zorgbrief def. Geertruidenberg
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein Oosterhout Per adres: Gemeente Oosterhout Postbus 10150 4900 GB Oosterhout Tel: 14 0162 info@adviesraadsociaaldomeinoosterhout.nl www.adviesraadsociaaldomeinoosterhout.nl
Ambrosius Rozendaelstraat 32 4931 RE Geertruidenberg
Gemeente Geertruidenberg t.a.v. het college van burgemeester en wethouders Vrijheidstraat 2 4941 DX Raamsdonksveer
Referentie: 2022-009/LE Betreft: regiovisie jeugdhulpverlening April 2022
Geertruidenberg, 19 mei 2022
Geacht college, In de regio West Brabant Oost (hierna WBO) wordt de Regiovisie Jeugdzorg opgesteld, deze is van toepassing op 5 gemeenten: Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Altena en Oosterhout. De afzonderlijke ASD’s (vervolgens Regio-ASD) hebben er voor gekozen de krachten te bundelen vanwege de regionale samenwerking van de gemeenten (het betreft hier immers een regiovisie). De gemeente Breda blijkt geen ASD te hebben. Het was derhalve niet mogelijk iemand te benaderen die vanuit de gemeente Breda kon aansluiten bij de Regio-ASD. Vanwege een te korte tijd om te komen tot een ongevraagd Advies is door de Regio-ASD besloten een zorg/brandbrief naar de colleges van de gemeenten te sturen om de knelpunten in de (uitvoering) van de regiovisie onder de aandacht te brengen. Aanleiding voor het schrijven van deze brief Door de Rijksoverheid is bepaald dat de gemeenten in de regio WBO voor wat betreft de jeugdhulpverlening een samenwerking aan moeten gaan en een regiovisie op moeten stellen. De door de regio WBO opgestelde concept regiovisie is recent (op verschillende data) voorgelegd aan bovengenoemde ASD’s. Een adviesvraag was hierbij niet toegevoegd. Door de ASD Oosterhout is hier op 7-4-2022 met de beleidsmedewerker over gesproken en is er over gecorrespondeerd met de wethouder.
De Gemeente besloot niet met een adviesvraag te komen, maar verzocht op 7-4-2022 per mail om een algemene reactie op de regiovisie en punten te benoemen waar de Adviesraad wel of niet mee kan instemmen. Bevindingen Deze regiovisie gaat specifiek over de niet vrij toegankelijke hulpverlening aan kinderen/ jeugdigen en hun gezinnen. Daar waar op dit moment sprake is van 240 aanbieders van jeugdhulpverlening wordt in de regiovisie aangegeven dat er met enkele (naar nu blijkt 12) “stakeholders” gewerkt zal gaan worden binnen een consortium (naar nu blijkt 20). Dit betekent dat gemiddeld 12 hulpverleners per consortium, 10 van de 13 hulpverleningsvormen moeten kunnen aanbieden.
De Regio-ASD ziet de noodzaak van het ontschotten van de hulpverlening, juicht een soepeler op- en afschalen van de hulpverlening toe en spreekt de hoop uit dat de dilemma’s van de afgelopen jaren zullen worden opgelost. Een belangrijk streven moet zijn dat de jeugdhulpverlening na de afgelopen heftige jaren voor alle kinderen, jongeren en hun ouders weer in rustiger vaarwater komt, waarbij de jeugdigen weer centraal staan en er efficiënt hulp verleend wordt. Ook voor de jeugdzorgprofessionals is het van belang dat er rust en duidelijkheid komt om hun kwaliteiten ten volle te kunnen benutten. Het grote verloop bij de jeugdzorgprofessionals moet terug gedrongen worden. De Regio-ASD WBO heeft 7 april 2022 vergaderd om tot een gezamenlijk standpunt te komen ten aanzien van de Regiovisie Jeugdhulpverlening WBO. Opmerkelijk is dat, terwijl de regiovisie nog niet door de gemeenteraden is goedgekeurd, er momenteel in de praktijk al uitvoering wordt gegeven aan het inkoopbeleid middels een nieuwe manier van aanbesteden en inkoop van de zorg (geen Open House methode meer). De Regio-ASD komt in de vergadering van 7-4-2022 tot de volgende bevindingen: Positieve onderdelen van de regiovisie: De inhoud van de regiovisie wordt op zich als positief ervaren. Het is een nieuwe manier om de hulpverlening aan jongeren en hun omgeving te stroomlijnen.
De Regio-ASD ziet de noodzaak van ontschotten en het makkelijker op- en afschalen van de hulpverlening aan jongeren en hun omgeving. Samenwerking tussen scholen en jeugdhulpverleners wordt gestimuleerd en de participatie van de jeugd in het hulpverleningsproces is ook positief. De goede hulpverleners hoeven dan ook geen koudwatervrees te hebben voor werken binnen een consortium, zo is de mening van de Regio-ASD. Zorgelijke dan wel onaanvaardbare onderdelen van de (uitvoering van de) regiovisie: Het hulpaanbod binnen een consortium betekent dat gemiddeld 12 hulpverleners per consortium, 10 van de 13 hulpverleningsvormen moeten kunnen aanbieden. Getalsmatig erg ingewikkeld. Het organiseren en vormgeven van een consortium waarbinnen de stakeholders aanspreekpunt zijn, zal veel tijd en kundigheid vragen. De Regio-ASD en diverse partijen die zijn bevraagd/ gesproken, denken dat dit niet op een verantwoorde manier gaat lukken voor 1 januari 2023. De kwaliteit van de geboden hulpverlening aan onze jeugd moet voorop staan! Onduidelijk is wie in het proces van groepsvorming de leiding neemt. Onduidelijk is of alle vormen van jeugdhulpverlening binnen een consortium (kunnen) vallen. Het toezicht op een consortium en hun rechtmatigheid moeten goed geregeld zijn. De regiovisie mag daar veel stelliger in zijn. Bovendien is het de vraag “wie doet wat binnen een consortium”.
Met name hoe zit het met de kwaliteitscontrole. Er moet sprake zijn van kwaliteitszorg. Hoe is deze gewaarborgd? Professionals binnen een consortium moeten niet worden belast met “het vangen van” ondeugdelijke hulpaanbieders binnen hun consortium. Er zijn zorgen over de betaling van de hulpverlening. De beperking van de administratieve last is een van de 8 uitgangspunten voor “De Norm voor Opdrachtgeverschap”(VNG) Deze administratieve last komt in handen van het consortium. Gevreesd wordt voor verschuiving van bureaucratie van de gemeente naar het consortium. De nieuwe manier van inkoop laat naar het oordeel van de Regio-ASD te wensen over. De consortiums krijgen per 1 januari een zak geld, terwijl de deelnemers hulpverleners zijn en geen managers. Budgetbewaking en aansturing van hulpverleners vraagt om goede managers. Daarmee creëer je weer een tussenlaag, terwijl minder bureaucratie een belangrijk doel is van de Regiovisie. Het tijdpad waarbinnen deze visie operationeel moet zijn is onaanvaardbaar. Je moet kunnen groeien naar een nieuwe situatie en dat kost tijd. In de regiovisie blijft het onduidelijk hoe/en of verwijzingen door de huisartsen worden gekanaliseerd.
De angst bij de Regio-ASD is dat het werken binnen een consortium uiteindelijk onwerkbaar zal zijn en dat veel hulpaanbieders zullen afhaken. Veel kleinere bureaus of initiatieven zijn opgezet door professionals die uit de grote organisaties zijn gegaan, vanwege de regeldruk en de hoge overheadkosten. Het is niet ondenkbaar dat hulpverleners en hulpvragers langs een andere weg (huisarts) aankloppen voor hulp/verwijzing naar de hulpverlening. In de regiovisie dient duidelijk te worden verwoord dat hulpvragen c.q. verwijzingen door de huisartsen dienen te worden gekanaliseerd. De regiovisie anticipeert op het bevorderen van het afschalen binnen de hulpverlening. Op zich een goede zaak. Echter nergens wordt gesproken over wie hierin de regie voert. Een goede regie is noodzaak om dit afschalen te bevorderen. Opvallend is dat door heel de regiovisie wordt gesproken over WAT er moet gebeuren, maar niet HOE het moet gebeuren, terwijl de Regio-ASD van mening is dat dit onlosmakelijk met elkaar is verbonden. Nergens wordt teruggelezen om hoeveel jongeren het gaat in de regio, en/of per gemeente. Nergens wordt iets gemeld over het toezicht op de consortiums. Nergens valt terug te lezen hoe niet alleen consortium overstijgende hulpverleningsverzoeken, maar ook regio overstijgende hulpverleningsverzoeken (Altena -Gorinchem) worden verankerd.
Samenvatting Onderstaande punten ziet de Regio-ASD als (zeer) zorgelijk: • Er is reeds gestart met uitvoeren (inkoop) van beleid terwijl de regiovisie en onderliggend beleid nog niet zijn geaccordeerd. • De 5 betrokken gemeenten zijn nog volop in overleg hoe de samenwerking tussen de gemeenten moet verlopen en hoe er tussen de regio’s onderling samengewerkt moet worden. Nergens valt terug te lezen in de regiovisie hoe niet alleen consortium overstijgende hulpverleningsverzoeken, maar ook regio overstijgende hulpverleningsverzoeken (Altena Gorinchem) worden verankerd. Dat geeft geen consistent beleid noch intern noch extern. • Het tijdpad om van 240 Jeugdhulpverleners over te gaan naar 20 consortiums met ieder zijn een eigen stakeholders is erg kort en wie van hen onderhandelt met de gemeente is niet duidelijk. • Er zijn geen regels/afspraken hoe tot een consortium te komen. Aanbieders moeten zelf op zoek naar partners of zich aanmelden bij nieuwe werkverbanden. Dat kost hulpverleners veel tijd en stress, wat niet bevorderlijk is voor hun huidige aangeboden hulpverlening. Bovendien zorgt het voor een grote inkomensonzekerheid. • De Regio-ASD is bang dat (kleine) professionals overstappen naar het verwijzingssysteem van de huisartsen, wat de controle op de financiering niet bevordert.
• De eisen die gesteld worden aan het consortium zijn heel specifiek en dwingend; dat maakt het samenstellen zeer ingewikkeld. Zo moet de groep Jeugdprofessionals in het consortium 10 van de 13 soorten jeugdhulp in hun pakket hebben. Dat betekent bijvoorbeeld, van Multi-systeem-therapie(MST) tot pleegzorg tot residentiële hulpverlening. Gemiddeld zal een consortium uit 12 aanbieders bestaan. Het is wel van groot belang om een dekkend Jeugdhulpverleningslandschap te hebben op 1 januari 2023. Dat maakt een tijdspad van 3-4 maanden om van start tot aanbesteding te komen erg kort. • Doordat het consortium een zak met geld krijgt om per jaar mee rond te komen vreest de RegioASD dat de bureaucratie van de gemeente naar de 20 consortiums gaat en dit de bureaucratie niet vermindert. • Het consortium zal de kwaliteitszorg zelf moeten organiseren om aan te tonen dat de gemeentelijke gelden goed besteed worden. Dit vraagt om goed management. Is dat gewaarborgd? • Het streven van de gemeenten is om iedereen binnen het consortium zijn eigen “kleur” te laten behouden. Evenwel, veel kleine aanbieders zijn juist vanuit de grote organisaties voor zichzelf
•
begonnen vanwege de hoge regeldruk en de hoge overheadkosten. Er leeft angst dat ze nu weer terug bij af zijn en binnen een consortium opnieuw met regeldruk en hoge overheadkosten worden geconfronteerd. Er moet dus specifieke aandacht zijn voor de “kleinere” aanbieders. Zij hebben niet de kennis en mankracht om heel veel tijd in de nieuwe aanbestedingsmolen te steken. Hierbij is van belang dat ten aanzien van deze hulpverleners de “Motie Vreemd” (zie bijlage) unaniem is aangenomen in de gemeente Altena. De regio-ASD vindt dat het tijdspad van de aanbestedingsstrategie anders moet om de kwaliteit van de jeugdhulpverlening in de komende jaren te waarborgen. Daartoe denkt de Regio-ASD aan een alternatief scenario: o laat de consortiums organisatorisch op 1 januari 2023 starten en de financiële afstemming pas op 1 januari 2024 (Zeeuws model). o
In de brief van de burgemeester en wethouders van Breda aan de gemeenteraad, van 25-02-2022, met als onderwerp: Ontwikkelingen Jeugdhulp, Inkoopproces 2023 staat: ‘toch is er een risico dat er niet gegund kan worden of dat het proces niet leidt tot een dekkend jeugdhulplandschap’. De brief van de gemeente Breda benoemt een alternatief, genoemd scenario B: een jaarcontract via een Open House procedure. Dit proces zou parallel kunnen lopen aan het huidige nieuwe aanbestedingstraject.
De regio-ASD vindt dat bovenstaande scenario’s overwogen dienen te worden om de kwaliteit van jeugdhulp op lange termijn te waarborgen. Daarnaast is de Regio-ASD van mening dat er nog teveel hiaten zitten in de regiovisie om deze goed werkbaar te laten zijn.
Met vriendelijke groeten, Namens de adviesraad sociaal domein Geertruidenberg C. van Gageldonk voorzitter
Bijlage: Motie Vreemd aan de orde van gemeente Altena; d.d. 8 maart 2022 Onderwerp: Aanbesteding jeugdzorg en positie gezinshuizen PS Deze brief is ondertekend door de voorzitters van de overige regio adviesraden en aangeboden aan de colleges van de gemeenten Altena, Drimmelen en Oosterhout. Vanwege het ontbreken van een Adviesraad in Breda ondertekende de voorzitter van de ASD Oosterhout en bood de brief aan aan het college van de gemeente Breda.