Memo Locatiestudie woningbouw Geertruidenberg deel II _ 20230067
Tekst van het document
- MEMO Memo
DATUM KENMERK CC
1 juni 2023 20230067/72913/LdJ; SLie Stephany Lie en Linda de Jong
PROJECT OPDRACHTGEVER
20230067 Locatiestudie woningbouw Geertruidenberg Gemeente Geertruidenberg
QUICKSCAN LOCATIESTUDIE WONINGBOUW GEERTRUIDENBERG, DEEL II
1. INLEIDING In de gemeente Geertruidenberg wordt op allerlei manieren gewerkt aan het creëren van woonruimte voor het oplossen van het brede huisvestingsvraagstuk. De huidige harde en zachte plancapaciteit is onvoldoende om te voorzien in de grote vraag naar woningen. Daarnaast heeft ook de gemeente Geertruidenberg te maken met constante verhogingen van taakstellingen voor verschillende doelgroepen. Het is dan ook belangrijk dat er binnen de gemeente goed gekeken wordt naar de mogelijkheden voor extra woningbouw. In dat kader is een ambtelijke verkenning gedaan naar potentiële woningbouwlocaties binnen de gemeente. Hieruit is een lijst naar voren gekomen met 8 locaties die door de gemeente als potentieel geschikt worden gezien. In deze (eerste) quickscan wordt nagegaan of vanuit overheidsbeleid en sectorale aspecten vervolgonderzoek en eventuele vervolgstappen noodzakelijk zijn. Ten aanzien van de milieuaspecten worden in deze quickscan de aspecten bedrijven en milieuzonering, waterhuishouding, externe veiligheid, kabels en leidingen, cultuurhistorie en ecologie beoordeeld. Deze aspecten worden in deze quickscan besproken omdat deze van invloed zijn op de ruimtelijke programmatische mogelijkheden. De aspecten zoals luchtkwaliteit en bodem zijn daarom niet meegenomen. Wegverkeerslawaai wordt in deze quickscan nog niet specifiek getoetst.
Per locatie zullen deze aspecten besproken worden waarna een (voorlopige) conclusie volgt. Op basis van die conclusie kan onderscheid worden gemaakt in 3 resultaten: 1. Ja; 2. Ja, mits…. 3. Nee. De meest locaties zullen vallen in de categorie “Ja, mits”. Op basis van deze eerste locatiestudie zijn er weinig locaties waar een harde “Ja’” of een duidelijke “Nee” uit volgt. Het aantal en de zwaarte van de “mitsen” is in veel gevallen bepalend voor de wenselijkheid c.q. uitvoerbaarheid van woningbouw op de betreffende locatie. De toetsingskaders van de relevante aspecten zullen in hoofdstuk 2 worden weergegeven, gevolgd door de quickscan per locatie in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 is de conclusie per locatie verwoord.
2. TOETSINGSKADERS BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ● een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd ter plaatse van de woningen; ● rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de eventueel in de omgeving aanwezige bedrijven/inrichtingen. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Voor de beoordeling is het van belang om te weten of het gebied getypeerd kan worden als een rustige woonwijk of een gemengd gebied. Een gemengd gebied wordt als volgt getypeerd: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven".
WATER Beleidskader en normstelling Ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling dient een watertoets te worden uitgevoerd. Bij de watertoets gaat het om allerlei waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer) in het plangebied .Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. In dit waterbeheerprogramma richt het waterschap die koers vooral op duurzaamheid en het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'Hydrologische uitgangspunten bij Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen, 2015'.
Per maart 2021 zijn de regels rondom afkoppeling van verhard oppervlak aangescherpt. In de Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a) Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of;
2/38
b) De toename van verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; c) De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; d) De toename van verhard oppervlak groter dan 500 m2 tot en met 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) De voorziening voldoet aan de volgende eisen: i. De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG); ii. De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; iii. Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen.
EXTERNE VEILIGHEID Beleid en normstelling In de huidige wetgeving zijn de begrippen risicobron, (beperkt) kwetsbaar object, plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico van belang. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor de kans per jaar dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) is van toepassing op het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar, bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico, maar wel geldt hiervoor een verantwoordingsplicht in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.
Vervoer van gevaarlijke stoffen Op het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet van toepassing; het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR geen onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor beide situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden.
3/38
KABELS EN LEIDINGEN Beleid en normstelling Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; a. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; b. defensiebrandstoffen; c. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’ bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen.
CULTUURHISTORIE Beleid en normstelling Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het plangebied) Rijksmonumenten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur dient bepaald te worden.
ECOLOGIE Beleid en normstelling Met de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Op 1 januari 2020 is de Wet van 18 december 2019, houdende regels voor de aanpak van de stikstofproblematiek in relatie tot natuur (Spoedwet aanpak stikstof) (Staatsblad 2019, 517) in werking getreden. Op basis van deze wet is de Wnb op een aantal onderdelen gewijzigd.
Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: ● Natura-2000 gebieden; ● Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden
4/38
De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: ● alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; ● het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en; ● de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: ● soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; ● soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; ● overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.
GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
5/38
3. LOCATIES EN ANALYSE MILIEUASPECTEN, DEEL II 3.1
De Oude Melkhaven
3.1.1
Plangebied
Figuur 3.1 Locatie De Oude Melkhaven
Perceel Grootte perceel Eigendom Voordelen
Nadelen Doelgroepen
6/38
RDK02-K-4800 RDK02-K-3102 5.000 m2 Gemeente Heeft alle mogelijkheden tot het creëren van woningbouw, voldoende parkeergelegenheid, meetprogramma ‘bijzondere woonvormen’ van de provincie sluit aan bij deze locatie. Bestemmingsplanwijziging is daarom minder problematisch als normaal gesproken bij ‘agrarisch’. Huidige pachtconstructie is binnen een jaar opzegbaar. Locatie blijft sowieso een potentiële ontwikkellocatie Politieke gevoeligheid van de locatie, valt buiten stedelijk contour. Betreft een uitleglocatie (wel beter te verantwoorden bij provincie). Alle doelgroepen behalve AZC (aantal onbekend)
3.1.2 Beleid Bestemmingsplan Kern Raamdonk
Agrarische doeleinden ‘zonder bebouwing’
Alleen bedrijfswoningen zijn toegestaan. Op deze gronden is bebouwing niet toegestaan.
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Stedelijk gebied Verstedelijking afweegbaar
7/38
Nee Ja, nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling is toegestaan als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.
3.1.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een rustige woonwijk is gelegen. Ten noorden is een maatschappelijke bestemming gelegen. In een rustige woonwijk heeft dit een richtafstand van 30 meter. Op dit moment zijn er al op korte afstand van deze maatschappelijke bestemming echter al woningen gelegen. Hierdoor wordt het bedrijf door deze woningen mogelijk al beperkt in zijn bedrijfsvoering. Onderzocht dient te worden of hier sprake van is en of er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten zuiden en westen van het plangebied grenzen agrarische gronden. Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende verwaaiing van spuitvloeistof bij het spuiten van agrarische gronden wordt een afstand van 50 meter gehanteerd tot het bouwvlak van een woning. Wanneer het wenselijk is woningen binnen een afstand van 50 meter van agrarische gronden te realiseren dient een beschouwing plaats te vinden van de mogelijke gezondheidseffecten door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hiervoor is locatiespecifiek onderzoek noodzakelijk.
Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Ten oosten is een B-watergang , ten zuiden grenst de locatie aan een A-watergang. De beschermingszone van de watergangen betreft 5 meter. Wanneer werkzaamheden hierin plaatsvinden, is een watervergunning noodzakelijk. Het plangebied is niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Externe veiligheid Ten noorden van het plangebied is de A59 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter. De kortste afstand tot de locatie is circa 775 meter. Hierdoor bevindt het plangebied (deels) in het invloedsgebied. Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Met de ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Kabels en leidingen Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied aanwezig. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Cultuurhistorie In het plangebied is er sprake van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 50.000 m2. De locatie maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen. Deze agrarische gronden worden met regelmaat gecultiveerd waardoor de aanwezigheid van beschermde soorten niet waarschijnlijk is. Er zijn geen bomen op de locatie aanwezig.
8/38
3.1.4 (voorlopige) Conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: Afstand van 50 meter aanhouden tot agrarische gronden; Beknopte verantwoording groepsrisico; Mogelijk Archeologisch onderzoek indien meer dan 50.000 m2 aan grond wordt geroerd. Deze locatie valt dus in de categorie “Ja, mits”.
9/38
3.2
Ten westen van Wim Boonsstraat
3.2.1
Plangebied
Figuur 3.2 Locatie ten westen van Wim Boonsstraat
Perceel
Grootte perceel Eigendom Voordelen Nadelen Doelgroepen
10/38
RDK02-K-5481 RDK02-K-446 RDK02-K-749 RDK02-K-3009 RDK02-K-868 RDK02-K-4330 RDK02-K-455 7.960 m2 Particulier Sluit aan op bestaande nieuwbouw Wim Boonsstraat Buiten stedelijke contour, afwikkeling verkeer/nieuwe aftakking bestaande weg? Starters, reguliere bouw
3.2.2 Beleid Bestemmingsplan Buitengebied Geertruidenberg
Agrarisch – 1 Rioolleiding
Wro-zone – aanlegvergunning landschap en cultuurhistorie Grondgebonden veehouderij
11/38
Wonen is niet toegestaan. Binnen deze dubbelbestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van de rioolleiding. Hier kan middels een omgevingsvergunning van worden afgeweken. Ook is een omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren van verschillende werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Gestreefd wordt naar behoud en herstel van landschapswaarden. Dit houdt voor deze zone is dat het beleid is gericht op de bescherming van landschaps- en cultuurhistorische waarden in de vorm van de karakteristieke openheid rondom Raamsdonk en de karakteristieke verkavelingsvorm in de vorm van het slagenlandschap in samenhang met de dijk- en afwateringsstructuren en de lintbebouwing en doorzichten. Hier is een grondgebonden veehouderij toegestaan, niet zijnde een paardenhouderij. Het ligt echter geen aanduiding ‘bouwvlak’, terwijl uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ agrarische bedrijven zijn toegestaan. Omdat er geen aanduiding ‘bouwvlak’ ligt is er ook geen bedrijfswoning toegestaan.
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Stedelijk gebied Verstedelijking afweegbaar Landelijk gebied Cultuurhistorisch waardevol gebied
12/38
Nee, alleen het zuidelijke gedeelte van perceel RDK02-K-868 ligt in stedelijk gebied, landelijke kern. Nee Ja, alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Ja, behalve perceel RDK02-K-5481 Op deze gronden moet rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden en kenmerken, zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart:
3.2.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een rustige woonwijk is gelegen. Aan de Bergenstraat 8 is een melkrundveehouderij gelegen. Voor deze categorie geldt geen geuremissie per dier maar geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Voor buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter, binnen de bebouwde kom is de afstand 100 meter. Het plangebied is binnen de bebouwde kom gelegen, waardoor een afstand van 100 meter geldt. Op kortere afstand zijn ten westen van het agrarische bedrijf momenteel al woningen gelegen. Aan deze kant wordt het bedrijf mogelijk al beperkt in zijn bedrijfsvoering. Aan de Nieuweweg is een stratenmakersbedrijf gelegen. Voor een stratenmakersbedrijf is geen richtafstand gegeven in de VNG-brochure. Stratenmakersbedrijven werken enkel op locatie. Onderzocht moet worden of er materiaal wordt geleverd op dit adres. Mogelijk kan dit leiden tot akoestisch onderzoek. Ten noorden en westen van het plangebied bevinden zich agrarische gronden. Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen.
Vanwege mogelijk vrijkomende verwaaiing van spuitvloeistof bij het spuiten van agrarische gronden wordt een afstand van 50 meter gehanteerd tot het bouwvlak van een woning. Wanneer het wenselijk is woningen binnen een afstand van 50 meter van agrarische gronden te realiseren dient een beschouwing plaats te vinden van de mogelijke gezondheidseffecten door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hiervoor kan locatiespecifiek onderzoek noodzakelijk zijn Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Er bevinden zich verschillende A- en B-watergangen in en rondom het plangebied. Wanneer werkzaamheden hierin plaatsvinden, is een watervergunning noodzakelijk. Het plangebied is niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Externe veiligheid Ten noorden van het plangebied is de A59 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter. Het plangebied is op korte afstand van de weg gelegen. Wanneer woningen buiten de 200 meter gerealiseerd worden, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik.
Wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Mocht de ontwikkeling zich in de 200 meter bevinden, dient een berekening van het groepsrisico uitgevoerd te worden. Mogelijk volgt hier uit dat een uitgebreide verantwoording noodzakelijk is. Kabels en leidingen Ten noorden bevindt loop een rioolleiding door het plangebied. Binnen deze bestemming is bebouwing niet toegestaan. Cultuurhistorie Het plangebied heeft de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m2. Daarnaast maakt de locatie geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied.
13/38
Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen. Het groen op de locatie wordt met regelmaat gecultiveerd waardoor de aanwezigheid van beschermde soorten niet waarschijnlijk is. Bij kap van bomen zal wel een quickscan flora en fauna moeten worden uitgevoerd. Er zijn watergangen binnen het plangebied aanwezig. Indien deze gewijzigd of gedempt worden bij ontwikkeling van het gebied, dient in eerste instantie een ecologische quickscan te worden uitgevoerd. 3.2.4 (voorlopige) Conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: Inpasbaarheid op basis van provinciaal beleid (overleg provincie) voor het noordelijke deel van het plangebied; Kwalitatieve onderbouwing melkrundveehouderij; Afstand van 50 meter aanhouden tot agrarische gronden; Berekening groepsrisico en uitgebreide verantwoording afhankelijk van realisatie woningbouw binnen invloedsgebied; Archeologisch onderzoek; Ecologisch onderzoek bij kap van eventuele bomen en/of wijziging/dempen van sloten. Deze locatie valt dus in de categorie “Ja, mits”.
14/38
3.3
Molenstraat 1 (herontwikkeling bedrijf)
3.3.1
Plangebied
Figuur 3.3 Locatie Molenstraat 1
Perceel Grootte perceel Eigendom Eventueel Voordelen Nadelen Doelgroepen
RDK02-G-2982 1.785 m2 Particulier Samenpakken met gemeentelijke bouwhal RDK02-G-3258, 1.578 m2 Binnenstedelijke ontwikkeling, indien ondernemer wil stoppen kijken of het past binnen programma wonen Bijzondere doelgroepen, regulier wonen
3.3.2 Beleid Bestemmingsplan Kern Raamsdonk
Bedrijfsdoeleinden
15/38
Alleen bedrijfswoningen zijn toegestaan
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Stedelijk gebied
Ja, landelijke kern Ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen is toegestaan, mits de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
3.3.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie en de ligging aan de belangrijke ontsluitingsweg Heemraadsingel kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een gemengd gebied is gelegen. Aan de westkant grenst een gemeentelijke bouwhal. Deze functie wordt niet specifiek benoemd in de VNG-brochure, maar kan vergeleken worden met bedrijven uit milieucategorie 2. De bijbehorende richtafstand in een gemengd gebied is 10 meter. Aan de oostkant van het plangebied bevinden zich een maatschappelijke bestemming met een richtafstand van 10 meter en een kantoor. Kantoren zijn in een gemengd gebied naast woningen mogelijk. Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Het plangebied is niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering of watergang. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Externe veiligheid Ten noorden van het plangebied is de A59 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter. De kortste afstand tot de locatie is circa 540 meter. Hierdoor bevindt het plangebied (deels) in het invloedsgebied.
Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Met de ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Kabels en leidingen Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied aanwezig. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
16/38
Cultuurhistorie Het plangebied heeft de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m2. Daarnaast maakt de locatie geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen. De locatie is vrijwel geheel verhard of bebouwd. Bij sloop van bebouwing zal een quickscan flora en fauna moeten worden uitgevoerd. 3.3.4 (voorlopige) Conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: In het kader van het aspect Bedrijven en milieuzonering zijn specifieke onderzoek (akoestiek/stof) nodig om te kunnen bepalen of de richtafstand kan worden verkleind en/of maatregelen getroffen moeten worden; Beknopte verantwoording groepsrisico; Afhankelijk van de fundering van de huidige bebouwing is Archeologisch onderzoek noodzakelijk; Quickscan flora en fauna bij sloop bestaande bebouwing. Deze locatie valt dus in de categorie “Ja, mits”.
17/38
3.4
Karthuizerstraat 75
3.4.1
Plangebied
Figuur 3.4 Locatie Karthuizerstraat 75
Perceel
18/38
RDK02-K-4371 RDK02-K-780 RDK02-K-716 RDK02-K-4978 RDK02-K-4977 RDK02-K-719 RDK02-K-721 RDK02-K-4254 RDK02-K-4253 RDK02-K-4928 RDK02-K-4927
Grootte perceel Eigendom Voordelen
Nadelen
Doelgroepen
RDK02-K-624 RDK02-K-4369 12.000 m2 Particulier Mogelijkheid, voor de lange termijn. Logisch aan te sluiten bij eventuele ontwikkeling Landonk. Parkeren kan worden gerealiseerd op eigen terrein. Locatie kan mogelijk worden ingezet voor een grootschaligere ontwikkeling; dus voorkeur voor permanente oplossing. Locatie is een natuurlijke afronding van de kern Raamsdonksveer. Geen last van parkeerdruk. Logische binnenstedelijke ontwikkeling. Aantasting van (de openheid van) het landschap. Gebied is laag en nat, ondergrond moet worden onderzocht. De Landonk is een gebiedsontsluitingsweg. Hieraan geen separate inritjes, er zou dan 1 toegang tot een hofje moeten komen Starters
3.4.2 Beleid Bestemmingsplan Buitengebied Geertruidenberg
Bedrijf Waterkering
Hier is een benzineservicestation toegestaan in milieucategorie 1 t/m 3 Alleen een bedrijfswoning is toegestaan binnen het bouwvlak. Op deze gronden mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de waterkering. Hier kan met een omgevingsvergunning van worden afgeweken.
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
19/38
Stedelijk gebied Verstedelijking afweegbaar
Nee Ja, nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling is toegestaan als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.
3.4.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie en de ligging aan de ontsluitingswegen Kasteellaan en Monikkenweg kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een gemengd gebied is gelegen. Ten zuiden is een maatschappelijke bestemming gelegen. In een gemengd gebied heeft dit een richtafstand van 10 meter. De afstand tot het plangebied is circa 30 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Ten oosten van het plangebied bevinden zich agrarische gronden. Aangeraden wordt om minimaal 50 meter aan te houden tot het bouwvlak. Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Door het plangebied loopt een B-watergang met een beschermingszone van 5 meter. Wanneer werkzaamheden hierin plaatsvinden, is een watervergunning noodzakelijk. Het plangebied is conform de legger van waterschap Brabantse Delta niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering. In het vigerende bestemmingsplan is ten oosten van het plangebied echter de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. Met het waterschap dient afgestemd te worden of er sprake is van een waterkering ten zuiden van het plangebied. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Externe veiligheid
20/38
Ten zuiden van het plangebied is de A59 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter. De kortste afstand tot de locatie is circa 700 meter. Hierdoor bevindt het plangebied (deels) in het invloedsgebied. Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Met de ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Kabels en leidingen Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied aanwezig. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie In het plangebied is er grotendeels sprake van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m2. Een klein gedeelte ten oosten van het plangebied heeft de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m2. De locatie maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied.
21/38
Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen. De gronden zijn geheel verhard of bebouwd. Bij sloop van bebouwing dient een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden om uit te kunnen sluiten dat zich binnen deze bebouwing beschermde soorten bevinden. 3.4.4 (voorlopige) Conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: Archeologisch onderzoek; Afstand van 50 meter aanhouden tot agrarische gronden; Quickscan flora en fauna. Deze locatie valt dus in de categorie “Ja, mits”.
22/38
3.5
Restaurant de Triangel
3.5.1
Plangebied
Figuur 3.5 Locatie restaurant de Triangel
Perceel
Grootte perceel Eigendom Voordelen Nadelen Doelgroepen
23/38
RDK02-K-1638 RDK02-K-3398 RDK02-H-6979 RDK02-H-6976 725 m2 Particulier, maar staat wel te koop Kan bij herstructurering van Hooipolder worden meegenomen (2024). Aansluiten bij eventuele ontwikkelingen Oude Oosterhoutseweg. / Alle doelgroepen, behalve AZC
3.5.2 Beleid Bestemmingsplan
Horeca Groen Verkeer Waterleiding
24/38
Op deze gronden is een restaurant toegestaan. Uitsluitend binnen het bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Wonen is niet toegestaan. Wonen is niet toegestaan. Binnen deze dubbelbestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van de waterleiding. Hier kan met een omgevingsvergunning van worden afgeweken.
Waterkering
Wro-zone – wijzigingsgebied bestaand stedelijk gebied
Binnen deze dubbelbestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van de waterleiding. Hier kan met een omgevingsvergunning van worden afgeweken. Hierbinnen is herbouw bestaande (bedrijfs)woning toegestaan.
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Stedelijk gebied
Ja, landelijke kern Ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen is toegestaan, mits de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
3.5.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie en de ligging aan de ontsluitingsweg de Oosterhoutseweg kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een gemengd gebied is gelegen. Ten oosten is op een afstand van circa 36 meter een sportfunctie gelegen. Een functie uit milieucategorie 3.1 heeft een richtafstand van 30 meter voor geluid in een gemengd gebied. Hier wordt aan voldaan. Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Ten zuiden van het plangebied grenst een Awatergang met een beschermingszone van 5 meter. Wanneer werkzaamheden hierin plaatsvinden, is een watervergunning noodzakelijk. Het plangebied is conform de legger van waterschap Brabantse Delta niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering. In het vigerende bestemmingsplan is in het plangebied echter de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. Met het waterschap dient afgestemd te worden of er sprake is van een waterkering ten zuiden van het plangebied. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Externe veiligheid Ten oosten van het plangebied is de A27 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter.
De kortste afstand tot de locatie is circa 470 meter. Ten zuiden van het plangebied is de A59 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter. De kortste afstand tot de locatie is circa 255 meter.
25/38
Hierdoor bevindt het plangebied in het invloedsgebied van de A27 en de A59. Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Met de ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Kabels en leidingen Dwars door het plangebied loopt een waterleiding. Binnen de dubbelbestemming zijn woningen niet mogelijk. Cultuurhistorie In het plangebied is er sprake van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m2. De locatie maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen. Binnen het plangebied zijn verschillende gebouwen en is diverse beplanting aanwezig. Een quickscan Flora en fauna (en waarschijnlijk ook vervolgonderzoek) is nodig om aan te kunnen tonen dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn en of een Wet natuurbeschermingsvergunning nodig is.
3.5.4 (voorlopige) Conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: Beknopte verantwoording groepsrisico; Archeologisch onderzoek; Quickscan flora en fauna. Deze locatie valt dus in de categorie “Ja, mits”.
26/38
3.6
Brugklasgebouw Dongemond College
3.6.1
Plangebied
Figuur 3.6 Locatie brugklasgebouw Dongemond College
Perceel Grootte perceel Eigendom Voordelen Nadelen
Doelgroepen
27/38
RDK02-K-2885 4.052 m2 + hoekje sportveld Dongemond College. Onderzocht wordt of het eigendom van de ondergrond na het vervallen van de onderwijsfunctie terugkomt naar de gemeente. Aansluitend aan bestaand woongebied, dus woningbouw voorstelbaar. Transformatie is een mogelijkheid alsook sloop-nieuwbouw. Goed bereikbaar, dichtbij voorzieningen Rekening houden met andere plannen (Ruijtenberg, Achter de Hoeven). Richtafstand school moet in acht worden genomen (30m). De magneetveldzone vanuit de 150 kV verbinding is hier 2 x 65 meter. Een groot deel van het terrein ligt dus binnen deze zone. Pas als de hoogspanningslijn is verwijderd wordt deze locatie interessant. Parkeren moet op eigen terrein worden opgelost. Meer verkeersbewegingen kunnen leiden tot verminderde verkeersveiligheid in de thuis-school route van scholieren. Spoedzoekers, statushouders, starters, regulier
3.6.2 Beleid Bestemmingsplan Achter de Hoeven
Maatschappelijk
Wonen is niet toegestaan.
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Stedelijk gebied
Ja, landelijke kern Ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen is toegestaan, mits de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
3.6.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een rustige woonwijk is gelegen. De locatie grenst aan een maatschappelijke bestemming. Het betreft een kinderopvang uit milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. Hier wordt niet aan voldaan. Het maatgevende aspect betreft geluid. Uit een nadere beschouwing moet blijken of akoestisch onderzoek nodig is of dat het kwalitatief gemotiveerd kan worden.
28/38
Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Het plangebied is conform de legger van waterschap Brabantse Delta niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering of watergang. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Externe veiligheid Het plangebied bevindt zich niet in PR-contour of invloedsgebied van een risicovolle bron. Met de ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Kabels en leidingen Ten zuiden van het plangebied loopt een bovengrondse hoogspanningslijn met een spanning van 150 kV. De indicatieve zone bedraagt 65 meter aan beide zijdes van de lijn. De afstand tot de hoogspanningslijn is circa 34 meter. Aangeraden wordt om buiten de 65 meter te blijven. Cultuurhistorie In het plangebied is er sprake van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 50.000 m2. De locatie maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen.
Indien de huidige bebouwing gesloopt wordt, is in ieder geval een quickscan flora en fauna noodzakelijk. 3.6.4 (voorlopige) Conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: Akoestisch onderzoek omgevingslawaai (i.v.m. KDV en school); Locatiespecifiek magneetveldonderzoek Quickscan flora en fauna. Daarnaast worden de inrichtingsmogelijkheden op de locatie bepaald door de aanwezigheid van de 150 kV-hoogspanningsleiding. Deze locatie valt dus in de categorie “Ja, mits”.
29/38
3.7
Maasdijk 20
3.7.1
Plangebied
Figuur 3.7 Locatie Maasdijk 20
Perceel Grootte perceel Eigendom Voordelen Nadelen Doelgroepen
RDK02-K-1361 3.900 m2 Particulier Initiatiefnemer wil, veel plek voor parkeren Op Dombosch (visie op wonen op bedrijventerreinen), verlies functie /
3.7.2 Beleid Bestemmingsplan
Horeca
30/38
Er is één bedrijfswoning toegestaan.
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Stedelijk gebied
Ja, landelijke kern Ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen is toegestaan, mits de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
3.7.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een gemengd gebied is gelegen. De locatie is op een bedrijventerrein gelegen waar bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 4.2 mogelijk zijn. In een gemengd gebied heeft dit een richtafstand van 200 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. Tevens is de locatie in een geluidzone gelegen. Onderzocht moet worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Ten oosten grenst een A-watergang met een beschermingszone van 5 meter. Het plangebied is conform de legger van waterschap Brabantse Delta niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Externe veiligheid Ten oosten van het plangebied is de A27 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter. De kortste afstand tot de locatie is circa 510 meter. Hierdoor bevindt het plangebied in het invloedsgebied.
Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Met de ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Kabels en leidingen Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied aanwezig. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
31/38
Cultuurhistorie In het plangebied is er grotendeels sprake van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 50.000 m2. Een klein gedeelte ten zuiden van het plangebied heeft de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 1.000 m2. De locatie maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen. Bij herontwikkeling van deze locatie zal de bestaande bebouwing moeten worden gesloopt. Er zal dan een quickscan flora en fauna moeten worden uitgevoerd. 3.7.4 (voorlopige) Conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: Bedrijven en milieuzonering en de geluidzone vormen een grote belemmering; Akoestisch onderzoek omgevingslawaai (i.v.m.
de aan te houden afstanden tussen de (nieuwe) schoolgebouwen en de woningen); Beknopte verantwoording groepsrisico; Quickscan flora en fauna. In verband met het aspect bedrijven en milieuzonering valt deze locatie binnen categorie “Nee”.
32/38
3.8
Grote Kerkstraat 9 (kerk tegenover gemeentehuis)
3.8.1
Plangebied
Figuur 3.8: Locatie Grote Kerkstraat 9
Perceel Grootte perceel Eigendom Voordelen Nadelen Doelgroepen
33/38
RDK02-H-5862 9.420 m2 Parochie Alle voorzieningen in de buurt. Snel te realiseren. Koppeling met maatschappelijke voorziening (buurthuis/samenkomst). Binnenstedelijke transformatie. Energielabel, kosten verduurzaming Wonen met zorg, eigen inwoners
3.8.2 Beleid Bestemmingsplan
Maatschappelijke doeleinden
34/38
Wonen is niet toegestaan.
Provinciale interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Stedelijk gebied
Ja, landelijke kern Ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen is toegestaan, mits de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
3.8.3 Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Gezien de omliggende functies van de locatie kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in een gemengd gebied is gelegen. De locatie grenst aan een maatschappelijke bestemming. In een gemengd gebied heeft dit een richtafstand van 10 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. Onderzocht moet worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Waterhuishouding De locatie is in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta gelegen. Het plangebied is conform de legger van waterschap Brabantse Delta niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een (regionale) waterkering of watergang. Watercompensatie is vanuit het waterschap Brabantse Delta verplicht bij een planvoornemen met een toename in verharding van meer dan 500 m². Momenteel is de locatie al compleet bebouwd en verhard. Herontwikkeling of transformatie van deze locatie heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Externe veiligheid Ten oosten van het plangebied is de A27 gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied is 880 meter. De kortste afstand tot de locatie is circa 800 meter. Hierdoor bevindt het plangebied in het invloedsgebied.
Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Met de ontwikkeling worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
35/38
Kabels en leidingen Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied aanwezig. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie In het plangebied is er grotendeels sprake van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Archeologisch onderzoek is nodig als de werkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld plaatsvinden en die een oppervlakte beslaan van meer dan 100 m2. Het bestaande pand is geen gemeentelijk- of rijksmonument. De locatie maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Ecologie De locatie is niet binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Brabant gelegen. Bij transformatie van de bestaande bebouwing naar wonen zal uitsluitend intern verbouwd worden. Een quickscan flora en fauna is dan in eerste instantie niet noodzakelijk. Indien sprake is van sloop en nieuwbouw, zal wel ecologisch onderzoek moeten plaatsvinden. 3.8.4 (voorlopige) conclusie Realisatie van woningbouw op deze locatie past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om woningbouw hier planologisch-juridisch mogelijk te maken. Daarbij zullen de volgende aspecten in ieder geval nader onderzocht moeten worden: - Bekeken moet worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse en of er geen bedrijven in hun bedrijfsvoering worden beperkt.
- Er moet een beknopte verantwoording van het groepsrisico worden opgesteld. In verband met het aspect bedrijven en milieuzonering valt deze locatie binnen categorie “Ja, mits”.
36/38
4. CONCLUSIE Planologisch Uit deze quickscan blijkt dat op geen van de gronden direct nieuwbouw van woningen mogelijk is binnen het plangebied volgens de geldende bestemmingsplannen. Op een aantal locaties is slechts een bedrijfswoning toegestaan. Volgens de provinciale interim omgevingsverordening liggen vijf van de locaties in stedelijk gebied en twee in verstedelijking afweegbaar gebied waarbinnen duurzame stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt geacht. Ëén locatie ligt buiten het stedelijk gebied, hier zijn nieuwe woningen niet direct toegestaan. Stedelijk gebied (Landelijke kern)
Molenstraat 1 (herontwikkeling bedrijf) Restaurant de Triangel Brugklasgebouw Dongemond College Maasdijk 20 Grote Kerkstraat 9
Verstedelijking afweegbaar De Oude Melkhaven Karthuizerstraat 75
Landelijk gebied
Ten westen van Wim Boonsstraat (incl. Cultuurhistorisch waardevol gebied)
Milieutechnisch Uit de quickscan blijkt dat alle locaties nader onderzoek behoeven. Sommige locaties zijn geschikter dan anderen. Hieronder is een verdeling gemaakt in locaties die mogelijk zijn maar nader onderzoek behoeven en locaties die erg beperkt worden door omliggende factoren. Mogelijk met nader onderzoek De locatie De Oude Melkhaven behoeft onderzoek naar de aangrenzende maatschappelijke bestemming. De locatie ten westen van Wim Boonsstraat is geschikt voor woningen, mits nader onderzoek plaatsvindt naar de omliggende bedrijven. Locatie Molenstraat 1 is geschikt, mits nader onderzoek plaatsvindt naar de gemeentelijke bouwhal. Wanneer dit meegenomen wordt in de transformatie, is dit niet nodig. De locatie Kartuizerstraat 75 is geschikt, maar bevindt zich in de nabijheid van agrarische gronden. Tot deze bestemming dient 50 meter aangehouden te worden. Restaurant de Triangel is geschikt voor woningbouw, maar er wordt niet voldaan aan de richtafstand met de nabij gelegen sportvelden. Daarnaast moet rekening gehouden worden met een waterleiding en mogelijk een waterkering. De locatie aan de Grote Kerkstraat 9 is geschikt, mits onderzocht wordt of er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of bedrijven niet beperkt worden in hun bedrijfsvoering.
37/38
Niet wenselijk De locatie brugklasgebouw van het Dongemond College wordt erg beperkt voor de ten zuiden gelegen hoogspanningsleiding. De magneetveldzone van 65 meter valt grotendeels over het plangebied. Ook wordt de locatie erg beperkt door de kinderopvang die op korte afstand is gelegen. Woningbouw aan de Maasdijk 20 is niet wenselijk. De locatie is op een bedrijventerrein gelegen tussen bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 4.2. Hierdoor is de kans aanzienlijk dat er geen sprake is van en aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Hiermee kan het volgende overzicht worden gemaakt: Tabel 1 Overzicht locaties
Onderverdeling Ja, mits
Nee
38/38
Locatie De Oude Melkhaven Ten westen van Wim Boonsstraat Molenstraat 1 Karthuizerstraat 75 Restaurant de Triangel Grote Kerkstraat 9 Brugklasbouw Dongemond College Maasdijk 20