Kaderstellende notitie subsidiebeleid
Tekst van het document
Kaderstellende notitie subsidiebeleid gemeente Geertruidenberg
Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................. 3 1.1. Aanleiding ................................................................................................................... 3 1.2. Doel en reikwijdte ........................................................................................................ 3 1.3. Instrument subsidie ..................................................................................................... 4 1.4. Positie gemeenteraad en college van B&W ................................................................. 5 1.5. Leeswijzer ................................................................................................................... 6 2. Huidig subsidiebeleid......................................................................................................... 7 2.1. Subsidieverordeningen en regelingen ......................................................................... 7 2.2. Subsidieprogramma .................................................................................................... 7 2.3. Conclusie over huidig subsidiebeleid ........................................................................... 8 3. Belangrijke kaders voor gedegen subsidiebeleid ...............................................................
9 3.1. Koppeling met beleidsdoelen ...................................................................................... 9 3.2. Kaders voor een doelmatige, rechtmatige en efficiënte subsidieverstrekking .............. 9 4. Grijze subsidies, vastgoed- en evenementenbeleid ..........................................................13 4.1. Grijze subsidies ..........................................................................................................13 4.2. Vastgoed ....................................................................................................................14 4.3. Evenementen .............................................................................................................15 4.4. Koppeling met subsidiebeleid .....................................................................................15 5. Het nieuwe subsidiebeleid ................................................................................................16 5.1. Algemene subsidieverordening (ASV) ........................................................................16 5.2. Nadere regels (subsidieregelingen) ............................................................................16 5.3. Participatie .................................................................................................................17 5.3.1.
Noodzaak participatietraject ................................................................................17 5.3.2. Participatie bij de ASV .........................................................................................17 5.3.3. Participatie bij de nadere regels...........................................................................17 5.3.4. Participatie in lijn met artikel 4 van de verordening ..............................................18
2
1. Inleiding 1.1. Aanleiding Het subsidiebeleid van gemeente Geertruidenberg bestaat (onder andere) uit de Gewijzigde subsidieverordening Sociaal Domein (2018) en het Subsidieprogramma Sociaal Domein 2018-2024. De verordening en het subsidieprogramma zijn de formele basis voor alle subsidies op de gebieden Maatschappelijke samenhang, ondersteuning en zorg; Jeugdbeleid; Kunst, cultuur en erfgoed; Toerisme en recreatie; Sport; Participatie. Jaarlijks geeft de gemeente hier circa € 2,5 miljoen aan uit. Het subsidieprogramma loopt echter op 1 januari 2025 af (zie raadsbesluit Actualisering subsidiebeleid sociaal domein van 22 februari 2018). Tot 1 januari 2026 worden de lopende subsidies verlengd. Hierna moeten de nieuwe kaders (het nieuwe subsidiebeleid) verder uitgewerkt, geformaliseerd en geïmplementeerd zijn. Eind 2022 is geconstateerd dat dit het geschikte moment is om het subsidiebeleid aan te laten sluiten op het beleidskader Sociaal Domein (vastgesteld in 2021) en, met name, de opgaven Mens & Zorg en Leefbaarheid. Zo kunnen we toewerken naar een verbeterd (integraal) beleid waarin de beschreven doelstellingen en maatschappelijke effecten leidend zijn. De afgelopen jaren is tevens gebleken dat zowel de subsidieverordening als het programma niet goed aansluiten bij de maatschappelijke vraagstukken die spelen en de initiatieven die daarvoor worden ingediend.
De gemeente geeft daarnaast ook subsidie op andere beleidsterreinen, op basis van andere verordeningen of regels. Deze zijn niet altijd even inzichtelijk en de kaders soms onduidelijk. De gedachte is om deze subsidies in kaart te brengen en hier een gezamenlijk beleid voor te creëren. Tevens zijn hierdoor bij de subsidieverstrekking veel uitzonderingen gemaakt op het bestaande beleid doordat een besluit bijvoorbeeld niet paste binnen de strakke kaders van de verordening en/of het programma. Een verbeterd subsidiekader is belangrijk voor het effectiever, doelmatiger, transparanter en rechtmatiger inzetten van financiële middelen voor het behalen van beleidsdoelen en het creëren van maatschappelijke effecten in de samenleving. Als eerste stap is daarom begin 2023 het bestaande beleid in- en extern geëvalueerd. Dat heeft input geleverd voor een aantal uitgangspunten voor het nieuwe subsidiebeleid. Een aantal daarvan is aan de gemeenteraad (hierna: de raad) voorgelegd en gedebatteerd. Mede naar aanleiding daarvan is specifiek gekeken naar de relatie tussen het subsidie-, accommodatie- en evenementenbeleid zodat het gemeentelijke aanbod hieruit ook op het nieuwe subsidiebeleid kan aansluiten. De uitkomst van dit traject is verwerkt in de bestuursopdracht “Realisatie subsidiebeleid 2025”.
Deze notitie bouwt verder op deze informatie en stelt op basis van deze evaluaties kaders op voor nieuw beleid. Het nieuwe subsidiebeleid draagt daarmee in brede zin bij aan een betere focus en sturing op strategische doelstellingen en maatschappelijke effecten.
1.2. Doel en reikwijdte Het doel is om vanaf 2026 de subsidieverstrekking anders in te richten en te gaan werken met een nieuw vastgesteld subsidiebeleid. Dit subsidiebeleid zal bestaan uit tenminste een Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) en verschillende nadere regels. Hiervoor moet een flinke omslag gemaakt worden. Zeker omdat het nieuwe beleid veel impact zal hebben op de huidige werkwijzen en rolverdelingen tussen raad en het college van burgemeester en 3
wethouders (hierna: het college). Deze Kaderstellende notitie wordt opgesteld om de noodzaak voor nieuw subsidiebeleid uit te leggen en kaders mee te geven. De noodzaak zit vooral in het feit dat het subsidieprogramma afloopt en er sterke behoefte is aan een moderne inrichting van de subsidieverstrekking zodat gemeenschapsgeld effectiever, doelmatiger, transparanter en rechtmatiger ingezet kan worden In deze notitie staat ook een hoofdstuk over ‘grijze subsidies’, het evenementenbeleid en accommodatiebeleid. Het doel is om deze twee beleidsterreinen zoveel mogelijk af te stemmen op het nieuwe subsidiebeleid. Verder wordt de huidige situatie van het subsidiebeleid binnen de gemeente Geertruidenberg beschreven om vervolgens een concreet kader te bieden voor de ontwikkeling van een hernieuwd en verbeterd subsidiebeleid. Het kader heeft als uiteindelijk doel om te komen tot een uniforme en transparante werkwijze bij de subsidieverstrekking in de gemeente. In de nota is dit als volgt vertaald: Inzicht in het huidige subsidiebeleid o Een overzicht van de uitgangspunten, procedures en resultaten van het huidige subsidiebeleid, inclusief de knelpunten en verbeterpunten die in de praktijk zijn gesignaleerd. Dit vormt de basis voor de ontwikkeling van verbeterde kaders.
Nieuwe uitvoeringskaders o Deze kaders bieden duidelijke richtlijnen voor het op te stellen subsidiebeleid en zijn resultaatgericht ingericht. Ze benadrukken de koppeling tussen beleidsdoelen en effectief gebruik van financiële middelen om de gewenste doelen en maatschappelijke effecten te bereiken. Toekomstgerichte uitvoeringspraktijk o De notitie stelt eisen aan de flexibiliteit van het beleid om in te kunnen spelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven. Ook benadrukken de kaders het belang van samenwerking en het inspelen op enkele maatschappelijke probleemstukken, zoals bijvoorbeeld ‘grijze subsidies’ (zie Hoofdstuk 4), die zich verhouden tot het op orde brengen van de subsidieverstrekking in Geertruidenberg. Deze notitie dient dus niet alleen als een inventarisatie van de huidige situatie, maar ook als een strategisch document dat richting geeft aan de toekomstige inrichting van het subsidiebeleid. Hiermee wordt de basis gelegd voor een beleid dat maatschappelijke waarde creëert en aansluit bij de prioriteiten van de gemeente Geertruidenberg.
1.3. Instrument subsidie Een subsidie is in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedefinieerd als: “een aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt, met het oog op bepaalde activiteiten, zijnde geen betaling voor aan bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.” Subsidie is geen doel op zichzelf, maar een middel om een beleidsdoel te verwezenlijken. Verder moet een subsidie, uitzonderingen daargelaten1, altijd gebaseerd zijn op een wettelijk voorschrift. Hierin moet terug te vinden zijn voor welke activiteiten en onder welke voorwaarden subsidie kan worden verstrekt. Als deze wettelijk voorschrift voor
1 Deze uitzonderingen staan specifiek opgenomen in artikel 4:23, derde lid van de AwB
4
subsidieverstrekking ontbreekt, is het bestuursorgaan onbevoegd om subsidies te verstrekken. Een wettelijk voorschrift is voor decentrale overheden vaak de Subsidieverordening en de daaruit voortvloeiende nadere regels (subsidieregelingen). Subsidie is een belangrijk beleidsinstrument om initiatieven in de samenleving te stimuleren en/of mogelijk te maken door de verstrekking van financiële middelen. Indirect dragen subsidies daarmee bij aan veel strategische doelstellingen en effecten in verschillende opgaven. In Geertruidenberg met name bij de opgaven Mens & Zorg, Leefbaarheid en Duurzaamheid. In de meeste gemeenten wordt er gewerkt met een ASV en daaruit voortvloeiende nadere regels (d.w.z. subsidieregelingen). Het subsidiebeleid geeft de kaders voor de wijze waarop subsidie wordt verstrekt. Deze kaders zorgen voor een rechtmatige, doelmatige en transparante besteding van middelen. Ook dient het als een toetsingskader waarmee subsidieregelingen periodiek geëvalueerd kunnen worden. Een effectieve en adequate subsidieverstrekking dient FERM te zijn.
De letters FERM staan voor: F = Functioneel E = Efficiënt R = Rechtmatig M = Maatschappelijk speelveld (behoefte van de doelgroep en hun dagelijkse praktijk) Deze benadering vormt een instrument om invulling te geven aan verwachtingen, het van toepassing zijnde beleid en om aan te sluiten bij de praktijk van bijvoorbeeld potentiële aanvragers. Met FERM kan inzicht worden verkregen in de te maken afwegingen en keuzes die nodig zijn om te komen tot subsidies die het gewenste maatschappelijk effect hebben. Daarnaast levert FERM een naslagwerk op waarin alle opties en keuzes zijn verwoord. Hierdoor worden de afwegingen vastgelegd die tot een keuze leiden waarop kan worden voortgebouwd in de toekomst. FERM komt ook terug in de uitganspunten van 3.2.
1.4. Positie gemeenteraad en college van B&W De rollen, taken en verantwoordelijken van de raad en het college zijn in veel gemeenten vergelijkbaar ingericht. Dit komt deels door bepalingen in de Awb, deels omdat dat aansluit bij de rol- en taakverdeling van raad en college zoals die gewoonlijk in de meeste gemeenten is ingevuld. Goede subsidieverstrekking vraagt samenwerking van raad en college. De rol van deze beide organen daarbij kunnen als volgt worden omschreven: Raad: Kaders stellen: o De raad bepaalt het algemene subsidiebeleid van de gemeente. Dit gebeurt door het vaststellen van de ASV. o De ASV bevat de algemene regels en procedures voor subsidieverstrekking, zoals de termijnen, vereisten voor aanvragen, verplichtingen van subsidieontvangers en bepalingen over verantwoording. Beleidsdoelen vaststellen: o De raad stelt de prioriteiten en beleidsdoelen vast in beleidsnota’s, bijvoorbeeld welke maatschappelijke activiteiten worden ondersteund (zoals sport, cultuur of duurzaamheid).
5
o
Dit kan in de vorm van een begroting waarin middelen voor subsidies worden gereserveerd voor bepaalde thema's of doelgroepen. De raad stelt de begroting vast. Controleren: o De raad controleert of het college subsidies toekent en uitvoert binnen de vastgestelde kaders en beleidsdoelen. o Dit gebeurt door middel van jaarverslagen, begrotingscycli en rapportages over de besteding van subsidies.
College: Uitvoering van het subsidiebeleid: o Het college is verantwoordelijk voor het toepassen van de ASV in de praktijk. Dit betekent dat het college aanvragen beoordeelt, subsidies verleent en intrekt, en zorg draagt voor de financiële afhandeling. Nadere regels opstellen: o Het college kan op basis van de ASV nadere regels vaststellen. Deze regels concretiseren de subsidievoorwaarden voor specifieke beleidsdoelen of thema's. o Bijvoorbeeld: als de raad subsidie wil inzetten voor sportstimulering, kan het college nadere regels opstellen over welke sportactiviteiten in aanmerking komen en wat de hoogte van de subsidie is. Toezicht en handhaving: o Het college controleert of subsidieontvangers zich houden aan de voorwaarden. Indien nodig kan het college subsidies terugvorderen of stopzetten. Verantwoording afleggen: o Het college legt verantwoording af aan de raad over hoe de subsidiepraktijk is uitgevoerd. Dit gebeurt vaak via rapportages en jaarverslagen. Samenvattend De raad stelt kaders en beleidsdoelen vast (via ASV en begroting), en houdt toezicht op de uitvoering. Het college voert het beleid uit, verleent subsidies en stelt nadere regels op binnen de kaders van de ASV. Deze taakverdeling zorgt ervoor dat de raad zich richt op strategie en beleid, terwijl het college verantwoordelijk is voor de uitvoering en administratie van subsidieverstrekking.
1.5. Leeswijzer Deze notitie bestaat uit een vijftal hoofdstukken. Hoofdstuk 1 is de inleiding die de aanleiding en doel van de notitie beschrijft samen met een definitie van het instrument subsidie. Het tweede hoofdstuk gaat in op het huidige subsidiebeleid in Geertruidenberg. Daarna, in hoofdstuk 3, worden de kaders op hoofdlijnen geschetst die gebaseerd zijn op de voorgaande evaluaties zoals benoemd in de inleiding. In hoofdstuk 4 worden enkele maatschappelijke initiatieven die specifieke aandacht vereisen behandeld en hoe die zich verhouden tot het nieuwe subsidiebeleid. Ten slotte wordt in hoofdstuk 5 het beoogde subsidiebeleid uiteengezet op basis van de gestelde belangrijke kaders en maatschappelijke visie. Ook wordt hierin burgerparticipatie toegelicht in de vervolgstappen van de vorming van het nieuwe subsidiebeleid.
6
2. Huidig subsidiebeleid Geertruidenberg is éen van de weinige gemeenten in Nederland die nog geen Algemene subsidieverordening en daarbij behorende losse subsidieregelingen gebruikt. De Gewijzigde Subsidieverordening Sociaal Domein kan wel deels gezien worden als een ASV kijkende naar een aantal gelijkenissen met het VNG-model van de ASV. Toch missen er nu specifieke regels voor onderwerpen die buiten het Sociaal Domein vallen. Hier wordt dieper op in gegaan onder kopje 2.1.
2.1. Subsidieverordeningen en regelingen De Gewijzigde Subsidieverordening sociaal domein 2018 (hierna genoemd: Subsidieverordening) vormt een belangrijk juridisch kader voor het verstrekken van subsidies door de gemeente binnen het sociaal domein. Deze verordening bevat zowel een aantal algemene regels als specifieke regels voor de subsidieverstrekking in het sociaal domein. Naast de Subsidieverordening zijn er nog twee andere verordeningen en drie subsidieregelingen vastgesteld: 1. Verordening subsidiering van woonconsumentengroepen en/of organisaties 2000 2. Subsidieverordening leningen voor restauratie 2018 3. Subsidieregeling basisvoorziening welzijn gemeente Geertruidenberg (ook opgenomen in het Subsidieprogramma) 4. Subsidieregeling Armoedebeleid Geertruidenberg (valt onder artikel 2 van de Subsidieverordening) 5. Subsidieregeling IKsport (valt onder artikel 2 van de Subsidieverordening) Deze regelingen zijn echter geen subsidieregeling die voortvloeien uit een ASV (wat normaliter het geval is), aangezien er geen ASV is. De Gewijzigde Subsidieverordening sociaal domein is dus de enige verordening die in enige mate algemene kaders schetst voor de subsidieverstrekking door de gemeente. Echter, deze verordening geldt alleen voor het sociaal domein.
Derhalve loopt de gemeente het risico dat er allerlei verschillende afwegingen per beleidsdomein ontstaan door het gebrek aan algemene kaderstelling voor subsidieverstrekking, zoals een ASV. Specifieke regels voor andere thema’s waar bij veel gemeenten subsidie naar toegaat (denk aan duurzaamheid en sport & bewegen) ontbreken nagenoeg. De verordening Sociaal Domein kent veel zwakke plekken als er gekeken wordt naar de uitgangspunten en randvoorwaarden van gedegen subsidiebeleid (deze komen terug in hoofdstuk 3). De verordening formuleert bijvoorbeeld onvoldoende specifiek de maatschappelijke doelen die met de subsidies worden nagestreefd. Dit kan het moeilijk maken om de impact van gesubsidieerde projecten te meten (bijvoorbeeld bij waarderingssubsidies).
2.2. Subsidieprogramma Het subsidieprogramma is gericht op het ondersteunen van maatschappelijke organisaties en initiatieven die bijdragen aan het behalen van gemeentelijke beleidsdoelen. Het programma wordt als het ware gebruikt als een soort ASV en verscheidene subsidieregelingen in één. Zo krijgt de gemeenteraad in het programma de bevoegdheid om 7
een subsidieplafond in te stellen. Juridisch gezien ligt dit ook bij de raad die deze bevoegdheid in een verordening (bijv. de ASV) kan delegeren aan het college. In de praktijk is dat in de meeste gemeente ook het geval. Van deze rolverdeling wordt momenteel afgeweken. Daarnaast, of er een plafond is vastgesteld en op welke beleidsterreinen dit plafond van toepassing zou zijn is ook onduidelijk. Kijkende naar het programma heeft de raad (te) veel taken en verantwoordelijkheden in de subsidieverstrekkingsprocessen (in vergelijking met de gangbare rolverdeling uit hoofdstuk 1.3). De raad controleert de uitvoering door het college, dat wil zeggen de verantwoording van de verstrekte subsidies, geeft goedkeuring over de begroting en bepaald in feite welke partijen subsidie gaan ontvangen. Dit wordt namelijk voor vier jaar vastgelegd in het programma. Hoe er om wordt gegaan met incidentele aanvragen wordt niet helder beschreven. Het aanvraagproces ziet er als volgt uit: Aanvraag en beoordeling: o Subsidieaanvragen voor activiteiten moeten vóór 1 mei worden ingediend voor het volgende jaar. o Beoordeling vindt plaats vóór 1 oktober, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de raad. o Subsidies worden voor vier jaar verleend, maar de jaarlijkse hoogte wordt vastgesteld op basis van activiteiten en ledenaantallen.
Controle op ledenaantal: o Bij een stijging of daling van ledenaantallen met meer dan 15% wordt de subsidie aangepast. o Blijft de wijziging binnen 15%, dan wordt de subsidie niet aangepast. Verantwoording en prioritaire doelgroepen: o Jaarstukken moeten vóór 1 mei worden ingediend, waarin de uitgevoerde activiteiten worden verantwoord. o Extra activiteiten voor prioritaire doelgroepen worden alleen beloond als deze succesvol zijn uitgevoerd.
2.3. Conclusie over huidig subsidiebeleid Er kan geconcludeerd worden dat de gemeente op afwijkende wijze subsidies verstrekt, mede in vergelijking met vele andere gemeenten, door het ontbreken van een ASV. De algemenere regels omtrent indieningstermijn en beslistermijnen zijn redelijk standaard. Echter, het is lastiger om eenduidig subsidiebeleid vast te stellen voor specifieke beleidsthema’s doordat algemene artikelen niet vastgelegd zijn in een ASV. Hierdoor zijn weigeringsgronden zeer beperkt en tevens roept het serieuze vragen op over de rechtmatigheid, doelmatigheid en efficiëntie van de subsidieverstrekking. De huidige werkwijze is ook gevoeliger voor willekeur. Veel van de uitgangspunten voor gedegen subsidiebeleid sluiten niet aan bij het huidige beleid of staan zelfs op gespannen voet met elkaar. De raad krijgt een grote rol in het subsidieprogramma wat ongebruikelijk is voor een uitvoeringsinstrument. Ook subsidievoorwaarden, weigeringsgronden, termijnen, etc. zijn vaag beschreven of ontbreken. De verhouding tussen de raad en het college komt daarmee niet overeen met de gangbare verhoudingen in andere gemeenten. 8
3. Belangrijke kaders voor gedegen subsidiebeleid 3.1. Koppeling met beleidsdoelen Het subsidiebeleid hoort aansluiting te vinden bij de door de raad en het college vastgestelde beleidsdoelen. Dat wil zeggen dat deze doelen leidend zijn bij hoe, waarom en aan wie de subsidie wordt verleend. Het uitgangspunt is dat subsidieaanvragen niet alleen voldoen aan administratieve vereisten, maar dat ze ook concrete bijdragen leveren aan gemeentelijke prioriteiten op het gebied van bijvoorbeeld welzijn, duurzaamheid, inclusiviteit en cultuurparticipatie. Om de effectiviteit van subsidies te waarborgen worden duidelijke en meetbare indicatoren vooraf gedefinieerd door beleid. Deze indicatoren maken het mogelijk om niet alleen te meten of de activiteiten zijn uitgevoerd, maar ook of deze daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de beoogde maatschappelijke resultaten. Bijvoorbeeld, bij projecten die gericht zijn op jeugdparticipatie kan het aantal betrokken jongeren een indicator zijn, maar ook de kwaliteit van hun deelname wordt geëvalueerd door middel van kwalitatieve feedback en impactmetingen. Het gaat er dus in eerste instantie om dat het beleid inhoudelijk concreter wordt gemaakt. Alleen dan kunnen subsidies effectiever verstrekt worden. Dit vraagt dat beleid zo concreet mogelijk en meetbaar wordt geformuleerd.
Om het inhoudelijke beleid te verbeteren en daarmee uiteindelijk de voorwaarden te scheppen voor een gedegen subsidiebeleid zullen er verschillende gesprekken gevoerd worden met verantwoordelijke beleidsmedewerkers van de verschillende beleidsthema’s. De komende tijd zal per beleidsveld waar nodig het beleid verder worden geconcretiseerd, voor zover dat nodig is, voor een effectieve subsidieverstrekking. Daarnaast streeft de gemeente ernaar om een balans te vinden tussen structurele en eenmalige subsidies. Structurele subsidies zorgen voor stabiliteit en continuïteit bij essentiële maatschappelijke organisaties, terwijl eenmalige subsidies innovatie en vernieuwing stimuleren. In het subsidiebeleid wordt hier ook aandacht aan besteed zodat subsidies doelmatig blijven én de juiste juridische grondslag gebruikt wordt.
3.2. Kaders voor een doelmatige, rechtmatige en efficiënte subsidieverstrekking Er zijn een aantal kaders geformuleerd die nodig zijn voor een verbeterde subsidieverstrekking. Deze kaders (die ook als uitgangspunten kunnen worden gezien) moeten als vertrekpunt fungeren wanneer er subsidiebeleid opgesteld wordt. De kaders zijn straks dus het vertrekpunt in de nieuw op te stellen ASV en de daaruit voortvloeiende subsidieregelingen. De eerdergenoemde FERM-methodiek is een fundamenteel kader voor gedegen subsidieverstrekking. Dit ziet er als volgt uit: a. Subsidieverstrekking is functioneel De inzet van subsidies is doel- en resultaatgericht. Het is voor alle betrokkenen zowel binnen de gemeente als in het maatschappelijk werkveld – duidelijk met welk doel de subsidie wordt verstrekt en wie wanneer waarop aanspraak kan maken. b. Subsidieverstrekking vindt efficiënt plaats
9
Subsidies worden via heldere en praktische processen verstrekt en met zo laag mogelijke regellast voor de aanvragers/ontvangers, maar ook voor de gemeente zelf. Het is duidelijk wie in de organisatie welke rol en verantwoordelijkheid heeft bij subsidieverstrekking en wat de vastgestelde werkwijze is. c. Subsidieverstrekking is rechtmatig De eigen regels voor de subsidieverstrekking zijn deugdelijk en er wordt volgens de wettelijke regels gewerkt. Beschikkingen voldoen aan alle vereisten. Subsidie wordt verstrekt op basis van vastgestelde gemeentelijke doelen en er is een gelijk speelveld met gelijke kansen voor alle potentiële gegadigden op verkrijging. d. Subsidieverstrekking is op maat voor het maatschappelijk speelveld Aanvragers hebben goede toegang tot de gemeentelijke subsidies en de informatie daarover. Er is sprake van maatwerk voor de aanvraag-doelgroepen en van laagdrempeligheid. Subsidieverstrekking vindt transparant plaats en wordt breed gedragen. Vervolgens zijn er verschillende relationele kaders die als uitgangspunt genomen moet worden bij een gedegen subsidieverstrekking. Deze kan je ook als ‘externe’ kaders beschrijven die een goede relatie met subsidieontvangers en maatschappelijke partners omvangt: 1.
Vertrouwen en gelijkwaardige behandeling Naast vertrouwen is het belangrijk dat de lasten die met de subsidie samenhangen in verhouding staan tot het subsidiebedrag. De aandacht in de uitvoering voor misbruik en oneigenlijk gebruik gaat vooral uit naar de risicogroepen en uitzonderingen. De subsidieontvanger heeft een eigen verantwoordelijkheid. Dit vertrouwen is gerechtvaardigd in combinatie met een stevig regime voor het aanpakken van misbruik en oneigenlijk gebruik. 2. Actueel en duidelijk subsidiebeleid Het beleid heeft vooraf vastgestelde kaders (zoals deze notitie) en een eenvoudige en doeltreffende ASV. 3. Zorgvuldige, duidelijke en eenduidige communicatie Over het doel, eisen en voorwaarden van een subsidie(regeling). 4. Een eenvoudig, laagdrempelig en toegankelijk aanvraagproces Hierdoor is de kans op onjuiste en onvolledige aanvragen verkleind en staat gebruiksvriendelijkheid voorop. 5. Accounthouders en -gesprekken Het werken met accounthouders en voeren van (tussentijdse) accountgesprekken op de grotere subsidiepartners zorgt voor een warme relatie en maakt tijdige (bij)sturing mogelijk. 6. Categorieën subsidies Verschillende categorieën waarvan de hoogte van het subsidiebedrag bepalend is voor de standaard uitvoerings- en verantwoordingsactiviteiten die worden gevraagd en die passend zijn bij de omvang van de subsidie.
Dit verlaagt de werkdruk en administratieve last voor zowel de gemeente als de subsidierelatie. 7. Een actieve meldingsplicht (en beoordeling) Indien subsidieontvangers het project, de activiteit, niet volledig, niet tijdig of op een alternatieve wijze kan uitvoeren. 8. Risico-inventarisatie
10
In de voorbereiding van een subsidieregeling kan ervoor worden gekozen een risicoinventarisatie uit te voeren en op basis daarvan specifieke beheersmaatregelen te nemen. Ten slotte zijn er verschillende kaders die voor de uitvoering van de subsidieverstrekking belangrijk zijn: 9. Duidelijk en up-tot-date beleid met concrete en meetbare doelstellingen wat aansluit bij het coalitieakkoord Subsidieverstrekking is één van de beleidsinstrumenten voor beleid om beleidsdoelen te realiseren. Slecht of geen beleid, abstracte en/of niet-meetbare doelstellingen zorgen dat uitvoeringsinstrumenten niet effectief kunnen zijn. 10. Duidelijke rollen, taken en verantwoordelijkheden in het ambtelijk apparaat Medewerkers weten wat hun rol en taak in het proces is, weten wanneer zij moeten handelen en voelen zich verantwoordelijk om alles via bestaande processen en werkafspraken uit te voeren. Voor een goed lopend subsidieproces liggen bovengenoemde zaken allemaal vast. 11. Duidelijke rolverdeling tussen raad en college De rolverdeling tussen raad en college is helder en logisch. De raad stelt de ASV vast, Het college is verantwoordelijk voor het toepassen van de ASV in de praktijk. Het college heeft tevens de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen en om subsidieplafonds vast te stellen. 12.
Goede formats en checklists Er wordt gebruik gemaakt van verschillende gestandaardiseerde formats en checklists. Hiermee wordt, in combinatie met het vierogen-principe, willekeur bij de afhandeling van subsidieaanvragen tegengegaan. Motiveringen worden vastgelegd en zijn controleerbaar. Bij bezwaarzaken staat de gemeente sterker. Er dient een checklist te zijn voor de technische toets (is de aanvraag compleet, tijdig ingediend, etc.), een checklist met inhoudelijke en juridische vragen (dragen de activiteiten bij aan de beleidsdoelstellingen, past het binnen de maximale looptijd, past de aanvraag binnen het subsidieplafond, klopt de begroting, etc.) en een checklist voor de vaststellingsfase (zijn de activiteiten uitgevoerd, klopt de financiële verantwoording, etc.). 13. Gebruiksvriendelijk beheersysteem Een gebruiksvriendelijk beheersysteem is belangrijk om overzicht te houden op de status van subsidieaanvragen. Het beheersysteem volgt het afgesproken subsidieproces. Zo kunnen termijnen in de gaten gehouden worden, net als de uitputting van subsidieplafonds. Dit maakt alles controleerbaar, genereerd het managementinformatie en creëert het grip op alle subsidieaanvragen binnen de gemeente. Daarnaast kan er sneller gewerkt worden wanneer relevante gegevens voor de beschikking in één oogopslag te achterhalen zijn. 14.
Duidelijke procesomschrijving Het is belangrijk om het gehele proces van A tot Z te beschrijven in procesomschrijvingen. Vanaf het moment dat een aanvraag ingediend wordt tot het moment dat de vaststellingsbrief de deur uit gaat wordt hierin vastgelegd. Zo is het voor nieuwe medewerkers gelijk duidelijk wat ze moeten doen en neemt het risico op fouten in het verleningstraject af. Aan de processtappen worden termijnen gekoppeld en rollen. 15. Persoonsonafhankelijke informatieopslag 11
Om de subsidieverstrekking ook vlekkeloos te laten verlopen als er iemand uitvalt, is het belangrijk om persoonsonafhankelijk informatie op te slaan. Processtappen zijn daarmee gekoppeld aan een rol (die gedeeld wordt) en niet aan een persoon. De administratieve organisatie is goed beschreven en er wordt gewerkt volgens de gemaakte afspraken. 16. Vierogen-principe Het vierogen-principe (d.w.z. dat er altijd meerdere mensen naar verleningsbrieven, weigeringsbrieven of vaststellingsbrieven kijken) is van groot belang om doelmatig en rechtmatig subsidie te verstrekken. Het vergroot de rechtmatigheid, voorkomt fouten en verkleind de kans op fraude of oneigenlijk gebruik van subsidiemiddelen. 17. Procesverantwoordelijkheid voor subsidieverstrekking centraal beleggen binnen de ambtelijke hiërarchie Als beleidsinstrument is het verstrekken van subsidie de verantwoordelijkheid van de beleidsafdeling. Door de verantwoordelijkheid voor het subsidieproces en bijbehorende instrumenten separaat en centraal te beleggen, is er minder belangenverstrengeling bij het verstrekken van subsidie. Het proces en de inhoud worden op deze manier gescheiden. Hierdoor wordt elke medewerker beter in zijn of haar kracht gezet en kan zonder belangenverstrengeling op rechtmatigheid worden getoetst. 18.
Voldoende kennis over subsidieverstrekking per beschreven rol Het verstrekken van subsidie is een combinatie van beleidsthema’s, financiën en juridische aspecten. Vergelijkbaar met inkoop. Beleidsmedewerkers voldoende opleiden is belangrijk. Het is vaak niet de kerntaak van een beleidsmedewerker om subsidie te verstrekken. Ondersteuning aanbieden vanuit de afdeling Control en Juridische zaken, eventueel met een subsidiespecialist, zorgt voor de juiste mix aan kennis om alle soorten en vormen van subsidie rechtmatig, doelmatig en controleerbaar af te handelen. 19. Subsidiëren op basis van activiteiten De definitie van een subsidie volgens de Awb is: de aanspraak op financiële middelen, beschikbaar gesteld door een overheidsorgaan voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten. Deze te subsidiëren activiteiten moeten minimaal worden opgenomen in een subsidieregeling en/of een beschikking. Dit vergroot de doeltreffendheid van subsidies. Wanneer bovenstaande kaders worden toepast worden de risico’s in de subsidieverstrekking tot een minimum beperkt en kan de gemeente ook een transparante en betrouwbare subsidiepartner zijn. Een goede verhouding tussen aanvragers en gemeente is belangrijk voor het beperken van juridische conflicten. Verder zorgt het voor een vergrote uitvoerbaarheid voor beleidsmedewerkers die gebruiksvriendelijker is en goed te controleren is.
12
4. Grijze subsidies, vastgoed- en evenementenbeleid Het subsidiebeleid in Geertruidenberg speelt in op maatschappelijke initiatieven en heeft momenteel te maken met ‘grijze subsidies’. Het doel is om per beleidsafdeling financieel inzicht te krijgen in wat we aanbieden als grijze subsidie, zodat het aansluit bij het instrument subsidies. Met name op vastgoed- en evenementenbeleid is dit een belangrijk thema. Het uitgangspunt is om het aanbod maatschappelijk gerichter te maken en per programma of beleidsonderdeel overzicht te krijgen van wat we aanbieden. Daarmee wordt een eerlijker en transparanter ondersteunend/stimulerend aanbod van de gemeente geschept.
4.1. Grijze subsidies Grijze, of verkapte, subsidies zijn financiële bijdragen of voordelen die niet als zodanig worden benoemd of transparant worden geadministreerd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren via gunstige leningen, belastingvoordelen, onder de marktprijs verhuurde gemeentelijke eigendommen, of indirecte ondersteuning. Ze ontstaan bijvoorbeeld door informele afspraken, zoals het gebruik van gemeentelijke accommodaties of middelen zonder formele kostenberekening. Dit leidt tot een gebrek aan transparantie en kan resulteren in een ongelijke behandeling van organisaties. Dergelijke subsidies brengen diverse risico's met zich mee. In 2017 zijn deze in kaart gebracht met een overzicht (zie Memo grijze subsidies 2017). Deze risico’s omvatten: Inconsistent gebruik van middelen: grijze subsidies kunnen leiden tot inefficiënt gebruik van publieke middelen, omdat er geen expliciete voorwaarden of doelen aan verbonden zijn. Ongelijkheid: het ontbreken van een transparante verdeling van middelen kan leiden tot oneerlijke concurrentie of bevoordeling van specifieke organisaties. Niet-naleving van regelgeving: grijze subsidies kunnen strijdig zijn met nationale en Europese wetgeving, zoals regels voor staatssteun. Dit kan resulteren in sancties of terugvorderingen.
Onvoorspelbare financiële verplichtingen: wanneer subsidies niet duidelijk worden vastgelegd, kunnen onverwachte claims ontstaan. Gebrek aan toezicht: bij grijze subsidies ontbreekt vaak een duidelijke structuur voor verantwoording en toezicht, waardoor misbruik of fraude moeilijker te detecteren is. Zonder een duidelijk subsidiebeleid worden beslissingen ad hoc genomen, wat leidt tot inconsistentie en hogere werklast voor ambtenaren (d.w.z. administratieve inefficiëntie). Grijze subsidies zijn echter niet per definitie altijd een subsidie in de zin van de Awb. Voor een bijdrage om als subsidie te kwalificeren, moet deze voldoen aan specifieke kenmerken die niet altijd aanwezig zijn bij grijze subsidies. In de volgende gevallen is een 'grijze subsidie' bijvoorbeeld geen subsidie volgens de Awb: Als er een wederkerige prestatie is: o Bijvoorbeeld een gemeente die een vereniging betaalt om een gemeentelijke taak uit te voeren, zoals afvalbeheer. Dit is een overeenkomst of opdracht en geen subsidie. Als het gaat om privaatrechtelijke afspraken:
13
o
Bijvoorbeeld een gemeente die korting geeft op de huur van een pand. Als dit in een huurovereenkomst is vastgelegd, valt het onder privaatrecht en niet onder de Awb-subsidiedefinitie. Bij indirecte voordelen zonder expliciete activiteit: o Bijvoorbeeld een overheid die bepaalde belastingverplichtingen schrapt. Dit is een fiscale maatregel, geen subsidie in Awb-termen. Als de financiële steun de marktwerking betreft: o Bijvoorbeeld een voordeel die wordt verstrekt om economische concurrentie te bevorderen (zoals staatssteun). Dit valt eerder onder Europese regelgeving dan onder de Awb.
Het nieuwe subsidiebeleid van de gemeente Geertruidenberg richt zich op het (financieel) inzichtelijk maken van de grijze subsidies. Vervolgens wordt bekeken in hoeverre het mogelijk is om grijze subsidies te minimaliseren door duidelijke en uniforme afspraken te maken, zodat alle vormen van ondersteuning inzichtelijk en rechtvaardig zijn. Op deze manier kan er ook bepaald worden of het daadwerkelijk om subsidie gaat (d.w.z. de juiste juridische grondslag is gekozen) en kan het nieuwe subsidiebeleid van toepassing worden verklaard op de desbetreffende grijze subsidie.
4.2. Vastgoed Het Gemeentelijk Vastgoed wordt als middel ingezet om sociaal maatschappelijke doelstellingen te realiseren. De gemeente streeft hierbij naar zo hoog mogelijke bezettingsgraden voor haar gebouwen en (sport)accommodaties. De gedachte is om de voorzieningen hiermee optimaal benutten, om leegstand te voorkomen en betaalbaarheid te kunnen garanderen. Het gemeentelijk vastgoed wordt tegen de kostprijs(-dekkend) verhuurd. De gemeente maakt geen winst. Lang(er) lopende huurcontracten worden opgesteld zoals in het zakelijk verkeer de norm is. De bedoeling hiervan is dat er een duidelijke demarcatie is tussen de verantwoordelijkheden en kosten van huurder en verhuurder. Om ook daar grijze huisvestingssubsidies zoals energie, water en specifiek huurders-gerelateerde voorzieningen op de juiste manier te bekostigen. Aan de hand van de activiteiten en maatschappelijke bijdrage kan aan de huurder/gebruiker een subsidie verstrekt worden voor (een deel van) de huisvestingslasten. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald aan de hand van het subsidiebeleid, vastgelegd in nadere regels, binnen de gemeente. Op deze manier wordt huisvesting en subsidie van elkaar gescheiden, geldstromen inzichtelijk gemaakt en worden grijze geld stromen voorkomen. Dit is van belang voor een duurzame en toekomstbestendig inzet van het gemeentelijk vastgoed.
Jaarlijks zal de hoogte van de huurprijs, en mogelijk de hoogte van de (huisvesting) subsidie, worden aangepast en zal gelijke trend houden met de consumenten prijsindex (CPI) of Binnenlands Bruto Product (BBP) zoals is afgesproken binnen het subsidiebeleid en huurovereenkomst. Het vastgoedbeleid is sterk verweven met het evenement- en subsidiebeleid. Evenementen organisaties kunnen tegen aantrekkelijke voorwaarden (kostprijs) gebruik maken van gemeentelijk vastgoed en (sport)accommodaties. Hierdoor verbeterd de bezettingsgraad en bereikt de inzet van het gemeentelijk vastgoed zijn doel door een relevante sociaalmaatschappelijke bijdrage te leveren. Naast het verbeteren van het subsidiebeleid wordt er tevens gewerkt aan het accommodatiebeleid binnen de gemeente Geertruidenberg. Daarbinnen wordt onder andere een actualiseringsslag gedaan als het gaat om (grijze) subsidies. 14
4.3. Evenementen Evenementen zijn van groot belang voor de sociale cohesie, cultuur en economie in de gemeente Geertruidenberg. Het evenementenbeleid stimuleert initiatieven die bijdragen aan de identiteit en levendigheid van de gemeente. Daarnaast worden duurzaamheid en inclusiviteit als belangrijke pijlers meegenomen in de ondersteuning van evenementen. Organisaties doen vaak een beroep op gemeentelijk materialen zoals bijvoorbeeld dranghekken, veiligheidshesjes en afzetlint. Deze mogelijkheid is er voor alle evenementen en behoort tot het aanbod van de gemeente. Zo worden dergelijke materialen opgehaald en teruggebracht binnen kantooruren. Tevens moeten organisatoren deze materialen zelf klaarzetten op het evenement. Dit zorgt er onder andere voor dat voor dergelijke materialen niet nog apart subsidie beschikbaar hoeft worden gesteld. Het is daarom belangrijk dat het subsidiebeleid goed aansluit op het evenementenbeleid. Zo is er binnen het evenementenbeleid afgelopen jaren al consequenter en eenduidiger beleid geadviseerd en doorgevoerd. Door evenementen te koppelen aan het gebruik van gemeentelijke accommodaties en deze te ondersteunen met subsidies, wordt een geïntegreerde aanpak bevorderd. Dit vergroot de efficiëntie en zorgt voor een betere afstemming tussen verschillende beleidsterreinen.
4.4. Koppeling met subsidiebeleid Subsidies vormen een belangrijk instrument om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen. Op dit moment vormen grijze subsidies bij, met name, vastgoed- en evenementen een mogelijk risico. Bij het vastgoedbeleid wordt gekeken naar oplossingen om tegen kostprijs-dekkend te verhuren en dit te doen op basis van activiteiten conform het nieuwe subsidiebeleid. Bij evenementen worden de grijze subsidies in kaart gebracht om een gelijk speelveld te creëren voor alle mogelijke subsidieontvangers. Het subsidiebeleid van de gemeente Geertruidenberg is gericht op transparantie, rechtvaardigheid en effectiviteit. Subsidies worden afgestemd op zowel het evenementenbeleid als het accommodatiebeleid, zodat middelen efficiënt worden ingezet en elkaar versterken. Door een nauwe samenwerking tussen deze drie beleidsterreinen kunnen evenementenorganisatoren gebruik maken van accommodaties tegen marktconforme tarieven, terwijl subsidies worden ingezet voor activiteiten die een aantoonbare bijdrage leveren aan gemeentelijke beleidsdoelen. Deze integrale benadering voorkomt versnippering en verhoogt de maatschappelijke impact van gemeentelijke ondersteuning. Tevens kan met inzicht in het totale aanbod op rechtmatigheid beoordeelt worden zodat een passende subsidievorm gekozen wordt (d.w.z. met de juiste juridische grondslag).
15
5. Het nieuwe subsidiebeleid Op basis van het voorgaande is het nu zaak om vorm te geven aan een nieuw subsidiebeleid. Hiermee kunnen er zo snel mogelijk stappen kunnen worden gezet op het gebied van doelmatigheid, rechtmatigheid en efficiëntie in de gemeentelijke subsidieverstrekking. Hieronder volgen de producten waaruit dit beleid gaat bestaan: Een nieuwe ASV, geschreven op basis van de kaders die deze notitie meegeeft. Nieuwe subsidieregelingen voor beleidsterreinen die op basis van gesprekken met de beleidsafdelingen, het maatschappelijk speelveld en de vastgestelde doelstellingen van de gemeente worden bepaald. Een duidelijk beleid en aanpak met betrekking tot grijze subsidies. Dit wordt per beleidsterrein uitgewerkt.
5.1. Algemene subsidieverordening (ASV) Er wordt een nieuwe Algemene subsidieverordening (ASV) opgesteld en vastgesteld. De ASV geeft de algemene spelregels voor het subsidievertrekkingsproces door de gemeente en de bevoegdheden van het college daarbij. Deze verordening zal de basis vormen voor alle vormen van subsidieverstrekking en biedt een juridisch kader dat voldoet aan de eisen van de Awb. Bij de vast te stellen ASV staan de uitgangspunten voor gedegen subsidieverstrekking centraal. Daarbij wordt rekening gehouden met de uitgangspunten die de raad in een eerder stadium al heeft meegegeven. Een voorbeeld hiervan is om meer te verantwoorden op basis van de maatschappelijke effecten. Tevens krijgt de raad een andere, minder uitvoerende, rol in het subsidieverleningsproces zodra de ASV wordt vastgesteld. Een aantal bevoegdheden en taken komen bij het college te liggen. Ze horen daar meer thuis conform het VNG-advies. Daarnaast biedt de ASV ruimte voor flexibiliteit en maatwerk voor het uitwerken van specifieke nadere regels per beleidsonderwerp. Dit maakt het mogelijk om snel in te spelen op nieuwe maatschappelijke behoeften zonder de consistentie van het beleid uit het oog te verliezen.
5.2. Nadere regels (subsidieregelingen) Op basis van de ASV zal het college de bevoegdheid krijgen om nadere regels (subsidieregelingen) vast te stellen. Een subsidieregeling gaat over de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie, de daarmee samenhangende voorwaarden, verplichtingen en wijze van verdeling van de subsidie en overige relevante aspecten met een bepaald beleidsdoel. Deze regelingen zijn specifiek afgestemd op diverse beleidsterreinen zoals welzijn, cultuur, sport en duurzaamheid. De huidige regelingen en verordeningen (zie 2.1) worden op termijn aangepast en ingetrokken wanneer vervangend beleid gemaakt is. Het vaststellen van subsidieregelingen door het college biedt belangrijke voordelen: Snelheid en flexibiliteit: het college kan snel inspelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en urgente beleidsdoelen. Hierdoor blijft het subsidiebeleid actueel en relevant.
16
Specifieke focus: subsidies kunnen worden toegespitst op concrete beleidsdoelen en maatschappelijke effecten. Zo kunnen bijvoorbeeld verduurzaming en sociale inclusie expliciet worden opgenomen in de voorwaarden. Efficiëntie: door het college verantwoordelijk te maken voor de nadere invulling, kan de uitvoeringsorganisatie direct betrokken worden bij het opstellen en toepassen van de subsidieregelingen. Dit verkleint de kans op misverstanden en verhoogt de uitvoerbaarheid.
De subsidieregelingen bevatten concrete en meetbare doelstellingen, een duidelijke afbakening van subsidiabele kosten en specifieke verantwoordingseisen. Hierdoor wordt niet alleen de effectiviteit maar ook de transparantie van het subsidieproces verbeterd.
5.3. Participatie 5.3.1. Noodzaak participatietraject In Geertruidenberg is burgerparticipatie verplicht volgens de Verordening Burgerparticipatie Geertruidenberg 2023. Bij het opstellen van het nieuwe subsidiebeleid is afstemmen met (potentiële) aanvragers erg belangrijk. Een participatietraject bevordert niet alleen de kwaliteit en bruikbaarheid van de subsidieverordening, maar zorgt ook voor meer transparantie, inclusie en wederzijds begrip tussen de gemeente en haar gemeenschap. Volgens artikel 4 van de Verordening burgerparticipatie wordt de burgerparticipatieprocedure vooraf – voor zover mogelijk – vastgesteld door het bestuursorgaan. Hieronder wordt toegelicht hoe de procedures er ongeveer uit komen te zien (in lijn met artikel 4, zie 5.3.4)).
5.3.2. Participatie bij de ASV Bij het opstellen van de ASV wordt een focusgroep samengesteld die meedenkt over het nieuwe subsidiebeleid. In deze groep zitten diverse organisaties (kleine en grote aanvragers uit diverse beleidsterreinen) die op dit moment subsidie ontvangen. De focusgroep dient als klankbordgroep, zonder formele bevoegdheden. Tijdens brainstormsessies met de focusgroep wordt aandacht besteed aan enkele artikelen in de ASV waarbij input van deze uitgekozen ontvangers tot een betere verordening leidt. Hiervoor wordt de model-ASV van de VNG gebruikt die enkele varianten voorlegt. De input van de focusgroep wordt verwerkt in de ASV van Geertruidenberg. Na vaststelling van de ASV door de raad worden de wijzigingen die van belang zijn voor de subsidieaanvragers en inwoners in Geertruidenberg teruggekoppeld middels een brief. Deze brief zal het vervolgtraject aankondigen (m.b.t. de nadere regels en mogelijke veranderingen voor ontvangers) en ook uitleggen hoe de focusgroep hieraan heeft bijgedragen. Na goedkeuring van deze notitie wordt tevens een definitief participatietraject opgesteld voor de nadere regels.
5.3.3. Participatie bij de nadere regels Gedurende de vorming van de ASV wordt steeds duidelijker op welke beleidsthema’s nadere regels gewenst zijn. Op dat moment wordt ook bepaald hoe het participatietraject voor de specifieke nadere regels ingevuld gaat worden. De doelgroep wordt hierbij betrokken per beleidsthema.
17
Er wordt ook gekeken naar de huidige subsidieregelingen die nog gepubliceerd zijn en/of lopen. Bij deze regelingen kan een overgangsperiode gelden en is duidelijke en tijdige communicatie met de aanvragers noodzakelijk. Na vaststelling van de ASV wordt dit bepaald en aan het college voorgedragen.
5.3.4. Participatie in lijn met artikel 4 van de verordening Volgens artikel 4, tweede lid van de Verordening Burgerparticipatie, wordt de volgende informatie over het burgerparticipatietraject toegelicht: a. het doel en de intentie van de burgerparticipatie; Het doel van het participatietraject bij deze notitie is om ervoor te zorgen dat het nieuwe subsidiebeleid ook werkbaar is voor de toekomstige subsidieontvangers. De relationele kaders uit hoofdstuk 3.2. zijn hiermee van groot belang. b. het niveau van de burgerparticipatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen, of een combinatie hiervan; Het niveau van burgerparticipatie is ‘raadplegen’. Uiteindelijk beslist de raad over de ASV en het college over de nadere regels. Input vanuit het veld is echter wel van belang om geen belangen te vergeten. c.
de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de burgerparticipatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; De kernvragen zijn voor het traject van de ASV en het traject van de nadere regels zo goed als gelijk: sluiten de voorgestelde regels aan bij de behoeften van de potentiële ontvangers? Als er verder ingezoomd wordt moet er gedacht worden aan vragen als: is de doelgroep van de regeling breed genoeg? Is het subsidiebedrag logisch? Zijn de subsidievoorwaarden realistisch? Zijn de termijnen haalbaar? Op het gebied van financiën (lees: subsidieplafonds) is er geen ruimte voor input. d. de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; Het zal gaan om fysieke participatiemomenten halverwege de beleidsvormingsfase. Voor de ASV zal dat rond februari/maart 2025 plaatsvinden. Bij de nadere regels is dat afhankelijk van de verschillende beleidsthema’s. Dat wordt nog verder uitgewerkt. e. de wijze waarop democratische waarden zoals inclusie, deliberatie, zeggenschap, transparantie en checks and balances in het proces worden gewaarborgd; Vanaf het moment dat de doelgroep uitgenodigd wordt zal er transparant en open gecommuniceerd worden over de insteek van de participatiemomenten. Ook de overige democratische waarden worden gewaarborgd.
Zo wordt er gekeken naar een goede verdeling van doelgroepen en zal de focusgroep een diverse representatie moeten hebben. f. de begroting van de kosten van het burgerparticipatieprocedure; Er zitten alleen kosten verbonden aan het fysiek organiseren van de participatiemomenten (denk aan gebruik/huur locatie en bijvoorbeeld koffie en thee).
18