BP Parkzicht Raamsdonksveer
Tekst van het document
PARKZICHT RAAMSDONKVEER Geertruidenberg bestemmingsplan 21 augustus 2023
1/2
DATUM KENMERK
21 augustus 2023 NL.IMRO.0779.RVBPParkzicht-vs01
PROJECT PROJECTLEIDER
BP Parkzicht Raamsdonksveer ir. R.A. Sips
OPDRACHTGEVER Gemeente Geertruidenberg PROJECTNUMMER 20220478 AUTEUR STATUS
2/2
T. van Laere Ter vaststelling
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding en doel
9
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
11
1.4
Leeswijzer
12
Planbeschrijving
13
2.1
Inleiding
13
2.2
Bestaande situatie
13
2.3
Toekomstige situatie
16
Beleidskader
19
3.1
Inleiding
19
3.2
Rijksbeleid
19
3.3
Provinciaal beleid
21
3.4
Gemeentelijk beleid
24
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
27
4.1
Inleiding
27
4.2
Verkeer en parkeren
27
4.3
Geluid
32
4.4
Luchtkwaliteit
34
4.5
Bedrijven en milieuzonering
36
4.6
Kabels en leidingen
38
4.7
Externe veiligheid
39
4.8
Ecologie
42
4.9
Bodem
45
4.10
Water
47
4.11
Archeologie en cultuurhistorie
51
4.12
Geur
52
4.13
M.e.r.-beoordeling
53
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
3/108
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
55
5.1
Inleiding
55
5.2
Verbeelding
55
5.3
Opbouw van de regels
55
5.4
Bestemmingen
56
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
57
6.1
Economische uitvoerbaarheid
57
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Memo akoestisch onderzoek
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek industrielawaai
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4
Asbestonderzoek
Bijlage 5
Nader bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek 14-12-2022
Bijlage 6
Ecologische quickscan
Bijlage 7
Endoscoop onderzoek vleermuizen
Bijlage 8
Aerius memo
Bijlage 9
Stikstofberekening gebruiksfase
Bijlage 10
Memo aanlegfase stikstofberekening
Bijlage 11
AERIUS berekening aanlegfase
Bijlage 12
Standaard verantwoording groepsrisico gemeente Geertruidenberg
Bijlage 13
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
4/108
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
89
Artikel 1
Begrippen
89
Artikel 2
Wijze van meten
94
Bestemmingsregels
95
Artikel 3
Maatschappelijk
95
Artikel 4
Verkeer
96
Artikel 5
Waarde - Archeologie 4
97
Hoofdstuk 3
Algemene regels
101
Artikel 6
Antidubbeltelregel
101
Artikel 7
Algemene bouwregels
102
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
103
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
104
Artikel 10
Overige regels
105
Overgangs- en slotregels
107
Artikel 11
Overgangsrecht
107
Artikel 12
Slotregel
108
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
5/108
6/108
TOELICHTING
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Door de fusie van de twee rooms-katholieke basisscholen 'De Vonder' en 'De Wilsdonck' in Raamsdonksveer, is de gemeente voornemens ruimte te creëren voor een nieuw schoolgebouw. Binnen het plangebied stond voorheen een sporthal, deze is inmiddels gesloopt. Vanwege de vrijgekomen ruimte wordt deze locatie gezien als kansrijk voor de nieuwbouw van de school en een toekomstige nieuwe sporthal. De scholen willen samen onderwijs vanuit visie realiseren. Dit kan mede door deze fusie plaatsvinden. De nieuwbouw maakt ruimtegebruik passend bij de onderwijsideologie. Het samenwerken van kinderen, het meer op maat instructie geven en het tonen van de kracht van gedeelde verantwoordelijkheid middels voorleven door de medewerkers, zijn hier voorbeelden van. Ook de ruimte rondom de nieuwe school geeft uitvoering aan de onderwijsvisie van de twee samengevoegde teams; de aansluiting met het park maakt het onderwijs op meer plekken mogelijk dan alleen in het klaslokaal. In de klas zal de wereld naar het kind gehaald worden. In het park worden de kinderen zelf de wereld in gestuurd. Tevens kunnen grotere gezamenlijke voorzieningen worden gerealiseerd en zal de sporthal faciliteren in behoeften die relevant zijn voor de scholieren. Voor een relatief kleine gemeente als Geertruidenberg is een fusie gezien het voorzieningsgebied wenselijk om krachten te bundelen en bepaalde kosten te kunnen delen.
De ontwikkeling wordt vastgesteld in een stedenbouwkundig kader. Deze komt in voorliggend plan nader aan de orde. Binnen het huidige bestemmingsplan en de daarbij vigerende bestemmingen is deze ontwikkeling niet mogelijk. Het mogelijk maken van deze ontwikkeling is daarmee het doel van voorliggend plandocument.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Raamsdonksveer en binnen het buitengebied Geertruidenberg. De beoogde locatie is gelegen aan de rand van de stadskern en fungeert als sport cluster voor het gebied. Het plangebied heeft een globale grootte van 7.500 m², waarvan circa 1.918 m² wordt bestemd voor het schoolgebouw en omringend gebied t.b.v. parkeer-, groen-, plein- en speelvoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten door de Parklaan, een fietspad en ten noorden het Koningspark.
9/108
Figuur 1.1 Grenzen sportcluster Geertruidenberg (wit omkaderd)
Figuur 1.2 Grenzen plangebied
10/108
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De gemeente Geertruidenberg is voornemens een nieuwe school (KC) te realiseren op de locatie Parkzicht. De school is momenteel in concept vastgesteld in een stedenbouwkundig plan. Het gebouw zal een oppervlakte van circa 4.800 m² BVO. De ontwikkeling van de school en het bijbehorende parkeerterrein is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Ter plaatste geldt momenteel namelijk de enkelbestemming Sport. Dit is vastgesteld periodieke planherziening 2018 Geertruidenberg. Onder het vigerende bestemmingsplan is een bouwvlak aangegeven, een functieaanduiding specifieke vorm van sport - 10 en een maximum bouwhoogte van 10 meter. Om de school te kunnen realiseren is daarom een nieuw bestemmingsplan nodig, met een passende bestemming 'Maatschappelijk'. Naast deze ontwikkeling zal ook een sporthal worden gerealiseerd. Deze zal bestemd worden binnen een afzonderlijke procedure en bestemmingsplan. Echter zal deze op gebiedsniveau in de toekomst in verbinding staan met de school en bijbehorende groen- en infrastructuur die beide kansrijke ontwikkelingen zullen bieden.
Figuur 1.3 Vigerend bestemmingsplan Naast het bestemmingsplan zijn twee parapluplannen van toepassing op het plangebied. Het paraplubestemmingsplan wonen ligt momenteel ter ontwerp sinds 15-04-2022, hier zal nog niet aan getoetst moeten worden. Daarnaast is het parapluplan archeologie van toepassing, deze is onherroepelijk en vastgesteld op 11-02-2021. De dubbelbestemming, waarde - Archeologie 4 deze archeologische waarde zal daarom getoetst worden. Verdere toelichting zal in hoofdstuk 4 onder omgevingsaspecten worden besproken in een aparte paragraaf.
11/108
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied in de bestaande en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader beschreven en in hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten toegelicht. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische aspecten en ten slotte komt in hoofdstuk 6 de economische en- maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
12/108
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Inleiding
Ter onderbouwing van het bestemmingsplan is een toelichting van de bestaande en beoogde situatie noodzakelijk. Deze zal in dit hoofdstuk worden toegelicht, waar nodig met kaartbeelden en een visie.
2.2
Bestaande situatie
Historie In de huidige structuur van het gebied zijn de oude landschappelijke richtingen nog terug te vinden. Zo volgt de ten noorden gelegen woonwijk de oorspronkelijke kavelrichting. In het plangebied zelf volgen de watergang en het langzaam verkeer pad tussen de tennis en de voetbal de oorspronkelijke oost-west richting. In de bouwjarenkaart zijn de oude bebouwde linten goed zichtbaar. Het grootste deel van Raamsdonksveer is na 1968 ontwikkeld.
Figuur 2.1 Historische kaartbeelden plangebied In de bestaande situatie van dit plangebied is de functie sport vigerend. Deze bestemming is destijds toegewezen aan deze locatie om de functie van het huidige sportpark te bestemmen. Momenteel is o.a. hier een tennisvereniging en was hier het gemeentelijk sportcentrum gesitueerd. Dit sportcentrum werd gebruikt door voor sporten als handbal en voetbal. Deze is echter sinds 2020 niet meer in gebruik en is in 2021 gesloopt. Het is daarom wenselijk om een nieuwe bestemming te vinden voor dit gebied met in achtneming van de huidige structuren en het karakter van het gebied. Het plangebied bestaat voornamelijk uit braakliggend terrein en verharding voor parkeerplaatsen. Daarnaast is het omringd door veel groen, water, andere sportfaciliteiten en een woonwijk.
13/108
Figuur 2.2 Planontwikkeling en omringend gebied
Figuur 2.3 Luchtfoto plangebied en omringend gebied (Bron: Cyclomedia)
14/108
Koningspark Het Koningspark ligt ten noorden van het plangebied. Het park heeft ondanks de beperkte afmetingen een hoge verblijfskwaliteit en is opgezet volgens de Engelse landschapsstijl: het park heeft een mooie poort die de entree accentueert; een centrale waterplas met een terras; om de plas een wandelroute; bomen zijn zorgvuldig gepositioneerd met specifieke doorzichten. Boven op deze Engelse stijl is er een modern gebruik aan het park toegevoegd. Zo is er een waterspeelplaats, een regulier speeltuintje, een ontdekkingspad en de honden uitlaatplaats. De heuvel in het midden van het park is een latere toevoeging die wat met de Engelse stijl detoneert, maar een mooi uitzicht biedt over het park en als speelaanleiding kan worden gebruikt.
Figuur 2.4 Foto Koningspark Bestaande bebouwing Het voormalige gebouw betrof een anonieme gesloten sportloods op een verhard vlak. Dit gebouw is inmiddels gesloopt. Het gebouw had weinig aanknoping met het omringende gebied. Er bestond geen relatie tussen het gebouw en de groene omgeving. Hier ligt een kans om richting de Parklaan het plangebied een duidelijk gezicht te geven daarnaast een echte relatie met het Koningspark te zoeken.
Figuur 2.5 Foto braakliggend terrein Parkzicht 15/108
Figuur 2.6 bestaande situatie parkeerterrein
2.3
Toekomstige situatie
Omdat de sporthal die momenteel op het plangebied is gesitueerd momenteel niet meer in gebruik is, wordt een nieuwe ontwikkeling gestart. Op het plangebied zal in de toekomst een KC worden gerealiseerd. Ook wel een integraal kindcentrum, dit is een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar, waar zij gedurende de dag komen om te leren, spelen en te ontwikkelen. Binnen een KC is er een vloeiende overgang tussen onderwijs en kinderopvang en wordt er gewerkt met een integrale visie. Deze ontwikkeling is ontstaat vanuit de fusie van twee bestaande scholen in Geertruidenberg. Namelijk basisscholen De Vonder en De Wilsdonck. Daarnaast is de gemeente voornemens een sporthal te realiseren ter vervanging van het huidige sporthal. De nieuwe hal zou ook kunnen fungeren als sportfaciliteit voor het KC naast de invulling van eventuele lokale binnensportverenigingen. Zoals reeds benoemd past de nieuwe sporthal in het vigerende bestemmingsplan en wordt de sporthal niet meegenomen in dit bestemmingsplan.
Figuur 2.7 Globale begrenzing plangebied met bouwvlak
16/108
Ten behoeven van deze planontwikkeling is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt. Deze is in onderstaande figuur te zien. Naast dit ontwerp is een programma van eisen opgesteld. Deze is leidend voor de toekomstige ruimtelijke indeling van de bebouwing en openbare ruimte. Programma van eisen voor plangebied: PvE school – ca. 4.200 m² BVO. PvE KDV – ca. 600 m² BVO. Maximaal twee verdiepingen (max. bouwhoogte van ca. 8 m). ca. 1.800 m² op de begane grond (school en kinderdagverblijf). ca. 1.200 m² op de verdieping (school). (entrees, fietsenstallingen) ca. 400 m² buitenspeelplaats ca. 2.000 m². Totale oppervlakte school + perceel ca. 4.200 m². 4m x 24m).
Figuur 2.8 Stedenbouwkundig ontwerp planontwikkeling In het schetsontwerp is het KC met name georiënteerd op de Parklaan en de parkeerplaats. De bouwmassa van de school, de 2e bouwlaag en de hoofdentree van de school bevinden zich aan deze zijde. Het lagere gedeelte grenst aan het park. De sporthal heeft zijn entree en de kantine aan de parkeerplaats en wordt ook op deze zijde georiënteerd. De flexibele groene ruimte - die indien nodig kan worden benut worden voor extra parkeerplaatsen en verkeersmaatregelen - is gesitueerd tussen de parkeerplaats en het schoolgebouw.
17/108
Buitenruimte De vier zijden van de school hebben een eigen identiteit en kunnen een eigen sfeer met zich meekrijgen en daarmee de diverse gebruikers van de school bedienen: Richting de Parklaan: een voorplein. Richting het parkeerveld: het entreeplein. Richting de tennis: het zonneplein. Richting het Koningspark: het schaduw - parkplein. Om bij de laatstgenoemde bestaat de kans om het Koningspark geleidelijk in het schoolplein over te laten lopen. In het park bevindt zich aan deze zijde de hondenuitlaatplaats. Deze ambitie vraagt een aanpassing aan het park.
18/108
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante ruimtelijke beleidsaspecten voor de herontwikkeling van het plangebied.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn:
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke 'nationale belangen' genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur.
19/108
Doorwerking plangebied Er geldt op grond van de NOVI uiteraard dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij ruimtelijke plannen. Voor wat betreft de ontwikkeling van het basisschoolgebouw in het plangebied is sprake van een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen uit de Structuurvisie direct in het geding zijn.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkeling. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.
3.2.3 Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de ladder) is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder is opgenomen in artikel 3.1.6. lid 2 Bro en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan voorzien'. Afweging De realisatie van een nieuw basisschoolgebouw betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit plan voorziet in het realiseren van een school met een oppervlakte van circa 4.800 m² BVO. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijk is daarom vereist. Hiertoe dient eerst de behoefte aangetoond te worden. Vervolgens dient onderbouwd te worden waarom niet in het bestaand stedelijk gebied in deze behoefte voorzien kan worden. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Geertruidenberg.
Op basis van vaste jurisprudentie hoeft de gemeente - indien een behoefte bestaat waarin kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied – niet te beoordelen of ook elders binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente of de regio in deze behoefte zou kunnen worden voorzien.
20/108
Behoefte Met het oog op de ontwikkeling van een nieuwe gezamenlijke sportaccommodatie en multifunctionele accommodatie oprichten op deze locatie gelegen aan de rand van de stad. De keuze voor gezamenlijke voorzieningen komt voort uit de noodzaak om de leefbaarheid in de stad te borgen. Omdat het financieel en qua inwoneraantal niet haalbaar is om in binnen de stad afzonderlijke voorzieningen te behouden, hebben de basisscholen gekozen om een aantal voorzieningen te bundelen. Vanuit de basisscholen op een relatief kleine afstand van elkaar bestaat de wens om deze te bundelen in één school en daarmee in één gebouw. Beide schoolgebouwen zijn momenteel aan vervanging toe en voldoen niet aan de huidige duurzaamheidseisen. Bovendien sluiten de gebouwen niet meer aan bij het gewenste onderwijsconcept voor de 21e eeuw. Het aanpassen van beide gebouwen is vanuit kostenoverwegingen geen optie. Ook het aanpassen en uitbreiden van één van de gebouwen om hier de gezamenlijke school te huisvesten is geen reële optie. Nieuwbouw blijft hierdoor de enige reële optie. Kwalitatieve behoefte school De fusieschool komt tot stand via verdere samenwerking van de bestaande onderwijs instellingen. De oude gebouwen locaties van de basisscholen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt ter transformatie naar woningen, waarin grote vraag is binnen in de stedelijke kernen.
Vervolgens vervult het nieuwe gebouw een locatie die momenteel ongebruikt wordt en daarmee leegstand tegengaat. Daarmee kan gesteld worden dat sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik. Tenslotte wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidsdoelstellingen om knooppunten van ontmoeting te behouden in de kernen en de behoefte van onderwijs om een doorgaande lijn onder één dak aan te kunnen bieden (efficiënt en betere kwaliteit). Conclusie Het verplaatsen en concentreren van deze twee basisscholen en vergroten van de mogelijke activiteiten in een KC voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hiermee is sprake van zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik. Conclusie Rijksbeleid Gezien de beperkte schaal van de ontwikkeling zijn de doelen uit de NOVI niet relevant. Op basis van de toetsing wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3
Provinciaal beleid
De provincie Noord-Brabant heeft een belangrijk deel van haar ruimtelijke beleid en regelgeving vastgelegd in de ‘Omgevingsvisie Noord-Brabant’ en de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’. In onderstaande twee subparagrafen wordt aandacht besteed aan de relevantie van dit provinciale beleid en deze provinciale regelgeving voor onderhavig plan. 3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de ‘Omgevingsvisie Noord-Brabant’ vastgesteld. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de visie officieel de juridische status van omgevingsvisie krijgen.
21/108
Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden: gaan voor meerwaardecreatie; gaan voor technische én sociale innovatie; gaan voor kwaliteit boven kwantiteit; gaan voor steeds beter; gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omgevingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is deze opgave in feite tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als volgt geformuleerd: Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen.
Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”. De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant; werken aan de slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie. 3.3.2 Interim Omgevingsverordening Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze die gevraagd wordt in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot de Interim omgevingsverordening. Er wordt expliciet gesproken over een interim omgevingsverordening, om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de definitieve omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet.
De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving, moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen en dient ter vervanging van zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014.
22/108
Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging, bijvoorbeeld van individuele bedrijven, is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Dit beleid wordt gecontinueerd. Mede gelet op de leegstand van agrarisch vastgoed is het toelaten van functies in het landelijk gebied door nieuwvestiging niet opportuun. Hierop bestaan wel uitzonderingen, bijvoorbeeld in geval van verplaatsing van een bedrijf in het kader van een groot openbaar belang of in het geval van functies die vanuit het borgen van een goede en veilige leefomgeving niet in de directe omgeving van kwetsbare functies mogelijk zijn, zoals windturbines. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is.
Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze voorwaarde geldt rechtstreeks vanuit de nationale wetgeving. Omdat de toepassing van de ladder vanuit provinciale beleid essentieel is, is deze in de verordening opgenomen. Er zijn daarbij geen extra eisen gesteld. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Juist daarom kent de verordening het begrip bouwperceel. Dit biedt ruimte aan de gemeente om binnen een bouwperceel onderscheid te maken in bijvoorbeeld een gedeelte waar alleen bouwwerken zijn toegestaan, zoals permanente teeltondersteunende voorzieningen, en een gedeelte waar het bouwvlak ligt ten behoeve van het oprichten van gebouwen. Overigens zijn in veel gevallen de omvang van het bouwperceel en het bouwvlak gelijk.
Met name in de land- en tuinbouw of bij sommige recreatiebedrijven waar slechts op een beperkt deel van een bouwperceel gebouwen staan, is het gewenst of nodig onderscheid te maken. Afdeling 3.5 Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Voor stedelijke ontwikkeling zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: stedelijk concentratiegebied kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar Er is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente.
23/108
Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in Verstedelijking afweegbaar. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Doorwerking plangebied Op de verbeelding van de Interim omgevingsverordening is het plangebied aangewezen als stedelijke ontwikkeling. Onder het aspect stedelijke ontwikkeling komt voornamelijk het duurzame gebruik van ruimte naar voren. Daarnaast is de belangrijkste pijler het toepassen en onderbouwen van de ladder van duurzame verstedelijking. Deze onderbouwing vindt plaats in paragraaf 3.2.3. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in lijn is met de ladder voor duurzame verstedelijking. Wat betreft ruimte gebruik is er voor deze ontwikkeling geen opoffering van stedelijk gebied nodig en hoeft en ook geen landelijk gebied verloren gaan ten koste van deze ontwikkeling. Het gebied is namelijk al ingericht als stedelijk gebied en vindt met het realiseren van deze ontwikkeling een nieuwe functie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Geertruidenberg De Omgevingsvisie Geertruidenberg is op 3 juni 2021 door de Raad vastgesteld. In de omgevingsvisie laat de gemeente Geertruidenberg zien waar ze voor staat en waar ze naar toe willen in de toekomst. De gemeente Geertruidenberg wordt in de Omgevingsvisie onderscheidt gemaakt in elf gebieden. Voor al deze gebieden is het mogelijk om gebiedsgericht maatwerk te formuleren. Dat betekent dat afhankelijk van het gebied bepaalt word wat er wel en niet kan, en welke thema’s, waarden en ambities daaraan worden gekoppeld. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in de verschillende gebieden. In de Omgevingsvisie komen de volgende vier ambities aan bod: Toekomstbestendige en groene gemeente; Gezonde en veilige gemeente; Levendige gemeente Ondernemende gemeente Het plangebied is gelegen in het gebied Raamsdonksveer. Raamsdonksveer is met 12.500 inwoners de grootste kern in de gemeente Geertruidenberg. Raamsdonksveer heeft een aangenaam woon, werk en verblijfsklimaat. Er is een hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte in wijken en buurten en er bestaan voldoende recreatiemogelijkheden voor de inwoners. Ook kent de grootste kern in de gemeente een goed ondernemersklimaat met veel mogelijkheden voor ondernemers.
Raamsdonksveer is te typeren als een groot dorp met een dynamisch centrum en een meer dan gemiddeld voorzieningenaanbod. Rondom het centrum zijn Raamsdonksveer Noord en Raamsdonksveer Zuid gelegen, met als hoofdbestemming wonen. In deze buurten zijn ook andere voorzieningen te vinden, zoals sportvoorzieningen (o.a. tennis en voetbal), het Dongemond College (vmbo, havo en vwo) en basisscholen. Het voorzieningenniveau is aanzienlijk. In de wijken is een netwerk van groene plekken, voornamelijk aan de oost- en zuidoostzijde, nabij de A27 en A59. Deze plekken bieden ruimte in de wijk en beleving van groen. Ook liggen in de wijk (of dicht tegen de wijk aan) enkele sportcomplexen.
24/108
Raamsdonksveer kent het kernwinkelgebied en het grootste werkgebied van de gemeente Geertruidenberg. Maar in het grootste gedeelte van deze kern is het vooral fijn wonen. De Donge is de ruggengraat, waar de kern tegenaan gebouwd is. Aan de andere zijden wordt de kern begrensd door de snelwegen A27 en A59. In de toekomst zorgt de gemeente ervoor dat onze inwoners fijn kunnen blijven wonen in Raamsdonksveer. We houden de voorzieningen op peil in het centrum, zodat deze dichtbij zijn en gemakkelijk me t de fiets of lopend te bereiken. Hiervoor houden we de kwaliteit van de wegen op peil. Kracht van kleinschaligheid De kleinschaligheid van onze gemeente is een kracht van onze gemeente die we willen behouden. Het kenmerkt onze hechte samenleving. Onze beperkte ruimte zorgt ervoor dat we slimme keuzes moeten maken als het gaat om onze ruimte. Onze gemeente heeft basisscholen, een middelbare school, een bibliotheek, een theater, zwembaden, een sporthal en kerken. Deze voorzieningen willen we behouden. Ook zorgen we voor goede verbindingen zodat onze inwoners ook de voorzieningen in nabijgelegen dorpen of steden kunnen vinden. Hierbij trachten we concurrentie tussen voorzieningen in verschillende gemeenten te voorkomen. En onze kleinschaligheid biedt volop kansen voor sociale cohesie en participatie. Deze kunnen en mogen wel verder versterkt worden.
Alle inwoners van onze gemeente kunnen meedoen in onze samenleving. We gaan uit van de eigen kracht van inwoners en dat we als gemeente goed willen luisteren naar wensen van inwoners. We willen meer samenwerken, en meer initiatieven ondersteunen. De kernen kennen alle een eigen identiteit, schaal en maat. Omzien naar elkaar is niet vanzelfsprekend, in sociale cohesie bestaat verschil tussen kernen en wijken. Achter de voordeur liggen soms ‘verborgen’ sociale problemen die om nog meer betrokkenheid op elkaar vragen. We kunnen de kracht van onze kleinschaligheid inzetten om onze samenleving nog hechter te laten groeien. Voorzieningen Maatschappelijke organisaties zoals (thuis)zorgorganisaties, scholen, sportverenigingen en woningbouwcorporaties zijn onze partners op het gebied van (maatschappelijke) voorzieningen. De gemeente werkt graag samen als er vragen rondom het moderniseren, transformeren, vervangen of nieuw bouwen van voorzieningen opkomen. Conclusie De ontwikkelingen binnen dit plan sluiten aan bij de gemeentelijke visie. Voorliggend plan voorziet in de ambitie om vanuit het oogpunt van multifunctioneel ruimtegebruik naar gebouwen te kijken. Hiermee wordt bedoeld dat samenwerken tussen bedrijven en organisaties mogelijk moet zijn. En de gemeente dit wil stimuleren.
Doordat de gemeente meewerkt in deze ontwikkeling wordt voldaan aan de ambities om organisatie te helpen in het vernieuwen van voorzieningen. Het tegengaan van concurrentie wordt binnen dit plan gestimuleerd door een fusie van twee organisaties de ruimte te geven hiertoe. Dit voorziet in een solidair en gemeenschappelijk beeld. Door bij de ontwikkeling van dit plan goed te kijken naar het gebruik van de openbare ruimte en eventuele clustering en behoud van groenvoorziening wordt voldaan aan het toekomstperspectief opgesteld in de omgevingsvisie. Hiermee voldoet dit plan aan de relevante thema's en ambities binnen de gemeentelijke omgevingsvisie.
25/108
26/108
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de omgevingsaspecten inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen.
4.2
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig Parkeren). De gemeente Geertruidenberg wordt door het CBS als 'matig stedelijk gebied'. Binnen Raamsdonksveer ligt de planlocatie in de 'rest bebouwde kom'. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Geertruidenberg, hierna parkeernormenbeleid. 4.2.1 Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De beoogde ontwikkeling wordt ontsloten op de Parklaan, een gebiedsontsluitingsweg type II met een maximum snelheid van 50 km/u. In noordelijke richting vanaf het plangebied eindigt de Parklaan op het kruispunt Parklaan – Koningstraat – Brejaartstraat.
De Koningstraat is ingericht als een erftoegangsweg type II met een maximum snelheid van 30 km/u, terwijl de Brejaartstraat is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg type II met een maximum snelheid van 50 km/u. De Brejaartstraat leidt richting het noorden naar het centrum van Raamsdonksveer, terwijl de Koningstraat in zuidoostelijke richting leidt naar het kruispunt Koningstraat – Wilhelminalaan – Burgemeester Prinssenlaan. Zowel de Wilhelminalaan als de Burgemeester Prinssenlaan zijn ingericht als een gebiedsontsluitingsweg type II met een maximum snelheid van 50 km/u. In zuidelijke richting wordt het verkeer via de Wilhelminalaan afgewikkeld naar het kruispunt Wilhelminalaan – Oosterhoutseweg – Beethovenlaan, vanaf waar de Oosterhoutseweg leidt naar de aansluiting op de A59, tussen Oss en Numansdorp. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OV-halte is gelegen op circa 600 meter loopafstand op de Rembrandtlaan. Bij deze halte halteert buslijn 229, tussen 's Gravenmoer en Almkerk, met een frequentie van 1 uur, en buslijn 326, tussen Breda en Geertruidenberg, met een frequentie van 30 minuten. De ontsluiting per openbaar vervoer kan als redelijk worden beoordeeld.
27/108
Langzaam verkeer Aan de Parklaan zijn aan weerszijden van de weg trottoirs aanwezig voor voetgangers. Tevens is aan weerszijden van de Parklaan een fietssuggestiestrook aanwezig, zodat het fietsverkeer een duidelijk plek binnen het wegprofiel heeft. Langs de zuidzijde van het plangebied ligt een fiets- en voetpad dat in westelijke richting door het Koningspark naar de Wilhelminalaan, vanaf waar het fietspad in noordelijke richting leidt naar het centrum van Raamsdonksveer 4.2.2 Parkeren Parkeerbehoefte Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling wordt het 'Parkeerbeleidsplan Gemeente Geertruidenberg 2016' aangehouden. De parkeernormen uit het gemeentelijk parkeerbeleid zijn gebaseerd op de landelijke parkeernormen uit CROW-publicatie 317, waarbij wordt aangesloten op een stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk'. Voor de ligging van het plangebied wordt op basis van de gebiedsindeling uit het gemeentelijke parkeernomenbeleid uitgegaan van 'rest bebouwde kom'. Bij de schoollocatie wordt ingezet op zo min mogelijk autogebruik. Daarom wordt voor de te hanteren normen de minimum van de bandbreedte aangehouden. De beoogde ontwikkeling betreft een basisschool met een bijbehorende kinderdagverblijf.
Alhoewel de beoogde ontwikkeling van de naastgelegen sporthal niet is opgenomen in dit bestemmingsplan, is de sporthal wel meegenomen in de berekening van de parkeerbehoefte. De reden hiervoor is het feit dat de parkeerbehoefte van de sporthal opgevangen zal worden op de parkeerplaats binnen het plangebied. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. Voor basisscholen is de berekende parkeerbehoefte op basis van de gemeentelijke parkeernormen exclusief de benodigde parkeerplaatsen voor het faciliteren van het halen en brengen van kinderen. Tabel 4.1 de nominale parkeerbehoefte van het plangebied Functie
Aantal
Parkeernorm
Parkeerbehoefte
Aandeel bezoekers
Basisschool
18 leslokalen
0,5 per leslokaal
9 pp
0 pp (0%)
Kinderdagverblijf
400 m² (bvo)
1,3 per 100 m² (bvo)
5,2 pp
0 pp (0%)
Sporthal
1.056 m² (bvo)
2,6 per 100 m² (bvo)
27,5 pp
26,4 pp (96%)
41,7 pp
26,4 pp
Totaal
In totaal bedraagt de normatieve parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling 42 parkeerplaatsen, waarvan minimaal 27 parkeerplaatsen openbaar toegankelijk dienen te zijn voor bezoekers die hun auto willen parkeren. Omdat de beoogde ontwikkeling twee verschillende functies betreft kan dubbelgebruik worden toegepast. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling gedurende de maatgevende periode zijn per functie de aanwezigheidspercentages uit het gemeentelijke parkeernormenbeleid toegepast in onderstaande tabel.
28/108
Tabel 4.2 de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling na toepassing dubbelgebruik Functie
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Koopavond
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondag middag
100%
0%
0%
0%
0%
0%
14,2pp
14,2 pp
0 pp
0 pp
0 pp
0 pp
0 pp
30%
50%
100%
90%
100%
90%
85%
8,2 pp
13,7 pp
27,5 pp
24,7 pp
27,5 pp
24,7 pp
23,3 pp
22,4 pp
27,9 pp
27,5 pp
24,7pp
27,5 pp
24,7 pp
23,3 pp
Dagonderwijs 100% Sport Totaal
De maatgevende periodes voor de beoogde ontwikkeling is de werkdagmiddag. Gedurende deze periode bedraagt de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling 28 parkeerplaatsen. Kiss & Ride plekken Bij basisscholen dient naast de parkeerbehoefte van de werknemers ook rekening gehouden te worden met de benodigde parkeerplaatsen voor het faciliteren van het halen en brengen van leerlingen. Conform het gemeentelijk parkeernormenbeleid dient ingezet te worden op zo min mogelijk autogebruik voor halen en brengen. Bij de beoogde ontwikkeling wordt daarom rekening gehouden met 10 kiss & ride plekken die buiten de schoolperiode als de parkeerbehoefte van de sporthal het hoogst is ingezet kunnen worden voor dubbelgebruik met de sporthal. Parkeeraanbod Binnen het plangebied zijn 28 parkeerplaatsen ingericht, met een ruimte reservering voor het aanleggen van 14 aanvullende parkeerplaatsen indien nodig. Daarnaast zijn aan de noordzijde van de ontsluitingsweg van het plangebied 10 kiss & ride plaatsen toegewezen voor het halen en brengen van leerlingen. Uitgaande dat de aanvullende parkeerplaatsen worden aangelegd, bedraagt het parkeeraanbod binnen het plangebied 52 parkeerplaatsen. Hierbij kunnen de parkeerplaatsen van de nabijgelegen sportvelden, gelegen aan de Oosterhoutseweg, indien benodigd ingezet worden als overloopterrein voor het opvangen van de parkeerbehoefte.
De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling gedurende de maatgevende periode bedraagt 38 parkeerplaatsen. Hiermee wordt de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein opgevangen. Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van CBS-data voor de stedelijkheidsgraad van de gemeente Geertruidenberg uitgegaan van 'matig stedelijk' en wordt voor de ligging van het plangebied uitgegaan van 'rest bebouwde kom'. Per kencijfer wordt het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Met behulp van de kencijfers uit CROW-publicatie 381 kunnen de weekdagintensiteiten worden berekend, terwijl voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling de werkdagintensiteiten maatgevend zijn. Voor het omrekenen van weekdagintensiteiten naar werkdagintensiteiten wordt voor sportfuncties een omrekenfactor van 1,0 aangehouden. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van een basisschool zijn vanuit het CROW geen kencijfers beschikbaar. Daarom wordt de verkeersgeneratie bepaald aan de hand van het gegenereerde haal- en brengverkeer en de benodigde parkeerplaatsen voor de werknemers.
Voor het bepalen van het gegenereerde verkeer voor het halen en brengen van leerlingen zijn gegevens benodigd omtrent het aantal leerlingen, het percentage leerlingen dat met de auto naar school wordt gebracht, het gemiddelde aantal kinderen per auto en het percentage kinderen dat tijdens de
29/108
lunch overblijft. Het schoolbestuur heeft aangegeven dat de toekomstige basisschool circa 432 leerlingen zal hebben, waarvan 162 onderbouw leerlingen, 167 middenbouw leerlingen en 102 bovenbouw leerlingen. Verder heeft de ontwikkelaar aangegeven dat in een worst-case situatie naar inschatting minimaal 40% van de leerlingen tijdens de lunch overblijft. De gehanteerde methodiek is gebaseerd op een onderverdeling tussen onderbouw en bovenbouw. Aangezien de gehanteerde kencijfers voor de onderbouw hoger zijn dan voor de bovenbouw, wordt voor het hanteren van een worst-case benadering voor de middenbouw leerlingen dezelfde waardes aangehouden als voor de onderbouw. Voor de overige benodigde gegevens zijn aannames gemaakt op basis van expert judgement. Tenslotte wordt voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de werknemers een turnover van 1 per parkeerplaats aangehouden. Tabel 4.3 het gegenereerde verkeer voor het halen en brengen van leerlingen % begeleid naar % begeleid per Blijft over school auto tijdens lunch
Gemiddelde Verkeersgenera aantal kinderen tie per auto (mvt/etmaal)
Onderbouw (+ 329 leerlingen middenbouw)
80%
45%
40%
1,33
427,5
Bovenbouw
30%
45%
40%
1,18
56,0
Groep
Totaal
Aantal leerlingen
102 leerlingen
483,5
In totaal zorgt het halen en brengen van kinderen voor een verkeersgeneratie van 484 mvt/etmaal. Daarnaast zorgt het personeel van de basisschool voor een verkeersgeneratie van (11 x 2 =) 22 mvt/etmaal, wat betekent dat de beoogde basisschool zal zorgen voor een verkeersgeneratie van 506 mvt/etmaal op werkdagen. Naast de basisschool betreft de beoogde ontwikkeling ook de aanleg van een kinderdagverblijf. Conform CROW-publicatie 381 dient voor een kinderdagverblijf een kencijfer van 33,05 per 100 m² (bvo) te worden gehanteerd. Met een oppervlakte van 400 m² (bvo) bedraagt de verkeersgeneratie van het beoogde kinderdagverblijf (400 * 33,05 / 100 =) 132,2 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Voor het omrekenen naar werkdagintensiteiten is geen omrekenfactor beschikbaar vanuit het CROW. Daarom wordt aangehouden dat de werkdagintensiteit gelijk is aan de weekdagintensiteit. Daarnaast wordt binnen het plangebied ook een sporthal ontwikkeld, alhoewel deze ontwikkeling niet is opgenomen in dit bestemmingsplan. In de huidige situatie is binnen het plangebied al een sporthal aanwezig met een oppervlakte van 1.885 m². In de toekomstige situatie zal de huidige sporthal worden gesloopt en vervangen worden door de beoogde basisschool en een nieuwe sporthal met een vloeroppervlakte van 1.056 m².
Conform CROW-publicatie 381 wordt voor het bepalen van de verkeersgeneratie van een sporthal een kencijfer van 9,95 per 100 m² (bvo) aangehouden. In de huidige situatie zorgt de bestaande sporthal voor een verkeersgeneratie van (1.885 x 9,95 / 100 =) 187,6 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag en werkdag. In de toekomstige situatie zal de beoogde sporthal zorgen voor een verkeersgeneratie van (1.056 x 9,95 / 100 =) 105,1 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag en werkdag. Dit betekent dat ten opzichte van de huidige situatie de nieuwe sporthal zal zorgen voor een verkeersafname van 82,5 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag, exclusief de verkeersgeneratie van de beoogde schoollocatie. Inclusief de verkeersgeneratie van de basisschool en de kinderopvang zal de beoogde ontwikkeling in totaal zorgen voor een verkeerstoename van (505,5 + 132,2 - 82,5 =) 555,2 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag.
30/108
Verkeersafwikkeling Vanaf het plangebied zal 70% (389 mvt/etmaal) van het gemotoriseerde verkeer ontsloten worden over de Parklaan in noordelijke richting, terwijl de resterende 30% (167 mvt/etmaal) via de Parklaan en de Landonk in zuidelijke richting wordt afgewikkeld. Op het kruispunt Parklaan – Koningstraat – Brejaartstraat zal 40% (222 mvt/etmaal) in oostelijke richting over de Koningstraat afgewikkeld, vanaf waar 35% (194 mvt/etmaal) wordt afgewikkeld over de Burgemeester Prinssenlaan in oostelijke richting en 5% (28 mvt/etmaal) in zuidelijke richting over de Wilhelminalaan. De overige 30% (167 mvt/etmaal) van het gegenereerde verkeer zal over de Brejaarstraat in noordelijke richting worden ontsloten vanaf waar 25% (139 mvt/etmaal) in oostelijke richting over de Beatrixlaan wordt ontsloten en 5% (28 mvt/etmaal) in westelijke richting over de Sint Jozeflaan. De verkeersafwikkeling van de beoogde ontwikkeling is weergegeven in figuur 1.
Figuur 4.1 De verkeersafwikkeling van de beoogde ontwikkeling De hoogste verkeerstoename (389 mvt/etmaal) zal plaatsvinden op de Parklaan ten noorden van het plangebied. De Parklaan is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg type II binnen de bebouwde kom. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt op basis van Duurzaam Veilig voor GOW-type II aangehouden dat een verkeersomvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal zonder problemen vlot en veilig kan worden afgewikkeld. De beoogde verkeerstoename van 389 mvt/etmaal op de Parklaan is dermate laag ten opzichte van de beoogde capaciteit van de weg dat de invloed op kwaliteit de verkeersafwikkeling gering zal zijn. Verkeersveiligheid De toename in de verkeersgeneratie zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersveiligheid. Op de Parklaan zijn aparte voorzieningen aanwezig voor het langzaam verkeer zodat de verkeersveiligheid op de weg wordt geborgd. Om de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer te verbeteren zullen aanvullende verkeerskundige maatregelen toegepast worden op de Parklaan. Zo zal een schoolzone worden ingevoerd op de Parklaan. Binnen de schoolzone zal parkeren worden verboden en de oversteekbaarheid voor het langzaam verkeer verbeterd worden met een vluchtheuvel en snelheidsremmende maatregel.
31/108
Conclusie Binnen het plangebied kan de volledige parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling opgevangen worden. De ontsluiting van het plangebied zal tevens niet tot knelpunten leiden. De verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling is dermate laag dat het niet tot een verslechtering zal leiden van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op de omliggende wegen. In de toekomstige situatie zullen aanvullende verkeerskundige maatregelen worden toegepast op de Parklaan om de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer rondom het plangebied te waarborgen. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling daarmee niet in de weg.
4.3
Geluid
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 4.4 weergegeven. Tabel 3.1: aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2
schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied
stedelijk gebied
600 400 250
350 350 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden:
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal.
32/108
Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • • •
4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.
bedraagt; bedraagt;
Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Een onderwijsgebouw is op grond van art. 1.2 van het Besluit geluidhinder een ander geluidsgevoelig gebouw. Er is sprake is van een binnenstedelijke situatie. De maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB. De algemene voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB.
Toetsing van de situatie Het IKC ligt formeel binnen de zone van de Koningstraat; de afstand tot de Koningstraat bedraagt circa 165 meter. De Koningstraat is een lokale binnenstedelijke weg en het geluid vanwege deze weg wordt in de richting van het IKC afgeschermd door de langs de weg gelegen bebouwing. Aangenomen wordt dat aan de richtwaarde van Lden = 48 dB wordt voldaan. Overige gezoneerde wegen (Eendrachtsweg/Wilhelminalaan) liggen op een grotere afstand dan 200 meter. Conclusie De ontwikkelingslocatie is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van 200 meter van de Parklaan. Onderzoek is gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op deze weg. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste 56 dB Lden bedraagt als gevolg van het verkeer op de Parklaan. Daarmee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden uit de Wet geluidhinder overschreden. Wel wordt ruimschoots voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB Lden. Redelijkerwijs zijn er geen doelmatige en/of effectieve maatregelen in de vorm van bron en overdracht mogelijk om de geluidbelasting voldoende te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Het bevoegd dient dan ook verzocht te worden een hogere waarde vast stellen.
33/108
Eventuele hogere waarden worden conform het beleid van de gemeente Geertruidenberg alleen toegekend indien, ondanks de hogere geluidbelasting, een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Aan de hiervoor gestelde eisen uit het gemeentelijk beleid wordt voldaan. Het bevoegd gezag dient dan ook verzocht te worden een hogere waarde vast te stellen. De vast te stellen hogere waarde bedraagt 56 dB Lden als gevolg van het verkeer op de Parklaan. De resultaten van waar deze conclusie uit is getrokken is terug te vinden onder bijlage 1.
4.4
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 4.5 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof
Toetsing van
Grenswaarde
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
fijnstof (PM10)
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³
jaargemiddelde concentratie
25 µg /m³
fijnstof (Pm²,5)
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m² bij één ontsluitingsweg en 200.000 m² bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.
34/108
Besluit gevoelige bestemmingen Volgens het Besluit gevoelige bestemmingen is de vestiging van een nieuwe gevoelige bestemming niet zonder meer mogelijk op een locatie die (gedeeltelijk) binnen 300 meter vanaf de rand van een rijksweg is gelegen, dan wel binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg, en waar sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. De vestiging van een dergelijke bestemming is alleen mogelijk indien dit niet leidt tot een toename van het aantal ter plaatse verblijvende personen. Onderzoek Ten gevolge van de nieuwe school zal de verkeersgeneratie 555,2 motorvoertuigen per etmaal bedragen, zie paragraaf 4.2. In de NIBM-tool (versie 23-04-2022) is 2024 als jaar van realisatie aangehouden. Voor de berekening is worst-case van 2 zware bewegingen per etmaal uitgegaan (0,4%). Uit de berekening blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,29 µg/m³ en van fijnstof van 0,08 µg/m³ (figuur 4.2). Beide toenames zijn onder 1,2 µg/m³.
Figuur 4.2 Uitsnede NIBM-tool Tevens bevindt de beoogde school zich op circa 220 meter van de provinciale weg de Wilhelminalaan en circa 470 meter van de A59. Hiermee wordt er voldaan aan het Besluit gevoelige bestemmingen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Wilhelminalaan direct ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020: 22,4 µg/m³ voor NO2, 17,4 µg/m³ voor PM10 en 9,6 µg/m³ voor Pm²,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,1 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
35/108
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG-publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie. De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor.