CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Energietransitie Geertruidenberg

De raad luistert 28 augustus 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Aanbevelingen Rekenkameronderzoek energietransitie: 'onder spanning'17.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Onder spanning Rekenkameronderzoek naar de rol van de raad bij de energietransitie in de gemeente Geertruidenberg

26 mei 2025

Colofon Rekenkamer Geertruidenberg Laura van Asseldonk (voorzitter) Petra Paulides (lid) Jos van den Elshout (lid)

Dit onderzoek is uitgevoerd door: PA&O in opdracht van de Rekenkamer Geertruidenberg Rob Paulussen Patricia Feelders (De datadenker)

2

Voorwoord Rekenkamer Geertruidenberg Elektriciteit, warmte, energie, stroom: relevante begrippen bij het onderwerp ‘energietransitie’. Ze zijn in letterlijke zin ongrijpbaar, maar spelen een belangrijke rol bij de energietransitie. In figuurlijke zin worden ze dus aangegrepen om de opgave, waar vele betrokken partijen zich voor gesteld zien, te kunnen realiseren. Dat is voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders in de gemeente Geertruidenberg niet anders. Dit rekenkamerrapport maakt inzichtelijk hoe fors deze opgave van energietransitie (in dit rapport beperkt tot duurzaam opwekken van elektriciteit en energie-infrastructuur, energiebesparing en warmtetransitie) is. Het speelveld op gemeentelijk, regionaal en nationaal niveau is groot en complex, de onderliggende wet- en regelgeving is uitgebreid en aan veranderingen onderhevig. De doelen, ambities en de belangen van partijen zijn groot en grijpen op vele vlakken op elkaar in. De onderzoekers, Patricia Feelders en Rob Paulussen, hebben hun onderzoek over een periode van januari 2020 t/m januari 2025 verricht. De ontwikkelingen zijn razendsnel gegaan, zo laat het rapport goed zien. Dat houdt uiteraard niet op na het afsluiten van dit onderzoek. Nieuwe besluiten, processen en beleidskeuzes zullen elkaar ongetwijfeld in rap tempo opvolgen.

Dat kan ook niet anders, nu het tijdspad dat nog voor ons ligt tot de grote stip aan de horizon, het jaar 2050, nog vele jaren omvat en dus nog veel inspanning vraagt. Dat toont enerzijds dat het door de Rekenkamer gekozen onderwerp een grote actualiteitswaarde heeft, maar maakt anderzijds dat ergens een streep getrokken moest worden qua onderwerpen en onderzoeksperiode. Een belangrijke ontwikkeling die in dit rapport niet is opgenomen, maar nog wel het vermelden waard is, is het unaniem aannemen door de gemeenteraad van ‘De Bergse voorwaarden project Nederwiek’ (20 februari 2025). Deze voorwaarden zijn gericht op het stellen van duidelijke voorwaarden voor planvorming en de start van projecten en realisatie bij het voor de gemeente Geertruidenberg impactvolle project Nederwiek. De Rekenkamer is de onderzoekers voor het intensieve onderzoekswerk dat zij hebben verzet en voor de uitermate professionele en plezierige samenwerking dankbaar. Zeker ook nu zij bereid zijn gebleken, ondanks hun overvolle agenda’s en andere uitdagende opgaven, waarvoor ook zij zich als onderzoekers en rekenkamerleden gesteld zien, hun kennis en kunde in te zetten ten behoeve van een doorwrocht en helder rapport. De Rekenkamer concludeert dat het rapport meer is dan een opsomming van feiten, betrokken spelers, gerealiseerde besluiten en onderliggende documenten.

Het maakt in het algemeen inzichtelijk hoeveel belangrijk en complex werk er inmiddels al is verzet, nog moet worden verzet en hoe groot de betrokkenheid van de actoren in de gemeente Geertruidenberg is. Meer specifiek laat het ook zien dat de rol van de gemeenteraad daarin wel kan worden versterkt, maar ook hoe dit zou kunnen worden gerealiseerd. De formulering van conclusies en aanbevelingen heeft als doel de gemeenteraad (beter) in positie te brengen, hetgeen voor de toekomst van toegevoegde waarde kan zijn bij de verdere te zetten stappen in het proces van de energietransitie.

3

Dat dit ‘onder spanning’, tijdsdruk en met een enorme hoeveelheid aan informatie (of soms gebrek daaraan) moet gebeuren, is een feit. De Rekenkamer spreekt de hoop uit dat dit rekenkamerrapport houvast geeft aan de leden van de gemeenteraad bij de uitoefening van hun taken, zodat zij op hun beurt de andere stakeholders scherp (kunnen) houden. Rekenkamer Geertruidenberg, 8 april 2025 Jos van den Elshout Petra Paulides Laura van Asseldonk

4

Inhoudsopgave

Bestuurlijke nota .............................................................................................................................................. 6 Inleiding .............................................................................................................................................................. 7 Kernboodschap ................................................................................................................................................... 7 Conclusies ........................................................................................................................................................... 7 Aanbevelingen .................................................................................................................................................... 8 Bestuurlijke reactie ........................................................................................................................................... 10 Nawoord Rekenkamer Geertruidenberg ........................................................................................................... 13 Nota van Bevindingen ....................................................................................................................................

14 Hoofdstuk 1: Inleiding....................................................................................................................................... 15 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 15 1.2 Centrale vraag en deelvragen ................................................................................................................ 15 1.3 Afbakening ............................................................................................................................................. 16 1.4 Onderzoeksaanpak ................................................................................................................................ 17 Hoofdstuk 2: Speelveld ..................................................................................................................................... 19 2.1 Speelveld bij het duurzaam opwekken van elektriciteit & infrastructuur ............................................. 19 2.2 Speelveld bij energiebesparing .............................................................................................................. 27 2.3 Speelveld bij de warmtetransitie ...........................................................................................................

28 2.4 Samenvatting rol van de raad ................................................................................................................ 31 2.5 Beantwoording deelvragen en toetsing aan normen ............................................................................ 32 Hoofdstuk 3: Betrokkenheid van de raad ......................................................................................................... 34 3.1 Betrokkenheid bij het duurzaam opwekken van elektriciteit en energie-infrastructuur ....................... 35 3.2 Betrokkenheid bij energiebesparing ...................................................................................................... 41 3.3 Betrokkenheid bij de warmtetransitie ................................................................................................... 43 3.4 Percepties van raadsleden ..................................................................................................................... 44 3.5 Beantwoording deelvragen en toetsing aan normen ............................................................................ 45 Hoofdstuk 4: Effectiviteit ..................................................................................................................................

48 4.1 Informatie over doeltreffendheid van de inspanningen van de raad .................................................... 48 4.2 Doorwerking van de inspanningen van de raad .................................................................................... 48 4.3 Beantwoording deelvragen en toetsing aan normen ............................................................................ 52 Hoofdstuk 5: Onbenutte sturings- en controlemogelijkheden .......................................................................... 53 5.1 Sturing op inhoudelijke onderwerpen ................................................................................................... 53 5.2 Sturing op controlemogelijkheden (informatievoorziening) ................................................................. 54 Hoofdstuk 6: Beoordeling ................................................................................................................................. 55 Bijlage 1: Samenvatting speelveld .................................................................................................................... 57 Bijlage 2 Overzichtsdossier tijdlijn documentatie gemeente Geertruidenberg................................................. 59

5

Bestuurlijke nota

6

Inleiding De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele energie zoals aardgas, steenkool en aardolie naar het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen zoals zon, wind, en water. Voorliggend rapport beschrijft een onderzoek naar de rol van de raad bij de energietransitie in de gemeente Geertruidenberg. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Rekenkamer Geertruidenberg. Het onderzoek is afgebakend tot drie elementen binnen de energietransitie: 1) het duurzaam opwekken van elektriciteit en energie-infrastructuur, 2) energiebesparing en 3) de warmtetransitie. Het onderzoek heeft als doel de raad beter in positie te brengen ten aanzien van de vaststelling en uitvoering van het beleid gericht op de energietransitie.

Kernboodschap De raad van de gemeente Geertruidenberg bevindt zich bij de energietransitie in een complex speelveld. De spelers en de rol van de raad variëren per onderdeel van de energietransitie en variëren door de tijd heen. Bij de Regionale Energiestrategie (de RES), lokale initiatieven voor het opwekken van elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie is de rol van de raad duidelijk. Bij de energie-infrastructuur die voorzien is in het gebied Geertruidenberg-Moerdijk-Drimmelen is nog niet duidelijk wat de rol van de raad is of kan zijn. De vraagstukken binnen de energietransitie spelen zich steeds vaker af op regionaal niveau. Er is (nog) geen sprake van actieve samenwerking tussen de raad van de gemeente Geertruidenberg en andere gemeenteraden in de regio. De raad van de gemeente Geertruidenberg is zichzelf nadrukkelijker aan het organiseren, onder andere door het oprichten van een werkgroep van raadsleden. De raad van de gemeente Geertruidenberg heeft kaders en doelen gesteld voor de energietransitie. De raad vraagt actief om informatie over de energietransitie bij het college en het college informeert de raad regelmatig via raadsinformatiebrieven. Deze informatie is versnipperd aanwezig in het raadsinformatiesysteem, waardoor het voor de raad lastig is om de voortgang op de energietransitie te zien.

Conclusies 1. Mede – en vooral door – de landelijke projecten rond de energie-infrastructuur is de energietransitie binnen de gemeente Geertruidenberg uitgegroeid tot een zeer complexe opgave. De energietransitie vraagt veel van de organisatie, het college en de gemeenteraad. De landelijke projecten rond de aanlanding van de windenergie op zee compliceren de toch al ingewikkelde onderlinge afhankelijkheden tussen de projecten vanuit de RES en warmtetransitie. De Rekenkamer is daarom positief over het organiseren van de Ontwerptafel Powerport Regio Moerdijk waarbij betrokkenen, waaronder de gemeente Geertruidenberg, de complexiteit in het gebied kunnen bespreken en het hoofd willen bieden. Tegelijkertijd constateert de Rekenkamer dat veel afhankelijk is van de inspanningen en de regie die het Rijk zal moeten laten zien. Pas daarna zal er een goed (integraal) overzicht ontstaan van de projecten, zoals deze naast elkaar in een en hetzelfde gebied kunnen worden gerealiseerd en komt er pas echt zicht op de invloed van de gemeenteraad en inwoners. 7

2. Met name de aanlanding van windenergie op zee vraagt veel aandacht van de gemeente Geertruidenberg. De landelijke projecten rond de aanlanding van de windenergie op zee zullen een grote impact hebben op de leefomgeving in de gemeente Geertruidenberg. Raadsleden, collegeleden en ambtenaren besteden daarom veel aandacht hieraan. Omdat de beschikbare tijd van eenieder schaars is, kan dit leiden tot minder aandacht voor de projecten vanuit de RES en de warmtetransitie. 3. De raad van Geertruidenberg organiseert zichzelf en wordt actiever. De Rekenkamer ziet dat de gemeenteraad zichzelf nadrukkelijker organiseert. Onder andere door het vaststellen van het bindend adviesrecht1 en het instellen van een werkgroep van raadsleden krijgt de raad, binnen wat mogelijk is, al iets meer grip. Genoemde voorbeelden geven de raad directe invloed op de energietransitie. 4. De Rekenkamer constateert dat de raad van de gemeente Geertruidenberg zich (nog) niet regionaal gepositioneerd heeft. Er is weinig contact tussen de raad van de gemeente Geertruidenberg en de andere gemeenteraden in de regio. Raadsleden slagen er niet op eigen kracht in om tot een regionale positionering te komen, mede vanwege het nagenoeg ontbreken van partijpolitieke lijnen. Dit belemmert (gezamenlijke) invloed op (boven)regionale projecten. 5.

Tot slot ziet de Rekenkamer dat het organiseren van een goede informatiepositie van de raad achterloopt op de snelle ontwikkelingen die in de regio gaande zijn. Van de zijde van organisatie en college wordt een stevige inspanning geleverd om de raad met gesprekken, bijeenkomsten, raadsinformatiebrieven en presentaties up-todate te houden. De Rekenkamer constateert ook dat er tussen raad en college geen afspraken zijn gemaakt over de informatievoorziening. Verder bevat het raadsinformatiesysteem niet alle relevante informatie en is deze informatie niet goed ontsloten. Gekeken naar de opgave buiten het gemeentehuis enerzijds en de beschikbare capaciteit binnen de griffie en de organisatie anderzijds, valt dit goed te verklaren, maar kan het wel tot minder efficiënt werken leiden.

Aanbevelingen Aan de raad en het college: 1. Maak werk van een betere informatiepositie van de raad. − Investeer binnen de kortst mogelijke termijn in goede dossiervorming. De raad moet daarmee beter zicht hebben op de eigen besluitgeschiedenis en beter zicht krijgen op de beleidsruimte van de gemeente binnen het geheel en de afzonderlijke projecten. Denk hierbij aan het aanleggen van een permanent dossier over de 1

Toelichting: Het college moet (bindend) advies vragen aan de raad bij aanvragen voor het oprichten van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter en bij weiden met zonnepanelen met een oppervlakte groter dan 100 m2.

8

energietransitie in het raadsinformatiesysteem (gevoed vanuit de ambtelijke organisatie). Gebruik daarbij de overzichten en het dossier zoals door de onderzoekers voor deze rapportage samengesteld (Bijlage 2 bevat een chronologisch overzicht van documentatie uit de gemeente Geertruidenberg). Overweeg daarnaast een dashboard om de status van projecten inzichtelijk te maken. Een voorbeeld is opgenomen in hoofdstuk 5 van de Nota van Bevindingen. − Overweeg in specifieke gevallen een second opinion. Om als volksvertegenwoordiger belangrijke informatie op waarde te kunnen schatten, kan het helpen om in bijzondere gevallen een extern deskundige om een second opinion te vragen. Dit kan op initiatief van de raad en ook het college. − Behoud naast dit alles de goede initiatieven die er al zijn, in het bijzonder het overleg tussen portefeuillehouder en raadsleden in de raadswerkgroep “Energiek Geertruidenberg”. Aan de raad en de griffie: 2. Maak werk van regionale positionering van de gemeenteraad. Maak jezelf als raad zichtbaar in de regio en zoek daar afstemming. Investeer (meer) in het leggen van contacten met andere gemeenteraden in de regio, breder dan alleen wat individuele raadsleden kunnen doen. Neem raadsbreed het initiatief tot de organisatie van regionale bijeenkomsten of regionaal overleg met raadsleden uit omliggende gemeenten.

Dit kan bijvoorbeeld door het instellen van een regionale klankbordgroep. Een voorbeeld hiervan is opgenomen in hoofdstuk 5 van de Nota van Bevindingen. De griffie kan ondersteunen bij de regionale positionering, voortbordurend op de reeds bestaande contacten binnen andere regionale verbanden. Aan de raad: 3. Overweeg binnen de kortst mogelijke termijn een uitbreiding van formatie op de griffie om uitvoering te geven aan de aanbevelingen en ook in de toekomst het politieke proces adequaat te kunnen ondersteunen. De formatie op de griffie is 2,3 FTE. Gelet op de impact die de energietransitie op de samenleving in de gemeente Geertruidenberg heeft en nog zal krijgen is de verwachting dat er een stevig appèl op de griffie zal worden gedaan. Dat zal naar verwachting bestaan uit heel praktische ondersteuning bij bijeenkomsten tot strategische advisering rond het positioneren in de regio. Bepaal als raad wat het ambitieniveau is ten aanzien van de energietransitie. Als meer sturing gewenst is, dan is een formatie-uitbreiding op de griffie een overweging.

9

Bestuurlijke reactie

Gemeente Geertruidenberg Vrijheidstraat 2 4941 DX RAAMSDONKSVEER

Raamsdonksveer, 7 mei 2025 Ons kenmerk Onderwerp Behandeld door Telefoonnummer

: LIB/sja/20250507131043 : Bestuurlijke reactiebrief rekenkamerrapport energietransitie Geertruidenberg : S. Jacobs : 14 0162

Geachte leden van de Rekenkamer Geertruidenberg, Op 22 april 2025 ontvingen wij uw conceptrapport “onder spanning” over het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad bij de energietransitie in de gemeente Geertruidenberg, dat u voor bestuurlijke wederhoor aan ons college heeft verzonden. Allereerst danken wij de onderzoekers voor hun intensieve onderzoekswerk en de rekenkamer voor het oppakken van dit actuele onderwerp. Wij vinden het belangrijk dat de gemeenteraad zijn rol binnen dit complexe dossier goed kan innemen. Samen werken we er graag aan (verder) het zo goed mogelijk organiseren van deze rol. Het college ziet dit rapport als zeer waardevol en het bevat goede aanknopingspunten om de informatiepositie en rol van de raad te versterken. Uw onderzoek richt zich op de periode januari 2020 tot en met januari 2025. Een periode waarin de ontwikkelingen zich razendsnel opvolgen. Iets wat, zoals u zelf al aangeeft, nu en in de toekomst niet anders zal zijn. Wij onderschrijven daarom uw conclusies dat de energietransitie is uitgegroeid tot een zeer complexe opgave binnen onze gemeente en dat mede daarom de informatiepositie van de raad zo goed mogelijk georganiseerd moet zijn. Het college is blij te zien dat de Rekenkamer positief is over de inspanningen die de organisatie levert rondom, onder andere, de Powerport regio Moerdijk.

Tegelijkertijd onderschrijven wij de bijzondere positie waarin wij ons bevinden met betrekking tot de afhankelijk van inspanningen en besluiten van het Rijk. In de bijlage zetten wij per conclusie en aanbeveling onze reactie uiteen. Hierin leest u of wij de conclusie/aanbeveling onderschrijven en in welke mate wij deze zullen overnemen. Ook leest u welke concrete actie(s) wij hieraan verbindingen. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,

R. Brekelmans

M. Witte

10

Ons kenmerk Onderwerp

: LIB//20250507131043 : Beleid generiek

Bijlage 1: Bestuurlijke wederhoor rekenkameronderzoek “onder spanning” Reactie op samenvattende conclusies: 1. Mede – en vooral door – de landelijke projecten rond de energie-infrastructuur is de energietransitie binnen de gemeente Geertruidenberg uitgegroeid tot een zeer complexe opgave Wij onderschrijven dat de energietransitie een grote impact heeft op onze organisatie, het college en de gemeenteraad. Om recht te doen aan het belang van de opgave en de complexiteit, zijn wij voornemens om van deze opgave een programma ‘Powerport’ te maken. Dit programma zal elementen bevatten van het programma Duurzaamheid en Leefbaarheid en is met name bedoeld om de opgave integraal en gefocust op te pakken. 2. Met name de aanlanding van windenergie op zee vraagt veel aandacht van de gemeente Geertruidenberg De aanlanding van windenergie op zee vraagt op dit moment inderdaad veel aandacht van de organisatie en het college. Ondanks dat dit één van de projecten binnen de Powerport is, is deze op dit moment het meest concreet. Door de opgave ‘Powerport’ programmatisch aan te pakken, willen we als college voorkomen dat andere onderwerpen op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie ondersneeuwen. 3.

De raad van Geertruidenberg organiseert zichzelf en wordt actiever Het college voelt dat deze ontwikkelingen leiden tot meer (democratisch) grip op de ontwikkelingen en staat derhalve erg positief hier tegenover. Het samenwerken binnen de werkgroep Energiek Geertruidenberg wordt als prettig ervaren en hier gaan wij graag mee door zolang de behoefte er van beide kanten is. Continue aandacht wordt gevraagd voor het construct van de werkgroep. 4. De Rekenkamer constateert dat de raad van de gemeente Geertruidenberg zich (nog) niet regionaal gepositioneerd heeft Voor vrijwel ieder thema binnen de energietransitie bestaan inmiddels ambtelijke en bestuurlijke regionale overlegstructuren. De ervaring hieruit is dat we veel van elkaar kunnen leren en elkaar op sommige vlakken ook nodig hebben, bijvoorbeeld om als regio een duidelijk signaal richting het Rijk te geven. Initiatieven om dit ook via de gezamenlijke gemeenteraden te doen, kunnen wij enkel onderschrijven. 5. Tot slot ziet de Rekenkamer dat het organiseren van een goede informatiepositie van de raad achterloopt op de snelle ontwikkelingen die in de regio gaande zijn. Wij onderschrijven de conclusie dat een goede informatiepositie van de raad cruciaal is voor zorgvuldige besluitvorming en grip op dit dossier.

Inmiddels hebben we samen met de raad en griffie binnen het raadsinformatiesysteem een apart dossier ‘Powerport’ aangemaakt. Dit bouwen we samen verder uit tot een duidelijk dossier waarmee we elkaars informatiepositie versterken. Wij maken daarbij dankbaar gebruik van de overzichten die de onderzoekers hebben samengesteld voor dit onderzoek. Reactie op de aanbevelingen voor het college: 1. Maak werk van een betere informatiepositie van de raad a. Investeer binnen de kortst mogelijke termijn in goede dossiervorming Zoals eerder aangegeven zijn we samen met de griffie en de gemeenteraad reeds gestart met het vormen van het dossier ‘Powerport’ binnen het raadsinformatiesysteem. Samen met o.a. de ambtelijke organisatie en de werkgroep Energiek Geertruidenberg bouwen we dit dossier verder uit. b. Overweeg in specifieke gevallen een second opinion Voor belangrijke onderwerpen begrijpen wij deze behoefte. Zo hebben wij bijvoorbeeld een second opinion laten uitvoeren naar de studie voor warmtebronnen van het Amernet. De ervaring leert wel dat second opinions vaak veel tijd, inspanning

11

en geld kosten. De schaarste van deze middelen moet daarbij nadrukkelijk in ogenschouw worden genomen. c. Behoud naast dit alles de goede initiatieven die er zijn Uiteraard neemt het college deze aanbeveling van harte over.

12

Nawoord Rekenkamer Geertruidenberg Met tevredenheid constateert de Rekenkamer dat het College van Burgemeester en Wethouders het rapport ‘Onder spanning’, waarin de rol van de gemeenteraad bij de energietransitie is onderzocht, als waardevol heeft betiteld, mede omdat de uitgebreide overzichten die de onderzoekers hebben opgesteld als leidraad kunnen worden gebruikt en het goede aanknopingspunten biedt om de rol van de raad te versterken. Dat er inmiddels een apart dossier ‘Powerport’ binnen het raadsinformatiesysteem is aangemaakt, onderschrijft dat die rol niet alleen op papier wordt erkend, maar dat daar ook handen en voeten aan worden gegeven. De aanbevelingen die in het rapport zijn opgenomen blijken deels dus al hun weg in de praktijk te hebben gevonden. De Rekenkamer begrijpt dat de schaarste van de middelen als tijd, geld en kosten de vraag of de inzet van een second opinion gerechtvaardigd is mede bepaalt. De Rekenkamer benadrukt echter dat deze afweging steeds ook moet worden bezien in het licht van de risico’s die met een voorgenomen besluit gepaard kunnen gaan en voorkomen moet worden dat de wal het schip keert. De Rekenkamer wenst alle betrokkenen bij dit complexe dossier veel wijsheid, doorzettingsvermogen en besluitvaardigheid toe. Rekenkamer Geertruidenberg, 26 mei 2025 Jos van den Elshout Petra Paulides Laura van Asseldonk

13

Nota van Bevindingen

14

Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Aanleiding De Rekenkamer Geertruidenberg heeft besloten onderzoek te doen naar de energietransitie in Geertruidenberg, in het bijzonder naar de rol van de raad daarbij. Een belangrijke overweging daarbij was de actualiteit van het onderwerp en de impact van het onderwerp op de samenleving van de gemeente. De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele energie zoals aardgas, steenkool en aardolie naar het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen zoals zon, wind, en water. Deze overgang is in de gemeente Geertruidenberg een ingewikkeld proces: er zijn vele bestuurlijke niveaus, grote doelen (deels van bovenaf opgelegd) en uitdagingen zoals netcongestie. In Geertruidenberg gaat veel aandacht uit naar het gebied Powerport Moerdijk, bestaande uit de gemeenten Geertruidenberg, Drimmelen en Moerdijk, waar het Rijk veel energie-infrastructuur wil ontwikkelen terwijl de fysieke ruimte en de milieuruimte beperkt zijn.2 Deze complexiteit maakt het lastig voor de raad om invloed uit te oefenen op de energietransitie en op een adequate manier de taak te vervullen van kadersteller, controleur en volksvertegenwoordiger.

Uitgaande van het doel van de gemeente Geertruidenberg om in 2050 klimaatneutraal, in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs en de Europese Green Deal, te zijn heeft de Rekenkamer Geertruidenberg geconstateerd dat de raad, naast het college en andere overheden, voor een stevige opgave staat om mede sturing te geven aan deze ontwikkeling. 1.2 Centrale vraag en deelvragen Het onderzoek heeft als doel de raad beter in positie te brengen ten aanzien van de vaststelling en uitvoering van het beleid gericht op de energietransitie. In het onderzoek staat daarom de volgende vraag centraal: ‘Welke sturings- en controlemogelijkheden heeft de raad van Geertruidenberg ingezet en kan hij inzetten bij de energietransitie en hoe effectief zijn deze op de verschillende bestuurlijke niveaus waarop deze spelen?’ Deze centrale vraag is verder uitgewerkt in onderstaande deelvragen. Speelveld 1. Wat is het speelveld rond de energietransitie waarbinnen de sturings- en controlemogelijkheden van de raad zich bevinden en wie is waarvoor verantwoordelijk? 2. Waar en in welke rol is de gemeente Geertruidenberg tot op heden zelf vertegenwoordigd? Betrokkenheid van de raad 3. Hoe heeft de raad zijn rol ingevuld ten aanzien van de energietransitie?

2

Zie ook: Presentatie ‘Proces omgevingsvisie Ontwerptafel powerport’, Informatiebijeenkomst, 30 oktober 2023.

15

4. Welke doelen en ambities ten aanzien van de energietransitie heeft de raad van Geertruidenberg vastgesteld? 5. Op welke wijze is de raad geïnformeerd over de voortgang van de energietransitie? 6. Wat zijn de (kwalitatieve) oordelen en percepties van de raad over de sturings- en controlemogelijkheden tot op heden? Effectiviteit 7. Welke informatie (kwantitatieve en/of kwalitatieve gegevens) is beschikbaar voor de raad om de doeltreffendheid van de eigen inzet op de energietransitie te kunnen bepalen? 8. Welke doorwerking hebben de inspanningen van de raad bij de energietransitie gehad? Onbenutte sturings- en controlemogelijkheden 9. Zijn er op het gebied van de energietransitie nog sturings- en controlemogelijkheden denkbaar die tot op heden niet door de raad van Geertruidenberg zijn benut? Deze deelvragen monden uit in conclusies en aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn erop gericht de doeltreffendheid van de sturing en de controle door de raad te verbeteren. 1.3 Afbakening De centrale vraag geeft aan dat het onderzoek zich concentreert op de sturings- en controlemogelijkheden van de raad bij de energietransitie. Het onderzoek gaat daarmee nadrukkelijk niet over de doeltreffendheid en/of de doelmatigheid van het beleid op het gebied van energietransitie als zodanig.

In plaats daarvan richt het onderzoek zich nadrukkelijk op het in kaart brengen van de invloed die de raad heeft gehad en kan hebben. De Rekenkamer heeft ervoor gekozen om voor dit onderzoek het begrip energietransitie te beperken tot: − Het duurzaam opwekken van elektriciteit en energie-infrastructuur − Energiebesparing − De warmtetransitie Met deze afbakening worden de doelen rond biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie en duurzame mobiliteit buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek geeft in grote lijnen een terugblik over de periode januari 2020 tot en met januari 2025. Daarbij kijken we naar belangrijke mijlpalen uit de energietransitie (zoals het opleveren van de concept-RES in 2020, de RES 1.0 in 2021 en het vaststellen van de Transitievisie Warmte in 2021).

16

1.4 Onderzoeksaanpak Het onderzoek vond plaats in de periode oktober 2024 tot en met januari 2025. Het onderzoek is als volgt uitgevoerd. 1. Startfase In een startgesprek met de Rekenkamer is gezamenlijk de aanpak van het onderzoek en een voor het onderzoek opgesteld normenkader besproken (zie Hoofdstuk 6 voor het normenkader inclusief de uit het onderzoek voortvloeiende beoordeling). Daarna volgde een startgesprek met de contactpersoon in de ambtelijke organisatie, waarin het onderzoek werd toegelicht en praktische afspraken zijn gemaakt. 2. Deskresearch Om te achterhalen hoe het speelveld er uitziet, welke doelen er zijn en hoe de raad wordt geïnformeerd zijn relevante documenten geanalyseerd. Hierbij valt onder andere te denken aan documenten uit het raadsinformatiesysteem over de energietransitie in het algemeen, achtergronddocumenten bij de Regionale Energiestrategie (RES) en de Transitievisie Warmte. Ook zijn openbare databronnen gebruikt, zoals rapporten van andere rekenkamers en een onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers naar de opbrengsten in 52 rekenkamerrapporten die al eerder door decentrale rekenkamers zijn geschreven over de energietransitie bij andere gemeenten en provincies.3 3. Interviews Diverse personen die betrokken zijn bij de energietransitie zijn geïnterviewd.

Het doel van de interviews was om een terugblik te krijgen op de rol van de raad en vooruit te kijken naar de rol voor de raad in de toekomst. Er zijn (groeps)gesprekken gevoerd met: − De voormalige griffier − Een drietal beleidsmedewerkers Geertruidenberg (opwek, energiebesparing en duurzaamheid) − De portefeuillehouder energietransitie binnen het college van B&W van de gemeente Geertruidenberg − Coördinator RES West-Brabant − Vertegenwoordigers van Powerport Moerdijk − Beleidsmedewerker Energie provincie Noord-Brabant Van ieder interview is een verslag gemaakt dat ter verificatie en voor akkoord is voorgelegd aan de geïnterviewde personen. 5. Groepsinterview met de raad Er heeft een groepsinterview plaatsgevonden met (een afvaardiging van) de raad, waarvan het merendeel zitting heeft in de raadswerkgroep “Energiek Geertruidenberg” om van raadsleden te horen wat hun perceptie is over hun rol bij de energietransitie.

3

Zgn. Meta-analyse Energietransitie, Dialogic, Vereniging van Rekenkamers, 2024.

17

6. Rapportage en wederhoor Over de bevindingen van het onderzoek is verslag gedaan in een concept-Nota van Bevindingen. Dit concept is voor een feitencheck voorgelegd aan de ambtelijke organisatie. Na verwerking van het ambtelijk wederhoor is de Nota van Bevindingen definitief vastgesteld door de Rekenkamer en zijn er conclusies en aanbevelingen in een Bestuurlijke nota geformuleerd. Deze Bestuurlijke nota is voorgelegd aan het college voor een bestuurlijke reactie. De bestuurlijke reactie is aan de Bestuurlijke nota toegevoegd.

18

Hoofdstuk 2: Speelveld Dit hoofdstuk gaat in op de volgende deelvragen: 1. Wat is het speelveld rond de energietransitie waarbinnen de sturings- en controlemogelijkheden van de raad zich bevinden en wie is waarvoor verantwoordelijk? 2. Waar en in welke rol is de gemeente tot op heden zelf vertegenwoordigd? Dit hoofdstuk beschrijft de huidige actoren en hun rol binnen de energietransitie in de gemeente Geertruidenberg. In dit onderzoek wordt zoals eerder aangegeven de energietransitie afgebakend tot drie elementen: − het duurzaam opwekken van elektriciteit en energie-infrastructuur − energiebesparing − de warmtetransitie. De paragrafen in dit hoofdstuk volgen bovenstaande indeling. De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: − De actoren verschillen per onderdeel van de energietransitie, evenals de rol van de raad. Bij de RES, lokale initiatieven voor het opwekken van elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie is de rol van de raad duidelijk. − Bij energie-infrastructuur is nog niet duidelijk wat de rol van de raad is of kan zijn.

2.1 Speelveld bij het duurzaam opwekken van elektriciteit & infrastructuur Een gemeente maakt ruimtelijke plannen, die beschrijven welke functies (bijvoorbeeld wonen, bedrijven, groen) waar zijn toegestaan. Voor de komst van de Omgevingswet (voor 1 januari 2024) stelde de raad een of meerdere bestemmingsplannen vast voor het grondgebied van de gemeente. Een initiatiefnemer die een andere functie wilde toepassen op een stuk grond dan het bestemmingsplan beschrijft, moest ofwel een omgevingsvergunning ontvangen voor het afwijkende gebruik, of het bestemmingsplan moest gewijzigd worden. Het wijzigen van het bestemmingsplan was een bevoegdheid van de raad. Het verlenen van een omgevingsvergunning is in principe een collegebevoegdheid. In bepaalde situaties was het wettelijk vereist dat het college de raad vroeg om een ‘verklaring van geen bedenkingen’ voordat het college het besluit tot het verlenen van de vergunning kon nemen, tenzij de raad had aangegeven dat dit niet nodig was (bijvoorbeeld omdat het plan aansloot op eerder door de raad vastgesteld beleid).4 Door de komst van de Omgevingswet is per 1 januari 2024 de rol van de raad veranderd. De raad stelt een Omgevingsvisie vast die beschrijft wat de doelen en ambities zijn van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. De bestemmingsplannen zijn opgegaan in een Omgevingsplan.

Het wijzigen van het Omgevingsplan is, net als bij de bestemmingsplannen, een raadsbevoegdheid. Het college hoeft in beginsel niet meer langs de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het Omgevingsplan. Wel moet het 4

De categorieën gevallen waarin een ‘verklaring van geen bedenkingen’ nodig was, werden bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen (art. 2.27, lid 1, Wabo).

19

college (bindend) advies vragen aan de raad in die gevallen waarvan de raad specifiek heeft vastgelegd dat de raad dit nodig acht. De raad van Geertruidenberg heeft deze lijst met gevallen op 14 december 2023 vastgesteld. Wat betreft de energietransitie bevat deze lijst bindend adviesrecht bij het oprichten van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter en bij weiden met zonnepanelen met een oppervlakte groter dan 100 m2. Initiatieven voor het duurzaam opwekken van elektriciteit kunnen plaatsvinden in lokaal verband of regionaal verband. Een belangrijke factor bij het duurzaam opwekken van elektriciteit betreft de Regionale Energiestrategie (RES). Deze paragraaf beschrijft eerst het speelveld van de RES, vervolgens het speelveld van de lokale initiatieven voor het duurzaam opwekken van elektriciteit, en tot slot het speelveld als het gaat om infrastructuur. 2.1.1 De Regionale Energiestrategie (RES) Nederland is vanuit landelijk beleid opgedeeld in 30 RES-regio’s. Elke RES-regio is verplicht een eigen RES vast te stellen en uit te voeren. De RES beschrijft hoe hernieuwbare energie gaat worden opgewekt in de RES-regio. Het einddoel van het RES-traject is dat Nederland in 2050 klimaatneutraal is.

Het RES-traject verloopt in een aantal stappen: − Het RES-traject begon met het opstellen van een “concept-RES”, waarin werd beschreven hoeveel, waar en wanneer hernieuwbare energie wordt gerealiseerd. De deadline hiervoor was 1 oktober 2020. − De concept-RES werd gevolgd door de RES 1.o. Dit was een verdere uitwerking van de concept-RES en bevatte zoekgebieden voor het mogelijk opwekken van hernieuwbare energie. De RES 1.0 moest voor 1 juli 2021 zijn vastgesteld. − Het RES-traject na 2021 bestaat uit twee onderdelen: het monitoren van de voortgang en een mogelijke herijking van de RES 1.0. Het monitoren van de voortgang is verplicht en gebeurt tweejaarlijks. Het eerste voortgangsdocument moest voor 1 juli 2023 zijn vastgesteld. Het volgende voortgangsdocument moet uiterlijk 1 juli 2025 opgeleverd worden. Het herijken van de RES 1.0 is niet verplicht. Tussen 2022 en 2030 kunnen RESregio’s ervoor kiezen een RES 2.0 uit te brengen. Dit vindt alleen plaats als er een formele wijziging van de kaders plaatsvindt, bijvoorbeeld een verandering in de RESambities (een hogere of lagere hoeveelheid op te wekken energie) of door de inzet van andere technieken (bijvoorbeeld een verandering van zonne-energie naar windenergie). Geertruidenberg valt onder de RES-regio West-Brabant.

De energieregio West-Brabant is een samenwerking tussen: − zestien gemeenten (Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert) − de provincie Noord-Brabant − twee waterschappen: Brabantse Delta en Rivierenland − de netbeheerder Enexis.

20

Er zijn verschillende bestuurlijke vormen om de RES te regelen, bijvoorbeeld door deze onder te brengen in een gemeenschappelijke regeling (dit is bijvoorbeeld het geval in Hart van Brabant). De RES West-Brabant is een bestuurlijke samenwerking, geen gemeenschappelijke regeling. Besluitvorming bij de betrokken gemeenten in WestBrabant vindt plaats bij de afzonderlijke gemeentebesturen. Binnen de organisatie van de RES zijn de betrokken wethouders verantwoordelijk voor de informatievoorziening aan en het afstemmen met hun eigen gemeenteraden. Onderstaande figuur geeft de organisatiestructuur van de RES West-Brabant weer.

Figuur 2.1 Organisatiestructuur RES West-Brabant5 Het Programma Team zorgt voor de dagelijkse voortgang van het werk. Dit team bestaat uit externe leden. De Stuurgroep bestaat uit zestien wethouders, de gedeputeerde, bestuurlijk vertegenwoordigers van de beide waterschappen en de netbeheerder. De Kopgroep bestaat uit 4 tot 6 wethouders, die ieder bestuurlijk aanspreekpunt zijn voor een thema en/of een publiek-privaat project (bijvoorbeeld waterstof of duurzaamheid). De wethouder Duurzaamheid van Geertruidenberg zit momenteel in deze Kopgroep. Onderstaande tabel beschrijft de verschillende actoren en hun rol bij het tot stand komen van de RES in de RES-regio West-Brabant vanuit het perspectief van de gemeente Geertruidenberg. 5

Bron: https://www.reswestbrabant.nl/over+ons/organisatiestructuur/default.aspx

21

Tabel 2.1 Speelveld bij de RES voor Geertruidenberg Actor Raad Geertruidenberg

Rol Het vaststellen van de concept-RES, RES 1.0 en herijkingen (RES 2.0 en verder) Het vaststellen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan, waarin de opwekinstallaties en de benodigde infrastructuur worden opgenomen Plannen uit de RES borgen in beleid Bindend adviesrecht bij het oprichten van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter en weiden met zonnepanelen met een oppervlakte groter dan 100 m2 Kaders stellen over hoe beleids- en projectparticipatie met belanghebbenden en betrokkenen wordt ingericht bij het uitwerken van zoekgebieden Bestuurlijk afstemmen op regionaal niveau College Vaststellen van de tweejaarlijkse voortgangsdocumenten. Het college Geertruidenberg (of de raad zelf) kan er wel voor kiezen de raad een besluit te laten nemen over een voortgangsdocument. Ambtelijke organisatie Het leveren van input en ondersteuning om te komen tot de Geertruidenberg verschillende RES-documenten Programma-organisatie Het faciliteren van het tot stand komen van de RES RES West-Brabant Naburige gemeenten uit Komen tot afstemming over een gezamenlijk bod ten aanzien van de op de RES-regio te wekken energie en de realisatie daarvan Provincie NoordBrabant

Waterschappen

Brabantse Delta en Rivierenland

Netbeheerder Enexis

Het vaststellen van de concept-RES, RES 1.0 en herijkingen (RES 2.0 en verder voor zover aan de orde) Zorgen voor afstemming van de RES met het provinciale omgevingsbeleid Plannen uit de RES borgen in beleid Het faciliteren van initiatieven voor het duurzaam opwekken van energie Het vaststellen van de concept-RES, RES 1.0 en herijkingen (RES 2.0 en verder, voor zover aan de orde) Plannen uit de RES borgen in beleid Het ontwikkelen van projecten die bijdragen aan het duurzaam opwekken van energie (bijvoorbeeld zonnepanelen op afvalwaterzuiveringen) Zorgen dat er voldoende capaciteit is op het elektriciteitsnet voor de geplande initiatieven voor het duurzaam opwekken van energie Het leveren van inhoudelijke kennis en ondersteuning

Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant (OMWB) Maatschappelijke Het faciliteren van het bereiken van de RES-doelen organisaties, vertegenwoordigd in de Klankbordgroep RES

22

Het Rijk

Het financieel ondersteunen van het tot stand komen van de RESdocumenten Ondersteuning bieden aan de RES-regio’s via het Nationaal Programma RES (door middel van handreikingen, teksten en tips)

Het zwaartepunt van de rollen verschuift naarmate het RES-traject verloopt. In alle RESregio’s zijn gemeenten momenteel meer aan zet, aangezien de concrete uitwerkingen van de RES moeten plaatsvinden op gemeentelijk grondgebied en gemeenten hiervoor vergunningen zullen moeten afgeven. Op 11 februari 2025 is door de Tweede Kamer een motie aangenomen om de RES-regio’s na 2030 op te heffen. De motie verzoekt om de relevante expertise, bevoegdheden en taken te beleggen bij de provincies.6 2.1.2 Lokale initiatieven voor het duurzaam opwekken van elektriciteit Lokale initiatieven om duurzaam elektriciteit op te wekken kunnen komen vanuit instellingen (bedrijven of maatschappelijke organisaties), inwoners of de gemeente. Initiatieven kunnen gaan om diverse hernieuwbare bronnen, zoals het plaatsen van zonnepanelen, windturbines, geothermie etc. Dit maakt het speelveld divers. Onderstaande tabel geeft daarom op hoofdlijnen aan welke actoren zich over het algemeen in het speelveld van lokale initiatieven in de gemeente Geertruidenberg bevinden en wat hun rol is. Tabel 2.2 Speelveld bij lokale initiatieven voor opwek Actor Raad Geertruidenberg

College Geertruidenberg Ambtelijke organisatie Geertruidenberg Energiecoöperatie Delen Duurzame Energie Geertruidenberg

6

Rol op hoofdlijnen Het vaststellen van beleidsdoelen Het vaststellen van stimuleringsregelingen voor inwoners (leningen, subsidies) Kaders stellen over hoe beleids- en projectparticipatie met belanghebbenden en betrokkenen wordt ingericht Het vaststellen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan, waarin de opwekinstallaties worden opgenomen Bindend adviesrecht bij het oprichten van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter en weiden met zonnepanelen met een oppervlakte groter dan 100 m2 Verlenen van omgevingsvergunningen Het leveren van input en ondersteuning om te komen tot de verschillende beleidsdocumenten Het installeren en exploiteren van zonnepanelen op gemeentegebouwen en deze beschikbaar maken voor inwoners.

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025Z02201&did=2025D05108

23

Netbeheerder Enexis

Woningcorporatie Thuisvester Organisaties en inwoners Provincie Noord-Brabant

Zorgen dat er voldoende capaciteit is op het elektriciteitsnet voor de geplande initiatieven voor het duurzaam opwekken van energie Het plaatsen van zonnepanelen op daken van woningen/appartementengebouwen.7 Ruimte ter beschikking stellen voor opwekinstallaties Toetsing aan provinciaal omgevingsbeleid

2.1.3 Energie-infrastructuur Onder energie-infrastructuur verstaan wij: kabels, leidingen en installaties voor opslag. De energietransitie vraagt om een grote hoeveelheid nieuwe energie-infrastructuur in Nederland.8 Dit vraagt om samenwerking tussen het Rijk, provincies, gemeenten en andere partijen zoals netbeheerders. Op dit moment wordt de ruimtelijke inpassing van grootschalige energie-infrastructuur geregeld in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Hierin staat dat voor grootschalige installaties voor de productie van elektriciteit en gasinfrastructuur het Rijk een projectbesluit moet nemen.9 In december 2024 is de Energiewet aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wet heeft als doel om de regels over de productie, het transport en de levering van gas en elektriciteit samen te voegen. De Energiewet treedt (met uitzondering van enkele artikelen) in werking op 1 januari 2026. De gemeente Geertruidenberg is momenteel een belangrijk knooppunt voor elektriciteit en warmte, gezien de aanwezigheid van de Amercentrale en hoogspanningsstations. Er lopen diverse projecten om de energie-infrastructuur te veranderen en uit te breiden. Onderstaande tabel geeft een overzicht hiervan.10 Tabel 2.3 Projecten energie-infrastructuur Project

Initiatiefnemer Bevoegd gezag

Opwaarderen bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg (GTB) – Krimpen aan den IJssel (KIJ) Nieuwe 380 kV-verbinding Rilland – Tilburg (Zuid-West Oost) Herverkabeling 150 kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Waalwijk Uitbreiding 380 kV-station Geertruidenberg Nieuwe 380 kV-verbinding Geertruidenberg–Krimpen aan den IJssel óf Geertruidenberg–Crayestein Aanlanding windenergie op zee – Nederwiek 3 Verkenning Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040

Tennet

Rijksoverheid

Tennet

Rijksoverheid

Tennet

Rijksoverheid

Tennet Tennet

Rijksoverheid Rijksoverheid

Tennet Tennet

Rijksoverheid Rijksoverheid

7

Bron: Prestatieafspraken Gemeente Geertruidenberg 2025 Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/duurzame-energie-infrastructuur 9 Voor meer informatie, zie https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/projectbesluit/projectbesluit-verplicht/ 10 Bron en meer informatie over de projecten: Raadsinformatiebrief energie-infrastructuur projecten, 2 mei 2023. Projecten uit de raadsinformatiebrief zijn aangevuld met een projectenlijst verkregen uit de ambtelijke organisatie ten behoeve van dit onderzoek. 8

24

Project

Initiatiefnemer Bevoegd gezag

Zoekgebieden zon op veld rond het 380 kV-station* Verduurzamen warmtenet Midden-West-Brabant (Amernet) Delta Rhine Corridor (infrastructuur met verschillende buisleidingen) Waterstofnetwerk Nederland (gebruik van waterstof als energiebron faciliteren) Amercentrale CO2-afvang en aantakking Delta Rhine Corridor Elektrolysers

Bedrijfsleven Ennatuurlijk Gasunie

Gemeente Provincie NoordBrabant Rijksoverheid

Bedrijfsleven

Provincie NoordBrabant ** RWE Provincie NoordBrabant Bedrijfsleven Provincie NoordBrabant** Grootschalige batterijopslag Bedrijfsleven Gemeente** * Zon op veld realiseren rondom de Amercentrale is inmiddels niet haalbaar gebleken. ** Bevoegd gezag is afhankelijk van omvang installatie en gevaarzetting

De gemeente Geertruidenberg staat voor een opgave van 60 hectare aan energieinfrastructuurprojecten.11 In de 60 hectare zijn ontwikkelingen op het gebied van het warmtenet niet inbegrepen. Ook kabels en leidingen en het ruimtebeslag daarvan vallen hier niet onder. De communicatie en participatie ligt bij de initiatiefnemers van elk project. Gelet op de (boven)regionale opgave en de talrijke onderlinge afhankelijkheden tussen de projecten is een integrale aanpak nodig. De gemeente Geertruidenberg is samen met de provincie en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een Pilot Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pilot PMIEK) gestart in de regio Moerdijk-Drimmelen-Geertruidenberg. Naar aanleiding van een Bestuurlijk Overleg Leefomgeving12 is in juni 2023 besloten een zogeheten ‘ontwerptafel’ op te richten. Dit is bedoeld als een overlegstructuur voor de regio Moerdijk-Drimmelen-Geertruidenberg: Powerport Moerdijk. De noodzaak hiertoe bestaat omdat alle ambities die de afzonderlijke betrokken partijen hebben, te veel is om ook feitelijk te kunnen realiseren in het gebied.

Aan het overleg nemen deel: − Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) − Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) − Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) − Provincie Noord-Brabant − Gemeente Drimmelen − Gemeente Geertruidenberg − Gemeente Moerdijk De ontwerptafel heeft een ambtelijk kernteam. De gemeente Geertruidenberg is hierin ambtelijk vertegenwoordigd. Daarnaast is er een kopgroep, die bestaat uit betrokken wethouders en directeuren van de ministeries. Vanuit de kopgroep wordt opdracht gegeven aan het ambtelijk kernteam. Het ambtelijk kernteam Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk zorgt ervoor dat alle informatie over de opgaven en geplande projecten in 11 12

Bron: Raadsinformatiebrief Powerport Moerdijk en gebiedsinvestering, 24 januari 2024 Een jaarlijks overleg waarin het Rijk en de regio praten over ruimtelijke vraagstukken

25

het gebied geordend wordt, zodat er besluitvorming kan plaatsvinden over dilemma’s binnen de regio. De Provincie Noord-Brabant is naar voren geschoven om te faciliteren en coördineren. De ontwerptafel heeft geen mandaat tot besluitvorming. De ontwerptafel heeft van juni tot september 2023 geïnventariseerd welke projecten er zijn en hoe deze zijn onder te verdelen. De ontwerptafel heeft vervolgens geconstateerd dat eigenaarschap en (gedeelde) verantwoordelijkheid de oplossing zouden kunnen zijn voor projecten die anders met elkaar zouden kunnen botsen. De volgende stap is het opstellen van een gebiedsgericht voorstel, waarin projecten hun plaats krijgen en noodzakelijke keuzes worden gemaakt. Als het gebiedsgerichte voorstel klaar is zal er gezocht worden naar een optimale ruimtelijke inpassing. Het college geeft aan dat in deze fase participatie zal plaatsvinden.13 Hierbij wordt aangegeven dat de raad een rol heeft in dit traject en dat later uitgewerkt wordt hoe dit vorm krijgt. Het college van Geertruidenberg geeft aan: “De huidige ontwikkelingen rond Powerport zijn in lijn met de vastgestelde gemeentelijke positiebepaling ten aanzien van de energieinfrastructuur.

Deze positiebepaling is als onderdeel van de omgevingsvisie vastgesteld door de raad.”14 Ten tijde van dit onderzoek is nog geen datum bekend waarop het Rijk duidelijkheid zal verschaffen over het gebiedsgerichte voorstel. Op 7 januari 2025 is het “Voorkeursalternatief Net op zee Nederwiek 3” gepubliceerd.15 Hieruit blijkt dat de gekozen locatie voor een converterstation de locatie aan de Standhazensedijk in Geertruidenberg is. Het is niet mogelijk om een reactie te geven op het voorkeursalternatief.16 Onderstaande tabel geeft aan welke actoren zich bevinden in het speelveld van energieinfrastructuur rondom de gemeente Geertruidenberg en wat hun rol is in relatie tot de gemeente Geertruidenberg. Tabel 2.4 Speelveld bij energie-infrastructuur Actor Raad Geertruidenberg

College Geertruidenberg

Rol Meedenken over hoe beleids- en projectparticipatie met belanghebbenden en betrokkenen wordt ingericht Kaders stellen bij het afgeven van vergunningen door het college voor batterijcomplexen, evenals een (verplichte) adviesrol van de raad bij bijvoorbeeld grootschalige of gevoelige ruimtelijke ontwikkelingen Het vaststellen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan, waarin de benodigde infrastructuur wordt opgenomen Belangen behartigen van de gemeente Verlenen van omgevingsvergunningen bij lokale projecten

13

Bron: Raadsinformatiebrief Powerport Moerdijk en gebiedsinvestering, 24 januari 2024 Bron: Raadsinformatiebrief Powerport Moerdijk en gebiedsinvestering, 24 januari 2024 15 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2025-01/Vastgesteld-VKA-Net-op-zee-Nederwiek-3.pdf 16 https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/noz-nederwiek-3 14

26

Ambtelijke organisatie Geertruidenberg Het leveren van input, advies en ondersteuning Het Rijk Grote energieprojecten van nationaal belang zo snel en zorgvuldig mogelijk voorbereiden en uitvoeren, waaronder het nemen van projectbesluiten en het verlenen van omgevingsvergunningen Provincie Noord-Brabant Advisering over projecten Toetsing aan provinciaal omgevingsbeleid Het nemen van projectbesluiten over projecten met een provinciaal belang Omliggende gemeenten (met name Regionale afstemming over infrastructuurprojecten Moerdijk en Drimmelen) Tennet Zorgen voor een adequate energie-infrastructuur (zowel bestaand als nieuw) vanaf 150 kV Netbeheerder Enexis Zorgen voor een adequate energie-infrastructuur (zowel bestaand als nieuw) onder 150 kV RWE Eigenaar van de Amercentrale en het gebied eromheen

2.2 Speelveld bij energiebesparing Om de gemeentelijke energievraag te temperen is het noodzakelijk om energiebesparing te realiseren bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zoals woningcorporaties en scholen. De gemeente kan dit stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld door het verspreiden van kennis, het bieden van financiële ondersteuning en het opnemen van energiebesparing in de prestatieafspraken met woningcorporaties. Vanuit de wet is er een aantal elementen dat energiebesparing verplicht stelt: • Kantoorgebouwen, waaronder dus ook de gebouwen van de gemeente zelf, zijn vanaf 1 januari 2023 verplicht om minimaal energielabel C te hebben. Gemeenten en omgevingsdiensten handhaven op deze verplichting. • Locaties met een relevante milieubelastende activiteit én met een jaarlijks energiegebruik vanaf 50.000 kilowattuur elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (equivalent) moeten voldoen aan de Energiebesparingsplicht.17 Dit betekent dat deze locaties (organisaties) verplicht zijn om energiebesparende maatregelen te treffen die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het handhaven van de energiebesparingsplicht (EBP) en in het geval van hele grote verbruikers de provincie. Per 1 juli 2023 is de gemeente verplicht het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht te mandateren aan de omgevingsdienst.

De Rekenkamer Geertruidenberg heeft in 2025 een onderzoek gepubliceerd over de Energiebesparingsplicht.18 In tabel 2.5 wordt een overzicht gegeven van de actoren en hun rol bij energiebesparing.

17

Bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiebesparingsplicht/over-de-energiebesparingplicht#wat-isde-energiebesparingsplicht%3F 18 Zie https://geertruidenberg.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/17d4c3c4-f208-4641-8cefff3df187644d?documentId=2d25eaa7-15e5-4ace-b2eb-9e4100994cd2&agendaItemId=33c1d4a3-ac11-4a32aeb6-c34dea27cf6b

27

Tabel 2.5 Speelveld bij energiebesparing Actor Raad Geertruidenberg

Rol Het vaststellen van stimuleringsregelingen voor inwoners (leningen, subsidies) Sturing en controle op de handhaving van de EBP College Geertruidenberg Verspreiden van kennis over mogelijke energiesparing Prestatieafspraken maken met woningcorporaties over energiebesparing Opdracht (mandaat) verlenen aan de omgevingsdienst om taken uit te voeren ten aanzien van energiebesparing Ambtelijke organisatie Geertruidenberg Het leveren van input, advies en ondersteuning Omgevingsdienst Midden- en WestToezicht houden op en handhaven van de label C-plicht Brabant (OMWB) Toezicht houden op en handhaven van de energiebesparingsplicht Inwoners Verduurzamen van woningen Bedrijven Verduurzamen gebouwen en energiebesparende maatregelen treffen Woningcorporatie Thuisvester Verduurzamen van woningen en energiebesparende maatregelen treffen Overige maatschappelijke organisaties Verduurzamen gebouwen en energiebesparende maatregelen treffen

2.3 Speelveld bij de warmtetransitie De warmtetransitie houdt in dat we geen aardgas, maar duurzame bronnen gebruiken om te verwarmen. Het doel in Nederland is dat we in 2050 van het aardgas af zijn. Het tussentijdse doel is om 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken per 2030. Gemeenten voeren de regie bij de warmtetransitie. De gemeente moet onderzoeken en uiteindelijk besluiten welk alternatief voor aardgas het meest kansrijk is per wijk en dit alternatief samen met andere partijen mogelijk maken. Dit traject begon met het opstellen van de Transitievisie Warmte (TVW). Deze moest eind 2021 vastgesteld zijn. De TVW is een visiedocument dat tot aan 2030 per wijk een tijdspad en plan beschrijft voor een duurzame oplossing voor de warmtevraag. De plannen uit de TVW worden uitgewerkt in uitvoeringsplannen op wijkniveau. Dit vraagt om participatie van bewoners en gebouweigenaren uit de wijk. De Transitievisie Warmte hangt nauw samen met de eerder besproken Regionale Energiestrategie (RES). Als onderdeel van de RES kan een Regionale Structuur Warmte (RSW) worden opgesteld, als er sprake is van bovenlokale aspecten bij de warmtetransitie. Deze brengt in kaart welke warmtevraag er is in naburige gemeenten en welke warmtebronnen beschikbaar zijn. Dit voorkomt dat een warmtebron ten onrechte dubbel gebruikt wordt of juist onbenut blijft.

28

Het Rijk faciliteert de warmtetransitie door wetswijzigingen door te voeren. Met de ‘Wet voortgang energietransitie’ (VET) per 1 januari 2018 werd de gasaansluitplicht voor nieuwbouw afgeschaft. Met andere woorden: er moest gasloos gebouwd gaan worden. Het college kan volgens deze wet wel een gebied aanwijzen waar aansluiting op het gastransportnet strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang. Het college kan daarnaast gebieden waar een gastransportnet aanwezig is, aanwijzen als gebied waar zich een warmtenet of een andere energie-infrastructuur bevindt of gaat bevinden die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte. Verzoeken tot aansluiting op het gastransportnet in dat gebied zullen dan worden afgewezen door de netbeheerder. De ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie’ (Wgiw) is in december 2024 aangenomen door de Eerste Kamer. De Wgiw voegt aan de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet instrumenten toe waardoor gemeenten (lokale) regels kunnen opstellen om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving tot uitvoering te brengen. Dit zijn de veranderingen die betrekking hebben op de rol van de raad: − De gemeente kan bepaalde wijken aanwijzen waar een energievoorziening met duurzame energie beschikbaar komt ter vervanging van het aardgas (de aanwijsbevoegdheid).

De raad wordt bevoegd om in het Omgevingsplan een gebied aan te wijzen dat van het aardgas af gaat. In het Omgevingsplan moet wel onderbouwd worden dat de transitie voor gebouweigenaren haalbaar en betaalbaar is. − De naam Transitievisie Warmte verandert in “warmteprogramma”. Gemeenten moeten elke vijf jaar een warmteprogramma vaststellen. Het eerste warmteprogramma moet uiterlijk 31 december 2026 zijn vastgesteld door het college. In dit warmteprogramma kunnen gebieden worden aangewezen die aardgasvrij worden in de periode tot 2035. Het warmteprogramma beschrijft een tijdspad, analyse van alternatieven voor aardgas en prioriteiten voor wijken inclusief kostenbatenberekening. Het warmteprogramma zal onder de Omgevingswet vallen. − Na de uitwerking van het warmteprogramma (gemeentelijk niveau) volgen verdiepende wijkuitvoeringsplannen. Dit is een uitvoeringsplan welke beschrijft hoe één specifieke wijk van het aardgas af gaat inclusief technische keuzes, participatieproces, planning, kosten en financiering. De wijkuitvoeringsplannen worden vastgesteld door de raad. De Wgiw treedt gefaseerd in werking. De wijziging van de Warmtewet is per 1 januari 2025 in werking getreden. De overige onderdelen van de Wgiw treden naar verwachting op 1 januari 2026 in werking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=dfb36153-ba2e-432e-9d97-6bfba105c331