CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

MvA nav DR 220524.docx

Besluitvormende raad 2 juni 2022, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Raadsvoorstel - Regiovisie jeugdhulp regio WBO2.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: 2022020288131 Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 24 mei 2022 Onderwerp : memorie van antwoord over de brief van de Adviesraad Sociaal Domein Vraag van : VVD Vraag: Puntsgewijs ingaan op gestelde in brief van Adviesraad Sociaal Domein; zoals op 19 mei toegevoegd is aan de stukken. Antwoord: Wij hebben op 21 april jl. een brief ontvangen van de Adviesraad Sociaal Domein, mede namens de adviesraden sociaal domein van de gemeenten Altena, Drimmelen en Oosterhout. In deze brief wordt een gezamenlijk advies gegeven over de regiovisie Jeugdhulp van jeugdhulpregio West-Brabant Oost Naar aanleiding van de brief van de Adviesraad Sociaal Domein hebben wij een reactie gegeven. Wij hebben gekozen voor een algemenere reactie omdat een aantal punten gebaseerd zijn op onjuiste aannames, en puntsgewijze een opsomming van correcties zou opleveren. Als bijlage treft u de antwoordbrief aan. De gezamenlijke adviesraden ervaren de inhoud van de regiovisie op zich als positief. Het is een nieuwe manier om de hulpverlening aan jongeren en hun omgeving te stroomlijnen. De Regio-ASD ziet de noodzaak van ontschotten en het makkelijker op- en afschalen van de hulpverlening aan jongeren en hun omgeving.

Samenwerking tussen scholen en jeugdhulpverleners wordt gestimuleerd en de participatie van de jeugd in het hulpverleningsproces is ook positief. De goede hulpverleners hoeven dan ook geen koudwatervrees te hebben voor werken binnen een consortium, zo is de mening van de Regio-ASD. In het advies van de Adviesraad wordt een aantal zorgpunten benoemd, waar we hieronder nader ingaan. •

Er is reeds gestart met uitvoeren (inkoop) van beleid terwijl de regiovisie en onderliggend beleid nog niet zijn geaccordeerd. Er is niet gestart met de uitvoering. Wel zijn voorbereidende werkzaamheden getroffen om zo snel mogelijk na accordering van de regiovisie de aanbesteding te kunnen publiceren om aanbieders de maximale tijd te geven om in te schrijven. Om dat te kunnen doen is samen met de aanbieders en andere betrokkenen gekeken hoe de voorgestelde visie zich zou vertalen naar uitvoering. Deze wordt pas na vaststelling van de visie uitgevoerd. Zoals terecht is aangegeven is de regiovisie nog niet in de 5 gemeenten vastgesteld. Het college in Oosterhout heeft de raad geadviseerd om een debatbijeenkomst te organiseren. Dit heeft tot gevolg dat de vaststelling van de regiovisie is uitgesteld maar het streven is om nog voor de zomervakantie dit te laten plaatsvinden. De raad van Altena wil mede daardoor ook meer tijd nemen om tot besluitvorming te komen. De overige gemeenten willen wel op de afgesproken koers verder en verwachten dat Oosterhout en Altena zich hierbij ,na uitstel, aansluiten

•

De 5 betrokken gemeenten zijn nog volop in overleg hoe de samenwerking tussen de gemeenten moet verlopen en hoe er tussen de regio’s onderling samengewerkt moet worden. Nergens valt terug te lezen in de regiovisie hoe niet alleen consortium overstijgende hulpverleningsverzoeken, maar ook regio overstijgende hulpverleningsverzoeken (Altena -Gorinchem) worden verankerd. Dat geeft geen consistent beleid noch intern noch extern. De regiovisie is zoals het woord al aangeeft een visie stuk. Daarin hebben we onze kijk op de benodigde transformatie en een duurzame samenwerking verwoord. Hoe we omgaan met consortium- en regiooverstijgende hulpverleningsvragen is een uitvoeringspunt wat niet thuis hoort in een visiestuk. In de inkoopstrategie wordt wel ingegaan op dergelijke vraagstukken. We willen dat een partnerschap zoveel mogelijk vormen van jeugdhulp biedt. Het is aan de toegang om goed in te schatten welk samenwerkingsverband voor de specifieke hulpvraag het goede traject biedt. Het kan alsnog voorkomen dat er buiten het samenwerkingsverband hulp nodig is, dan kan een nieuwe beschikking worden afgegeven. De inkoopstrategie zegt ook dat in uitzonderingsgevallen de regio ook buiten de

strategische partners kan inkopen. Ook in de huidige situatie heeft Regio WBO niet al het aanbod gecontracteerd en is het mogelijk om maatwerkovereenkomsten af te sluiten bij specifieke hoogcomplexe casuïstiek die alleen bovenregionaal of zelfs landelijk beschikbaar is. Denk bijvoorbeeld aan een anorexiabehandeling waarbij de veiligheid van de cliënt in het geding is. In dat soort situaties moet maatwerk altijd mogelijk zijn los van beleid, inkoopregels of doelstellingen. •

Het tijdpad om van 240 Jeugdhulpverleners over te gaan naar 20 consortiums met ieder zijn een eigen stakeholders is erg kort en wie van hen onderhandelt met de gemeente is niet duidelijk. De gemeenten hebben veel signalen en zorgen van grotere en kleinere aanbieders over de snelheid van het proces van inkoop. Dat begrijpen we en we luisteren goed naar deze signalen. Regio WBO gaat nu meer tijd nemen voor het inkoopproces zodat er samen met het veld zaken concreter uitgewerkt kunnen worden om straks de nieuwe inkoop succesvol vorm te geven. De inhoudelijke koers blijft staan. In de Regiovisie staan de ontwikkelopgaven en die blijven onverminderd van kracht; ze zijn immers opgesteld met de partners in het gehele werkveld.

•

Er zijn geen regels/afspraken hoe tot een consortium te komen. Aanbieders moeten zelf op zoek naar partners of zich aanmelden bij nieuwe werkverbanden. Dat kost hulpverleners veel tijd en stress, wat niet bevorderlijk is voor hun huidige aangeboden hulpverlening. Bovendien zorgt het voor een grote inkomensonzekerheid. De regio is continu in gesprek met de aanbieders in webinars, persoonlijke gesprekken en marktconsultaties. We willen daarbij de aanbieders zo veel mogelijk vrij laten de vorm van samenwerking te kiezen. Wel faciliteren we waar mogelijk. Er zijn netwerkbijeenkomsten georganiseerd om de samenwerking tussen partijen te stimuleren. De regio heeft zelfs twee advocatenkantoren ingeschakeld die onafhankelijk de aanbieders kunnen adviseren hoe samenwerkingsverbanden het beste kunnen worden georganiseerd in juridische zin.

•

De Regio-ASD is bang dat (kleine) professionals overstappen naar het verwijzingssysteem van de huisartsen, wat de controle op de financiering niet bevordert. In de brief wordt uitgegaan van de aanname dat kleine aanbieders zouden overstappen naar het verwijzingssysteem van de huisartsen. Deze aanname is niet juist want aanbieders kunnen geen gebruik maken van een verwijssysteem. Aanbieders kunnen hulp declareren via het digitale systeem, het iJWberichtenverkeer. Dit systeem wisselt registratie- en declaratieberichten uit tussen gemeenten en alle zorgaanbieders en ook weer terug. Van dit digitale systeem maken alle zorgaanbieders gebruik, ongeacht de verwijzer. Daarbij is het zo dat wanneer huisartsen verwijzen naar jeugdhulp ook zij gebonden zijn aan de gecontracteerde hulp in de regio. Het maakt dus voor aanbieders en de financiering van de geboden hulp niet uit wie de verwijzer is.

•

De eisen die gesteld worden aan het consortium zijn heel specifiek en dwingend; dat maakt het samenstellen zeer ingewikkeld. Zo moet de groep Jeugdprofessionals in het consortium 10 van de 13 soorten jeugdhulp in hun pakket hebben. Dat betekent bijvoorbeeld, van Multi-systeem-therapie(MST) tot pleegzorg tot residentiële hulpverlening. Gemiddeld zal een consortium uit 12 aanbieders bestaan. Het is wel van groot belang om een dekkend Jeugdhulpverleningslandschap te hebben op 1 januari 2023. Dat maakt een tijdspad van 3-4 maanden om van start tot aanbesteding te komen erg kort. We constateren dat er op het vlak van ontschotting nog behoorlijk wat winst te behalen is. Het allerliefst zouden we alle schotten voor de jeugdige weghalen. Om goed ontschot te kunnen samenwerken is het noodzakelijk dat zowel lichte als zwaardere begeleiding en behandelvormen van jeugdhulp samen komen bij een strategisch partner (samenwerkingsverband). Dit betekent dan dat een strategisch partner in staat is om passende hulp te bieden aan de jeugdige en kan variëren in hulpaanbod, zonder dat hier steeds een nieuwe verwijzing voor nodig is. Er is nergens gesteld dat binnen een consortium wordt uitgegaan van gemiddeld 12 hulpverleners per consortium. Dit is een onjuiste aanname. We zijn het eens dat het van groot belang is een dekkend jeugdhulplandschap te hebben.

In de inkoopstrategie wordt hierop ingegaan en gesteld dat we hier als regio op gaan sturen. Zoals eerder aangegeven gaan we nu meer tijd nemen voor het inkooppproces.

•

Doordat het consortium een zak met geld krijgt om per jaar mee rond te komen vreest de Regio-ASD dat de bureaucratie van de gemeente naar de 20 consortiums gaat en dit de bureaucratie niet vermindert. We realiseren ons dat, zeker in de aanvangsfase, de administratieve last van de strategische samenwerkingspartners niet direct verminderd. Hiervoor zullen zij ook gecompenseerd worden in de lump sum financiering. Uiteindelijk geloven wij dat dat door de efficiencyslag die we gezamenlijk maken (door te ontschotten), deze transitie uiteindelijk minder (administratieve) last geeft. Het verminderen van de administratieve last zal een continu gesprek zijn met de strategische partners. De balans tussen vastleggen wat noodzakelijk is en samenwerken in vertrouwen gaan we de komende jaren verder ontwikkelen.

•

Het consortium zal de kwaliteitszorg zelf moeten organiseren om aan te tonen dat de gemeentelijke gelden goed besteed worden. Dit vraagt om goed management. Is dat gewaarborgd? De huidige aanbieders moeten ook al zorgdragen voor goede kwaliteitszorg. Goede kwaliteitszorg is daarom geen nieuwe taak. Wanneer er onvoldoende kwaliteit wordt geleverd door een aanbieder binnen een samenwerkingsverband, zal dit vanzelf tot correctie van de andere aanbieders leiden. Door terug te gaan in het aantal gecontracteerde partijen kan het toezien op de naleving van de overeenkomsten en het volgen van ontwikkelingen intensiever. Op dit moment worden datasystemen geoptimaliseerd en in overleg met de aanbieders worden sturingsmodellen, kwaliteits- en governance afspraken opgesteld.

•

Het streven van de gemeenten is om iedereen binnen het consortium zijn eigen “kleur” te laten behouden. Evenwel, veel kleine aanbieders zijn juist vanuit de grote organisaties voor zichzelf begonnen vanwege de hoge regeldruk en de hoge overheadkosten. Er leeft angst dat ze nu weer terug bij af zijn en binnen een consortium opnieuw met regeldruk en hoge overheadkosten worden geconfronteerd. Er moet dus specifieke aandacht zijn voor de “kleinere” aanbieders. Zij hebben niet de kennis en mankracht om heel veel tijd in de nieuwe aanbestedingsmolen te steken. Hierbij is van belang dat ten aanzien van deze hulpverleners de “Motie Vreemd” (zie bijlage) unaniem is aangenomen in de gemeente Altena. Uitgangspunt is de jeugdigen staan centraal; de juiste en beste jeugdhulp voor de jeugdige, zo dichtbij mogelijk. We kiezen voor een contractering van een aantal strategische partners zonder verlies van lokaal aanbod. Zowel kleine als grote aanbieders zijn nodig in een dekkend jeugdhulpstelsel. Dit vraagt mogelijk om andere samenwerkingsverbanden om te komen tot ontschotting en het leveren van jeugdhulp binnen de gehele keten, zo dichtbij mogelijk voor de jeugdigen. Dit komt de (hulpverlening aan) de jeugdige ten goede. Zo dichtbij mogelijk betekent dat we zorg willen dragen voor behoud van lokaal aanbod. De beste hulp voor de jeugdige zo nabij mogelijk.

De aanbestedingswet staat op titel aanwijzen van (kleine) lokale partijen niet toe. Daarom doen we een beroep op onze strategische partners om lokaal aanwezig te zijn of samenwerking te zoeken met lokale partijen. Het is geen eis aan (kleine) zorgaanbieders om een consortium te vormen, onderaannemerschap bij een partnerschap is ook een optie. De Regio WBO denkt graag met jeugdhulpaanbieders mee over de mogelijke vormen die gekozen kunnen worden, en bieden hen ondersteuning door een onafhankelijke partij aan.

•

De regio-ASD vindt dat het tijdspad van de aanbestedingsstrategie anders moet om de kwaliteit van de jeugdhulpverlening in de komende jaren te waarborgen. Daartoe denkt de Regio-ASD aan een alternatief scenario: o laat de consortiums organisatorisch op 1 januari 2023 starten en de financiële afstemming pas op 1 januari 2024 (Zeeuws model). In de brief van de burgemeester en wethouders van Breda aan de gemeenteraad, van 25-022022, met als onderwerp: Ontwikkelingen Jeugdhulp, Inkoopproces 2023 staat: ‘toch is er een risico dat er niet gegund kan worden of dat het proces niet leidt tot een dekkend jeugdhulplandschap’. De brief van de gemeente Breda benoemt een alternatief, genoemd scenario B: een jaarcontract via een Open House procedure. Dit proces zou parallel kunnen lopen aan het huidige nieuwe aanbestedingstraject. De regio-ASD vindt dat bovenstaande scenario’s overwogen dienen te worden om de kwaliteit van jeugdhulp op lange termijn te waarborgen. Regio WBO heeft onlangs besloten om meer tijd te nemen voor het inkoopproces zodat er samen met het veld zaken concreter uitgewerkt kunnen worden om straks de nieuwe inkoop succesvol vorm te geven. o

•

Opvallend is dat door heel de regiovisie wordt gesproken over WAT er moet gebeuren, maar niet HOE het moet gebeuren, terwijl de Regio-ASD van mening is dat dit onlosmakelijk met elkaar is verbonden. Er wordt geconstateerd dat de Regiovisie Jeugdhulp wordt gesproken over wat er moet gebeuren, maar niet over hoe dit moet gebeuren. De Regiovisie formuleert een consistente koers in een jeugdhulpstelsel dat continu in beweging is. Het is ons kompas voor duurzame transformatie en samenwerking. Dit kompas moet langere tijd bruikbaar blijven. In de Regiovisie is daarom niet alles in beton gegoten, maar formuleren we leidende principes, kernwaarden en ontwikkelopgaven. Om voldoende ruimte te houden om in te spelen op landelijke en regionale ontwikkelingen, is een bepaald abstractieniveau vereist.

•

Nergens wordt teruggelezen om hoeveel jongeren het gaat in de regio, en/of per gemeente. In de inkoopstrategie staat deze informatie van de regio opgenomen. jeugdhulpvorm

# unieke jeugdigen regio WBO

Ambulant JB/JR Jeugdzorgplus Pleegzorg Gezinshuizen Crisiszorg Verblijfszorg

8787 818 24 352 120 25 tot 36 227 tot 301

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,

R.C.J. Nagtzaam

M. Witte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=81821776-88b8-4401-973e-e9264e153bec