Memorie van antwoord bij Gestelde vragen bij de Raad Debatteert van 13 mei 2026 def
Tekst van het document
Zaaknummer: Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 22 mei 2026 Onderwerp : Memorie van antwoord bij Gestelde vragen bij de Raad Debatteert van 13 mei 2026 Agendapunt: aanvullend krediet aanleg twee rotonden Centraleweg Vraag van : Keerpunt 74, SVP, Lokaal+, Morgen!, VVD, Gemeentebelangen
Inleiding Uit de vraagstellingen vanuit uw raad blijkt dat er in hoofdzaak twee zorgen zijn waarover u graag geïnformeerd wilt worden; A) Waarom heeft is de kruising Centraleweg – Koestraat de status van een onveilige kruising terwijl deze niet in de top 10 stond? B) Waarom is aan de raad geen duidelijke keuze voorgelegd voor het beschikbaar stellen van de financiële middelen die hiervoor benodigd zijn? Met deze inleiding informeren wij u nader. Onder deze inleiding zijn uw vragen opgenomen, met daarbij een specifiek antwoord per vraag. Waarom heeft de kruising Centraleweg – Koestraat de status van een onveilige kruising terwijl deze niet in de top 10 stond? Kaders In het Coalitieakkoord 2022-2026 staat; “We verbeteren de verkeersveiligheid, bevorderen de bereikbaarheid en mobiliteit en benoemen hotspots”. En in het Collegeakkoord 2022-2026 is bepaald dat we; “Voor verkeer inzetten op de hotspots onveilige verkeerssituaties en het vormgeven en uitwerken van het nieuwe Mobiliteitsplan. Daarnaast werken we aan het verbeteren van het veiligheidsgevoel van onze inwoners”. Onder het hoofdstuk “Financiële gevolgen” staat; “Ook de financiële gevolgen van het onderzoek naar de hotspots onveilige verkeerssituaties zijn nog niet bekend.
Voorbeelden hiervan zijn de fietsveiligheid op de Markt in Geertruidenberg en de veilige oversteekplaats bij de Maasdijk als uitvloeisel van het fietspad bij de brug bij Keizersveer. Dit geldt ook voor de uitkomsten van het Mobiliteitsplan. Mocht het nodig zijn, dan vragen we de gemeenteraad aanvullende middelen beschikbaar te stellen”. De inventarisatie van de meest onveilige locaties is uitgevoerd met onze toenmalige wijkraden, VVN, Fietsersbond en het Dongemond College. Hun groslijst met circa 70 unieke locaties is met behulp van objectieve gegevens over gereden snelheden, intensiteiten, ongevalscijfers en doelgroepen gescoord ten opzichte van elkaar. Deze top 10 is vervolgens ook middels een enquête onder al onze inwoners kenbaar gemaakt met onder andere de vraag of men zich hierin kon vinden. Deze top 10 is daarna aan uw raad gepresenteerd. Uw raad heeft daarop gevraagd om deze 10 locaties ook verkeerskundig te toetsen en te voorzien van een globale kostenraming op basis van kencijfers voor een principe oplossing. Het rapport (Accent Adviseurs, 2022) met de verkeerskundige toetsing en bijbehorende raming is door uw raad ter kennisgeving vastgesteld op 24 februari 2022. In dat voorstel is tevens besloten om de locaties mee te nemen in het uitvoeringsprogramma van het toen nog op te stellen Mobiliteitsplan.
In het Mobiliteitsplan wordt verder gekeken naar de eerder bepaalde top 10. Het is een integraal plan dat het hele netwerk aan wegen, fietsroutes en ov-routes bekijkt. Het verbeteren van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid wordt op netwerkniveau bekeken. Om die redenen zitten er in het Mobiliteitsplan meer projecten ten behoeve van de verkeersveiligheid dan alleen de top 10 locaties. Ook het Mobiliteitsplan is tot stand gekomen met behulp van een uitgebreide participatie met onze inwoners en stakeholders. Het is derhalve een gedragen plan waar uw raad mee heeft ingestemd. Proces De locatie Koestraat stond inderdaad niet in de top 10. Wel wordt deze plek beschreven in het Mobiliteitsplan als een locatie met een knelpunt. Het Mobiliteitsplan is namelijk ook tot stand gekomen door het gebruik van extra data uit andere bronnen en met actuelere gegevens van dat moment. Verkeer staat immers niet stil, er komt altijd nieuwere data beschikbaar. Zo hebben we inzicht gekregen uit een risicoanalyse op basis van de Verkeer Ongevallen Concentratie (VOC)1 (locaties aan de hand van ongevallenstatistieken), aangevuld met gegevens over intensiteiten, gereden snelheden en het gebruik van de route door kwetsbare doelgroepen (intensieve fietsroute met veel scholieren).
Daaruit is gebleken dat de kruising Centraleweg – Koestraat, objectief beschouwd, ook een locatie is die aandacht nodig heeft. Dat de kruising Centraleweg – Koestraat een VOC is blijkt uit paragraaf 4.4.3 “Ongevallen” bij tabel naast figuur 17 van het Kaderdocument Mobiliteitsplan. Op dit punt heeft de afgelopen jaren helaas ook een ongeval met dodelijke afloop plaatsgevonden. Hier is in het Mobiliteitsplan ook aandacht aan gegeven in paragraaf 3.4 Aanpak verkeersveiligheid; ……Andere locaties vragen om specifieke maatregelen, zoals de aanleg van een rotonde of het toepassen van snelheidsremmers. Zowel objectief als subjectief komt de oversteekbaarheid van hoofdwegen als knelpunt naar voren. Daarom wordt ook ingezet op het verbeteren van de oprijdbaarheid en oversteekbaarheid van de hoofdwegen. Een speerpunt is het verbeteren van de oprijbaarheid bij de kruisingen van de Koestraat en de Stationsweg met de Centraleweg. Die wordt nu als moeilijk ervaren……. Deze speerpunten zijn zowel vanuit verkeersveiligheid als vanuit de visie voor het fietsnetwerk gewenst……. Daarnaast is in 2022 in opdracht van de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitgevoerd voor elke gemeente in onze provincie. Dit onderzoek is gedaan om de knelpunten per risicothema op het wegennet te pinpointen ten behoeve van het Strategisch Plan Verkeerveiligheid (SPV).
Binnen het risicothema “Snelheid in het verkeer” is het kruispunt Centraleweg - Koestraat expliciet benoemd als kruispunt waar snelheid een grote impact heeft. Tot slot wordt jaarlijks een CROSS2 onderzoek gehouden. Dit is een onderzoek waarbij historische ongevallencijfers met objectieve kenmerken van een weg, zoals de snelheidslimiet of de inrichting van de weg gecombineerd worden. Door deze factoren te kruisen, wordt duidelijk op welke specifieke wegvakken of kruispunten de kans op ernstige ongevallen het grootst is. Hieruit blijkt dat de kruising Centraleweg – Koestraat een hoge ongevalsscore combineert met een hoge snelheidsscore. Kortom een plek met hoge risico’s. De top 10 is niet te beschouwen als een lijst met de enige onveilige locaties in onze gemeente. De lijst is niet uitputtend, maar geeft duiding aan de locatie waar onze inwoners zich in 2022 het meest zorgen over maakten. In het Mobiliteitsplan is e.e.a. binnen de juiste context beschouwd en met een integrale benadering beschreven. De focus op de Koestraat is binnen dit project ontstaan vanuit de koppelkansen die daar lagen. Zoals hiervoor beschreven blijkt uit meerdere onderzoeken dat de kruising ook de nodige aandachtspunten heeft op het gebied van de verkeersveiligheid. Daarnaast blijkt door de bijzonder korte afstand tussen de Stationsweg en Koestraat een integrale benadering logisch te zijn.
Inhoud De oprijdbaarheid van de Centraleweg vanuit de Koestraat is moeilijk door een aantal factoren: de snelheid van het verkeer op de Centraleweg, de intensiteiten op de Centraleweg en de hoeveelheid conflictpunten op het kruispunt. Verkeer uit de Koestraat heeft weinig hiaten tussen het verkeer op de Centraleweg en neemt 1 Bron: ViaSTAT 2 Bron: ViaSTAT
daardoor hogere risico’s bij het oprijden van de Centraleweg. Doordat daarbij ook een druk bereden fietsroute gekruist wordt levert dit meer risico op. Met een rotondeoplossing op deze plek wordt de verkeersveiligheid aanzienlijk verbeterd. Rotondes hebben in algemene zin, in tegenstelling tot kruispunten, veel minder conflictpunten. Dit levert meer overzicht op omdat een weggebruiker minder verkeerstromen tegelijkertijd in de gaten hoeft te houden. Ook functioneert een rotonde 24/7 voor al het verkeer als snelheid remmende maatregel. De realisatie van een rotonde hier levert voor de uitvoering van dit punt tezamen met de kruising Stationsweg verder ook andere voordelen op: - éénmaal kosten voor voorbereiding - éénmaal hinder voor de omgeving - éénmaal hinder voor de weggebruikers Waarom is aan de raad geen duidelijke keuze voorgelegd voor het beschikbaar stellen van de financiële middelen hiervoor. Door het aanvullende krediet op te nemen in de investeringsplanning van de begroting is beoogd uw raad in positie te brengen om deze investering integraal af te wegen tegen alle andere financiële keuzes binnen de begroting. Daarmee is aangesloten bij de bestaande werkwijze, waarin de investeringsplanning al jarenlang op dezelfde manier wordt opgesteld. Vanuit die praktijk leek dit vooraf geen onjuiste route.
Tegelijkertijd begrijpt het college de opmerkingen van de raad over de beperkte hoeveelheid informatie die per project uit de investeringsplanning kan worden afgeleid. Het college hecht eraan dat de raad steeds zorgvuldig en volledig wordt geïnformeerd, zodat zij haar kader stellende en controlerende rol goed kan vervullen. Het college gaat daarom graag een keer met uw raad in gesprek over een aangepaste vorm van de investeringsplanning, zodat deze beter aansluit bij de informatiebehoefte die binnen de raad leeft. Het college is met dit project pas uitvoerende aan de slag gegaan na vaststelling van de beleidskaders via het Mobiliteitsplan én besluitvorming over de financiële consequentie via de P&C cyclus. Het college was zich vooraf niet bewust van de ruis die dit, overigens gebruikelijke, proces binnen dit project zou veroorzaken. Het college had uw raad dan uiteraard op een andere manier geïnformeerd over dit voornemen.
Vragen VVD Vraag 1: De aanbesteding is nog niet rond is, maar de start van de werkzaamheden is gepland op 26 juni. Kan de beoogd uitvoerder de garantie geven dat de werkzaamheden voor 1 oktober afgerond zijn? Daarna mag er namelijk niet meer gegraven worden van het Waterschap. Antwoord 1: De huidige uitvoeringsplanning is realistisch en haalbaar. Voorafgaand aan het aanbestedingstraject is een marktconsultatie uitgevoerd waarin specifiek is getoetst of een doorlooptijd van circa drie maanden uitvoerbaar is. De marktpartijen hebben bevestigd dat deze planning haalbaar is. Deze planning is vervolgens contractueel vastgelegd in de aanbestedingsstukken richting de toekomstige aannemer. Daarmee wordt geborgd dat de werkzaamheden die onder de vergunning van het Waterschap vallen vóór 1 oktober worden afgerond. Er is op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat de weg niet tijdig kan worden opengesteld. Eventuele werkzaamheden die buiten de vergunningplicht vallen, zijn niet gebonden aan de graafstop van het Waterschap en kunnen desgewenst na 1 oktober worden uitgevoerd. Vraag 2: Als de weg 1 oktober niet af is en niet gebruikt kan worden, loopt onze gemeente dan het risico op schadeclaims? En is er een noodscenario/noodroute dat de weg toch opengesteld kan worden, voor het geval de werkzaamheden uitlopen. Antwoord 2: De huidige planning is realistisch.
In de marktconsultatie is bevestigd dat een doorlooptijd van drie maanden haalbaar is, en deze planning is vastgelegd in de aanbestedingsstukken. Daarmee wordt geborgd dat de werkzaamheden die onder de vergunning van het Waterschap vallen voor 1 oktober worden afgerond. Omdat de werkzaamheden binnen de vergunningsperiode vallen, en de planning als haalbaar is beoordeeld, is er geen reëel risico op uitloop. Daarmee is het risico op schadeclaims richting de gemeente bijzonder klein.
Vragen Morgen! Vraag 3: Er zijn in totaal 10 blackspots: hoe ziet het tijdspad eruit voor de aanpak van de overige blackspot? Antwoord 3: Een globale planning hiervan is weergegeven in de Maatregelenlijst in bijlage 1 van het Mobiliteitsplan (2025). Hierin zijn naast de betreffende 10 projecten ook andere projecten ter verbetering van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in onze gemeente opgenomen. In principe wordt middels de P&C-cyclus minimaal 1 project per jaar uit de top 10 aan uw jaar voorgesteld om uit te voeren. Daarnaast worden sommige andere maatregelen binnen de bestaande budgetten en capaciteit opgepakt.
Vragen Gemeentebelangen Vraag 4: Op basis van welke analyse, ongevallenregistratie of aanvullende studie is bepaald dat de Koestraat een blackspot is?
Antwoord 4: Het aantal locaties in onze gemeente dat met betrekking tot de verkeersveiligheid aandacht nodig heeft is feitelijk niet beperkt tot de top 10 locaties. Deze 10 locatie hebben weliswaar op basis van een inventarisatie met inwoners de meeste aandacht gekregen. Die inventarisatie is echter niet uitputtend. De locatie Koestraat is indertijd op basis van de door uw raad gewenste kadering tot een top 10 van onveilige locaties niet onder uw aandacht gekomen. In het Mobiliteitsplan is echter naast deze top 10 verder gekeken. Op basis van een risicoanalyse van Verkeer Ongevallen Concentraties (VOC) — waarbij locaties zijn beoordeeld aan de hand van ongevallenstatistieken — en aangevuld met gegevens over verkeersintensiteiten, gereden snelheden en het gebruik van de route door kwetsbare groepen (zoals scholieren op een intensief gebruikte fietsroute), is vastgesteld dat de kruising Centraleweg – Koestraat objectief gezien extra aandacht nodig heeft. Dat deze kruising als VOC kan worden aangemerkt, blijkt ook uit paragraaf 4.4.3 “Ongevallen” van het Kaderdocument Mobiliteitsplan, specifiek uit de tabel naast figuur 17. Hier is in het Mobiliteitsplan ook aandacht aan gegeven in paragraaf 3.4 “Aanpak verkeersveiligheid” ……Andere locaties vragen om specifieke maatregelen, zoals de aanleg van een rotonde of het toepassen van snelheidsremmers.
Zowel objectief als subjectief komt de oversteekbaarheid van hoofdwegen als knelpunt naar voren. Daarom wordt ook ingezet op het verbeteren van de oprijdbaarheid en oversteekbaarheid van de hoofdwegen. Een speerpunt is het verbeteren van de oprijbaarheid bij de kruisingen van de Koestraat en de Stationsweg met de Centraleweg. Die wordt nu als moeilijk ervaren…… Deze speerpunten zijn zowel vanuit verkeersveiligheid als vanuit de visie voor het fietsnetwerk gewenst…… De oprijdbaarheid van de Centraleweg vanuit de Koestraat is moeilijk door een aantal factoren: de snelheid van het verkeer op de Centraleweg, de intensiteiten op de Centraleweg en de hoeveelheid conflictpunten op het kruispunt. Verkeer uit de Koestraat heeft weinig hiaten tussen het verkeer op de Centraleweg en neemt daardoor hogere risico’s bij het oprijden van de Centraleweg. Doordat daarbij ook een druk bereden fietsroute gekruist wordt levert dit meer risico op. Verder staat in de maatregelenlijst van bijlage 1 van het Mobiliteitsplan bij project 10 een toelichting dat de kruisingen Koestraat en Stationsweg met de Centralweg gecombineerd beschouwd moeten worden. In 2022 is in opdracht van de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitgevoerd voor elke gemeente in onze provincie.
Dit onderzoek is gedaan om de knelpunten per risicothema op het wegennet te pinpointen ten behoeve van het Strategisch Plan Verkeerveiligheid (SPV). Binnen het risicothema “Snelheid in het verkeer” is het kruispunt Centraleweg - Koestraat expliciet benoemd als kruispunt waar snelheid een grote impact heeft. Tot slot wordt jaar jaarlijks een CROSS onderzoek gehouden. Dit is een onderzoek waarbij historische ongevallencijfers met objectieve kenmerken van een weg, zoals de snelheidslimiet of de inrichting van de weg gecombineerd worden. Door deze factoren te kruisen, wordt duidelijk op welke specifieke wegvakken of kruispunten de kans op ernstige ongevallen het grootst is. Hieruit blijkt dat de kruising Centraleweg – Koestraat een hoge ongevalsscore combineert met een hoge snelheidsscore. Kortom een plek met hoge risico’s. Vraag 5: Waarom is gekozen om daar een rotonde aan te leggen? Antwoord 5: Dat hier een maatregel ter verbetering van de verkeersveiligheid op zijn plaats is, blijkt uit de beantwoording onder vraag 4. Dat deze maatregel een rotonde wordt heeft te maken met de vastgestelde knelpunten op deze plek; hoge snelheden, slechte oprijdbaarheid en het type ongevallen. Met een rotonde neemt het aantal conflictpunten3 af ten opzichte van een kruispunt met dezelfde capaciteit.
Daarnaast functioneert een rotonde als een snelheid remmende maatregel, ongeacht het type verkeer of moment van de dag. Het 3 Punt waar twee verkeerstromen elkaar kruisen
regelen van het verkeer met een verkeerslichten is hier niet mogelijk. De wachtrij voor het rode licht komt dan over het naastgelegen rotonde/kruispunt bij de Stationsweg te liggen. Dat punt loopt dan vast. Daarnaast is het risico op door rood licht rijden groot, terwijl er anderzijds een schijnveiligheid voor langzaam verkeer wordt gewekt. Het hebben van “groen” bij een verkeerslicht vermindert de voorzichtigheid en oplettendheid. Vraag 6: Waarom is die informatie niet expliciet terug te vinden in de stukken die wij als raad tot nu toe hebben gehad? Antwoord 6: Dat hier een maatregel ter verbetering van de verkeersveiligheid op zijn plaats is, blijkt uit de beantwoording onder vraag 4. De raad heeft via het Mobiliteitsplan kennis kunnen nemen over de nut en noodzaak om op deze plek de verkeersveiligheid te verbeteren. De exacte keuze voor een oplossing met een enkelstrooks rotonde is daar welleswaar niet in vermeldt. Het Mobiliteitsplan benoemt de aandachtspunten en kan een suggestie doen voor een oplossingsrichting. Vraag 7: Op welk moment is besloten dat het gelijktijdig aanleggen van deze rotondes aan de Centraleweg? Antwoord 7: Bij elk project worden koppelkansen gezocht met ander opgaven die in de omgeving spelen. Met deze werkwijze wordt getracht om zo effectief mogelijk met onze financiën om te gaan. De aanleiding is verwoord in het antwoord onder vraag 4.
De kruising Koestraat – Centraleweg is eveneens een verkeersveiligheid knelpunt en ligt qua verkeersafwikkeling in de invloedssfeer van de kruising Centraleweg - Stationsweg. De afweging om de twee rotondes gelijktijdig aan te leggen, en daarmee kosten efficiënt twee veiligheidsknelpunten op te lossen is vrijwel aan het begin bepaald. Vraag 8: Is de planning die nu voorgesteld is haalbaar? Antwoord 8: Zie het antwoord onder vraag 1 Vraag 9: Zorgt de tijdsdruk om voor 1 oktober a.s. gereed te moeten zijn voor nog meer kosten later? Antwoord 9: Deze vraag is op verzoek vervangen door aanvullende vraag nr. 4 van Gemeentebelangen. Vraag 10: Is er onderzoek gedaan naar het effect van een rotonde bij de Oude Stadsweg en bij de Stationsweg? En wat voor invloed hebben deze rotondes bij de oversteek van de Koestraat? Antwoord 10: Er is geen onderzoek gedaan naar een het effect van een rotonde bij de Oude Stadsweg én bij de Stationsweg. Hiervoor zijn twee redenen: 1) Deze locatie staat, overigens net als de Koestraat, niet in de top 10 lijst. De opdracht van uw raad was om de projecten uit de top 10 uit te werken. Dat de Koestraat vervolgens alsnog in beeld is gekomen heeft in heeft in hoofdzaak te maken met de koppelkansen die in antwoord 7 zijn weergegeven.
2) De kruising Centraleweg – Oude Stadsweg ligt ver genoeg weg van de kruising Centraleweg – Koestraat zodat die voor de verkeersstromen niet in elkaars invloedsfeer liggen. Er is wel onderzoek gedaan naar de effecten op de verkeersstromen wanneer er rotondes gemaakt worden op de kruising Centraleweg – Koestraat en Centraleweg – Stationsweg. De zeer korte nabijheid van deze locaties is daar de reden van. Met een rotondestudie is beoordeeld welke rotonde-vorm hier het beste toegepast kan worden. Vraag 11: Gemeentebelangen verwacht dat een project van deze schaal via een duidelijk besluitvormend moment aan de raad wordt voorgelegd, zodat de raad zijn kader stellende en controlerende rol goed kan vervullen. Waarom is hiervoor niet gekozen? Antwoord 11: Door het aanvullende krediet op te nemen in de investeringsplanning van de begroting is beoogd de raad in positie te brengen om deze investering integraal af te wegen tegen alle andere financiële keuzes binnen de begroting. Daarmee is aangesloten bij de bestaande werkwijze, waarin de investeringsplanning al jarenlang op dezelfde manier wordt opgesteld. Vanuit die praktijk leek dit vooraf geen onjuiste route. Tegelijkertijd begrijpt het college de opmerkingen van de raad over de beperkte hoeveelheid informatie die per project uit de investeringsplanning kan worden afgeleid.
Het college hecht eraan dat de raad steeds zorgvuldig en volledig wordt geïnformeerd, zodat zij haar kader stellende en controlerende rol goed kan vervullen. Het college gaat daarom graag met uw raad in gesprek over een aangepaste vorm van de investeringsplanning, zodat deze beter aansluit bij de informatiebehoefte die binnen de raad leeft.
Vragen Lokaal+ Vraag 12: In het voorstel staat dat personele wisselingen bij het voorbereidingsbureau hebben geleid tot het laat signaleren van noodzakelijke aanpassingen, zoals de funderingsconstructie. Hoe zorgt het college dat de kwaliteit en continuïteit in de toekomst beter wordt bewaakt, zodat we niet opnieuw geconfronteerd worden met dergelijke verrassingen achteraf? Antwoord 12: Voor grootschalige projecten is het gebruikelijk om een gerenommeerd bureau te benaderen. Het betreffende ingenieursbureau is middels een raamcontract aan onze gemeente verbonden, een contract dat op basis van een aanbesteding is vergeven. Het is zeer uitzonderlijk dat een groot en gerenommeerd ingenieursbureau een dergelijke fout maakt; juist vanwege hun reputatie en ervaring wordt normaliter op een hoge mate van zorgvuldigheid gerekend. In de evaluatie met het huidige bureau wordt dit nadrukkelijk besproken. Bij een eventuele nieuwe overeenkomst wordt sterker gestuurd op kwaliteit en continuïteit. Vraag 13: Als de werkzaamheden uitlopen na één oktober, mag er niet meer gegraven worden vanwege de veiligheid van de Waterkering. Dit zou betekenen dat de weg dan gedurende de wintermaanden mogelijk een bouwput blijft, wat leidt tot enorme overlast en nog hogere kosten.
De planning is dus heel krap omdat er nauwelijks marge is voor onvoorziene weersomstandigheden met de deadline van het waterschap op één oktober. Hoe weerbestendig is dit scenario? En wat gebeurt er als ze de start van de werkzaamheden op de geplande datum niet gehaald wordt?
Antwoord 13: De weersomstandigheden hebben geen grote invloed op de werkzaamheden. De planning welke er nu ligt is reëel. Voorafgaand aan het aanbestedingstraject is een markt consultatie gehouden. Daaruit blijkt dat de planning van 3 maanden haalbaar is. Zo is de uitvoeringsplanning ook in het contract naar de toekomstige aannemer beschreven. Het risico dat de weg niet open kan op 1 oktober is daarmee erg klein. Vraag 14: Er was een informatiebijeenkomst op 4 maart jl. Zijn de specifieke opmerkingen van omwonenden uit de informatiebijeenkomst en de toetsing door de Stichting Toegankelijk Geertruidenberg verwerkt in het definitieve ontwerp? Of moeten we nog rekening houden met extra kosten voor inclusiviteit? Antwoord 14: Het schetsontwerp is besproken met verschillende stakeholders, waaronder de Stichting Toegankelijk Geertruidenberg. Zij hebben positief gereageerd op het ontwerp. Daarnaast zijn de opmerkingen van omwonenden zorgvuldig meegenomen bij het opstellen van het definitieve ontwerp. Op basis hiervan verwachten wij geen extra kosten voor inclusieve aanpassingen. De opmerkingen zoals die op de informatiebijeenkomst zijn verzameld en zijn beantwoord. De antwoorden zijn gedeeld met de aanwezigen. Ter informatie zijn de vragen en antwoorden bijgevoegd aan deze MVA.
Vragen Keerpunt ‘74 Vraag 15: Hoe kan het dat nu al met zo'n substantiële overschrijdingen worden geconfronteerd? Antwoord 15: De substantiële overschrijdingen komen doordat de initiële raming van het ingenieursbureau onjuist bleek te zijn. Dit is hoogst ongebruikelijk, past niet bij onze eerdere ervaringen met dit gerenommeerde bureau en wij hebben dit ook nadrukkelijk met hen besproken. De oorspronkelijke raming blijkt om twee redenen niet te kloppen: • Sterk gestegen olieprijzen, die direct doorwerken in materiaal- en uitvoeringskosten; • Omissies in de oorspronkelijke raming, die nu zijn hersteld en tot een hogere kosteninschatting leiden. Wij blijven hierover in gesprek met het ingenieursbureau en sturen bij eventuele toekomstige opdrachten voor dit bureau nadrukkelijker op kwaliteit en volledigheid van ramingen. Vraag 16: Hoe kan het dat het college nu zelfstandig locaties aan een blackspot lijst toevoegt, terwijl de raad in 2022 juist heeft uitgesproken dat het niet zomaar kan n.a.v. een amendement van Keerpunt ’74? Antwoord 16: Het betreffende amendement van Keerpunt ‘74 is bij het vaststellen van de 10 onveilige locaties in 2022 niet aangenomen. De in 2022 gepresenteerde top 10 lijst met onveilige locatie is niet uitputtend. We verwijzen hierbij ook naar de verklaring onder vraag 4.
In het betreffende raadsvoorstel van 2022 is besloten om de prioritering van de toen gepresenteerde verbetervoorstellen mee te nemen bij de afwegingen voor het uitvoeringsprogramma
van het toen nog op te stellen Mobiliteitsplan. Onder de paragraaf Beoogde effect” was aangegeven; “Met dit advies stellen wij voor om deze locaties projectmatig aan te pakken door ze op te nemen in het uitvoeringprogramma van het te actualiseren Mobiliteitsplan 2022 waarmee de samenhang én de planning van deze verbeteringen geborgd worden. Het hogere doel is daarbij om in onze gemeente de infrastructuur duurzaam veilig te maken waardoor onze inwoners zich vrijer voelen om aan het verkeer, en daarmee in de basis ook de samenleving, deel te nemen.” Verder is toen in het raadsvoorstel onder de paragraaf met de kanttekeningen aan uw raad al aangegeven dat door de focus “op deze 10 locaties andere plekken in onze gemeente mogelijk minder of geen aandacht met betrekking tot de verkeersveiligheid krijgen. Met het verbeteren van deze locaties is er niet per definitie een algeheel duurzaam veilige inrichting van alle wegen in de gemeente bewerkstelligd. Er blijven altijd nog locaties over die ook voor verbetering vatbaar zijn.” Het toevoegen van de locatie Koestraat is bij dit project middels de regulier P&C cyclus aan u voorgelegd (de investeringsplanning in de begroting). Uw raad heeft hiermee ingestemd.
Door het aanvullende krediet op te nemen in de investeringsplanning van de begroting is beoogd de raad in positie te brengen om deze investering integraal af te wegen tegen alle andere financiële keuzes binnen de begroting. Daarmee is aangesloten bij de bestaande werkwijze, waarin de investeringsplanning al jarenlang op dezelfde manier wordt opgesteld. Vanuit die praktijk leek dit vooraf geen onjuiste route. Tegelijkertijd begrijpt het college de opmerkingen van de raad over de beperkte hoeveelheid informatie die per project uit de investeringsplanning kan worden afgeleid. Het college hecht eraan dat de raad steeds zorgvuldig en volledig wordt geïnformeerd, zodat zij haar kader stellende en controlerende rol goed kan vervullen. Het college gaat daarom graag met uw raad in gesprek over een aangepaste vorm van de investeringsplanning, zodat deze beter aansluit bij de informatiebehoefte die binnen de raad leeft. Het college is met dit project pas uitvoerende aan de slag gegaan na vaststelling van de beleidskaders via het Mobiliteitsplan én besluitvorming over de financiële consequentie via de P&C cyclus. Vraag 17: Keerpunt ’74 mist de onderliggende analyses op basis waarvan de Koestraat als blackspot is aangemerkt. Welke gegevens liggen hieraan ten grondslag en wat is het verwachte effect van deze maatregel? Antwoord 17: Zie hiervoor de beantwoording onder vragen 4 en 5.
Vraag 18: Als de Centraleweg wordt afgesloten, zal verkeer gepland of ongepland dwars door Geertruidenberg gaan rijden en dat betekent meer verkeer door de woonstraten, meer drukte dwars door de kern, meer kans op sluiproutes en dus extra veiligheidsrisico's. Hoe gaat het college om met de extra verkeersdruk en de veiligheidsrisico's voor met name kinderen tijdens de periode waarin de scholen open zijn? Antwoord 18: Binnen het project is rekening gehouden met het omleiden van het verkeer. Het doorgaand verkeer tussen Made en Raamsdonksveer wordt via het hoofdwegennet A59 – A27 omgeleid. Lokaal bestemmingsverkeer krijgt vanuit Made een omleidingsroute naar de historische kern van Geertruidenberg via de Gasthuisstraat Vismarktstraat en vanuit Raamsdonksveers via de Oude Stadsweg – Stadsweg – Venestraat. Vanaf de Markt wordt aangegeven dat doorgaand verkeer via de Koestraat niet mogelijk is en dat “vertrekkende” verkeer via de Venestraat en Stadsweg weg kan rijden. Bij de rotonde Oude Stadsweg – Stadsweg wordt dat verkeer met bestemming Made naar links gestuurd, en met bestemming Raamsdonksveer rechtsaf via de Statenlaan omgeleid. Verkeer dat lokaal onbekend is zoals toeristen/bezoekers volgt over het algemeen goed deze bewegwijzerde omleidingsroutes. Lokaal bekend verkeer zal dat mogelijk niet doen, en op basis van hun lokale kennis zelf
een alternatieve route kiezen. Dat is nooit te voorkomen. Door met zo weinig andere beperkingen te werken, is de spreiding van het overige verkeer beter. Een groot deel van de bouwperiode van de rotondes valt in de schoolvakantie. In die weken is er sowieso minder verkeer in de drukste periode van de dag. Indien aanvullende maatregelen alsnog noodzakelijk blijken te zijn, dan kunnen deze snel worden ingezet. Om inzicht te geven in de omleidingen, is het omleidingsplan bijgevoegd. Vraag 19: Welke concrete maatregelen worden er genomen om sluipverkeer te voorkomen tijdens de werkzaamheden? Antwoord 19: Zie het antwoord onder vraag 18. Vraag 20: Wat gebeurt er met de verkeersveiligheid en doorstroming als er alleen een rotonde bij de Stationsweg wordt gerealiseerd? Is dat scenario onderzocht? Antwoord 20: Dan blijft de onveilige kruising Centraleweg – Koestraat bestaan en is er per saldo op een later moment een grotere investering nodig om die dan alsnog aan te pakken. Qua doorstroming blijft het uitrijden van de Koestraat een knelpunt waardoor mogelijk onnodige risico’s worden genomen. De doorstroming op de Centraleweg verandert bijna niet. Maar zonder rotonde op die plek blijft de snelheid te hoog. In het begin is dit plan al afgevallen omdat experts dit namelijk al geen goed idee vonden.
Vraag 21: Zijn er andere alternatieven of varianten onderzocht voor een rotonde op de kruising Koestraat-Centraleweg, bijvoorbeeld door het plaatsen van een rotonde ter hoogte van de Oude Stadsweg? Antwoord 21: Zie het antwoord onder vraag 10. De kruising Centraleweg – Oude Stadsweg is een separate te beschouwen locatie. Deze locatie verdient eveneens aandacht. Maar een koppeling met de uitvoering van de twee beoogde rotondes levert nu geen overwegend synergievoordeel op. Het nu niet aanpakken van de kruising bij de Oude Stadsweg is geen belemmering om het later niet alsnog te doen. Een reconstructie van de kruising bij de Oude Stadsweg kan als koppelkans t.z.t. ook prima meegenomen worden bij de uitvoering van project 7 uit het Mobiliteitsplan; het Oude Stadsweg-StrijenlaanGoeverneurslaan-Schoutenlaan-Statenlaan-Gasthuisstraat herinrichten naar 30 km/uur-zone.
Vragen SVP Vraag 22: Stel dat de raad zegt er moet een rotonde uit. Wat heeft dat voor consequenties voor de aanbestedingsprocedure? En wat als de raad instemt met het voorstel: wat heeft dat dan weer voor consequenties voor de aanbestedingsprocedure? Antwoord 22: Indien de raad besluit om een rotonde niet aan te leggen moet de aanbesteding opnieuw opgestart worden. Voordat dit kan plaatsvinden zal het ontwerp en bestek aangepast moeten worden. Dit zal een aanzienlijk uitstel veroorzaken (uitvoering 2026 is niet meer mogelijk) en leiden tot meerkosten in de voorbereiding (kosten ingenieursbureau, aanbestedingsbureau en ambtelijke capaciteit). De kosten voor de aanleg van een rotonde zullen ook relatief hoger uitvallen ten opzichte van de aanleg van twee rotondes.
Indien de raad positief besluit over de aanleg van de 2 voorgestelde rotondes heeft dit geen consequenties voor de aanbestedingsprocedure.
Aanvullende vragen Gemeentebelangen Aanvullende vraag 1: Is er al een plan opgesteld voor het afwikkelen van het verkeer? Antwoord aanvullende vraag 1: Binnen het project is rekening gehouden met het omleiden van het verkeer. Het doorgaand verkeer tussen Made en Raamsdonksveer wordt via het hoofdwegennet A59 – A27 omgeleid. Lokaal bestemmingsverkeer krijgt vanuit Made een omleidingsroute naar de historische kern van Geertruidenberg via de Gasthuisstraat Vismarktstraat en vanuit Raamsdonksveers via de Oude Stadsweg – Stadsweg – Venestraat. Vanaf de Markt wordt aangegeven dat doorgaand verkeer via de Koestraat niet mogelijk is en dat “vertrekkende” verkeer via de Venestraat en Stadsweg weg kan rijden. Bij de rotonde Oude Stadsweg – Stadsweg wordt verkeer met bestemming Made naar links gestuurd, en met bestemming Raamsdonksveer rechtsaf via de Statenlaan omgeleid. De omleidingsplannen zijn afgestemd met stakeholders zoals Arriva, de hulpdiensten en ZLTO. Via de media zal 3 weken voor de start van de werkzaamheden de omleiding aangekondigd worden. Verkeer dat lokaal onbekend is zoals toeristen/bezoekers volgt over het algemeen goed deze bewegwijzerde omleidingsroutes. Lokaal bekend verkeer zal dat mogelijk niet doen, en op basis van hun lokale kennis zelf een alternatieve route kiezen. Dat is nooit te voorkomen.
Door met zo weinig andere beperkingen te werken, is de spreiding van het overige verkeer beter. Een groot deel van de bouwperiode van de rotondes valt in de schoolvakantie. Is die weken is er sowieso minder verkeer in de drukste periode van de dag. Indien aanvullende maatregelen alsnog noodzakelijk blijken te zijn, dan kunnen deze snel worden ingezet. Aanvullende vraag 2: Waarom zijn de extra blackspots niet uitgewerkt en gedeeld met de raad? Antwoord aanvullende vraag 2: Middels een raadsvoorstel zijn de 10 meest onveilig ervaren locaties aan uw raad gepresenteerd. Op 24 februari 2022 heeft u besloten kennis te nemen van de verbetervoorstellen voor 10 verkeerssituaties en om de prioritering van de verbetervoorstellen mee te nemen bij de afwegingen in het uitvoeringsprogramma van het toen nog op te stellen Mobiliteitsplan. Aanvullende vraag 3: Loopt die aanbesteding niet vooruit op de afwikkeling van het raadsvoorstel? En wat voor consequenties kan dat hebben? Antwoord aanvullende vraag 3: De gunning van het werk zal plaatsvinden nadat de raad een besluit heeft genomen. Indien gewacht zou worden met het starten van de aanbestedingsprocedure tot de raad een besluit heeft genomen, dan zou de periode van uitvoering met een maand ingekort worden.
Dit zou als gevolg hebben dat de werkzaamheden een jaar uitgesteld moeten worden omdat de uitvoeringsperiode dan te kort is om de werkzaamheden te voltooien binnen de toegestane periode van 1 april - 1 oktober. Aanvullende vraag 4: Als de planning niet wordt gehaald, wat zijn de financiële consequenties?
Antwoord aanvullende vraag 4: De uitvoeringsplanning is reëel. Het deel van de werkzaamheden buiten de dijklichamen mogen wel na 1 oktober uitgevoerd worden. Alleen uitstel van de werkzaamheden zal tot kostenstijging leiden. De risico’s zijn hierbij vooral inflatie, onzekere brandstofprijzen en marktverschuivingen. Aanvullende vraag 5: Zit een eventuele rotonde aan de oude stadsweg ook op de waterkering? Antwoord aanvullende vraag 5: Ja, ook de aanleg van een eventuele rotonde op de Oude Stadsweg ligt in de primaire waterkering. Ook voor deze locatie dient een vergunning traject doorlopen te worden.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
J. Donkers
M.M. van Toorenburg