Bijlage bij 1e. - Jaarrekening 2024 Stichting Surplus Welzijn (incl. controleverklaring)
Tekst van het document
Jaarverslag 2024 Stichting Surplus Welzijn
Breda
16 april 2025
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
INHOUDSOPGAVE
Pagina
1
Verslag Raad van Bestuur en Raad van Toezicht
2
1.1 1.1.1 1.1.2 1.1.3 1.1.4 1.1.5 1.1.6 1.1.9
Jaarrekening Balans per 31 december 2024 Winst- en verliesrekening over 2024 Kasstroomoverzicht Grondslagen van waardering en resultaatbepaling Toelichting op de balans Mutatieoverzicht materiële vaste activa Toelichting op de winst- en verliesrekening
4 5 6 7 14 19 20
1.2 1.2.1 1.2.2
Overige gegevens Statutaire regeling resultaatbestemming Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
26 26
1.3 1.3.1
Bijlagen Bijlage A, Regio Oosterhout
29
1
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1. Verslag Raad van Bestuur en Raad van Toezicht Voor de verslagen van de Raad van Bestuur en Raad van Toezicht verwijzen wij naar het jaarverslag 2024 van Stichting Surplus, alwaar deze zijn opgenomen.
2
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.1 JAARREKENING
3
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.1 JAARREKENING 1.1.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2024 (na resultaatbestemming) Ref. €
31-dec-24 €
€
31-dec-23 €
ACTIVA A Vaste activa I Materiële vaste activa
1
1. Bedrijfsgebouwen en -terreinen 228.191 2. Machines en installaties 121.225 3. Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting 333.880 4. Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa 183.504
124.667 137.435 381.868 0 866.800
Totaal materiële vaste activa
643.970
B Vlottende activa I Vorderingen
2
1. Vorderingen op handelsdebiteuren 2. Vorderingen op groepsmaatschappijen 3. Overige vorderingen 4. Overlopende activa
440.508 6.461 155.493 596.211
Totaal vorderingen
II Liquide middelen C
3
Totaal activa
Ref. €
432.045 6.789 33.211 561.151 1.198.673
1.033.196
5.480.398
5.143.968
7.545.871
6.821.134
31-dec-24 €
€
31-dec-23 €
PASSIVA D Eigen vermogen
4
I Bestemmingsreserves II Overige reserves
513 3.129.294
Totaal eigen vermogen
3.129.807
E Voorzieningen
2.631.783
5
1. Overige voorzieningen
62.373
31.913 62.373
Totaal voorzieningen
F Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)
31.913
6
1. Schulden aan leveranciers en handelskredieten 2. Schulden aan groepsmaatschappijen 3. Belastingen en premies sociale verzekeringen 4. Schulden ter zake van pensioenen 5. Overige schulden 6. Overige passiva
G
-28.840 2.660.623
441.638 90.250 821.772 323.608 1.267.839 1.408.584
419.638 200.654 806.021 145.705 1.163.932 1.421.488
Totaal kortlopende schulden
4.353.691
4.157.438
Totaal passiva
7.545.871
6.821.134
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden 4
Stichting Surplus Welzijn
1.1.2 WINST- EN VERLIESREKENING OVER 2024 Ref. € A Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening
2023 €
€
8
1. VWS-subsidies
79.969
Totaal Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening
B Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten
2024 €
98.038 79.969
98.038
9
1. Overige subsidies 2. Overige bijdragen 3. Buffetopbrengsten 4. Opbrengst activiteiten 5. Verhuur 6. Opbrengst voeding 7. Dienstverband en projecten t.b.v. derden 8. Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten
17.014.747 974.901 321.149 253.647 213.779 238.842 134.432 913.722
14.171.945 830.841 294.940 238.210 185.188 150.936 80.306 483.582
Totaal andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten
20.065.219
16.435.948
Netto omzet
20.145.188
16.533.986
Som der bedrijfsopbrengsten
20.145.188
16.533.986
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
10
457.341
106.033
Lonen en salarissen
11
10.239.373
8.586.381
Sociale lasten
11
1.797.331
1.564.308
Pensioenlasten
11
964.889
773.147
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
12
96.988
80.180
Overige bedrijfskosten
13
6.162.060
5.192.771
19.717.982
16.302.820
Som der bedrijfslasten
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten
14
-70.818
0
Rentelasten en soortgelijke kosten
14
0
-29.346
498.024
260.512
0
0
498.024
260.512
2024 €
2023 €
202.279 45.295 221.097 29.353
258.635 -1.422 -187.020 190.319
498.024
260.512
Resultaat voor belastingen
Belastingen
Resultaat na belastingen
RESULTAATBESTEMMING Het resultaat is als volgt verdeeld:
Toevoeging / onttrekking: Vermogen Vermogen Regio Drimmelen Vermogen Regio Oosterhout Vermogen Regio Breda
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
5
Stichting Surplus Welzijn
1.1.3 KASSTROOMOVERZICHT
Ref. €
2024 €
2023 €
€
Kasstroom uit operationele activiteiten
Bedrijfsresultaat Aanpassingen voor: - afschrijvingen en overige waardeverminderingen - mutaties voorzieningen
427.206
12 5
231.166
97.581 30.460
79.363 -10.441 128.041
Veranderingen in werkkapitaal: - vorderingen
2
-165.477
- kortlopende schulden (excl. schulden aan banken)
6
196.253
-151.988
30.776
1.205.728 368.358
586.023
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
Ontvangen interest
68.922
14
1.353.828
70.818
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
1.053.740
29.346 70.818
29.346
656.841
1.383.174
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen materiële vaste activa
1
-320.411
-189.467
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
-320.411
-189.467
Mutatie geldmiddelen
336.430
1.193.707
5.143.968 5.480.398
3.950.261 5.143.968
336.430
1.193.707
Stand per 1 januari Stand per 31 december
3 3
Mutatie geldmiddelen
Toelichting: Voor het opstellen van het kasstroomoverzicht is gebruik gemaakt van de indirecte methode.
De mutatie geldmiddelen bestaat uit de verandering in de liquide middelen alsmede de rc-faciliteiten bij banken. Het bedrijfsresultaat is berekend door de rentelasten af te halen van het behaalde resultaat boekjaar.
6
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn 1.1.4 GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING 1.1.4.1 Algemeen
Vestigingsadres Stichting Surplus Welzijn is statutair (en feitelijk) gevestigd te Breda aan de Leuvenaarstraat 91, 4811 VJ te Breda en is geregistreerd onder KvK-nummer 41104547. Activiteiten De activiteiten van Stichting Surplus Welzijn bestaan voornamelijk uit werkzaamheden op het gebied van sociaal cultureel werk en maatschappelijk werk. Groepsverhoudingen Stichting Surplus Welzijn behoort tot de Surplus-groep. Aan het hoofd van deze groep staat Stichting Surplus te Breda. De jaarrekening van Stichting Surplus Welzijn is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van Stichting Surplus te Breda. Verslaggevingsperiode Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2024, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2024. Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de de Regeling openbare jaarverantwoording WMG (RojW), met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW - voor zover deze volgens deze regeling van toepassing zijn - en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en het resultaat zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben.
Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Continuïteitsveronderstelling Als wij onze eigen financiële positie en vooruitzichten in ogenschouw nemen, is er geen sprake van materiële onzekerheid die ernstige twijfel kan doen rijzen of Stichting Surplus Welzijn haar activiteiten voort kan zetten en is derhalve de jaarrekening 2024 opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Vergelijking met voorgaand jaar De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar.
7
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Verbonden partijen Alle groepsmaatschappijen evenals de deelnemingen toegelicht onder de toelichting op de financiële vaste activa worden aangemerkt als verbonden partijen. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Stichting Surplus en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. 1.1.4.2 Grondslagen van waardering van activa en passiva Activa en passiva Activa en passiva worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde.
Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. Toelichtingen op posten in de balans, resultatenrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.
Een actief wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de instelling zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa. Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling zal plaatsvinden op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen. Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten.
Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijk in de praktijk zullen voordoen, en niet op voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld. De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, de functionele valuta van Stichting Surplus Welzijn.
8
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen.
De afschrijvingstermijnen van materiële vaste activa zijn gebaseerd op de economische levensduur van het vast actief. De afschrijvingen worden berekend, vanaf het moment van inbruikneming, als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Op bedrijfsterreinen en op onderhanden projecten en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Vaste activa worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen als sprake is van wijzigingen in omstandigheden waardoor de vraag ontstaat of de boekwaarde van een actief terugverdiend kan worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief per balansdatum te vergelijken met de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde kan bestaan uit de contante waarde van de toekomstige netto-kasstromen die het actief naar verwachting bij voortgezet gebruik zal genereren, of de bij verkoop naar verwachting te realiseren directe opbrengstwaarde.
Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de winst- en -verliesrekening onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord. Een bijzondere waardevermindering van goodwill wordt niet teruggenomen. Vervreemding van vaste activa Voor verkoop beschikbare activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde. Operationele leasing Bij de Stichting Surplus Welzijn kunnen er leasecontracten bestaan waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten worden veranwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden, rekening houdend met ontvangen vergoeding van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.
Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. Financiële instrumenten omvatten tevens in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten (derivaten). Afgeleide financiële instrumenten Stichting Surplus Welzijn maakt gebruik van rentederivaten om renterisico's af te dekken. Voor de verwerking, waardering en resultaatbepaling wordt met betrekking tot deze derivaten (hedge instrumenten) kostprijshedgeaccounting toegepast. Stichting Surplus Welzijn stelt middels een test periodiek de effectiviteit van de hedge relatie vast. Dit gebeurt door het vergelijken van de kritische kenmerken van het hedge instrument met die van de afgedekte positie.
Bij het toepassen van kostprijs hedge accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Dit betekent dat Stichting Surplus Welzijn derivaten tegen kostprijs waardeert omdat de afgedekte leningen ook tegen kostprijs in de balans worden verwerkt.
9
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
Vorderingen Vorderingen worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Een voorziening wordt getroffen op de vorderingen op grond van verwachte oninbaarheid. Kortlopende vorderingen hebben een looptijd korter dan een jaar. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen
Algemeen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan en die het gevolg zijn van een gebeurtenis uit het verleden, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de reële of de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting en verliezen af te wikkelen. Wanneer verplichtingen naar verwachting door een derde zullen worden vergoed, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting. Personele voorzieningen worden, indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. De disconteringsvoet voor belastingen waartegen contant wordt gemaakt, geeft de actuele marktrente weer. Hierin zijn de risico's waarmee bij het schatten van de toekomstige uitgaven reeds rekening is gehouden niet betrokken.
Voorziening langdurig zieken De voorziening voor langdurig zieken wordt gevormd voor de eerste twee jaren van de arbeidsongeschiktheid (voor medewerkers die naar verwachting niet zullen terugkeren in het arbeidsproces), voorzover deze na 31 december 2024 vallen. De hoogte van de voorziening is bepaald op basis van de salariskosten inclusief sociale lasten gedurende de ziekte periode waarbij rekening gehouden is met de transitie vergoeding. De voorziening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. Schulden Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. De schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs (nominale waarde). De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden. 1.1.4.3 Grondslagen van resultaatbepaling
Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen. Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verlichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Baten worden verantwoord in het jaar waarin de baten zijn gerealiseerd. Lasten worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. De overige baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop deze betrekking hebben. Baten (waaronder nagekomen budgetaanpassingen) en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend.
10
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
Opbrengstverantwoording Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening De subsidies op grond van artikel 3 van de Kaderwet VWS subsidies worden als bate verantwoord in het jaar waarvoor de subsidie is toegekend zodra er redelijke zekerheid bestaat dat de subsidie zal worden ontvangen en zal worden voldaan aan de daaraan verbonden voorwaarden. Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten De baten uit andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten worden verantwoord op basis van de in het boekjaar geleverde prestaties. De met de opbrengsten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord. Opbrengsten Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald. Indien het resultaat van een bepaalde opdracht tot dienstverlening niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de opbrengsten verwerkt tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening die worden gedekt door de opbrengsten.
De met de opbrengsten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord. Overheidssubsidies Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de winst-en-verliesrekening in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen. Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Subsidies zijn ontvangen in het kader van uitgevoerde werkzaamheden op het gebied van sociaal kultureel werk en maatschappelijk werk. Overige bedrijfsopbrengsten De overige opbrengsten omvatten de opbrengsten uit leveringen van goederen en diensten onder aftrek van kortingen en dergelijke en van de over de opbrengsten geheven belastingen en na eliminatie van transacties binnen de groep. Onder de overige opbrengsten worden onder meer de vergoedingen voor activiteiten, maaltijddiensten, verhuur van onroerend goed en uitgeleend personeel verantwoord. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico's met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper.
Verantwoording van opbrengsten uit de leveringen van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal verrichte diensten. Personele kosten Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de resultatenrekening voorzover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit. De beloningen van het personeel worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de instelling.
11
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
Voor de beloningen met opbouw van rechten (sabbatical leave, gratificaties e.d. ) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van gratificaties worden verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-enverliesrekening gebracht. Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen.
De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-enverliesrekening gebracht. Ontslagvergoedingen Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.
Pensioenen Stichting Surplus Welzijn heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Stichting Surplus Welzijn betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geindexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Per 1 januari 2015 gelden nieuwe regels voor pensioenfondsen. Daarbij behoort ook een nieuwe berekening van de dekkings-graad. De 'nieuwe' dekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. Door een gemiddelde te gebruiken, zal de dekkingsgraad nu minder sterk schommelen. Eind december 2024 bedroeg de dekkingsgraad 109,5%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 128%. Het herstelplan van het pensioenfonds heeft een looptijd van 2017 - 2027 en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren.
Het herstelplan eindigt als de dekkingsgraad op het vereiste niveau is. Stichting Surplus Welzijn heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Stichting Surplus Welzijn heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord als personeelskosten en voor zover de aan het Pensioenfonds Zorg en Welzijn te betalen premie nog niet is voldaan, wordt deze als verplichting op de balans opgenomen.
12
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
Afschrijvingen op materiële vaste activa Materiële vaste activa worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Financiële baten en lasten De financiële baten en lasten betreffen van derden en groepsmaatschappijen ontvangen (te ontvangen) en aan derden en groepsmaatschappijen betaalde (te betalen) interest waarbij rekening gehouden wordt met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Tevens is hieronder opgenomen het aandeel van de stichting in het resultaat van de op nettovermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen danwel ontvangen dividenden van deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend en waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten. Belastingen Stichting Surplus Welzijn valt onder de zorgvrijstelling. Derhalve is geen belastingpositie berekend.
1.1.4.4. Grondslagen voor het opstellen van het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. De verkrijgingsprijs van de verworven groepsmaatschappij is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De geldmiddelen die in de verworven groepsmaatschappij aanwezig zijn, zijn op de aankoopprijs in mindering gebracht. Transacties waarbij geen ruil van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract zijn voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten. Onder de investeringen in materiële vaste activa zijn alleen opgenomen de investeringen waarvoor in 2024 geldmiddelen zijn opgeofferd.
1.1.4.5 Grondslagen voor gebeurtenissen na balansdatum Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.
13
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn 1.1.5 TOELICHTING OP DE BALANS ACTIVA 1. Materiële vaste activa De specificatie is als volgt:
31-dec-24 €
31-dec-23 €
Bedrijfsgebouwen en -terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa
228.191 121.225 333.880 183.504
124.667 137.435 381.868 0
Totaal materiële vaste activa
866.800
643.970
2024 €
2023 €
Boekwaarde per 1 januari Bij: investeringen Af: afschrijvingen
643.970 320.411 -97.581
533.866 189.467 -79.363
Boekwaarde per 31 december
866.800
643.970
31-dec-24
31-dec-23
2.359.841 -1.493.041
2.039.430 -1.395.460
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven:
Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen
Toelichting: Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder 1.1.6.
Voor de regio Breda wordt conform subsidieregeling de aanschafwaarde in het jaar van aanschaf volledig ten laste van de egalisatierekening gebracht.
2. Vorderingen De specificatie is als volgt:
31-dec-24 €
31-dec-23 €
440.508 6.461
432.045 6.789
11.324 144.169
14.547 18.664
Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen bedragen
120.980 475.231
93.656 467.495
Totaal overige vorderingen
1.198.673
1.033.196
Vorderingen op handelsdebiteuren Vorderingen op groepsmaatschappijen Overige vorderingen: Compensatie transitievergoeding langdurige arbeidsongeschiktheid Overige posten Overlopende activa:
Toelichting: De voorziening dubieuze debiteuren welke in aftrek op de vorderingen is gebracht bedraagt € 5.181,45.
Op de onderlinge vorderingen op groepsmaatschappijen zijn geen contractuele bepalingen (zekerheden en rente) van toepassing. De reële waarde van de debiteuren en overige vorderingen benadert de boekwaarde ervan.
14
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn 1.1.5 TOELICHTING OP DE BALANS 3. Liquide middelen De specificatie is als volgt:
31-dec-24 €
31-dec-23 €
Bankrekeningen Kassen Kruisposten
5.454.729 14.128 11.541
5.110.114 21.274 12.580
Totaal liquide middelen
5.480.398
5.143.968
Toelichting:
De liquide middelen, met uitzondering van de kruisposten, staan ter vrije beschikking van de Stichting Surplus Welzijn. PASSIVA 4. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:
31-dec-24 €
31-dec-23 €
Bestemmingsreserve Overige reserves
513 3.129.294
-28.840 2.660.623
Totaal eigen vermogen
3.129.807
2.631.783
Overige mutaties €
Saldo per 31-dec-24 €
Bestemmingsreserve Saldo per 1-jan-24 €
Het verloop is als volgt weer te geven:
Resultaatbestemming €
Regio Breda egalisatiereserve
-28.840
29.353
0
513
Totaal bestemmingsfondsen
-28.840
29.353
0
513
Het verloop is als volgt weer te geven:
Saldo per 1-jan-24 €
Resultaatbestemming €
Overige mutaties €
Saldo per 31-dec-24 €
Vermogen Vermogen Regio Oosterhout Vermogen Regio Drimmelen
2.965.884 -211.146 -94.115
202.279 221.097 45.295
0 0 0
3.168.163 9.951 -48.820
Totaal overige reserves
2.660.623
468.671
0
3.129.294
Het verloop 2023 is als volgt weer te geven:
Saldo per 1-jan-23 €
Resultaatbestemming €
Overige mutaties €
Saldo per 31-dec-23 €
Regio Breda egalisatiereserve
-219.159
190.319
0
-28.840
Totaal bestemmingsfondsen
-219.159
190.319
0
-28.840
Het verloop 2023 is als volgt weer te geven:
Saldo per 1-jan-23 €
Resultaatbestemming €
Overige mutaties €
Saldo per 31-dec-23 €
Vermogen Vermogen Regio Oosterhout Vermogen Regio Drimmelen
2.707.249 -24.126 -92.693
258.635 -187.020 -1.422
0 0 0
2.965.884 -211.146 -94.115
Totaal overige reserves
2.590.430
70.193
0
2.660.623
Overige reserves
Bestemmingsreserve
Overige reserves
15
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn 1.1.5 TOELICHTING OP DE BALANS Toelichting:
Conform Artikel 9 lid 4, sub e van de Statuten van de Stichting Surplus Welzijn stelt het Bestuur de jaarrekening vast. De in het verleden gevormde bestemmingsreserves zijn per regio vrijgevallen en toegevoegd aan de algemene reserves. De definitieve afrekeningen met de diverse gemeenten inzake Algemeen Maatschappelijk Werk, Sociaal Cultureel Werk en Ouderenwerk moeten nog plaatsvinden. De bestemmingsreserve Regio Breda egalisatiereserve wordt gemuteerd met de resultaatbestemming. Inzicht in het vermogen voor de gemeente Breda is noodzakelijk om zodoende afspraken over de maximale omvang te kunnen blijven monitoren. Voor Regio Oosterhout en Drimmelen wordt het resultaat gemuteerd op vermogen van de betreffende regio. 5. Voorzieningen
Saldo per 1-jan-24 €
Dotatie
Onttrekking
Vrijval
€
€
€
Saldo per 31-dec-24 €
Voorziening langdurig zieken
31.913
72.814
42.354
0
62.373
Totaal voorzieningen
31.913
72.814
42.354
0
62.373
Het verloop is als volgt weer te geven:
Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd: 31-dec-24 € 62.373 0 0
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr.) Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr.) Hiervan langlopend (> 5 jaar)
Toelichting per categorie voorziening: De voorziening langdurig zieken wordt gevormd voor de eerste twee ziektejaren van medewerkers die langdurig ziek zijn. De hoogte van de voorziening is bepaald op basis van de salariskosten inclusief sociale lasten gedurende de ziekte periode waarbij rekening is gehouden met de transitie vergoeding. Surplus is geen eigen risicodrager voor wia/wga (werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten), na twee jaar stopt de loondoorbetalingsverplichting. 6. Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) De specificatie is als volgt:
Schulden aan leveranciers en handelskredieten Schulden aan groepsmaatschappijen Belastingen en premies sociale verzekeringen Schulden ter zake van pensioenen
31-dec-24 €
31-dec-23 €
441.638 90.250 821.772 323.608
419.638 200.654 806.021 145.705
23.992 130.192 656.333 457.322
96.629 116.119 548.942 402.242
177.306 257.350 900.283 73.645
170.909 370.086 773.267 107.226
4.353.691
4.157.438
Overige schulden: Nog te betalen salarissen Te betalen vaststellingsovereenkomsten Vakantiedagen Loopbaanbudget Overige passiva: Nog aan te wenden investeringssubsidies Vooruitontvangen bedragen Nog te betalen kosten Overige overlopende passiva Totaal kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) Toelichting: De kortlopende schulden hebben een looptijd van korter dan 1 jaar.
De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter ervan. Op de onderlinge schulden aan groepsmaatschappijen zijn geen contractuele bepalingen (zekerheden en rente) van toepassing.
16
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn 1.1.5 TOELICHTING OP DE BALANS Vervolg toelichting: Bij de ABN-AMRO Bank N.V. bedraagt de gezamenlijke kredietfaciliteit van Stichting Surplus Zorg en Stichting Surplus Welzijn per ultimo 2024 € 8.000.000 (2023: € 4.000.000). De kredietfaciliteit bij de ING Bank N.V. is per ultimo 2024 verlaagd tot nihil (2023: € 4.000.000).
Uit hoofde van de kredietfaciliteiten in rekening courant, alsmede de door de gezamenlijke financiers verstrekte langlopende leningen aan Stichting Surplus Zorg zijn de volgende zekerheden verstrekt: · Een Verhaalsregeling zekerheidsrechten tussen Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ), ABN AMRO Bank N.V. (ABN), N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en ABN AMRO Bank N.V. (ABN) in de functie van Zekerhedenagent; · Een bankhypotheek verstrekt door Stichting Surplus Zorg, eerste in rang, op de registergoederen zoals omschreven in de hypotheekakte. Deze zekerheid is verstrekt aan de Zekerhedenagent; · Een pandrecht verstrekt door Stichting Surplus Zorg, eerste in rang, op roerende zaken; · Een pandrecht op vorderingen, versterkt door Stichting Surplus Zorg en Stichting Surplus Welzijn; · Een negative pledge/pari passu en cross default verklaring door Stichting Surplus Zorg en Stichting Surplus Welzijn; · Hoofdelijke verbondenheid van Stichting Surplus Zorg en Stichting Surplus Welzijn als schuldenaars. Eind 2024 is de Common Terms Agreement (CTA) met de gezamenlijke financieringspartijen, ABN AMRO Bank N.V. (ABN), ING Bank N.V. (ING) en N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), vervangen door een tweetal bilaterale overeenkomsten tussen enerzijds Stichting Surplus en anderzijds de ABN en BNG.
Voorheen werden de ratio's berekend op basis van de samengevoegde cijfers van Surplus Zorg en Surplus Welzijn. Vanaf 2024 worden de ratio's berekend op basis van de geconsolideerde cijfers van Stichting Surplus. De afspraken zoals opgenomen in de bilaterale overeenkomsten zien specifiek toe op de informatieverplichtingen vanuit de kredietnemer, alsmede de te behalen ratio’s en de definities ter bepaling hiervan. De Solvabiliteitsratio (S-Ratio) moet gedurende het boekjaar 2024 minimaal 24% bedragen. De Debt Service Coverage Ratio (DSCR) moet gedurende het boekjaar 2024 minimaal 1,4 bedragen. Onderdeel van de afspraken wordt gevormd door het Compliance Certificaat, dat onder andere de berekeningen met betrekking tot de naleving van de verplichtingen ten aanzien van de te behalen financiële ratio’s bevat. Wij bevestigen dat: · De S-Ratio voor de meetperiode 1 januari tot en met 31 december 2024 zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekeningen van Stichting Surplus over het verslagjaar 2024 29,0% bedraagt; · De DSCR voor de meetperiode 1 januari tot en met 31 december 2024 zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekeningen van Stichting Surplus over het verslagjaar 2024 2,2 bedraagt;
17
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn 1.1.5 TOELICHTING OP DE BALANS
7. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen Meerjarige financiële verplichtingen Huur Stichting Surplus Welzijn is huurverplichtingen aangegaan voor in totaal € 1.079.139. De huurverplichting wordt jaarlijks herzien en heeft betrekking op diverse huurpanden in de regio Breda, Oosterhout en Etten-Leur.
De resterende looptijd van de huurverplichting kan als volgt worden gespecificeerd: Niet langer dan 1 jaar Tussen 1 en 5 jaar Langer dan 5 jaar
31-dec-24 €
632.667 347.931 98.541 1.079.139
Fiscale eenheid De Stichting Surplus Welzijn vormt met Stichting Surplus Zorg en Surplus Thuisondersteuning B.V. een fiscale eenheid voor de BTW. Op grond van de Invorderingswet zijn de vennootschap en de met haar gevoegde dochteronderneming ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting.
18
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
1.1.6 MUTATIEOVERZICHT MATERIELE VASTE ACTIVA
Bedrijfsgebouwen en terreinen €
Machines en installaties €
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting €
Stand per 1 januari 2024 - aanschafwaarde - cumulatieve afschrijvingen
631.664 506.997
162.091 24.656
1.245.675 863.807
0 0
2.039.430 1.395.460
Boekwaarde per 1 januari 2024
124.667
137.435
381.868
0
643.970
Mutaties in het boekjaar - investeringen - afschrijvingen - afgeronde projecten
126.193 22.669 0
0 16.210 0
10.714 58.702 0
183.504 0 0
320.411 97.581 0
- terugname geheel afgeschreven activa .aanschafwaarde .cumulatieve afschrijvingen
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
- desinvesteringen aanschafwaarde cumulatieve afschrijvingen per saldo
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Mutaties in boekwaarde (per saldo)
103.524
-16.210
-47.988
183.504
222.830
Stand per 31 december 2024 - aanschafwaarde - cumulatieve afschrijvingen
757.857 529.666
162.091 40.866
1.256.389 922.509
183.504 0
2.359.841 1.493.041
Boekwaarde per 31 december 2024
228.191
121.225
333.880
183.504
866.800
2,5 % - 10%
5% - 15%
5% - 33,33%
0,0%
Afschrijvingspercentage
Materiele vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiele vaste activa €
Totaal €
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden 19
Stichting Surplus Welzijn
1.1.7 TOELICHTING OP DE WINST- EN VERLIESREKENING BATEN 8. Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige zorgverlening De specificatie is als volgt:
2024 €
2023 €
VWS-subsidies
79.969
98.038
Totaal
79.969
98.038
Toelichting: De VWS-subsidie is ontvangen in het kader van de subsidieregeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging.
9. Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten De specificatie is als volgt:
2024 €
2023 €
Overige subsidies Overige bijdragen Buffetopbrengsten Opbrengst activiteiten Verhuur Opbrengst voeding Dienstverband en projecten t.b.v. derden Overige baten uit beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten
17.014.747 974.901 321.149 253.647 213.779 238.842 134.432 913.722
14.171.945 830.841 294.940 238.210 185.188 150.936 80.306 483.582
Totaal
20.065.219
16.435.948
Toelichting: In diverse gemeente (met name in de gemeenten als Breda en Oosterhout) zijn de subsidie opbrengsten gestegen. Daarnaast zijn in de gemeenten Altena en Geertruidenberg medio 2023 activiteiten overgenomen van een andere organisatie. De hiermee samenhangende subsidie opbrengsten zitten sinds 2024 pas voor een heel jaar in de exploitatie.
De stijging van de opbrengst voeding wordt veroorzaakt doordat de opbrengst van de maaltijden service in de gemeenten Altena en Geertruidenberg in 2023 maar een half jaar betrof. De baten andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten betreffen overeenkomsten met diverse gemeenten waar geen subsidiebeschikkingen voor zijn afgegeven.
20
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.1.7 TOELICHTING OP DE WINST- EN VERLIESREKENING LASTEN 10. Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten De specificatie is als volgt:
2024 €
2023 €
Personeel niet in loondienst Kosten uitbesteding onderaanneming
329.493 127.848
61.033 45.000
Totaal Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
457.341
106.033
Toelichting: De stijging van personeel niet in loondienst is het gevolg van externe inzet ten behoeve van het project herinrichting teams Welzijn en tijdelijke vervanging van leidinggevenden.
11. Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten De specificatie is als volgt:
2024 €
2023 €
Lonen en salarissen Sociale lasten Pensioenlasten Dotatie personele voorzieningen
10.208.913 1.797.331 964.889 30.460
8.596.822 1.564.308 773.147 -10.441
Totaal personeelskosten
13.001.593
10.923.836
Specificatie gemiddeld aantal personeelsleden (in FTE's) per segment: Stichting Surplus Welzijn
187
167
Gemiddeld aantal personeelsleden op basis van full-time eenheden
187
167
0
0
Aantal personeelsleden dat buiten Nederland werkzaam is
Toelichting: De stijging van de kosten voor lonen en salarissen inclusief sociale lasten wordt verklaard door de CAO-verhogingen en door een toename van het aandeel van management en staf in de brutoloonkosten.
12. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa De specificatie is als volgt:
2024 €
2023 €
22.669 16.210 58.702
16.992 8.314 54.057
-593
817
96.988
80.180
Afschrijvingen: Materiële vaste activa - Bedrijfsgebouwen en -terreinen - Machines en installaties - Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting Doorbelasting afschrijvingen
Totaal afschrijvingen
21
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.1.7 TOELICHTING OP DE WINST- EN VERLIESREKENING LASTEN 13. Overige bedrijfskosten De specificatie is als volgt:
2024 €
2023 €
Huishouding/beveiliging Algemene kosten Activiteitkosten Terein- en gebouwgebonden kosten Huur en leasing
684.124 3.633.595 804.092 344.024 696.225
542.653 3.093.206 713.212 270.893 572.807
Totaal overige bedrijfskosten
6.162.060
5.192.771
Toelichting: Door prijsstijgingen en de toename van activiteiten (heel 2024 in gemeenten Altena en Geertruidenberg) zijn de kosten voor huishouding en activiteitkosten sterk gestegen ten opzichte van vorig jaar. Echter ook de hiermee samenhangende opbrengsten zijn meegestegen. Onder de algemene kosten is voor een bedrag van € 521.138 (2023 € 597.095) begrepen aan overige personeelskosten. De toename van de algemene kosten wordt veroorzaakt door de toename in kosten van automatiseringsaparatuur en advieskosten inzake ontwikkeling strategie en governance structuur.
14. Rentelasten 2024 €
2023 €
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten
-70.818
-29.346
Totaal rentelasten
-70.818
-29.346
Toelichting: De hogere rentebaten is het logische gevolg dat banken inmiddels weer rentevergoeding betalen over tegoeden.
22
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.1.7 TOELICHTING OP DE WINST- EN VERLIESREKENING
15. Bezoldiging bestuurders
Voor de bezoldiging bestuurders heeft Stichting Surplus Welzijn zich geconformeerd aan de wet- en regelgeving inzake de WNT en deze als normenkader gehanteerd bij het opmaken van deze jaarrekening. Voor de bezoldiging van de bestuurders, toezichthouders en overige (niet-) topfunctionarissen in het kader van de WNT wordt verwezen naar de geconsolideerde jaarrekening van Stichting Surplus, alwaar deze zijn verantwoord. De kosten van de Raad van Bestuur en Raad van Toezicht van Stichting Surplus zijn verdeeld over Stichting Surplus Zorg, Stichting Surplus Welzijn en Surplus Thuisondersteuning B.V.. Het aandeel 2024 voor Stichting Surplus Welzijn bedraagt 5% (2023 6,4%).
16. Honoraria van de onafhankelijke accountant
Voor het honoraria van de onafhankelijke accountant wordt verwezen naar de geconsolideerde jaarrekening van Stichting Surplus, alwaar deze zijn verantwoord.
17. Transacties met verbonden partijen
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de instelling, haar deelnemingen en hun bestuurders en leidinggevende functionarissen. Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.
18. Resultaatbestemming
Het resultaat wordt verdeeld volgens de resultaatverdeling in de resultatenrekening en is conform de resultaatbestemming volgens de statuten (conform artikel 9 lid 4, sub e van de Statuten van de Stichting Surplus Welzijn stelt het Bestuur de jaarrekening vast).
19. Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.
20. Nevenvestigingen
Stichting Surplus Welzijn heeft geen nevenvestigingen.
23
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.1.7 TOELICHTING OP DE WINST- EN VERLIESREKENING
21. Vaststelling en goedkeuring jaarrekening De Raad van Bestuur van Stichting Surplus Zorg heeft de jaarrekening 2024 vastgesteld in de vergadering van 16 april 2025. De Raad van Toezicht van Stichting Surplus Zorg heeft de jaarrekening 2024 goedgekeurd in de vergadering van 16 april 2025.
Ondertekening door bestuurders en toezichthouders
W.G. De heer Drs. A.L. Maranus MBA-H Raad van Bestuur
W.G. De heer J.H.L. Jansen Raad van Bestuur a.i.
W.G. De heer Drs. S.V.A. de Kort MHA CPC Voorzitter Raad van Toezicht
W.G. De heer M.A.M. Bekkers Lid Raad van Toezicht
W.G. De heer A. Kolen Lid Raad van Toezicht
W.G. Mevrouw Drs. J.F.M. van den Broek Lid Raad van Toezicht
W.G. Mevrouw Dr. B.T.J. Hooghiemstra Lid Raad van Toezicht
W.G. Mevrouw Dr. A.I.M.C Wydoodt Lid Raad van Toezicht
W.G. De heer Dr. J.W.G. Meijer Lid Raad van Toezicht
24
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.2 OVERIGE GEGEVENS
25
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.2 OVERIGE GEGEVENS
1.2.1 Statutaire regeling resultaatbestemming
In het jaar behaalde overschotten mogen uitsluitend worden aangewend ten bate van een lichaam dat zelf gebruik maakt van de zorgvrijstelling Vennootschapsbelasting dan wel een algemeen maatschappelijk belang behartigt te bepalen door de bestuurder na voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht van Surplus.
1.2.2 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant De controleverklaring van de onafhankelijke accountant is opgenomen op de volgende pagina.
26
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
27
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.3 BIJLAGEN
28
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stichting Surplus Welzijn
1.3.1 Bijlage A, Regio Oosterhout Overzicht subsidiebeschikkingen 2024 Regio Oosterhout
omschrijving
€
36,17
€
69,85
€
95,85
beheer (MBO) (HBO)
subsidie
Uren maal tarief
Vrijwilligerskost Huisvestingsko Overige kosten Totale kosten en sten
HBO inzet
€
2.480.502
€
MBO inzet
€
164.986
€
192.891
€
192.891
Beheer act. Centra
€
290.083
€
289.034
€
289.034
Overige kosten
€
379.995
€
421.753
totaal
€
3.315.566
Opmerking
tbv verantwoording Gemeente Oosterhout:
OPC 2024 totaal
Totaal mbt OPC
€
2.704.168
3.186.093
3.186.093
€
€
15.929
€
225.113
€
180.711
€
15.929
€
225.113
€
180.711
€
3.315.566
€
€
225.113
Zaak 1632 Impulssubsidie uitbreiding Jongerenwerk
€
95.017
€
Zaak 1990 impulssubsidie Welzijn op recept
€
32.000
€
Zaak 10038 Impulssubsidie begeleiding Statushouders
€
73.083
€
Zaak 1868 Impulssubs; Statushouders
€
28.154
In OPC ed €
-
Zaaknummer 150 Impulssubsidie Jeugd Maatschappelijk Werk
€
60.557
€
59.523 €
-
€
3.027 €
-
€
-
In OPC ed €
-
€
-
€
180.711
2.704.168
€
3.607.846
€
-
€
3.607.846
€
137.257
15.929
€
-
€
28.947 €
-
€
-
€
-
€
28.947
72.271 €
-
€
-
€
-
€
72.271 uit overschot 2023
€
-
€
-
€
-
€
-
€
€
-
€
€
-
Impulssubsidies/overige: 137.257 €
Zaak 1893 JeugdMaats Werk de Strijene
€
7.657
Zaak 3277 Impulssubsidie HAR
€
32.055
Totaal mbt impulssubsidies/overige
€
328.523
€
301.025
€
-
€
Totaal
€
3.644.089
0 €
3.487.118
€
15.929
€
29
-
€
225.113
-
In OPC ed restant naar 2025. 59.523 3.027 In OPC ed restant naar 2025.
€
-
€
€
180.711
€
301.025 3.908.871 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: de raad van bestuur en de raad van toezicht van Stichting Surplus Welzijn
Verklaring over de jaarrekening 2024 Ons oordeel Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van Stichting Surplus Welzijn (‘de stichting’) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de stichting op 31 december 2024 en van het resultaat over 2024 in overeenstemming met de Regeling openbare jaarverantwoording WMG.
Wat we hebben gecontroleerd Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2024 van Stichting Surplus Welzijn te Breda gecontroleerd. De jaarrekening bestaat uit: • de balans per 31 december 2024; • de winst-en-verliesrekening over 2024; en • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen. Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is de Regeling openbare jaarverantwoording WMG.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Pagina 1 van 6
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V., Fascinatio Boulevard 350, 3065 WB Rotterdam, Postbus 8800, 3009 AV Rotterdam, T: 088 792 00 10, www.pwc.nl ‘PwC’ is het merk waaronder PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (KvK 34180285), PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs N.V. (KvK 34180284), PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (KvK 34180287), PricewaterhouseCoopers Compliance Services B.V. (KvK 51414406), PricewaterhouseCoopers Pensions, Actuarial & Insurance Services B.V. (KvK 54226368), PricewaterhouseCoopers B.V. (KvK 34180289) en andere vennootschappen handelen en diensten verlenen. Op deze diensten zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer aansprakelijkheidsvoorwaarden zijn opgenomen. Op leveringen aan deze vennootschappen zijn algemene inkoopvoorwaarden van toepassing. Op www.pwc.nl treft u meer informatie over deze vennootschappen, waaronder deze algemene (inkoop)voorwaarden die ook zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam.
Onafhankelijkheid Wij zijn onafhankelijk van Stichting Surplus Welzijn zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Het jaarverslag omvat ook andere informatie. Dat betreft alle informatie in het jaarverslag anders dan de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; • alle informatie bevat die op grond van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG en RJ 400 is vereist voor het bestuursverslag, op grond van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG is vereist voor het verslag raad van toezicht en op grond van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG is vereist voor de overige gegevens. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling openbare jaarverantwoording WMG en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag in overeenstemming met de Regeling openbare jaarverantwoording WMG en RJ 400 en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling openbare jaarverantwoording WMG, alsmede voor het toevoegen van het verslag raad van toezicht.
Pagina 2 van 6
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant, Stichting Surplus Welzijn, 17 april 2025
Verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening en de accountantscontrole Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur en de raad van toezicht voor de jaarrekening De raad van bestuur is verantwoordelijk voor: • het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling openbare jaarverantwoording WMG; en voor • een zodanige interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet de raad van bestuur afwegen of de stichting in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet de raad van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de stichting te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De raad van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de stichting haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de stichting.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze doelstellingen zijn een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten en een controleverklaring uit te brengen waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid en is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de controlestandaarden is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer hier sprake van is.
Pagina 3 van 6
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant, Stichting Surplus Welzijn, 17 april 2025
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Een meer gedetailleerde beschrijving van onze verantwoordelijkheden is opgenomen in de bijlage bij onze controleverklaring. Rotterdam, 17 april 2025 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. /PwC_Partner_Signature1/