Oplegger Wetswijzigingen geheimhouding en integriteit
Tekst van het document
Oplegger Aan Van Datum Portefeuillehouder Onderwerp
: de gemeenteraad : W. Mouhib- El-Allouchi : 6 april 2023 : M. Witte : Oplegger Wetswijzigingen geheimhouding en integriteit
Inleiding Met ingang van 1 januari 2023 is de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur in werking getreden. Deze wet wijzigt onder andere de Gemeentewet en is tweeledig. Het gaat enerzijds over wijzigingen op het gebied van integriteit en anderzijds over de wijzigingen over het opleggen van geheimhouding door bestuursorganen. De wijzigingen over geheimhouding zijn pas per 1 april jl. in werking getreden. In deze oplegger wordt u geïnformeerd over de wijzigingen die gelden voor de gemeente. 1. Geheimhouding per 1 april 2023 Met de nieuwe wet is gekozen voor een opzet waarbij niet langer per gemeentelijk bestuursorgaan apart in de wet wordt beschreven wat diens bevoegdheden zijn. Er is vanaf 1 april sprake van één centraal geheimhoudingshoofdstuk voor schriftelijke informatie in de Gemeentewet. Dit betekent dat artikelen 25, 55 en 86 zijn komen te vervallen en dat Hoofdstuk Va is ingevoegd. Enkele opvallende wijzigen zijn: Er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen mondelinge en schriftelijke informatie.
Op mondelinge informatie die tijdens een besloten vergadering wordt verstrekt, rust vanaf 1 april 2023 van rechtswege geheimhouding.1 Voor schriftelijke informatie geldt nog steeds dat geheimhouding expliciet moet worden opgelegd.2 Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het geheim verklaren en verstrekken van informatie waarop geheimhouding is opgelegd aan anderen. Het vereiste dat de gemeenteraad de door een ander orgaan opgelegde geheimhouding moet bekrachtigen, komt te vervallen. Stukken waarop al vóór 1 april 2023 geheimhouding is opgelegd, blijven geheim. De raad heeft en behoudt de bevoegdheid die geheimhouding op te heffen. De bevoegdheid van de burgemeester om geheimhouding op stukken te leggen wordt verduidelijkt. Zo wordt voorzien in een uitdrukkelijke bevoegdheid geheimhouding op informatie te kunnen opleggen, los van het gegeven of en op welk moment de burgemeester die informatie met een ander orgaan deelt. Als een commissie (raadscommissie, bestuurscommissie of overige commissie) waarin leden van de raad zitting hebben stukken onder geheimhouding verkrijgt, krijgt straks ook de gehele raad deze stukken.
Oftewel de mogelijkheid om individuele raadsleden onder geheimhouding te informeren komt te vervallen.3 De raad krijgt de mogelijkheid om een raadslid dat de geheimhouding heeft geschonden voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie te verstrekken.
artikel 23, vierde lid van de Gemeentewet. Artikel 87 van de Gemeentewet 3 artikel 88, vijfde lid van de Gemeentewet 1 2
1
Hieronder schematisch de nieuwe wijze van opleggen, verstrekken en opheffen van geheimhouding weergegeven:
2. Integriteit per 1 januari 2023 Hieronder treft u een zestal de wijzigingen v.w.b. integriteit die gevolgen hebben voor de gemeente: 1. Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) als benoemingsvereiste voor bestuurders In artikel 36a van de Gemeentewet is opgenomen dat kandidaat-wethouder voorafgaand aan hun benoeming door de raad dienen te beschikken over een geldige VOG. Het voorafgaand aan de benoeming kunnen overleggen van een VOG is per 1-1-2023 een wettelijke benoembaarheidsvereiste. Indien een kandidaat-bestuurder geen VOG kan overleggen, dan kan deze dus niet benoemd worden. Indien een zittende bestuurder na de betreffende verkiezingen opnieuw wordt benoemd, dient hij opnieuw een VOG aan te vragen. 2. Extra bevoegdheid voor de commissaris van de Koning als rijksorgaan in geval van integriteitskwesties dan wel bestuurlijke problemen in gemeenten De commissaris van de Koning (hierna genoemd: CvdK) heeft - als rijksorgaan, dus onder verantwoordelijkheid van de minister van BZK - de reeds bestaande taak te bemiddelen en te adviseren bij integriteitskwesties en bestuurlijke problemen in gemeenten.4 De commissaris heeft per 1-1-2023 een betere informatiepositie, ook wel bestuurlijke toegangsbevoegdheid genoemd.
Concreet houdt de wijziging in dat de CvdK de mogelijkheid krijgt alle vergaderingen van het gemeentebestuur bij te wonen en alle documenten in te zien waarvan hij kennisneming redelijkerwijs nodig acht om zijn specifieke adviserende en bemiddelende taak te vervullen. Dat houdt in dat de CvdK ook kennis kan nemen van informatie die in verband met bijvoorbeeld geheimhouding niet openbaar toegankelijk is of deel kan nemen aan vergaderingen die besloten zijn. Bij dat laatste kan worden gedacht aan raadsvergaderingen en commissievergaderingen die om een bepaalde reden achter gesloten deuren plaatsvinden en aan collegevergaderingen (die in beginsel altijd besloten zijn). Het moet hierbij wel gaan om integriteitskwesties en/of bestuurlijke problemen in de gemeente. 4
artikel 182 van de Provinciewet
2
Of het gebruik van de bestuurlijke toegangsbevoegdheid in een bepaald geval nodig is voor zijn taakuitoefening, is aan het redelijk oordeel van de CvdK zelf, die hierover verantwoording verschuldigd is aan de minister van BZK. Deze bevoegdheid betekent dat indien door het gemeentebestuur is gekozen voor een besloten vergadering of voor het opleggen van geheimhouding, deze beslotenheid of geheimhouding niet in de weg kan staan aan de informatiepositie van de CvdK. Als enige van buiten het gemeentebestuur kan de CvdK dan toch de betreffende vergadering bijwonen, dan wel kennisnemen van de geheime schriftelijke informatie. 3. Verduidelijking en aanscherping bepalingen inzake belangenverstrengeling (stemonthouding en onverenigbare betrekkingen) Voor de wetswijziging was reeds geregeld in artikel 28 van de Gemeentewet dat een raadslid niet mag deelnemen aan de stemming over een aangelegenheid waarbij dit lid een persoonlijk belang heeft. Ter verduidelijking en aanscherping van deze regeling omtrent persoonlijke belangen is per 1-1-2023 aan artikel 28 toegevoegd dat een raadslid zich voortaan ook moet onthouden van deelname aan de beraadslaging indien hij een persoonlijk belang heeft.
Bij de toepassing van artikel 28 van de Gemeentewet is het aan een individueel raadslid zelf om te beslissen of hij zich onthoudt van beraadslaging of stemming; de raad heeft zelf geen instrumenten om een individueel raadslid van beraadslaging of stemming uit te sluiten. 4. Onverenigbare betrekkingen In artikel 13, eerste lid, onderdeel o, van de Gemeentewet is per 1-1-2023 geregeld dat een raadslid als ambtenaar van een gemeenschappelijke regeling geen werkzaamheden mag verrichten ten behoeve van de gemeente waar hij raadslid is. Dit is gedaan om te verduidelijken wanneer een raadslid werkzaam kan zijn bij een samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt. Dit betekent dus dat een raadslid alleen als ambtenaar werkzaam mag zijn bij een samenwerkingsverband waaraan de gemeente waar hij raadslid is deelneemt, als hij geen werkzaamheden verricht ten behoeve van die gemeente. Daarover kunnen tussen werknemer en werkgever afspraken worden gemaakt. 5. Nevenfuncties Voor raadsleden, wethouders en de burgemeester is per 1-1-2023 een verplichting opgenomen om nevenfuncties en inkomsten uit nevenfuncties ter stond na benoeming of aanvaarding van de nevenfunctie op de gebruikelijke elektronische wijze openbaar te maken5. Dit betekent publicatie in het elektronisch gemeenteblad (www.officielebekendmakingen.nl). Terinzagelegging op een fysieke locatie was reeds verplicht.
Ingevolge artikel 81e van de Gemeentewet is artikel 12 (openbaren nevenfuncties) overeenkomstig van toepassing op de leden van de rekenkamer. 6. Voorziening in de Kieswet op het gebied van lijstuitputting bij kleine gemeenten Met deze wetswijziging kunnen volgens artikel W 4 Kieswet bij gemeenteraden met een omvang van minder dan 19 zetels de vrijgekomen plaatsen over de andere partijen worden verdeeld. De oorspronkelijke grens lag op gemeenteraden met een omvang van minder dan 13 zetels. De nieuwe grens van 19 zetels sluit aan bij de grens voor het systeem van restzetelverdeling. Deze wijziging is gedaan om de bestuurbaarheid van kleinere gemeenteraden te waarborgen. Bij de gemeente Geertruidenberg is sprake van 19 zetels en daarom is deze bepaling vooralsnog niet van toepassing op onze gemeente.
5 Zie hiervoor de artikelen 12, eerste lid, 41b, derde en vierde lid en artikel 67, derde lid, van de
Gemeentewet
3