MvA - Informatie aantallen woningen
Tekst van het document
Zaaknummer: 20240126112117 Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 30 januari 2024 Onderwerp : Programma Wonen Vraag van : Gemeentebelangen Vraag: Wethouder de Jongh gaf aan tijdens de discussie over de woonvisie dat hij zelf wist van de tegenstrijdigheid inzake de 20-8 woningen en dat hij voornemens was dit aan de raad te geen melden indien de raad er zelf niet mee kwam. Op 14 december heeft de raad het voorstel voor de omgevingsvisie geamendeerd. Tot zeker 10 januari heeft wethouder de Jongh de kans gehad om de raad te informeren. Waarom is dat toen niet gebeurd terwijl hij voornemens was de raad te gaan informeren? Antwoord: In onze memorie van antwoord van 17 januari jl. hebben wij beschreven dat de stukken omtrent het Programma Wonen en het adviesrecht van uw raad in het kader van de Omgevingswet (waarop het in de vraagstelling bedoelde amendement betrekking heeft) elkaar hebben gekruist. Het kennis nemen van het Programma Wonen door het college en het besluit om dit ter vaststelling aan uw raad aan te bieden was genomen en overigens ook verzonden aan uw raad vóórdat tot uw amendement is besloten. Het college heeft op 5 december jl. kennis genomen van het Programma Wonen en besloten om dit ter vaststelling aan uw raad aan te bieden.
De verzending van de stukken heeft kort nadien plaatsgevonden en de stukken zijn in het Presidium van 12 december jl. geagendeerd voor deze lopende raadscyclus. Op 14 december jl. amendeerde uw raad het besluit betreffende het adviesrecht in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Zoals in de vraagstelling al is verwoord heeft de wethouder steeds het voornemen gehad uw raad te informeren indien u er zelf niet mee zou komen. Uw raad is er echter bij de eerste gelegenheid wel zelf mee gekomen: namelijk bij monde van de heer Smit met een vraag in de raad luistert van 11 januari jl. Geheel conform toezegging van de wethouder tijdens de raad luistert van 11 januari jl. is op deze vraag teruggekomen in de week van 15 januari jl. middels onze memorie van antwoord van 17 januari jl. Hierom en om redenen als verder al toegelicht in de raad debatteert van 18 januari jl.
is het nooit de intentie geweest om uw raad op wat voor wijze dan ook te ‘negeren’ en zou daar ook geen enkel belang mee zijn gediend, integendeel: in het hypothetische geval dat uw raad het Programma Wonen zou hebben vastgesteld zonder aanpassing van het aantal woningen zou dan tot het onwenselijke resultaat hebben geleid dat een startnotitie pas vereist zou zijn bij een ontwikkeling van 20 woningen of meer, maar dat vervolgens in die gevallen uw raad in het kader van de van het adviesrecht onder de Omgevingswet in positie gebracht zou moeten worden, want 8 woningen of meer. Wij betreuren dat het accent op het proces is komen te liggen. Voor zover onze handelswijze onbedoeld het effect heeft gehad dat uw raad zich genegeerd heeft gevoeld, zijn excuses op hun plaats. Een andere weg zou inderdaad ook een optie zijn geweest. Voor ons college is dit een leermoment waarmee wij in de toekomst rekening zullen houden. Op inhoud is al toegezegd dat wij het aantal van 20 in het Programma Wonen vóór de raadsvergadering van 1 februari zullen aanpassen naar 8. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris a.i., de burgemeester,
R. Brekelmans
M. Witte