CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regioplan 2.0 - Gebiedsinvesteringen Netten op Zee (bijlage 1 administratieve overeenkomst) versie 27 november

De raad besluit 15 januari 2026, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Gebiedsinvesteringen Net op Zee Nederwiek 34.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regioplan 2.0 Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Tranche 1 Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 2 1.2 Regioplannen ................................................................................................................................. 2 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 2 2. Aanleiding en regionale context .......................................................................................................... 3 2.1 Aanlanding net op zee ................................................................................................................... 3 2.2 Bredere opgave energie infrastructuur ......................................................................................... 4 2.3 Druk op de regio ........................................................................................................................ 4 2.4 Impact van de aanlanding .............................................................................................................

5 3 Regionale aanpak ................................................................................................................................. 6 3.1 Regionale beleidskaders ................................................................................................................ 6 3.1.1 Koppeling regionaal beleid aan voorwaarden gebiedsinvesteringen .................................... 6 3.2 Thema’s regionale projecten......................................................................................................... 6 3.2.1 Behoud, versterking en verbetering van de natuur ............................................................... 6 3.2.2 Verbeteren van de fysieke leefomgeving ............................................................................... 7 3.2.3 Versterking van de regionale economie................................................................................. 7 3.2.4 Versnellen en toepassen van de duurzame energietransitie ................................................. 7 3.4 Doelgroepen .................................................................................................................................. 8 3.4.1 Participatie doelgroepen ........................................................................................................

9 3.5 Ambtelijke en bestuurlijke afstemming .................................................................................... 9 3.6 Communicatie en zichtbaarheid.................................................................................................... 9 4 Governance en begroting ................................................................................................................... 10 4.1. Introductie .................................................................................................................................. 10 4.2. Bijdrageregeling.......................................................................................................................... 10 ........................................................................................................................................................... 10 4.3. Governance ................................................................................................................................ 11 3.4.1. Provincie Noord-Brabant ..................................................................................................... 11 4.4 Uitvoeringskosten........................................................................................................................ 12 5.

Financiën ........................................................................................................................................... 13 5.1 Verdeling van middelen tussen de gemeenten........................................................................... 13 5.2 Begroting ..................................................................................................................................... 14

1

Regio Regionale werkgroep

Datum Versie

Moerdijk – Geertruidenberg – Drimmelen - Oosterhout Gemeente Moerdijk: Katja de Haan Gemeente Geertruidenberg: Mylène Lacomblé en Jeroen Mulder Gemeente Drimmelen: Petra Bastiaansen en Wim van Oosterhout Gemeente Oosterhout: Anneke van Omme en Melanie van der Meer Provincie Noord-Brabant: Maarten Diependaal, Rein van der Kluit, Tineke Hempenius, Romeó Labban en Stacey Hulst 27 november 2025 1

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het kabinet heeft in de Klimaatwet vastgelegd dat ons land in 2030 55% minder CO2-uitstoot dan in 1990 en in 2050 klimaatneutraal is. Om deze klimaatdoelstellingen te realiseren zet het kabinet onder andere in op meer energie uit zon en wind, waaronder meer windenergie op zee. De opgave voor windenergie op zee wordt gerealiseerd in gebieden die zijn aangewezen in het Programma Noordzee1. In de aanvullende routekaart windenergie op zee 2030 zijn de bestaande en te ontwikkelen windparken en aanlandlocaties van de netaansluitingen opgenomen. Om de energie van nog te bouwen, windparken op zee aan land te brengen worden rond 2030 nieuwe aanlandingsplekken gerealiseerd in de regio’s Eemshaven, Borsele, Noordzeekanaalgebied, Maasvlakte en Moerdijk/Geertruidenberg/Drimmelen/Oosterhout. Om een verantwoorde inpassing van de windparken en de bijbehorende infrastructuur van het net op zee mogelijk te maken heeft het Kabinet besloten tot een maatregelenpakket, waar 1,686 miljard euro voor is gereserveerd in het Klimaatfonds. Van dit bedrag zal 500 miljoen euro worden ingezet voor gebiedsinvesteringen die de kwaliteit van leven in de omgeving van aanlandlocaties versterken. Vanaf 2024 wordt een eerste tranche van 220 miljoen euro aan de regio’s ter beschikking gesteld via een vastgestelde verdeelsleutel.

De verdeelsleutel en bijbehorende beleidskaders zijn opgenomen in de brief ‘Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee’ die 20 juli 2023 namens de minister voor Klimaat en Energie aan de regio’s is verstuurd. Naar verwachting in 2026 meer informatie over een tweede tranche van middelen. Inzet vanuit EZK is om in deze tranche te focussen op de tracé gemeenten van het definitieve tracé. 1.2 Regioplannen Voor de eerste tranche is 50 miljoen euro beschikbaar. Om als regio over de middelen te beschikken worden administratieve overeenkomsten tussen de minister voor Klimaat en Energie en regiopartners opgesteld waarin de maatregelpakketten per regio zijn gespecificeerd en afspraken zijn gemaakt over de beleidsmatige, financieel-juridische en organisatorische (governance) kaders van de gebiedsinvesteringen. Dit Regioplan beschrijft de invulling van de gebiedsinvesteringen voor de regio Moerdijk, Geertruidenberg, Drimmelen en Oosterhout voor de eerste tranche en zal als bijlage bij de administratieve overeenkomst worden bijgesloten. 1.3 Leeswijzer Dit document gaat in op de inzet van de eerste tranche van de gebiedsinvesteringen Nederwiek 3 in de regio Moerdijk – Geertruidenberg – Drimmelen - Oosterhout. Hoofdstuk 2 beschrijft de aanleiding en regionale context.

Hoofdstuk 3 gaat in op de projecten en specifieke beleidsmatige en financieeljuridische kaders die voor deze regio van toepassing zijn op de gebiedsinvesteringen. Hoofdstuk 4 behandelt de wijze waarop de regio uitvoering geeft aan de gebiedsinvesteringen. Hoofdstuk 5 bevat de financiële onderbouwing van de beoogde investeringen. 1

Programma Noordzee 2022 – 2027 | Rapport | Rijksoverheid.nl

2

2. Aanleiding en regionale context 2.1 Aanlanding net op zee Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse aanpak voor de energietransitie is de inzet op windenergie op zee. Om extra windenergie op zee mogelijk te maken worden er in het Programma Noordzee 2022-2027 windenergiegebieden aangewezen waarin ruimte is voor 10,7 GW extra windenergie tot en met 2030. Een goede inpassing van de stroomaansluiting op land is daarbij essentieel. Nederwiek 3 is een van de vijf aanlandlocaties in Nederland. Op de routekaart windenergie op zee (zie figuur 1) is te zien waar de vijf aanlandlocaties zich bevinden. Deze nieuwe energiehoofdstructuur legt de basis voor verduurzaming van onze industrie, de productie van groene brandstoffen en de ontwikkeling van een circulaire economie. Figuur 1. Routekaart Windenergie

De gekozen locatie voor een converterstation is de locatie aan de Standhazensedijk te Geertruidenberg. Andere locaties nabij het hoogspanningsstation in Geertruidenberg zijn niet (tijdig) beschikbaar (Amercentrale), hebben een grotere impact op geluid (Amercentrale en Heulweg), natuur (de Hillen) of landschap (Amertak West). Specifiek voor de locatie Heulweg geldt dat er een kritische waterbergingsopgave is en het terrein bovendien in de gemeentelijke omgevingsvisie aangewezen is voor uitplaatsing van bedrijven. De locatie Standhazensedijk kan tijdig worden gerealiseerd en heeft relatief beperkte effecten op de leefomgeving tijdens zowel de aanleg- als gebruiksfase. Locaties in en rondom Moerdijk zijn geen realistische optie om Net op zee Nederwiek 3 aan te sluiten, doordat het hoogspanningsstation Moerdijk niet op tijd gerealiseerd zal zijn om Net op zee Nederwiek 3 in 2031 aan te sluiten.

Figuur 2. Locatie converterstation

3

2.2 Bredere opgave energie infrastructuur De regio speelt nu en in de toekomst een belangrijke rol in de (inter)nationale en regionale energieen grondstoffentransitie. Het verduurzamen van de zware- en chemische industrie in het gebied (o.a. Shell) levert een cruciale bijdrage aan de nationale klimaatopgave en brengt een enorme extra vraag naar elektriciteit met zich mee, waardoor het gebied een logische plek is voor aanlanding van wind uit zee. Vanwege de aanwezigheid van een groot chemisch cluster (Moerdijk) en energiecluster (Amercentrale Geertruidenberg) is de regio aantrekkelijk voor investeringen in energie-infrastructuur; het is immers efficiënt om vraag en aanbod van energie dicht bij elkaar te organiseren. Door de aanwezigheid van grootschalige clusters en de bijbehorende infrastructuur, zoals de hoogspanningsstations en hoogspanningsverbindingen, is het gebied een geografisch logische regio om vervolginvesteringen te doen op het gebied van energie en energie-gerelateerde ontwikkelingen. Investeringen in de energie-infrastructuur maken op haar beurt het gebied weer aantrekkelijk voor economische functies met een grote energiebehoefte.

Gezien de ligging en kenmerken van het gebied – multimodaal ontsloten via water, weg, spoor en buis, de hoge milieucategorie en de typologie van industrie (chemie, circulair, logistiek en energie) – zal het gebied een belangrijke rol vervullen in de nationale transitieopgave naar een circulaire economie. Hierdoor neemt de druk op de ruimte toe maar ook de druk op de leefbaarheid en brede welvaart. Dit speelt niet alleen op de aanlandlocaties, maar ook in de gebieden waar de infrastructuur doorheen loopt. Bijvoorbeeld in de gemeente Drimmelen waar de aan te leggen ondergrondse kabels en bovengrondse infrastructuur voor een 380 kV hoogspanningsleiding economische beperkingen oplegt aan (agrarische) ondernemers en tot doorsnijding leidt van het open landschap rond de Biesbosch. Door de veelheid aan plannen ontstaat een disbalans tussen de regio als economische- & energiehub, de bruikbaarheid van het buitengebied voor agrariërs en de leefbaarheid van het gebied voor inwoners. Momenteel lopen in de regio meerdere RCR-projecten (Rijkscoördinatieregeling) ten behoeve van de versterking van de nationale energie-infrastructuur.

Het gaat naast NoZ - Nederwiek 3 onder andere om: • Realisatie van het 380/150 KV station in Moerdijk; • Delta Rhine Corridor West; • 380 kV Geertruidenberg – Krimpen aan den IJssel/Crayestein • 380 KV Tilburg – Rilland; • Het waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland. Daarnaast vervult het gebied regionaal een sleutelrol in de warmtetransitie. Er wordt gewerkt aan een regionaal warmtenet waarbij de industrie van Moerdijk wordt gekoppeld aan het bestaande Amernet in Geertruidenberg. Voor de continue voeding van dit warmtenet wordt ook geothermie voorzien met meerdere boorlocaties. In het nationale Programma Energie Hoofdstructuur wordt aanvullende rijks-energie-infrastructuur in dit gebied voorzien. Het gaat om (1) extra aanlandingen wind uit zee , (2) elektrolysers en (3) batterijopslag. 2.3 Druk op de regio Het gebied Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout kent al jaren een kwetsbare balans tussen leefbaarheid, natuur en economie. De huidige opgaven vanuit energietransitie, grondstoffentransitie, landbouwtransitie, goederenvervoer, verstedelijking, behoud van leefbaarheid en brede welvaart brengen grote druk op fysieke ruimte en milieuruimte.

4

Dat de druk op de leefbaarheid groot is, blijkt ook uit de afgelopen jaren. Bijgaand enkele voorbeelden uit de regio: • Participatie Ontwerp-omgevingsvisie Moerdijk: deze visie leidt tot grote zorgen vanuit het dorp Moerdijk over leefbaarheid. • Discussie toename geluidsoverlast in kern Geertruidenberg. • Drimmelen is doorvoergebied van alle landelijke energietrajecten, inwoners ervaren veel lasten, maar weinig tot geen lusten. • Inwoners van de gemeente Oosterhout en milieuverenigingen maken zich zorgen over de leefkwaliteit en natuur. 2.4 Impact van de aanlanding Wanneer een converterstation geplaatst wordt binnen een gemeente betekent dit mogelijk: • Geluidsoverlast (ondanks afstandsnormen die aangehouden moeten worden) • Grote aantasting van het landschap vanwege de omvang • Ruimtelijke impact: o Een omvangrijk gebied (5,5 hectare) dat niet voor andere functies gebruikt kan worden. o Beperkingen t.a.v. andere functies voor de directe omgeving en het gebied. o Extra drukte in de onder- en bovengrond t.o.v. overige energieprojecten. o Aanwezigheid van converterstation roept ook vervolginvesteringen en ruimteclaims op zoals bv elektrolysers of batterijopslag.

Figuur 3. Overzicht van de > 40 projecten in het gebied die ruimte vragen, bron: Ontwerptafel Powerport

We beogen een leefbaar toekomstperspectief voor gemeenten, inwoners en ondernemers en tegelijkertijd willen we nationale en regionale energie-infrastructuur zo spoedig mogelijk realiseren. Er wordt gewerkt aan enerzijds het versterken van de energie-infrastructuur en de economische uitgangspositie (circulaire economie) en anderzijds aan bereikbaarheid, gezondheid, milieu, sociale cohesie en veiligheid. Bij de beschrijving van de beoogde investeringsprojecten (hoofdstuk 3) wordt ingegaan op de wijze waarop deze projecten bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in het gebied.

5

3 Regionale aanpak 3.1 Regionale beleidskaders Ten aanzien van verstedelijking zijn reeds afspraken gemaakt tussen rijk, provincie Noord-Brabant en de stedelijke regio’s. Zo zijn er integrale ontwikkelprincipes voor verstedelijking vastgesteld, die sturend zijn voor de ontwikkelingen op het gebied van bodem, water, landschap, wonen, economie en mobiliteit. De kern van deze verstedelijkingsafspraken kan als volgt worden samengevat: 1. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking; 2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking; 3. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp; 4. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp; 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie. Bovenstaande ontwikkelprincipes zijn ontleend aan ‘Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040. Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant’ van de Stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant (oktober 2023). 3.1.1 Koppeling regionaal beleid aan voorwaarden gebiedsinvesteringen De gebiedsinvesteringen zijn gericht op verbetering van de leefkwaliteit nabij aanlandlocaties, welke door de aanlanding onder druk komt te staan.

De bijdrage voor de gebiedsinvesteringen wordt beschikbaar gesteld voor aanlandlocaties van de netaansluitingen die zijn opgenomen in de ‘aanvullende routekaart windenergie op zee 2030’. Ter versterking van de leefkwaliteit worden de bijdragen voor de gebiedsinvesteringen aangewend voor investeringen in één of meerdere van onderstaande thema’s: 1) 2) 3) 4)

Behoud, versterking en verbetering van de natuur. Verbeteren van de fysieke leefomgeving. Versterking van de regionale economie. Versnellen en toepassen van de duurzame energietransitie.

Bovengenoemde thema’s sluiten naadloos aan bij de leidende principes vanuit de verstedelijking, het Ruimtelijk Voorstel en de brede welvaartsaanpak van de ontwerptafel Powerport (maatschappelijke lusten en lasten per gebied in relatie tot bv. de energie infrastructuur). 3.2 Thema’s regionale projecten De projecten onder de gebiedsinvesteringen dragen op hun beurt allemaal bij aan de hierboven beschreven thema’s. Hieronder wordt er per thema beschreven hoe de diverse projecten hieraan bijdragen. 3.2.1 Behoud, versterking en verbetering van de natuur Binnen het regioplan is het behoud en de versterking van de natuur een belangrijk uitgangspunt, maar de manier waarop hieraan wordt gewerkt verschilt per project. In veel gevallen wordt ingezet op het vergroten van biodiversiteit, het herstellen van natuurlijke structuren en het versterken van groene verbindingen, bijvoorbeeld door het toevoegen van groen in dorpskernen of het herstellen van stadswallen. Ook het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit komt in verschillende projecten terug, wat niet alleen de natuur, maar ook de leefomgeving van inwoners en agrariërs ten goede komt. In sommige projecten wordt gezocht naar een balans tussen landbouw, natuur en recreatie, waarbij maatregelen worden genomen die bijdragen aan een robuust en toekomstbestendig landschap.

Het betrekken van lokale partijen, waaronder natuurorganisaties, en het organiseren van participatietrajecten helpt om kennis en ervaring uit de omgeving te benutten. Het resultaat is dat in 6

veel projecten wordt gewerkt aan een netwerk van groene zones, waarin ruimte is voor flora en fauna, maar ook voor ontspanning en ontmoeting. Het is belangrijk te benadrukken dat de mate waarin deze natuurdoelen centraal staan en de gekozen aanpak per project kunnen verschillen, afhankelijk van de lokale situatie en behoeften. 3.2.2 Verbeteren van de fysieke leefomgeving Het verbeteren van de fysieke leefomgeving is een rode draad in het regioplan. In veel projecten wordt gewerkt aan de herinrichting van dorpsharten, het opknappen van winkelcentra of het realiseren van nieuwe maatschappelijke voorzieningen zoals dorpshuizen, sporthallen en scholen. Door investeringen in de openbare ruimte wordt de toegankelijkheid, veiligheid en aantrekkelijkheid van dorpen en wijken vergroot. Dit kan zich uiten in verkeerscirculatieplannen, vergroening van pleinen en straten, of het creëren van veilige fiets- en wandelroutes. Ook klimaatadaptatie, zoals waterdoorlatende bestrating en het planten van bomen, komt in meerdere projecten aan bod. De fysieke verbeteringen dragen bij aan woontevredenheid, stimuleren ontmoeting en beweging, en zorgen ervoor dat voorzieningen beter aansluiten bij de behoeften van verschillende doelgroepen. De mate waarin en de manier waarop deze aspecten worden opgepakt, verschilt echter per project en is afhankelijk van de lokale context en prioriteiten.

3.2.3 Versterking van de regionale economie De projecten binnen het regioplan leveren op uiteenlopende manieren een bijdrage aan de regionale economie. In sommige gevallen gebeurt dit door te investeren in de vernieuwing en uitbreiding van winkelcentra, het creëren van extra detailhandelsruimte of het ondersteunen van lokale ondernemers. Ook de bouw van nieuwe woningen kan bijdragen aan een grotere vraag naar lokale voorzieningen en diensten. In agrarische gebieden ligt de nadruk op innovatie en samenwerking. Door het opzetten van netwerken en het delen van kennis tussen ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden, wordt de regio aantrekkelijker voor bedrijven en wordt ingespeeld op nieuwe economische kansen, bijvoorbeeld op het gebied van circulaire economie en duurzame energie. De gekozen aanpak en het beoogde effect zijn steeds afgestemd op de specifieke situatie en behoeften van het betreffende gebied. 3.2.4 Versnellen en toepassen van de duurzame energietransitie De energietransitie is een belangrijk thema binnen het regioplan, maar de wijze waarop hieraan wordt gewerkt verschilt per project. In veel projecten wordt bij nieuwbouw en renovatie van maatschappelijke voorzieningen, woningen en bedrijventerreinen nadrukkelijk ingezet op duurzaamheid en energiezuinigheid.

Gebouwen worden gebouwd of aangepast volgens hoge energetische normen, waarbij circulair en natuur-inclusief bouwen het uitgangspunt kan zijn. In sommige projecten wordt aansluiting gezocht bij warmtenetten of worden maatregelen genomen om het energieverbruik te verlagen en de CO₂-uitstoot te verminderen. Ook in de landbouwsector zijn er projecten die zich richten op verduurzaming, bijvoorbeeld door het stimuleren van klimaat-adaptieve maatregelen en het sluiten van kringlopen. Door het betrekken van inwoners, ondernemers en andere stakeholders bij de energietransitie, ontstaat er draagvlak en worden innovatieve oplossingen sneller toegepast. De gezamenlijke inzet op duurzaamheid zorgt ervoor dat de regio voorbereid is op de toekomst en bijdraagt aan de nationale en internationale klimaatdoelstellingen.

7

3.3 Overzicht projecten per gemeente Thema

Oosterhout

1| Behoud & versterken natuur

2| Verbeteren fysieke leefomgeving

• •

Verbreding fietspad langs het Kromgat Arkendonk en omgeving

Gemeentelijke Projecten Geertruidenberg Drimmelen • Dorpsvisie Wagenberg • Gebiedsontwikkeling • Blauw/groene gemeente Parkzicht van de toekomst • Rondje Markt, Spoorpark - Klimaat-adaptieve en de Kleine Biesbosch landbouw - Gat van den Ham • Dorpshart en Dorpshuis Lage Zwaluwe • Gebiedsontwikkeling Dongemondcollege Made • Gebiedsontwikkeling • Dorpsvisie Wagenberg Parkzicht • Blauw/groene gemeente • Rondje Markt, Spoorpark van de toekomst en de Kleine Biesbosch - Klimaat-adaptieve landbouw - Gat van den Ham

Moerdijk

Nieuwbouw De Niervaert Klundert

•

• Gebiedsontwikkeling Rondje Markt, Spoorpark en de Kleine Biesbosch

3| Versterken regionale economie

• 4| Versnellen energietransitie

•

Verbreding fietspad langs het Kromgat Arkendonk en omgeving

• Gebiedsontwikkeling Parkzicht • Rondje Markt, Spoorpark en de Kleine Biesbosch

Dorpshart en Dorpshuis Lage Zwaluwe • Gebiedsontwikkeling Dongemondcollege Made • Blauw/groene gemeente van de toekomst - Klimaat-adaptieve landbouw - Gat van den Ham • Dorpshart en Dorpshuis Lage Zwaluwe • Gebiedsontwikkeling Dongemondcollege Made • Dorpsvisie Wagenborg

Nieuwbouw De Niervaert Klundert

3.4 Doelgroepen De projecten binnen het regioplan richten zich op een breed scala aan doelgroepen, die samen de begunstigden vormen van de investeringen en ontwikkelingen. In de kern zijn dit: • Inwoners van de regio: zowel jong als oud profiteren van verbeteringen in de leefomgeving, zoals nieuwe of vernieuwde dorpsharten, sport- en ontmoetingsvoorzieningen, en vergroening van de openbare ruimte. • Lokale verenigingen en maatschappelijke organisaties: zij krijgen toegang tot betere faciliteiten voor sport, cultuur, ontmoeting en ondersteuning. Dit versterkt het sociale weefsel en de samenhang binnen dorpen en wijken. • Ondernemers en het lokale bedrijfsleven: door investeringen in winkelcentra, de agrarische sector bedrijventerreinen en detailhandel wordt de economische vitaliteit van de regio gestimuleerd. • Bezoekers en recreanten: door het verbeteren van recreatieve routes, vergroening en het versterken van de historische en culturele identiteit van gebieden, worden ook bezoekers en toeristen bediend. • Specifieke groepen zoals leerlingen, ouders en leerkrachten: bij onderwijsprojecten zijn deze groepen direct betrokken en profiteren zij van vernieuwde huisvesting en onderwijsfaciliteiten.

• Kwetsbare groepen: in sommige projecten is er extra aandacht voor toegankelijkheid, veiligheid en inclusiviteit, zodat ook mensen met een beperking of ouderen zelfstandig gebruik kunnen maken van de voorzieningen.

8

De projecten zijn zo opgezet dat ze bijdragen aan een inclusieve samenleving, waarin verschillende groepen samenkomen en profiteren van een verbeterde leefomgeving, versterkte economie en duurzame voorzieningen. De diversiteit aan doelgroepen vraagt om maatwerk in de uitvoering en communicatie, zodat iedereen zich betrokken en gehoord voelt. 3.4.1 Participatie doelgroepen Participatie vormt een rode draad in de totstandkoming en uitvoering van de projecten. De gemeenten kiezen nadrukkelijk voor een aanpak waarin belanghebbenden en doelgroepen actief worden betrokken. Dit gebeurt op verschillende manieren, afhankelijk van het project: • Co-creatie en intensieve participatieprocessen: veel projecten starten met een participatietraject waarin inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden samen de visie en plannen vormgeven. Dit gebeurt via keukentafelgesprekken, inloopavonden, klankbordgroepen, digitale enquêtes en groepsgesprekken. • Formele inspraak en besluitvorming: de uitkomsten van participatietrajecten worden vaak voorgelegd aan de gemeenteraad, die op basis hiervan besluiten neemt. Zo wordt geborgd dat de stem van de gemeenschap daadwerkelijk invloed heeft op de uiteindelijke keuzes.

• Specifieke betrokkenheid van doelgroepen: afhankelijk van het project worden specifieke groepen, zoals jongeren, ouderen, agrariërs of ondernemers, gericht benaderd en betrokken. Bijvoorbeeld via dorpsraden en gebruikersgroepen bij dorpshuis- en sportvoorzieningen. • Transparante communicatie: gedurende het hele proces wordt veel aandacht besteed aan heldere en transparante communicatie. Dit gebeurt via nieuwsbrieven, websites, fysieke informatieborden en bijeenkomsten. Ook wordt zichtbaar gemaakt dat projecten mede mogelijk worden gemaakt door externe financiering, zoals EU-middelen. Deze participatieve aanpak zorgt voor breed draagvlak, vergroot de betrokkenheid en leidt tot plannen die beter aansluiten bij de lokale behoeften en kansen. Door participatie structureel te verankeren, worden projecten niet alleen ‘voor’ maar vooral ‘met’ de gemeenschap gerealiseerd. 3.5 Ambtelijke en bestuurlijke afstemming Over de projectenlijst is zowel binnen de gemeenten als tussen gemeenten onderling goed en frequent overleg gevoerd. 3.6 Communicatie en zichtbaarheid Via het ministerie van Klimaat en Groene Groei blijft de provincie Noord-Brabant op de hoogte van de ontwikkelingen en eisen voor communicatie en zichtbaarheid middels periodiek contact en terugkerend overleg. De provincie Noord-Brabant stemt de communicatie af met de betrokken gemeenten.

Via Energiewerkplaats Brabant houdt de provincie de gemeenten op de hoogte van de richtlijnen rondom de gebiedsinvesteringen (openbare werkgroep Communicatie). Iedere gemeente heeft per project een communicatieplan. De verantwoording van de naleving van communicatie- en zichtbaarheidseisen zijn geborgd in nauw overleg met de regiokassier, zodat deze gekoppeld zijn aan de financiële verantwoording. De Europese Unie krijgt de rechten van de communicatie-uitingen van alle projecten die beschreven staan in dit communicatieplan.

9

4 Governance en begroting 4.1. Introductie Voor de allocatie van de middelen en de bestuurlijke rolverdeling tussen Provincie Noord-Brabant (PNB) en de vier gemeenten is geopteerd voor een model waarbij PNB de HVP-middelen aan de gemeenten beschikbaar stelt op basis van een zogenaamde bijdrageregeling. PNB fungeert daarbij als kassier die de HVP-gelden via de SPUK ontvangt van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). Via een bijdrageregeling worden deze middelen aan de vier gemeenten verstrekt – uiteraard onder de HVP-voorwaarden. Afbeelding 5 geeft op hoofdlijnen inzicht. 4.2. Bijdrageregeling Provinciale Staten zullen een bijdrageregeling vaststellen waarmee het college van Gedeputeerde Staten (GS) beschikt over een kader om de HVP-gelden aan de gemeenten, als medeoverheden, beschikbaar te stellen. Gedeputeerde Staten hebben het volgende vastgesteld: bepalingen van de bijdrageregeling op die onder meer betrekking hebben op de activiteiten die in aanmerking komen, de vereisten voor een bijdrage en bijdrageaanvraag, het bijdrageplafond, de hoogte van de bijdrage, de verdeelcriteria, de wijze van verstrekken van een bijdrage, verantwoordingsvereisten en de evaluatie van een bijdrageregeling.

De bijdrageregeling is gekoppeld aan de administratieve overeenkomst en bestaat uit vier deelprogramma’s voor de verschillende gemeenten. De bijdrageregeling wordt opgesteld conform de vereisten die het HVP aan te financieren projecten stelt en stelt zo min mogelijk additionele voorwaarden. PNB zal aan ieder van de deelprogramma’s een bijdrage toezeggen. Aan gemeenten kan vervolgens een bijdrage worden verleend wanneer het project is opgenomen in de projectenlijst van een deelprogramma.

Figuur 4. Bijdrage regeling

10

4.3. Governance Bij de governance – in feite de opzet van het management van deze constructie – zijn PNB en de vier individuele gemeenten betrokken.

Figuur 5. Governance

3.4.1. Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant (GS resp. Provinciale Staten) zal fungeren als Regiokassier. De functie van Regiokassier wordt grotendeels belegd bij het provinciale subsidiebureau. De Regiokassier draagt er zorg voor dat de SPUK uitsluitend aan uitvoeringsactiviteiten wordt besteed, zoals deze zijn uitgewerkt in de administratieve overeenkomst. PNB dient zich financieel te verantwoorden jegens KGG over de besteding van de SPUK conform artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. Deze verantwoording verloopt via de Sisa-systematiek (Single information, single audit), een bijlage bij de jaarrekening van PNB2. De accountantsverklaring van de provinciale jaarrekening heeft daarom tevens betrekking op de SPUK. De regiokassier is verantwoordelijk voor het voldoen aan alle eisen van artikel 22 van de HVPverordening en ook voor het doorzetten van de verantwoordingsvereisten aan de betrokken gemeenten. In de Handleiding 5.03 worden de vereisten kort benoemd.

Naast deze verantwoording van de inzet van middelen heeft de Regiokassier tot taak: • De projectkosten uit te splitsten in Btw-plichtige en niet Btw-plichtige kosten op basis waarvan de storting in het Btw-compensatiefonds kon worden berekend; • De Btw-plichtige en de niet Btw-plichtige kosten te monitoren; • Uitvoeren van de bewaarinstructies; • Toewijzen van middelen aan gemeenten via een bijdrageregeling op basis van de verdeelsleutel; • Eindverantwoording van de structuur van fondsen, bedrijven, stichtingen, private en overheidsbegunstigden; • Fungeren als eerste aanspreekpunt tussen Rijk en Regio.

Om als PNB verantwoording conform de Sisa systematiek af te leggen, is het noodzakelijk dat ook de gemeenten hun verantwoording via Sisa delen met PNB 3 Handleiding 5.0. Verantwoording Gebiedsinvesteringen Netten op Zee onder het Herstel- en Veerkrachtplan, Projectteam Gebiedsinvesteringen ‘Netten op Zee’ (25-4-2025) 2

11

Binnen de gestelde criteria zullen Gedeputeerde Staten een bijdrage verlenen en op aanvraag4 vaststellen aan een gemeente. Naast de rol van regiokassier zal PNB tevens het Programmamanagement waarnemen om gemeenten zoveel mogelijk te ontzorgen. Bij het programmamanagement staan de door PNB doorgelegde SPUK en HVP vereisten centraal. Als regiokassier heeft de Provincie Noord Brabant een programmabureau opgezet. Het programmabureau dient als eerste aanspreekpunt voor zowel het Rijk als de gemeenten. Tevens is zij verantwoordelijk voor de diverse verantwoordingen die gedaan moeten worden richting het Rijk en de EU. Daarnaast bewaakt het programmabureau de voortgang (inhoudelijk en financieel) en zorgt het voor een goede afstemming tussen de betrokken partijen. Op die manier draagt het programmabureau bij aan een samenhangende en doelgerichte uitvoering van de regionale opgaven. 4.4 Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten met betrekking tot de regiokassiersfunctie en het programmamanagement zoals beschreven in paragraaf 4.3 worden afgedekt vanuit het beschikbare investeringsbudget. In de brief ‘Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee’ (EZK, 2023) is opgenomen dat “de omvang van deze uitvoeringskosten maximaal 10% van de totale kosten mag bedragen.” De uitvoeringskosten bestaan uit de volgende onderdelen: • • • •

Programmamanagement zoals omschreven in paragraaf 3.4 Deskundige ondersteuning (financiële bewaking en ondersteuning, juridische advisering en ondersteuning en communicatieadvies en ondersteuning); Externe deskundige ondersteuning inclusief staatssteun advies, accountant etc; Overige kosten (inhuur overige expertise etc.);

De totaal raming van deze kosten is € 2 miljoen exclusief de kosten voor projectmanagement op het niveau van de individuele gemeenten. Gemeenten kunnen projectmanagementkosten opvoeren als onderdeel van hun projectaanvraag. De provincie stemt met het ministerie van EZK en de gemeenten af over de precieze invulling van taken, begroting en capaciteitsinzet en zorgt hierbij voor een transparante verantwoording en jaarlijks overzicht. We gaan uit van de volgende begroting: Onderdeel

Begroting (8 jaar)

Coördinerend Programmamanager gemeenten (gemiddeld 0,4 fte)

€ 728.000 (648 uur * 140 * 8 jaar)

Coördinerend Financieel adviseur (gemiddeld 0,4 fte)

€ 648.000 (648 uur * 125 * 8 jaar)

Ondersteuning (gemiddeld 0,1 fte)

€ 120.000 (300 uur * 50 * 8 jaar)

Externe deskundigheid

€ 304.000

Kassiersrol Provincie Noord Brabant

€ 200.000

Managementkosten gemeenten

Vanuit projectbegroting

Totaal

€ 2.000.000

Dit bedrag is een maximumbedrag dat beschikbaar is voor de uitvoeringskosten. Indien de kosten voor de uitvoering lager uitvallen, dan valt het resterende geld vrij om in te zetten op projecten van gemeenten. De spelregels die hiervoor van toepassing zijn worden in overleg met de provincie binnen de regio uitgewerkt. De looptijd van de uitvoeringskosten loopt van 1 februari 2020 tot 2034.

4

Door het betrokken gemeentebestuur te accorderen

12

5. Financiën 5.1 Verdeling van middelen tussen de gemeenten De gemeenten zijn onderling tot afspraken gekomen over een verdeelsleutel. Er is een bedrag van €50 M beschikbaar. Voor programmamanagement wordt € 2 M begroot (4%). De € 48 M wordt als volgt verdeeld: • • • •

Moerdijk: 11,7 M Drimmelen: 11,7 M Geertruidenberg: 20,3 M Oosterhout: 4,3 M

De keuze voor een hogere bijdrage aan Geertruidenberg komt voort uit eerdere keuzes. Voorheen was er 8,6 M begroot voor een gezamenlijk luik tussen Geertruidenberg, Drimmelen en Moerdijk voor de Powerport opgaven. Na bekendmaking van de plaatsing van het converterstation in de gemeente Geertruidenberg, is ervoor gekozen om de middelen aan deze gemeente toe te wijzen. Het besluit hiervoor is genomen op 15 oktober 2025 in het Portefeuillehouders Powerportgemeenten aanlanding Nederwiek 3.

13

5.2 Begroting PROGRAMMA’S/PROJECTEN/ACTIVITEITEN

Investeringen per project gemeenten Oosterhout: project Arkendonk en Omgeving Oosterhout: project met regionale impact: Verbreding fietspad Geertruidenberg: gebiedsontwikkeling Rondje Markt, Spoorpark en de Kleine Biesbosch Geertruidenberg: gebiedsontwikkeling Parkzicht Drimmelen: klimaatadaptatie / Gat van den Ham Drimmelen: dorpshart lage Zwaluwe Drimmelen: dorpsvisie Wagenberg Drimmelen: Dongemond college Moerdijk: nieuwbouw De Niervaert te Klundert Totaal gemeenten Oosterhout Geertruidenberg Drimmelen Moerdijk Totaal Provincie Noord Brabant Coördinerend Programmamanager gemeenten Coördinerend Financieel adviseur Ondersteuning Externe deskundigheid Kassiersrol Provincie Noord Brabant TOTALE KOSTEN INC. BTW

DEKKING uit Gebiedsinvstering Net op Zee, Nederwiek 3 (incl BTW) € 4.000.000 € 300.000 € 4.300.000 € 16.000.000 € 2.400.000 € 3.400.000 € 1.200.000 € 4.700.000 € 11.700.000 € 4.300.000 € 20.300.000 € 11.700.000 € 11.700.000 € 728.000 € 648.000 € 120.000 € 304.000 € 200.000 € 50.000.000

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=2acc76d4-cf21-4bc9-802b-8536944e0bff