CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

raadsvoorstel Verbonden Partijen beleidskaders 2026

De raad besluit 7 november 2024, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Verbonden Partijen beleidskader 20265.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Aan Raadsvergadering Agendanummer Onderwerp Portefeuillehouder

Zaaknummer : 20240813122372 : Raad van Geertruidenberg : 7 november 2024 : : Verbonden Partijen beleidskaders 2026 : H.H.M. de Jongh

Voorstel 1. De financiële kaders voor de begroting 2026 van alle Verbonden Partijen vast te stellen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, Beschermd Wonen en Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en wel als volgt: a. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. b. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. c. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor.

Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. d. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAOafspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. e. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). f. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers.

De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur.

g. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. 2. Aan alle Verbonden Partijen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, als aanvulling op de financiële kaders de volgende richtlijn mee te geven: De gemeente Geertruidenberg gaat enkel akkoord met de begrotingen 2026 van de Verbonden Partijen als daarin de nul-lijn voor 2026 wordt gehanteerd, tenzij afwijking van die lijn noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan wettelijk verplichte taken of door de gemeenteraad van Geertruidenberg vastgestelde beleidsdoelstellingen. 3. De volgende aanvullende financiële richtlijnen vast te stellen voor de verbonden Partijen: a. Ten aanzien van de Regio West Brabant voor het Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie. b.

Ten aanzien van het Centrum voor Jeugd en Gezin geldt dat het uitgangspunt voor de begroting 2026 is dat een eventuele kostenstijging voor bedrijfsvoering of overhead alleen veroorzaakt wordt door indexering of door nieuw beleid, waar het bestuur van de regeling expliciet vooraf mee instemt. 4. De beleidsinhoudelijke kaders voor 2026 voor de diverse Verbonden Partijen vast te stellen en wel als volgt: a. Ten behoeve van de Regio West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: In de begroting 2026 wordt in heldere taal aangegeven: 1. Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024 – 2028 in 2026 worden gerealiseerd en welke doelen in de periode 2027-2028 worden beoogd; 2. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; 3. Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s, de Baronie-gemeenten en Rewin en hoe deze samenwerking wordt vormgegeven; 4. Op welke wijze de verbinding met onderwijs en bedrijfsleven wordt gelegd bij de uitvoering van het actieprogramma. b. Ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; c.

Ten behoeve van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: 1. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen; 2. Het Meerjarenplan 2022-2025 van de RAV loopt tot en met 2025. De RAV betrekt bij de opstelling van het nieuwe meerjarenplan de stakeholders. Het nieuwe meerjarenplan komt tot uitdrukking in de begroting 2026; 3. Het Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 bevat 26 indicatoren waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg wordt gemeten. Tijdigheid in het spoedvervoer is er hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. De RAV informeert de gemeenten in haar begroting hoe zij voldoet aan het landelijke kwaliteitskader en de opgenomen indicatoren; 4. De RAV is in 2024 gestart met de implementatie van de nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus.

De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten niet meer dan 5% wordt overschreden (meldingaankomst meer dan 15 minuten); 5. In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekent voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio; d. Ten behoeve van de GGD West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: 1. De GGD geeft in kaders en Beleidsbegroting 2026 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan de in het beleidsplan 2023-2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’ opgenomen 4 ambities en laten ze hun 3 gezonde geluiden horen; 2. Wij verwachten dat zij in samenspraak met de deelnemende gemeenten in 2026 een vervolg van het beleidsplan opstelt en presenteert; Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

p. 2/9

e. f.

g. h.

i. j. k.

3. Gezien de afnemende financiële middelen in 2026 verwachten gemeenten beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie leveren; Ten behoeve van de Nazorg gesloten Stortplaatsen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen Ten behoeve van de Wava/MidZuid de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 op te stellen: 1. De wet- en regelgeving op het gebied van het bieden van werk aan mensen met een arbeidsbeperking is continu in beweging. We verwachten dat MidZuid anticipeert op de aanpassingen in de Participatiewet, de veranderingen in de regelgeving rondom het beschut werk en de veranderingen van de arbeidsmarktinfrastructuur. Deze veranderingen zien we graag op een adequate en efficiënte manier terug in de begroting 2026. 2. MidZuid zet in op ontwikkeling zodat inwoners die vallen onder de Participatiewet zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers geplaatst worden. Hierbij dient zoveel mogelijk uitgegaan te worden van een arbeidsovereenkomst bij de reguliere werkgever. Bij inzet van een detacheringsconstructie is het uitgangspunt dat dit een tijdelijk karakter heeft. 3.

MidZuid houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige SW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Dit kan ook betekenen dat bepaalde activiteiten worden verminderd, afgestoten of gewijzigd voor een optimaal maatschappelijk en financieel resultaat. 4. De uitwerkingen van de strategische toekomstvisie worden opgenomen in de begroting 2026. Het streven hierbij is een meer stabiele en voorspelbare situatie in de financiële lasten voor MidZuid en de deelnemende gemeenten. Ook de consequenties voor de huisvesting worden hierbij meegenomen. Tot de besluitvorming worden investeringen in het gebouw beperkt tot noodzakelijk wettelijk onderhoud, behalve als het algemeen bestuur anders besluit. 5. We verwachten dat MidZuid in afstemming met de ketenpartners en gemeenten zorgt voor passende leerroutes en ontwikkeltrajecten die aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt en de veranderende doelgroep waarvoor deze trajecten worden ingezet. We vragen MidZuid daarbij innovatief te werk te gaan, zodat recht wordt gedaan aan de uitdagingen rond de doelgroep.

Ten behoeve van de regeling Regionaal Bureau Leren geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; Ten behoeve van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: 1. De omgevingsdienst is in 2024 gestart met de implementatie van het kwaliteitsmanagementsysteem in de organisatie. In de kaderbrief 2026 geeft de omgevingsdienst concreet aan op welke wijze de resultaten van het kwaliteitsmanagementsysteem en de doorontwikkeling van datamanagement en -beheer worden verwerkt in de (meerjaren)begroting 2026. Bijvoorbeeld door in het beleidsdeel van de begroting inzage te geven in de aanpak van de ontwikkeling van kritieke prestatie-indicatoren (kpi’s) voor de primaire processen (dienstverlening); 2. Wij hebben de OMWB gevraagd om in 2025, samen met de deelnemers, de MWB-norm te herzien en te komen tot een nieuwe financieringsopzet. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de rapportage ‘Financieringssystematiek omgevingsdiensten’ vastgesteld op 20 juni 2024 door het bestuurlijk overleg Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH) en het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK).

Het proces om tot een nieuwe financieringssystematiek te komen wordt in de Kaderbrief 2026 beschreven en ook de (potentiële) gevolgen voor de (meerjaren)begroting 2026 en verder; Ten behoeve van het Centrum voor Jeugd en Gezin geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; Ten behoeve van Beschermd Wonen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; Ten behoeve van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen.

Samenvatting De gemeente neemt deel aan diverse gemeenschappelijke regelingen (de zogenaamde Verbonden Partijen). Deze Verbonden Partijen dienen voor 1 maart 2025 hun kaderbrief 2026 in, waarin zijn aangeven welke uitgangspunten zij zullen gaan hanteren bij het opstellen van hun begroting 2026. Voorafgaand daaraan kunnen de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten de financiële en beleidsinhoudelijke kaders voor deze kaderbrief (en de daaraan gerelateerde begroting 2026) aan de Verbonden Partijen kenbaar maken.

Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

p. 3/9

Inleiding Gelijktijdig met het vaststellen van de gemeentebegroting 2025 wordt het beleidskader voor de Verbonden Partijen voor 2026 vastgesteld. Het betreft hier beleidsinhoudelijke en financiële uitgangspunten die de Verbonden Partijen dienen te gebruiken bij het opstellen van hun kaderbrief 2026 en hun begroting 2026. Deze procedure is conform de kaderstellende spelregels Verbonden Partijen zoals deze op 20 juni 2024 door uw gemeenteraad (en alle andere gemeenteraden in West-Brabant) is vastgesteld. In de Paragraaf Verbonden Partijen van de gemeentebegroting 2025 wordt hierop nader ingegaan. In het voorjaar van 2025 gaan wij, samen met u in gesprek met een aantal grotere Verbonden Partijen. Tijdens die sessies willen we met u van gedachten wisselen over mogelijke inhoudelijke koerswijzigingen van de Verbonden Partijen en de financiële gevolgen die deze keuzes hebben voor de gemeentelijke bijdrage. Tegelijkertijd krijgen we dan ook inzichtelijk wat de effecten zijn van die keuzes voor onze inwoners en ondernemers. De gemeente Geertruidenberg neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regelingen: 1. Regio West-Brabant (RWB); 2. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant; 3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord; 4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD West-Brabant); 5. Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen; 6. Wava/MidZuid; 7.

Uitvoering administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren); 8. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB); 9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin Drimmelen Geertruidenberg (CJG); 10. Beschermd Wonen; 11. Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA). De beide laatste gemeenschappelijke regelingen (Beschermd Wonen en Geweld in Afhankelijkheidsrelaties) vallen gedeeltelijk buiten de reikwijdte van dit raadsvoorstel. De reden hiervoor is dat beide regelingen zogenaamde centrumregelingen zijn, waarbij de samenwerkende gemeenten de centrumgemeente, in dit geval Breda, gemandateerd hebben om een aantal taken uit te voeren. Hierdoor gelden er, wat betreft het beschikbaar stellen van budgetten, andere regels. Uw raad bepaalt namelijk in beide gevallen bij het vaststellen van de gemeentebegroting 2026 de bijdrage voor 2026. Het aangeven van financiële richtlijnen is daarom niet aan de orde. Wel is ten aanzien van beide regelingen een bijlage bijgevoegd met daarin het doel van de regeling, de ontwikkelingen in 2025 en eventuele beleidsmatige richtlijnen. Met ingang van 1 januari 2025 is onze gemeente aangesloten bij het samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). Dit is een gemeenschappelijke regeling.

Het jaar 2025 is een overgangsjaar en we nemen we deze GR op in de P&C cyclus 2026 van de Verbonden Partijen. Dit heeft dan betrekking op de jaarrekening 2025 en de begroting 2026 van deze Verbonden Partij. Bijdrage aan maatschappelijke opgave / strategische doelstelling / beoogd (maatschappelijk) effect De werkzaamheden van de elf Verbonden Partijen waarin wij samenwerken met andere gemeenten bestrijken verschillende maatschappelijke opgaven en dragen bij aan verschillende maatschappelijke effecten, waaronder het versterken van het bedrijfsleven (de RWB in relatie tot de opgave economie en toerisme) en de intensivering van de vrijetijdseconomie (de RWB in relatie tot de opgave economie en toerisme). Daarnaast dragen de werkzaamheden van onder meer de GGD, het CJG, het Regionaal Bureau Leren, Wava/MidZuid, Beschermd Wonen en GIA bij aan het realiseren van diverse maatschappelijke effecten van de opgave Mens en Zorg. Op het gebied van de opgave duurzaamheid vervullen de RWB, de OMWB en de Nazorg gesloten stortplaatsen en rol en voor wat betreft de opgave leefbaarheid kent de RWB de nodige werkzaamheden op dit gebied, evenals de Veiligheidsregio.

Argumenten 1.1 en 1.3 Ten aanzien van de financiële kaders voor alle Verbonden Partijen en de specifieke financiële richtlijnen voor de verschillende Verbonden Partijen In de nota Verbonden Partijen, zoals deze door de gemeenteraden in West Brabant zijn vastgesteld (uw raad heeft deze nota op 20 juni 2024 vastgesteld) worden de algemene financiële kaders voor de Verbonden Partijen opgesomd. De nota Verbonden Partijen is als bijlage gevoegd bij dit raadsvoorstel. Daarnaast zijn in regionaal verband de specifieke financiële kaders ambtelijke besproken en is hiervoor per Verbonden Partij een voorstel gedaan. Dit vindt u terug in de diverse bijlagen behorend bij het raadsvoorstel. Er wordt een uitzondering gemaakt voor de RAV, omdat deze Verbonden Partij geen bijdrage vanuit de gemeente ontvangt.

Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

p. 4/9

1.2 Deze aanvullende financiële richtlijn komt voor uit de door de gemeenteraad aangenomen motie op 20 juni 2024 Alle verbonden partijen zijn op de hoogte gesteld van de door uw raad aangenomen motie tijdens de raad besluit van 20 juni, waarin u de jaarrekening 2023 en de begroting 2025 hebt behandeld. Om de door u aangenomen motie nogmaals onder de aandacht te brengen, stellen wij voor om de tekst van de motie als extra financieel uitgangspunt aan de Verbonden Partijen mee te geven ten behoeve van de op te stellen Kaderbrief 2026. Er wordt een uitzondering gemaakt voor de RAV, omdat deze Verbonden Partij geen bijdrage vanuit de gemeente ontvangt. 2. Ten aanzien van de beleidsinhoudelijke kaders In regionaal verband zijn de beleidsinhoudelijke kaders ambtelijk besproken en voor elke Verbonden Partij is hiertoe een voorstel gedaan. Dit vindt u terug in de diverse bijlagen behorend bij het raadsvoorstel. Kanttekeningen De gemeente Geertruidenberg neemt deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Besluitvorming over de financiële en beleidsmatige aangelegenheden van deze Verbonden Partijen geschiedt bij meerderheid van stemmen in de desbetreffende gemeenschappelijke regeling. De individuele invloed van onze gemeente is daarom beperkt. Financiën De financiële richtlijnen voor 2026 worden meegenomen in de voorbereiding van de gemeentebegroting 2026.

Communicatie De Verbonden Partijen worden van uw besluit op de hoogte gesteld. Inclusieve samenleving Het betreft hier een regulier onderdeel van de P&C cyclus van de Verbonden Partijen, waarbij fundamentele beleidswijzigingen ten aanzien van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners niet aan de orde zijn. Afstemming tav de inclusieve samenleving is derhalve niet van toepassing. Uitvoering De financiële en beleidsinhoudelijke richtlijnen die uw raad voor de Verbonden partijen vaststelt worden door de Verbonden Partijen meegenomen bij het opstellen van hun Kaderbrief 2026 die voor 1 maart aan de deelnemende gemeenten worden toegezonden. In die Kaderbrief moeten de Verbonden Partijen aangeven of zij al dan niet de richtlijnen hebben overgenomen. Bijlagen 1. Algemene financiële richtlijnen Verbonden Partijen 2026 2. Specifieke richtlijnen RWB 3. Specifieke richtlijnen Veiligheidsregio 4. Specifieke richtlijnen RAV 5. Specifieke richtlijnen GGD 6. Specifieke richtlijnen Nazorg Gesloten Stortplaatsen 7. Specifieke richtlijnen Wava/MidZuid 8. Specifieke richtlijnen Regionaal Bureau Leren 9. Specifieke richtlijnen Omgevingsdienst 10. Specifieke richtlijnen Centrum Jeugd en Gezin 11. Specifieke richtlijnen Beschermd Wonen 12. Specifieke richtlijnen Geweld in Afhankelijkheidsrelaties 13. Nota verbonden Partijen 2024 14.

Motie 20 juni 2024 inzake begroting 2026 Verbonden Partijen Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij vaststelling aan. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris a.i., de burgemeester,

R. Brekelmans

Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

M. Witte

p. 5/9

De raad van de gemeente Geertruidenberg; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg. Besluit: De raad besluit: 1. De financiële kaders voor de begroting 2026 van alle Verbonden Partijen vast te stellen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, Beschermd Wonen en Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en wel als volgt: a. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. b. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. c. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven.

Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. d. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAOafspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. e. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). f. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers.

De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. g. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. 2. Aan alle Verbonden Partijen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, als aanvulling op de financiële kaders de volgende richtlijn mee te geven: De gemeente Geertruidenberg gaat enkel akkoord met de begrotingen 2026 van de Verbonden Partijen als daarin de nul-lijn voor 2026 wordt gehanteerd, tenzij afwijking van die lijn noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan wettelijk verplichte taken of door de gemeenteraad van Geertruidenberg vastgestelde beleidsdoelstellingen. 3. De volgende aanvullende financiële richtlijnen vast te stellen voor de verbonden Partijen: Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

p. 6/9

a. Ten aanzien van de Regio West Brabant voor het Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie. b. Ten aanzien van het Centrum voor Jeugd en Gezin geldt dat het uitgangspunt voor de begroting 2026 is dat een eventuele kostenstijging voor bedrijfsvoering of overhead alleen veroorzaakt wordt door indexering of door nieuw beleid, waar het bestuur van de regeling expliciet vooraf mee instemt. 4. De beleidsinhoudelijke kaders voor 2026 voor de diverse Verbonden Partijen vast te stellen en wel als volgt: a. Ten behoeve van de Regio West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: In de begroting 2026 wordt in heldere taal aangegeven: 1. Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024 – 2028 in 2026 worden gerealiseerd en welke doelen in de periode 2027-2028 worden beoogd; 2. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; 3.

Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s, de Baronie-gemeenten en Rewin en hoe deze samenwerking wordt vormgegeven; 4. Op welke wijze de verbinding met onderwijs en bedrijfsleven wordt gelegd bij de uitvoering van het actieprogramma. b. Ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; c. Ten behoeve van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: 1. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen; 2. Het Meerjarenplan 2022-2025 van de RAV loopt tot en met 2025. De RAV betrekt bij de opstelling van het nieuwe meerjarenplan de stakeholders. Het nieuwe meerjarenplan komt tot uitdrukking in de begroting 2026; 3. Het Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 bevat 26 indicatoren waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg wordt gemeten. Tijdigheid in het spoedvervoer is er hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde.

De RAV informeert de gemeenten in haar begroting hoe zij voldoet aan het landelijke kwaliteitskader en de opgenomen indicatoren; 4. De RAV is in 2024 gestart met de implementatie van de nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten niet meer dan 5% wordt overschreden (meldingaankomst meer dan 15 minuten); 5. In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekent voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio; d. Ten behoeve van de GGD West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: 1. De GGD geeft in kaders en Beleidsbegroting 2026 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan de in het beleidsplan 2023-2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’ opgenomen 4 ambities en laten ze hun 3 gezonde geluiden horen; 2.

Wij verwachten dat zij in samenspraak met de deelnemende gemeenten in 2026 een vervolg van het beleidsplan opstelt en presenteert; 3. Gezien de afnemende financiële middelen in 2026 verwachten gemeenten beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie leveren; e. Ten behoeve van de Nazorg gesloten Stortplaatsen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen f. Ten behoeve van de Wava/MidZuid de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 op te stellen: 1. De wet- en regelgeving op het gebied van het bieden van werk aan mensen met een arbeidsbeperking is continu in beweging. We verwachten dat MidZuid anticipeert op de aanpassingen in de Participatiewet, de veranderingen in de regelgeving rondom het beschut Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

p. 7/9

werk en de veranderingen van de arbeidsmarktinfrastructuur. Deze veranderingen zien we graag op een adequate en efficiënte manier terug in de begroting 2026. 2. MidZuid zet in op ontwikkeling zodat inwoners die vallen onder de Participatiewet zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers geplaatst worden. Hierbij dient zoveel mogelijk uitgegaan te worden van een arbeidsovereenkomst bij de reguliere werkgever. Bij inzet van een detacheringsconstructie is het uitgangspunt dat dit een tijdelijk karakter heeft. 3. MidZuid houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige SW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Dit kan ook betekenen dat bepaalde activiteiten worden verminderd, afgestoten of gewijzigd voor een optimaal maatschappelijk en financieel resultaat. 4. De uitwerkingen van de strategische toekomstvisie worden opgenomen in de begroting 2026. Het streven hierbij is een meer stabiele en voorspelbare situatie in de financiële lasten voor MidZuid en de deelnemende gemeenten. Ook de consequenties voor de huisvesting worden hierbij meegenomen. Tot de besluitvorming worden investeringen in het gebouw beperkt tot noodzakelijk wettelijk onderhoud, behalve als het algemeen bestuur anders besluit. 5.

We verwachten dat MidZuid in afstemming met de ketenpartners en gemeenten zorgt voor passende leerroutes en ontwikkeltrajecten die aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt en de veranderende doelgroep waarvoor deze trajecten worden ingezet. We vragen MidZuid daarbij innovatief te werk te gaan, zodat recht wordt gedaan aan de uitdagingen rond de doelgroep. g. Ten behoeve van de regeling Regionaal Bureau Leren geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; h. Ten behoeve van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen: 1. De omgevingsdienst is in 2024 gestart met de implementatie van het kwaliteitsmanagementsysteem in de organisatie. In de kaderbrief 2026 geeft de omgevingsdienst concreet aan op welke wijze de resultaten van het kwaliteitsmanagementsysteem en de doorontwikkeling van datamanagement en -beheer worden verwerkt in de (meerjaren)begroting 2026. Bijvoorbeeld door in het beleidsdeel van de begroting inzage te geven in de aanpak van de ontwikkeling van kritieke prestatie-indicatoren (kpi’s) voor de primaire processen (dienstverlening); 2. Wij hebben de OMWB gevraagd om in 2025, samen met de deelnemers, de MWB-norm te herzien en te komen tot een nieuwe financieringsopzet.

Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de rapportage ‘Financieringssystematiek omgevingsdiensten’ vastgesteld op 20 juni 2024 door het bestuurlijk overleg Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH) en het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het proces om tot een nieuwe financieringssystematiek te komen wordt in de Kaderbrief 2026 beschreven en ook de (potentiële) gevolgen voor de (meerjaren)begroting 2026 en verder; i. Ten behoeve van het Centrum voor Jeugd en Gezin geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; j. Ten behoeve van Beschermd Wonen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen; k. Ten behoeve van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties geen beleidsmatige richtlijnen voor 2026 vast te stellen. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 7 november 2024, Geertruidenberg, de raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

H.J. Dammingh

M. Witte

Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

p. 8/9

Onderwerp: Verbonden Partijen beleidskaders 2026

p. 9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=cdc61567-e234-48af-a5ba-f16a9527931a