Mva verordening CRK.docx
Tekst van het document
Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 11 oktober 2022 Onderwerp : memorie van antwoord vanwege vragen van het CDA over Agendapunt 6, CRK, in verband met de discussieraad van 13 oktober 2022 Vraag van : het CDA Vragen: Er wordt voorgesteld onder punt 3 om het college te mandateren om later zelf benoemingen te kunnen doen en ontslag te kunnen verlenen aan de leden van het CRK. In de tekst van het raadsvoorstel staat dat dit gedaan wordt om een andere invulling aan de advisering te kunnen geven indien gewenst. Deze wens bestaat al een tijd. 1. In hoeverre is het dan geborgd in de verordening dat de adviserende rol kan wijzigen en dat de raad hierover nog op een later stadium over geconsulteerd wordt en ook een finale stem in heeft? 2. In welke situatie is het zo dat de adviserende rol van het CRK wijzigt en dat dit niet gevangen kan worden in een wijziging op de verordening indien dit nodig is? 3. Wij vinden het niet duidelijk waarom hier een mandaat gegeven voor moet worden voor iets wat makkelijk via de raad geregeld kan worden.
Behalve antwoord op de eerder gestelde vragen, kan het college hier meer duiding geven aan dit onderdeel, en kan het college ons meenemen wanneer deze situatie zich in de toekomst voor zou kunnen doen? Antwoorden: Hieronder volgt eerst een algemene reactie en dan een aanvullende reactie op de vragen 1 t/m 3. Algemene reactie De raad wordt voorgesteld om “B&W te mandateren tot latere (her)benoemingen, het voortijdig beëindigen van benoemingen en het ontslaan van leden van de CRK, overeenkomstig het bijgevoegde ontwerpbesluit”. Hierbij is onderscheid te maken tussen het aan B&W mandateren tot: a. latere (her)benoemingen van leden (m.b.t. artikel 5 lid 1 en 2); b. het ontslaan van leden (m.b.t. artikel 5 lid 5); c. het voortijdig beëindigen van benoemingen van leden, als dit wenselijk wordt geacht in relatie met een andere invulling van de advisering (m.b.t. artikel 5 lid 3). Bij a en b: Tot op heden vond benoeming en ontslag van de leden van de CRK plaats door B&W. Het raadsvoorstel is mede gericht op mandatering door de raad aan B&W van latere (her)benoemingen van commissieleden en het ontslaan van leden, omdat het praktisch en efficiënt is, als B&W deze kunnen doen zoals voorheen (eerder op grond artikel 3 van de geldende verordening uit 2018).
Dit sluit aan op de taakverdeling tussen B&W en raad, waarbij B&W zich bezig houden met het dagelijkse bestuur en de daarbij horende uitvoeringstaken. Op grond van het nieuwe artikel 5 lid 5 van de verordening (dat het VNG-model volgt) kunnen de leden “worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden”. De voorgestelde mandatering aan B&W van de (her)benoeming van commissieleden betreft (her)benoeming binnen de kaders van de voorgestelde verordening. Bij c: Artikel 5 lid 3 van de voorgestelde verordening luidt:” Aan de benoeming en herbenoeming van leden kan de voorwaarde worden gesteld, dat de raad de benoeming en herbenoeming van de (vaste en plaatsvervangende) leden voortijdig kan beëindigen, als hij dit wenselijk acht in relatie met een andere invulling van de advisering.” Een vergelijkbare voorwaarde wordt al jaren door B&W gesteld aan de benoemingen van de leden van de CRK met het oog op de vanuit flexibiliteit gewenste mogelijkheid om indien nodig hiertoe te kunnen
overgaan. De voorwaarde is gesteld in relatie met het per 2019 proefdraaien met de nieuwe commissie, de CRK, waarin de vroegere monumentencommissie en de welstandscommissie zijn opgegaan. Nadien heeft jaarlijks een evaluatie plaatsgevonden van de CRK en is de werkwijze van de commissie meermaals bijgesteld voor optimale kwaliteit en efficiëntie. Dit heeft onder meer geresulteerd in het werken met een grote en een kleine commissie vanaf 2020. Uit de recente evaluatie van de CRK is gekomen, dat het wenselijk is om van twee van de huidige leden eind 2022 afscheid te nemen, vanwege de voorkeur voor praktiserende architecten als leden. Dit is een voorbeeld van een geval, waarin er binnen de geldende kaders reden kon zijn voor de bedoelde voortijdige beëindiging van benoeming, maar waarin geen zwaarwegende reden voor ontslag was aan te nemen.
Er kan wellicht in de toekomst behoefte zijn aan een dergelijke mogelijkheid van voortijdige beëindiging van de benoeming om andere redenen, vanwege onvoorziene gevallen, bijvoorbeeld in relatie met nieuwe aspecten vanwege het werken onder de Omgevingswet, de doorontwikkeling naar een bredere advisering van de commissie (zoals bedoeld in de toelichting op de verordening) en het feit dat ook in de praktijk duidelijker zal worden hoe met name de nieuwe commissieleden en plaatsvervangers zullen functioneren in relatie met de gewenste invulling van de advisering. Antwoord op vraag 1 en 2 Bij “een andere invulling van de advisering” in relatie met de bedoelde mogelijkheid om de benoeming van leden voortijdig te beëindigen, gaat het niet om een andere invulling van de advisering die niet past binnen de verordening. Het gaat hier om het geval dat de gewenste andere invulling van de advisering (binnen de kaders van de verordening) niet kan plaatsvinden door een eerder benoemde commissielid, terwijl er geen zwaarwegende reden voor ontslag is aan te nemen.
Met de voorgestelde verordening, die deels het VNG-model volgt en aangevuld is met de in de afgelopen jaren ontwikkelde werkwijze met de CRK, is er de komende tijd een goed en duidelijk kader voor de gewenste advisering door de commissie met naar verwachting voldoende ruimte en flexibiliteit voor de gewenste invulling van de advisering. Zie ook het vermelde onder Algemene reactie. Antwoord op vraag 3 De hierboven onder a en b genoemde argumenten voor mandatering aan B&W tot latere (her)benoeming van leden en ontslag van leden zijn naar analogie van toepassing voor de mandatering aan B&W tot het bedoelde voortijdige beëindiging van benoeming van leden voor een gewenste andere invulling van de advisering binnen de kaders van de verordening. Dit sluit aan op de eerdere praktische en efficiënte taakverdeling tussen B&W en raad wat betreft de invulling van de CRK. Zie ook het vermelde onder Algemene reactie. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris,
de burgemeester,
R.C.J. Nagtzaam
M. Witte
Onderwerp: memorie van antwoord vanwege vragen van het CDA over Agendapunt 6, CRK, in verband met de discussieraad van 13 oktober 2022 p. 2/2