CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Memorie van antwoord Discussieraad SchattelijnMarkt72765 (002).docx

Besluitvormende raad 16 december 2021, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Verkoop/verhuur Schattelijn en Markt 32-381.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 15 december 2021 Onderwerp : memorie van antwoord bij Vragen uit de Discussieraad bij 'Verkoop/verhuur Schattelijn en Markt 32-38' Vraag van : SVP, Morgen!, VVD, Lijst Smit Vraag: SVP 1. Zijn er mogelijkheden op grond van de Wet Bijzondere Bijstand voor mensen met lagere inkomens in het geval de kaartjes voor toneelactiviteiten in de nieuwe Schattelijn gaan stijgen? Morgen!/VVD 2. Wat is de parkeerdruk veroorzaakt door een hotel? Mede in relatie tot eigen en landelijke parkeernorm. Lijst Smit 3. Kunt u aangeven waarom we wel of niet in gebreke zijn gebleven in het voortraject (onafhankelijke adviescommissie) ingevolge de Erfgoedwet? 4. Komt er nog een naheffing vanuit de fiscus indien verkocht wordt onder de WOZ-waarde? Antwoord: SVP 1. Inwoners met een laag inkomen kunnen gebruikt maken van de Tegemoetkomingsregeling. Dit is een bijdrage van €150,- per jaar ten behoeve van sociale en culturele activering. Na toekenning wordt het gehele bedrag (€150,-) in één keer uitbetaald.

Inwoners kunnen naar eigen inzicht dit bedrag gebruiken ten behoeve van o.a.: lidmaatschap van een vereniging, entree of abonnement zwembad, entree museum of museumjaarkaart, entree of abonnement attractiepark, dierentuin of vergelijkbare voorziening, bezoek van of deelname aan sociale of culturele bijeenkomsten, evenementen, et cetera. Inwoners kunnen dit bedrag dus gebruiken om de kaartjes voor het theater in de Schattelijn te betalen. De Tegemoetkomingsregeling geldt voor inwoners van 18 jaar en ouder. Voor inwoners onder de 18 jaar is er de Kindregeling. De hoogte van de Kindregeling bedraagt €200,- per jaar voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar en €250,- voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar. De Kindregeling is in tegenstelling tot de Tegemoetkomingsregeling niet vrij besteedbaar. Het budget van de Kindregeling is beschikbaar in een webshop. Winkeliers, ondernemers, verenigingen en scholen kunnen zich aanmelden voor de webshop met een dienst of product. De initiatiefnemers van Warm en Goed, de familie Simonis, zijn meer dan bereid om zich hiervoor aan te melden, om zo ook kinderen uit gezinnen met een laag de kans te geven het theater te bezoeken. 2. De parkeerdruk van een hotel is van verschillende factoren afhankelijk. Dit heeft o.a. te maken met, het aantal kamers en de klassering van het hotel (van één tot vijf sterren).

Ook de andere functies in het pand wegen mee zoals bijvoorbeeld het restaurant en theater. Hierbij is de omvang daarvan in bruto oppervlakte van belang (BVO’s). Bij het berekenen van de toekomstige theoretische parkeerdruk kan afhankelijk van de definitieve functies ook rekening gehouden worden met dubbel gebruik. Denk hierbij aan de combinatie van bezoekers aan het theater die vooraf gebruik maken van het restaurant. Op dit moment is het nog niet mogelijk om aan te geven wat de exacte parkeerdruk wordt. Hiervoor is het namelijk noodzakelijk om de exacte plannen te weten. De plannen die er nu liggen zijn weliswaar het vertrekpunt, maar ze zijn niet exact genoeg om de parkeerdruk te toetsen. De parkeerdruk wordt getoetst bij een planologische procedure (vergunning of bestemmingsplan), in dat stadium zijn de plannen verder uitgewerkt en specifiek genoeg om de parkeerdruk te berekenen. De plannen zullen hierbij moeten voldoen aan de geldende regelgeving. Hierbij is het tevens gebruikelijk om de theoretische parkeervraag uit de huidige functies van het pand te verrekenen.

Voorbeeld Een kantoorgebouw in het centrum kent een parkeerbehoefte van minimaal 1,3 en maximaal 1,8 parkeerplaatsen per 100m2 BVO. De panden aan de Markt 32-38 hebben momenteel een kantoorbestemming, en hebben een BVO van zo’n 2.140 m2. De parkeerbehoefte op basis van ons parkeerbeleid bedraagt dan ook 27,3 tot 37,8 parkeerplaatsen (o.b.v. 2.100m2 BVO). Ter vergelijking: een hotelfunctie in het hoogste segment (5 sterren) kent een parkeerbehoefte van minimaal 4,5 en maximaal 6,1 parkeerplaatsen per 10 hotelkamers. Op basis van 12 luxe hotelkamers is de parkeerbehoefte dan maximaal 7,3 parkeerplaatsen. De verwachting is dat het wijzigen van de functies van de panden geen grote verschillen in parkeerdruk met zich mee brengt. Dit komt omdat, zoals gezegd, de huidige (theoretische) parkeerdruk wordt afgezet tegen de toekomstige (theoretische) parkeerdruk. De meest recente landelijke richtlijn van het CROW voor de parkeernorm van en hotel functie is overigens gelijk aan de parkeernorm in ons vigerend parkeerbeleid “Parkeren doen we zo”. Zowel het CROW als onze gemeente hanteert een bandbreedte voor een 5 sterren hotel van 4,5 – 6,1 parkeerplaatsen per 10 hotelkamers. Lijst Smit 3. De Erfgoedwet is niet van toepassing op de verkoop van de panden aan de Markt 32-38 en de Schattelijn.

De Erfgoedwet ziet toe op cultuurgoederen zijnde roerende zaken die deel uitmaken van cultureel erfgoed. De vervreemdingsprocedure waar u op doelt, ingevolge art. 4.17 e.v. van de Erfgoedwet, is van toepassing op cultuurgoederen, zoals kunstwerken en geschiedkundige en wetenschappelijke objecten of een verzameling van cultuurgoederen. In het vervolgtraject zal ten behoeve van de uitvoering van de plannen een planologische procedure doorlopen moeten worden. Voor de benodigde planologische wijziging zijn twee procedures mogelijk, de zogeheten reguliere procedure en de uitgebreide procedure. Bij de reguliere procedure dient het college advies te vragen aan de gemeentelijke monumentencommissie (CRK). Bij de uitgebreide procedure dient advies gevraagd te worden aan de gemeentelijke monumentencommissie én de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Welke procedure moet worden doorlopen en welke instanties daar dan bij moeten worden betrokken zal nog moeten blijken. Vooropgesteld staat, dat deze instanties (commissies) pas worden betrokken bij de herbestemming en het vergunningentraject en niet voorafgaand aan de verkoop, zoals door de insprekers is betoogd. Uiteraard is het zo, dat aan alle geldende regels en procedures rondom dit planologisch traject voldaan zal moeten worden, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden.

Op het moment dat daar externe (advies)partijen bij betrokken dienen te worden, dan zal dat zeker gebeuren. Het antwoord op de vraag of het college in het voortraject op basis van wetgeving in gebreke is gebleven luidt het antwoord: nee. 4. De wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: Wbr) bepaalt dat overdrachtsbelasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak en is ten minste gelijk aan de tegenprestatie (artikel 9, eerste lid Wbr). Op basis van de recent uitgevoerde taxaties blijkt dat de voorgestelde verkoopprijzen overeenkomen met de waarde in het economische verkeer. Daarnaast wordt op het moment dat sprake is van onafhankelijke partijen verondersteld dat de prijs tussen partijen de waarde is in het economisch verkeer. Op basis van artikel 9, eerste lid Wbr wordt dus al niet verwacht dat de Belastingdienst overdrachtsbelasting zal naheffen over een hogere waarde dan de verkoopprijs. Bovendien zijn er in de koopovereenkomsten zogenoemde verkoop regulerende bedingen opgenomen. Er is namelijk een bepaling opgenomen over het recht van terugkoop. Op het moment dat de gemeente werkt met een verkoop regulerend beding is artikel 9, vijfde lid Wbr van toepassing. Bij de verkoop van een onroerende zaak met een verkoop regulerend beding door de gemeente geldt als waarde voor de overdrachtsbelasting de waarde van de tegenprestatie (artikel 9, vijfde lid Wbr).

Op basis hiervan kan dus worden vastgesteld dat de Belastingdienst geen overdrachtsbelasting kan naheffen over het verschil. Tot slot geldt – dit is tevens het meest cruciale – dat de overdrachtsbelasting wordt geheven van de verkrijger en niet van de verkoper (artikel 16 Wbr). Ook om deze reden zal de gemeente niet worden geconfronteerd met een naheffing.

Op basis van de Wbr zullen de kopers overdrachtsbelasting zijn verschuldigd over de aankoopprijs. Het verkopen van de panden onder de WOZ-waarde leidt niet tot een verschuldigdheid van belasting bij de gemeente. Resumerend kan vastgesteld worden dat in de onderhavige casus niets erop wijst dat er sprake is van een niet zakelijke overeenkomst. Wij zullen dan ook niet worden geconfronteerd met een naheffing overdrachtsbelasting

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, namens dezen,

wethouder, M.P.C Hofkens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=08893f3b-2627-442f-9c35-0e82ada9063b