Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan Raadsvergadering Agendanummer Onderwerp Portefeuillehouder
Zaaknummer : 20250922135161 : Raad van Geertruidenberg : 13 november 2025 : : Belastingverordeningen 2026 : H.H.M. de Jongh
Voorstel Vast te stellen: a) de "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026”, zoals vermeld onder punt I; b) de "Verordening riool- en waterzorgheffing 2026", zoals vermeld onder punt II; c) de "Verordening onroerende zaakbelasting 2026", zoals vermeld onder punt III; d) de "Verordening precariobelasting 2026", zoals vermeld onder punt IV; e) de "Verordening havengelden 2026", zoals vermeld onder punt V; f) de "Verordening binnenhavengeld 2026", zoals vermeld onder punt VI; g) de “Verordening leges 2026”, zoals vermeld onder punt VII; h) de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026", zoals vermeld onder punt VIII; i) de "Verordening marktgelden 2026", zoals vermeld onder punt IX; j) de “Verordening tot negende wijziging op de “Verordening Woonschepen Geertruidenberg 2016”, zoals vermeld onder punt X; k) de "Verordening toeristenbelasting 2026-2027", zoals vermeld onder punt XI; l) de "Verordening watertoeristenbelasting 2026-2027", zoals vermeld onder punt XI; m) de “Verordening kwijtschelding onder punt XII n) deze verordeningen en besluiten na vaststelling bekend te maken en na bekendmaking in werking te laten treden. Samenvatting Jaarlijks stelt de raad de belastingverordeningen vast. Dit gebeurt ook voor 2026, op basis van de voorstellen die per belastingsoort in dit raadsvoorstel zijn uitgewerkt.
Door vaststelling van de belastingverordeningen 2026 wordt de (juridische) basis gelegd voor het kunnen heffen en invorderen van belastingen in 2026. Inleiding In uw vergadering van 13 november 2025 stelt u de gemeentebegroting 2026 vast. Hierin zijn wel de belastingopbrengsten maar niet de tarieven opgenomen. Hierbij treft u daarom de besluiten aan inzake de tarieven. Bij de berekening van de tarieven is rekening gehouden met het gestelde in de begroting 2026. Gemeenten zijn verplicht om in de paragraaf A lokale heffingen een overzicht van baten en lasten op te nemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Dit is het geval bij de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de begraafrechten, de leges, de havengelden, de marktgelden en de woonschepenrechten. De kostendekkendheid vindt u dus terug in de paragraaf A lokale heffingen behorende bij de begroting 2026 en treft u niet meer per heffing separaat aan bij dit voorstel. De tarieven zoals in het voorstel en de daarbij behorende besluiten opgenomen kunnen afwijkingen in de afronding naar boven of naar beneden geven. Dit omdat een aantal tarieven per maand geheven worden en dus deelbaar moeten zijn door 12.
Bijdrage aan maatschappelijke opgave / strategische doelstelling / beoogd (maatschappelijk) effect Het beoogde effect is voor belastingjaar 2026 de verordeningen en tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen vast te stellen. Argumenten I.
Reinigingsheffingen
Met de afvalstoffenheffing dekken we de huisvuil inzamelingskosten. De heffing mogen we wettelijk gezien ook alleen inzetten voor de dekking van de kosten van afvalinzameling en afvalverwerking. We mogen er geen winst op maken (“gesloten financiering”). Het saldo kosten en opbrengsten van reiniging en milieustraat brengen we jaarlijks, op begrotingsbasis, in rekening bij de burgers middels de afvalstoffenheffing. Dit houdt in dat 100% van de kosten bij de burgers in rekening wordt gebracht. Een overschot of tekort wordt gestort in of onttrokken uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Vanaf belastingjaar 2025 maakt de gemeente gebruik van een heffingssystematiek waarbij gekeken wordt naar de aanbod van restafval (Diftar). De tarieven voor de afvalstoffenheffing bestaan uit één vastrecht wat voor alle inwoners hetzelfde is. Voorgesteld wordt om dit bedrag voor 2026 vast te stellen op € 249,-. Daarbovenop betalen inwoners nog een variabel tarief per aanbieding van hun restafval. Dit is € 3,50 per storting in een ondergrondse restcontainer en € 14,- per keer dat inwoners uit het buitengebied hun restafval minicontainer aan straat zetten.
Overige tarieven In de verordening zijn verder de bedragen opgenomen die in rekening worden gebracht voor het achterlaten van afvalstoffen aan de milieustraat aan de forellenweg te Raamsdonksveer en voor zaken zoals het ophalen van grof afval aan huis en het verstrekken van een nieuwe milieupas. Voorgesteld wordt om deze tarieven niet te wijzigen ten opzichte van 2025. Kwijtscheldingsregeling Het vastrecht wordt nog steeds 100% kwijtgescholden. Voor wat betreft het variabele deel (de aanbiedingen) geldt het volgende qua vrijgestelde aanbiedingen: • Maximaal 24 aanbiedingen bij een ondergrondse container van 60 liter • Maximaal 6 aanbiedingen van een minicontainer van 240 liter Tarieven afvalstoffenheffing 2026 Afvalstoffenheffing Vastrecht
2025
2026
€
201,00
€
249,00
restafval in ondergrondse container, per 60 liter of een gedeelte ervan
€
3,50
€
3,50
restafval in een minicontainer van 240 liter
€ €
14,00 36,00
€ €
14,00 36,00
Tarief per aanbieding van:
extra minicontainer bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval
De tarieven (vast recht en extra minicontainer) zijn afgerond, zodat ze goed deelbaar zijn door 12. Afval ophalen aan huis Grof afval via de haalservice aan huis Voorrijkosten, per geval Verwerkingskosten, per 0,5 m3 of gedeelte daarvan Het onder lid 3.2 genoemde bedrag is niet van toepassing op bruin- en witgoed dat valt onder de regeling Beheer elektrische en elektronische apparatuur. Afval brengen naar de milieustraat Het aanbieden van afvalstoffen bij de milieustraat aan de Forellenweg te Raamsdonksveer, per kilo • Asbest, asbesthoudende en asbest gelijkende producten • Auto- en motorbanden, afkomstig van personenauto’s, zonder velg, max. 5 • Klein Chemisch Afval (KCA)
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
€ 25,00 € 45,00
€ 0,00
p. 2/11
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Dakleer Elektrische en elektronische apparatuur / Wit- en Bruingoed (AEEA) Frituurvet en –olie Gips Grof snoei- en tuinafval Harde kunststoffen Hout (A+B of C-kwaliteit) Kadavers van kleine huisdieren Luier- en incontinentieafval Matrassen (schoon en droog) Metaal Oud papier en karton Piepschuim (EPS / geëxpandeerd polystyreen) Schoon puin Tapijt Textiel Verpakkingen van plastic, metaal en drankenkartons (PMD) Verpakkingen van glas Vlakglas Gemengd Bouw- en sloopafval Grof huishoudelijk restafval Huishoudelijk restafval, uitsluitend in gesloten vuilniszak of andere ompakking Niet gescheiden, niet herbruikbare stromen al dan niet gemengd met restafval en/of bouw- en sloopafval. De weegbrug werkt met stappen van 5 kilo, de minimale belastingplicht bedraagt dan ook 5 maal het tarief per kilo en neemt toe met stappen van 5 kilo per keer. Indien de weegbrug inclusief de daarbij behorende programmatuur voor facturering al dan niet door een technische storing geen dienst doet, voor het achterlaten van huishoudelijk restafval, bouw- en sloopafval en/of afval dat gelijktijdig wordt aangeboden, op de door de gemeente aangewezen milieustraat, per halve kubieke meter (0,5 m3) of een gedeelte daarvan.
Overige tarieven De belasting voor overige ondersteunende dienstverlening, per geval: Het uitzetten van een extra minicontainer van enige soort, per minicontainer (met een maximum van 1 extra minicontainer per afvalsoort): Het op aanvraag verkrijgen van een extra afvalpas (met een maximum van 1 extra afvalpas per perceel): Het vervangen van een minicontainer van enige soort bij beschadiging, vermissing of diefstal Het vervangen van een afvalpas bij beschadiging, vermissing of diefstal De belasting als bedoeld in 5.3 en 5.4 wordt niet opgelegd indien de oorzaak van de beschadiging, vermissing of diefstal niet aan de belastingplichtige te wijten is.
II.
€ 0,45
€ 45,00
€ 50,00 € 10,00 € 50,00 € 10,00
Riool-en waterzorgheffing
De riool- en waterzorgheffing geschiedt vanuit twee gezichtspunten: Een heffing van de eigenaar en een heffing van de gebruiker. De heffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. Dit betekent dat het individuele profijt van de heffing door de gemeente niet meer hoeft te worden aangetoond. De gemeente kan de kosten verhalen die ze maakt voor het nakomen van de zorgplichten uit de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. In basis worden de tarieven trendmatig verhoogd met 3,5%. Daarnaast wordt invulling gegeven aan het Raadsbesluit van 14 december 2023 (het vaststellen van het Programma Stedelijk Water 2024-2028), waarin besloten is om de heffing vanaf 2025 jaarlijks met 2,2% te doen stijgen exclusief de indexatie. Samenvattend voor de rioolheffing stellen wij u voor: a. vast te stellen de "Verordening riool- en waterzorgheffing 2026"; b. de tarieven voor de rioolheffing voor het belastingjaar 2026 als volgt vast te stellen:
\ Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 3/11
Tarieven rioolheffing 2026 2025
206
Eigendom
€
181,40 €
191,88
1 persoonshuishouden
€
43,08 €
45,60
2 persoonshuishouden
€
58,08 €
61,44
3 persoonshuishouden
€
67,20 €
71,04
meer persoonshuishouden
€
92,16 €
97,44
Bedrijven: 0-
350 m3
€
87,12 €
97,44
350 -
500 m3
€
223,30 €
249,72
500 -
1.000 m3
€
394,66 €
441,36
1.000 -
2.000 m3
€
677,53 €
757,56
2.000 -
5.000 m3
€
1.317,66 €
1.473,36
5.000 -
10.000 m3
€
2.358,57 €
2.637,12
10.000 -
50.000 m3
€
6,782,34 €
7.583,04
>50000 m3
€
11.294,25 €
12.627,72
III.
Onroerendezaakbelasting
Het verschil tussen de onroerendezaakbelastingen (ozb) en de reinigingsheffing en de rioolheffing is dat de onroerendezaakbelastingen algemene dekkingsmiddelen zijn en de reinigingsheffing en de rioolheffing retributies. Het verschil tussen een algemeen dekkingsmiddel en een retributie is dat bij retributies er een rechtstreeks verband bestaat tussen de hoogte van de heffing en de uitgaven in het kader van een betreffende activiteit. Bij algemene dekkingsmiddelen ontbreekt deze relatie. Voor 2026 wordt er gewaardeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2025. Voor het belastingjaar 2026 vindt er op dit moment een hertaxatie plaats om te komen tot nieuwe WOZ-waarden per 1 januari 2026. De opbrengst van 2025 wordt naast de trendmatige verhoging van 3,5%, met 1% verhoogd (Integraal Huisvestingsplan/IHP). Voor niet- woningen wordt dezelfde verhoging toegepast. Waardeontwikkeling Voor de waardeontwikkeling van de woningen wordt aangesloten bij het percentage zoals door het ministerie berekend bij de opstelling van de meicirculaire van het gemeentefonds. Dat is 10,5%. Voor niet-woningen stijgt de waarde ten opzichte van 2025 met 2,0%. Amendement De Pater en Leegstand Bij de waarde van de ozb-gebruikers van niet- woningen wordt rekening gehouden met een lagere WOZwaarde vanwege leegstand en amendement De Pater.
Het gaat hierbij om een waarde van circa € 56 miljoen, waar geen onroerendezaakbelastingen gebruikers voor in rekening kan worden gebracht. Woningen Op dit moment is de herwaardering naar waardepeildatum 1 januari 2025 voor het belastingjaar 2026 in volle gang. De marktontwikkeling tussen 1-1-2024 en 1-1-2025 bij woningen is (conform meicirculaire) 10,5%. In paragraaf A behorende bij de begroting 2026 is uitgegaan van WOZ-waarden voor woningen van € 3.787.000.000, een opbrengst van € 3.800.000 met een bijbehorend tarief van 0,1003%. Niet-woningen Op dit moment is de herwaardering naar waardepeildatum 1 januari 2025 voor het belastingjaar 2026 in volle gang. Op basis van de meicirculaire wordt een gemiddelde stijging aangehouden van 2,0%. Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 4/11
In paragraaf A behorende bij de begroting 2026 is uitgegaan van WOZ-waarden voor niet-woningen van € 767.000.000 en een opbrengst voor de eigenaar van niet-woningen van € 2.694.000 en dus een tarief van 0,3512% In paragraaf A is uitgegaan van WOZ-waarden voor gebruikers van niet-woningen van € 709.000.000 en een opbrengst voor de gebruiker van niet-woningen van € 1.968.000 en dus een tarief van 0,2776%
2025
2026
OZB woning eigendom
0,1023 %
0,1003 %
OZB niet-woning eigenaar
0,3381 %
0,3512 %
OZB niet-woning gebruik
0,2665 %
0,2776 %
Lastendruk Bovenstaande tarieven afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelasting betekenen voor een gezin bestaande uit 3 personen en een eigen huis met een WOZ-waarde van € 347.000 voor 2025 en € 383.000 voor 2026 het volgende: 3-persoonshuishouden (eigenaar)
2025
2026
WOZ waarde woning
€
347.000 €
383.000
OZB eigendom
€ €
Rioolrecht eigendom
€
344,74 € 67,20 € 181,40 €
384,16
Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing vast recht
€
201,00
€
249,00
Afvalstoffenheffing variabel*
€
98,00 € 892,35 €
959,07
€
71,04 191,88 63,00
*Het variabele gedeelte afvalstoffenheffing is gebaseerd op 18 aanbiedingen restafval bij een ondergrondse container op jaarbasis.
Voor niet- woningen met een waarde van respectievelijk € 312.000 en € 521.000 (voor 2025) en € 318.000 en € 531.000 voor belastingjaar 2026, is sprake van onderstaande lastendruk. Niet-woningen
2025
2026
WOZ waarde niet-woning
€
312.000
€
318.000
OZB eigendom
€
1054,87
€
1116,82
OZB gebruiker
€
831,48
€
Rioolrecht gebruik
€
92,16 €
97,44
Rioolrecht eigendom
€
181,40
191,88
€
2.159,91 €
Niet-woningen
€
882,77
2.288,91
2025
2026
WOZ waarde niet-woning
€
521.000 €
531.000
OZB eigendom
€
1.761,50 €
1.864,87
OZB gebruiker
€
1.388,47 €
1.474,06
Rioolrecht gebruik
€
92,16 €
97,44
€
181,40 €
191,88
€
3.423,53 €
3.628,25
Rioolrecht eigendom
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 5/11
IV.
Precariobelasting
De precariobelasting is een belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Belastingplichtig is degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel degene voor wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Voor het belastingjaar 2026 worden de tarieven conform de uitgangspunten van de begroting trendmatig verhoogd met 3,5%. Samenvattend voor de precariobelasting stellen wij u voor: a. vast te stellen de "Verordening precariobelasting 2026"; b. de tarieven vast te stellen zoals in de bij de verordening opgenomen tarieventabel.
V.
Havengelden
De gelden die worden geheven betreffen de vergoedingen voor het innemen van een vaste ligplaats in de gemeentelijke jachthaven. Conform de uitgangspunten in de begroting 2026 is uitgegaan van een trendmatige verhoging van het tarief met 3,5%. Samenvattend voor de havengelden stellen wij u voor: a. vast te stellen de "Verordening havengelden 2026"; b. de tarieven voor de havengelden voor het belastingjaar 2026 als volgt vast te stellen:
2025
2026
Aan de gemeentelijke steiger met voorzieningen per ligplaats < 12 m2
€
390,21 €
403,87
per ligplaats > 12 m2
€
818,02 €
846,65
per ligplaats < 12 m2
€
278,45 €
288,20
per ligplaats > 12 m2
€
706,67 €
731,40
per roeiboot
€
165,61 €
171,41
per ligplaats < 30 m2
€
206,86 €
214,10
per ligplaats > 30 m2
€
308,13 €
318,91
Aan de gemeentelijke steiger zonder voorzieningen
Niet aan gemeentelijke steiger:
VI.
Binnenhavengelden
Momenteel kan de beroepsbinnenvaart gebruik maken van twee ligplaatsvoorzieningen, te weten die in de kern Geertruidenberg (Timmersteekade) en die in de kern Raamsdonksveer (Reenweg). Naast de gemeentelijke jachthaven in Raamsdonksveer wordt ook de passantenhaven aan 't Scheepsdiep geëxploiteerd. Tevens is er sprake van een aantal aanlegplaatsen in de rivier "De Donge". Conform de uitgangspunten in de begroting 2026 is uitgegaan van een trendmatige verhoging van 3,5%. Samenvattend voor de binnenhavengelden stellen wij u voor: a. vast te stellen de "Verordening binnenhavengeld 2026"; b. de tarieven voor de binnenhavengelden voor het belastingjaar 2026 als volgt vast te stellen:
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 6/11
2025
2026
Vracht- en vissersschepen per ton per dag
€
0,033 €
0,034
per ton per weekeinde
€
0,062 €
0,064
per ton per week
€
0,096 €
0,099
per ton per maand
€
0,293 €
0,303
per ton per kwartaal
€
0,727 €
0,752
per ton per jaar
€
2,190 €
2,267
per m2 per dag
€
0,037 €
0,038
per m2 per weekeinde
€
0,071 €
0,073
per m2 per week
€
0,113 €
0,117
per m2 per maand
€
0,349 €
0,361
per m2 per kwartaal
€
1,046 €
1,083
per m2 per jaar
€
3,234 €
3,347
€
1,530 €
1,583
Passagiersschepen en sleepboten
Passantenhaven ’t Scheepsdiep per vaartuig per m1 per nacht
VII.
Leges
Alle leges worden in principe met 3,5% verhoogd met uitzondering van de wettelijke tarieven.
VIII.
Lijkbezorgingsrechten
Wij stellen u voor de lijkbezorgingsrechten conform de richtlijnen van de begroting trendmatig te verhogen (3,5%). Samenvattend voor de lijkbezorgingsrechten stellen wij u voor: a. vast te stellen de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026"; b. de tarieven inzake de lijkbezorgingsrechten 2026 vast te stellen zoals in de bij de verordening opgenomen tabel.
IX.
Marktgelden
De gemeente heeft een drietal weekmarkten op drie verschillende locaties: het Heereplein te Raamsdonksveer, de Markt te Geertruidenberg en de Oude Melkhaven te Raamsdonk. Wij stellen voor de tarieven conform de richtlijnen van de begroting trensmatig te verhogen met 3,5%. Samenvattend voor de marktgelden stellen wij u voor: a. vast te stellen de "Verordening marktgelden 2026"; b. de tarieven voor het marktgeld voor het belastingjaar 2026 als volgt vast te stellen: 2025
2026
Standplaats per 4-meter per dag
€
6,50 €
6,73
Marktkraam per dag (excl. B.T.W.)
€
5,60 €
5,80
Marktkraam per kwartaal bij een afgesloten kwartaalabonnement (excl. B.T.W.)
€
58,70 €
60,75
Elektriciteit per plaats per dag
€
1,15 €
1,19
Elektriciteit per kwartaal bij een afgesloten abonnement
€
13,50 €
13,97
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 7/11
X.
Woonschepenrechten
De gemeente heft via de “woonschepenverordening Geertruidenberg 2016” een recht voor het innemen van een ligplaats met een (historisch) woonschip binnen de gemeentelijke wateren. Voor 2025 is er een tarief vastgesteld van € 10,87 per m2 ingenomen wateroppervlakte. Voorgesteld wordt om het tarief te verhogen met 3,5%. Samenvattend voor de woonschepen stellen wij u voor: a. vast te stellen de Verordening tot negende wijziging van de "Woonschepenverordening Geertruidenberg 2016"; b. het tarief voor het innemen van een ligplaats vast te stellen op een bedrag van € 11,25 per m2 ingenomen wateroppervlakte.
Ligplaats per jaar per m2
XI.
€
2025
2026
10,87 €
11,25
Toeristen- en watertoeristenbelasting 2026-2027
De tarieven voor de toeristen- en watertoeristenbelasting voor het belastingjaar 2026 worden verhoogd naar € 1,85 per overnachting of per etmaal. Voor 2027 wordt een tarief per persoon per overnachting of per etmaal voorgesteld van € 2,00. Voor toekomstige boekingen is het voor ondernemers van belang het tarief voor 2026 ook vast te stellen. Zij kunnen dit tarief al aan hun klanten communiceren. In de verordening zijn daarom voor twee belastingenjaren de tarieven opgenomen. Samenvattend voor de toeristen- en watertoeristenbelasting stellen wij u voor: a. vast te stellen de "Verordening toeristenbelasting 2026-2027"; b. vast te stellen de "Verordening watertoeristenbelasting 2026-2027"; c. de tarieven voor de toeristen- en watertoeristenbelasting voor het belastingjaar 2026 vast te stellen op een bedrag van € 1,85 per persoon per overnachting/per etmaal en voor het belastingjaar 2027 vast te stellen op een bedrag van € 2,00 per persoon per overnachting/per etmaal. 2025
2026
2027
Toeristenbelasting p.p.p.n.
€
1,80 €
1,85
€ 2,00
Watertoeristenbelasting p.p.p.e.
€
1,80 €
1,85
€ 2,00
XII
KWIJTSCHELDING
Er heeft een actualisatieslag plaatsgevonden over de kwijtschelding. Zo geldt voor de afvalstoffenheffing een gedeeltelijke vrijstelling, zijnde het variabele deel met een gemaximeerd aantal ledigingen. Ook wordt het totale bedrag aan financiële middelen verhoogd om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. De wijzigingen en nadere details zijn opgenomen in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg 2026. Kanttekeningen 1.1 Een bestuurlijke afweging moet gemaakt worden of het omgevingsvergunningsproces ten aanzien van erfgoed legeskosten vrij blijft. Vanuit een deel van de ambtenarij wordt geadviseerd om in de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026’ alle basistarieven onderling recht te trekken. Op deze manier wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen inwoners van reguliere woningen en inwoners van monumenten of het beschermde stadsgezicht. Daarnaast kan de gemeente hierdoor meer kostendekkend werken en is de legesverordening meer afgestemd met de tarieven die in de regio worden gehanteerd. Een ander deel van de ambtenarij adviseert echter het oude beleid in stand te houden. Hun argumentatie is in onderstaande kanttekeningen uitgewerkt. Uiteindelijk is het een bestuurlijke afweging welke tarieven we ten aanzien van erfgoed gaan hanteren.
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 8/11
1.1.1
Het wijzigen van de legesverordening op erfgoed-activiteiten kan nadelige gevolgen hebben voor de instandhouding van het erfgoed. Het voorstel om de legesregeling te wijzigen voor erfgoed-gerelateerde activiteiten doet afbreuk aan de gemeentelijke ondersteuning van bewoners van monumenten of panden in een beschermd stads- of dorpsgezicht, waarin de al vele jaren geldende regeling voorziet. Hierdoor ontstaat het risico dat het begrip voor de regelgeving afneemt. Anderzijds lopen we nu in veel gevallen leges mis die in de regio wél worden geheven. Daarnaast levert het onderscheid dat we maken in legeskosten bij erfgoed wellicht ook onbegrip op bij inwoners met reguliere woningen.
1.1.2
Het wijzigen van de legesverordening op erfgoed-activiteiten doorbreekt de continuïteit in ons erfgoedbeleid. Onze Erfgoednota 2016 en de Omgevingsvisie benadrukken het belang voor behoud van ons erfgoed. De ondersteuning van eigenaren van monumenten wordt bijvoorbeeld specifiek benoemd in de Erfgoednota. Monumenteneigenaren hebben vaker een vergunning nodig en maken meer kosten, omdat ze rekening moeten houden met de historische waarde van hun pand. De legesvrijstelling kan hierbij fungeren als een ondersteunende maatregel. De Erfgoednota geeft echter ook aan dat monumenteigenaren in het verleden zeer weinig gebruik hebben gemaakt van subsidies en dat er ook geen interesse is in het ontvangen van subsidies (art. 5 onder hoofdstuk 4 van de Erfgoednota 2016 gemeente Geertruidenberg).
1.1.3
De verhouding tussen (bouw-)kosten en de planomvang bij monumenten en in het beschermd stadsgezicht komt anders te liggen. Al minstens 18 jaar worden geen leges geheven voor de monumentactiviteit (omvat het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument). Door legeskosten te heffen voor de monumentenactiviteit zou € 300,90 betaald moeten worden bij een vergunningsplichtige wijziging, terwijl al jaren men vrijgesteld is van legeskosten. De drempel wordt mogelijk verhoogd voor eigenaren om wijzigingen op te geven, des te sterker bij kleine plannen. De verhouding tussen kosten en planomvang is daarmee een punt van aandacht. Overigens wordt benadrukt dat onderhoudswerkzaamheden vrijgesteld zijn van leges. Ook zijn de meeste kleine wijzigingen of werkzaamheden vergunningsvrij onder de Omgevingswet.
De impact van het anders verhalen van de kosten voor een archeologische beoordeling is nog onbekend. De gemeente hanteert sinds 2008 een werkwijze waarbij voor archeologische beoordelingen alleen de werkelijke externe advieskosten via legesheffing worden verhaald bij de initiatiefnemer. Deze werkwijze is destijds vastgelegd om klantgericht te werken en bij te dragen aan een vlotte behandeling van aanvragen. We hanteren echter voor alle andere ruimtelijke onderzoeken een vast bedrag, wat ook in de legesverordeningen in de regio terug is te zien. Daarom wordt een standaardbedrag voor archeologische werkzaamheden tot vier uur voorgesteld. Wanneer meer uren op archeologie worden verwacht is de kans groot dat sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij ruimtelijke kosten via de anterieure overeenkomst verhaald worden in plaats van onze legesverordening. Financiën Met de opbrengsten van bovenstaande belastingvoorstellen is rekening gehouden in de begroting 2026. Communicatie - Extern o www.geertruidenberg.nl o Weekblad De Langstraat o www.overheid.nl
-
Intern o o
VIA Werkoverleggen
Inclusieve samenleving Niet van toepassing.
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 9/11
Uitvoering Niet van toepassing. Bijlagen 1) de "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026”, zoals vermeld onder punt I; 2) de "Verordening riool- en waterzorgheffing 2026", zoals vermeld onder punt II; 3) de "Verordening onroerendezaakbelasting 2026", zoals vermeld onder punt III; 4) de "Verordening precariobelasting 2026", zoals vermeld onder punt IV; 5) de "Verordening havengelden 2026", zoals vermeld onder punt V; 6) de "Verordening binnenhavengeld 2026", zoals vermeld onder punt VI; 7) de “Verordening leges 2026”, zoals vermeld onder punt VII; 8) de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026", zoals vermeld onder punt VIII; 9) de "Verordening marktgelden 2026", zoals vermeld onder punt IX; 10) de “Verordening tot negende wijziging op de “Verordening Woonschepen Geertruidenberg 2016”, zoals vermeld onder punt X; 11) de "Verordening toeristenbelasting 2026-2027", zoals vermeld onder punt XI; 12) de "Verordening watertoeristenbelasting 2026-2027", zoals vermeld onder punt XI; 13) de “Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg 2026” onder punt XII
Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij vaststelling aan.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
N. Bovenhorst
M.M. van Toorenburg
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 10/11
De raad van de gemeente Geertruidenberg; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg van 6 oktober 2025
Besluit: Vast te stellen: a) b) c) d) e) f) g) h) i) j) k) l) m) n)
de "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026”, zoals vermeld onder punt I; de "Verordening riool- en waterzorgheffing 2026", zoals vermender punt II; de "Verordening onroerendezaakbelasting 2026", zoals vermeld onder punt III; de "Verordening precariobelasting 2026", zoals vermeld onder punt IV; de "Verordening havengelden 2026", zoals vermeld onder punt V; de "Verordening binnenhavengeld 2026", zoals vermeld onder punt VI; de “Verordening leges 2026”, zoals vermeld onder punt VII; de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026", zoals vermeld onder punt VIII; de "Verordening marktgelden 2026", zoals vermeld onder punt IX; de “Verordening tot negende wijziging op de “Verordening Woonschepen Geertruidenberg 2016”, zoals vermeld onder punt X; de "Verordening toeristenbelasting 2026-2027", zoals vermeld onder punt XI; de "Verordening watertoeristenbelasting 2026-2027", zoals vermeld onder punt XI; de “Verordening kwijtschelding onder punt XII deze verordeningen en besluiten na vaststelling bekend te maken en na bekendmaking in werking te laten treden.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 13 november 2025, Geertruidenberg, de raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
G. Brunsveld
M. van Toorenburg
Onderwerp: Verordeningen en tarieven gemeentelijke belastingen 2026
p. 11/11