CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Mva technische vragen CDA begroting 2023-2026

Besluitvormende raad 10 november 2022, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Begroting 2023-20267.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: 2022100496903

Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 1 november 2022 Onderwerp : memorie van antwoord bij Begroting 2023-2026 Vraag van : CDA Onderdeel 1.2 Verkeer Vraag 1: Hoe houdbaar is het om de wegen onderkant C niveau te houden op langere termijn? Wegen zijn slecht, en wanneer denkt het college hier wat aan te doen? Antwoord: De Provincie Noord-Brabant hanteert een kwaliteitsniveau waar wij met C niveau aan voldoen. Dit niveau is een goede balans tussen het nastreven van een hoger niveau met bijbehorende hogere kosten, en het uitstellen van onderhoud met daarna relatief hogere herstelkosten. Uit de recent uitgevoerde weginspecties blijkt dat de huidige budgetten toereikend zijn om het wegenareaal op onderkant C niveau te houden. Aan het op peil houden van niveau C werken wij continu. Vraag 2: Bruggen en duikers: Wat gaat dit geschat kosten, valt dit binnen de budgetten en waarom is hier geen stelpost voor opgenomen? Antwoord: Om deze kosten goed in beeld te brengen en te voorkomen dat we later met onverwachte hogere kosten te maken krijgen wordt nu een inspectie uitgevoerd. Het rekenen aan de kosten van onderhoud aan dergelijke infrastructurele kunstwerken is specialistisch werk waarbij de ervaring leert dat stelposten op basis van aannames aanzienlijk kunnen afwijken.

Om die reden is hiervoor geen stelpost opgenomen. Vraag 3: Straatreiniging: Wat als de genoemde subsidie niet doorgaat, wat is dan de impact? Antwoord: Dan zal er voor deze activiteiten andere financiering gevonden moeten worden, of worden deze afgebouwd. Dan zal er voor deze zwerfafval activiteiten een andere financiering gevonden moeten worden, of worden deze activiteiten afgebouwd. Onder de zwerfafval activiteiten vallen o.a. gastlessen op scholen t.b.v. zwerfafvalpreventie, communicatiecampagnes, opschoonacties en het faciliteren van onze zap-vrijwilligers in de gemeente (verstrekken grijpers, zakken en ophalen opgeruimd afval bij de mensen thuis). Vraag 4: Gladheidsbestrijding: Is de strooier technisch of financieel afgeschreven? Antwoord: De strooier is zowel technisch als financieel afgeschreven.

Vraag 5: Verkeersregelingen: Wat levert de uitbesteding van het verhalen van schades op? Antwoord Het verhalen van schade’s wordt uitbesteed aan een specialistisch bureau. Hierdoor is de kans op een succesvolle verhaling groter. Het uitbesteden bespaart daarnaast ambtelijke uren van de eigen organisatie wanneer we dit zelf zouden doen. De opbrengst is geschat op 4.500 euro op basis van ervaring uit eerdere jaren. Onderdeel 1.3 Parkeren Vraag 6: Hoe gaat het college de parkeerdruk in evenwicht brengen? Antwoord: Daar waar structureel een hoge parkeerdruk wordt ervaren doen wij onderzoek daar naar. Waar mogelijk nemen we maatregelen om deze te verminderen. Vraag 7: Hoe gaat het college in samenspraak met burgers aanpassingen aan parkeerplaatsen en trottoirs verrekenen met burgers? Antwoord: Wij veronderstellen dat deze vraag betrekking heeft op de aanleg van inritten. Bij een aanvraag om een inritvergunning wordt naast de inhoudelijke toetsing op haalbaarheid de mogelijkheid geboden óf om zelf een aannemer in te schakelen, waarbij de gemeente toetst of wordt voldaan aan de geldende kwaliteitseisen, óf de gemeente vraagt een offerte bij de aannemer en legt de kosten door naar de verzoeker.

Onderdeel 1.4 Economische havens en waterwegen Vraag 8: Onze havens willen wij bereik- en bruikbaar houden voor beroeps- en recreatievaarders. -> Wat houdt dit in volgens het college? Gaan wij bovenwettelijke onderhoudswerkzaamheden verrichten hiervoor? Antwoord: In 2004 heeft de gemeente beheer en onderhoud van de Donge op bepaalde taken overgenomen van Rijkswaterstaat. Hieronder valt voornamelijk het baggeren van de Donge als de grootste kostenpost. Buiten deze contractueel afgesloten afspraken met Rijkswaterstaat verricht de gemeente geen bovenwettelijke onderhoudswerkzaamheden. Vraag 9: Waterwegen: Zorg is wel dat de prijsstijgingen die in 2022 hebben plaatsgevonden financiële druk zetten op het huidige budget. -> Wat is de impact dan op de begroting? Antwoord: Deze werkzaamheden worden via aanbesteding uitgezet naar externe partijen. De exacte kosten worden pas bekend tijdens het aanbestedingstraject. Onderdeel 1.7. Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Vraag 10: Plantsoenen en parken: lang gras zonder bloemen en kruiden: Waarom werkt het niet zoals verwacht, en wat gaat het college doen om dit te veranderen? Antwoord: De pilot lang gras loopt pas één jaar. Uit de evaluatie blijkt dat de gazons op een dusdanige manier gemaaid zijn dat de aanwezige grassen enkel iets hoger zijn gaan groeien. De gazons bestaan momenteel voornamelijk uit lang gras met weinig tot geen kruiden en bloemen. De termijn van één jaar is nog te kort om een ecologische ontwikkeling te kunnen laten zien. Na één jaar heeft het gazon een kleine ecologische meerwaarde in vergelijking met traditioneel gazon. Een meerwaarde voor biodiversiteit is te realiseren door langdurig het maaibeleid vol te houden. Zo kunnen bloemen en kruiden zich vestigen en kan een gevarieerde diverse vegetatie ontstaan. Een aantal locaties gaan we doorzaaien met een bloemenmengsel om sneller een resultaat te krijgen. Vraag 11: zinsnede: Er wordt actief contact gezocht en in overleg met inwoners en de kinderen, geadviseerd door de speelleverancier een keus gemaakt voor een speeltoestel dat van meerwaarde is in dat speelterrein. -> Waar is binnen het budget ruimte voor, en wat gaat het college nu echt doen? Antwoord: Er is structureel een budget van € 30.000 beschikbaar voor het aankopen en plaatsen van speeltoestellen.

Dit bedrag is gebaseerd op de in het beheersysteem opgenomen verwachte vervangingstermijn van een speeltoestel. Aan de hand van de jaarlijkse inspectie wordt per jaar definitief vastgesteld welke speeltoestellen vervangen gaan worden. Bij vervanging van een speeltoestel wordt actief contact gezocht met inwoners en hun kinderen om geadviseerd door een speelleverancier een keus te maken voor een geschikt speeltoestel dat van meerwaarde is in dat speelterrein. Onderdeel 1.20 Mutaties reserves Vraag 12: Reserve bomenfonds: Waar worden nu bomen geplaatst als ze ergens anders worden gekapt? Bijvoorbeeld alles rondom de A27? Zitten hier ook de stortingen in vanuit degene die kappen? Antwoord: Vorig jaar zijn er 200 bomen verspreid door de gemeente aangeplant. Daarnaast zijn er bomen het parkeerterrein aan de Haven in Geertruidenberg aangeplant ter compensatie van de bomenkap bij fort St Gertrudis. De verplichting van natuurcompensatie heeft Rijkswaterstaat afgekocht. De provincie gaat dat uitvoeren conform het vastgestelde tracébesluit. De beschermende bomen van de gemeente uit de bomenstructuurkaart gaat Rijkswaterstaat wel financieel compenseren middels een storting van € 132.075,00 in het bomenfonds.

Vraag 13: Reserve bomenfonds: Hoe waarborgt de gemeente dat er kwalitatief en kwantitatief hetzelfde wordt teruggeplant als is gekapt? Antwoord: De nieuwe aanplant van bomen geschiedt, mede door de uitvoering en het volgen van de richtlijnen van het bomenbeleid en het door de raad vastgestelde handboek bomen, steeds meer op een duurzame manier. Zo worden bomen zoveel mogelijk in groenvakken aangeplant en wordt er bodemverbetering toegepast. Een

duurzaam bomenbeleid richt zich niet zozeer op een zo groot mogelijk aantal bomen (kwantiteit), maar vooral op een hogere kwaliteit van het bomenbestand. Onderdeel 1.40 Investeringen Vraag 14: Worden de voertuigen vervangen door electrische varianten, en/of wordt hier een zo CO2 neutraal mogelijk beleid gevoerd? Antwoord: Dat gebeurt voor zover dit binnen de gestelde kaders mogelijk is. In de aanbestedingen wordt dit steeds betrokken. Vraag 15: Investeringen verlichting: het lijkt alsof de inspectie duurder is dan het vervangen van de lichtmasten, klopt dit? Antwoord: De inspectie is niet duurder dan vervangen. In de tabel op pagina 18 is de omschrijving van de post onduidelijk. De bedragen die vermeld zijn bij “inspectie” zijn extra benodigd t.o.v. de oorspronkelijk raming in eerdere jaren. De bedragen, per jaar en per onderdeel, zijn gelijk aan de bedragen vermeld op pagina 12. Onderdeel 2.1 Riolering Vraag 16: Waarom is de inflatiecorrectie voor de rioolheffing anders als voor de overige gemeentelijke heffingen? Antwoord: In beginsel zou ook op de tarieven van de rioolrechten een prijscompensatie toegepast moeten worden van 5%. Echter omdat de kostenontwikkeling binnen de gesloten financiering van de riolering zich positief ontwikkeld, kan met 3% worden volstaan. Daarmee wordt de stijging binnen de afvalstoffenheffing enigszins gecompenseerd.

Onderdeel 2.2 Afval Vraag 17: Afvalverwijdering huisvuil - Is onze tariefsopbouw met Attero zo geregeld dat wij minder volume aan kunnen bieden tegen dezelfde tarieven? Antwoord: In het huidige contract met Attero is geen minimale aanleververplichting opgenomen. Of wij nu meer of minder afval aanleveren, het tarief per ton blijft in alle gevallen gelijk. Onderdeel 2.3 Milieubeheer

Vraag 18: Uitvoering duurzaamheidsprogramma - Energie - Noord Brabant wil een kerncentrale plaatsen. Is onze gemeente in scope daarvoor? Antwoord: Een dergelijke ontwikkeling is bij ons niet bekend. Vraag 19: Bereikbaarheid met OV en fietsen verbeteren - In het nieuwe Mobiliteitsplan wordt verder aandacht gegeven aan het verbeteren van ons fietsnetwerk om daarmee een aantrekkelijker alternatief voor de auto te realiseren. -> Zijn hier voorbeelden van? Antwoord: In het Mobiliteitsplan komt met betrekking tot dit onderwerp o.a. de realisatie van een afgewaardeerde Oosterhoutseweg (van 80 naar 60 km/h) inclusief de aanleg van een vrijliggend tweerichtingen-fietspad aan bod. Ook de kansen van het doortrekken van het Halve Zolenpad is een voorbeeld. Vraag 20: Het college praat over Dombosch als opzichzelfstaande entiteit. Wie is Dombosch in deze? Antwoord: Het gaat hier over het bedrijventerrein Dombosch. Vraag 21: Hoe moeten wij de circulaire economie zien in relatie tot Dombosch als gesprekspartner? Antwoord: De ondernemers op Dombosch hebben de doelstelling om uit te groeien tot een duurzaam bedrijventerrein. Circulariteit is daar een onderdeel van. Vraag 22: Hoe wilt het college invullling gaan geven aan de circulaire economie ontwikkeling met onderners, zoal genoemd onder Duurzame Ontwikkeling Dombosch?

Antwoord: De invulling van een meer circulaire economie wordt samen met de ondernemers bepaald. De markt is hierin leidend. De gemeente is facilitator/aanjager die de ondernemers stimuleert (sneller) stappen te nemen of bijvoorbeeld met elkaar verbindt m.b.t. reststromen.

Vraag 23: Duurzame Energie bedrijfsleven - College wil in gesprek gaan met bedrijven over voorgenomen CO2 Reductie maatregelen. Wat wil het college exact bereiken en/of toevoegen aan die gespreken? Antwoord: Een van de onderdelen van het landelijke klimaatakkoord is CO2-reductie van de industrie. Door met bedrijven in gesprek te gaan, kan de gemeente enerzijds ontwikkeling verder stimuleren en anderzijds mogelijk ondersteuning bieden waar nodig. Dit bijvoorbeeld via het Zakelijke Energieloket van de gemeente. Vraag 24: Personele impact - College geeft aan 1FTE extra nodig te hebben en dit structureel in te vullen. Maar, de bijdragen hiervan zijn niet duidelijk. Wanneer gaat dit volgen? En gaat het college dit nu wel invullen, maar is er geen dekking voor opgenomen in de begroting? Indien dit wel is opgenomen, wat is de verwachte impact op de begroting? Antwoord: Zoals aangegeven ontving de gemeente in 2022 €190.000,- vanuit het rijk voor de uitvoering van het klimaatakkoord. In de septembercirculaire zijn deze gelden structureel gemaakt. In 2023 is er een verdrievoudiging van het originele budget aangekondigd, in 2024 een verviervoudiging en in 2025 en verder een verzevenvoudiging. Wel wordt er nog door het rijk gewerkt aan een nieuwe verdeelsleutel.

Desalniettemin gaan we ervanuit dat, gezien deze vermeerderingsfactoren, de bijdrage uit 2022 het minimum is voor de komende jaren. Op dit moment is er geen dekking opgenomen in de begroting, wij doen u een specifiek voorstel over het opnemen van extra FTE in de aangepaste begroting. Algemeen Vraag 25: Wat geeft de gemeente jaarlijks uit aan inhuur van derden / externe inhuur? Antwoord: Een exact cijfer is hiervoor moeilijk te berekenen omdat externe inhuur bij bepaalde producten ook standaard is opgenomen. Veelal bij projecten van tijdelijke aard. Externe inhuur die wordt gedaan om eigen personeel te vervangen vanwege ziekte. Hier voor is een beperkt budget beschikbaar. We hebben verder geen budget voor inhuur van derden. De vrijval van vacatures vormt de basis voor de uitgaven van inhuur zoals dat eerder ook door de raad is besloten. In de jaarrekening 2021 is op inhuur een bedrag van € 1.200.000 opgenomen. In de jaarrekening 2020 was dit € 939.000 en in 2019 was dit in de orde van grootte van € 1.150.000. Vraag 26: Controle en handhaving: Wat is de business case om dit via externe inhuur te doen, en niet via interne kennis als dit toch structureel is? Antwoord: Het actualiseren van het VTH-beleid is een wettelijke verplichting. Als de gemeente dit beleid niet heeft, heeft dat vanuit de toezichthouder consequenties voor de gemeente.

Het huidige VTH-beleid is in de praktijk niet meer werkbaar. Om die reden wordt het VTH-beleid herzien en herschreven, zodat het aansluit op de ambities en doelstellingen van de gemeente Geertruidenberg. Hierbij diende ook gebruik te worden gemaakt van burgerparticipatie. Het actualiseren van het beleid vraagt tijd en capaciteit. Intern is er op dit moment

onvoldoende tijd en capaciteit om het VTH-beleid volledig te herschrijven. Om die reden is ervoor gekozen om een extern specialistisch adviesbureau in te schaken. Het bedrag zoals opgenomen in de gemeentebegroting is gebaseerd op een ‘ladeplan’. Echter, dit sluit onvoldoende aan op de doelstellingen en strategie van de gemeente Geertruidenberg, waardoor onvoldoende aansluiting zal plaatsvinden op de nieuwe wetgeving. Om die reden diende het budget eenmalig verhoogd te worden. Vraag 27: Transitievisie Warmte - Wanneer is dit bekend? Wat is de verwachte impact op de begroting? Antwoord: Als hiermee wordt bedoeld: “wanneer wordt de specifieke hoogte van de structurele uitvoeringsmiddelen klimaatakkoord?” verwijzen we naar het antwoord op vraag 24, aangevuld met dat de specifieke bedragen waarschijnlijk bij de decembercirculaire bekend worden gemaakt 2.40 Investeringen Vraag 28: Wat gaat u doen met 1 miljoen aan investeringen stelpost in 25 en 26? Antwoord: In 2023 word het nieuwe vGRP (met het ‘Programma Openbare Ruimte’) aan de raad voorgelegd met hierin opgenomen de exacte investeringen voor rioolonderhoud tot 2028. Tot die tijd weten we nog niet wat de exacte investeringen zullen zijn. Daarom hebben we op basis van historische jaarlijkse investeringen 1 miljoen als stelpost opgenomen.

De verwachting is dat de onderhoudsinvesteringen voor het riool rond dat bedrag zullen zitten. Algemeen Vraag 29: Wat is de impact van de prijsstijgingen van Energie en Inflatie? Dit komt nergens terug in het document, ook niet als risico. Wat is de impact op de begroting als dit kwantificeerbaar is gemaakt. Antwoord: De impact van de verschillende prijsstijgingen is niet bekend. Uiteraard heeft de ontwikkeling van de energieprijzen en inflatie in zijn algemeenheid onze aandacht. Maar ook CAO ontwikkelingen van de eigen organisatie, gesubsidieerde instellingen, contractuele afspraken, premies, heffingen e.d. Daarbij moet ook ingeschat worden of bepaalde ontwikkelingen incidenteel of structureel van aard zijn. Als dit kwantificeerbaar is dan is het financiële effect in principe een autonome ontwikkeling waarvoor een oplossing moet worden gevonden. Hierbij is eveneens van groot belang in hoeverre het rijk een bijdrage levert aan de oplossingen. De risico’s inflatie, energieprijsstijgingen en gestegen bouwkosten zijn voor een deel financieel verwerkt in de cijfers van de begroting 2023 en daarnaast meegenomen in de diverse risico’s bij de diverse beleidsterreinen.

3 Opgave Mens en Zorg

Vraag 30: zinsnede: En dat alles vanuit het besef dat de gemeente niet de gemeenschap zelf is, maar een partner in die gemeenschap. En dus juist ook niet overal van is, alles op hoeft te pakken of alles hoeft te betalen. Maar daarvoor wel heel duidelijk moet zijn over de eigen rol, ambitie en mogelijkheden. - Hoe staat dit in relatie tot voorgaand beleid? Antwoord: Het is een citaat uit het beleidskader sociaal domein. De gemeente is de afgelopen acht jaar in hoog tempo verantwoordelijk geworden voor steeds meer taken op het gebied van zorg en ondersteuning aan (potentieel) kwetsbare inwoners. De taken zijn, samen met bijbehorende middelen, afzonderlijk aan de gemeente “gedecentraliseerd”. De gemeente heeft zich, als sociale gemeente, primair geconcentreerd op de overname en continuïteit van deze afzonderlijke taken, veelal in de vorm van het verstrekken van voorzieningen (zorgplicht, aanbodgericht) . Dit uit zich bijvoorbeeld in een ruimhartig voorzieningenpakket. De afgelopen jaren realiseren we ons dat we hier bewuster, terughoudender en anders mee om moeten gaan. Enerzijds omdat de financiële kaders dit afdwingen, en anderzijds omdat eigen initiatief de basis is voor duurzame, integrale, oplossingen en het versterken van veerkracht. Het beleid is hetzelfde, Geertruidenberg blijft een sociale gemeente, de invulling verandert, geleidelijk, wel.

Vraag 31: zinssnede: In de eerstvolgende begrotingswijziging doen wij u hiervoor enkele voorstellen. -> wat gaan deze voorstellen zijn als het college ze hier al kan benoemen? Welke riching wil men op en wat is het effect op de begroting? Antwoord: Deze voorstellen volgen uit het nog op te stellen college-akkoord, deze zijn op dit moment nog niet bekend, en daarmee ook niet het effect op de begroting. De vorming van het ontwikkelbudget geeft aan welke richting het college qua financiële sturing op wil. Het college wil binnen de begroting slagvaardiger kunnen inspelen op ontwikkelingen die bijdragen aan de realisatie van de strategische en operationele doelen uit de, nog vast te stellen, opgave mens & zorg.

3.2 Onderwijshuisvesting Vraag 32: Naar ons weten is het al lang bekend wat er met Gymzaal de Brug moet gebeuren, en is dit zelfs meegenomen in de onderbouwing van planning rondom de Vonder. Kan het college de onduidelijkheid herzien? Antwoord: Het is inderdaad de bedoeling dat Gymzaal De Brug, na vertrek van basisschool De Vonder, gesloopt zal worden. Hier is rekening mee gehouden bij de ontwikkeling van de nieuwe woningen aan de Brahmstraat. In het nieuwe bestemmingsplan is de grond waar de gymzaal op staat tevens al voorzien van een andere bestemming, namelijk de woonbestemming. Zolang de huidige gymzaal zijn functie niet verliest valt deze echter onder het overgangsrecht en kan deze blijven bestaan. Na functiebeëindiging zal de gymzaal gesloopt moeten worden en kan hier nog één woning gerealiseerd worden. De huidige huurders van de gymzaal zijn hiermee bekend.

3.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Vraag 33: Leerlingvervoer - Waarom werkt het college niet met een dieselclausule of diesel olie toeslag in het contract? Antwoord: Er van uitgaande dat hiermee de brandstofprijzen worden bedoelt, geldt dat het vooralsnog afwachten is of de brandstofkosten in het indexatietarief 2023 (NEA-index) meegenomen worden. Omdat structureel wordt geïndexeerd is het lastig te voorspellen op welke wijze brandstofprijzen hierin mee worden genomen, deze kunnen immers behoorlijk fluctueren. Op het moment dat de contracten met de vervoerders zijn opgesteld was het bijvoorbeeld zo dat de oorlog in de Oekraïne net begonnen was en waren de prijzen weliswaar aan het stijgen maar was het ook goed mogelijk dat dit maar (zeer) tijdelijk zou zijn. Overigens kan er altijd nog naast het contract een tijdelijke compensatieregeling worden afgesproken. Of dit aan de orde is, hangt wederom af van de NEA-index 2023. Vraag 34: Is er geen indexactiemechanisme afgesproken in de overeenkomst voor het leerlingenvervoer? Antwoord: In de overeenkomst is met de vervoerders afgesproken dat we jaarlijks (per januari) de tarieven indexeren. Het indexatietarief voor 2023 wordt eind oktober bekend gemaakt middels de zogenaamde NEA-index. Voor 2022 was het indexatie tarief 3,5%.

Voor 2023 is dit vooralsnog nog niet bekend, waardoor we nu nog in afwachting van de daadwerkelijke verhoging. 3.5 Sportaccommodaties Vraag 35: Sportaccommodaties - Hoe zou het college onze huidige sportaanbieders willen classificeren aan de hand van de genoemde indicatoren? Antwoord: Uit uw vraag kunnen wij niet opmaken welke classificatie en welke indicatoren u bedoelt. Vraag 36: Zwembaden - Hoe gaan we deze zomer de zwembaden duurzaam en economisch verantwoordelijk verwarmen? Wat is de verwachte impact op de begroting? Antwoord: Op dit moment is daar nog niet specifiek over gesproken met Sportfondsen. Eind november staat er een bestuurlijk overleg gepland met Sportfondsen. Ook zijn wij in afwachting van de conceptbegroting 2023. Wij verwachten dus hier in de komende maanden een inschatting van te kunnen maken. 3.6 Samenkracht en burgerparticipatie Vraag 37: Statushouders - waar gaan deze mensen wonen? Antwoord: Statushouders worden gehuisvest in sociale huurwoningen door Thuisvester of in een tussenvoorziening totdat een definitieve woning beschikbaar is. Gezien de verhoogde taakstelling en de schaarste op de

woningmarkt wordt daarnaast gekeken naar alternatieve huisvesting voor deze doelgroep en andere doelgroepen zoals bijvoorbeeld starters en spoedzoekers. Hierbij kunt u denken aan het transformeren van bestaande gebouwen, flexbouw en/of nieuwbouw. 3.7 Wijkteams Vraag 38: (NB voor financiën: kan dit structureel eventueel een indexering van 2024?) - Kan dit inderdaad? Antwoord: Dit was een interne aantekening die per abuis in de begroting terecht is gekomen. Vraag 39: Ontwikkelingen Sociale Zaken - Inhuur was altijd incidenteel, hoe gaat zich dit dan vertalen in de begroting? Antwoord: Dit wordt op dit moment nader onderzocht en wordt in de concept wijziging van de begroting nader toegelicht. 3.8 Inkomensregelingen Vraag 40: Inkomensregelingen - Hier wordt vooral beschreven wat de overheid doet aan armoedebestrijding. Wat gaat de gemeente doen aan dit grote probleem? Antwoord: Vanuit de landelijke overheid komt er steeds meer duidelijkheid over de invulling van de verschillende tegemoetkomingen en regelingen, maar dit zal niet allesomvattend zijn. Er wordt daarom op korte termijn gewerkt aan een plan om inwoners, verenigingen en stichtingen die echt in de knel komen –en waarbij de landelijke regelingen onvoldoende steun bieden- te helpen.

Daarnaast zult u in de eerste begrotingswijziging ook terugzien dat een belangrijke pijler van het programma mens en Zorg financiële zelfredzaamheid betreft. De aanpak hiervoor zal onder andere gericht zijn op het integraler aanpakken van schuldhulptrajecten en vroegsignalering. Vraag 41: Met het grote arbeidsvraagoverschotsprobleem, hoe veel van de huidige uitkeringsgerechtigden is in staat nog te gaan werken en hoe veel niet? Antwoord: Vanwege de arbeidsmarkt zijn degenen die nu een uitkering verstrekt krijgen door (medische) omstandigheden niet makkelijk bemiddelbaar naar werk. De kans voor een aantal nog aan werk te geraken is erg klein is, wat niet wegneemt dat na verloop van tijd wellicht nog wel mogelijkheden kunnen ontstaan op een bepaalde wijze aan het arbeidsproces of het verrichten van vrijwilligerswerk deel te nemen. De inzet is er op gericht hen naar werk te geleiden, echter kan (in het kader van de Participatiewet) het participeren aan maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk ook een maximaal haalbaar resultaat zijn. Het concreet benoemen van een getal zoals gevraagd is niet realistisch gelet op wijzigende omstandigheden van uitkeringsgerechtigden gedurende het traject van hun uitkering en begeleiding.

Vraag 42: WMO vervoersvoorzieningen - NEA - wat is de impact voor de begroting?

Antwoord: Met de verwachte toename is in onze meerjarenraming al rekening gehouden (2023: € 535.000; 2024: € 621.000; 2025: € 635.500) (dit conform de door u vastgestelde begroting Verbonden Partijen).

Vraag 43: zinsnede:: Eind 2022 wordt bekend welke extra middelen en ondersteuning gemeenten (en andere partijen) ontvangen voor de landelijke aanpak. Het streven is de nieuwe aanpak binnen de beschikbare middelen te implementeren . - Hoe ziet dit er dan uit voor 23? Antwoord: Het streven is in 2023 eveneens om de nieuwe aanpak te implementeren in de middelen die landelijk beschikbaar worden gesteld. Wanneer deze middelen bekend zijn, zal pas concreter worden op welke wijze deze middelen worden ingezet binnen onze gemeente. De nieuwe aanpak zal onder andere gericht zijn op het integraler aanpakken van schuldhulptrajecten en vroegsignalering. Vraag 44: Individuele voorzieningen Natura Jeugd - wat is de prognose van de impact? Antwoord: Het is voor ons niet duidelijk wat u precies met deze vraag bedoelt.

3.50 Risico's Vraag 45: zinsnede: Daarnaast speelt continuïteit van de zorgaanbieders, waardoor extra kosten moeten worden gemaakt om zorg te blijven verlenen. - Wat is een reeel getal als risico? Nadere duiding gevraagd: Aan welke mogelijke extra kosten moeten we denken onder "onvoldoende rijksmiddelen voor de jeugdhulp", aangezien er gesproken wordt over continuïteit en mogelijke extra kosten. Antwoord: Wachtlijsten kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat jeugdigen nog niet de zorg krijgen die zij nodig hebben. Zorgaanbieders moeten wel het maximale doen om zo snel mogelijk een passende behandeling te starten. Door de wachttijd kan de situatie van de jeugdige mogelijk verergeren en dit kan mogelijk extra kosten met zich meebrengen door inzet van een zwaardere zorgvorm. Wij kunnen hier op dit moment geen concreet getal aan koppelen. 4.1 Ruimte en leefomgeving Vraag 46: Voor 2023 wordt een bedrag van € 270.000 verwacht. De - Inkomsten of uitgaven? Antwoord: €270.000 is een schatting van het totaal aan exploitatiebijdrages dat door initiatiefnemers betaald wordt in 2023 als gevolg van het sluiten van anterieure overeenkomsten bij bouwprojecten. Dit is een schatting omdat de bijdrages gefaseerd betaald worden, afhankelijk van de fase waarin een project zich bevindt. De uitgaves die hier tegen over staan zijn per saldo gelijk.

Het merendeel van deze kosten bestaan uit interne uren, een klein deel uit externe expertise die nodig is om een project te begeleiden.

Vraag 47: Veerse Dok: Jachthaven Dok12 in Raamsdonksveer-Zuid - Wat is de verwachte tijdlijn van realisatie? Antwoord: Het bestemmingsplan wordt momenteel voorbereid en zal vanaf 3 november als VOBP (voorontwerp bestemmingsplan) worden gepubliceerd. Na de publicatie van het voorontwerp, zal het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd, waarna vervolgens het bestemmingsplan aan de gemeenteraad ter vaststelling wordt aangeboden. Afhankelijk van de ingekomen zienswijzen zal vaststelling van het bestemmingsplan voor de zomer plaatsvinden. Vervolgens kan de initiatiefnemer aan de slag met de omgevingsvergunning en de verkoop van de woningen. Vraag 48: Omschoorweg Raamsdonksveer - Dit was al aangewezen voor flexwoningen via een raadsbesluit, hoe rijmt dit dan met de wens van het college? Antwoord: Het project betrof in eerste instantie de realisatie van tijdelijke huisvesting (15 woningen) aan de Omschoorweg voor de doelgroep spoedzoekers in de vorm van flexbouw. In een raadsinformatiebrief (18 januari 2022) is dit ook met uw raad gedeeld. In die brief is aangegeven dat samen met Thuisvester wordt gewerkt aan de ontwikkeling van deze flexwoningen. Inmiddels hebben Thuisvester en de gemeente in overleggen de wens uitgesproken om ook permanente huisvesting te realiseren aan de Omschoorweg. In een permanente situatie moeten er ook meer woningen gerealiseerd worden.

Naast de doelgroep spoedzoekers is er dan ook ruimte voor andere doelgroepen. Het betreft hier echter nadrukkelijk een wens en nog geen definitief besluit. De gesprekken hierover tussen Thuisvester en de gemeente worden de komende tijd voortgezet. Vraag 49: De Rivierkade krijgt als onderdeel van Programma Dongeoevers te maken met een transformatie van bedrijvigheid naar een mix van bedrijvigheid, commerciële activiteiten en recreatie. - impact besluit waterschap? Antwoord: Het besluit van het waterschap is nog niet definitief. Als gemeente zijn we voornemens om een zienswijze in te dienen. Op dit moment is nog niet duidelijk wat de exacte impact gaat zijn van de aanpassing van de Legger van het waterschap. Echter het zou zo kunnen zijn dat met de aanpassing van de legger er geen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden in het gebied. Een gevolg zou ook kunnen zijn dat nieuwe ontwikkelingen wel doorgang zouden kunnen vinden, maar dan onder voorwaarden of met extra (bouwtechnische) maatregelen. Vraag 50: Gebiedsvisie amoveringslocaties 150 Kv - waarom niet hier al een indicatie van de te verwachten kosten? Antwoord: De gebiedsvisie 150 kV moet nog worden opgesteld, dit doen we samen met bewoners. Een inrichtingsplan is er dus nog niet, daarom kan ook nog geen indicatie gegeven worden van de te verwachten kosten.

De kosten voor de voorbereiding van het opstellen van een Gebiedsvisie, inclusief participatie met bewoners bedragen €30.000,-. 4.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

Vraag 51: Grex achter de hoeven - besteft het college dat er niet gebouwd kan worden op de volledige 10ha? Antwoord: De kaders en de (on)mogelijkheden zullen duidelijk worden behandeld tijdens de themasessie en vervolgens worden weergegeven in de Startnotitie. Vraag 52: Grex rivierkade: is dit nu achterhaald? Antwoord: De grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd in december. Daarbij worden alle grondexploitaties aan de hand van de meest recente ontwikkelingen geactualiseerd. Dat geldt ook voor de deelexploitatie van de Rivierkade als onderdeel van Donge-oevers. 5.1 Recreatieve havens Vraag 53: Recreatieve havens - Vind het college het een gemeentelijke taak om zelf vast te houden aan de exploitatie van jachthavens? Antwoord: Het college is van mening dat het geen gemeentelijke taak is om jachthavens te exploiteren, dit is dan ook de reden dat er onlangs een verkoopprocedure heeft plaatsgevonden van de gemeentelijke jachthaven. Het college ziet het overigens wel als taak van de gemeente om gastvrij te zijn richting toeristen, dit staat ook in het coalitieakkoord. Daarom ziet het college het wel als een gemeentelijke taak om de passantenhaven te exploiteren. 5.2 Economische havens en waterwegen Vraag 54: Wij zorgen voor havens die binnen de gemeente gebruikt kunnen worden voor binnenvaartschepen, historische schepen en woonboten.

- Welke havens houdt het college aan? Antwoord: Momenteel bezit de gemeente twee steigers ten behoeve van binnenvaartschepen, één steiger ten behoeve van (historische) (woon)schepen, en twee havens, namelijk de passantenhaven te Geertruidenberg en de gemeentelijke jachthaven te Raamsdonksveer. Wat betreft de gemeentelijke jachthaven te Raamsdonksveer kan gemeld worden dat momenteel een traject loopt om deze haven te verkopen. Voor de passantenhaven te Geertruidenberg loopt zo’n traject (op korte termijn) niet. 5.3 Economische ontwikkelingen Vraag 55: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen - Wat bedoeld met met Global Goals? Antwoord: De Global Goals staan voor 17 doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. De samenhang en de omvang van alle global goals is veelomvattend, maar niet voor elke ‘business’ even relevant. Daarom

is voor De Groene Pluim een selectie gemaakt van vier kerndoelen (partnerschappen voor de doelen, duurzame consumptie en productie, klimaatverandering, fatsoenlijke banen en economische groei). Vraag 56: Duurzame Energie Bedrijfsleven - gaan wij meeinvesteren? Antwoord: We zetten met name in om informatie te geven, te stimuleren om te verduurzamen en te faciliteren. De financiële investering om te verduurzamen ligt bij ondernemers. Vraag 57: Stadspromotie - wat besteden wij hier jaarlijks aan? Antwoord: Het uitvoeringsbudget bedraagt €15.000,5.5 Economische promotie Vraag 58: Wat zijn de totale budgetten van beleef de Biesbosch? Antwoord: De totale begroting voor Beleef de Biesbosch is voor 2023 € 31.000. De bijdrage voor de deelnemende Brabantse gemeenten is € 7000 per gemeente. Daarnaast draagt Dordrecht € 3000 bij. 5.6 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Vraag 59: Scattando subsidie - Wat zijn de leveringsverplichtingen hiervan en hoe wordt gecontroleerd dat deze worden geleverd? Antwoord: Scattando ontvangt voor een jaarlijkse activiteitensubsidie voor een aanbod aan buitenschoolse activiteiten. Zij hebben hiervoor een meerjarenbeschikking 2019-2024 ontvangen en leveren conform de subsidiebeleid jaarlijks een verantwoording aan.

6.2 Burgerzaken Vraag 60: Toename aanvraag documenten - hoe wilt u dit managen met aanvragen of afspraak en 1 avondopenstelling? Dit zijn 80 aanvragen per week. Antwoord: We openen hiervoor een extra balie. Dit kan zowel tijdens de avondopenstelling als de openingstijden op andere dagen. Daarnaast schrijven we ruim op tijd de mensen aan van wie het document gaat verlopen, waarmee we hopen dat we de drukte zoveel mogelijk kunnen verspreiden en de inwoners snel kunnen helpen. Ook voor het KCC heeft de toename van aanvragen gevolgen. Denk dan bijvoorbeeld aan het aantal mensen dat telefonisch een afspraak in wil plannen, vragen heeft over het aanvraagproces en de gegevenscontrole van degene die bij de receptie het document komt ophalen.

Bij de eerste begrotingswijziging gaan we verder in op wat de toename voor de formatie van zowel het KCC als burgerzaken betekent. 6.50 Risico's Vraag 61: I&A Beveiligingskosten - waar moet men aan denken qua mogelijke kosten? Antwoord: Dat hangt natuurlijk geheel af van de situatie zoals die zich voordoet. Daarom is het ook als een risico opgenomen zoals we dat voorgaande jaren ook hebben gedaan. De kosten kunnen varieren van enkele duizenden euro’s (upgrade software, inhuur deskundigen) tot enkele tienduizenden (software vervangen, extra software, inhuur deskundigen). 7.2 Overhead Vraag 62: rechtmatigheidsverantwoording - Zat dit er nooit in? Waarom nu opeens wel, en wat zijn de consequenties voor de begroting? Antwoord: Sinds 2004 wordt er een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven door de accountant afgegeven in haar rapport over de jaarstukken. Met ingang van boekjaar 2023 wordt het college zelf verantwoordelijk voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken. De consequenties worden nog nader ter besluitvorming voorgelegd. Vraag 63: Nieuwe wetgeving in 2022/2023 - Wat is de impact op de begroting per wetgevingsonderwerp? Antwoord: De impact op de begroting staat voorzover die nu bij ons bekend is al benoemd bij de betreffende wetgevingsonderwerpen in de begroting.

Zodra hierover meer duidelijk wordt dan komen we daar op terug in de volgende P&C-producten. Vraag 64: Overhead Cluster Beleid - extra FTE - wat is de impact op de begroting? Antwoord: In deze begroting is deze extra FTE nog niet financieel verwerkt, dat zal in de eerstvolgende begrotingswijziging gebeuren. Concreet kunt u dan denken aan een incidenteel bedrag van ca. € 60.000. Vraag 65: generatiepact - wat is dat? Antwoord: Een generatiepact is een regeling die oudere werknemers in staat stelt minder uren te werken, met volledig behoud van pensioen. Het biedt de gemeente als werkgever het perspectief om werknemers gezond aan het werk te houden tot aan hun pensioen.

Vraag 66: onderhoud HR21 - wat is de prognose? Antwoord: In de beleidsrijke begroting kunnen we hierover mogelijk al meer vertellen. Op dit moment nog niet. Vraag 67: Aantal FTE - hoeveel werknemers zijn dit? En hoeveel externen werken er? Antwoord: Voor de begroting 2023 gaan we uit van 173,98 FTE. Dit kunnen we niet vertalen naar het aantal medewerkers in de toekomst omdat dit o.a. afhankelijk is van hoe toekomstige vacatures ingevuld (kunnen) worden. Wel kunnen we aangeven dat we op dit moment (het jaar 2022) 193 medewerkers in dienst hebben. Het aantal externen dat voor de gemeente werkt in 2023 is op voorhand niet aan te geven omdat dit afhankelijk is van verloop van personeel, projecten, niet invulbare vacatures of ziekte van personeel waarvoor we gaan inhuren. Vraag 68: Langstraat extra pagina's - wat moet dit kosten? Antwoord: € 5.000 extra bovenop het budget van € 21.000 dat structureel begroot is. Vraag 69: Burgerpanels aanschaf applicaties - wat kost dit? Antwoord: € 15.000 Vraag 70: Representatie - met hoeveel moet het budget verhoogd worden? Antwoord: Een verhoging is afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden betreft het behouden en organiseren van de gemeentelijke evenementen. 7.6 Belastingen overig Vraag 71: Hondenbelasting - Het is een wens van een groot deel van de partijen uit de coalitie om dit te stoppen.

Waarom is er voor gekozen om dit toch door te zetten? Antwoord: Vanaf 2019 is de uitvoering van de motie van 2017 door bezuinigingen en budgettaire ontwikkelingen komen te vervallen. (en bij eerdere begroting door de raad vastgesteld / bestaand beleid). Vraag 72: Precariobelasting - Waar heffen we nog precariobelasting op als dit ook niet meer mag op leidingen? Terrassen e.d. vallen er ook al buiten. Antwoord:

Precariobelasting wordt naast terrassen ook over standplaatsen, pompinstallaties, luifels, steigers etc. geheven. Op leidingen die buiten de Telecommunicatiewet vallen wordt nog steeds precariobelasting geheven. 7.20 Mutaties reserves Vraag 73: Reserve bouw gemeentehuis - Hoe ziet de gemeente de toekomst van het gemeentehuis voor zich, en moeten hier nog verregaande investeringen gaan plaatsvinden in de komende bestuursperiode? Antwoord: Op dit moment wordt zoals in het coalitieakkoord onder aantrekkelijk werkgeverschap is benoemd een visie ontwikkeld voor het gemeentehuis. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met het hybride werken en het opgavegericht werken, maar ook met het creëren van een goede werkomgeving voor het personeel. Aandacht hierbij gaat uit naar het creëren van ontmoetingsruimtes voor personeel met onze inwoners en ondernemers. Onderzocht wordt bovendien de optie om enkele partners in het gemeentehuis een werkruimte ter beschikking te stellen. Ook uw input voor de ontwikkeling van de visievorming wordt binnenkort gevraagd. In vervolg hierop gaan we onderzoeken of en in welke mate het gemeentehuis voldoet aan de vereisten op de lange termijn. Om het gemeentehuis voor de korte en middellange termijn aan de visie en Arbo eisen aan te passen zijn investeringen nodig. In deze fase van visievorming zijn deze nog niet inzichtelijk.

Wij verwachten u hierover in de loop van 2023 verder te kunnen informeren.

Paragraaf A - Lokale heffingen Vraag 74: Overige rechten, heffingen en belastingen, Bij de uit de begroting voortvloeiende tarievenvaststelling worden de tarieven waar mogelijk trendmatig verhoogd. - Wat bedoeld het college hier? Gaan we dan nog een keer verhogen? Antwoord: Indien er sprake is van wettelijk vastgestelde tarieven dan wordt de trendmatige verhoging achterwege gelaten. Daarnaast kan er bij bepaalde tarieven en kleine afwijking op de trend zitten vanwege het toepassen van afronding (o.a. bij maandtarieven) Vraag 75: Beleidskader- en beheersplannen - Uitsluitend de geplande onderhoudslasten (die van jaar tot jaar kunnen variëren) waarvoor gespaard wordt, mogen ten laste van de voorzien worden gebracht. Met het meerjarenprogramma wegenbeheer 2021-2022 ligt het onderhoud wegenbeheer voor komende 2 jaar vast. Eventuele onderhoudslasten die niet in het beheerplan zijn opgenomen moeten rechtstreeks ten laste van de exploitatie komen - In hoeverre is dit kwantificeerbaar te maken? Antwoord: Met het meerjarenprogramma wegenbeheer 2021 – 2022 worden en zijn alle voorzienbare onderhoudswerkzaamheden meegenomen. Daarnaast kunnen er altijd nog onvoorziene werkzaamheden ontstaan. Het feit dat dit als onvoorzien gedefinieerd zijn, geeft aan dat deze niet op voorhand kwantificeerbaar zijn. Inleiding

Vraag 76: In de tabel die het perspectief op hoofdlijnen schetst staat de post “algemene uitkering, Uitvoering Jeugdwet” met wisselende positieve bedragen tot bijna € 700.000 toe. Waar komen die bedragen vandaan? Hoe reëel zijn die? Hoe verhouden zich die met de passage op pagina 8: “In de septembercirculaire 2022 is opgenomen dat het Rijk een deel van de uitvoering van de jeugdwet voor haar rekening gaat nemen. Hiertoe wordt de algemene uitkering vanaf 2024 met € 100 miljoen verlaagd, oplopend naar € 500 miljoen vanaf 2025. Voorgeschreven is dat de gemeente hiervoor zowel aan de lasten als de batenkant van de begroting een stelpost moet opnemen”? Waar vinden we bedoelde stelposten? Antwoord: De bedragen zijn verwerkt maar niet specifiek zichtbaar omdat de detailbegroting niet zichtbaar is in de begroting. Vraag 77: “Omdat het effect van de septembercirculaire nog niet bekend is, is op voorhand een extra stijging van de OZB-inkomsten van 3% (afgerond € 210.000) opgenomen waarmee in de begroting extra ruimte ontstaat ten behoeve van nieuw beleid gebaseerd op het collegeprogramma.

Wanneer en voor zover na doorrekening van de definitieve septembercirculaire 2022 blijkt dat daaruit een voordeel ontstaat, zal deze extra stijging komen te vervallen.” Wanneer beslissen we dat die komt te vervallen? Voor 2023 zal dat een lastige worden omdat de verordeningen op tijd gepubliceerd moeten zijn. Anders kunnen we nl. niet heffen. Waarom denkt het college de 3% extra OZB voor beleidsruimte in 2022 al nodig te hebben? Antwoord: De gedachte was om voor nieuw beleid extra ruimte te creëren. Inmiddels is de septembercirculaire doorgerekend en wordt voorgesteld om de 3% extra te laten vervallen. Vraag 78: De grootste post in het staatje op pagina 6 is die van mutaties “bestaand beleid”. Waar bestaan die mutaties uit? Graag nadere duiding. Antwoord: Mutaties bestaand beleid is een aanzienlijke hoeveelheid van aanpassingen die zijn doorgevoerd op basis van doorrekening van bestaand beleid. Wij noemen dat ook wel autonome ontwikkelingen en deze afwijkingen worden mede veroorzaakt door het moment van bekend worden van de afwijking. Na opstelling van de Turap 2022-2 (waarbij ook het meerjarenperspectief wordt beoordeeld) bleek dat de lasten voor zowel de uitvoering van de Jeugdwet als de WMO voor de komende jaren structureel te laag geraamd zijn.

Deze afwijking werd niet veroorzaakt door beleidsaanpassingen, maar was volledig te herleiden naar toename op basis van bestaand beleid. De toename 2023-2024 wordt veroorzaakt door de afspraken omtrent de voeding van de solvabioliteitsreserve/ratio. Op hoofdlijnen zijn de grootste mutaties binnen deze post: Jeugdzorg Breda € 700.000 WMO diverse onderdelen € 380.000 GR CJG Drimmelen € 210.000 € 1.290.000 Onderwijshuisvesting

Vraag 79: Voorgesteld wordt om per opgave de voor 2023 opgenomen investeringkredieten te voteren. Voor onderwijs betekent dat een extra investeringskrediet van € 1.452.000 (+ 20%) voor Wilsdonck/Vonder. Het scholeneiland is voor 2026 voorzien met ook een extra krediet van 20% (€ 1.694.000). Wat betekent een en ander voor het IHP en voor het verloop en de voeding van de reserve IHP? Moet het budget voor de sporthal ook omhoog? Wat betekent overigens het investeringsbudget basisschool De Vonder, tijd, ruimtetekort? Antwoord: Vanwege de stijgende marktprijzen en het realisme dat de huidige investeringsbedragen in het IHP niet meer toereikend zullen zijn, is er voor gekozen de investeringsbedragen op te hogen met inschatting van de financiële effecten van onder andere prijsstijgingen en BENG-bouwen (Bijna Energie Neutral Bouwen). Door uitstel van de bouw van de scholen, diverse aanpassingen in de plannen van deze scholen (van 2 naar 1 school) en hogere opbrengst OZB (1% 3 jaar geleden ongeveer € 60.000 dit jaar ongeveer € 70.000) passen de kapitaalslasten van de prijsstijgingen binnen de eerder gestelde financiële kaders. Het budget van de sporthal staat los van het IHP. De aanbesteding van de sporthal wordt binnenkort afgerond. Daaruit zal blijken of het reeds gevoteerde en verhoogde budget door de raad voldoende zal zijn.

Het investeringsbudget tijdelijk ruimtetekort is de omschrijving van een eerder raadsbesluit wat met de eerder genoemde actualisatie van de investeringen IHP zal worden meegenomen. Samenkracht en burgerparticipatie Vraag 80: Tot dit taakveld behoren algemene voorzieningen (waarvoor geen individuele beschikking van de gemeente nodig is) gericht op participatie: - ondersteunen op participatie gerichte burgerinitiatieven, ondersteuning vrijwilligers en - mantelzorg; - sociaal en cultureel werk, Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW), wijkopbouw; - preventie (bijv. eenzaamheidsbestrijding, preventie op het gebied van GGZ); - buurt- en clubhuizen; - collectief aanvullend vervoer; - toegankelijkheid voorzieningen (inclusie); - kinderopvang: toezicht op en handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang en - peuterspeelzalen; - noodopvang vluchtelingen; - vreemdelingen; - LHBT beleid. Aan dit taakveld verwacht het college volgend jaar per saldo (lasten minus baten) zo’n € 210.000 minder kwijt te zijn dan dit jaar. Hoe onderbouwt het college dit (inhoudelijk en financieel)? Antwoord: In de begroting 2022 zaten een aantal incidentele posten (o.a. NPO-gelden en kosten Inburgering) die geen structurele doorwerking hebben in de meerjarenraming. Er is dus geen sprake van dat er aan de door u genoemde posten minder geld zou worden uitgegeven in 2023.

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (Wijkteams)

Vraag 81: Tot dit taakveld behoren alle loketvoorzieningen gericht op het identificeren van eigen kracht en het geleiden naar de juiste vorm van individuele ondersteuning(maatwerkvoorzieningen en - dienstverlening): - voorlichting; - advisering; - cliëntondersteuning; - toegang tot 1e en 2e lijnsvoorzieningen; - preventie; - vroegsignalering. Tot dit taakveld behoren niet: - dienstverlening van de wijkteams (in ons geval CJG en Loket WIZ) met het karakter van maatwerkdienstverlening Aan dit taakveld verwacht het college volgend jaar zo’n € 65.000 minder te hoeven uitgeven en die minderlasten lopen in de loop der jaren op naar zo’n € 300.000. Hoe onderbouwt het college dit (inhoudelijk en financieel)? Op pagina 39 staat de vraag: “(NB voor financiën: kan dit structureel eventueel een indexering van 2024?)” Wat betekent die vraag en hoe is/wordt die beantwoord? Antwoord: Hiervoor geldt hetzelfde als bij de vorige beantwoording: een aantal incidentele kosten uit de basisbegroting van 2022 hebben geen doorwerking in de meerjarenraming vanaf 2023. WSW en beschut werk Vraag 82: Aan WSW en beschut werk verwacht het college in 2023 ongeveer € 100.000 minder kwijt te zijn. Dit loopt in de jaren erna tot € 200.000 op. Waarop baseert het college die verwachting? Antwoord: Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer in de WSW instromen.

Ieder jaar neemt het aantal WSW deelnemers derhalve af en daarmee ook de uitkering van het rijk die wij 1 op 1 overmaken aan MidZuid. Arbeidsparticipatie Vraag 83: Voor arbeidsparticipatie denkt het college de komende jaren € 75.000 minder nodig te hebben dan in 2022. Graag (inhoudelijk) onderbouwen. Antwoord: Het begrote bedrag is in 2022 incidenteel opgehoogd in de tussenrapportage vanwege de inhaalslag die is gemaakt na corona. Vandaar dat dit bedrag hoger is dan structureel in de begroting is opgenomen. Vraag kaders gemeenschappelijke regelingen Vraag 84: Voor arbeidsparticipatie denkt het college de komende jaren € 75.000 minder nodig te hebben dan in 2022. Graag (inhoudelijk) onderbouwen.

Antwoord: In de primitieve begroting van 2022 was het bedrag van € 639.000 opgenomen in de begroting 2023 en verder is het bedrag van € 644.000 opgenomen. Tijdens de besluitvorming bij de 2e tussenrapportage van 2022-2 hebben wij voor 2022 incidenteel extra begroot omdat de kosten, van met name minder makkelijk te bemiddelen deelnemers, met € 60.000 voor de uitvoering en met € 17.000 voor de vervoerskosten waren toegenomen.

Vraag 85: waarom noemt het college nergens de risico’s van de stikstofcrises, de inflatie, de energieprijsstijgingen, de gestegen bouwkosten en de mogelijke economische recessie? Antwoord: De genoemde risico’s zijn voor het overgrote deel meegenomen bij de diverse beleidsterreinen. De risico’s inflatie, energieprijsstijgingen en gestegen bouwkosten zijn voor een deel ook al financieel verwerkt in de cijfers van de begroting 2023.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,

R.C.J. Nagtzaam

M. Witte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=d83d24f7-1fb6-4722-944d-b5421e7a3a33