Raadsvoorstel: adviesrecht, delegatiebevoegdheid, participatieverplichting en uitgebreide procedure
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan Raadsvergadering Agendanummer Onderwerp
Zaaknummer : 2022091396280 : Raad van Geertruidenberg : 14 december 2023 : : Omgevingswet: adviesrecht, delegatiebesluit, uitgebreide procedure en participatieplicht
Voorstel 1. De gevallen zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit aan te wijzen als de gevallen waarin de gemeenteraad adviseur is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 16.15a lid b van de Omgevingswet; 2. De gevallen, zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit, aan te wijzen als de gevallen waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit afdeling 3:4 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing is, als bedoeld in artikel 16.62 lid 3 van de Omgevingswet juncto artikel 16.65 lid 4 van de Omgevingswet. 3. De gevallen, zoals opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit, aan te wijzen als gevallen waarin participatie van, en overleg met, derden verplicht is zoals bedoeld in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet; 4. De bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 2.8 en 4.14 lid 5 Omgevingswet tot het vaststellen van omgevingsplandelen, specifiek de delen zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit, aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren; 5. De beslispunten 1, 2, 3 en 4 in werking te laten treden op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Inleiding Onder voorbehoud treedt op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking (hierna: Ow). Deze nieuwe wet houdt een stelselwijziging in van het huidige omgevingsrecht.
Het is de bedoeling dat de Ow een scala aan regelgeving ten aanzien van de fysieke leefomgeving gaat moderniseren en bundelen. De Ow kent zes kerninstrumenten voor het benutten en het beschermen van de fysieke leefomgeving: de omgevingsvisie, het programma, omgevingsplan, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. Onderhavig voorstel richt zich op het aspect omgevingsplan. Iedere gemeente dient een omgevingsplan op te stellen. Het omgevingsplan omvat de algemene regels van de gemeente ten aanzien van de fysieke leefomgeving, welke volgen uit de omgevingsvisie, een beleidsdocument waarin de gemeente heeft aangegeven hoe zij in hoofdlijnen het leefgebied wilt ontwikkelen en beschermen. Ter illustratie, de huidige bestemmingsplannen, een deel van de APV en een aantal verordeningen zijn ook algemene regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Deze worden aankomende tijd omgezet naar het omgevingsplan. Het college van burgemeester en wethouders (verder: het college) gaat zich onder de Ow meer focussen op de uitvoering van het beleid, met als handvat het omgevingsplan. Voor de uitvoering krijgt het college meer bevoegdheden. De gemeenteraad gaat zich juist nog meer focussen op het strategisch beleid van de gemeente en de toezicht daarop, hetgeen terugkomt in de omgevingsvisie.
De bestaande raadsinstrumentaria blijven overigens hetzelfde; het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van budgettering. Dit raadsvoorstel ziet onder andere op de situaties waarbij de gemeenteraad zich wél kan betrekken bij omgevingsvergunningprocedures. Namelijk wanneer zij gebruik wilt maken van haar bindend adviesrecht, in welke gevallen de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gevolgd dient te worden én wanneer een participatietraject verplicht dient te zijn. Ook ziet dit raadsvoorstel op zaken welke aan het college gedelegeerd kunnen worden. Adviesrecht
Een van de manieren om als gemeenteraad sturing te geven aan de uitvoering door het college bij omgevingsvergunningen van complexe aard is het adviesrecht. De Omgevingswet (artikel 16.15a lid b) geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om een lijst met gevallen van omgevingsplanactiviteiten vast te stellen waarbij de raad advies wilt geven. Het gaat hier om een bindend advies wat het college niet naast zich neer kan leggen. Het adviesrecht lijkt hierbij op de huidige “verklaring van geen bedenkingen” die bij de gemeenteraad opgevraagd wordt als sprake is van het afwijken van het planologisch kader én de uitgebreide voorbereidingsprocedure (in de zin van art. 2.12 lid 1 onder a en b Wabo juncto afd. 3:4 Awb) gevolgd wordt. Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onder de Ow is de reguliere voorbereidingsprocedure het uitgangspunt. Dit houdt in dat over een omgevingsvergunningaanvraag binnen 8 weken een besluit moet worden genomen. Onder de Wabo is die procedure met name bedoeld voor aanvragen die passen binnen het bestemmingsplan, of voor de zogenaamde kruimelgevallen. Op de grotere, impactvollere projecten is onder de huidige wetgeving de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit afd. 3:4 Awb met een termijn van 26 weken van toepassing. Veel projecten, ondanks de schaal, omvang en impact, volgen onder Ow de reguliere voorbereidingsprocedure.
Er zijn wel activiteiten waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing zijn. Deze worden benoemd in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit (Ob). Dit zijn onder andere omgevingsvergunningen voor de volgende activiteiten: • bepaalde rijksmonumentenactiviteiten, behalve als het gaat om bepaald archeologisch vooronderzoek • een milieubelastende activiteit die bestaat uit een IPPC-installatie of een Seveso-inrichting, tenzij het gaat om een wijziging die geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu • een milieubelastende activiteit die bestaat uit een installatie voor het vergassen en vloeibaar maken van een brandstof of een winningsafvalvoorziening, tenzij het gaat om een wijziging die geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu • bepaalde lozingsactiviteiten • een stortingsactiviteit op zee • een Natura 2000-activiteit, als bij de voorbereiding een passende beoordeling wordt gemaakt Daarnaast kan de initiatiefnemer zelf verzoeken om de uitgebreide voorbereidingsprocedure op zijn of haar project van toepassing te verklaren. Het gemeentebestuur kan onder bepaalde voorwaarden ook de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren (art. 16.65 lid 4 Ow).
De voorwaarden zijn dat de activiteit mogelijk aanzienlijke gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving, en waartegen naar verwachting belanghebbenden bedenkingen hebben. De gemeenteraad mag (o.g.v. art. 16.62 lid 3 Ow juncto art. 16.65 lid 4 Ow) een lijst vaststellen waarvan zij vinden dat bij deze activiteiten sprake is of kan zijn van aanzienlijke gevolgen voor de leefomgeving en waartegen waarschijnlijk belanghebbenden bedenkingen hebben. Hierbij moet wel rekening worden gehouden dat bij iedere beslissing om van deze lijst gebruik te maken een degelijke onderbouwing komt. De indiener moet hiervan wel op de hoogte gesteld worden en de mogelijkheid krijgen zijn of haar zienswijze daarover naar voren te brengen. Participatieverplichting Participatie bij de omgevingsvergunning is opgenomen als een aanvraagvereiste. Bij de aanvraag geeft de initiatiefnemer aan of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Als dit het geval is meldt hij ook hoe deze partijen zijn betrokken en wat de resultaten zijn. Dat het een aanvraagvereiste is, betekent overigens niet dat participatie een weigeringsgrond is voor de omgevingsvergunning. De initiatiefnemer kan “nee” invullen bij de aanvraag. De gemeenteraad mag een participatieplicht aan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten toewijzen. Dit is bepaald in art. 16.55 lid 7 Ow.
In dat geval is de aanvrager verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. Mocht hij dit niet doen, dan kan er toe besloten worden om de aanvraag niet in behandeling te nemen. De aanvraag wordt dan niet ontvankelijk verklaard.
Onderwerp: Omgevingswet: adviesrecht, delegatiebesluit, uitgebreide procedure en participatieplicht
p. 2/7
Delegatiebesluit Met een delegatiebesluit draagt een bestuursorgaan zijn bevoegdheid tot het nemen van een besluit over aan een ander. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt dat dit alleen mag als de wet dit toestaat. De gemeenteraad verkrijgt deze bevoegdheid op grond van art. 2.8 Ow en art. 4.15 lid 4 Ow. Zo stelt de gemeenteraad het omgevingsplan vast, maar kan zij er voor kiezen de vaststelling van bepaalde delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college (art. 2.4 Ow juncto art. 2.8 Ow). De lijst uit bijlage 2 van dit raadsvoorstel bestaat uit gevallen waarbij het college gemandateerd word namens de gemeenteraad. Op grond van art. 4.14 lid 5 Ow zou de gemeenteraad zelfs de mogelijkheid hebben de gehele voorbereiding van het omgevingsplan te delegeren. Beoogd effect Zorgen voor een soepele invoering van de Omgevingswet voor onze bedrijven, burgers, bestuurders en ambtelijke organisatie Argumenten Beslispunt 1: adviesrecht 1.1 Door grenzen te stellen blijft snelle besluitvorming mogelijk Met name bij woningbouwprojecten, zowel bij nieuwbouw als bij transformatie, maar ook bij beperkte bedrijfsuitbreidingen in het buitengebied is het wenselijk om snelheid in de procedures te houden. Snellere besluitvorming is één van de speerpunten die de Omgevingswet beoogt.
Door logische en hanteerbare grenzen te stellenwanneer de raad gebruik wenst te maken van hun adviesrecht kan de vergunningprocedure bij kleine projecten met beperkte impact volledig bij het college blijven. Ook blijft hiermee de rol van de gemeenteraad onder de Ow als strategisch beleidsmaker op de hoofdlijnen gewaarborgd. 1.2 Bij impactvolle projecten wordt de raad om advies gevraagd De gevallen zoals opgenomen in de lijst uit bijlage 1 van dit raadsvoorstel zijn met name projecten die grote ruimtelijke impact kunnen hebben, of gevallen waar maatschappelijke of politieke weerstand verwacht kan worden. Dit gaat over scholen zorgcentra, sporthallen en gemeenschapshuizen, maar ook energieprojecten zoals windmolenparken en grotere zonnevelden. 1.3 De eerder gestelde doelen en kaders geven de speelruimte aan voor het college In een omgevingsplan kan de gemeenteraad de doelen vaststellen die worden nagestreefd met het plan. Maar ook in andere beleidsdocumenten, zoals de omgevingsvisie, programma’s en beleidsnota’s kan de raad kaders stellen. Als een plan niet past binnen deze doelstellingen of kaders worden zij in ieder geval gevraagd om advies uit te brengen, zoals benoemd in de lijst uit bijlage 1 van dit raadsvoorstel.
Beslispunt 2: uitgebreide voorbereidingsprocedure 2.1 Advies vragen aan de raad is niet haalbaar binnen de reguliere voorbereidingsprocedure Door gevallen aan te wijzen waar de raad bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten een bindend adviesrecht wilt kunnen geven is het ook noodzakelijk om voor deze gevallen de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren. In de praktijk is het niet haalbaar om binnen 8 weken een besluit over een vergunning aanvraag te nemen en gedurende die periode ook nog het raadsadvies af te wachten. Beslispunt 3: participatieverplichting 3.1 Inzicht krijgen in alle belangen is nodig om tot afgewogen besluitvorming te komen Participatie is niet een doel op zich en is ook niet bedoeld om iedereen in te laten stemmen met een ontwikkeling. Door een initiatiefnemer verplicht te stellen om tot een omgevingsdialoog te komen en hier de resultaten teruggekoppeld te krijgen hebben wij als gemeente inzicht in alle belangen. Bij bestuurlijke besluitvorming over de wenselijkheid van een project is het aan de raad en/of college om alle belangen tegen elkaar af te wegen. Tevens bekijken we of en hoe een initiatiefnemer heeft geprobeerd om tegemoet te komen aan belangen van anderen.
3.2 Ook kleine ontwikkelingen kunnen veel impact hebben Hoewel een ontwikkeling op papier een ‘kleine’ ontwikkeling lijkt, kan deze veel verandering in de fysieke leefomgeving van omwonenden of andere belanghebbende tot gevolg hebben. Door de ondergrens van ontwikkelingen waar we participatie verplicht stellen niet te ruim te bepalen voorkomen we dat we gevraagd worden om besluiten te nemen over een ontwikkeling zonder de belangen voldoende in beeld te hebben.
Onderwerp: Omgevingswet: adviesrecht, delegatiebesluit, uitgebreide procedure en participatieplicht
p. 3/7
Beslispunt 4: delegatiebesluit 4.1.1 Het verlenen van omgevingsvergunningen is bij uitstek een college bevoegdheid Het verlenen van omgevingsvergunningen is en blijft een bevoegdheid van het college. Sommige onherroepelijke omgevingsvergunningen moeten echter binnen vijf jaar opgenomen worden in het omgevingsplan, waardoor de gemeenteraad betrokken raakt. Door het college de bevoegdheid te geven om de onderdelen van het omgevingsplan te wijzigen die betrekking hebben op omgevingsvergunningen, wordt de raad ontlast met besluitvorming welke in feite een administratie afhandeling is. 4.1.2 Eerdere mandatering in de vorm van wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden kunnen in stand blijven Bij de inwerkingtreding van de Ow komen de huidige bestemmingsplannen van rechtswege in het tijdelijke omgevingsplan. Omdat de Ow geen wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden kent, zoals die onder de Wro wel in een bestemmingsplan opgenomen konden worden, komen deze automatisch te vervallen bij de inwerkingtreding. Wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden zijn een vorm van delegatie waar al eerder door de raad over besloten is. Door deze te benoemen in het overzicht van delegaties behoud het college deze bevoegdheid. 4.1.3 Een voorbereidingsbesluit hoort bij de voorbereiding van het omgevingsplan Net als onder de Wro kan de raad onder de Ow een voorbereidingsbesluit nemen.
Een dergelijk besluit is bedoeld om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen plaats vinden die niet in lijn zijn met het beoogde doel van de toekomstige regels in het omgevingsplan. Met een voorbereidingsbesluit onder de Wro wijzigt het bestemmingsplan niet, maar is sprake van een aanhoudingsplicht van omgevingsvergunningen. Onder de Ow ligt dit net even iets anders. Hier wijzigt een voorbereidingsbesluit wél het omgevingsplan en voegt het regels toe die de voorbereidingsbescherming beogen. Onder de Wro kon het nemen van een voorbereidingsbesluit niet aan het college gedelegeerd worden. De Ow biedt deze mogelijkheid wel. Het nemen van een voorbereidingsbesluit is opgenomen in de lijst van bijlage 2 van dit raadsvoorstel. Het voorbereiden van een omgevingsplan is al een taak van het college. Het delegeren is dan ook een logische stap om ook dit deel van de voorbereiding aan het college te laten. 4.1.4 Het uitvoeren of verder uitwerken van beleid past bij de rol van het college De rol van de gemeenteraad is het vormen van (beleids-)kaders en sturen op hoofdlijnen. Het verder uitwerken van beleid of het vertalen van beleid in beleidsregels past beter bij de rol van het college als beleidsuitvoerder. Als (nieuwe) beleidsregels betrekking hebben op het veranderen van de fysieke leefomgeving gaan deze op in het omgevingsplan.
Bij vaststelling van beleid door de gemeenteraad is het praktisch het college wijzigingsbevoegdheid te geven om het omgevingsplan hierop te wijzigen. 4.1.5 Administratieve handelingen delegeren verlicht de druk op de raad Door de bevoegdheid kleine technische en juridisch-planologische aanpassingen aan het college te delegeren wordt de raadsagenda niet onnodig belast met beslismomenten die van ondergeschikte aard zijn. 4.1.6 Over verplichte wijzigingen van hogere wetgeving (lex superior) is geen politieke discussie noodzakelijk Het kan voorkomen dat er verplichte wijzigingen zijn die vanwege hogere wet- en regelgeving (bijvoorbeeld Rijk of provincie) doorgevoerd moeten worden in het omgevingsplan. Het heeft in dit geval geen toegevoegde waarde dat de raad zich hier nog over uitspreekt, omdat er geen ruimte is voor politieke discussie. Het delegeren van dergelijke wijzigingen aan het college zorgt dan ook voor een werkbare en praktische situatie. 4.1.7 Het wijzigen van de toelichting op het omgevingsplan is een logisch gevolg van andere bevoegdheden Elk omgevingsplan krijgt een toelichting, die tevens de onderbouwing bevat van de in het omgevingsplan opgenomen regels. Hoewel deze toelichting geen onderdeel uit maakt van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan geeft deze vaak wel hou vast bij het interpreteren van de regels.
Als het college bevoegd is om in bepaalde gevallen het juridische deel van het omgevingsplan te wijzigen, is het een logische stap om ook de toelichting te mogen wijzigen. 4.1.8 Aanwijzen van gemeentelijk monumenten is al een bevoegdheid van het college Vanuit de Erfgoedverordening Geertruidenberg 2022 is het aanwijzen van gemeentelijke monumenten een collegebevoegdheid. Het doorvoeren van de benodigde wijzigingen aan het omgevingsplan in de vorm van de juiste aanduidingen kan daarom ook beter aan het college gedelegeerd worden.
Onderwerp: Omgevingswet: adviesrecht, delegatiebesluit, uitgebreide procedure en participatieplicht
p. 4/7
4.1.9 Gevallen waarin de raad al heeft uitgesproken de ontwikkeling wenselijk te vinden Door het voorleggen van startnotities, ontwikkelvisies of stedenbouwkundige visies wordt de raad al in een vroeg stadium gevraagd om zich uit te spreken over de wenselijkheid van een ontwikkeling. Hierbij worden vaak kaders meegegeven aan het college en/of initiatiefnemers waar binnen de ontwikkeling moet plaats vinden. Als de ontwikkeling binnen de kaders plaats vindt kan dit worden gezien als uitvoering van het gestelde beleid en is het logisch gevolg dat het college dan ook bevoegd is om hiervoor het omgevingsplan te wijzigen. 4.1.10 De raad heeft al de beleidskaders vastgelegd Verordeningen, of delen daarvan, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving komen automatisch in het tijdelijke omgevingsplan. Bij het vaststellen van de verordeningen heeft de raad zich al uitgesproken. Wanneer deze dus beleidsneutraal worden overgenomen in het tijdelijke omgevingsplan kan nieuwe besluitvorming door de raad achterwege blijven. Daarom is delegatie aan het college in dit geval een praktische oplossing. 4.2 Het gekozen vergadermodel van de raad vraagt om veel delegatie Nu de raad heeft gekozen voor het BOB-model om te gaan vergaderen is het aantal beslismomenten van de raad per jaar beperkt. Ook de tijd tussen verschillende beslismomenten is groter geworden.
Door te kiezen voor dit model, heeft de raad impliciet gekozen voor meer sturing op hoofdlijnen. De dagelijkse gang van zaken zal nog meer,dan de raad gewend is geweest, aan het college gelaten moeten worden. Een ruimhartige delegatie van bevoegdheden hoort hier bij. De delegaties zoals in de lijst van bijlage 2 van dit raadsvoorstel volgen deze lijn. Algemeen 5.1 Goed voorbereid op weg naar de Ow De Ow is het wettelijk kader voor de genoemde besluiten. Deze wet treedt op 1 januari 2024 in werking. Door vooraf deze besluiten te nemen zijn we goed voorbereid op de inwerkingtreding. Kanttekeningen Beslispunt 2: uitgebreide voorbereidingsprocedure 2.1 Veel gevallen aanwijzen is niet lijn met de geest van de Omgevingswet Makkelijker en sneller is één van de doelen van de Omgevingswet. Door veel gevallen aan te wijzen waar een uitgebreide procedure verplicht is, wordt er steeds minder naar de geest van de Omgevingswet gehandeld. Beslispunt 3: participatieverplichting 3.1 Participatie door de initiatiefnemer vraagt ook (ambtelijke)inzet van de gemeente Hoewel het voeren van een omgevingsdialoog en het terugkoppelen van de bevindingen in eerste instantie aan de initiatiefnemer is, is er wel degelijk een rol voor de gemeente weggelegd. In de eerste plaats het controleren van de aangeleverde documentatie en de betreffende portefeuillehouder adviseren.
Maar bij maatschappelijk gevoelige ontwikkelingen is het soms wenselijk om bij de omgevingsdialogen aanwezig te zijn. Of om omwonenden of belanghebbende aan te horen in afwezigheid van de initiatiefnemer. Dit vraagt ambtelijke inzet die vooraf lastig is in te schatten. Ook kan het voorkomen dat een omgevingsdialoog in meerdere rondes plaats vindt. Beslispunt 4: delegatiebesluit 4.1 Delegatiebesluiten kunnen altijd nog per project genomen worden. Een delegatiebesluit is een separaat besluit welke de raad kan nemen. Naast de gevallen zoals opgenomen in bijlage 2 kan er per project besloten worden om het wijzigen van het omgevingsplan voor het betreffende project aan het college te delegeren. Algemeen 5.1 Na inwerkingtreding kunnen de lijsten geactualiseerd worden De lijsten uit de bijlagen van dit raadsvoorstel lijken op dit moment het meest voor de hand liggend. Wanneer er bij het daadwerkelijk toepassen van de lijsten vanaf 1 januari 2024 blijkt dat er te veel of te weinig gevallen zijn aangewezen bestaat er altijd de mogelijkheid om als raad hier opnieuw over te beslissen. Financiën De voorgestelde beslispunten hebben geen wijzigingen in de begroting tot gevolg.
Onderwerp: Omgevingswet: adviesrecht, delegatiebesluit, uitgebreide procedure en participatieplicht
p. 5/7
Communicatie Op de gemeentelijke website staat verschillende informatie over de Omgevingswet die relevant is voor burgers en bedrijven. De informatie over de besluiten wordt hier aan toegevoegd, zodat burgers en bedrijven deze informatie terug kunnen vinden wanneer zij met een initiatief om omgevingsvergunning aan de slag gaan. Inclusieve samenleving Het voorstel heeft betrekking op bestuurlijke en procedurele aangelegenheden die verband houden met de invoering van de Omgevingswet. Inclusiviteit en een inclusieve samenleving zijn voor dit voorstel niet relevant. Uitvoering Het besluit met de bijbehorende overzichten worden gepubliceerd om ze rechtsgeldig te maken. De uitvoerbaarheid en toepasbaarheid van de vastgestelde lijsten in de bijlagen wordt in 2026 geëvalueerd. Na enige tijd gewerkt te hebben met de vastgestelde lijsten kan een inschatting gemaakt worden of het werkbaar is en of de benoemde gevallen nog steeds wenselijk zijn. Indien nodig worden de lijsten aangepast en opnieuw voor besluitvorming aan de raad voorgelegd. Bijlagen 1. Gevallen waarin de gemeenteraad adviseur is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 16.15a lid b Omgevingswet 2.
Gevallen waarin de gemeenteraad zijn bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeert aan het college van burgemeester en wethouders zoals bedoeld in artikel 2.8 en 4.14 lid 5 Omgevingswet 3. Gevallen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is zoals bedoeld in artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij vaststelling aan.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
R. Brekelmans
M. Witte
Onderwerp: Omgevingswet: adviesrecht, delegatiebesluit, uitgebreide procedure en participatieplicht
p. 6/7
De raad van de gemeente Geertruidenberg; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg. Gelet op: Hetgeen bepaald in artikel 16.15a lid b, 16.55 lid 7 en 16.65 lid 4 Omgevingswet Besluit: De raad besluit: 1. De gevallen zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit aan te wijzen als de gevallen waarin de gemeenteraad adviseur is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 16.15a lid b van de Omgevingswet; 2. De gevallen, zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit, aan te wijzen als de gevallen waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit afdeling 3:4 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing is, als bedoeld in artikel 16.62 lid 3 van de Omgevingswet juncto artikel 16.65 lid 4 van de Omgevingswet. 3. De gevallen, zoals opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit, aan te wijzen als gevallen waarin participatie van, en overleg met, derden verplicht is zoals bedoeld in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet; 4. De bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 2.8 en 4.14 lid 5 Omgevingswet tot het vaststellen van omgevingsplandelen, specifiek de delen zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit, aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren; 5. De beslispunten 1, 2, 3 en 4 in werking te laten treden op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 14 december 2023, Geertruidenberg, de raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere
M. Witte
Onderwerp: Omgevingswet: adviesrecht, delegatiebesluit, uitgebreide procedure en participatieplicht
p. 7/7