Reactienota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zonder persoonsgegevens
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Bestemmingsplan bedrijventerrein de Pontonnier
Inhoud Reactienota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ...............................................................................1 Bestemmingsplan bedrijventerrein de Pontonnier...................................................................................1 Inleiding................................................................................................................................................3 Zienswijze(n)...................................................................................................................................4 Zienswijze 1 ....................................................................................................................................4 Zienswijze 2 ....................................................................................................................................5 Zienswijze 3 ....................................................................................................................................8 Conclusie ingediende zienswijzen .............................................................................................10 Ambtshalve wijzigingen...............................................................................................................11
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein de Pontonnier’ met kenmerk NL.IMRO.0779.BPBTDePontonniereo-on01 vormt een nieuw planologisch kader voor bedrijventerrein de Pontonnier in Raamsdonksveer. De huidige geluidszone voor industrielawaai blijkt bij nader inzien in 2002 niet op de juiste manier te zijn bepaald, waardoor deze niet aansluit bij het feitelijke en vergunde gebruik op het bedrijventerrein. Ook zijn op dit bedrijventerrein zijn enkele bedrijven gevestigd die door de jaren heen met betrekking tot de geluidscontouren uit hun vergunde situatie zijn gegroeid. Dit bestemmingsplan heeft dan ook een conserverend karakter en zal de huidige ontstane situatie planologisch weer mogelijk maken. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 20 oktober 2022 tot en met woensdag 30 november 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder schrijftelijk of mondeling een zienswijze indienen op het besluit. De ontwerpstukken lagen fysiek ter inzage op het gemeentehuis en waren digitaal beschikbaar op de verplichte landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. In de periode van 20 oktober 2022 tot en met 30 november 2022 zijn er drie zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ondertekend door minstens één indiener. Dit maakt de zienswijzen ontvankelijk.
In onderhavige nota zijn de zienswijzen samengevat en is de beantwoording van het gemeentebestuur weergegeven. Vervolgens is aangegeven of deze reactie leidt tot aanpassing in het bestemmingsplan. Naast eventuele wijzigingen als gevolg van de ingediende zienswijzen, is er ook sprake van de zogenoemde ambtshalve wijzigingen. Deze wijzigingen zijn onder het kopje ‘Ambtshalve wijzigingen’ weergegeven.
Zienswijze(n) Zienswijze 1 Rijkswaterstaat Globale locatie: gemeente Geertruidenberg Ingediend op: 15 november 2022 Samenvatting De indiener is van mening dat in het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan ‘De Pontonnier’ de toetsing aan het ‘Tracebesluit A27 Houten – Hooipolder’ (vastgesteld op 20-12-2018) en de wettelijke vertaling in het lokale bestemmingsplan ‘BP A27 – Geertruidenberg’ (vastgesteld op 30-06-2022) ontbreken. Daarnaast vraagt de indiener zich af of de verbeelding juist geplaatst is aangezien in de toelichting is nagelaten aan het Tracébesluit en vigerende bestemmingsplan BP A27 – Geertruidenberg te toetsen. Zij verzoeken dan ook alvorens het bestemmingsplan ‘De Pontonnier’ vastgesteld wordt zowel de toelichting en de verbeelding in overeenstemming te brengen met het Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder en het bestemmingsplan ‘BP A27 – Geertruidenberg’. Beantwoording Het klopt dat de toetsing aan het Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder en het bestemmingsplan BP A27 – Geertruidenberg ontbreekt. Dit komt doordat de doorlooptijd van het bestemmingsplan bedrijventerrein de Pontonnier al enkele jaren in beslag neemt. In paragraaf 1.2 en 1.3 is de verwijzing naar het Tracébesluit en het bestemmingsplan BP A27 – Geertruidenberg opgenomen. Voor de verbeelding geldt het volgende.
De gronden die onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan 'BP A27 - Geertruidenberg', waarin het tracébesluit A27 Houten – Hooipolder voor het grondgebied van de gemeente Geertruidenberg is geregeld, geen onderdeel zijn van het onderhavige bestemmingsplan. Vanuit het bestemmingsplan voor de A27, geldt alleen voor een deel van het plangebied een geluidzone voor het industrieterrein de Pontonnier. Deze geluidzone is eveneens onderdeel van het onderhavige plan. Deelconclusie Er wordt gedeeltelijk gehoor gegeven aan de zienswijze. Zo wordt namelijk de toelichting aangepast zoals aangegeven in de beantwoording van de zienswijze. De verbeelding wordt niet aangepast, hetgeen de indiener aandraagt is gecontroleerd en de verbeelding is correct.
Zienswijze 2 Globale locatie: gemeente Geertruidenberg Ingediend op: 18 november 2022 Samenvatting De indiener is van mening dat in het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein de Pontonnier’ enkele zaken niet juist zijn. Zo wordt in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven dat het nieuwe bestemmingsplan voorziet in het vastleggen van de geluidszone van het bedrijventerrein. Los van de gewijzigde geluidszone heeft het bestemmingsplan een conserverend karakter. Dit houdt in dat de bestaande planologische rechten inhoudelijk één-op-één zijn overgenomen. De indiener is van mening dat in tegenstelling tot de bovenstaande bewering in de toelichting de bestaande planologische rechten niet één-op-eén zijn overgenomen en op sommige punten zelfs een uitbreiding ontstaat. Het gaat hierbij minimaal om de volgende onderdelen: 1. Het vergroten van de (gezamenlijke) oeverlengte van de scheepshelling van 150 naar 250 meter; 2. Een scheepshelling is op basis van het vigerende bestemmingsplan alleen toegestaan direct grenzend aan de bestemming ‘Bedrijventerrein - Watergebonden’. In het nieuwe bestemmingsplan is deze mogelijk uitgebreid en toegestaan langs de volledige bestemming ‘Water - Vaarweg. Er is geen enkele aanleiding om deze uitbreiding in het bestemmingsplan op te nemen.
De indiener verzoekt het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat een en ander overeenkomt met het vigerende beleid. Indien de uitbreiding toch opgenomen wordt dan wordt er verzocht in de toelichting te onderbouwen dat deze uitbreiding ruimtelijk inpasbaar is. Aanvullend wordt verzocht dat wordt voldaan aan de ladder van duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Bro. Overig Volledigheidshalve wil de indiener hierbij opmerken dat het ze bevreemd dat er geen enkele aandacht is besteed aan stikstofdepositie in relatie tot de uitbreiding van de toegestane functies. De locatie is immers op korte afstand van het Natura 2000 gebied ‘Biesbosch’ gelegen. Volgens de indiener dient bij uitbreiding van de functies ook aan dit aspect aandacht te worden besteed. Beantwoording 1. Dat het bestemmingsplan consoliderend van karakter is wil niet zegen dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan mogen plaats vinden. De wijzigingen moeten echter wel van beperkte of ondergeschikte aard zijn. In artikel 11.2.3 onder c is inderdaad opgenomen dat de gezamenlijke oeverlengte aan scheepshellingen 250 meter mag bedragen. Dit is een kleine verruiming ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan waarin deze tot 150 meter was beperkt. De aanpassing wordt ondergeschikt geacht en past daarom prima bij het karakter van het bestemmingsplan.
In het akoestische model dat ten grondslag ligt aan de nieuwe geluidszone is deze grotere oeverlengte ook al meegenomen. Op die manier is dus aangetoond dat de verruiming verantwoord is. Indien bedrijven gebruik willen maken van een grotere oeverlengte zal hier een revisievergunning voor nodig zijn. 2. Scheepshellingen zijn, net als in het vigerende bestemmingsplan, alleen toegestaan direct grenzend aan de bestemming Bedrijf – Geluidgezoneerd. Deze bestemming komt overeen met de bestemming Bedrijf – Watergebonden. De aanduiding ‘specifieke vorm van water – werkstrook’ binnen de bestemming Water – Vaarweg is opgenomen ter vervanging van de aanduiding ‘specifieke vorm van water – ligplaats bedrijfsschepen’ omdat dit beter aansluit bij de feitelijke situatie waarin de schepen er niet alleen liggen, maar er ook daadwerkelijk aan wordt gewerkt. Deze aanduiding is ietwat verruimd in oostelijke richting omdat dit overeenkomst met de feitelijke situatie. Onderstaande figuren laten de verschillen zien tussen de aanduidingen in het vigerende bestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan.
Figuur 1: Huidige situatie BP 2013
Figuur 2: Toekomstige situatie BP 2023
Overig Het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein de Pontonnier e.o. 2022’ betreft een conserverend bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft meermaals overwogen dat in een conserverend bestemmingsplan wel mag worden afgeweken van het voorheen geldende bestemmingsplan voor een ontwikkeling die al is gerealiseerd. Het gaat dan om een ontwikkeling die niet eerder door een vrijstelling of een andere procedure in het bestemmingsplan verwerkt is, en waarvoor dus een wijziging van het plan moet plaatsvinden. De uitbreidingen zijn beperkt en zien hoofdzakelijk op het vastleggen van de bestaande legale situatie. Het bestemmingsplan is met name conserverend van aard. Het bestemmingsplan maakt wel kleine wijzigingen mogelijk , maar deze zijn dusdanig minimaal dat deze niet tot significant negatieve effecten leiden. Het gebied binnen het bestemmingsplan betreft een reeds bestaand terrein. Eventuele veranderingen in de bebouwde situatie of het gebruik, zal zeer gefaseerd plaatsvinden en afhankelijk van de (economische) ontwikkeling van de aanwezige bedrijven. Het betreft geen nieuw bedrijventerrein waarvan de ontwikkeling in korte termijn zal plaatsvinden. Eventuele uitbreiding van bebouwde oppervlak zal altijd ter plaatse van de gronden waar al activiteiten plaatsvinden zijn.
Omdat het bestemmingsplan conserverend van aard blijft, is er geen aanleiding om een stikstofberekening te laten uitvoeren. In tegenstelling tot hetgeen dat wordt gesteld is in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein de Pontonnier e.o. 2022’ onder 5.8.2.2 reeds toegelicht waarom bij onderhavig bestemmingsplan negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten en habitats waarvoor het Natura2000-gebied als zodanig is aangewezen, op voorhand valt uit te sluiten. “5.8.2.2 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een gebied dat onder de Wet natuurbescherming (Wnb) valt. Ten westen van het plangebied ligt wel het Natura2000-gebied 'Biesbosch'. Hoewel de afstand van het voorliggende plangebied tot het Natura2000-gebied betrekkelijk klein is (circa 1 kilometer), heeft het voorliggende plan een conserverend karakter. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Gelet hierop zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten en habitats, waarvoor het Natura2000-gebied als zodanig is aangewezen, op voorhand uit te sluiten. Er is geen sprake van externe werking, zie ook 4.2.2.” Deelconclusie De zienswijzen leiden niet tot aanpassingen aan het bestemmingsplan.
Zienswijze 3 Globale locatie: gemeente Geertruidenberg Ingediend op: 18 november 2022 Samenvatting De indiener is van mening dat in het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein de Pontonnier’ enkele zaken niet juist zijn. Zo wordt in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven dat het nieuwe bestemmingsplan voorziet in het vastleggen van de geluidszone van het bedrijventerrein. Los van de gewijzigde geluidszone heeft het bestemmingsplan een conserverend karakter. Dit houdt in dat de bestaande planologische rechten inhoudelijk één-op-één zijn overgenomen. De indiener is van mening dat in tegenstelling tot de bovenstaande bewering in de toelichting de bestaande planologische rechten niet één-op-eén zijn overgenomen en op sommige punten zelfs een uitbreiding ontstaat. Het gaat hierbij minimaal om de volgende onderdelen: 1. Het vergroten van de (gezamenlijke) oeverlengte van de scheepshelling van 150 naar 250 meter; 2. Een scheepshelling is op basis van het vigerende bestemmingsplan alleen toegestaan direct grenzend aan de bestemming ‘Bedrijventerrein - Watergebonden’. In het nieuwe bestemmingsplan is deze mogelijk uitgebreid en toegestaan langs de volledige bestemming ‘Water - Vaarweg. Er is geen enkele aanleiding om deze uitbreiding in het bestemmingsplan op te nemen.
De indiener verzoekt het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat een en ander overeenkomt met het vigerende beleid. Indien de uitbreiding toch opgenomen wordt dan wordt er verzocht in de toelichting te onderbouwen dat deze uitbreiding ruimtelijk inpasbaar is. Aanvullend wordt verzocht dat wordt voldaan aan de ladder van duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Bro. 3. In het ontwerp bestemmingsplan wordt er ter plaatse van een groot deel van de bestemming ‘Bedrijventerrein – geluidgezoneerd’ een afvalbedrijf toegestaan. Dit is een uitbreiding van de reeds toegestane functies. Graag in de toelichting onderbouwen dat deze uitbreiding van de functies ruimtelijk inpasbaar is. 4. Op de verbeelding staan enkele functieaanduidingen en dubbelbestemmingen niet juist weergegeven: a. ‘Specifieke vorm van water – werkstrook’ is op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein opgenomen. Dit is niet correct, graag deze functieaanduiding nader te verklaren of te verwijderen. b. ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein 1’ waarin de geluidsruimte zou zijn vastgelegd is niet op de verbeelding terug te vinden. Verzocht wordt deze functieaanduiding alsnog op te nemen. c. In de planregels zijn de bestemmingen ‘waarde – archeologie 5’ en ‘waarde – archeologie 6’ opgenomen. Op de verbeelding zijn deze dubbelbestemmingen niet terug te vinden.
Verzocht wordt deze dubbelbestemmingen alsnog op te nemen. Overig Volledigheidshalve wil de indiener hierbij opmerken dat het ze bevreemd dat er geen enkele aandacht is besteed aan stikstofdepositie in relatie tot de uitbreiding van de toegestane functies. De locatie is immers op korte afstand van het Natura 2000 gebied ‘Biesbosch’ gelegen. Volgens de indiener dient bij uitbreiding van de functies ook aan dit aspect aandacht te worden besteed. Beantwoording 1. Zie beantwoording punt 1 zienswijze 2. 2. Zie beantwoording punt 2 zienswijze 2. 3. De activiteiten ten behoeve van een afvalbedrijf (laden, lossen en overslaan van afvalstoffen) zijn in feite al toegestaan alleen is de functieaanduiding nooit als zodanig benoemd. Bij het actualiseren van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Pontonnier is de feitelijke situatie als uitgangspunt genomen. Het vigerende bestemmingsplan staat bedrijfsactiviteiten tot bedrijfscategorie 5.1 toe. De eerder genoemde bedrijfsactiviteiten behoren tot maximaal bedrijfscategorie 4.2 en zijn zodoende al toegestaan. Het bestemmingsplan blijft daardoor conserverend van aard. Onder afvalstoffen worden overigens secundaire grondstoffen ten behoeve van weg en waterbouw verstaan, deze stoffen hebben een nuttige toepassing in de grond, weg en waterbouw.
4. De aangegeven punten zijn terecht. De verbeelding was niet volledig correct en zal aangepast worden zoals de indiener verzoekt. Op figuur 3 is de verbeelding van het ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Pontonnier zichtbaar. Rechts op de verbeelding is bij ‘functieaanduiding’ te lezen dat er een ‘specifieke vorm van water – werkstrook’ op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein ligt. De functieaanduiding klopt hier niet en zal worden veranderd in ‘specifieke vorm van bedrijventerrein 1’. Ook zullen de dubbelbestemmingen ‘waarde – archeologie 5’ en ‘waarde – archeologie 6’ opgenomen worden op de verbeelding en in de toelichting onder paragraaf 5.9.1.2 en in de regels onder artikel 14 en 15.
Figuur 3: Verbeelding ontwerp bestemmingsplan bedrijventerrein de Pontonnier
Overig Zie reactie zienswijze 2 onder overig.
Conclusie ingediende zienswijzen Zienswijze 1 leidt tot aanpassing van de toelichting paragraaf 1.2 en 1.3. Hier is namelijk de verwijzing naar het Tracébesluit Houten – Hooipolder en het bestemmingsplan BP A27 – Geertruidenberg toegevoegd. Zienswijze 3 leidt tot aanpassing van de verbeelding op de volgende punten: a. ‘Specifieke vorm van water – werkstrook’ is op het westelijke gedeelte van het bedrijventerrein opgenomen. De functieaanduiding wordt verwijderd. b. ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein 1’ waarin de geluidsruimte zou zijn vastgelegd is niet op de verbeelding terug te vinden. De functieaanduiding wordt opgenomen op de verbeelding. c. In de planregels zijn de bestemmingen ‘waarde – archeologie 5’ en ‘waarde – archeologie 6’ opgenomen. Op de verbeelding zijn deze dubbelbestemmingen niet terug te vinden. Deze dubbelbestemmingen worden opgenomen op de verbeelding en in de toelichting onder paragraaf 5.9.1.2 en in de regels onder artikel 14 en 15
Ambtshalve wijzigingen Toelichting • In de toelichting onder paragraaf 1.2 en 1.3 wordt het volgende toegevoegd. - Hier is een verwijzing naar het Tracébesluit en het bestemmingsplan BP A27 – Geertruidenberg opgenomen. • Onder paragraaf 5.9.1.2 zijn ‘Waarde – Archeologie 3’ toegevoegd. Regels • In de bestemmingsplanregels onder artikel 23 ‘algemene aanduidingsregels’ is het volgende gewijzigd. - 23.5 overige zone opgehoogd terrein A is gewijzigd in: 23.5 Overige zone - opgehoogde terreinen a. De in deze planregels binnen 'Waarde - Archeologie 6' en 'Waarde - Archeologie 5' vermelde dieptematen worden gemeten vanaf het bestaande maaiveld, tenzij en voor zover sprake is van situering in de op de plankaarten aangeduide opgehoogde terreinen. Bij de gebiedsaanduiding 'overige zone - opgehoogd terreinen' wordt uitgegaan van 100 centimeter grondophoging. De in deze planregels vermelde dieptematen worden gemeten vanaf het originele maaiveld dat het desbetreffende aantal centimeters van de grondophoging beneden het bestaande maaiveld ligt. b. Bij activiteiten die, ook rekening houdend met de voormelde grondophogingen, een verdergaande bodemverstoring inhouden dan die welke volgens de voorschriften is vrijgesteld van archeologisch onderzoek, wordt in overleg met de gemeente bepaald of archeologisch onderzoek nodig is (maatwerk). • Artikel 13 ‘Waarde – Archeologie 3’ is toegevoegd.
Verbeelding • Op de verbeelding is ‘Waarde – Archeologie 3’ toegevoegd.
(
Postbus 10.001 4940 GA Raamsdonksveer Vrijheidstraat 2 4941 DX Raamsdonksveer Telefoon: 14 0162 E-mail: info@geertruidenberg.nl www.geertruidenberg.nl