CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Kernwaarden Integrale verordening sociaal domein

De raad besluit 6 februari 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Kernwaarden Integrale Verordening sociaal domein3.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kernwaarden Integrale verordening sociaal domein Toelichting op document: Onderstaand treft u de kernwaarden op basis waarvan we de Omgekeerde/integrale verordening sociaal domein gaan opstellen. De kernwaarden zijn het uitgangspunt voor de wijze waarop de dienstverlening in het sociaal domein is georganiseerd in de gemeente Geertruidenberg. De kernwaarden zijn geformuleerd uit bestaande beleidsvisies uit onze gemeente, waaronder het Beleidskader sociaal domein (2021), de regiovisie Jeugd (2021) en het programmaplan Mens & Zorg (2023). We hebben drie kernwaarden geformuleerd aan de hand van de volgende visies uit het Beleidskader sociaal domein: o Visie op meedoen o Visie op preventie, ondersteuning en zorg o Visie op de rol van de gemeente Deze kernwaarden hebben we vervolgens per hoofdstuk uit de verordening sociaal domein verder uitgediept.

De gemeente Geertruidenberg zorgt ervoor dat alle inwoners de zorg krijgen die zij nodig hebben. Dit is in lijn met de wettelijke verplichtingen die de gemeente vanuit het sociaal domein heeft. Ondersteuning is een vangnet voor de kwetsbare inwoners die het écht nodig hebben en het zelf niet kunnen organiseren. Met de inwoner wordt samen gekeken naar oplossingsmogelijkheden voor de ondersteuningsvraag. Dit gebeurt aan de hand van de piramide van eigen kracht. Het uitgangspunt is dat de oplossing voor iemands probleem zo laag mogelijk in de piramide gevonden moet worden. Inwoners die een hulpvraag hebben, kijken eerst naar hoe ze op eigen kracht of met hulp van hun sociale netwerk tot een oplossing van de hulpvraag kunnen komen. Als de inwoner het niet zelf of met hulp van zijn netwerk kan oplossen, komt de gemeente in beeld. De gemeente bekijkt of er vrij toegankelijke of algemene voorzieningen zijn, waar de inwoner gebruik van kan maken. Wanneer algemene voorzieningen ook geen oplossing bieden, kan iemand in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening. De gemeente beoordeelt wat de beste passende ondersteuning is aansluitend op de eigen mogelijkheden en situatie van de inwoner.

1

Hoofdstuk 1 Inleiding We gebruiken voor de omgekeerde verordening waarden om de besluiten die we nemen te onderbouwen. Deze zijn niet nieuw, ze lagen al ten grondslag aan de verordeningen en het beleid dat we hanteerden. Nieuw is dat we deze waarden niet meer gebruiken om de verschillende vormen van ondersteuning te beschrijven. We gebruiken ze juist om wat we met onze ondersteuning willen bereiken, het effect, te beschrijven. Daardoor zijn er minder regels aan de verschillende vormen van ondersteuning verbonden waardoor het makkelijker wordt die vorm te kiezen en in te zetten die daadwerkelijk werkt. Op die manier geven we invulling aan maatwerk. We verschuiven de focus in de verordening van de beschrijving van de kistjes (voorzieningen) naar de beschrijving van de appeltjes (effecten).

Daar zitten wel beperkingen aan. Wet- en regelgeving schrijven voor dat we bepaalde (voorwaarden voor) voorzieningen moeten beschrijven. Waar mogelijk kiezen we toch zoveel mogelijk voor ruimte voor de professional en de inwoner om samen te bepalen welke ondersteuning nodig is. De volgende kernwaarden staan centraal in het beleid en de uitvoering in de gemeente Geertruidenberg. In verschillende situaties kunnen ze belangrijker of minder belangrijk zijn. Daarom wordt per thema aangegeven hoe de kernwaarden een rol spelen. De verschillende thema’s vormen straks de hoofdstukken van de integrale verordening.

1. Kernwaarde meedoen Definitie Iedereen doet naar vermogen mee aan het sociaal, maatschappelijk en economisch verkeer. Dat is een samenspel tussen inwoner, gemeenschap en de gemeente. Inwoners werken aan zelfredzaamheid en zijn weerbaar. Door samen te werken creëren we een omgeving waarin niemand wordt uitgesloten. 2

Wat betekent dit voor de inwoner? Als inwoner voel ik me gehoord en word ik met respect en zonder waardeoordeel tegemoet getreden. Als inwoner heb ik eigenaarschap, verantwoordelijkheid voor mezelf en mijn omgeving, en houd ik de regie op het eigen leven. Dit betekent dat ik eerst zelf probeer om met mijn eigen omgeving een oplossing voor mijn problemen te zoeken. Als dit niet lukt dan kan ik mijn vraag stellen aan de gemeente voor eventuele ondersteuning. Wat moet de gemeente daarvoor doen: Als organisatie geven we ruimte aan de inwoners en stimuleren we dat zij een actieve rol hebben. We zoeken instemming over het te bereiken effect en de bijbehorende oplossing en stemmen verwachtingen over en weer af. Daarbij heeft de organisatie vertrouwen in de professionaliteit van de medewerker om te komen tot de juiste beslissing.

2. Kernwaarde preventie, ondersteuning en zorg Definitie Met preventie en vroegsignalering voorkomen we problemen of verergering van problematiek. Iedereen is verantwoordelijk voor het eigen leven. Alleen daar waar nodig, is, zo mogelijk tijdelijk, ondersteuning aanwezig om mensen op weg te helpen. Voor wie dat niet kan, wordt gezorgd. Wat betekent dit voor de inwoner? Ik kan als inwoner op vrij toegankelijke plekken terecht met vragen of problemen. Ook kan ik op plekken terecht om mensen te ontmoeten om mijn netwerk te versterken. Dit ondersteunt me om een gezond en actief leven te leiden en steeds te anticiperen op volgende levensfasen. Ik voel me daar zelf verantwoordelijk voor en lever een actieve bijdrage aan het oplossen van situaties. Wat moet de gemeente daarvoor doen: Als organisatie zorgen wij voor vrij toegankelijke voorzieningen. Tevens stimuleren we sociale cohesie en samenwerking met en tussen organisaties. We organiseren een wijkgericht aanbod en ondersteunen vrijwilligers en mantelzorgers. Wanneer inwoners ons om ondersteuning komen vragen wijzen wij hen eerst op dat aanbod en zorgen voor passende ondersteuning wanneer dat echt nodig is. Daarbij werken wij nauw samen met maatschappelijke partners.

3. Kernwaarde rol van de gemeente Definitie De gemeente is onderdeel van de samenleving en één van de partijen in het leven van een inwoner. Deze inwoner is zelf verantwoordelijk voor het verloop van het eigen leven, alleen wanneer dit niet lukt kan de gemeente, zo mogelijk tijdelijk, ondersteunen. Wat betekent dit voor de inwoner? Als inwoner kan ik zelf aan de slag met mogelijke oplossingen voor mijn problemen. Ik voel me gehoord en serieus genomen wanneer ik ondersteuning zoek. Ik word aangesproken op mijn eigen

3

verantwoordelijkheid om problemen, eventueel met behulp van mijn netwerk, op te lossen en houd zo zelf de regie. Daarbij realiseer ik me dat niet alles oplosbaar is. Wat moet de gemeente daarvoor doen: Als organisatie luisteren wij naar inwoners en nemen hen serieus. We voorkomen willekeur en gaan uit van eigen kracht en verantwoordelijkheid van onze inwoners. We informeren inwoners actief over (voorliggende) voorzieningen en maken duidelijk wat de wederzijdse verwachtingen zijn. Daarbij zijn we kostenbewust en zoeken we naar duurzame oplossingen. We sturen op kwaliteit en effectiviteit. De organisatie vertrouwt op de afweging van de professional hierbij. Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop een inwoner ondersteuning kan vragen als het gaat om één of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Hierin beschrijven wij hoe een vraag om ondersteuning ingediend kan worden, hoe de afhandeling hiervan in zijn werk gaat en wat wij van de inwoner verwachten. Uitgangspunt is dat u al uw vragen om ondersteuning in één keer kunt stellen. Wij kijken breed naar uw ondersteuningsvraag en uw persoonlijke situatie. Wij informeren u over onze procedures. Voor jeugdhulpvragen geldt een andere procedure. Dit beschrijven wij vanaf paragraaf 2.6. De kernwaarden die hier belangrijk zijn is dat we kijken naar wat iemand zelf heeft of kan (kernwaarde 1 en 2).

We spreken mensen aan op hun eigen verantwoordelijkheid om problemen het hoofd te bieden wanneer ze daartoe in staat zijn (kernwaarde 1 en 3). Daarvoor is het nodig dat mensen hun verhaal kunnen vertellen en dat zij gehoord worden (kernwaarde 1 en 3). Als mensen het probleem niet zelf of met hun omgeving kunnen oplossen, biedt de gemeente (tijdelijke) passende ondersteuning (kernwaarde 2). De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 2 van de verordening: • • •

We kijken naar wat iemand zelf heeft of kan. We spreken mensen aan op hun eigen verantwoordelijkheid om problemen het hoofd te bieden wanneer ze daartoe in staat zijn. Inwoners kunnen hun verhaal vertellen en worden gehoord.

Hoofdstuk 3. Werk en Participatie In dit hoofdstuk staat hoe wij inwoners helpen bij het vinden van duurzaam en passend werk. Wij willen dat inwoners naar vermogen deelnemen aan de samenleving, bij voorkeur in een reguliere en betaalde baan. Ook wanneer iemand een arbeidsbeperking heeft. Als blijkt dat betaald werk voor u nog niet haalbaar is, dan bekijken we op welke wijze participeren aan de samenleving voor u wel mogelijk is. Wij kunnen hierbij helpen door het inzetten van zogenaamde voorzieningen. Welke dat zijn wordt in dit hoofdstuk beschreven. Dit hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die wij kunnen vragen. Tot slot gaat dit hoofdstuk over meedoen aan activiteiten in de samenleving als u een beperking heeft. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf of van de gemeente, maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar). Alle kernwaarden spelen hierbij een belangrijke rol. We willen dat iedereen mee kan doen waarbij de focus ligt op het verkrijgen van betaald werk. Als betaald werk niet mogelijk is, onderzoeken we met de inwoner of er andere activiteiten zijn die kunnen worden ondernomen. Dit zijn dan activiteiten die een bijdrage leveren aan persoonlijke ontwikkeling, aan de samenleving als geheel en waarmee stappen kunnen worden gezet richting betaald werk (kernwaarde 1). We verwachten dat de inwoner 4

daar de verantwoordelijkheid voor neemt (kernwaarde 1 en 3) en een actieve bijdrage levert (kernwaarde 2). Als betaald werk niet mogelijk is willen we toch graag dat mensen actief zijn in de samenleving. We kijken welke mogelijkheden er zijn voor een zinvolle dagbesteding (kernwaarde 1). We kiezen steeds voor die oplossingen die leiden tot een zo duurzaam mogelijke oplossing (kernwaarde 3). De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 3 van de verordening: •

• • • •

Wij helpen u zo goed mogelijk om duurzaam en passend werk te vinden. Als betaald werk (nog) niet mogelijk is, onderzoeken we met u of er andere activiteiten zijn die u kan ondernemen. Dit zijn dan activiteiten die een bijdrage leveren aan uw persoonlijke ontwikkeling, aan de samenleving als geheel en waarmee u stappen zet richting betaald werk. Betaald werk gaat voor onbetaald werk en een uitkering. Wij hebben zorg voor kwetsbare inwoners. Als betaald werk niet mogelijk is, dan kijken we samen welke mogelijkheden er zijn voor een zinvolle dagbesteding. Wij kiezen voor oplossingen die leiden tot een zo duurzaam mogelijke oplossing.

Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders/opvoeders, jeugdigen, hun netwerk en onze samenwerkingspartners in de gemeenschap. Als zij dit zelf niet kunnen, dan kunnen zij om hulp vragen bij de gemeente. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de ouders, de jeugdige, hun netwerk en het systeem om hen heen voorop. Wanneer ouders en jeugdigen ons om ondersteuning komen vragen worden zij eerst gewezen op het voorliggend aanbod en zorgt de gemeente voor passende ondersteuning wanneer dat echt nodig is. Uit de kernwaarden vloeit voort dat ouders in eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen (kernwaarde 1). Vanaf 18 jaar zijn ook de jeugdigen daar medeverantwoordelijk voor (kernwaarde 1 en 3). Wij ondersteunen als dat nodig is en stemmen dit af met de betrokkenen, waarbij de eigen mogelijkheden en die van het eigen sociale netwerk voorgaan (kernwaarde 1). We gaan ervan uit dat tegenslagen onderdeel zijn van het leven. Dit betekent dat we accepteren dat de ontwikkeling van kinderen vaak met hobbels verloopt en dat daar lastig gedrag bij kan horen. In die brede blik op ontwikkeling past ook een focus op wat het kind wel kan in plaats van uitgaan van problemen of een tekort.

Door meer te focussen op wat goed gaat ontdekken inwoners hun mogelijkheden en bepalen wat voor hen normaal is (kernwaarde 2 en 3). Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op. De hulp aan jeugdigen is zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk (kernwaarde 3). De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 4 van de verordening: • • • •

Kinderen moeten gezond en veilig kunnen opgroeien. Ouders zijn daarvoor verantwoordelijk. Vanaf 18 jaar is een jeugdige hier zelf ook verantwoordelijk voor. Wij ondersteunen als dat nodig is en stemmen dit af met de betrokkenen, waarbij eigen mogelijkheden van het gezin en die van het eigen sociale netwerk voorgaan. Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op. De ondersteuning aan jeugdigen is zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk.

5

Hoofdstuk 5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychische of psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om deze inwoners te ondersteunen als ze niet in staat zijn om zelf, dan wel met personen in hun omgeving, oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. De gemeente verwacht hierbij dat inwoners zelf ook rekening houden met de toekomst en hierop inspelen om problemen te voorkomen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de ondersteuning die de gemeente deze inwoners kan bieden. Uit de kernwaarden volgen de volgende zaken die we daarbij belangrijk vinden. We kijken eerst naar oplossingen die inwoners zelf in kunnen zetten. We streven zelfredzaamheid na (kernwaarde 1 en 3) en kijken naar wat iemand zelf of diens omgeving bij kan dragen (kernwaarde 1 en 2). We vragen inwoners te anticiperen op de verschillende levensfasen (kernwaarde 2). Daarbij kunnen ook inzet van mantelzorgers of vrij toegankelijke voorzieningen in de wijk een rol spelen (kernwaarde 2).

Als de inwoner geen mogelijkheden heeft om op eigen kracht of met de omgeving het gewenste effect te bereiken, dan ondersteunt de gemeente. Niet alles is oplosbaar, maar we werken aan een aanvaardbaar niveau van participatie en zelfredzaamheid en zijn kostenbewust bij het aandragen van oplossingen (kernwaarde 3). De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 5 van de verordening: • • • • • •

Als u een beperking en/of langdurige psychische of psychosociale problemen hebt, moet u zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in uw eigen omgeving. Wij verwachten van u dat u anticipeert op volgende levensfases. Als u geen mogelijkheden heeft om op eigen kracht of met de omgeving de hulpvraag op te lossen, dan ondersteunt de gemeente. Wij ondersteunen mantelzorgers om te voorkomen dat zij overbelast raken. Niet alles is oplosbaar, maar we streven naar een aanvaardbaar niveau van participatie en zelfredzaamheid. Wij zijn kostenbewust bij het aandragen van oplossingen.

Hoofdstuk 6 De vorm van de ondersteuning Als inwoners ondersteuning kunnen krijgen van de gemeente, moet de gemeente ook bepalen in welke vorm die ondersteuning dan wordt gegeven. De ondersteuning van de gemeente kan in de vorm van geld zijn, of ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er ondersteuning wordt ingezet (een dienst of een product). Gaat het om Wmo-hulp of Jeugdhulp, dan kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend krijgen als aan de voorwaarden is voldaan. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm de ondersteuning wordt ingezet en welke regels daarbij horen. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen op grond van de Wmo. Vanuit de kernwaarden vinden we het daarbij belangrijk dat we met de inwoner overeenstemming hebben over wat we met de hulp willen bereiken (kernwaarde 1). We zoeken samen naar een oplossing waarbij we eerst kijken wat iemand zelf heeft of kan (kernwaarde 1 en 2). De inwoner behoudt een grote verantwoordelijkheid voor het eigen leven (kernwaarde 1 en 3) en we verwachten een actieve bijdrage (kernwaarde 2). Wanneer dat niet gebeurt, kunnen we de inwoner daarop aanspreken en zo nodig maatregelen nemen. 6

De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 6 van de verordening: • • • •

Wij versterken de zelfredzaamheid van de inwoner. Wij gaan met elkaar u in gesprek over wat we met de ondersteuning willen bereiken. Wij kijken eerst naar wat uw eigen mogelijkheden en die van uw sociale netwerk zijn. Wij verwachten van u, voor zover mogelijk, een actieve bijdrage aan het oplossen van het probleem.

Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden Wij hebben een financieel vangnet voor inwoners die een laag inkomen en geen of weinig vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Inwoners met een bijstandsuitkering en andere inwoners met een lastige financiële situatie kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Daarnaast geven we enkele basisregels voor de ondersteuning die wij kunnen bieden bij een schuldenprobleem. Vanuit de kernwaarden hebben we in dit hoofdstuk de focus op het vergroten van de zelfredzaamheid en het eigenaarschap van onze inwoners (kernwaarde 1). We proberen mogelijke problemen vroeg te signaleren (kernwaarde 2) of te voorkomen. Hiervoor willen we dat inwoners hun netwerk versterken en anticiperen op de levensfasen die voor hen liggen (kernwaarde 2). We informeren inwoners actief om problemen te voorkomen en oplossingen aan te dragen die leiden naar een duurzame en stabiele situatie. De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 7 van de verordening: • • • •

Wij zetten ons in om armoede en schulden te voorkomen. Wij zorgen voor een financieel vangnet. Wij verwachten van u dat u anticipeert op volgende levensfasen. Wij bieden ondersteuning om de bestaanszekerheid van inwoners te vergroten en naar vermogen mee te doen.

Hoofdstuk 7B. Inburgering De gemeente is sinds 1 januari 2022 verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van inwoners gedurende hun inburgering. Het doel van de inburgering is dat inburgeraars zo snel mogelijk mee kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Hiervoor worden inburgeringsvoorzieningen ingezet waarin taal en praktijk worden gecombineerd. Kernwaarden: • Iedereen doet naar vermogen mee. • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • Wij hebben zorg voor kwetsbare groepen. • Als betaald werk of een opleiding niet mogelijk zijn, dan kijken we naar welke mogelijkheden er wel zijn om mee te doen in de samenleving. • Wij kiezen voor oplossingen die leiden tot een duurzame oplossing. Hoofdstuk 8 Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en inwoners met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. 7

Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Als die niet worden nagekomen, dan kan de uitkering of ondersteuning worden beëindigd, teruggevorderd of verlaagd. Vanuit de kernwaarden is daarbij van belang dat inwoners in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn (kernwaarde 1 en 2) en dat we van hen een actieve rol verwachten (kernwaarde 1). We zijn vooraf duidelijk over de wederzijdse verwachtingen (kernwaarde 3). De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 8 van de verordening: • • • • •

Wij luisteren naar u en nemen u serieus. U bent zelf verantwoordelijk, wij ondersteunen als dat nodig is. U geeft de informatie die nodig is. Wij verwachten een actieve rol van u bij het oplossen van uw probleem. Wij zijn vooraf duidelijk over de wederzijdse verwachtingen

Hoofdstuk 9 Inspraak voor inwoners Het beleid dat wij maken en uitvoeren is bedoeld voor onze inwoners. Met hun ervaringen kunnen wij ons beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Dat wordt inspraak genoemd. De gemeente Geertruidenberg heeft hiervoor de Verordening Burgerparticipatie vastgesteld. Ook is geregeld dat er een Adviesraad Sociaal Domein (ASD) is en zijn de taken van deze raad beschreven in de Verordening Adviesraad Sociaal Domein. We geven met dit hoofdstuk ruimte aan de inwoners (kernwaarde 1) en luisteren naar hen bij het vormgeven van onze dienstverlening (kernwaarde 3). De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 9 van de verordening: • • •

Wij handelen professioneel door u de ruimte te geven en naar u te luisteren We nemen u serieus. Met uw ervaring willen wij onze dienstverlening verbeteren.

Hoofdstuk 10. Klachten en bezwaren Wij proberen het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat iemand het niet eens is met onze aanpak. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Vanuit de kernwaarden vinden we het belangrijk te luisteren naar inwoners en hen serieus te nemen (kernwaarde 3). We hebben ook een groot vertrouwen in de professionaliteit van de medewerkers bij het vormgeven van een oplossing (kernwaarde 1). Zij voorkomen willekeur en stemmen vooraf goed af met de inwoner wat er wederzijds van elkaar verwacht kan worden (kernwaarde 3). De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 10 van de verordening: • •

Wij handelen professioneel en nemen u serieus. Wij ondersteunen u om op een toegankelijke manier uw mening te geven.

Hoofdstuk 11 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

8

De diensten en producten die wij leveren, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van onze inwoners. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar zijn. Wij moeten ons bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Wij maken vaak samen met andere gemeenten in de regio afspraken met aanbieders om de kwaliteit van bestaande producten en diensten te verbeteren en innovaties te stimuleren. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten in het sociaal domein. Vanuit de kernwaarden zijn vooral het samenwerken en het sturen op kwaliteit (kernwaarde 3) hier van belang. De volgende kernwaarden staan in hoofdstuk 11 van de verordening: • • •

Onze diensten en producten zijn kwalitatief goed en passend bij wat nodig is. Wij handelen professioneel en nemen u serieus. Wij werken efficiënt en doelgericht.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=2b122b17-889e-42e0-8211-325f9910515d