mva Wijziging Subsidieprogramma
Tekst van het document
Zaaknummer: 2021092784206 Memorie van antwoord Aan Van Datum Onderwerp Vraag van
: de leden van de gemeenteraad : het college van burgemeester en wethouders : 22 februari 2022 : memorie van antwoord bij Raadsvragen Wijziging Subsidieprogramma : Verschillende fracties tijdens de discussieraad van 10 februari 2022
In de raadsvergadering (discussieraad) van 10 februari j.l. zijn er door uw raad vragen gesteld over de achtergronden bij de voorgestelde wijzigingen in het subsidieprogramma en (vooral) de op handen zijnde subsidietender welzijn. Ook is de vraag gesteld om inzicht te krijgen in het advies van de Adviesraad sociaal domein (ASD). In deze memorie van antwoord geven wij graag een toelichting op de belangrijkste vragen die, volgens onze inschatting, bij uw raad leven. 1.
Aard van de wijziging van het subsidieprogramma
Eerst even wat context bij de voorgestelde wijziging: De wijziging van het subsidieprogramma betreft een technische wijziging omdat het bestaande programma gedateerd was geraakt, met name door de vaststelling van het beleidskader sociaal domein (raadsbesluit 1 juli 2021). De wijziging brengt het subsidieprogramma hiermee in lijn. Omdat het een technische wijziging betreft, is er geen advies aan de ASD gevraagd over de aanpassing van het subsidieprogramma. De ASD heeft destijds wel geadviseerd over het beleidskader sociaal domein. De hoofddoelen uit dat kader zijn 1 op 1 overgenomen in deze aanpassing. In het tenderproces is wel een advies gevraagd aan de ASD over het uitvoeringskader Welzijn, waarin onze ambitie met welzijn is geformuleerd. De ASD brengt daarover advies uit ter voorbereiding op het collegebesluit over de tender op 22 maart a.s. Dit advies is nog niet beschikbaar. De ambitie om naar 1 brede welzijnsorganisatie te gaan, dateert uit 2016 en de integratie en (door-) ontwikkeling van dienstverlening en de samenwerking tussen de organisaties is de afgelopen jaren altijd de insteek geweest van de (ontwikkel-)afspraken en besprekingen met de welzijnsorganisaties. We verwijzen hierbij graag naar:
Het collegebesluit 17-1-2017 (Notitie "samenhang&samenwerking welzijn&maatschappelijke dienstverlening in de gemeente Geertruidenberg) 1. akkoord gaan met bijgaande notities samenhang & samenwerking welzijn & maatschappelijke dienstverlening in de gemeente Geertruidenberg, onder de kanttekeningen en aanvullingen, zoals in dit advies benoemd; 2. de gemeenteraad hierover middels een raadsinformatiebrief op de hoogte stellen; 3. de financiële taakstelling onder de aandacht te brengen. De Raadsinformatiebrief van 24 januari 2017 (zie bijlage 1)
In juni 2021 is geconstateerd dat de doorontwikkeling van de samenwerking ondanks veel inzet van alle partijen niet plaatsvond en er een manier gevonden moest worden om de status quo te doorbreken en de vastgestelde, beoogde (meerjarige) ontwikkeling mogelijk te maken. Van daaruit is in 2 stappen besloten tot het uitvoeren van een subsidietender. U bent door middel van raadsinformatiebrieven over die stappen geïnformeerd. Het collegebesluit 13 juli 2021 Doorontwikkeling Welzijn 1. In te stemmen met het plan van aanpak voor de doorontwikkeling en contractering van welzijn in Geertruidenberg (zie bijlage 1); 2. Kennis te nemen van de verzonden brief aan de samenwerkende welzijnsorganisaties (zie bijlage 2); 3. Kennis te nemen van het verslag van het overleg met de samenwerkende welzijnsorganisaties van 15 juni 2021 (zie bijlage 3); 4. In te stemmen met de in bijlage 4 bijgevoegde raadsinformatiebrief.
De raadsinformatiebrief 19 juli 2021 Doorontwikkeling welzijn (zie bijlage 2) Het Collegebesluit 19-10-20201 (Contractering Welzijn) 1. De wens te herbevestigen om te komen tot een meerjarige contractering van één brede welzijnsorganisatie voor de gemeente Geertruidenberg; 2. Te herbevestigen om dit via beleidsgestuurde contractfinanciering (BCF) te realiseren, binnen de kaders van de huidige subsidieverordening; 3. Door (middel van de uitvoering van) een subsidietender tot een gunning te komen; 4. In te stemmen met een beoogde ingangsdatum van 1 juli 2023; 5. In te stemmen met de bijgaande welzijnsvisie en het opgestelde gunningsbeleid als basis voor het nog op te stellen uitvoeringskader Welzijn, de gunningscriteria en de tenderprocedure Welzijn; 6. In te stemmen met het wijzigen van het huidige subsidieprogramma; 7. In te stemmen met de vooraankondiging aan Trema/SWOG, Surplus en MEE Vivenz om rekening te houden met een verlaging of verlies van hun subsidie per 1 juli 2023; 8. Een bedrag van € 65.000 in de begroting van 2022 te reserveren voor de uitvoering van de subsidietender; 9. De gemeenteraad met de bijgaande raadsinformatiebrief te informeren over de genomen besluiten en voorbereide aanpak en planning. De raadsinformatiebrief 22-10-2021 Subsidietender welzijn (bijlage 3) We beantwoorden uw vragen vanuit deze achtergrond. 2.
Waarom naar 1 organisatie?
In letterlijke zin contracteren we niet 1 organisatie, maar zetten we een subsidie uit voor een basisvoorziening Welzijn. De praktijk zal zijn dat deze bij 1 organisatie terechtkomt, die daarbij behorende doelen realiseert en activiteiten uitvoert, eventueel samen met specifieke onderaannemers. Welzijn is nu versnipperd en kwetsbaar. Mede daardoor staan organisaties onder grote druk en is er geen of weinig ruimte voor doorontwikkeling. De totale capaciteit aan betaalde krachten is circa 7 fte in onze hele gemeente, die nu verdeeld is over 3 organisaties die in principe alle drie ook het volledige pakket kunnen doen. Aangezien we juist steeds meer aanwezigheid en expertise van welzijn in de samenleving verwachten is bundeling van capaciteit nog steeds hoogstnoodzakelijk, en zelfs nog meer dan in 2016. We hebben in de zomer 2021 gekeken naar de beste route naar 1 organisatie vanuit de bestaande situatie en zijn op een besloten subsidietender uitgekomen (zie het collegebesluit uit oktober 2021) Een onderliggende wens is dat we als gemeente graag één aanspreekpunt willen waar we de afspraken mee maken en die we kunnen aanspreken op het functioneren van de brede welzijnsorganisatie.
We laten het aan de geselecteerde organisatie om al dan niet samen te werken met onderaannemers (bijvoorbeeld om specifieke expertise te verkrijgen).Het doel is om een langdurig partnerschip aan te gaan met de geselecteerde partij. 1 partij leidt tot een effectieve samenwerking met de gemeente, omdat we nu te maken hebben met drie organisaties die elk op hun eigen manier werken en aangestuurd worden. Door te kiezen voor 1 partij werkt men efficiënter en gaat er minder tijd zitten in onderlinge afstemming en samenwerking.
3.
Waarom is het een subsidietender, en geen aanbesteding?
In 2016 is bewust gekozen voor subsidiering via beleidsgestuurde contractfinanciering, de BCF. Met als doel te komen tot een inhoudelijke, beleidsrijke, sturing op de relatie tussen de gemeentelijke beleidsdoelen en de activiteiten van de professionele (welzijns-)organisaties. In de praktijk is de samenwerking blijven steken in een soort van (vrij formele) inkooprelatie. Dat doet op zich niets af aan de oorspronkelijke argumentatie en keuze voor de BCF. We hebben ons in de aanloop naar het collegebesluit 19-10-2021 opnieuw breed georiënteerd op de vraag “Subsidiëren of aanbesteden?”. Juist ook vanuit juridisch en inkoopperspectief. Op juridische gronden is zowel een subsidie als een aanbesteding mogelijk. Op grond van de wijze waarop wij de samenwerking met een welzijnspartners voor ogen hebben geven we om inhoudelijk organisatorische redenen de voorkeur aan een subsidierelatie, en het vasthouden aan de BCF.
Dit is in het collegebesluit als volgt toegelicht: Het kenmerkende verschil tussen een opdracht en een subsidie ligt bij het initiatief. Bij een opdracht ligt het initiatief bij de opdrachtgever (hier de gemeente), bij een subsidie ligt het initiatief bij de aanvrager (hier de welzijnsorganisatie). Bij een opdracht wordt gespecificeerd welke concrete producten en diensten moeten worden geleverd aan, of namens, de gemeente en wordt geselecteerd welke partij dit, naar verwachting, het beste en goedkoopste kan. Bij een subsidie worden aanvragen beoordeeld op hun bijdrage aan het algemeen belang en wordt op basis van vastgesteld beleid en beleidsdoelen bepaald welke activiteiten, die worden uitgevoerd voor derden, voor subsidie in aanmerking komen. Er is hierbij dus veel ruimte voor eigen analyse, initiatief en creativiteit van de aanvrager. Dit is ook in lijn met beleidskader Sociaal Domein waarin de gemeente meer hoeder en facilitator wordt en minder de organisator. Omdat de gemeente streeft naar een gelijkwaardig partnership waarin de welzijnsorganisatie zelf een positie inneemt en haar activiteiten door ontwikkelt op basis van een maatschappelijke analyse en gezamenlijk beleid heeft een subsidierelatie zowel inhoudelijk, bestuurlijk als organisatorisch de voorkeur. Dit komt ook overeen met de werkwijze van alle omliggende gemeenten.
Er wordt dus gekozen voor een BCF traject binnen de bestaande subsidieverordening. We kiezen voor een besloten tender waarvoor alleen enkele brede welzijnsorganisaties met een sterke lokale/regionale binding in aanmerking komen. 4.
Hoe blijft er ruimte voor kleinere initiatieven en bijzondere expertise?
We hebben deze vraag eerder beantwoord bij de raadsvragen van Morgen!
Door in het uitvoeringskader concreet te zijn over specifieke expertises die we belangrijk vinden, waardoor de welzijnsorganisatie wordt gestimuleerd deze aan zich te binden Door inzet van de andere subsidies uit het subsidieprogramma (m.n. project- en activiteitensubsidies). We gaan deze nadrukkelijker verbinden aan specifieke maatschappelijke vraagstukken/opgaven waardoor alle organisaties die een waardevolle bijdrage kunnen leveren in aanmerking blijven komen voor subsidie.
We zijn ons bewust van dit aandachtspunt, zeker met het oog op passende ondersteuning voor mensen met heel specifieke vragen of kenmerken én het laagdrempelig kunnen blijven ondersteunen van burger- en vrijwilligersinitiatieven. In het uitvoeringskader besteden we hier nadrukkelijk aandacht aan. We nemen deze vraag ook expliciet mee in onze adviesvraag aan de ASD. We gebruiken die input ook om preciezer te bepalen wat de reikwijdte van de basisvoorziening Welzijn is, en dus ook wat daar niet onder valt en waarvoor separate financiering beschikbaar moet zijn. 5.
Hoe houden we grip?
Onze insteek en verwachting is dat we juist veel meer invloed en sturingsmogelijkheden krijgen. Waar de tijd/aandacht nu veelal opging aan het laten samenwerken van de partijen gaat die zo weer naar doelen en de inhoud. Met het beleidskader sociaal domein, de beleidsagenda sociaal domein, en het uitvoeringskader Welzijn en de subsidieregeling Basisvoorziening Welzijn hebben we meer grip en sturing dan we de afgelopen jaren hebben gehad. We gaan een meerjarige overeenkomst aan (beschikking) op de visie, inhoud en ontwikkeling en we maken jaarlijks samen een werkprogramma (zie ook het subsidieprogramma), waarin we doelen, activiteiten en besteding van budget afspreken. Omdat de beleidsagenda gekoppeld wordt aan de kadernota/p&c cyclus houdt de raad zowel inhoudelijk als financieel (jaarlijks) grip op de hoogte en de besteding van de welzijnssubsidie(s). Vanzelfsprekend geldt dat ook voor verantwoording. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, namens dezen,
wethouder A.H.M. de Jongh