Bijlage3_Beoordeling bureau en booronderzoek Molenstraat tussen 58-60 Raamsdonk
Tekst van het document
Beoordeling en advies archeologisch onderzoeksrapport Rapport
Versie rapport Onderzoeksbureau
Raamsdonk, Molenstraat (tussen 58-60) Gemeente Geertruidenberg (NB) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase 1.0 15 november 2022 Transect b.v.
Adres, telefoon, e-mail
Auteur(s)
L. Jansen of Lorkeers en I. Korver
Opdrachtgever
Tritium Advies
Adres, telefoon, e-mail
Contactpersoon namens opdrachtgever Op verzoek van bevoegd gezag beoordeeld door Monumentenhuis Brabant d.d. Voorziene ontwikkeling (Aanleiding onderzoek) Diepte en oppervlakte voorziene bodemverstoring; indien beschikbaar: bouwtekeningen
Gemeentelijk beleid
Archeologisch verwachtingsmodel
Toetsing verwachtingsmodel (Beantwoording onderzoeksvragen)
Karlijn Kersten MA MSc Adviseur archeologie 5 januari 2023 De aanleiding voor het onderzoek vormt de ruimtelijke procedure ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woning (130 m2) in het gebied. De bebouwing wordt gefundeerd op poeren, die op maximaal 80 cm -Mv zullen worden aangelegd (grootte en oppervlakteverstoring nog onbekend). De woning wordt niet onderkelderd. Tevens zal er een parkeerplaats worden aangelegd (270 m2) met een nieuwe groenstrook waar bomen worden geplant (300 m2). Het plangebied heeft op de gemeentelijke archeologische beleidskaart een hoge archeologische verwachting. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 én dieper reiken dan 40 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk Hoge verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen vanwege de gunstige landschappelijke ligging. Zeer hoge verwachting voor de periode Nieuwe tijd vanwege de ligging in een historisch lint en de aanwezigheid van bebouwing reeds in 1629. Op grond van de veldresultaten is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bevestigd. De hoge verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen en de zeer hoge verwachting voor bebouwingsresten uit de Nieuwe Tijd kan behouden blijven.
Redenen hiervoor zijn de intacte bodemopbouw, de aangetroffen archeologische indicatoren, de aanwezigheid van een ophogingslaag, een mogelijk spoor en waarschijnlijk historische funderingsresten in het plangebied.
Conclusies rapport
Advies onderzoeksbureau
Advies gemeentelijk adviseur
Opmerkingen en suggesties
Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat er onder de bouwvoor een ophogingslaag ligt op het dekzand. In de top van het dekzand, dat zich op 20 – 90 cm -Mv (1,30 – 1,60 m NAP) bevindt, zijn in het westen van het plangebied sporen van bodemvorming aangetroffen. Zowel de top van het dekzand (20 – 90 cm -Mv; 1,30 – 1,60 m NAP), als de top van de ophogingslaag (10 – 55 cm -Mv; 1,60 – 1,95 m NAP) zijn archeologisch relevante niveaus. Transect adviseert om in het plangebied een karterend en waarderend vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een dergelijk gravend onderzoek is een Programma van Eisen benodigd, dat is beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid. Met het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven te doen uitvoeren binnen het omschreven plangebied, kan worden ingestemd. Voorliggend archeologisch concept-rapport kan door het onderzoeksbureau definitief worden gemaakt met inachtneming van de hieronder door het Monumentenhuis Brabant in rood aangegeven opmerkingen. Administratieve gegevens: Adviseur bevoegde overheid is niet RWB maar Monumentenhuis Brabant