raadsvoorstel beleidskader Beschermd Wonen 11022021
Tekst van het document
Zaaknummer : 2020120374161
Raadsvoorstel Aan Raadsvergadering Agendanummer Onderwerp
: Raad van Geertruidenberg : 11 februari 2021 : : ‘Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025’
Voorstel 1. Het beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025 vaststellen. Inleiding Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 verantwoordelijk voor beschermd wonen. De maatwerkvoorziening beschermd wonen is bedoeld voor mensen met een psychische kwetsbaarheid die zich tijdelijk niet op eigen kracht kunnen handhaven in de samenleving. Zij kunnen door hun psychiatrische aandoening, licht verstandelijke beperking en/of een combinatie van psychosociale problemen tijdelijk niet zelfstandig wonen. Mensen die beschermd wonen, kunnen dat doen in een accommodatie van een instelling met toezicht en begeleiding maar ook zelfstandig met ambulante begeleiding of via een tussenvorm. Een maatwerkvoorziening beschermd wonen is in principe tijdelijk; we zien het als een opstap naar een zelfstandig(er) bestaan, of een opstap naar de Wet langdurige zorg als blijkt dat een beschermende woonomgeving levenslang nodig is om de situatie van de cliënt stabiel te houden. Op 21 december 2017 heeft uw raad, na een informatieavond met een ervaringsdeskundige de regionale uitgangspuntennotitie ‘Opvang en bescherming in de regio Breda’ vastgesteld die het kader biedt voor de doordecentralisatie van beschermd wonen.
Per 1 januari 2021 wordt niet meer gewerkt met centrumgemeenten (in ons geval Breda), maar zijn alle gemeenten inhoudelijk verantwoordelijk voor beschermd wonen. Het Rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten hebben de doordecentralisatie beschermd wonen ingezet vanuit de toekomstvisie ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’ van commissie Dannenberg . Deze visie is opgezet vanuit een herstelbenadering en houdt in dat mensen zoveel mogelijk in hun eigen wijk en woning geholpen moeten worden. Tegelijkertijd wordt per 1 januari 2021 de Wlz opengesteld voor de zwaarste cliënten beschermd wonen (in onze regio naar schatting 125 cliënten). Deze mensen, die blijvend 24 uurs toezicht/nabijheid van zorg nodig hebben, zullen dus niet meer onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid (Wmo) vallen en daarmee niet onder de doordecentralisatie beschermd wonen. De tien gemeenten in de regio Breda werken momenteel aan de doordecentralisatie, uw raad is in oktober 2020 via de Griffel geïnformeerd over de stand van zaken van de verschillende deelopdrachten die in het verlengde liggen van de vastgestelde uitgangspuntennotitie. Ook zijn op 17 november en 2 december webinars voor raadsleden (en op 18 november een voor adviesraden sociaal domein) georganiseerd (dat terug te kijken is) waarin de achtergronden en vorderingen van de doordecentralisatie beschermd wonen werden toegelicht.
De inschatting is dat er vanaf 2022 ongeveer 550-600 cliënten beschermd wonen in regio Breda zullen zijn met een gemiddelde verblijfsduur in beschermd wonen ongeveer 2,5 jaar. Naar verwachting zullen ongeveer 10 cliënten uit Geertruidenberg komen, hoewel dit cijfer zich niet gemakkelijk laat meten omdat mensen uit de doelgroep beschermd wonen regelmatig diverse omzwervingen door de regio maken en bovengemiddeld vaak uiteindelijk ingeschreven staan in gemeente Breda. We vinden het belangrijk dat de zorg voor cliënten beschermd wonen van goede kwaliteit is en hen zo veel mogelijk in staat stelt zo zelfstandig en gewoon mogelijk deel te nemen aan het leven op een plek die aansluit bij hun herstelbehoefte. In het bijgevoegde ‘Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025’ worden de doelen die we willen bereiken met de regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen nader uitgewerkt, in lijn met de uitgangspuntennotitie die in 2017 is vastgesteld. Uw raad wordt verzocht dit beleidskader vast te stellen, zodat dit als basis gebruikt kan worden bij het verder uitwerken van onder meer de toegang tot en inkoop en financiering van beschermd wonen per
2022 en de juridische samenwerkingsvorm (een centrumgemeenteregeling met als centrumgemeente Breda). Beoogd effect Een normalisatie van beschermd wonen. We willen mensen die zijn aangewezen op beschermde woonvormen – meer dan nu het geval is – zo zelfstandig mogelijk in de wijk laten wonen, wat hun kwaliteit van leven verbetert en hun kansen op participatie en inclusie ondersteunt. Als randvoorwaarde geldt dan wel dat goede kwaliteit van leven mogelijk is (door beschikbare passende huisvesting, de beschikbaarheid van begeleiding in de nabijheid en toegankelijkheid voor deze doelgroep van de huidige voorzieningen). Dit sluit aan bij het algehele uitgangspunt in het sociale domein dat de eigen kracht van burgers en hun participatie in de samenleving vergroot moet worden. Daarnaast moet het op- en afschalen van zorg en ondersteuning vanzelfsprekender worden zodat onder meer een soepele overgang tussen maatschappelijke opvang, beschermd wonen en zelfstandig wonen (met Wmo begeleiding) wordt bevorderd. De centrale doelen voor beschermd wonen 2021-2025 die in het beleidskader worden uitgewerkt zijn: • De uitvoering van beschermd wonen is gericht op maatschappelijk herstel van de cliënt en leidt daarmee tot duurzame uitstroom. • Cliënten participeren zoveel mogelijk in het reguliere dagelijks verkeer, op een zo hoog mogelijke trede van de participatieladder.
Hierbij wordt gedacht in termen van positieve gezondheid en mogelijkheden. • Aanbieders sluiten de ondersteuning van cliënten in het kader van beschermd wonen aan bij de directe leefomgeving van de cliënt. Ze maken actief verbinding met de omgeving van de cliënt in de wijk: kennen de relevante voorzieningen en zijn aanspreekbaar voor (partners in) de wijk. • De (woon)voorzieningen in de regio worden doorontwikkeld om aan te sluiten bij de uitgangspunten en gewenste regionale spreiding, dus ook in gemeenten die nu nog weinig intramurale beschermd wonen plekken hebben. Het beleidskader stelt voor om cliënten die in een zelfstandige woning in de wijk wonen en wiens ondersteuningsvraag dat toelaat onder de lokale Wmo te laten vallen en niet meer onder het regionale beschermd wonen budget. Mensen met een psychische kwetsbaarheid die in de wijk wonen kunnen namelijk ook goed begeleid worden via een indicatie Wmo begeleiding met soms een extra component nabijheid.
Hiermee zullen we in de regio meer aansluiten bij de wettelijke definitie van beschermd wonen (wonen in de accommodatie van een instelling met bijbehorend toezicht en begeleiding), de bedoeling en insteek van de doordecentralisatie (waar dat kan cliënten zo lokaal mogelijk ondersteunen) en recht doen aan de ondersteuningsbehoefte van deze cliënten (deze cliënten hebben vaak meer overeenkomsten met ambulante begeleidingscliënten dan beschermd wonen cliënten). De 24-uursondersteuning van een professional die buiten kantooruren op een ongeplande ondersteuningsvraag af moet, blijven we voor al deze cliënten, dus zowel de cliënten die lokaal opgepakt gaan worden als de cliënten die regionaal gefinancierd blijven, regiobreed organiseren middels het regionale budget beschermd wonen. In hoofdstuk 5 van het beleidskader is een afbakening van de doelgroep die zelfstandig woont en in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen opgenomen. Dit om een onderscheid te kunnen maken tussen wanneer een maatwerkvoorziening beschermd wonen op zijn plaats is en wanneer Wmo begeleiding.
Een indicatie beschermd wonen komt in beeld bij een combinatie van hulpbehoevendheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen, het leiden van een geïsoleerd leven, het hebben van onplanbare en niet-uitstelbare ondersteuningsvragen, het hebben van een beperkt ontwikkelperspectief en het ongeschikt zijn voor intramuraal beschermd wonen of het hebben van een intensieve zorgbehoefte na afschaling na een klinische opname. Deze afbakening betreft een richtlijn, nadere uitwerking vindt op uitvoeringsniveau plaats. In september 2022 evalueren we de afbakening om te bezien of deze nog steeds het juiste onderscheid maakt tussen Wmo begeleiding en de regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen. Argumenten Het beleidskader noemt vier deelopdrachten die per 1-1-2022 afgerond moeten zijn: • Inkoop 2022: De huidige overeenkomst met zorgaanbieders beschermd wonen loopt tot 31-12-2021. Er moet opnieuw ingekocht worden, namens alle gemeenten. We gaan werken met één inkooporganisatie die beschermd wonen zorg contracteert en afrekent met de aanbieders, de regionale begroting beheert en verantwoording aflegt aan de deelnemende gemeenten over het gevoerde beleid. Dit beleidskader is de basis voor het inkoopdocument. • De toegang tot beschermd wonen: op dit moment ligt de toegang bij de centrumgemeente Breda.
Er moet een besluit worden genomen over wat de beste manier is om de toegang tot beschermd wonen te organiseren vanaf 2022. Om hiervoor input te verzamelen wordt momenteel een pilot uitgevoerd waarin de toegang beschermd wonen van gemeente Breda samen met de lokale toegangen van pilotgemeenten Oosterhout, Etten-Leur, Moerdijk en Drimmelen aanvragen beschermd wonen behandeld.
Onderwerp: ‘Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025’
p. 2/5
• Centrumgemeenteregeling: de centrumgemeente constructie houdt op te bestaan, alle gemeenten nemen gezamenlijk de verantwoordelijkheid. De samenwerkingsafspraken hierover moeten juridisch verankerd worden. De centrumgemeenteregeling, een lichte vorm van een gemeenschappelijke regeling, wordt daarvoor verder uitgewerkt. • Aanpassen gemeentelijke regelgeving: in verordening en beleidsregels zullen de voorwaarden voor het in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen in de regio Breda uitgewerkt moeten worden. We werken dit als regio uit, zodat het juridisch kader in elke gemeente in beschermd wonen regio Breda hetzelfde is. Het beleidskader geeft alle gemeenten uit de beschermd wonen regio Breda ook de opgave mee om de regionale koerswijzer, een samen met ervaringsdeskundige en zorg- en welzijnspartners vastgesteld voorzieningenniveau voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, lokaal beschikbaar te hebben. Met de door u vastgestelde knelpuntennotitie Sociaal Domein hebben wij al enigszins op deze opgave – het voorbereiden van deze decentralisatie en het werken aan een voor de doelgroep passend voorzieningenniveau –voorgesorteerd, door de ambtelijke inzet hiervoor te vergroten. Kanttekeningen De periode van 5 jaar die het beleidskader kent is een goede termijn om conclusies te kunnen trekken en keuzes voor de verdere toekomst te maken.
Gedurende deze periode wordt ervaring opgedaan met de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor beschermd wonen. Tijdens en aan het eind van deze periode zullen evaluaties plaatsvinden. De gemeenten kunnen vervolgens keuzes maken over aansluiting van beschermd wonen op Wmo begeleiding en maatschappelijke opvang. Financiën Met dit beleidskader verbinden de 10 gemeenten in de regio Breda zich met ingang van 2021 aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor Beschermd Wonen. Gemeenten zijn gezamenlijk financieel verantwoordelijk voor de bekostiging van de regionale voorzieningen voor wonen met bescherming. Deze verantwoordelijkheid strekt vooralsnog tot en met 2025. De regiogemeenten zijn afgelopen jaren nauw betrokken bij de voorbereiding op de doordecentralisatie. Ondanks dat de regiogemeenten per 2021 nog geen budget voor de uitvoering voor Beschermd Wonen zullen ontvangen, hebben alle gemeenten in 2021 al wel de inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid. Het budget dat middels de integratie-uitkering beschermd wonen door het Rijk beschikbaar wordt gesteld voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen is leidend voor de inrichting van het regionale systeem van beschermd wonen.
De integratie-uitkering beschermd wonen wordt middels een ingroeipad doorgedecentraliseerd: in 2021 ontvangt de centrumgemeente Breda nog 100% van de integratie-uitkering, vanaf 1 januari 2022 worden de middelen in een periode van 10 jaar tijd stapsgewijs verschoven van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. In het beleidskader is als afspraak opgenomen dat gemeenten ontvangen beschikbare middelen uit de integratie-uitwerking ter beschikking stellen voor de taak beschermd wonen en samen een regionale begroting opstellen. Het resultaat op de begroting wordt naar rato van het aantal inwoners verdeeld over de gemeenten. In het geval de afbakening van de doelgroep of uitvoering van regionaal beleid onevenredige nadelige financiële gevolgen heeft voor een of meerdere gemeenten, worden de daarmee samenhangende kosten op basis van inwoneraantal verdeeld over de gemeenten. De afbakening van de doelgroep beschermd wonen in de regio Breda heeft gevolgen voor het totale volume aan cliënten die vallen onder de regionale verantwoordelijkheid. De gevolgen van deze afbakening zijn nog niet duidelijk. De verwachting is dat met de aanscherping van de definitie een beperkt aantal cliënten beschermd wonen naar Wmo begeleiding kan uitstromen. Dit gebeurt pas bij het aflopen van de indicatie beschermd wonen. Dit zullen voor gemeente Geertruidenberg waarschijnlijk enkele cliënten betreffen.
De 24-uurs nabijheid die deze cliënten nodig hebben, blijft zoals gezegd wel onder regionale verantwoordelijkheid vallen. Financieel gezien betekent dit waarschijnlijk een verschuiving van regionale kosten naar lokale kosten omdat een cliënt deels onder regionale (24 uurs nabijheid) en deels onder lokale (Wmo begeleiding) verantwoordelijkheid valt. Aangezien een positief resultaat op de regionale begroting beschermd wonen weer verdeeld wordt over de gemeenten en de kosten voor een indicatie beschermd wonen vaak hoger zijn dan van een indicatie begeleiding, hoeft dit per saldo geen negatief effect op de onze begroting te hebben. Omdat er cliënten overgaan van Wmo beschermd wonen naar de Wlz zal het Rijk een korting toepassen op de integratie-uitkering beschermd wonen, uitgangspunt hierbij is kostenneutraliteit. Dat betekent dat de uitname gelijk is aan de zorgkosten van deze groep cliënten. Op dit moment wordt een landelijk onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop dit bereikt kan worden. De verwachting is dat er een tarief aan de cliëntengroep wordt gehangen en niet op werkelijke kosten wordt afgerekend. De kostenneutraliteit is
Onderwerp: ‘Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025’
p. 3/5
daarmee afhankelijk van het gekozen tarief. Daarmee is er een mogelijkheid dat de regio nadeel ondervindt van deze ontwikkeling. Naast de integratie-uitkering beschermd wonen ontvangt gemeente Breda ook structureel €1.200.000 regionale middelen voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord ambulantisering GGZ (HLA). Deze regionale middelen worden ook gezamenlijk ingezet voor de doelgroep beschermd wonen voor een periode van 5 jaar, of zolang de middelen via het Rijk beschikbaar worden gesteld. Communicatie Fameus, centrum voor ervaringsdeskundigheid, herstel, ontwikkeling en ontplooiing in beschermd wonen regio Breda, is betrokken bij de regionale ambtelijke projectgroep die werkt aan deze doordecentralisatie. De adviesraad sociaal domein heeft bijgaand advies op het beleidskader uitgebracht. De conclusie van dit advies is als volgt: Het Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 – 2025 kent een mooie ambitie. Als een stip aan de horizon. De ambitie is echter wel te groot. Een dergelijk plan kan alleen slagen als aan alle genoemde cruciale voorwaarden vooraf is voldaan. Het mag niet voorkomen dat bij uitplaatsing van mensen aan deze randvoorwaarden niet is voldaan. Daarvoor zijn de gevolgen te groot. Verder dienen cliënten en hun naasten betrokken te worden bij de plannen. Uiteindelijk gaat het immers om hen.
We maken ons zorgen over een goed op elkaar afgestemde kwalitatieve zorg en de daarbij benodigde sociale ondersteunende structuur. Dit is de afgelopen 5 à 10 jaar niet gelukt. Gezien de huidige status quo waarbij gemeenten nog veel pittige stappen moeten zetten, is ons advies daarom om de lat lager te leggen. Werk bijvoorbeeld met pilots en zorg voor een goede monitoring. In de huidige plannen lijkt de uitvoering te simpel weggezet.. Deze conclusie zullen wij zeker ter harte nemen. Momenteel worden de adviezen van de adviesraden uit de regio verzameld en hun adviezen worden gebundeld tot een regionale aandachtspuntenlijst welke we in de verdere doordecentralisatie meenemen. . Laatste ontwikkelingen Na de behandeling van dit beleidskader in onze vergadering van 15 december werd van het Rijk vernomen dat zij besloten om de ingangsdatum voor de inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid (wederom) met een jaar uit te stellen. In een brief van VWS van 18 december 2020 naar de Tweede Kamer heeft het ministerie aangegeven dat de regionale voorbereidingen op de doordecentralisatie wel door moeten gaan. Dit advies wordt in onze regio opgevolgd waardoor voortgegaan zal worden met de uitwerking van dit beleidskader zodat we tijdig klaar staan voor de uiteindelijke decentralisatie.
Bijlagen Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025 Advies Adviesraad Sociaal Domein 2 december 2020 Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij vaststelling aan. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris,
de burgemeester,
R.C.J. Nagtzaam
M. Witte
Onderwerp: ‘Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025’
p. 4/5
De raad van de gemeente Geertruidenberg; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg van 15 december 2020. Gelet op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Geertruidenberg; Besluit: De raad besluit: Het beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025 vast te stellen
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 11 februari 2021, Geertruidenberg, de raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere
M. Witte
Onderwerp: ‘Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 2025’
p. 5/5