CJG definitief gewijzigde gemeenschappelijke regeling, bijlage 1 gewijzigde gemeenschappelijke regel
Tekst van het document
25
Art. 34 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
26
Art. 34 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
27
Art. 35 lid 6 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
28
Art. 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
29
Art. 28 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Fout! Onbekende naam voor documenteigenschap.
op dat moment gelende verdelingssystematiek met betrekking tot de jaarlijkse financiële bijdragen van de gemeenten als bedoeld in Artikel 15 van de regeling (in ieder geval gedurende de eerste twee boekjaren betekent dat in ieder geval een 50/50-verdeling). Het gaat hier voor de goede orde om een uitgangspunt. Indien de bedrijfsvoeringsorganisatie na het uittreden van een deelnemer blijft voortbestaan kan het met het oog op de continuïteit van de organisatie bijvoorbeeld aangewezen zijn indien een deel van de bestaande activa niet worden verdeeld. Artikel 25 Een bestuur kan verzoeken om wijziging van de regeling en daartoe een voorstel doen. Deze wijziging moet goedgekeurd worden door de raden en de colleges moeten daartoe positief besluiten. Een logisch moment voor een wijziging van de regeling betreft in ieder geval de situatie waarop een andere gemeente tot de regeling toe zou wensen te treden. Om die reden schrijft het derde lid voor dat het bestuur in beginsel een voorstel tot wijziging van de regeling aan de colleges zendt indien een gemeente tot de regeling wenst toe te treden.
Artikel 26 Deelnemende gemeenten kunnen ook verzoeken de bedrijfsvoeringsorganisatie op te heffen. De bedrijfsvoeringsorganisatie zal worden opgeheven nadat de raden daarvoor toestemming hebben gegeven en de colleges daartoe hebben besloten. De bedrijfsvoeringsorganisatie zal vervolgens geliquideerd moeten worden. Het na de vereffening resterende positieve of negatieve saldo zal verdeeld worden overeenkomstig de op dat moment gelende verdelingssystematiek met betrekking tot de jaarlijkse financiële bijdragen van de gemeenten als bedoeld in Artikel 15 van de regeling (in ieder geval gedurende de eerste twee boekjaren betekent dat in ieder geval een 50/50-verdeling). Artikel 27 In dit artikel is de zorg en het beheer van archiefbescheiden geregeld. De zorg voor de archiefbescheiden is (overeenkomstig het bepaalde in artikel 41 Archiefwet 1995) neergelegd bij het bestuur. De zorg voor archiefbescheiden dient overeenkomstig het bepaalde in de Archiefwet 1995 en de daarop gebaseerde besluiten plaats te vinden. Tevens dient het bestuur omtrent de zorg voor de archiefbescheiden een nadere regeling vast te stellen. In het artikel is verduidelijkt dat de zorg voor de archiefbescheiden die verband houden met door de bedrijfsvoeringsorganisatie krachtens mandaat, volmacht of machtiging uitgeoefende taken bij de betreffende gemeenten blijft berusten.
Het feitelijke beheer van de archiefbescheiden berust bij de directie. De directie maakt omtrent het beheer van de archiefbescheiden die verband houden met de gemandateerde, gemachtigde of gevolmachtigde taken afspraken met de deelnemende gemeenten. Artikel 28 Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Fout! Onbekende naam voor documenteigenschap.
Artikel 29 Voor alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur met in achtneming van geldende wet- en regelgeving. Het bestuur neemt pas een dergelijk besluit nadat de colleges geraadpleegd zijn. Artikel 30 Ingevolge het bepaalde in artikel 26 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zendt het college van de gemeente waar de bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd de regeling naar gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant. Dit college dient ook zorg te dragen voor bekendmaking.30 Artikel 31 Het functioneren van de bedrijfsvoeringsorganisatie en de regeling zal voor het eerst in 2022, en daarna om de 5 jaar, geëvalueerd worden. De evaluaties zullen in ieder geval betrekking dienen te hebben op de werking van de financiële bepalingen uit de regeling. Het bestuur zal voorafgaande aan de evaluatie een voorstel doen over de opzet van de evaluatie. De evaluatie van de regeling omtrent de verdeling van kosten, het aanvullen van tekorten en het verdelen van overschotten zal plaatsvinden aan de hand van een analyse op basis van vast te stellen objectieve criteria. Nadat de colleges met dat voorstel hebben ingestemd zal de evaluatie worden uitgevoerd.
Artikel 32 Zoals artikel 26 lid 3 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen voorschrijft, is in de regeling een moment bepaald waarop de regeling in werking treedt, namelijk op 1 januari 2020, mits de regeling voor dat moment bekend is gemaakt.
30
Art. 26 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Fout! Onbekende naam voor documenteigenschap.