Raadsvoorstel inz. de begrotingswijziging 2021 van de VRMWB
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan Raadsvergadering Agendanummer Onderwerp
Zaaknummer : 2021050479937 : Raad van Geertruidenberg : 1 juli 2021 : : Raadsvoorstel inz. de begrotingswijziging 2021 van de VRMWB
Voorstel 1. Kennis te nemen van de voorgestelde begrotingswijzigingen Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant 2021; 2. Geen zienswijze in te dienen over de voorgestelde begrotingswijzigingen Veiligheidsregio Middenen West-Brabant 2021; 3. Nadat uw raad heeft besloten over de begrotingswijziging Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant 2021 dit uiterlijk op 2 juli 2021 laten weten aan de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant door middel van bijgevoegd ontwerpbesluit. Inleiding Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) heeft op 25 maart 2021 besloten: 1. De administratieve begrotingswijziging 2021 vast te stellen, zodat beheersbegroting 2021 als basis kan dienen voor de begroting 2022. 2. In te stemmen met de actualisatie en votering van de investeringskredieten 2021 à € 18.811.200 met als basis het geactualiseerde investeringsplan 2021 inclusief overloop vanuit 2020. 3. In te stemmen met het voorstel om de gevolgen van de BBV-wijziging omtrent SAAS-oplossingen vanaf 2021 op te nemen in de begroting van de Veiligheidsregio door middel van een egalisatiereserve SAAS. 4. In te stemmen met de wijzigingen omtrent de FLO (intekentaak) in jaarschijf 2021 ad. € 457.980 (nadelig) opgenomen in de ontwerpbegroting 2022 goed te keuren als formele wijziging op de begroting 2021. 5. De mutatie van de intekentaak kazernes in jaarschijf 2021 ad.
€ 171.083 (voordelig) op te nemen in de ontwerpbegroting 2022 en goed te keuren als formele wijziging op de begroting 2021. 6. In te stemmen met het voorstel om de weggevallen IOV-subsidie vanaf jaarschijf 2021 te compenseren middels gemeentelijke bijdrage. Het kostenverdeelmodel op te hogen met € 169.000 voor de uitvoering van de structurele lokale adviestaken voor wat betreft de Besluiten Externe Veiligheid Inrichtingen. 7. De begrotingswijzigingen voor een zienswijze voor te leggen aan de deelnemende gemeenten. Gelet op artikel 35, lid 1, 3 en 5 van de Wet gemeenschappelijk regelingen en artikel 26, lid 2, 4 en 10 van de Gemeenschappelijke Regeling VRMWB, moeten begrotingswijzigingen voor zienswijzen voorgelegd worden aan de gemeenteraden. In dit voorstel worden de besluiten nader toegelicht. Beoogd effect Een sluitende begroting 2021 voor de VRMWB die aansluit bij de diverse wijzigingen die in dit voorstel nader worden toegelicht. Bovendien wordt de gemeenteraad hiermee in de gelegenheid gesteld om eventuele zienswijzen kenbaar te maken. Argumenten 1.1 Door een geactualiseerd inzicht zijn administratieve begrotingswijziging nodig Bij het opstellen van de beheersbegroting 2021 zijn er op basis van een geactualiseerd inzicht aanpassingen gedaan in de te verwachte onttrekkingen en stortingen in reserves en voorzieningen, alsmede de BDURbijdrage.
Als gevolg hiervan is het totaal van de lasten en baten van het programma Veiligheid veranderd, wat leidt tot een administratieve begrotingswijziging. Bovendien hebben er door het verder concretiseren van de inhoud van de pijlers een aantal budgetverschuivingen tussen pijlers plaatsgevonden. Dit is mede het gevolg van de organisatieontwikkeling welke per 1 januari 2021 is verwerkt in de begroting.
Bij goedkeuring van deze wijzigingen (bijlage 1), wordt deze beheersbegroting 2021 gebruikt als basis voor de Beleidsbegroting 2022. 1.2 Het investeringsplan 2021 is verder uitgewerkt en geactualiseerd. Ook zijn er diverse verschuivingen van investeringsprojecten van 2020 naar 2021. Hierdoor zijn aanpassingen van de kapitaallasten en investeringskredieten noodzakelijk. Het Investeringsplan (IP) 2021 is verder uitgewerkt en geactualiseerd. Hierbij is gekeken naar de levensduur en de noodzakelijkheid van vervanging. Dit zorgt voor aanpassingen van het IP en de hieruit voortkomende kapitaallasten. Tevens zijn er diverse verschuivingen van investeringsprojecten van 2020 naar 2021. De geactualiseerde investeringskredieten zijn opgenomen in bijlage 2 met als basis het geactualiseerde investeringsplan 2021 inclusief de overloop van 2020. De primitieve begroting 2020 (beleidsbegroting 2020) was € 14,7 mln. Het voor 2020 vastgestelde investeringsplan bedroeg € 8,9 mln. Daarvan is € 6,8 mln. gerealiseerd in 2020. Uit de toelichting op de investeringen valt op te maken dat als gevolg van corona problemen met de levering zijn ontstaan waardoor investeringen niet zijn gerealiseerd en zijn doorgeschoven naar 2021. Dit betreft een bedrag van ca. € 1,60 mln. en verklaard daarmee grotendeels de afwijking van in totaal € 2,1 mln.
Het investeringsplan 2021 is tot stand gekomen onder andere o.b.v. afgesloten contracten zoals voor de vervoermiddelen. Dit betreft meteen het grootste investeringsbedrag met een totaal bedrag van € 12,9 mln. ten opzichte van het totale investeringsvolume van € 18,9 mln.. Bij het opstellen van het investeringsplan is nut en noodzaak van de vervangingsinvesteringen goed nagegaan. Mede door de genoemde hoge investeringen in vervoermiddelen, uitgestelde en naar 2021 verplaatste investeringen en doorgeschoven investeringen (zoals o.a. grootschalig- en kleinschalig watertransporten) van 2020 naar 2021 is het totale investeringsvolume zo hoog. Vanuit de organisatie wordt strakker en beter gestuurd op de voortgang en realisatie van het investeringsplan. De verwachting is dat het investeringsplan wordt gerealiseerd, tenzij door corona leveringsproblemen gedurende dit jaar ontstaan. 1.3 De kosten voor ICT, in de voor van SAAS-oplossingen, moeten met ingang van 2020 anders verwerkt worden in de begroting. Conform BBV voorschriften dienen de ICT kosten voor software in de vorm van SaaS-oplossingen1 met ingang van 2020 anders verwerkt te worden. Als gevolg hiervan worden deze kosten voortaan in de exploitatie verwerkt in plaats van als investering.
Omdat de SaaS kosten een grillig uitgavepatroon kennen over de jaren verspreid, wordt voorgesteld om dit vanaf de begroting 2021 te gaan dekken uit een egalisatiereserve SaaS. Hierdoor ontstaat een evenwichtige spreiding van de lasten. Deze reserve kent hetzelfde principe als de egalisatiereserve kapitaallasten. De reserve wordt jaarlijks gevuld met de gemiddelde jaarlijkse besparing op kapitaallasten voor software de komende 10 jaar. Het gemiddelde bedrag per jaar benodigd ligt hoger doordat het SaaS platform al niet meer in de investeringsbegroting was opgenomen voor 2021 en verder. Onderstaand het financiële gevolg: Gemiddelde uitgaven SaaS 2021-2030 Gemiddelde vrijval kapitaallasten 2021-2030 Nog geen dekking
€ 430.000 € - 340.000 € 90.000
Voorgesteld wordt om naast de jaarlijkse storting een initiële storting in de reserve SaaS te maken vanuit het resultaat 2020 van € 450.000. Dit geeft dekking aan het jaarlijkse tekort van € 90.000 voor de komende 5 jaar. De tijdsperiode is gebaseerd op de vervangingscyclus van 5 jaar voor deze software. Tevens wordt er rekening mee gehouden dat een 100% realisatie normaliter niet bereikt wordt. 1.4 Noodzakelijke uitgaven als gevolg van wet- en regelgeving en/of onvermijdbaar worden op basis van beleid verrekend via het kostenverdeelmodel. Het Algemeen Bestuur hanteert als uitgangspunt dat hogere, noodzakelijke uitgaven als (in)direct gevolg van wet- en regelgeving en/of onvermijdbaar zijn op grond van de wettelijk vastgestelde beleidsdocumenten verrekend kunnen en mogen worden via het kostenverdeelmodel, dat de basis vormt voor de gemeentelijke bijdrage aan Veiligheidsregio MWB. De hieronder staande punten komen voort uit gewijzigde wet- en regelgeving.
1
Software-as-a-Service (SaaS) is een model waarbij softwaretoepassingen via internet worden aangeleverd.
Onderwerp: Begrotingswijziging 2021 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
p. 2/7
FLO (intekentaak) In 2020 is een meerjarenprognose gemaakt voor de kosten van het FLO-overgangsrecht. Eind 2020 heeft een aantal wijzigingen in wet- en regelgeving gezorgd voor een noodzakelijke aanpassing van de prognose met als gevolg een verwachting van hogere kosten. Daarnaast zorgen wijzigingen op medewerkersniveau voor een verandering/verschuiving van kosten. Algemeen - Wetsvoorstel tot aanpassing duur toepassing levensloop, Prinsjesdag 2020. Het onlangs aangenomen wetsvoorstel regelt dat de levenslooptegoeden niet langer tot 1-1-2022 kunnen worden uitbetaald, maar tot 1 november 2021. Concreet betekent dit dat er eerder moet worden gestart met een reguliere FLO-uitkering met hogere uitkeringskosten tot gevolg. - Herziening toepassing boete Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Voorheen diende over elke euro aan bruto FLO-uitkering 52% RVU boete te worden betaald. Een aanpassing van de zienswijze vanuit de Belastingdienst maakt dat vanaf heden niet alleen over de bruto uitkering een RVU-boete is verschuldigd, maar ook op alle werkgeversbijdragen en -afdrachten, zoals werkgeversbijdrage pensioenpremie etc. Dit heeft een aanzienlijke verhoging van de kosten tot gevolg. - Hogere loonkosten per 1 januari 2021. Ondanks dat er geen cao-stijging heeft plaatsgevonden zijn de loonkosten en daarmee de FLO-kosten per 1 januari 2021 gestegen.
Doordat het FLO-recht is gebaseerd op een 75% netto garantie, hebben de veranderingen (onder andere hogere pensioenpremies en verandering in het fiscale regime) direct invloed op de FLO-rechten en de kosten. Individueel - Het verlaten van de bezwarende functie door een medewerker met recht op FLO-overgangsrecht heeft een vermindering en verschuiving (afkoop) van de FLO-kosten tot gevolg. - Uitvoering van de rechtspositie heeft voor het leeuwendeel van de medewerkers met recht op FLOovergangsrecht tot gevolg dat zij, tijdelijk in 2020 of 2021, bij bijzondere en eenmalige betalingen dienen te worden belast via een hoger percentages bijzonder tarief. Dit percentage ligt 6% hoger dan het gangbare tarief. Doordat deze medewerkers in 2020 en 2021 recht hebben op een te bruteren netto versneld spaarbedrag (afspraak cao-partijen) liggen de kosten van deze getrapte uitbetaling in 2021 circa 6% hoger dan in 2020. Bovengenoemde wijzigingen ten opzichte van beleidsbegroting 2021 veroorzaken de volgende aanpassingen in jaarschijf 2021.
Onderwerp: Begrotingswijziging 2021 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
p. 3/7
Kazerne (intekentaak) Basis voor de begroting voor de intekentaak beheer kazernes vormt de realisatie boekjaar 2020. Op grond daarvan zijn o.a. de kapitaallasten 2021 en verder aangepast. Ten opzichte van de beleidsbegroting 2021 betekent dit voor jaarschijf 2021 het volgende.
In de initiële beleidsbegroting 2021 was abusievelijk rekening gehouden met een bedrag van € 586.953 voor de intekentaak kazernes. Dit is ook zo in het volume van de baten en lasten verwerkt destijds, Dit bedrag diende echter € 515.224 te zijn zoals in de tabel Actualisatie kazernes beleidsbegroting 2021 was opgenomen. In deze begrotingswijziging 2021 is uitgegaan van het originele bedrag van € 586,953 voor de wijziging. Dit is ook opgenomen in de specificatie. Na begrotingswijziging resteert een bedrag van € 413.851 voor de betreffende gemeenten. IOV-gelden Sinds 2006 worden structurele lokale adviestaken voor wat betreft de Besluiten Externe Veiligheid Inrichtingen, Externe Veiligheid Buisleidingen en Externe Veiligheid Transport met incidenteel geld uitgevoerd. Hiervoor ontvingen de veiligheidsregio’s zogenaamde impulsgelden (IOV) van het ministerie van I&W. Voor veiligheidsregio MWB is dit in de begroting 2020 een bedrag van €169.000. Na lange onderhandelingen met het ministerie van I&W, IPO en de VNG is besloten deze gelden vanaf 2021 over te hevelen naar zowel het provinciefonds als het gemeentefonds. Van de € 4,5 mln. voor lokaal omgevingsveiligheid wordt € 0,675 mln. toegevoegd aan het provinciefonds en € 3,825 aan het gemeentefonds. Gemeenten zijn hierover geïnformeerd in het septembercirculaire gemeentefonds 2020, compensatie voor gemeenten MWB is € 284.000.
De middelen worden middels een landelijke verdeelsleutel structureel in het gemeentefonds gestort, om tegemoet te komen aan de werkelijke bestuurslasten op gebied van externe veiligheid. Door de invoering van de omgevingswet neemt het aantal bedrijven met milieubelastende activiteiten toe waardoor meer inzet voor externe advisering nodig is. In 2021 werken wij aan een notitie waarin deze ontwikkeling en de definitieve personele en financiële gevolgen nader worden uitgewerkt. 2.1 Conform wet- en regelgeving moeten begrotingswijzigingen van de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant voor zienswijze voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Gelet op artikel 35, lid 1, 3 en 5 van de Wet gemeenschappelijk regelingen en artikel 26, lid 2, 4 en 10 van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, moeten begrotingswijzigingen voor zienswijzen voorgelegd worden aan de gemeenteraden. 2.2 Gelet op de geringe financiële consequenties voor de gemeente Geertruidenberg is het niet noodzakelijk om een zienswijze in te dienen. Voor een inhoudelijk argumentatie verwijs ik u naar het hoofdstuk in dit voorstel over de financiën. 3.1 De termijn voor het indienen van zienswijzen op de begrotingswijziging sluit op vrijdag 2 juli 2021.
Uiterlijk 2 juli 2021 wordt een zienswijze van de gemeenteraden verwacht zodat deze eventueel betrokken kan worden in de definitieve besluitvorming door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Kanttekeningen 1.1 Wanneer we, om wat voor reden dan ook, niet instemmen met de begrotingswijzigingen van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en tweederde van de overige gemeenten doen dat wel, zijn de wijzigingen alsnog getroffen. Onderwerp: Begrotingswijziging 2021 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
p. 4/7
Financiën Alleen de wijziging in verband met de Investeringsgelden Omgevingsveiligheid (IOV) zorgt ervoor dat de inwonerbijdrage van de gemeente Geertruidenberg aan de VRMWB in 2021 toeneemt met € 3.345. Gelet op het feit dat deze begrotingswijziging kleiner is dan € 10.000, zal deze meegenomen worden in de reguliere verantwoording in de P&C-cyclus.
Communicatie n.v.t. Uitvoering Na besluitvorming door uw raad moet de VRMWB in kennis gesteld van uw besluit en/of de zienswijze waarna definitieve besluitvorming plaatsvindt door het Algemeen Bestuur van de VRMWB. Bijlagen 1. Begrotingswijziging 2021 2. Investeringsplan 2021 Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij vaststelling aan. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
R.C.J. Nagtzaam
M. Witte
Onderwerp: Begrotingswijziging 2021 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
p. 5/7
De raad van de gemeente Geertruidenberg; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg. Gelet op: artikel 35, lid 1, 3 en 5 van de Wet gemeenschappelijk regelingen en artikel 26, lid 2, 4 en 10 van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Gezien het voornemen van het bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant tot het vaststellen van een wijziging van de begroting van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, (Zaaknummer: 2021050479937) Besluit: De raad besluit: Kennis te nemen van het concept-begrotingswijziging van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (Zaaknummer: 2021050479937) en geen zienswijzen in te dienen; Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 1 juli 2021, Geertruidenberg, de raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere
M. Witte
Onderwerp: Begrotingswijziging 2021 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
p. 6/7
BIJLAGE 1 BEGROTINGSWIJZIGING 2021
De primaire begroting 2021 was ingedeeld in 5 pijlers. De pijler algemene opbrengsten is met ingang van de BURAP 2020 komen te vervallen en is in bovenstaande administratieve begrotingswijzing aangepast. Tevens zijn diverse andere wijzigingen verwerkt op het gebied van o.a. de BDUR-ontvangsten en de reserves en voorzieningen.
BIJLAGE 2 INVESTERINGSPLAN 2021
Onderwerp: Begrotingswijziging 2021 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
p. 7/7