Mva Omgevingswet Adviesrecht
Tekst van het document
Zaaknummer: 2022091396280 Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 12 december 2023 Onderwerp : memorie van antwoord bij Omgevingswet: Adviesrecht, participatieverplichtingen, uitgebreide procedure en delegatiebevoegdheid Vraag van : Lokaal+, Morgen! Vraag: Adviesrecht lid 11: Hoe is dit geregeld als raad wel advies uit wil brengen ? Antwoord: De raad kan alleen gebruik maken van het bindend adviesrecht in die gevallen die ook daadwerkelijk benoemd zijn in bijlage 1 zoals bij het voorstel is opgenomen. Dus het is voor de raad niet mogelijk om bij lid 11 uit bijlage 1 (of andere gevallen) hier alsnog gebruik van te maken.
Vraag: Als het college een aanvraag heeft goed gekeurd waar in feite de raad had moeten adviseren wat is dan de vervolg actie ? Antwoord: De wetgeving is daar niet geheel duidelijk over. Artikel 16.15b Omgevingswet (Ow) stelt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning of het onthouden van instemming het advies ‘in acht moet worden genomen’. Dat impliceert dat het college dus verplicht is om het advies te volgen. Er zal jurisprudentie worden opgebouwd waaruit moet gaan blijken in hoeverre er ruimte is de term ‘in acht nemen’ te interpreteren. Voorstelbaar is dus dat er beroepszaken gaan komen waarin het niet volgen van het adviesrecht als grond wordt opgevoerd.
Vraag: Adviesrecht lid 13:Valt onder dit lid de nieuwe woonvisie ook onder? Antwoord: Wij gaan er vanuit dat met “de nieuwe woonvisie” wordt bedoeld het Programma Wonen 2024 waarin het woonbeleid gemeente Geertruidenberg wordt vastgelegd. In dat Programma zijn geen concrete locaties en kaders voor ontwikkelingen opgenomen. Om die reden is het Programma Wonen 2024 dus geen visie zoals bedoeld onder lid 13 van bijlage 1. Een visie zoals bedoeld onder lid 13 betreft een gebiedsvisie of ontwikkelvisie waarin concrete kaders staan, waarbinnen het college een ontwikkeling verder kan (laten) uitwerken. Vraag: Hoe komt het dat de getallen qua hoeveelheid woningen afwijken tussen het bindend adviesrecht en de burgerparticipatie? Antwoord: Het adviesrecht en de participatieverplichting zijn ook twee verschillende dingen. Participatie door ontwikkelaars moet een gemeengoed worden. Hoewel veel ontwikkelaars dit ook al vanuit eigen beweging doe is het soms ook noodzakelijk dat we als gemeente hier een verplichting van maken. Het college acht het
dan ook zeer wenselijk dat ook bij wat kleinschaligere ontwikkelingen een initiatiefnemer met de omgeving in gesprek gaat. Vraag: Waar zijn de genoemde hoeveelheid woningen op gebaseerd? Antwoord: De aantallen 15 en 30 zijn gebaseerd op een afweging tussen het vertrouwen dat de raad geeft aan het college en het zorgen voor een werkbare situatie binnen het ambtelijke apparaat. Gezien de vergaderfrequentie van de raad en de aanlevertermijn van stukken voor besluitvorming gaat veelvuldig gebruik maken van het bindend adviesrecht knellen met de doelstelling uit de Omgevingswet om tot snellere besluitvorming te komen. Bij de evaluatie van het BOB-model is er niet voor gekozen om vaker te gaan vergaderen of om aanlevertermijnen korter te maken. Dit onderschrijft nog meer de noodzaak om terughoudend met het adviesrecht om te gaan. Dit kan deels ondervangen worden door de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Echter kan dit niet in alle gevallen. Dit besluit staat ook weer open voor bezwaar en beroep en staat bovenal ook weer haaks op de doelstelling van snellere besluitvorming. De Omgevingswet vraagt om een zuivere benadering van het dualisme. De raad die op hoofdlijnen stuurt en het college dat zorgt voor de uitvoering en de dagelijkse praktijk. Het college verwacht met de voorgestelde aantallen die rol te kunnen nemen.
Verder is gekeken naar voorbeelden van andere gemeenten. Gemeente Zeist hanteert een adviesrecht bij meer dan 5 woningen in het buitengebied en 40 binnenstedelijk. Gemeente Tiel hanteert meer dan 20 woningen binnen stedelijk en 5 woningen buiten stedelijk en maakt ook geen gebruik van het adviesrecht als initiatieven passen binnen door de raad vastgesteld beleid of kaders voor de fysieke leefomgeving. In de gemeente Steenbergen bij meer dan 25 woningen binnenstedelijk en 5 woningen buitenstedelijk, maar ook niet als de ontwikkeling in overeenstemming is met de omgevingsvisie en het vastgestelde woningbouwprogramma.
Vraag: Hoe komt het dat de raad niet is meegenomen in de bepaling van de hoeveelheid woningen? Antwoord: Met de raad is inderdaad niet direct besproken welke aantal woningen voor het adviesrecht wenselijk zouden zijn. Op 6 juli van dit jaar zijn in de raad debatteert uitgangspunten opgehaald voor het verdere uitwerken van het Programma Wonen. Het merendeel van deze uitgangspunten ziet u als raad straks terug in bij de behandeling van het Programma Wonen 2024, welke in de raadscyclus van 1 februari wordt behandeld. Maar ook zijn die uitgangspunten gebruikt om een gevoel te krijgen bij de ruimte die de raad kan en wil geven aan het college. Al in 2018 is aan de raad het Koersdocument voor de invoering van de Omgevingswet voorgelegd. De belangrijkste uitgangspunten die hier in staan zijn als volgt: • We gebruiken de Omgevingswet als doorontwikkeling van onze (bestaande) ambities. Focus op minder regels en meer samenhang. • We zetten in op (verdere) verbetering van de dienstverlening en gebruikersvriendelijke toegankelijkheid. Ruimte voor initiatiefnemer en gebruiker staan centraal. Er is daarbij ook aandacht voor publieksdenken: “Wat betekent het concreet voor de inwoner ?” • We gaan de Omgevingswet invoeren in lijn met de Visie G2025 en het concept Raadsprogramma. • We gaan verder met experimenteren en ervaring opdoen met de nieuwe manieren van denken en werken.
Hierbij past het voorstel van uw raad de betekenis van de omgevingswet ook duidelijk te maken voor onze inwoners en ondernemers. Belangrijke stappen daarbij zijn: meer participatie, minder en eenvoudiger regels, minder vergunningen (meer algemene voorwaarden), wet- en regelgeving in eenvoudigere taal omzetten. Geheel in die lijn is ook het raadsvoorstel opgesteld.
Vraag: Bij windmolens met een hoogte van maximaal 15 meter is geen bindend adviesrecht of verplichte participatie van toepassing. Kan hierdoor iedereen een windmolen van die grootte neerzetten? Antwoord: Nee. Het blijft nog altijd een bestuurlijke afweging of een kleine windmolen wenselijk is op een bepaalde locatie. Het feit dat er geen adviesrecht van de raad bij komt kijken en participatie niet verplicht is wil niet zeggen dat het college dan ook verplicht is om een vergunning af te geven. Het college zal een verzoek dan ook altijd beoordelen op basis van bestaand beleid, ruimtelijk kenmerken etc.
Vraag: Wij willen de bouw van kleine windmolens bij (agrarische) bedrijven stimuleren. Kunnen we voor dit soort aanvragen geen legeskosten heffen? Antwoord: Deze vraag staat los van het voorstel dat nu ter besluitvorming aan de raad voorligt. Vrijstellen van leges is aan de raad bij het vaststellen van de legesverordening. Verwacht wordt dat in de praktijk de leges, gezien de gevraagde investering van een kleine windmolen, voor een initiatiefnemer niet de doorslag gaan geven om wel of geen windmolen te plaatsen. Bovendien worden ook voor het afgeven van een vergunning voor een windmolen ambtelijke uren gemaakt. Het is dan ook niet meer dan terecht dat deze middels leges worden verhaald.
Vraag: Kan de raad bij maatschappelijke onrust zaken die buiten het bindend adviesrecht vallen alsnog agenderen? Antwoord: Nee. De raad kan alleen gebruik maken van het bindend adviesrecht voor die gevallen die van te voren door de raad zijn vastgesteld. Dus bijlage 1 is in dit geval leidend.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris a.i., de burgemeester,
R. Brekelmans
M. Witte