BP A27 - Geertruidenberg - definitief (003).pdf
Tekst van het document
Doorvertaling bestemmingsplan
In het kader van het Tracébesluit is een bureauonderzoek Archeologie en Cultuurhistorie uitgevoerd en zij een deelrapport en een oplegnotitie opgesteld voor het aspect 'Archeologie'. Deze stukken zijn in bijlagen 9, 10 en 11 bij de toelichting gevoegd. Archeologie Voor aantasting van (eventueel aanwezige) archeologische waarden geldt dat bij de aanleg van de bestaande A27 meer verstoring is opgetreden dan bij de huidige verbreding het geval is. Maar ook nu zullen er diverse zones worden doorsneden waar archeologische waarden in de ondergrond aanwezig kunnen zijn. Waar bodemverstorende ingrepen plaatsvinden (aanleg cunetten, aanbrengen taluds, graven van bermgreppels/sloten) kunnen deze worden verstoord. Daarom worden ter plekke van die zones waarvoor conform de gemeentelijke verwachtings- en beleidskaart een onderzoeksplicht geldt en waar bodemverstoring zal optreden archeologisch vervolgonderzoek uitgevoerd. Het deel dat al eerder is onderzocht door middel van verkennende boringen hoeft hierbij niet nogmaals te worden onderzocht. Wanneer de resultaten van het booronderzoek dat op delen in het projectgebied moet worden uitgevoerd bekend zijn, kunnen de details van het verdere vervolgonderzoek worden uitgewerkt in een Programma van Eisen.
Eventueel uit het booronderzoek voortvloeiend karterend en/of waarderend veldonderzoek in de vorm van boringen of proefsleuven dient plaats te vinden, al dan niet gevolgd door een opgraving van eventueel bedreigde vindplaatsen. Net ten westen van Sandoel in Raamsdonkveer bevindt zich een archeologisch rijksmonument/AMKterrein binnen het projectgebied (AMK-terrein 549). Indien behoud in situ hier niet mogelijk is, moet een Monumentenvergunning worden aangevraagd Cultuurhistorie Het tracé A27 Houten – Hooipolder doorkruist een relatief dunbevolkt gebied, waar veel cultuurhistorische elementen nog relatief onaangetast aanwezig zijn. In algemene zin heeft de grootste verstoring in het projectgebied, waar het gaat om historisch-geografische waarden (zichtlijnen, verkavelingsstructuren, inundatiegebieden, dijken, bewoningslinten, wegen, molenbiotopen etc.), reeds plaatsgevonden door de huidige A27. De werkzaamheden in het kader van de verbreding zullen deze niet of slechts in beperkte mate verder aantasten. In het geval van historische (steden)bouwkundige waarden geldt in hoofdlijnen hetzelfde. Een beperkt aantal rijks- en gemeentelijk monumenten ligt in de nabijheid van de A27 (< 100 m) maar, op Fort Altena buiten het onderhavige projectgebied na, worden geen van alle bij de verbreding aangetast.
Wel gaat de bestaande Keizersveerbrug, een cultuurhistorisch waardevol bouwwerk verloren. De huidige Keizersveerbrug voldoet niet meer aan de nieuwe eisen.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
25
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
4.8
Milieueffectrapportage
Ter onderbouwing van het Tracébesluit is een Project-MER opgesteld overeenkomstig artikel 7.2, eerste lid, Wet milieubeheer. De rapportage is in bijlage 12 bij de toelichting gevoegd. Door middel van een Milieueffectrapportage ontstaat inzicht in de milieueffecten die optreden als gevolg van een voorgenomen activiteit. Daardoor kunnen bepaalde negatieve milieueffecten worden voorkomen of beperkt. Uit de rapportage blijkt dat de negatieve effecten van het (O)TB-ontwerp (deels) kunnen worden weggenomen middels het treffen van mitigerende maatregelen. Dit is onder andere het geval bij geluid, water, natuur en ruimtelijke kwaliteit. Resterende negatieve effecten bij natuur worden gecompenseerd. Op de thema’s verkeersveiligheid, ruimtegebruik en sociale aspecten is sprake van (licht) negatieve effecten, welke inherent zijn aan de keuze om de A27 te verbreden (middels grotendeels spitsstroken). Nagenoeg alle maatregelen zijn integraal onderdeel van het (O)TB-ontwerp en het (Ontwerp-)Tracébesluit. Enkele maatregelen, veelal landschappelijk van aard, kunnen niet dwingend voorgeschreven worden en zijn opgenomen in het landschapsplan. Dit plan gaat onderdeel uitmaken van het uitvoeringscontract voor de aannemer(s), waarmee de uitvoering is geborgd.
26
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Geertruidenberg.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.1.2
Bestemmingsregels
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken (geen bouwwerken zijnde)) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde (specifieke) gebruiksregels.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
27
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden In dit onderdeel zijn omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden opgenomen. Er zijn tevens uitzonderingen van de vergunningplicht opgenomen. Wijzigingsbevoegdheid In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden specifiek voor de betreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat regels ten aanzien van overschrijdingen bouwgrenzen, bestaande maten, omgevingsvergunning voor het slopen van beeldbepalende gebouwen en voldoende parkeergelegenheid. Algemene gebruiksregels De bepaling bevat een algemene gebruiksverboden en uitzonderingen hierop. Algemene aanduidingsregels Er zijn drie gebiedsaanduidingen opgenomen in dit bestemmingsplan. Ter plaatse van de door gebiedsaanduiding aangeduide gronden gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bepaling. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels Deze bepaling bevat een algemene wijzigingsregel ten aanzien van een alternatief fietstracé.
Overige regels In de overige regels is aangegeven dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Bouwwerken die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
28
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
5.2
Bestemmingen
Verkeer Binnen de bestemming 'Verkeer' is onder andere ruimte voor verkeersdoeleinden in de vorm van stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen. Ook biedt de bestemming de mogelijkheid om water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen, onder andere ten behoeve van natuurcompensatie, in te passen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzieningen. Leiding - Gas Middels de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' is de bescherming van de binnen de plangrenzen liggende aardgastransportleidingen geregeld. Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds Middels de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds' is de aanleg en toekomstige bescherming van de nieuwe ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende belemmeringenstrook geregeld. Leiding - Hoogspanningsverbinding Middels de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' is de bescherming en het functioneren van de binnen de plangrenzen liggende hoogspanningsverbindingen geregeld. Leiding - Riool Middels de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' is de bescherming van de binnen de plangrenzen liggende rioolwatertransportleidingen geregeld. Leiding - Water Middels de dubbelbestemming 'Leiding - Water' is de bescherming van de binnen de plangrenzen liggende watertransportleidingen geregeld.
Waarde - Archeologie Middels vijf verschillende dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' is de bescherming van eventuele archeologische waarden binnen de plangrenzen geregeld. Deze dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op de 'Nota Archeologie' van de gemeente Geertruidenberg d.d. 30 november 2017. Waterstaat - Waterkering Middels de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is de bescherming van de waterkerende werking van de binnen de plangrenzen liggende waterkering geregeld.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
29
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Voorliggend bestemmingsplan 'Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder' maakt op zichzelf geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar vormt de wettelijk verplichte doorvertaling van een Tracébesluit in een bestemmingsplan. Gelet op de aard van dit bestemmingsplan is er geen aanleiding om een aanvullend exploitatieplan vast te stellen. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan is in het kader van vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), toegezonden aan diverse overleginstanties.
6.2.2
Inspraak
Omdat er al inspraak heeft plaatsgevonden in het kader van het Tracébesluit, vindt er geen inspraak plaats over Tracébesluit in het kader van het bestemmingsplan. Het ontwerptracébesluit heeft van 10 juni tot en met 21 juli 2016 ter inzage gelegen. Op basis van de ingediende zienswijzen zijn diverse optimalisaties doorgevoerd. Daarnaast heeft de minister begin 2017 besloten drie grote bruggen niet te renoveren, maar geheel te vervangen. Het gaat daarbij om de Hagesteinsebrug, de Merwedebrug en de Keizersveerbrug. De minister heeft op 20 december 2018 het Tracébesluit vastgesteld met daarbij een Nota van Antwoord. In deze Nota van Antwoord wordt bij alle ingediende zienswijzen aangegeven hoe deze zijn verwerkt. Ook is er een Nota van Wijziging opgesteld, die een compleet overzicht geeft van alle veranderingen tussen het ontwerptracébesluit en het Tracébesluit. Het Tracébesluit heeft van 10 januari tot en met 21 februari 2019 ter inzage gelegen. Op 2, 3 en 4 maart 2020 zijn de beroepen tegen het Tracébesluit voor verbreding van de A27 behandeld door de Raad van State. Op 26 augustus en 16 december 2020 heeft de Raad van State uitspraak gedaan en is het Tracébesluit onherroepelijk geworden.
6.2.3
Zienswijzen
Gelet op het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen.
30
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
31
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlagen toelichting
32
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 1
Bodem - Deelrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
33
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 2
34
Bodem - Oplegnotitie
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 3
Geluid - Hoofdrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
35
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 4
36
Luchtkwaliteit - Deelrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 5
Luchtkwaliteit - Oplegnotitie
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
37
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 6
38
Externe veiligheid - Deelrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 7
Water - Deelrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
39
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 8
40
Natuur - Deelrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 9
Bureauonderzoek Archeologie en Cultuurhistorie
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
41
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 10
42
Archeologie - Deelrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 11
Archeologie - Oplegnotitie
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
43
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Bijlage 12
44
Milieueffectrapport
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
45
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Regels
46
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg met identificatienummer NL.IMRO.0779.BPverbredingA27-vadf van de gemeente Geertruidenberg; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 afslagstrook: een extra rijstrook, naast de hoofdrijbaan, dat bestemd is voor afslaand verkeer; 1.6 agrarisch grondgebruik: gebruik van gronden dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren; 1.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8 bestaande situatie: t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; t.a.v.
gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.9 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.10 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.12 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats op of in de grond; 1.13 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.14 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel;
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
47
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
1.16 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die (in)direct met de grond is verbonden, hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond; 1.18 brutovloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten in een gebouw. 1.19 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur; 1.20 deskundige: een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake cultuurhistorie, milieu, landschap; 1.21 ecologische verbindingszone: zone die dienst doet als verspreidingsgebied respectievelijk migratieroute voor planten en dieren tussen verschillende natuurgebieden.
Aanleg van verbindingszones heeft als doel barrières tussen deze gebieden op te heffen; 1.22 gebiedsontsluitingsweg: een weg die in de Nederlandse wegcategorisering wordt aangemerkt als een weg met gelijkvloerse kruisingen welke is bedoeld om landelijk of stedelijk gebied te ontsluiten. De wegvakken hebben hierbij een doorstroomfunctie, terwijl de gelijkvloerse kruispunten uitwisseling van verkeer mogelijk maken met lagere orde wegen; 1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 geluidgevoelige objecten: woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.25 geluidwerende voorziening: een object bedoeld om geluid, afkomstig van verkeer op de weg, te verminderen in het gebied dat vanaf de weg gezien achter het object ligt, in de meeste gevallen bebouwing of natuurgebied; 1.26 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld; 1.27 hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt; 1.28 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge
samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 1.29 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
48
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
1.30 omgevingsvergunning: vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.31 peil: a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; b. voor bouwwerken die zijn gebouwd in het talud van de dijk en op een afstand van ten hoogste 4,0 m uit de grens van de dijkweg: de hoogte van de kruin van de dijk; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.32 rijstrook: een begrensd gedeelte van de rijbaan dat voldoende breed is voor een rij voor het op dat gedeelte voorkomende verkeer; 1.33 ruimtelijke ontwikkeling: bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is.
1.34 slopen: geheel of gedeeltelijk afbreken; 1.35 spitsstrook: een vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen; 1.36 stroomweg: een weg die in de Nederlandse wegcategorisering wordt aangemerkt als een weg waarop gemotoriseerd verkeer zo veel mogelijk ononderbroken kan doorstromen; 1.37 vluchtstrook: door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg afgescheiden weggedeelte, dat bestemd is voor gebruik in noodgevallen, behoudens voor de duur van openstelling als spitsstrook; 1.38 watergang: een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 1.39 waterhuishoudkundige doeleinden: doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging; bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen;
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
49
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 peil: voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de
hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; voor bouwwerken die zijn gebouwd in het talud van de dijk en op een afstand van ten hoogste 4 m uit de grens van de dijkweg: de hoogte van de kruin van de dijk; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 2.9 ondergeschikte bouwdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
50
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Verkeer
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden in de vorm van: 1. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - stroomweg" voor een stroomweg, bestaande uit maximaal 2x3 rijstroken, uitgezonderd afslagstroken en vlucht/spitsstroken; 2. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - gebiedsontsluitingsweg" voor een gebiedsontsluitingsweg, bestaande uit maximaal 2x1 rijstrook; b. fietspaden; c. water en waterhuishoudkundige doeleinden en voorzieningen; d. groen en natuur; een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, wildbegeleidende en wildbeschermingsvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, parkeervoorzieningen, wandel- en/of fietspaden, bruggen, openbare nutsvoorzieningen, bermen, wegbeplantingen, sloten en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 3.1.2
Nadere detaillering van de bestemming
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: a. Waterhuishoudkundige doeleinden De gronden binnen een strook van 5 m aan weerszijden vanaf de insteek van de met Water bestemde watergangen zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
De aan te leggen wegen, landschappelijke inpassing, natuurcompensatie, fietspaden en faunapassage, inclusief bijbehorende kunstwerken, moeten in overeenstemming zijn met het Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder, vastgesteld op 20 december 2018. Het Tracébesluit, voornoemd, en het bijbehorende landschapsplan zijn als bijlage 1 en 2 bij de regels gevoegd en worden geacht daarmee onderdeel uit te maken van deze regels.
3.2.2
Gebouwen t.b.v. nutsvoorzieningen
Gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen dienen aan het volgende te voldoen: a. de oppervlakte mag per gebouw niet meer bedragen dan 10 m²; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 15 m bedragen, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 18 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van 15 m niet van toepassing is ter plaatse van de aanduiding 'brug'.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
51
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 4 4.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een gastransportleiding en uitsluitend in het bestaande type met de bestaande druk en diameter; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
4.2
Bouwregels
Binnen deze dubbelbestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van deze dubbelbestemming.
4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de leiding, alsmede uit oogpunt van externe veiligheid geen bezwaar bestaat; dienaangaande wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Omgevingsvergunningsplichtige werken
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaand en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijv. het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het aanbrengen van gesloten verhardingen; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 4.4.2
Uitzonderingen
Het onder 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning danwel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het herbestraten met (half-)verhardingen betreffen; d. welke het normale beheer en onderhoud van de leidingen betreffen.
52
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
4.4.3
Verlening
De in 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover door de werken en werkzaamheden geen (externe) veiligheidsrisico's ontstaan en de leidingen niet worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in 4.4.1 wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.
4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de in het plan opgenomen bestemming Leiding - Gas te wijzigen met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. de planwijziging mag uitsluitend worden toegepast voor het aanbrengen van ondergeschikte wijzigingen in het tracé van de gasleiding; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden worden door de planwijziging niet onevenredig geschaad; c. voldaan wordt aan de normstelling van het plaatsgebonden risico conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Tevens wordt de omvang van het groepsrisico bepaald en een eventuele toename daarvan bij de planwijziging verantwoord; d. Alvorens toepassing te geven aan deze wijzigingsbevoegdheid vragen burgemeester en wethouders advies aan een milieudeskundige over het bepaalde in c.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
53
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 5 5.1
Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende belemmeringenstrook van ten hoogste 5 meter aan weerszijden van het kabelbed; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. toegangswegen; f. waterlopen en waterpartijen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; b. ten behoeve van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder b en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere aan de gronden toegekende bestemming(en), mits: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken hoogspanningsverbinding niet worden geschaad; b. vooraf de leidingbeheerder van de desbetreffende hoogspanningsverbinding gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld schriftelijk advies uit te brengen omtrent de beoordeling bedoeld onder a, alsmede over de beperkingen en voorschriften die gesteld dienen te worden ter bescherming van de daar genoemde belangen, dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht a. het is verboden op of in de in lid 5.1 onder a en b bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van beplantingen en bomen; 2. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 4. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, ontginnen, drainage en ophogen; 5.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 6. het permanent opslaan van goederen. b. Dit verbod geldt voor de onder 5.4.1 a1, a3 en a4 genoemde werken en werkzaamheden enkel voor zover de diepte van bovengenoemde werken en werkzaamheden meer bedraagt dan 0,8 m beneden maaiveld.
54
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
5.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod a. het verbod als bedoeld in artikel 5.4.1 is enkel van toepassing op de strook grond waar ten behoeve van TenneT een zakelijk recht dan wel een gedoogplicht kan worden gevestigd, met dien verstande dat na de vestiging daarvan, het aanlegvergunningstelsel uitsluitend betrekking heeft op de strook grond waar het zakelijk recht dan wel de gedoogplicht is gevestigd. b. Het verbod als bedoeld in artikel 5.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: 1. verband houden met de aanleg van de betreffende ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding; 2. verband houden met het Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder; 3. reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 4. het normale onderhoud van de hoogspanningsverbinding en belemmeringenstrook of van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; 5. het aanleggen van drainage tot een diepte van 1,0 m beneden maaiveld betreffen. 5.4.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 kan worden verleend indien: a. de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig schaden; 5.4.4
Advies
Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.4, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen en de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning 150 kV-ondergronds ter plaatse te verwijderen indien na aanleg van de hoogspanningsverbinding de bescherming door middel van de dubbelbestemming ter plaatse niet noodzakelijk is. Burgemeester en wethouders winnen hiervoor advies in bij de leidingbeheerder.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
55
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 6 6.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding en uitsluitend in het bestaande type met de bestaande hoeveelheid KV's; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
6.2
Bouwregels
Binnen deze dubbelbestemming zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet toegestaan.
6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de hoogspanningsverbinding geen bezwaar bestaat; dienaangaande wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betrokken hoogspanningsverbindingsbeheerder.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Omgevingsvergunningsplichtige werken
Het is verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen; b. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 m; c. het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren; d. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte. 6.4.2
Uitzonderingen
Het onder 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning danwel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het normale beheer en onderhoud van de leidingen betreffen; d. vervanging van bestaande bouwwerken, geen gebouwen gebouwen zijnde ten dienste van de onderliggende bestemming. 6.4.3
Verlening
De in 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover door de werken en werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de leidingen niet worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in 6.4.1 wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.
56
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 7 7.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg en instandhouding van een rioolpersleiding en uitsluitend in het bestaande type met de bestaande druk en diameter, één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
7.2
Bouwregels
Binnen deze dubbelbestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van deze dubbelbestemming.
7.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 25.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de leiding geen bezwaar bestaat; dienaangaande wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Omgevingsvergunningsplichtige werken
Het is verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van (half-)verhardingen; b. het vergraven, ophogen, diepwoelen of diepploegen van de bodem; c. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; d. het verwijderen van beplanting; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven c.q. indrijven van voorwerpen; f. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk, met een diepte van meer dan 30 cm; g. het graven van sloten en het leggen van (drainage)leidingen. 7.4.2
Uitzonderingen
Het onder 7.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning danwel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het herbestraten met (half-)verhardingen betreffen; d. welke het normale beheer en onderhoud van de leidingen betreffen.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
57
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
7.4.3
Verlening
De in 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover door de werken en werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de leidingen niet worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in 7.4.1 wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.
58
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 8 8.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een watertransportleiding en uitsluitend in het bestaande type met de bestaande druk en diameter; één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 8.2
Bouwregels
Binnen deze dubbelbestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van deze dubbelbestemming.
8.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de leiding geen bezwaar bestaat; dienaangaande wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Omgevingsvergunningsplichtige werken
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van (half-)verhardingen; b. het vergraven, ophogen, diepwoelen of diepploegen van de bodem; c. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; d. het verwijderen van beplanting; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven c.q. indrijven van voorwerpen; f. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk, met een diepte van meer dan 30 cm; g. het graven van sloten en het leggen van (drainage)leidingen. 8.4.2
Uitzonderingen
Het onder 8.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning danwel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het herbestraten met (half-)verhardingen betreffen; d. welke het normale beheer en onderhoud van de leidingen betreffen.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
59
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
8.4.3
Verlening
De in 8.4.1 genoemde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover door de werken en werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de leidingen niet worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in 8.4.1 wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.
60
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden.
9.2
Bouwregels
Op deze gronden zijn geen bodemingrepen toegestaan zonder vergunning van de Minister.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
61
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden. 10.2
Bouwregels
a. Op deze gronden mogen ten behoeve van het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek in de vorm van opgravingen noodzakelijk zijn, mits het bepaalde in leden 10.3 en 10.4 vooraf in acht is genomen. b. Tevens mogen op deze gronden gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht voor de andere op die gronden voorkomende bestemming(en), mits het bepaalde in leden 10.3 en 10.4 vooraf in acht is genomen. 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarden-archeologie zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld zoals het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het (ver)graven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage, het frezen, scheuren van grasland, het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en het verwijderen van funderingen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; het
aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het heien of boren van palen en slaan van damwanden, een en ander met dien verstande, dat de oppervlakte van de bodemverstoring door hei- of boorpalen wordt berekend door de oppervlakte van een paal te vermenigvuldigen met het aantal palen en vervolgens met twee. 10.4
Toelaatbaarheid
a. De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van lid 10.3 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien mede op basis van een door aanvrager ingediend archeologisch onderzoek naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond dat archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. b. Een door de aanvrager ingediend archeologisch onderzoek dient te voldoen aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, kan het bevoegd gezag verplichten dat eerst een Programma van Eisen conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) wordt opgesteld en dat dit programma ter goedkeuring bij het bevoegd gezag wordt ingediend. c. Het bevoegd gezag kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan de vergunning een of meer van de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek); 2. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); 3. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage; 4.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).
62
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
10.5
Uitzondering
Het verbod zoals bedoeld in lid 10.3 is niet van toepassing, indien: a. sprake is van een bodemverstoring door de uitvoering van de werken/werkzaamheden die niet dieper gaat dan 40 cm onder het maaiveld; b. sprake is van een bodemverstoring die dieper gaat dan 40 cm onder het maaiveld, maar deze een oppervlakte van niet meer dan 100 m2 beslaat; c. de werken of werkzaamheden: 1. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; d. de werken en werkzaamheden op archeologisch onderzoek zijn gericht; e. sprake is van het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, mits de grondwerkzaamheden niet dieper zijn dan 1,2 m en niet breder dan 1 m; f. de werken en/of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; g. duidelijk is aangetoond dat sprake is van een vervangende aanleg, waarbij geen sprake is van een extra bodemverstoring die dieper gaat dan 40 cm onder het maaiveld en dat voor een oppervlakte van meer dan 100 m2; h. naar het oordeel van het bevoegd gezag uit andere beschikbare informatie voldoende blijkt dat de archeologische waarden door de bodemverstorende activiteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; i.
de werken en/of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan dat betrekking heeft op een vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte van de bestaande bebouwing, voorzover gelegen op of onder maaiveldpeil, niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut. 10.6
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch onderzoek en van een Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek, kan het bevoegd gezag zich laten adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
10.7
Wijzigingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het plan te wijzigen door de bestemming Waarde-archeologie te wijzigen of geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel gemeentelijk archeologiebeleid hiertoe aanleiding geeft.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
63
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden. 11.2
Bouwregels
a. Op deze gronden mogen ten behoeve van het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek in de vorm van opgravingen noodzakelijk zijn, mits het bepaalde in leden 11.3 en 11.4 vooraf in acht is genomen. b. Tevens mogen op deze gronden gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht voor de andere op die gronden voorkomende bestemming(en), mits het bepaalde in leden 11.3 en 11.4 vooraf in acht is genomen. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarden-archeologie zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm onder het maaiveld zoals het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het (ver)graven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage, het frezen, scheuren van grasland, het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en het verwijderen van funderingen; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; d.
het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het heien of boren van palen en slaan van damwanden, een en ander met dien verstande, dat de oppervlakte van de bodemverstoring door hei- of boorpalen wordt berekend door de oppervlakte van een paal te vermenigvuldigen met het aantal palen en vervolgens met twee. 11.4
Toelaatbaarheid
a. De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van lid 11.3 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien mede op basis van een door aanvrager ingediend archeologisch onderzoek naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond dat archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. b. Een door de aanvrager ingediend archeologisch onderzoek dient te voldoen aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, kan het bevoegd gezag verplichten dat eerst een Programma van Eisen conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) wordt opgesteld en dat dit programma ter goedkeuring bij het bevoegd gezag wordt ingediend. c. Het bevoegd gezag kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan de vergunning een of meer van de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek); 2. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); 3. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage; 4.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).
64
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
11.5
Uitzondering
Het verbod zoals bedoeld in lid 11.3 is niet van toepassing, indien: a. sprake is van een bodemverstoring door de uitvoering van de werken/werkzaamheden die niet dieper gaat dan 50 cm onder het maaiveld; b. sprake is van een bodemverstoring die dieper gaat dan 50 cm onder het maaiveld, maar deze een oppervlakte van niet meer dan 100 m2 beslaat; c. de werken of werkzaamheden: 1. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; d. de werken en werkzaamheden op archeologisch onderzoek zijn gericht; e. sprake is van het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, mits de grondwerkzaamheden niet dieper zijn dan 1,2 m en niet breder dan 1 m; f. de werken en/of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; g. duidelijk is aangetoond dat sprake is van een vervangende aanleg, waarbij geen sprake is van een extra bodemverstoring die dieper gaat dan 50 cm onder het maaiveld en dat voor een oppervlakte van meer dan 100 m2; h. naar het oordeel van het bevoegd gezag uit andere beschikbare informatie voldoende blijkt dat de archeologische waarden door de bodemverstorende activiteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; i.
de werken en/of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan dat betrekking heeft op een vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte van de bestaande bebouwing, voorzover gelegen op of onder maaiveldpeil, niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; j. het werken en/of werkzaamheden betreft ten behoeve van de eenmalige aanleg van nieuwe drainage op agrarische gronden, mits: 1. eventuele vervanging van de buizen in de toekomst op dezelfde plaats gebeurt; 2. het drainageplan vooraf door de gemeente wordt goedgekeurd. 11.6
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch onderzoek en van een Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek, kan het bevoegd gezag zich laten adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
11.7
Wijzigingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het plan te wijzigen door de bestemming Waarde-archeologie te wijzigen of geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel gemeentelijk archeologiebeleid hiertoe aanleiding geeft.
bestemmingsplan "BP A27 - Geertruidenberg" (definitief)
65
bestemmingsplan BP A27 - Geertruidenberg
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden. 12.2