor het huisvesten van statushouders moeilijk te volbrengen is en zien het risico dat een dergelijke tussenvoorziening alleen het eerste halfjaar zin heeft. Daarop is toegelicht dat het een doorstroomlocatie betreft.

Samen stuurt aan op het realiseren van meer sociale huurwoningen, zodat én starters een woning kunnen vinden én statushouders direct definitief kunnen worden gehuisvest.

PARTICIPATIE BIJ LOCATIEKEUZES DPM, CDA, PvdA en D66 kunnen zich goed vinden in de keuzes in het kader. GroenLinks merkt op dat bij grotere locaties een intensievere betrokkenheid moet worden georganiseerd. Ook hechten zij aan het scheppen van juiste verwachtingen van participanten. Samen kwalificeerde de voorgestelde participatie als informerend en onvoldoende; hun roep is om de wijken in te gaan. DGG benadrukte dat de besluitvorming uiteindelijk aan de raad is. Hen lijkt de inzet van TIP Geldrop-Mierlo onvoldoende. Daarop is toegelicht dat er onderscheid is tussen de participatie die nu plaatsvindt op het kader (via TIP Geldrop-

5

Mierlo) en de participatie die dadelijk plaatsvindt voor praktijkcasussen. Bij dit laatste zullen veel werkvormen worden ingezet, ook door de wijk in te gaan.

VRAAG PVDA AAN DE WETHOUDER PvdA signaleert dat we als gemeente financieel voordeel kunnen halen uit de opvang van vluchtelingen. Zij willen weten hoe dat wordt geboekt en of het kan worden gebruikt voor integratie. De wethouder heeft toegezegd om dit te betrekken in de verdere uitwerking.

6

UITKOMSTEN PARTICIPATIE Na de bespreking van de contouren van het kader in de commissie Samenleving is aan mensen gevraagd om te participeren. De drie doelgroepen - inwoners, ondernemers en netwerkpartners - zijn bevraagd via een vragenlijst. De participatie was toetsend van aard.

INWONERS Er is met advies van onderzoeksbureau Invior een vragenlijst opgesteld en via diverse kanalen is aan inwoners bekend gemaakt dat zij via het invullen van deze vragenlijst hun ideeën konden delen. Er zijn 683 inwoners die de vragenlijst hebben ingevuld. Dat is een aanzienlijk aantal, wat aangeeft dat het een onderwerp is dat leeft. De resultaten van het onderzoek zijn representatief voor alle inwoners van Geldrop-Mierlo, doordat ze zijn herwogen naar de populatieverhoudingen voor wat betreft de variabelen leeftijd en geslacht. Geslacht Man Vrouw X Onbekend

Populatie (%) 49,6% 50,4%

Respons (%) 46,7% 46,2% 1,5% 5,6%

Respons (aantal) 319 316 10 38

Leeftijd Jonger dan 40 jr 50-64 jaar 65 jaar of ouder Onbekend

Populatie (%) 32,7% 40,0% 27,3

Respons (%) 12,2% 47,7% 39,2% 5,6%

Respons (aantal) 83 326 268 5

De structurele opvang van vluchtelingen in Geldrop-Mierlo roept weerstand op bij een relatief grote groep inwoners vanwege de zorgen die zij hebben. In de volgende alinea’s worden hun zorgen, voorkeuren en ideeën samengevat. Voor de uitkomsten per vraag in de vragenlijst kunt u het dashboard raadplegen.

In het algemeen Een grote groep mensen maakt zich grote of enige zorgen (resp. 49% en 19%) over de opvang van vluchtelingen in Geldrop-Mierlo. De zorgen liggen voornamelijk op het vlak van beschikbaarheid van woningen voor eigen inwoners, veiligheid en maatschappelijke acceptatie. Drie op de vier inwoners wil dat er voorrang wordt gegeven aan het oplossen van problemen van eigen inwoners. Tegelijkertijd vindt ruim de helft van de mensen dat vluchtelingen recht hebben op hulp en ondersteuning. De komst van structurele opvanglocaties wordt omarmd door 42% van de inwoners, maar 48% van de inwoners is het daar niet mee eens. Inwoners hebben in het algemene deel van de vragenlijst verder opmerkingen gemaakt over: − Zorgen over veiligheid en overlast − Zorgen over woningnood en het voorrang geven aan vluchtelingen − Het maken van onderscheid tussen ‘echte vluchtelingen’ en ‘gelukszoekers’ − Zorgen over integratie en culturele verschillen − Kritiek op het beleid van de regering en de rol van de gemeente − Voorkeur voor kleinschalige opvang

Noodopvang Oekraïense vluchtelingen Het opvangen van Oekraïense vluchtelingen kan volgens de inwoners zowel binnen als buiten de bebouwde kom plaatsvinden. Driekwart van de inwoners vindt opvang binnen de bebouwde kom passend en circa tweederde van de inwoners ziet opvang buiten de bebouwde kom als passend. Qua omvang van opvanglocaties wordt het vaakst de voorkeur uitgesproken voor kleine locaties met maximaal 25

7

opvangplekken. Alleen maar ‘grote’ locaties vanaf 50 opvangplekken zijn niet gewenst; slechts 4% van de inwoners vindt dat de beste optie. Echter, 12% van de inwoners ziet bij voorkeur dat er een combinatie wordt gekozen van kleine, middelgrote en grote locaties.

Opnieuw vinden de inwoners de veiligheid en de maatschappelijke acceptatie belangrijk voor de keuze van plekken voor structurele opvanglocaties. Bij deze doelgroep worden echter ook de factoren ‘kosten van de opvanglocatie’ en ‘mogelijkheid tot maatschappelijke deelname’ door veel inwoners aangewezen als belangrijk.

Opvanglocaties voor asielzoekers Het grootste deel van de respondenten wil geen opvangplekken in de gemeente of minder opvangplekken dan dat in de contouren voor het kader is opgenomen. Over de plek van opvanglocaties voor asielzoekers lopen de meningen uiteen:

Vooral de veiligheid en de maatschappelijke acceptatie worden belangrijk gevonden voor de keuze van plekken voor opvanglocaties. Qua aantallen opvangplekken per locatie gaat de voorkeur uit naar meerdere kleine opvanglocaties (36%) boven één grote opvanglocatie met 300 opvangplekken (18%). Als reden werd opgegeven dat kleinere opvanglocaties beter te integreren zijn in de gemeenschap, minder overlast veroorzaken en beter verspreid kunnen worden over de gemeente. De zorg bij grootschalige opvanglocaties is bovendien dat deze veel druk geven op voorzieningen, zoals scholen, zorginstellingen en supermarkten.

Opvanglocaties voor alleenreizende minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) Bij hun antwoorden over het opvangen van AMV’ers hebben inwoners veelal gekeken naar de opvanglocatie in de wijk Akert. De meningen lopen uiteen: 34% van de inwoners vindt een dergelijke locatie passend, terwijl 41% een dergelijke locatie als niet passend bestempeld. Toch wordt het opvangen van AMV’ers binnen de bebouwde kom het vaakst passend (52%).

8

Ook voor deze doelgroep vinden de inwoners vooral de veiligheid en de maatschappelijke acceptatie belangrijk voor de keuze van een plek voor een structurele opvanglocatie.

Doorstroomlocaties voor nog niet gehuisveste statushouders Er zijn veel statushouders die huisvesting in Geldrop-Mierlo moeten gaan krijgen, maar die nog niet definitief kunnen worden gehuisvest. Om te voorkomen dat zij daardoor lang in een AZC moeten verblijven en nog niet kunnen starten met integreren, zou tijdelijke huisvesting in een tussenvoorziening uitkomst kunnen bieden. De meningen over een goede plek voor een tussenvoorziening zijn verdeeld. Iets meer dan de helft vindt tijdelijke huisvesting binnen en/of buiten de bebouwde kom passend. Bedrijventerreinen worden door iets minder dan de helft van de inwoners passend gevonden.

Inwoners zijn ook gevraagd naar hoe zij aankijken tegen het huisvesten van spoedzoekers in een tussenvoorziening als een of meer units langdurig niet bezet zijn door statushouders. 44% van de inwoners is daar voor, terwijl 43% van de inwoners daar tegen is. Op de vraag of een tussenvoorziening ook zou kunnen worden gerealiseerd op een locatie zonder woonbestemming, ziet een ruime meerderheid (58%) dat wel zitten. 30% van de inwoners is het er echter mee oneens.

Gewenste manier van informeren Voor het ontvangen van informatie over mogelijke toekomstige plannen voor opvanglocaties of locaties voor een tussenvoorziening wordt de voorkeur gegeven aan berichtgeving in het huis-aan-huisblad, via nieuwsbrieven van de gemeente en via de website van de gemeente. Een groot deel van de inwoners wil graag meedenken op het moment dat gemeente tot een concreet voorstel komt voor een structurele opvanglocatie in hun buurt:

9

Suggesties van inwoners Inwoners konden aan het einde van de vragenlijst tips geven. De tips sluiten sterk aan bij de zorgen die de inwoners aan het begin van de vragenlijst hebben opgeschreven. Samengevat geven de tips het volgende beeld: − − − − −

Zorg ervoor dat jongeren en starters uit de eigen regio een woning kunnen krijgen Kies voor kleinschalige opvang verspreid over verschillende gebieden (niet geconcentreerd in één wijk of buurt) en hergebruik bestaande lege panden Betrek vanaf dag één buurtbewoners bij toekomstige plannen en wees transparant hierover Zorg voor daginvulling, taallessen en begeleiding voor inburgering, zodat vluchtelingen actief deelnemen aan de samenleving Zorg ervoor dat overlast en intimidatie worden voorkomen

ONDERNEMERS Een beperkt aantal ondernemers heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om iets te vinden van de contouren van het kader. Er zijn 16 reacties ontvangen, waarvan 13 van ondernemers binnen de bebouwde kom en 3 van ondernemers buiten de bebouwde kom. Een statistische analyse is gezien de respons niet mogelijk. In de beantwoording is bovendien terug te zien dat de respondenten de vragen niet persé als ondernemer hebben ingevuld. Veel antwoorden zijn meer vanuit het inwonersperspectief gegeven. Hieronder wordt daarom slechts belicht wat de tendens in de beantwoording was.

Algemeen Er is gevraagd naar waarover ondernemers zich zorgen maken ten aanzien van het opvangen van asielzoekers en vervolgens waarom. Er zijn wisselende reacties op gegeven. Er zijn ondernemers die zich geen zorgen maken, bijvoorbeeld door goede ervaringen met vluchtelingen of door de overtuiging dat vluchtelingen normale mensen met een goede reden om tijdelijk, lang of permanent ergens anders te leven. De vragen in de vragenlijst spitsten zich toe op hoe de gemeente volgens hen vluchtelingen het beste kan opvangen. De vraag is gesteld vanuit het perspectief dat er op basis van landelijke wet- en regelgeving en vanuit een breed gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid nu eenmaal vluchtelingen moeten worden opgevangen in Geldrop-Mierlo; de vraag was daarom gericht op het ‘hoe’. Veel respondenten wilden toch vooral reflecteren op het ‘wat’: zij willen geen opvanglocatie(s) in de gemeente en vragen om daarin gehoord te worden.

10

Er zijn zorgen over: − sociaal-economische druk op autochtone inwoners; − druk op de beschikbaarheid van woningen voor eigen inwoners, gezien de krapte in het woningaanbod; − druk op de zorg, met meer wachttijden als gevolg; − niet goed integreren van vluchtelingen binnen Nederlandse regels, normen en waarden en binnen de praktijk van alledag (verkeer, taal); − ongewenst gedrag van vluchtelingen (rondhangen, rotzooi achterlaten, lastig vallen vrouwen, onder invloed zijn, criminaliteit), wat leidt tot een gevoel van onveiligheid Er zijn omgekeerd ook zorgen over het welzijn van vluchtelingen. Bijvoorbeeld over humaniteit van de opvang en over veiligheidsrisico’s vanwege kwaadwillenden vanuit de Nederlandse samenleving.

Noodopvang Oekraïense vluchtelingen Via de enquête is onder andere uitgevraagd hoe de opvang van Oekraïners eruit zou moeten zien. De inbreng van de ondernemers is gemêleerd. Een van de geluiden is om hen niet in woonwijken op te vangen en ook niet in een grote groep bij elkaar. Andere opmerkingen waren om aandacht te besteden aan taal en kennis en om te stimuleren dat ze een bijdrage leveren in de buurt. Ook werd er belang gehecht aan het type vluchteling (gezinnen, alleenstaanden, medische evacués), vanwege het idee dat de begeleiding per groep moet verschillen.

Opvanglocaties voor asielzoekers Er zijn verschillende nadelen van grote opvanglocaties door de ondernemers naar voren gebracht. Zo wordt gesteld dat dit (helaas) tot onrust binnen de samenleving leidt en dat grotere locaties altijd voor extra problemen zorgen. Een respondent sprak de wens uit dat de mensen liefst zo normaal mogelijk onder de overige inwoners een plek krijgen. Ook werd aangehaald dat een plek in of nabij de bebouwde de kans biedt om beter en sneller te integreren via vrijwilligerswerk, een bijbaantje of lid worden van een vereniging. Daartegenover staat een reactie dat er zeker geen kleinere opvanglocaties gewenst zijn. En ook dat het goed is om die omvang te kiezen, waarbij het COA de organisatie voor rekening neemt. Een andere reden die voor een grote locatie wordt aangedragen, is om dan alle voorzieningen op het terrein beschikbaar te maken waardoor de mensen weinig van het terrein af hoeven te komen.

Opvanglocaties voor alleenreizende minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) Wat betreft het opvangen van AMV’ers is er over de linie een voorkeur voor opvangen binnen de bebouwde kom in kleinschalige locaties en met een zinvolle daginvulling. Ook werd aangedragen dat een sociale omgeving uitnodigt tot sociaal gedrag en zorgt voor een eerlijke kans om te integreren. Eén ondernemer bracht naar voren dat deze de opvanglocaties liever meer aan de rand van of buiten de bebouwde kom ziet, omdat deze de jongeren in de Akert voor problemen ziet zorgen in de wijk en het centrum door daar (in groepjes) rondte hangen.

Doorstroomlocaties voor nog niet gehuisveste statushouders Er is ook navraag gedaan naar het beeld over het tijdelijk huisvesten van statushouders. Dit zijn feitelijk geen asielzoekers meer, omdat zij reeds een tijdelijke verblijfsvergunning hebben. Het tijdelijk huisvesten is relevant als een aan Geldrop-Mierlo toegewezen statushouder niet direct definitief kan worden gehuisvest in de gemeente. Dezelfde ondernemers die bij eerdere vragen tegen het opvangen van vluchtelingen waren, zijn ook negatief over het (tijdelijk) huisvesten van statushouders. Met name de woningschaarste komt aan bod als reden om geen ruimte te bieden aan tijdelijke huisvesting voor statushouders, maar ook dat de bevolking in Geldrop al relatief veel sociaal-economisch zwakkeren telt.

11

Tot slot werd aangegeven dat het – ongeacht de doelgroep – niet uitmaakt waar de opvang plaatsvindt, als de opvang maar goed wordt georganiseerd en de bewoners ervan hun dag zinvol kunnen besteden of zelfs deel kunnen uitmaken van de samenleving.

Verwachte gevolgen voor ondernemers Als de ondernemers wordt gevraagd naar de gevolgen die zij voor hun onderneming verwachten, dan geeft een groot deel aan dat zij geen gevolgen verwachten. Ondernemers die wel gevolgen verwachten zijn angstig dat de opvang van vluchtelingen zorgt voor minder omzet, een verslechtering van het leefklimaat en toename van onveiligheid. Dat laatste leidt naar verwachting van een ondernemer tot een stijging van kosten voor maatregelen daartegen en een nog intenser gevoel van onveiligheid. Eén van de ondernemers ziet mogelijkheden op het vlak arbeidspotentieel.

Samenwerking gemeente en ondernemers Een ondernemer geeft aan graag in gesprek te komen over mogelijke locaties en ziet ook graag dat de gemeente ondernemers informeert over mogelijkheden en procedures qua arbeidsinzet van vluchtelingen. Hier sluit de wens van een andere ondernemer om geregeld samen te komen bij aan. Ook wordt opgemerkt dat er behoefte is aan meer toezicht door de gemeente en de politie, vooral in het centrum.

Tips Diverse ondernemers hebben expliciet of impliciet de volgende tips gedeeld: − Het is belangrijk om behulpzaam en respectvol te zijn naar vluchtelingen én hen te activeren om zich nuttig te maken (en dus te voelen) en toekomstgericht te zijn; − Het is belangrijk voor vluchtelingen om bezig te blijven, talen en kennis uit te breiden en zich gesteund te voelen; − Heb bij opvanglocaties voor AMV’ers aandacht voor de herkomst van de jongeren en de combinaties hiervan binnen de opvang; − Wees alert op het waarborgen van verkeersveilig gedrag, omdat wordt gesignaleerd dat Oekraïense vluchtelingen geregeld onverzekerd rijd of rijden zonder les te hebben gehad; − Zorg voor plekken waar laagdrempelig ontmoeting kan plaatsvinden en dat mensen een ‘maatje’ krijgen; − Heb als gemeente gehoor voor (negatieve) sentimenten, maar wees vervolgens helder over een beleid dat ruimte biedt voor mensen die het niet zo gemakkelijk hebben; − Zorg dat mensen elkaar leren kennen, zodat mensen gezichten erbij hebben en er meer begrip voor elkaar ontstaat.

NETWERKPARTNERS Bij het opvangen van vluchtelingen zijn er veel partijen betrokken, bijvoorbeeld op het vlak van onderwijs, zorg of cultuur. Hierom zijn ook de netwerkpartners bevraagd over hun voorkeuren, ideeën en zorgen. Negen netwerkpartners hebben de vragenlijst ingevuld. Dat is onvoldoende om er op basis van statistiek zaken uit af te leiden. Hieronder is de ontvangen inbreng samengevat.

Aandachtspunten Er zijn door netwerkpartners verschillende aandachtspunten benoemd: − Het bijdragen aan het opvangen van vluchtelingen is een maatschappelijke verantwoordelijkheid; − De verwachting is dat het opvangen van vluchtelingen tot negatieve sentimenten en ophef leidt; − De vraag die naar voren wordt gebracht is of het welzijn van de vluchtelingen kan worden gewaarborgd, o.a. vanwege de keuzes die de landelijke overheid maakt − Er is twijfel over het hebben van voldoende voorzieningen en of deze passend zijn voor wat de mensen nodig hebben, bijvoorbeeld qua onderwijs en zorg (o.a. omgaan met trauma’s)

12

−

Er wordt aangegeven dat het beter is om de benodigde expertise binnen het onderwijs te bundelen op één plek; in het verlengde hiervan wordt geadviseerd om kinderen in het voortgezet onderwijs in Helmond of Eindhoven naar school te laten gaan.

Noodopvang voor Oekraïense vluchtelingen Wat betreft het opvangen van Oekraïense vluchtelingen was de inbreng als volgt: − Een goede daginvulling en het leren van de taal zijn van belang; − Er is een structurele aanpak nodig voor vluchtelingen die hier langdurig zijn of blijven om te integreren; − Voor vluchtelingen die op termijn weer terugkeren, wordt onderwijs in de moedertaal relevant gevonden; − Voor Oekraïense kinderen is het handhaven van de leerplicht relevant, aangezien deze kinderen vaak ziek of afwezig zijn; − Er is goede voorlichting nodig over het Nederlandse zorgstelsel, zoals over de (voor)schoolse voorzieningen en de rol van JGZ en de huisarts; − Het spreiden van opvanglocaties is wenselijk, omdat er hierdoor ook spreiding is over scholen

Opvanglocaties voor asielzoekers Over de plek en omvang van opvanglocaties voor asielzoekers is het volgende opgemerkt: − Het realiseren van meerdere kleinere opvanglocaties past beter binnen een dorpskarakter − Kleinere groepen zijn beter beheersbaar en komen ten gunste van de acceptatie en integratie − De afstand tot voorzieningen zal ongeacht de plek geen probleem zijn

Opvanglocaties voor alleenreizende minderjarige vreemdelingen Met betrekking tot het opvangen van AMV’ers kwam het volgende naar voren: − Het opvangen van AMV’ers binnen de bebouwde kom bevordert het snel en goed integreren; − Goed integreren is van belang om te waarborgen dat de vluchtelingen op een fijne manier gaan deelnemen in onze samenleving en geen frustratie opbouwen; − Kleinschaligheid is van belang voor het bieden van structuur; − Het wordt belangrijk gevonden dat AMV’ers goed onderwijs en goede begeleiding krijgen, bij voorkeur niet online maar in een schoolsetting; bij opvang binnen een normale opvanglocatie kan dit goed worden verzorgd (incl. specialistische hulp);

Doorstroomlocaties voor nog niet gehuisveste statushouders Over de plek en omvang van een tussenvoorziening voor statushouders is weinig gezegd. De enige inbreng was de oproep om de plekken over de wijken worden te verspreiden in verband met het verdelen van kinderen over scholen.

Samenwerking tussen gemeente en netwerkpartners Als belangrijke factoren voor een goede onderlinge samenwerking komen zaken naar voren als elkaar goed informeren, goed in overleg blijven, werken vanuit vertrouwen, in oplossingen denken, goed afstemmen wie wat doet, van elkaar weten wat ze doen en kunnen, elkaars expertise respecteren en ruimte voelen voor (opbouwende) kritiek.

13

ACHTERGRONDEN Per doelgroep is relevante informatie opgenomen. Hierin zijn ook recente ontwikkelingen meegenomen.

OEKRAÏENSE VLUCHTELINGEN Omschrijving Dit zijn inwoners van Oekraïne die het land vanwege de oorlog zijn ontvlucht. Zij worden op dit moment conform de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in EU-landen niet aangemerkt als asielzoeker en hebben andere rechten dan asielzoekers. Alleenreizende Oekraïners onder de 18 jaar vallen niet onder de vlag van ‘Alleenreizende Minderjarige Vreemdelingen’. AMV’ers zijn minderjarigen die in de asielprocedure zitten. Oekraïense minderjarigen die zonder ouder/verzorger naar Nederland zijn gekomen vallen onder de RTB. In de noodopvang worden zij echter wel extra begeleid.

Wetgeving Richtlijn Tijdelijke Bescherming Op Europees niveau geldt er een Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Deze richtlijn geeft Oekraïense vluchtelingen het recht op opvang, medische zorg en onderwijs voor minderjarige kinderen. Ook geeft het de mogelijkheid om te werken. De richtlijn geldt momenteel tot 4 maart 2026. De afgelopen jaren is de richtlijn verschillende keren verlengd. Het is nog onduidelijk wat er gebeurt per 4 maart 2026. Voor het geval de RTB wordt beëindigd, word er verkend wat mogelijkheden dan zijn als terugkeer nog niet mogelijk is. Zonder verdere ingrepen zouden vluchtelingen uit Oekraïne alsnog als asielzoeker moeten worden geclassificeerd. Zij hebben allen conform de vereisten bij binnenkomst een asielaanvraag ingediend. Deze zijn vanwege de RTB niet behandeld. Een einde aan de RTB kan betekenen dat al deze asielaanvragen alsnog moeten worden behandeld. De verkenning door het Rijk richt zich onder andere op het toepassen van een tijdelijke nationale verblijfstitel zolang terugkeer nog niet mogelijk is. Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne De Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne regelt dat de taak om Oekraïense ontheemden op te vangen is neergelegd bij de gemeenten, in plaats van bij het COA. Deze taak is toegekend aan het college van burgemeester en wethouders.

Het realiseren van opvangplekken voor Oekraïense ontheemden is een inspanningsverplichting. Regeling opvang ontheemden Oekraïne In het verlengde van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne kennen we de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Hierin is meer specifiek uitgewerkt welke vereisten er worden gesteld aan de opvang. Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne In deze regeling is opgenomen dat aan gemeenten een specifieke uitkering wordt verstrekt ter bekostiging van uitvoerings- en transitiekosten. Hiervoor gelden normbedragen per opvangplek. Het uitgangspunt is dat gemeenten geen financieel nadeel ondervinden van de opvang van ontheemden. De verlaging van het normbedrag met ingang van 2025 zorgt echter voor het risico dat een gemeente de uitvoeringslasten niet volledig kan compenseren via het normbedrag. Op basis van de uitzonderingsregeling artikel 3 lid 2 van de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne (BooO) kunnen gemeenten hun werkelijke kosten verantwoorden en toch gecompenseerd krijgen als deze hoger zijn dan het normbedrag. Dit vergt wel een zorgvuldige administratie. Het ministerie van Asiel en Migratie heeft een handreiking hierover opgesteld.

14

Type opvang Oekraïense vluchtelingen verblijven vanwege hun bijzondere status niet in een opvanglocatie voor asielzoekers, maar in een voor hen ingerichte noodopvanglocatie. Een aantal heeft onderdak bij particulieren; zij vallen buiten het kader. Door overheden wordt niet voorzien in reguliere huisvesting, echter sommige Oekraïners slagen er in om zelfstandig particuliere huisvesting te vinden. Doorgaans verblijven de bewoners van de noodopvang structureel in de noodopvang, wat betekent dat zij daar meerdere jaren verblijven.

Opgave Geldrop-Mierlo Op 1 november 2024 waren er in Nederland 92.504 opvangplekken voor ontheemden uit Oekraïne. Eerder heeft het kabinet de gemeenten gevraagd om 120.000 opvangplekken beschikbaar te hebben per 1 januari 2025. Voor Geldrop-Mierlo gold de verplichting om per 1 januari 2025 232 opvangplekken te bieden. Hierin is voorzien door tijdelijke opvanglocaties in te richten. Het Rijk heeft geprognotiseerd dat er per 1 juli 2025 zo’n 109.000 opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen nodig zijn (aldus de brief dd 13 november 2024van de minister van Asiel en Migratie aan de Tweede Kamer). In deze verlaging is meegenomen dat meer ontheemden onderdak vinden via een eigen netwerk of via particuliere initiatieven. Uitgaande van een gelijkblijvende procentuele bijdrage zal voor Geldrop-Mierlo gelden dat er per 1 juli 2025 circa 211 opvangplekken beschikbaar moeten zijn.

Herzien voorzieningen voor Oekraïense vluchtelingen Doordat het conflict voortduurt heeft het kabinet noodzaak gezien om de voorzieningen voor Oekraïense vluchtelingen te herzien om ze beter te laten overeenkomen met die van andere groepen in de maatschappij. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2024 vluchtelingen uit Oekraïne met een baan of eigen inkomsten moeten meebetalen aan hun opvang in een gemeente. Zij krijgen bovendien geen leefgeld meer. Dit wordt nog ingevoerd. Gemeenten hebben tot 1 januari 2025 om te organiseren dat de eigen bijdrage wordt opgelegd.

ASIELZOEKERS Omschrijving Een asielzoeker is iemand die asiel heeft aangevraagd. Hij of zij vraagt om bescherming als vluchteling en wacht op een beslissing van de overheid hierover. Een asielzoeker krijgt een verblijfsvergunning als: • Er gegronde redenen zijn om in het land van herkomst te vrezen voor vervolging vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of behoren tot een bepaalde sociale groep; • Er gegronde redenen zijn om te vrezen voor doodstraf, executie, marteling of een andere onmenselijke of vernederende behandeling in het land van herkomst; • Er gegronde redenen zijn om te vrezen dat de persoon slachtoffer wordt van willekeurig geweld door een gewapend conflict in het land van herkomst; • De partner, vader, moeder of minderjarig kind kort geleden een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft gekregen. Zolang de asielprocedure loopt, hebben asielzoekers het recht om in Nederland te blijven. Asielzoekers worden opgevangen in asielzoekerscentra (AZC’s), waar zij eten, onderdak en een dagtoelage ontvangen. Ook hebben asielzoekers toegang tot juridische bijstand en bepaalde diensten. Doordat er in de AZC’s te weinig opvangplekken zijn om alle instromende asielzoekers op te vangen, wordt een beroep op de gemeenten gedaan. De opvang van asielzoekers blijft wel een taak van de landelijke overheid.

Gemeenten krijgen de kosten voor het organiseren van opvang daarom vergoed door het Rijk.

15

Alleenreizende Minderjarige Vreemdelingen Binnen de groep asielzoekers zijn er ook kinderen en jongeren onder de 18 jaar die zonder een zorgdrager in Nederland zijn. Kinderen die jonger dan 15 jaar zijn komen in principe in een opvanggezin terecht. Jongeren tussen de 15 en 18 jaar worden opgevangen in kleinschalige opvanglocaties waar ze intensief worden begeleid.

Wetgeving Spreidingswet De Spreidingswet regelt de spreiding van asielzoekers over gemeenten. In het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet is afgesproken om de Spreidingswet in te trekken. Dit voornemen moet echter eerst worden uitgewerkt in een wetsvoorstel, waarna zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten instemmen hiermee. Het is onbekend hoe dit er definitief uit komt te zien en op welke termijn dit zal plaatsvinden. Tot het moment van intrekking is de Spreidingswet van kracht. Ter uitvoering van de Spreidingswet raamt het kabinet periodiek hoeveel opvangplekken er de komende twee jaar nodig zijn binnen gemeenten. Vervolgens wordt er een indicatieve verdeling over de gemeenten gemaakt op basis van het inwoneraantal en de SES-WOA score. De scores van de gemeenten in een provincie tellen op tot de provinciale opvangopgave. Via Provinciale Regietafels bespreken de gemeenten hoe zij gezamenlijk de provinciale opvangopgave gaan invullen. Zij beslissen onderling welke gemeenten opvangplekken gaan leveren en met hoeveel plekken. Dit wordt aan de minister van Asiel en Migratie gerapporteerd, op basis waarvan deze het verdeelbesluit neemt. Als het gemeenten niet lukt om gezamenlijk de hele provinciale opgave in te vullen, kan de minister zelf – via het verdeelbesluit – gemeenten aanwijzen en daarmee verplichten om asielzoekers op te vangen.

Na twee jaar start de cyclus opnieuw met het ramen van het aantal benodigde opvangplekken. Om mee te tellen voor het invullen van de provinciale opvangopgave moet een opvangplek binnen 6 maanden na het verdeelbesluit beschikbaar zijn en beschikbaar blijven tot een bepaalde datum. De kosten die gemeenten maken voor de zoektocht naar nieuwe plekken worden door het Rijk gefinancierd met een decentrale uitkering aan gemeenten.

Opgave Geldrop-Mierlo Er is bepaald dat de gemeenten per 1 juli 2025 tot minimaal 1 februari 2026 zo’n 96.000 opvangplekken voor asielzoekers beschikbaar moeten hebben. Daarvan zijn er circa 5.900 bedoeld voor AMV’ers. De indicatieve opgave voor Geldrop-Mierlo was bepaald op 231 opvangplekken. In het Provinciaal verslag is opgenomen dat Geldrop-Mierlo per 1 juli 2025 in totaal 54 opvangplekken beschikbaar heeft. Op dit moment heeft de gemeente nog de ruimte om minder opvangplekken te bieden dan de indicatieve opgave. Dat is doordat andere gemeenten in Zuidoost-Brabant meer opvangplekken beschikbaar hebben dan indicatief was bepaald. Dit is met name het geval door het grote AZC in de gemeente Cranendonck. Dit AZC moet echter fors kleiner worden, dus naar de toekomst toe kan hier niet op worden gerekend. Het totaal toegezegde plekken in het Provinciaal verslag kwam overeen met het aantal AMV-plekken dat reeds en ook in de periode 1 juli 2025 – 1 februari 2026 beschikbaar is in de Akert. In het verdeelbesluit dat de minister van Asiel en Migratie op 20 december 2024 heeft genomen, wordt gesproken over een totaal van 106 opvangplekken in Geldrop-Mierlo. Naast de 54 AMV-plekken zouden er ook 52 reguliere opvangplekken beschikbaar moeten zijn van 1 juli 2025 tot 1 februari 2026.

Het verdeelbesluit van de minister sluit dus niet aan op het Provinciaal verslag; dat geldt overigens voor meer gemeenten. Aangezien de minister heeft uitgesproken dat zij gemeenten niet zal verplichten om meer opvangplekken te realiseren dan dat is toegezegd, kan ervoor worden gekozen om bezwaar te maken tegen het verdeelbesluit. Los hiervan is er mogelijk nog gelegenheid tot correctie. De provincies zijn namelijk niet tot

16

een aanbod van het volledige gewenste aantal opvangplekken gekomen. Op basis hiervan had de minister gemeenten moeten aanwijzen waar meer opvangplekken beschikbaar gemaakt moeten worden. Zij heeft hier echter vanaf gezien. In plaats daarvan geeft zij de provincies de gelegenheid om alsnog tot een sluitend aantal opvangplekken voor asielzoekers te komen. De provincie Noord-Brabant heeft 1.211 opvangplekken te weinig beschikbaar gesteld. Zuidoost-Brabant voorziet echter ruimschoots in de gezamenlijke indicatieve opgave. Op basis hiervan mag worden verwacht dat de Commissaris van de Koning met andere regio’s binnen de provincie naar een oplossing voor het tekort zal zoeken. Gemeenten Zuidoost-Brabant Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal

Indicatieve opgave 101 123 192 134 125 191 131 1.198 231 181 111 462 139 159 126 87 121 119 176 288 119 4.514

Toegezegd 101 0 192 0 1500 191 0 1.198 54 0 160 350 0 159 144 68 121 70 0 288 0 4.596

Verdeelbesluit 101 56 88 61 1.500 191 60 1.198 106 83 160 350 64 159 144 68 121 70 81 288 55 5.004

Hervormingen Hervormen asielbeleid Het kabinet wil een breed pakket aan maatregelen treffen om de asielketen per direct en duurzaam te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen. Dit willen zij doen via verschillende maatregelen en wetswijzigingen. Zo heeft het kabinet op 20 december 2024 drie wetsvoorstellen voor advies naar de Raad van State gestuurd: • Asielnoodmaatregelenwet: deze wet omvat onder andere de afschaffing van permanente verblijfsvergunningen, beperking van de geldigheidsduur van asielvergunning tot drie jaar, verruiming van de ongewenst verklaring, beperking van nareis en maatregelen om asielprocedures efficiënter te maken. • Tweestatusstelsel: deze wet maakt onderscheid tussen vluchtelingen en mensen die op andere gronden bescherming krijgen. Hierdoor kunnen voor de tweede groep de mogelijkheden tot nareis worden beperkt. Er zullen meer voorwaarden komen voor gezinshereniging, zoals een wachttijd, beschikken over huisvesting en inkomen. • Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring: het kabinet beoogt dat de wet regelt dat het strafbaar wordt om niet mee te werken aan uitzetting en dat het onderscheid tussen strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingenbewaring scherper wordt. Ook moeten uitvoeringsorganisaties meer bevoegdheden krijgen om gegevens te delen die helpen om de herkomst van vreemdelingen vast te stellen.

17

Een andere voorgenomen maatregel is om het landenbeleid ten aanzien van Syrië aan te scherpen door gebieden aan te wijzen die veilig zijn, zodat asielzoekers uit die gebieden geen asielvergunning meer krijgen. Het kabinet heeft bovendien aangekondigd dat zij zo snel als mogelijk met een wetsvoorstel komen om de Spreidingswet in te trekken. Ondanks de haast die het kabinet uitspreekt, is de verwachting dat het nog een paar jaar duurt totdat de Spreidingswet is ingetrokken. Tot de wet is ingetrokken, blijft deze van kracht. Na intrekking van de Spreidingswet wil de minister de opvangbehoefte invullen met een aantal grote locaties. Zij verwacht dat er voldoende gemeenten zijn die hiervoor openstaan. De maatregelen gaan mogelijk als effect hebben dat mensen langer in procedure zitten en dus langer zijn aangewezen op asielopvang. Het kabinet verwacht de komende jaren een toename van het aantal asielzoekers dat opvang nodig heeft. Door alle onzekerheden is het niet te zeggen welke opgave er in de toekomst bij gemeenten ligt. Financiering opvanglocaties Het kabinet heeft aangekondigd dat zij budgetten voor het financieren van opvanglocaties wil inkrimpen. Hierdoor wordt het ingewikkelder om business cases rond te krijgen. Zolang de Spreidingswet van kracht is, moet het Rijk er uitvoering aan geven en de kosten voor de uitvoering ervan aan gemeenten vergoeden.

Asielzoekers aan het werk Het kabinet geeft aan dat zij asielzoekers van wie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen, wil stimuleren om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Er is nog geen beweging op dit front, maar het kan naar de toekomst betekenen dat asielzoekers gaan participeren in de gemeente waar zij verblijven en dus meer integreren dan tot nog toe.

Onduidelijkheid over Syrische vluchtelingen Veel Syriërs zijn in de afgelopen jaren gevlucht vanwege de burgeroorlog en het onderdrukkende regime van Assad. Een groot deel van asielzoekers in Nederland komt uit Syrië. Met de val van het regime-Assad is daar een nieuwe situatie ontstaan. Het is nog onduidelijk wat de machtswisseling betekent voor de veiligheid in Syrië. Er wordt in delen van het land nog steeds gevochten en er is nog niet te zeggen of de rechten van religieuze en etnische minderheden, LHBTI en vrouwen geborgd zullen worden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken komt in 2025 met een actueel beeld over de veiligheidssituatie in Syrië. De minister van Asiel en Migratie heeft daarom besloten dat de IND tot en met circa juni 2025 geen besluiten neemt over asielaanvragen van Syriërs. Dit heeft zij gedaan door een besluit- en vertrekmoratorium aan te kondigen, wat een soort pauzeknop is om in beeld te krijgen wat de nieuwe situatie in Syrië betekent voor de asielaanvragen. Wat de nieuwe situatie doet met de instroom van asielzoekers is niet te zeggen. Tijdens het moratorium mogen Syriërs nog altijd asielverzoeken indienen. Ook uitgeprocedeerde Syriërs kunnen een nieuwe asielaanvraag indienen als zij kunnen beargumenteren dat zij door de veranderde situatie moeten vrezen voor hun veiligheid. Het opschorten van de beslissingen heeft impact op de opvangproblematiek.

Alle Syrische asielzoekers die nog geen beslissing van de IND hebben ontvangen moeten hier langer op wachten en dus langer worden opgevangen.

NOG NIET GEHUISVESTE STATUSHOUDERS Beschrijving Een statushouder is iemand die na het doorlopen van de asielprocedure een tijdelijke verblijfsvergunning heeft ontvangen. Een statushouder wordt direct aan een gemeente gekoppeld, welke voor passende woonruimte moet zorgen. Het lukt gemeenten doorgaans niet om statushouders direct te een definitieve woonruimte te bieden. Het gaat in het kader om deze nog niet gehuisveste statushouders.

18

Statushouders moeten zo snel mogelijk de opvangcentra verlaten en reguliere woonruimte betrekken. Daarmee wordt een snelle integratie in de Nederlandse samenleving bevorderd. Bovendien kunnen de schaarse opvangplekken in opvanglocaties worden benut voor de opvang van asielzoekers die nog in procedure zijn.

Wetgeving Huisvestingswet Deze wet regelt de bevoegdheden van de gemeenteraad voor het opnemen van bepalingen in de gemeentelijke huisvestingsverordening en bevoegdheden voor het college voor het verlenen en intrekken van huisvestingsvergunningen. In de wet wordt binnen verschillende artikelen aandacht besteed aan ‘vergunninghouders’. Hiermee wordt gedoeld op statushouders. In hoofdstuk 5 van de wet is een paragraaf aan statushouders gewijd. Hierin wordt aan het college opgelegd dat deze zorgdraagt voor de voorziening in de huisvesting van statushouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling (artikel 28). De taakstelling van een gemeente wordt per halfjaar berekend op basis van het totale aantal verwachte nieuwe statushouders en het percentage inwoners in een gemeente (ten opzichte van het landelijke aantal inwoners). Het kabinet heeft een voorstel in de maak om de Huisvestingswet te wijzigen. Hiermee zou de taakstelling worden geschrapt en wordt het voor gemeenten verboden om voorrang te verlenen aan statushouders bij woningtoewijzing. Lokale huisvestingsverordening Gemeenten beslissen zelf wat voor soort woonruimte ze aanbieden aan statushouders. Het kan een zelfstandige woning zijn, een flexwoning of een woning die met meer mensen wordt gedeeld. Vaak doen gemeenten een beroep op sociale huurwoningen van woningcorporaties.

Een statushouder mag ook zelf naar woonruimte zoeken. Een gemeente bepaalt zelf via de huisvestingsverordening of statushouders recht hebben op voorrang bij een sociale huurwoning. Vooralsnog zijn statushouders in de huisvestingsverordening van Geldrop-Mierlo aangemerkt als woningzoekende met een volkshuisvestelijke urgentie (artikel 5 lid 4). De gemeente dient binnen een termijn van ten hoogste dertien week woonruimte aan te bieden aan een statushouder. De door het kabinet beoogde wetswijziging zou aanpassing van huisvestingsverordening noodzakelijk maken.

Opgave Geldrop-Mierlo De taakstelling varieert sterk per halfjaar. Het is maar net hoeveel nieuwe statushouders er worden verwacht. In onderstaand overzicht is te zien wat de taakstelling was in de afgelopen jaren en in hoeverre de gemeente hier invulling aan heeft kunnen geven. Periode 1e helft 2020 2e helft 2020 1e helft 2021 2e helft 2021 1e helft 2022 2e helft 2022 1e helft 2023 2e helft 2023 1e helft 2024 2e helft 2024

Taakstelling periode 13 15 31 25 23 31 49 40 43 39

Totale taakstelling 13 15 38 36 25 35 45 51 47 58

Gerealiseerd in periode 13 8 27 34 21 39 34 47 28 ntb

Saldo einde termijn 0 -7 -11 -2 -4 +4 -11 -4 -19 ntb

19

Kabinetsidee: doorstroomlocaties In plaats van de taakstelling van gemeenten en het met urgentie huisvesten van statushouders is het kabinet van plan om doorstroomlocaties te realiseren waar vluchtelingen naartoe gaan zodra zij statushouder zijn. Het realiseren van deze doorstroomlocaties moet een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid worden van Rijk en gemeenten. Het is onduidelijk tot welke verplichtingen dit leidt voor gemeenten, zowel op het gebied van het voorzien in doorstroomlocaties als op het gebied van het huisvesten van statushouders. Zonder taakstelling en urgentiemogelijkheid zal de verantwoordelijkheid voor het vinden van huisvesting wellicht bij de statushouder komen te liggen. Als dit opzet blijkt, dan zullen statushouders lange tijd in een doorstroomlocatie verblijven en is het de vraag welke capaciteit aan doorstroomlocaties nodig zal zijn door de jaren heen. Op dit moment werken gemeenten ook al met doorstroomlocaties. De tussenvoorziening voor statushouders die in de contouren voor het kader is genoemd, is feitelijk zo’n doorstroomlocatie. Binnenkort publiceert het ministerie van Asiel en Migratie een bekostigingsregeling om de financiering van deze locaties te regelen, nog binnen de huidige wetgeving. Het ministerie stuurt daarbij op een sobere huisvesting: als de huisvesting niet sober genoeg is, zal het ministerie deze opvang niet betalen.

Het is onduidelijk wat voldoende sober is.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=d0e95859-b1ef-4b8a-93bf-d16d2c06cc39