Reactie op regio-advies project Net op zee Nederwiek 3
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant T.a.v. mr. I.R. Adema en drs. G.H.E. Derks MPA Postbus 90151 25oo MC 's-Hertogenbosch
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ez
Datum Betreft
20 januari 2025 Reactie op regio-advies project Net op zee Nederwiek 3
Behandeld door
Geacht College,
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Op 16 oktober 2024 is van de provincie Noord-Brabant het regio-advies met bijlage over het voorkeursalternatief (VKA) voor het Net op zee Nederwiek 3 ontvangen. Graag wil ik u bedanken voor het regio-advies, dat het resultaat is van een goede en constructieve regionale samenwerking.
Uw kenmerk Bijlage(n) 3
Dankzij alle adviezen en uitgebreide onderzoeken heeft de minister een zorgvuldige integrale afweging kunnen maken bij de keuze van een VKA. Ik wil u bij deze laten weten dat de minister van Klimaat en Groene Groei in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het tracéalternatief door de Binnenwateren (BWA) en converterstationlocatie Standhazensedijk als VKA heeft gekozen. In deze brief zal ik reageren op de aandachtspunten uit het regio-advies, de VKA-keuze toelichten en ingaan op het vervolgproces. Deze brief is verzonden aan de betrokken provincies, gemeenten en waterschappen, met een afschrift aan Rijkswaterstaat. Het regio-advies Per brief van 16 juli 2024 heb ik u verzocht om een regio-advies ten behoeve van de keuze voor een VKA voor het Net op zee Nederwiek 3. Dit betreft een verbinding voor het transport van 2 gigawatt (GW) elektriciteit vanaf het windenergiegebied Nederwiek Noord op zee naar het landelijke hoogspanningsnet. Hiervoor heeft TenneT vanaf de Voordelta vier tracéalternatieven naar Moerdijk en Geertruidenberg onderzocht waarvan drie over land en één door de binnenwateren. Daarnaast zijn vijf converterstationlocaties in de omgeving van Geertruidenberg, Drimmelen en Oosterhout onderzocht alsmede zes converterstationlocaties in de omgeving van Moerdijk.
In deze brief vroeg ik u op basis van de Integrale Effectanalyse (IEA) en het Milieueffectrapport (MER) fase 1 een integraal advies over alle alternatieven en varianten te geven ten behoeve van de keuze van een VKA voor het tracé en een converterstationlocatie. Voor wat betreft de tracékeuze verzocht ik u een eerste en tweede voorkeursroute te benoemen en het liefst een volgorde voor de overige alternatieven. Voor wat betreft de converterstationlocatie verzocht ik u een voorkeurslocatie in de regio Geertruidenberg en een voorkeurslocatie in Moerdijk te benoemen. Pagina 1 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Op 16 oktober 2024 is het regio-advies met bijlage van de provincie NoordBrabant ontvangen. Het regio-advies is uitgebracht namens de provincies ZuidHolland en Noord-Brabant, de gemeenten Voorne aan Zee, Nissewaard, GoereeOverflakkee, Hoeksche Waard, Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout en waterschappen Brabantse Delta en Hollandse Delta. U vraagt in uw advies aandacht voor een aantal aspecten waar ik in deze brief nader op in ga.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Op basis van de lokale en regionale belangen en gelet op de uitkomsten van de IEA en MER fase 1 adviseert de regio te kiezen voor tracé BWA, specifiek variant A en B. Hierbij stelt de regio de nadrukkelijke voorwaarde dat de afspraken uit het Alders-akkoord worden nagekomen. De bevaarbaarheid en diepgang van het Slijkgat moeten gegarandeerd blijven. Het tracé Buisleidingenstrook, specifiek variant A, beschouwt de regio als een reëel alternatief en daarmee als tweede keuze. De overige alternatieven over land zijn voor alle betrokken gemeenten onbespreekbaar. Voor het converterstation adviseert de regio, indien de minister kiest voor Geertruidenberg, met klem te kiezen voor een locatie op het Amerterrein (het RWE-terrein in Geertruidenberg) en indien dit niet mogelijk blijkt, het vaststellen van de aanlandingslocatie uit te stellen totdat het getoetst kan worden aan de uitkomsten van de Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk. Deze ontwerptafel is door provincie Noord-Brabant, de gemeenten Moerdijk, Drimmelen en Geertruidenberg en het Rijk ingericht en werkt aan een integraal ontwikkelperspectief voor de regio. De regio geeft aan dat resultaten van deze ontwerptafel in de eerste helft van 2025 worden verwacht.
De regio geeft aan groot belang te hechten aan de naleving van milieunormen, in het bijzonder de geluidsnormen, bij de uiteindelijke keuze voor de locatie van het converterstation. De regio vindt dat in het MER fase 1 onvoldoende rekening wordt gehouden met de cumulatieve effecten van de verschillende energieprojecten en adviseert maximaal te investeren in maatregelen die geluid en milieu-impact beperken, bovenop de wettelijke vereisten. Dit om ruimte te behouden voor toekomstige ambities en om te zorgen dat de leefbaarheid voor de inwoners voorop blijft staan. Qua proces en tijdsplanning plaatst de regio vraagtekens bij de opgelegde tijdsdruk voor het opstellen van het regio-advies. De regio heeft een voorkeur om de processen voor Net op zee Nederwiek 3, programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee 2031-2040 (VAWOZ) en de Delta Rhine Corridor zo veel mogelijk in samenhang met elkaar te bezien om geen koppelkansen te missen en omdat keuzes voor de ene ontwikkeling gevolgen kunnen hebben voor de keuzes bij een andere ontwikkeling. In de bijlage bij het regio-advies heeft de regio haar zienswijze op de tracés en de uitkomsten uit de IEA en MER fase 1 in relatie tot andere opgaven in de regio’s verder uitgewerkt.
Het Voorkeursalternatief
Pagina 2 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Ons kenmerk
Ik beaam dat het opstellen van het regio-advies voor het VKA onder tijdsdruk DGKE / 96557051 stond. Dit komt doordat Net op zee Nederwiek 3 deel uitmaakt van een pakket om klimaatdoelstellingen te halen en daarvoor in 2031 gereed moet zijn. Om dit mogelijk te maken zou de ruimtelijke procedure in 2027 afgerond moeten zijn opdat TenneT in 2027 kan starten met de bouw. Dat betekent dat de planning voor dit project ambitieus is. Net op zee Nederwiek 3 staat als energieproject niet op zichzelf en kent een nauwe samenhang met andere (rijks)energieprojecten als programma VAWOZ, de Delta Rhine Corridor en andere projecten van TenneT. Om de integraliteit van deze verschillende programma's en projecten te waarborgen vindt er regelmatig onderlinge afstemming plaats. Tijdens de verschillende ambtelijke en bestuurlijke overleggen zijn en worden ontwikkelingen in deze verschillende programma's en projecten op elkaar afgestemd. Hiermee wordt de integrale aanpak tussen energieprojecten bevorderd. Daarnaast is er vanuit Net op zee Nederwiek 3 contact met verschillende overlegtafels, waaronder de Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk.
De ministers hebben op basis van de bevindingen uit MER fase 1, de IEA, het regio-advies, advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage, advies van Rijkswaterstaat en de reacties uit de omgeving gekozen voor tracé BWA vanaf de Voordelta, in combinatie met een converterstationlocatie aan de Standhazensedijk in Geertruidenberg. Bijlage 1 geeft de afbeeldingen hiervan weer. De binnen Net op zee Nederwiek 3 onderzochte kabelroutes blijven, net als de onderzochte converterstationlocaties in Moerdijk, in beeld voor één of twee mogelijke toekomstige aansluitingen van wind op zee. Binnen VAWOZ wordt hierover een besluit genomen in de loop van 2026. Voor converterstationlocaties kijken we na Net op zee Nederwiek 3 niet meer naar de gemeente Geertruidenberg. De notitie “Voorkeursalternatief Net op zee Nederwiek 3” bevat de afwegingen bij en onderbouwing van het gekozen VKA (bijlage 2). Hieronder zal ik de belangrijkste overwegingen uit de notitie Voorkeursalternatief weergeven. In bijlage 3 geef ik een nadere toelichting op de gekozen varianten binnen het VKA en ga ik in op de bijlage bij het regio-advies, het advies van Rijkswaterstaat en het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage over MER fase 1. Voorkeursalternatief kabeltracé Voor het kabeltracé is gekozen voor tracé BWA vanaf de Voordelta.
Dit is een tracé dat via het Haringvliet door het Hollands Diep en de Amer loopt. Eén van de belangrijkste overwegingen om te kiezen voor het tracéalternatief BWA is dat dit tracé het minste effect heeft op de leefomgeving en andere ruimtelijke functies zoals landbouw. Een andere reden om te kiezen voor dit tracéalternatief is dat het ten opzichte van de andere drie onderzochte tracés (die allemaal over land lopen), sneller te realiseren is. Het tracéalternatief BWA is het enige tracé dat naar verwachting tijdige realisatie van het project Nederwiek 3 in 2031 mogelijk maakt. Tot slot is de keuze voor dit tracéalternatief in lijn met de wensen uit de omgeving en het regio-advies en zijn er de laagste kosten mee gemoeid.
Pagina 3 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Het tracé BWA kent uitdagingen met betrekking tot het potentiële effect op de migratie van trekvissen door het elektromagnetisch veld van kabels en met betrekking tot de tijdelijke achteruitgang van de ecologische en chemische waterkwaliteit. Rijkswaterstaat vraagt hier in haar advies nadrukkelijk aandacht voor 1 (zie ook bijlage 3 C). Deze aspecten zullen in MER fase 2 nader onderzocht worden, waarbij ook mitigerende maatregelen in beeld zullen worden gebracht.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Met betrekking tot de voorwaarde in het regio-advies over het nakomen van de afspraken uit het Alders-akkoord en de bevaarbaarheid en diepgang van het Slijkgat zal het tracé door de Voordelta in het kader van MER fase 2 verder geoptimaliseerd worden. Daarbij zal rekening gehouden worden met scheepvaart, natuureffecten, baggervolumes, morfologische dynamiek in de Voordelta en mogelijke waterverontreiniging. De ligging van het tracé in de Voordelta is daarom nu nog indicatief weergegeven. TenneT zal er rekening mee houden dat de vaargeul door periodiek baggeren op diepte moet worden gehouden door de kabel voldoende diep in de waterbodem te leggen zodat de betreffende baggerwerkzaamheden ongehinderd kunnen plaatsvinden. Voorkeursalternatief converterstationlocatie Voor de aansluiting van Net op zee Nederwiek 3 op het landelijke hoogspanningsstation zijn twee aansluitlocaties onderzocht, namelijk het bestaande 380 kV hoogspanningsstation in Geertruidenberg en het nog te bouwen 380 kV hoogspanningsstation in Moerdijk. Moerdijk is echter geen realistische optie gebleken om Net op zee Nederwiek 3 aan te sluiten, doordat het hoogspanningsstation Moerdijk niet op tijd gerealiseerd zal zijn om Net op zee Nederwiek 3 in 2031 aan te sluiten. Ook zou aansluiting op Moerdijk in 2031 tot aanmerkelijke netcongestie leiden.
De converterstationlocaties in Moerdijk vallen voor het project Net op zee Nederwiek 3 daarom af. Voor Net op zee Nederwiek 3 is enkel een aansluiting op het hoogspanningsstation in Geertruidenberg haalbaar. Voor de converterstationlocatie is gekozen voor de locatie aan de Standhazensedijk in de gemeente Geertruidenberg. De locatie aan de Standhazensedijk is (onder voorwaarden) beschikbaar en deze keuze vormt geen relevante belemmering voor de ruimtevraag van toekomstige opgaven. De locatie is op ruime afstand gelegen van de bestaande woonkernen/wijken en de toekomstige woonwijk De Rietlanden (gemeente Drimmelen). De locatie kent in de directe nabijheid één agrarische woning. Andere locaties nabij het hoogspanningsstation in Geertruidenberg zijn niet (tijdig) beschikbaar (Amercentrale), hebben een grotere impact op geluid (Amercentrale en Heulweg), natuur (de Hillen) of landschap (Amertak West). Specifiek voor de locatie Heulweg geldt dat er een kritische waterbergingsopgave is en het terrein bovendien in de gemeentelijke omgevingsvisie aangewezen is voor uitplaatsing van bedrijven. De locatie aan de Standhazensedijk kan tijdig worden gerealiseerd.
1
advies Rijkswaterstaat in het kader van MER fase 1 en IEA net op Zee Nederwiek 3, d.d. 31 oktober 2024 Pagina 4 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Hiermee wordt niet tegemoet gekomen aan het advies van de regio om voor de locatie Amercentrale te kiezen, en indien dit niet mogelijk blijkt, het vaststellen van de aanlandingslocatie uit te stellen totdat het getoetst kan worden aan de uitkomsten van de Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk. Momenteel wordt met de initiatiefnemers van de Ontwerptafel een houdbaar ontwikkelperspectief opgesteld, dat volgens planning begin 2026 klaar is. Vanwege de urgentie van de energietransitie is hier niet op gewacht met het maken van de VKA-keuze. Dat betekent echter niet dat de aandachtspunten uit het regio-advies niet ter harte genomen zijn en worden. Dit licht ik hierna verder toe.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Leefbaarheid Overal in Nederland neemt de druk op de ruimte toe door de veranderingen die nodig zijn voor de energietransitie, niet alleen in deze regio. Dat neemt niet weg dat er in relatief korte tijd veel projecten tegelijk spelen. En op een aantal plekken, waaronder deze regio, komt meer dan gemiddeld samen. Het Rijk en TenneT zijn zich bewust van de druk op de leefbaarheid in de omgeving van Geertruidenberg en Moerdijk en zien dat de keuzes die gemaakt moeten worden lokaal pijn kunnen doen. De extra hoeveelheid windenergie van zee is zo groot dat deze niet zomaar op het landelijke hoogspanningsnet kan worden aangesloten. Daarom kiest het Rijk ervoor om deze energie zoveel mogelijk dichtbij grote industriële clusters aan te sluiten. Daar is de elektriciteitsvraag groot en/of gaat deze naar verwachting groeien. Dit betreft ook de regio Moerdijk- Geertruidenberg. Bij de keuze voor locatie Standhazensedijk is de invloed op het landschap en op de omgeving een relevant aspect. In de volgende fase worden landschappelijke maatregelen uitgewerkt met als doel om het converterstation zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de bestaande landschappelijke kwaliteiten. Daarbij zoekt TenneT ook de afstemming met omwonenden en vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap.
Daarnaast onderzoekt TenneT welke geluidmaatregelen mogelijk zijn, om de geluidsemissie van het converterstation zoveel als mogelijk te verminderen. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) is voornemens TenneT te verzoeken verdergaande maatregelen te treffen om de inpassing van het converterstation in de omgeving te verbeteren en de impact van de ontwikkeling op de omgeving verder te beperken, zodat eventuele extra kosten die TenneT moet maken voor een betere inpassing verantwoord kunnen worden. Gemeenten kunnen daarbovenop naar eigen inzicht de middelen uit de gebiedsinvesteringen inzetten om bijvoorbeeld de kwaliteit van het landschap of de mogelijkheden voor recreatie te verbeteren, geluidsoverlast tegen te gaan en/ of natuur te versterken. De gebiedsinvesteringen Netten op zee zijn een extra impuls voor de regio en zijn daarmee aanvullend op de kosten voor realisatie en (wettelijke) compensatie die van toepassing zijn op de energie-infrastructuur projecten. Het Rijk heeft aan de regio reeds € 50 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de eerste tranche van deze gebiedsinvesteringen. De gemeenten Moerdijk, Geertruidenberg, Drimmelen en Oosterhout, de provincie Noord-Brabant en het Rijk tekenden hiervoor op 21 juni Pagina 5 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
2024 een bestuursovereenkomst, waarin ook de onderling afgesproken verdeling van de middelen is vastgelegd. Om de leefkwaliteit in de omgeving te behouden en te versterken maakten de vier gemeenten en de provincie een regioplan, dat als bijlage bij de bestuursovereenkomst is vastgesteld. De beoogde projecten richten zich onder meer op het verbeteren van maatschappelijke voorzieningen, meer groen en klimaatadaptatie (aanpassen aan en voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering). De regio werkt momenteel aan de uitwerking van de plannen.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Een tweede tranche van € 49 miljoen voor de regio die te maken heeft met de gevolgen van de aanlanding van Net op zee Nederwiek 3 is recent aangekondigd. De middelen worden beschikbaar gesteld om te investeren in de leefbaarheid van de regio’s waar windenergie op zee aanlandt, conform de planning uit de aanvullende routekaart windenergie op zee. De gebiedsinvesteringen zijn daarmee verbonden aan de procedures die resulteren in definitieve besluiten voor de aanlanding. Eerder heeft de regio afgesproken bij de verdeling hiervan in het bijzonder naar gemeenten te kijken die door het kabeltracé geraakt worden. Op uitnodiging van de gemeente Geertruidenberg vindt binnenkort een overleg met betrokken partijen zoals RWE plaats over het ruimtelijk perspectief van het Amergebied en de Amercentrale. Het ministerie van KGG en TenneT nemen hier graag aan deel om gezamenlijk te bekijken welke mogelijkheden er zijn om bij de realisatie van het converterstation gelijktijdig een kwaliteitsimpuls voor het gebied te realiseren. De gebiedsinvesteringen kunnen hier ook een rol bij spelen. Integrale aanpak Nederland kan niet meer leunen op gas uit het Groningen veld en Rusland en heeft daarom snel een alternatief nodig.
Mede gelet op deze toenemende urgentie en de klimaatdoelen kunnen we de VKA keuze voor dit lopende project niet verder uitstellen en laten wachten op andere toekomstige projecten en de uitkomsten van de Ontwerptafel Powerport Regio Moerdijk. Om zo veel mogelijk tegemoet te komen aan de wens om tot een integrale aanpak te komen staat het project Net op zee Nederwiek 3 in nauw contact met andere (rijks)energieprojecten en projecten van TenneT. Daarnaast is er vanuit Net op zee Nederwiek 3 contact met verschillende overlegtafels, waaronder de Ontwerptafel Powerport Regio Moerdijk. Bij de VKA-keuze is rekening gehouden met (mogelijke) toekomstige ontwikkelingen zoals waterberging, een geplande woonwijk en mogelijkheden voor elektrolyse. Ook heeft -naast de reguliere overleggen met bestuurlijke partners in de regio- meermaals verdiepend overleg met de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Geertruidenberg en Drimmelen plaatsgevonden. Dit had als doel om bij de VKA-keuze zo goed mogelijk rekening te houden met lokale visies, plannen en zorgen. Naar aanleiding hiervan en omdat ook uit het regio-advies en de ingediende reacties op MER fase 1 en de IEA bleek dat de impact op leefomgeving en geluidbelasting zeer belangrijk worden gevonden, is een verdiepend geluidsonderzoek uitgevoerd en besproken met betrokken partijen.
Pagina 6 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Verdiepend geluidsonderzoek
Ons kenmerk DGKE / 96557051
In aanvulling op het geluidsonderzoek in MER fase 1 zijn aanvullende geluidsberekeningen gemaakt voor de locaties Amercentrale, Standhazensedijk, Heulweg en Amertak West (zie de bijlage bij de VKA-notitie). Locatie de Hillen is daarbij niet meegenomen omdat deze locatie volledig in provinciaal natuurgebied (Natuur Netwerk Nederland) ligt en daarmee niet beschikbaar is als locatie voor een converterstation. Uit deze aanvullende berekeningen blijkt dat als uitgegaan wordt van een toekomstige situatie waarbij de geluidsruimte van de gezoneerde industrieterreinen (waaronder terrein Amercentrale) maximaal wordt benut, de realisatie van een converterstation buiten het geluidgezoneerde terrein (locaties Standhazensedijk, Amertak West en Heulweg) in cumulatie niet leidt tot een waarneembare toename van geluid op de woonkern van Geertruidenberg. Realisatie van een converterstation op het Amerterrein past binnen de geluidzone, maar zou de beschikbare ruimte voor andere bedrijfsactiviteiten in belangrijke mate beperken. Voor de huidige situatie, waarbij de geluidzone nog niet volledig is benut, geldt dat plaatsing van een converterstation op het terrein van de Amercentrale leidt tot een waarneembare toename van het geluid op de woningen in de woonkern van Geertruidenberg (met name aan de noordwest zijde van de woonkern).
Hoewel dit niet tot onaanvaardbare geluidhinder leidt, is er wel sprake van een toename van geluid die in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties minder scoort ten opzichte van de andere converterstationlocaties. Bij de converterstationlocaties buiten het terrein van de Amercentrale is, ten opzichte van de bestaande situatie, sprake van waarneembare toename van geluid bij een aantal nabijgelegen vrijliggende woningen, maar niet op de woonkern van Geertruidenberg. Bij de locatie Standhazensedijk betreft dit de minste woningen, nagenoeg vergelijkbaar met locatie Amertak West. Overwegingen locatie Amercentrale Graag licht ik een aantal overwegingen waarom niet voor de locatie Amercentrale is gekozen hierna nader toe. Ten eerste is het terrein van de Amercentrale nu nog bebouwd en in gebruik door RWE. RWE heeft in een reactie aangegeven de aanlanding van Net op zee Nederwiek 3 in Geertruidenberg voor haar toekomst belangrijk te vinden, maar dat er geen ruimte (geluidsruimte, fysieke ruimte noch milieuruimte) beschikbaar is op het terrein van de Amercentrale voor een converterstation voor Net op Zee Nederwiek 3. Een keuze voor deze locatie zou derhalve betekenen dat de gronden nog verkregen moeten worden, wat de nodige tijd in beslag zal nemen.
Daarnaast is het niet realistisch Net op zee Nederwiek 3 conform de doelstelling in 2031 in bedrijf te nemen gezien de noodzakelijke doorlooptijd voor het slopen van de bestaande gebouwen en voorzieningen in de ondergrond, het bouwrijp maken en vervolgens het bouwen van een converterstation. Los van bovenstaande overwegingen die samenhangen met toegankelijkheid en tijdigheid, is een belangrijke overweging dat een converterstation op locatie Amercentrale ten opzichte van de andere locatiealternatieven een significant hoger aantal geluidgevoelige gebouwen (woningen, bedrijven) kent met een geluidbelasting van meer dan 45 dB(A) Pagina 7 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
etmaalwaarde. Dit hoge aantal geluidgevoelige gebouwen voor locatie Amercentrale is het gevolg van de ligging in de directe nabijheid van woonkern Geertruidenberg. Locatie Standhazensedijk kent, na locatie de Hillen, de minste geluidgevoelige gebouwen met meer dan 45 dB(A). Tot slot is het terrein van de Amercentrale één van de mogelijke locaties voor elektrolyse, zoals in beeld gebracht wordt in programma VAWOZ.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Vervolg In de volgende fase (MER fase 2) wordt het gekozen voorkeursalternatief voor Net op zee Nederwiek 3 nader uitgewerkt. Hierbij spannen zowel het Rijk als TenneT zich in om de impact van het project Net op zee Nederwiek 3 op de omgeving zo veel als redelijkerwijs mogelijk te minimaliseren. De overleggen op ambtelijk en bestuurlijk niveau met de bij het voorkeursalternatief betrokken provincies, gemeenten en waterschappen worden voortgezet. In de eerste helft van 2026 worden naar verwachting het MER fase 2 en de ontwerpbesluiten gepubliceerd. Eenieder kan daarop een zienswijze indienen. Daarna worden de besluiten (met eventuele wijzigingen) vastgesteld. Daarop kan beroep worden ingediend bij de Raad van State. De bouw start naar verwachting in 2027, de voorbereidende werkzaamheden zijn voorzien in 2026. Volgens planning is de verbinding in 2031 gereed. Tot slot zullen een aantal gemeenten vanaf deze stap in de procedure niet meer te maken hebben met dit project, maar wel met het programma VAWOZ en andere projecten in deze omgeving. Uiteraard blijft het ministerie van KGG vanuit deze projecten en programma's in contact met deze gemeenten. Hopende u hiermee van een passende reactie op uw advies te hebben voorzien verblijf ik, De Minister van Klimaat en Groene Groei, namens deze:
Erik van der Rijt MT-lid Realisatie Energietransitie
Pagina 8 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Bijlage 1 gekozen voorkeursalternatief Net op zee Nederwiek 3
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Overzichtskaart VKA Net op zee Nederwiek 3
VKA Net op zee Nederwiek 3 met converterstationlocatie Standhazensedijk
Pagina 9 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Bijlage 3: toelichting op de gekozen varianten binnen het VKA (binnenwatertracé); reactie bijlage bij het regio-advies, advies van Rijkswaterstaat en advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage op MER fase 1.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
A. Gekozen variant binnenwatertracé (BWA) In MER fase 1 en IEA zijn voor tracéalternatief BWA meerdere varianten onderzocht. Voor het passeren van de Haringvlietdam zijn drie varianten onderzocht en voor het passeren van Tiengemeten twee varianten. In het regio-advies geeft de regio aan dat de voorkeur er naar uitgaat om ter plaatse van de Haringvlietdam te kiezen voor variant A of B. Het VKA gaat uit van variant B en sluit dus aan bij het regio-advies. Bij deze optie wordt de Haringvlietdam gekruist ter hoogte van het Quackstrand. Met de kruising op deze locatie kan worden voldaan aan de eisen van het bevoegd gezag (Rijkswaterstaat) ten aanzien van de stabiliteit van de Haringvlietdam. Voor de passage van Tiengemeten wordt gekozen voor variant A: Ten noorden van Tiengemeten. De hoofdreden hiervoor is dat uit de onderzoeksdata blijkt dat bij een passage ten noorden van Tiengemeten minder gebaggerd moet worden dan bij de ondiepere zuidelijke variant. Minder baggeren betekent ook minder effecten op verschillende milieuthema’s zoals waterkwaliteit en natuur.
Onderzochte varianten van tracéalternatief BWA in MER fase 1
Pagina 10 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
B. Aandachtspunten regio in bijlage bij regio-advies: zienswijze op de tracéalternatieven
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Economie De regio geeft aan dat de economie van Goeree-Overflakkee is gerelateerd aan de bevaarbaarheid van het Slijkgat. Zoals in mijn brief aangegeven zal TenneT er rekening mee houden dat de vaargeul door periodiek baggeren op diepte moet worden gehouden. TenneT zal hier rekening mee houden door de kabel voldoende diep in de waterbodem te leggen zodat de betreffende baggerwerkzaamheden ongehinderd kunnen plaatsvinden. De gemeente Oosterhout wil indien voor de BLS-variant wordt gekozen graag vroegtijdig in gesprek over de exacte ligging van stroomkabelleiding in verband met bedrijventerrein Weststad en het landelijke gebied en beschermd dorpsgezicht bij Den Hout. Ik zal deze aandachtspunten aan programma VAWOZ overdragen. Recreatie De regio vraagt aandacht voor recreatiebeperkingen ter plekke van het Noordzeestrand en het Quackstrand als gevolg van de aanleg van de kabel. Daarnaast wijst de regio op de mogelijke negatieve impact van de aanleg van de kabel op de resultaten van de recente kwaliteitsimpuls van het Quackstrand. Effecten op recreatie en toerisme zowel op land als op water zijn meegenomen in MER fase 1. In MER fase 2 wordt in meer detail het gekozen VKA verder onderzocht op deze effecten. Hierbij zal TenneT nauw afstemmen met de gemeente en ook contact leggen met de ondernemers en andere belanghebbenden.
Daarbij zal aandacht gegeven worden aan de (tijdelijke) beperkingen die de werkzaamheden met zich mee kunnen brengen voor huidige en toekomstige functies en de aandachtspunten en wensen/eisen van de stakeholders daarbij. Na de aanleg kan het gebruik van het Haringvliet en de stranden ten behoeve van recreatie worden voortgezet. De aandachtspunten voor de overige tracés zal ik aan programma VAWOZ overdragen. Waterkeringen De regio wijst op het risico van piping bij het kruisen van de Haringvlietdam via optie Midden. Daarnaast wijst de regio bij de noordelijke passage van de Haringvlietdam op de mogelijke beïnvloeding van de primaire kering van waterschap Hollandse Delta en eventueel noodzakelijke aanvullende zandsuppleties. De regio vraagt om extra zekerheden met betrekking tot deze waterkering. Pagina 11 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Ons kenmerk
De benamingen Midden en Noord komen uit de Integrale Effectenanalyse van Net DGKE / 96557051 op zee IJmuiden Ver Alpha. In de Integrale Effectenanalyse van Nederwiek 3 worden drie varianten onderzocht, A, B en C. Variant A komt overeen met Midden, Variant B met Noord. Variant C is toegevoegd ten opzichte van het onderzoek in Net op zee IJmuiden Ver Alpha en is een grotere lus ten noorden van de Haringvlietdam. Het VKA gaat uit van variant B en sluit aan bij het regioadvies. Bij deze optie wordt de Haringvlietdam gekruist ter hoogte van het Quackstrand. Met de kruising op deze locatie kan worden voldaan aan de eisen van het bevoegd gezag (Rijkswaterstaat) ten aanzien van de stabiliteit van de Haringvlietdam. Bij de nadere uitwerking van variant B zal TenneT in overleg met het waterschap de aanlegmethode uitwerken en daarbij de beoogde zekerheden opnemen als onderdeel van het ontwerp. Scheepvaart en infrastructuur De regio geeft aan dat de kabel door het Haringvliet en de aanleg daarvan tijdelijke en blijvende beperkingen oplevert voor de bevaarbaarheid van dit water. De regio wijst daarbij op de aandachtspunten ankeren, kruisingsbouwwerken voor vier bruggen en de mogelijke wederzijdse elektrische beïnvloeding van de nieuw aan te leggen stroomkabel met de 25 te passeren kabels en leidingen over en onder het Haringvliet en Hollandsch Diep.
Ook geeft de regio aan dat de route door de binnenwateren niet belemmerend zal moeten zijn voor het realiseren van een tweede buisleidingentunnel door het Hollandsch Diep en drie kruisende HVDCkabeltracés in de buisleidingenstrook. Bij het uitwerken van het ontwerp in MER fase 2 zal de begraafdiepte van de kabel zodanig gekozen worden dat er in principe geen sprake kan zijn van schade door ankeren. Daarnaast zal TenneT in overleg gaan met alle eigenaren van de genoemde kruisende kabels en leidingen om te komen tot een goed afsprakenkader over de wijze waarop de kruising (veilig) wordt vorm gegeven. De aandachtspunten voor het tracé Buisleidingenstrook zal ik aan programma VAWOZ overdragen. Natuur De regio geeft aan dat voor het tracé naar Geertruidenberg ‘buitengaats’ de Haringvlietdam twee alternatieven zijn onderzocht. Omdat het oorspronkelijke tracé door zeer dynamisch gebied bleek te voeren zijn twee tracés uitgewerkt die het risico op blootspoeling beperken. Eén van de varianten, GT-1A voert nu door de platen heen. Voor het tracé door Haringvliet en Hollandsch Diep geldt dat een tracé is onderzocht dat platen en eilanden ontwijkt en zoveel als mogelijk buiten de betonning van de vaarroute blijft.
Ook adviseert de regio gelet op de instandhoudingsdoelstellingen om geen kabels aan te leggen in/door de aangewezen rustgebieden in de N2000-gebieden Voordelta (Hinderplaat), Duinen van Goeree en Kwade Hoek (Slikken van de Kwade Hoek), Haringvliet (Slijkplaat, Ventjagersplaten) en Hollandsch Diep in verband met de toegangsbeperkingsbesluiten.
Pagina 12 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
Het VKA BWA ontziet in de Voordelta de toegangsbeperkingsgebieden Slikken van Voorne en rustgebied Hinderplaat en ontziet kwetsbare duingebieden aan de kust. Ook zal tracéalternatief BWA minimaal natuurgebieden op land raken; uitsluitend bij de in- en uittredepunten van de boring bij de Haringvlietdam en de aanlanding bij Geertruidenberg is dit het geval. Het VKA loopt door het water door de natuurgebieden Haringvliet, Hollandsch Diep en de Biesbosch en zal daarbij zo veel mogelijk de rustgebieden mijden.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Tenslotte markeert de regio dat er voor Variant C van tracéalternatief BWA zeer negatieve effecten zijn voor natuur en recreatie, terwijl een doorkruising van de Haringvlietdam (Variant A + B) als technisch haalbare optie wordt gezien. Het VKA gaat uit van variant B. Bij deze optie wordt de Haringvlietdam gekruist ter hoogte van het Quackstrand. Duurzame energieopwekking De regio wijst op een groot potentieel voor aardwarmte (geothermie) als warmtebron voor de glastuinbouwsector en de gebouwde omgeving voor VoornePutten en een groeiende druk op de ondergrond met betrekking tot kabels en leidingen door de mogelijke komst van tracéalternatieven van Nederwiek 3 op het land. Het VKA voor Net op zee Nederwiek 3 loopt door de binnenwateren. Deze aandachtspunten zal ik aan programma VAWOZ overdragen.
C.
Advies Rijkswaterstaat
Het advies van Rijkswaterstaat (advies in het kader van MER fase 1 en IEA, d.d. 31 oktober 2024) over o.a. het tracéalternatief BWA vraagt nadrukkelijk aandacht voor het potentiële effect op de migratie van trekvissen door het elektromagnetisch veld van kabels. In MER fase 1 is geconcludeerd dat er naar verwachting geen barrièrewerking of fysiologische effecten zijn op trekvissen die zich via de Voordelta richting het Haringvliet bewegen. Aangezien de kennis over precieze effecten nog lacunes kent, is er een risico dat effectbeoordeling in MER fase 2 onvoldoende zekerheid kan geven ten aanzien van effecten, hetgeen volgens Rijkswaterstaat een risico vormt voor de vergunbaarheid van het tracéalternatief BWA. Dit punt wordt erkend. Daarom wordt in MER fase 2 dit aandachtspunt verder onderzocht waarbij tevens in beeld gebracht wordt welke aanvullende mitigerende maatregelen eventueel nodig zijn, door bijvoorbeeld het verdiept aanleggen van de kabel of met tracéoptimalisatie. Om die reden, en omdat ook rekening gehouden dient te worden met de scheepvaart, morfologische dynamiek in de Voordelta, baggervolumes en mogelijke waterverontreiniging is er in de Voordelta nog een bredere onderzoekszone opgenomen. Een ander aandachtspunt voor tracéalternatief BWA betreft de tijdelijke achteruitgang van de ecologische en chemische waterkwaliteit ten gevolge van Pagina 13 van 14
Directoraat-generaal Klimaat en Energie
beroering van aanwezige verontreinigingen in de waterbodem. Volgens het advies van Rijkswaterstaat zijn de onderzoeksresultaten uit MER fase 1 een (gedegen) eerste stap in het in beeld brengen van de effecten op de chemische en ecologische waterkwaliteit. In MER fase 2 moeten de precieze impact van het project en eventuele mitigerende maatregelen in beeld gebracht worden. In dit onderzoek zal moeten worden aangesloten bij nog vast te stellen richtlijnen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat inzake tijdelijkheid van effecten op de ecologische en chemische kwaliteit van de Kaderrichtlijn Water.
Ons kenmerk DGKE / 96557051
Op grond van de resultaten van MER fase 1 is de verwachting dat met het verdiepend onderzoek en de inzet van mitigatie onaanvaardbare negatieve effecten voor de doelstellingen met betrekking tot vismigratie en de overige Natura 2000-doelstellingen, alsmede de KRW-doelstellingen kunnen worden uitgesloten.
D. Advies Commissie voor de milieueffectrapportage Op 11 november 2024 heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage advies uitgebracht over het MER fase 1. De Commissie concludeert dat MER fase 1 van goede kwaliteit is, veelomvattend en diepgaand is en een hoge informatiedichtheid heeft. Het rapport is goed leesbaar en de milieueffecten zijn goed en navolgbaar onderbouwd. Ook is de uitgebreide informatie toegankelijk gemaakt in een samenvatting die zelfstandig leesbaar is én een goede afspiegeling is van de inhoud van MER fase 1. De Commissie constateert dan ook dat het MER fase 1 de essentiële informatie bevat om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij de keuze over een VKA voor Net op zee Nederwiek 3. De Commissie wijst in het advies op een aantal aspecten waarvoor nadere studie is vereist voor besluitvorming over het projectbesluit en de vergunningen. Dit betreft stikstofdepositie, effecten op zeer verstoringsgevoelige vogelsoorten en gevolgen voor de staat van instandhouding in samenhang met andere activiteiten (cumulatie). Deze aandachtspunten zullen in MER fase 2 nadrukkelijk aandacht krijgen.
Pagina 14 van 14