Bijlage 6. Deel 2 Landschappelijke verdieping RES West Brabant boekje
Tekst van het document
97
Landschapstype: Alle landschapstypen waar de Zuiderwaterlinie en/of de Nieuwe Hollandse Waterlinie in ligt. Ontwikkelstrategie: In dit voorbeeld creëren de zonnepanelen nieuwe lijnen in het landschap. Dit is een minimale vorm van ontwikkelen. Brabant, daar brandt nog licht!
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
Nieuwe natuur
Bouwsteen - Introductie
3.7 Nieuwe natuur Het opwekken van duurzame energie combineren met het ontwikkelen van nieuwe natuur is een win-win kans, die de landschappelijke inpassing ruimschoots overstijgt. Het creëren van meer biodiversiteit is het makkelijkst als er in de uitgangssituatie een lage biodiversiteit is. Het ontwikkelen van nieuwe natuur aansluitend op bestaande natuur zorgt voor nieuwe robuuste natuur, die onderdeel uitmaakt van het lokale en eventueel regionale natuurnetwerk. De nieuwe natuur behorende bij de duurzame energieopwekking kan dus een uitbreiding van een bestaand natuurgebied zijn of onderdeel van een ecologische verbinding.
Positief effect op ecologie Het negatieve effect van zonnepanelen kan worden verminderd door te zorgen voor meer licht en water op de bodem. Dit kan op twee manieren. De eerste manier is door de zonnepanelen verder uit elkaar te zetten. Hierdoor is er ruimte tussen de panelen voor beplanting. De tweede manier is juist door te concentreren, waardoor er ruimte aan de randen is voor beplanting. Daarnaast maakt ook de opstelling nog uit. Een zuidopstelling zorgt voor meer licht en water op de bodem, dan een oost-westopstelling (dakopstelling). Een verticale opstelling laat ook meer ruimte voor biodiversiteit dan een platte opstelling.
Bij het onderzoeken van nieuwe potentiële locaties voor wind- en zonne-energie is het belangrijk ook de ecologische waarden goed te inventariseren. Niet alleen zodat je weet waar je zuinig op moet zijn, maar ook om de al aanwezige ecologische waarden te kunnen versterken. Een betere biodiversiteit bereik je door te investeren in de habitat van verschillende diersoorten. Een goede habitat heeft voldoende voedsel, mogelijkheden voor voortplanting en schuilgelegenheid. De nieuwe beplanting is inheemse beplanting die van nature voorkomt in het desbetreffende landschapstype.
Zonnepanelen en/of windturbines zorgen ook voor een verdienmodel waardoor een gebied ontwikkeld of getransformeerd kan worden naar een landschap met een hogere biodiversiteit.
Negatief effect op ecologie Windturbines en zonnepanelen hebben een negatieve invloed op de ecologische waarde van een gebied. Windturbines zorgen onder trekvogels en weidevogels voor verstoring en slachtoffers. Het geluid en de bewegende slagschaduw verstoren de rust in het betreffende gebied. Zonnepanelen zorgen voor minder licht en water op de bodem. Dit leidt tot minder bloemrijke vegetaties, minder biomassa, minder bodemleven en minder organische stof in de bodem. Hierdoor houdt de bodem minder water vast en is de bodemreiniging minder sterk.
Ga naar pag. 130 kaart: Gebieden bouwstenen
Voor nieuwe natuur onderscheiden we de volgende bouwstenen: • Windbos • Heideontwikkeling • Bosrand • Beekdal • Vernatten (komgebied) • Energielandgoed
99
Nieuwe natuur
Bouwsteen - N1. Windbos
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Nieuw bos creëren • Aansluiten bij bestaande bosgebieden • Benutten landschapsstructuur • Bos met rijke biodiversiteit
• Nieuw bos • Windturbines als motor • Sponswerking (vasthouden water) • Opslag CO2 en stikstof • Toename biodiversiteit
• Zand - heideontginningen, veenontginningen, kampontginningen
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.7.1 Windbos Principe: Windturbines gebruiken als motor om nieuw bos te realiseren. Dit is vooral interessant aansluitend op bestaande bosgebieden. Het nieuwe bos is ecologisch interessant en benut de huidige landschapsstructuur. Een nieuw windbos los van de huidige bossen is ook mogelijk, mits er voldoende maat gecreëerd wordt. Denk aan een minimale maat van 100 ha. Koppelkansen: Windturbines combineren met nieuw bos is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Het nieuwe bos draagt bij aan de doelstellingen uit het klimaatakkoord door het vasthouden van water (sponswerking), opslag van CO2 en stikstof en aanzienlijke toename van de biodiversiteit. Landschapstype: Het nieuwe bos sluit aan op bestaand bos. Bestaande bossen bevinden zich op de zandgronden. Het nieuwe bos zelf wordt gecreëerd in de aangrenzende landschapstypen: heideontginningen, veenontginningen, essen- en kampenlandschappen. Ontwikkelstrategie: Het betreft transformatie. Door met windturbines te werken, gaat het meteen over grootschalige ontwikkelingen. De voorkeur is om windturbines te clusteren tot minimaal 3 windturbines. Het gaat dan ook meteen om een aanzienlijk groot, nieuw bos, dat aansluit op bestaand bos.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
101
Nieuwe natuur
Bouwsteen - N2. Heideontwikkeling
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Opstelling zonnepanelen aanpassen aan heideontwikkeling • Uitbreiding heidegebieden • Tijdelijke zonnepanelen (optie)
• Heideontwikkeling (met vennen) • Toename biodiversiteit • Infiltratie en buffering • Recreatief medegebruik • Grazende schapen
• Zand - heideontginningen, veenontginningen, kampontginningen, landgoederenzone
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.7.2 Heideontwikkeling Principe: Met behulp van (tijdelijke) zonnepanelen nieuwe heide creëren. Als de tijdelijke zonnepanelen of de afgeschreven zonnepanelen verdwijnen, blijft de nieuwe natuur/historisch landschap over. Dit principe is vooral interessant aansluitend of in de buurt van bestaande heidevelden. De opstelling van de zonnepanelen wordt aangepast aan de beoogde heideontwikkeling. De verticale opstelling laat voldoende licht en water op de bodem komen. Nadeel is wel dat een verticale opstelling een hoge opstelling is, waardoor de zonnepanelen goed zichtbaar zijn in het open heideveld. Een zuidopstelling van zonnepanelen laat ook voldoende licht en water door. De schapen, die de heide begrazen, kunnen dan onder de zonnepanelen schuilen. Koppelkansen: Door zonnepanelen als motor voor nieuwe natuurontwikkeling, in dit geval heide, te gebruiken neemt de biodiversiteit toe. Door de heide te combineren met vennen is ook nog waterbuffering en/of infiltratie mogelijk. De heidevelden zijn interessant voor recreanten en toeristen om door te wandelen of te fietsen. De heide kan in stand gehouden worden met grazende schapen. Dan is het gelijk meervoudig ruimtegebruik. Landschapstype: Op de zandgronden in de buurt van of aansluitend op bestaande heidevelden. Ontwikkelstrategie: Het betreft ontwikkelen of transformatie. Bij uitbreiding van een heideveld is het ontwikkelen.
Bij het creëren van nieuwe heidevelden is het transformatie.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
103
Nieuwe natuur
Bouwsteen - N3. Bosrand
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Ontwikkelen mantel-zoomvegetatie • Bij rechtlijnige, blokvormige landschapsstructuur • Grootschaligere landschappen • Volgen bosrand, beperkt aantal knikken/bochten
• Toename biodiversiteit (mantel-zoom) • Beperkte bosuitbreiding
• Zand - heideontginningen, veenontginningen, essen, landgoederenzone, bossen
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.7.3 Bosrand Principe: Het aanleggen van nieuwe zonnepanelen combineren met het creëren van een geleidelijke bosovergang met een mantel-zoomvegetatie. Voor het ruimtelijk beeld is een rustig beeld het aantrekkelijkst. Dit betekent weinig of geen knikken in de opstelling van de zonnepanelen. Dit principe werkt dus het beste bij grootschaligere landschappen met een rechtlijnige, blokvormige landschapsstructuur. Koppelkansen: Door zonnepanelen aan te leggen langs een bosrand met een abrupte overgang is het mogelijk een geleidelijke overgang te creëren. Door de ontwikkeling van een mantel-zoomvegetatie neemt de biodiversiteit toe. De nieuwe zonnepanelen kunnen ook de motor zijn om nog een rand extra bos aan te leggen. Landschapstype: Geldt voor alle bossen met abrupte overgangen. De bossen komen in West-Brabant voor op de zandgronden. Het kan zowel over de jonge als de oude (landgoederen)bossen gaan. De zonnepanelen met bijbehorende nieuwe natuur bevinden zich op (of op de grens met) de aanliggende landschapstypes: heideontginningen, veenontginningen en essen- en kampenontginningen. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen als alleen een goede overgang met de bestaande bosrand gecreëerd wordt. Als naast een goede mantel-zoomvegetatie er ook een nieuwe rad bos aangelegd wordt, betreft het ontwikkelen. Er is dan sprake van nieuwe natuur.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
105
Nieuwe natuur
Bouwsteen - N4. Vernatten
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Zoektocht naar de schaal om poldereenheid te benadrukken, karakter zichtbaar te houden • Afwisseling in zonnevelden, water, natte graslanden en lage bosschages
• Natuurontwikkeling: natte graslanden, riet, bosschages • Waterberging • Zonnepanelen als motor • Versterken weidevogelgebied
• Naad van Brabant • Rivierklei - kom
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.7.4 Vernatten Principe: Zonnepanelen als motor voor natte natuurontwikkeling. Het komgebied (rivierklei) bestaat uit open polders met grotendeels landbouwkundig gebruik (weidegrond). Het idee is om de nieuwe natuur aansluitend op de bestaande waardevolle natuur te ontwikkelen. Centraal in het komgebied in het Land van Altena liggen de natuurgebiedjes het Pompveld en de Kornsche Boezem. Beiden zijn een natte natuurparel en behoren tot het Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem. Het Pompveld is een polder met moerassen, sloten en vochtig grasland. De Kornsche Boezem is een kleine polder tussen Dussen en Almkerk met veel wilgenbosschages. In de gebieden komen zeldzame vissoorten voor, zoals de bittervoorn, de kleine en grote modderkruiper. Het Pompveld en de Kornsche Boezem zijn goede voorbeelden van wat er aan natuurontwikkeling mogelijk is in de komgebieden. Het komgebied in het Land van Altena is een belangrijk weidevogelgebied. Het is dus belangrijk dat de openheid grotendeels bewaard blijft. De natuurontwikkeling bestaat uit natte graslanden, water, riet en zorgvuldig gepositioneerde bosschages. Belangrijk is dat de hoogte van de stellages van de zonnepanelen laag blijft. Het beste is de zonnepanelen onder een heel flauwe hoek te plaatsen.
Een oost-west opstelling is dan logischer dan een zuidopstelling, omdat een oost-west opstelling een flauwere hellingshoek heeft. Platte opstellingen zijn qua zicht ideaal, maar worden sneller vies, waardoor de onderhoudskosten hoger zijn.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
Koppelkansen: De zonnepanelen vormen de motor voor natte natuurontwikkeling in de open komgebieden. De zonnepanelen worden gecombineerd met natuurontwikkeling en waterberging. Als er waterberging onder de zonnepanelen plaatsvindt is het meervoudig ruimtegebruik. Het opwekken van duurzame energie gaat hier gepaard met versterking van het weidevogelgebied. Landschapstype: Deze bouwsteen leent zich voor de open komgebieden (rivierklei). Ontwikkelstrategie: Het betreft ontwikkelen of transformatie. Als de huidige natuurgebiedjes wat uitgebreid worden is het ontwikkelen. Indien een groot deel van het poldergebied omgevormd wordt van landbouwkundig grasland naar natte natuur is het transformatie. Deze bouwsteen is ontwikkeld voor het komgebied in het rivierkleilandschap, maar leent zich goed voor alle gebieden met kwel of een hoge grondwaterstand waar natuurontwikkeling gepland en/of gewenst is. Dit zijn de gestippelde gebieden op de kaart dynamiek/ontwikkeling: verwevingsopgave en overige natuurwaarden. De Naad van Brabant is zo’n gebied waar veel kwel voor komt.
107
Nieuwe natuur
Bouwsteen - N5. Beekdal Fase1
Fase2
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Beekdal is in principe uitsluitingsgebied • Alleen om landschap te verbeteren • Tijdelijke zonnepanelen voor omschakelen van kassen/boomkwekerijen naar natte graslanden/ teelten
• Beekdalontwikkeling • Natuurontwikkeling • Waterberging • Omschakelen naar natte teelten • Zonnepanelen als motor
• Zand - Beekdalen
Inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.7.5 Beekdal Principe: Zonnepanelen gebruiken om het beekdal te behoeden voor intensivering. De beekdalen zijn de dragers van het Brabantse zandgebied en zijn in principe uitgesloten van zonnepanelen en windturbines. Beekdalen met nog hoge landschappelijek waarde zijn volledig uitgesloten voor de plaatsing van zonnepanelen. Tijdelijke zonnepanelen zijn te overwegen als mogelijkheid om extensivering van beekdalen mogelijk te maken. Koppelkansen: Zonnepanelen kunnen de motor vormen om beekdalen te extensiveren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan mogelijkheden voor natuurontwikkeling, waterberging, natte teelten en extensievere teelten. Landschapstype: Geldt voor de beekdalen op de zandgronden. Ontwikkelstrategie: Het betreft ontwikkelen en transformatie. Bij toepassing op kleine schaal betreft het ontwikkelen en als het landschap op grotere schaal verandert is het transformatie.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
109
Nieuwe natuur
/
Landschapsbouw
Bouwsteen - N6. Energielandgoed
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Aantrekkelijk vormgegeven landschap bouwen met lanen, houtwallen, houtsingels, bosschages, graslanden en zonnevelden • Kamers creëren voor zonnevelden
• Natuurontwikkeling • Landschapsbouw met lanen, houtwallen, houtsingels, bosschages, lanen, graslanden, etc. • Recreatief gebruik • Beperkte nieuwe wooncapaciteit
• Zand - heideontginningen, veenontginningen, kampontginningen, essen
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.7.6 Energielandgoed Principe: Een nieuw landgoed creëren met daarin zonnevelden opgenomen. Een landgoed is een aantrekkelijk vormgegeven landschap met lanen, houtwallen, houtsingels, bosschages (vaak met rododendrons), graslanden en dit geval dus ook zonnevelden. Voor deze zonnevelden worden landschappelijke kamers gecreëerd. Een landgoed heeft over het algemeen ook een in het oog springend, aantrekkelijk gebouw van enig formaat. Koppelkansen: Een nieuw energielandgoed combineert de opwek van duurzame zonne-energie met natuurontwikkeling en landschapsbouw. In het nieuwe aantrekkelijke landschap met lanen, houtwallen, houtsingels, bosschages, graslanden en zonnekamers is het aantrekkelijk om te recreëren. Ook is er beperkte ruimte voor nieuwe woningen. Landschapstype: Energielandgoederen kunnen het beste aangelegd worden in de gebieden rondom de bestaande landgoederenzones. Dit zijn over het algemeen oude bosgebieden. De landschapstypen rondom deze oude bossen zijn: essen, kampontginningen, heideontginningen en veenontginningen. Het nieuwe energielandgoed is een uitbreiding van de landgoederenzone/oude bossen. Ontwikkelstrategie: Het betreft ontwikkelen of transformatie. Een beperkte uitbreiding bij een bestaand landgoed is ontwikkelen. Een compleet nieuw energielandgoed is transformatie.
Ga naar pag. 130 kaart: Gebieden bouwstenen Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
In West-Brabant komen verschillende landgoederenzones voor: • Landgoederen bij Zundert: Landgoed Oude Buisse Heide, Buitenplaats Wallsteyn, Landgoed De Moeren, Maria Toevlucht, Landgoed Pannehoef • Brabantse Wal met de landgoederen: Landgoed Groot Molenbeek, Landgoed De Wouwse Plantage, Landhuis Boslust, Huize Lievensberg, Landgoed Mattemburgh, Landgoed Het Groote Meer, Landhuis Titurel, Landgoed Le Pavillon, Landhuis ’t Ouwe Huis/Molenberg, Landgoed De Beek, Landgoed Dassenberg. • Landgoederen rondom Breda: westkant: Landgoed Liesbos, Landgoed Zoudtlandt. Noordkant: Landgoed Burgst, Landgoed IJzer Hek, Landgoed De Hartel, Landgoed Ossterheide, Landgoed Laanzicht. Oostzijde: Buitenplaats Nieuw IJpelaar. Zuidzijde: Landgoed Wolfslaar, Landgoed Luchtenburg, Landgoed Anneville, Landgoed Valkenberg, Landgoed Hondsdonk
111
Landschapsbouw
Bouwsteen - Introductie
Ga naar pag. 130 kaart: gebieden bouwstenen
3.8 Landschapsbouw In hoofdstuk 2 zijn de verschillende landschapstypen van de regio WestBrabant beschreven. Op hoofdlijnen is er het onderscheid tussen rivierklei, zeeklei, zand en de Naad van Brabant (overgang zand-klei). Elk van deze categorieën is verder verfijnd in landschapstypen, waarvan de ruimtelijke kenmerken beschreven zijn. De bouwstenen landschapsbouw sluiten aan, bouwen voort, op specifieke landschappelijke kenmerken en zijn daardoor ook alleen toepasbaar in landschapstypen waar deze kenmerken aanwezig zijn. Zo is de bouwsteen ‘Kamers vullen en maken’ geschikt voor de half-open/half-besloten zandlandschappen. De bouwsteen ‘kleinschalig landschap maken’ is geschikt voor de oeverwallen in het rivierkleilandschap. Beide bouwstenen maken een landschappelijk raamwerk met behulp van landschapselementen geënt op een specifiek landschapstype. De bouwsteen ‘Energielandschap’ is weer toepasbaar rondom
oude bossen en landgoederenzones. Op deze manier maakt de bouwsteen het huidige landschap sterker en interessanter. Wij laten hier zes bouwstenen zien. Het is mogelijk om op gemeentelijk schaalniveau, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van de zonnevisie en/of omgevingsvisie, nieuwe bouwstenen te bedenken. Hierbij is het belangrijk het landschap goed te analyseren en de specifieke ruimtelijke kenmerken te onderscheiden. Voor landschapsbouw onderscheiden we de volgende bouwstenen: 1. Energielandgoed 2. Zonnepolder 3. Langs dijken 4. Kamers vullen en maken 5. Kleinschalig landschap ontwikkelen (oeverwal) 6. Windmolens langs ontginningslijnen
113
Landschapsbouw
Bouwsteen - L1. Zonnepolder
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Efficiënt ruimtegebruik • Stevige groene buffer (dijken en omgeving)
• Concentratie van zonnepanelen, om andere gebieden te sparen koppelen aan landbouwkundig gebruik (bv. gewasbescherming) • Meer biodiversiteit (afhankelijk van oude functie)
• Zeeklei - polders
inpassen
ontwikkelen
transformatie
Energielandgoed Deze bouwsteen behoort zowel tot het thema nieuwe natuur als landschapsbouw. Voor de beschrijving van de bouwsteen ‘Energielandschap’ verwijzen wij naar pagina 89. 3.8.1 Zonnepolder Principe: Een duidelijk afgebakende polder zo efficiënt mogelijk benutten voor zonnepanelen. Op de dijken een stevige groene buffer aanleggen. Een groene dijk met bomen onttrekt de zonnepolder aan het zicht. Belangrijk is te kiezen voor een polder met geen/of weinig bebouwing. Een polder in de invloedssfeer van industrie, bedrijvigheid en/of infrabundels heeft de voorkeur vanwege de aanwezige verstoring en meer stedelijke invloedssfeer. Koppelkansen: Door te kiezen voor een sterke concentratie aan zonnepanelen, kunnen andere waardevollere gebieden gespaard blijven van zonnepanelen en/of windmolens. Afhankelijk van de oorspronkelijke functie kan de biodiversiteit verbeterd worden. Interessant is om te onderzoeken of de zonnepanelen samen kunnen gaan met een bepaalde teelt. Omdat de hele polder ingezet wordt voor de duurzame energietransitie, kan hier gekozen worden voor hoge stellages wat meer mogelijkheden voor landbouw biedt. Landschapstype: De zeekleipolders zijn geschikt voor deze bouwsteen. Ontwikkelstrategie: Het is transformatie omdat het een complete omvorming naar een enorm zonneveld is.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
115
Landschapsbouw
Bouwsteen - L2. Langs dijken
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Lange lijnen - de dijken benadrukken • Rustig beeld creëren
• Beplanting van de dijken (versterken)
• Rivierklei - oeverwal • Zeeklei - polders
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.8.2 Langs dijken Principe: Het benadrukken van de dijken -lange lijnen- door zonnepanelen te plaatsen aan de zonzijde(s). Belangrijk is een rustig beeld creëren. Idyllische kronkeldijkjes lenen zich hier niet voor. Rustige, rechte of licht gebogen lijnen kunnen zich hier wel voor lenen. Koppelkansen: Samen met de aanleg van de zonnepanelen langs de dijken, kan de beplanting op en langs de dijken opgepakt/verbeterd worden. Dan neemt de biodiversiteit toe. De lange dijklijnen zijn ook geschikt als ecologische verbindingen. Landschapstype: De dijken van de zeekleipolders lenen zich hier goed voor. De dijken langs kanalen kunnen hier ook geschikt voor zijn. Denk bijvoorbeeld aan het Wilhelminakanaal bij Oosterhout en het Markvlietkanaal bij Roosendaal. Ook in het rivierkleigebied liggen dijken waar deze bouwsteen op toe te passen is. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen. Het landschap verandert door de komst van de zonnepanelen niet echt.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
117
Landschapsbouw
Bouwsteen - L3. Kamers vullen en maken
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Versterken landschapsstructuur • Landschappelijk raamwerk maken • Kleinschaligheid landschap versterken • Toevoegen landschapselementen • Grootschaliger half-open landschap
• Natuurontwikkeling • Landschapsbouw met lanen, houtwallen, houtsingels, bosschages, lanen, graslanden, etc. • Recreatief gebruik • Extensieve landbouw
• Zand - Heideontginningen, Veenontginningen, Essen.
ontwikkelen
transformatie
Inpassen
3.8.3 Kamers vullen en maken Principe: In de halfopen landschappen leent het landschappelijke raamwerk zich ervoor om nieuwe kamers met behulp van landschapselementen te maken waar de zonnevelden in geplaatst kunnen worden. De grootte van de kamers hangt af van de schaal en maat van het landschap. Houtwallen, houtsingels, bosschages, bosranden en lanen bakenen de kamers af. Naast zonnevelden kunnen in deze kamers ook andere functies ingepast worden, zoals landbouw en natuur. Koppelkansen: De zonnepanelen worden geplaatst in bestaande en/of nieuwe groene kamers. Het maken van de nieuwe kamers is een vorm van landschapsbouw. Het nieuwe landschap leent zich voor recreatief gebruik en een beperkte nieuwe wooncapaciteit. De woonvorm is dan wonen in het groen, waarbij de hoeveelheid waardevol groen minimaal 70% is. Landschapstype: Kamers vullen en maken kan toegepast worden in de halfopen / half-besloten landschappen. Deze zijn vooral te vinden op de zandgronden. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen of ontwikkelen. Als een bestaande kamer ingevuld wordt gaat het om inpassen. De ontwikkelstrategie is ontwikkelen als de landschapsstructuur versterkt en uitgebreid wordt door de ontwikkeling van nieuwe kamers met behulp van landschapselementen.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
119
Landschapsbouw
Bouwsteen - L4. Kleinschalig landschap ontwikkelen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Versterken landschapsstructuur • Landschappelijk raamwerk maken • Kleinschaligheid landschap versterken • Toevoegen landschapselementen • Groene buffers behouden verbinding tussen kom en rivier
• Natuurontwikkeling • Landschapsbouw met boomgaarden, houtsingels, bosschages, erfbeplanting, grienden, bloemrijke graslanden, etc. • Recreatief gebruik • Beperkte nieuwe wooncapaciteit (wonen in het groen)
• Rivierklei - oeverwal
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.8.4 Kleinschalig landschap ontwikkelen Principe: Inzetten op de ontwikkeling van een landschappelijk raamwerk dat de sfeer en het karakter van het kleinschalige oeverwallandschap nog steviger neerzet. Binnen dit landschappelijk raamwerk is ruimte voor kleinschalige zonnevelden en ontwikkelingsruimte voor recreatie- en andere ondernemers. Voorwaarde is dat alle ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van het landschappelijk raamwerk. Het landschap vormt groene buffers tussen de dorpen en stadjes en tegelijkertijd verbindt het kleinschalige oeverwallandschap de uiterwaarden met het komgebied Koppelkansen: Deze bouwsteen leent zich heel goed voor een bottom-up benadering waarbij ideeën van lokale ondernemers tot uitvoering komen. Mogelijkheden om bij te dragen zijn: toevoegen van landschapselementen zoals boomgaarden, bosschages, erfbeplanting, bomenrijen, bijenlinten, bloemrijk grasland, etc. De zonnevelden maken dan onderdeel uit van natuur- en landschapsontwikkeling. Ook is het mogelijk de rijke cultuurhistorie beter beleefbaar te maken. Denk hierbij aan de Zuiderwaterlinie en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het landschappelijk raamwerk biedt koppelkansen met recreatief gebruik en een beperkte nieuwe wooncapaciteit. Het gaat dan wel om wonen in het groen, waarbij de verhouding groen minimaal 70% is.
Landschapstype: Het ontwikkelen van kleinschalig landschap als groene buffer tussen de dorpen en stadjes is geschikt voor de oeverwal in het rivierkleigebied. Ontwikkelstrategie: Het aanwezige kleinschalige oeverwallandschap wordt flink verstevigd en uitgebreid. Dit is ontwikkelen.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
121
Landschapsbouw
Bouwsteen - L5. Windmolens langs ontginningslijnen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Benadrukken lange ontginningslijnen • Afstand tot dorpen houden en groene buffers creëren • Past in grootschalig landschap
• Met omgevingsfonds groene buffer creëren bij dorpen
• Rivierklei - kom • Zeeklei - polders • Zand - heideontginningen • Zand - veenontginningen
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.8.5 Windmolens langs ontginningslijnen Principe: Het benadrukken van lange ontginningslijnen met windturbines. Voor een rustig beeld is het belangrijk lange rechte of licht gebogen ontginningslijnen te benutten. Een ander uitgangspunt is ruim voldoende afstand tot dorpen en steden bewaren. Van een deel van de opbrengsten worden groene buffers tussen de dorpen en de windturbines gerealiseerd. Koppelkansen: Windturbines hebben een beter businessmodel dan zonnevelden. Hierdoor kunnen windturbines meer afdragen aan een omgevingsfonds ten behoeve van natuur- en landschapsontwikkeling in het betreffende gebied. Dit kan gaan om groene buffers bij de dorpen, maar ook om de ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk. Landschapstype: Door de schaal en grootte passen windturbines in grootschalige landschappen. Dit zijn de jonge ontginningen en de gebieden waar de ruilverkavelingen plaats gevonden hebben: • Zand: de heideontginningen • Zand: de veenontginningen • Zeeklei: de polders • Rivierklei: de komgebieden Ontwikkelstrategie: Inpassen en ontwikkelen. Als de windmolens puur langs de lange ontginningslijnen geplaatst worden is het inpassen. Als er met behulp van een omgevingsfonds minimaal een groene buffer bij de dorpen gerealiseerd wordt, is het ontwikkelen.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
123
3.9 Op water De grote waterpartijen buiten de natuurgebieden kunnen geschikt zijn voor drijvende zonnevelden. Denk hierbij aan de drinkwaterbassins in de Biesbosch en de grote(re) zandwinplassen. Wij hebben hier alleen de bouwsteen drinkwaterbassins uitgewerkt. De gemeente Drimmelen onderzoekt momenteel samen met waterbedrijf Evides de mogelijkheden voor drijvende zonnepanelen op de drinkwaterbassins in de Biesbosch. Er is gesproken over 130 tot 160 hectare drijvende en met de zon meedraaiende zonnepanelen. Daarmee blijft 70 tot 80% nog op water. Het drijvende zonneveld zou zo’n 50.000 huishoudens van stroom kunnen voorzien. Belangrijke voorwaarde is dat de waterkwaliteit in het drinkwaterbassin goed blijft. Dit en het effect op de natuur wordt onderzocht middels een pilot van 1 hectare zonneveld op een spaarbekken bij de Brienenoordbrug in Rotterdam. Voor op water onderscheiden we de volgende bouwstenen: 1. Drinkwaterbassins 2. Zandwinplassen en grote waterpartijen
3.9.1 Drinkwaterbassins Principe: Drijvende zonnepanelen plaatsen op de drinkwaterbassins in de Biesbosch. De recreanten en toeristen in de Biesbosch gaan de drijvende zonnepanelen niet ervaren. Rondom de drinkwaterbassins liggen namelijk ontoegankelijke, hoge dijken. De recreanten en toeristen varen in de ruige natuur van de Biesbosch en zien slechts een groene dijk op de achtergrond. De verwachting is dat door 50% of meer open wateroppervlak te behouden en de zonnepanelen boven de diepste delen te plaatsen de verandering op de aquatische ecologie beperkt blijft. Nader ecologisch onderzoek is nog nodig en loopt ook nog. Koppelkansen: Het toepassen van zonnevelden op de drinkwaterbassins is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. De opbrengsten van de opgewekte zonne-energie zouden benut kunnen worden voor verdere natuurontwikkeling in de Biesbosch. Naast de bestaande drinkwaterbassins, kan ook overwogen worden een nieuw drinkwaterbassin met extra natuurontwikkeling erbij te maken. Ten bate van de trekvogels, de watervogels en het onderwaterleven kan overwogen worden om drijvende eilanden te maken. Landschapstype: De drinkwaterbassins liggen in het natuurgebied De Biesbosch. De Biesbosch behoort tot het zeekleigebied. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen als er alleen drijvende zonnepanelen op de drinkwaterbassins geplaatst worden.
Indien er daarbij aanzienlijke natuurontwikkeling plaatsvindt betreft het ontwikkeling. Het omzetten van landbouwgrond naar een nieuw drinkwaterbassin met natuurontwikkeling zou transformatie zijn.
Ga naar pag. 130 kaart: Gebieden bouwstenen Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
125
3.9.2 Zandwinplassen en grote waterpartijen Principe: Drijvende zonnepanelen plaatsen op zandwinplassen en grote waterpartijen zoals bassins bij zuiveringsinstallaties. De zandwinplassen variëren sterk in diepte en in ecologische kwaliteit. De verwachting is dat door 50% of meer open wateroppervlak te behouden en de zonnepanelen boven de diepste delen te plaatsen de verandering op de aquatische ecologie beperkt blijft. Nader ecologisch onderzoek is hiervoor nodig. Koppelkansen: Het toepassen van zonnevelden op de zandwinplassen/grote waterpartijen is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. De opbrengsten van de opgewekte zonne-energie zouden benut kunnen worden voor natuurontwikkeling en/of recreatieve ontwikkeling. Ten bate van de trekvogels, de watervogels en het onderwaterleven kan overwogen worden om drijvende eilanden in de zandwinplassen en grote waterpartijen te maken. De opbrengsten kunnen bijvoorbeeld ook benut worden voor de ontwikkeling en/of het onderhoud van de strandjes en recreatieve voorzieningen. Te fosfaatrijk water kan verbeterd worden met behulp van ijzerzand. Een andere koppelkans zijn zoetwatermosselen. Landschapstype: De zandwinplassen en groter waterpartijen liggen verspreid door West-Brabant. .
Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen als er alleen drijvende zonnepanelen op de zandwinplassen/grote waterpartijen geplaatst worden en dat daarbij de vereiste groene inpassing gerealiseerd wordt. Indien er daarbij aanzienlijke natuurontwikkeling plaatsvindt betreft het ontwikkeling. Het graven van een nieuwe waterpartij met natuurontwikkeling zou transformatie zijn.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
127
Slecht bruikbare gronden
Bouwsteen - V1. Voormalige stortplaatsen
Principe
Koppelkansen
Landschapstype
• Efficiënt ruimtegebruik • Rustig beeld creëren • Groene buffer
• Benutten restgronden • Toename biodiversiteit
• Niet van toepassing
inpassen
ontwikkelen
transformatie
3.10 Slecht bruikbare gronden In Nederland en ook in West-Brabant, gaan we erg efficiënt met de beschikbare grond om. Dit betekent dat we proberen elke m² te benutten. Toch zijn er gronden die onbruikbaar of slecht bruikbaar zijn voor de meeste functies. De voormalige vuilstorten behoren hiertoe en zijn de belangrijkste categorie. Een ander voorbeeld zijn ernstig vervuilde industriegronden. Voor alle slecht bruikbare gronden geldt dat het interessant is te onderzoeken of het mogelijk is hier zonnepanelen te plaatsen. Voormalige stortplaatsen Principe: Het benutten van voormalige stortplaatsen voor het opwekken van zonne-energie. Voormalige stortplaatsen bestaan uit (ernstig) vervuilde grond. Hierop is niet veel mogelijk. Zonnepanelen kunnen heir vaak wel op geplaatst worden. De vervuilde grond moet wel goed afgedekt worden. Koppelkansen: Voormalige vuilstorten zijn restgronden, die niet meer gebruikt worden. Door ze te gebruiken kan het bewaren van afval/vervuilde grond gecombineerd worden met het opwekken van zonne-energie. Door de voormalige stortplaats met zonnepanelen meteen landschappelijk goed in te passen neemt de biodiversiteit toe. Landschapstype: Deze bouwsteen is niet gekoppeld aan een bepaald landschapstype, maar aan voormalige stortplaatsen.
Voor de landschappelijke inpassing is het landschapstype wel relevant: de inrichting sluit aan op het aanwezige landschapstype. Ontwikkelstrategie: Het betreft inpassen. Het landschap verandert niet echt door de toepassing van de zonnepanelen en de landschappelijke inpassing is lokaal.
Ga naar pag. 156 kaart: Bouwstenen
129
dorps & stadsranden
bedrijventerreinen
agrarisch: kassen
op water: drinkwaterbasssins
nieuwe natuur
landschapsontwikkeling
3.11 Kaarten bouwstenen In hoofdstuk 3 zijn de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en windturbines in beeld gebracht aan de hand van veel verschillende bouwstenen. De bouwstenen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: Bedrijventerreinen, Dorps- en stadsranden, Infrastructuur, Agrarisch, Op water, Op voormalige vuilstorten, Landschapsontwikkeling en Nieuwe Natuur. De gekleurde ovalen geven aan welke categorie daar logisch toepasbaar is. Dorps- en stadsranden bevinden zich uiteraard rondom de dorpen en steden. Rondom de natuurgebieden liggen kansen voor nieuwe natuur en landschapsontwikkeling. De bouwstenen voor kassen liggen uiteraard bij de bestaande en eventueel uitbreidende kassengebieden. En de bouwstenen voor infrastructuur zijn toepasbaar bij infrastructuurbundels. Deze toepassing van de bouwstenen komt logisch voort uit de bestaande functies en landschapstypen. Andersom is het niet zo dat als er geen gekleurde ovaal staat een bepaalde bouwsteen niet toegepast kan worden. Op de volgende bladzijde staat dezelfde kaart, maar dan met de gemeentegrenzen.
131
133
Zonnepark
4 De leidende principes In dit hoofdstuk geven we een advies – vanuit het perspectief van het landschap – aan de hand van leidende principes.
4.1 De leidende principes vanuit de Concept RES 1.0 In de Concept RES 1.0 zijn al diverse principes benoemd voor de landschappelijk kant van het omgaan met de energieopgave. In deze landschappelijke onderlegger hebben we de principes vanuit het landschap concreter gemaakt. Deze concretiseringsslag is uiteraard gekoppeld aan de bouwstenen en komt voort uit de landschappelijke analyse. Soms sluiten deze principes 1 op 1 aan op het Provinciale beleid en soms vullen we ze aan of specificeren we. Leidende principes zijn de richtinggevende uitgangspunten voor WestBrabant, die helpen de energietransitie op een landschappelijk gewenste en verantwoorde manier vorm te geven. Er zijn algemene principes (1). Die worden gevolgd door principes voor zonne-energie (2) en principes voor windenergie (3). De principes zijn dus een verdieping op de Concept RES 1.0. Daarom volgend hieronder in blauw deze principes uit de Concept RES 1.0.
“Onze gezamenlijk ambities hebben we verwoord in vier leidende principes: • We benutten de energietransitie om de regio te versterken (o.a. vitaal platteland, stedelijke transformatie en een circulaire economie). • We hechten aan een haalbare en betaalbare energietransitie voor iedereen. • We beogen een adaptieve benadering, staan steeds open voor betere keuzes. • We streven naar zorgvuldig gebruik van de ruimte in de regio. Deze principes leiden tot een aanpak, die kansen binnen en buiten de bebouwde omgeving benut. Binnen de bebouwde omgeving zetten we stevig in op besparen, isoleren en zon op dak. Buiten de bebouwde omgeving zetten
we in op meervoudig ruimtegebruik. Zo maken we samen inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden vaart met de verduurzaming van onze energievoorziening, én respecteren we de landschappelijke kwaliteiten van de regio zo veel mogelijk.” Bron: Concept RES West-Brabant - 1e blz samenvatting “De leidende principes zijn vertaald in een afwegingskader. De keuzes die we maken analyseren en toetsen we op thema’s, die aansluiten bij nationaal programma RES: • Kwantitatieve bijdrage aan de opgave (energieopbrengst); • Omgeving (meerwaarde voor de regio, leefbaarheid, ruimte, landschap, milieu); • Energiesysteem efficiëntie (netinpassing, maatschappelijke kosten, flexibiliteit); • Bestuurlijk en maatschappelijke draagvlak (acceptatie, participatie).” Bron: Concept RES West-Brabant - blz 5 In de Concept RES 1.0 worden ook de volgende principes genoemd voor landschappelijke inpassing: • We streven naar een goede ruimtelijke, landschappelijke inpassing van zonneparken, passend bij de kenmerken van het gebieden. • We geven voorrang aan ongebruikte percelen in bebouwd gebied of aan gebieden die zich niet goed lenen voor andere functies: oude stortplaatsen, reststroken langs infrastructuur, leegstand op bedrijventerreinen e.d. • We nemen meervoudig ruimtegebruik als uitgangspunt bij alle zonneparken.
Dus: we combineren zonneparken altijd met natuurontwikkeling, klimaatadaptatie, recreatie, versterking leefomgeving en/of andere functie(s). • We geven de voorkeur aan initiatieven die gebruik maken van ’cable pooling’ en met voldoende omvang, vanwege efficiënter netwerkgebruik en kosteneffectiviteit. Meervoudig ruimtegebruik is bij velden met zonthermie wel wenselijk, maar vanwege het kleinere oppervlak van de velden, geen vast uitgangspunt. De inpassing van zonneparken in het landschap in combinatie met meervoudig ruimtegebruik vergt zorgvuldig ruimtelijk onderzoek. De (regionale) landschappelijke inpassing van zon en wind werken we komend half jaar verder uit, als bouwsteen voor het gemeentelijke zonbeleid. Dat gaat dan ook over de kansen voor zonthermie, dicht bij de gebouwde omgeving.” Bron: Concept RES West-Brabant - blz 11
135
Ten aanzien van windenergie geeft de Concept RES 1.0 richting als het gaat om het landschap. Zoekgebieden tot 2030 De gebieden voor nieuwe windturbines tot 2030 liggen vooral in het midden en noorden van onze regio. Hier is op korte termijn de meeste ruimte op het elektriciteitsnetwerk en zijn nu de meeste initiatieven, zie de “Netwerkkaart” blz 41. Voor de omvang en inrichting van windparken kiezen we voor clusters van minimaal 3 windturbines: • Langs weginfrastructuur: windturbines zijn hier landschappelijk relatief goed in te passen. We benutten hinderzones die minder geschikt zijn voor andere doelen; • Langs grote waterwegen: de schaal van dijken en grote waterwegen leent zich relatief goed voor de inpassing van wind. De netinpassing is een aandachtspunt. • Op bedrijventerreinen: deze lenen zich goed voor de ruimtelijke inpassing en de netinfrastructuur is er vaak geschikt. Ze kunnen zich ontwikkelen tot ‘energie knooppunt’, door een rol te spelen bij energieopslag en warmte productie. Dit past bij de landschappelijke structuur in deze delen van de regio - een open landschap met stedelijke gebieden - en sluit aan bij het provinciale beleid.
4.2 Algemene leidende principes Vanuit landschappelijk perspectief komen we tot de volgende algemene aanbevelingen voor de energieopgave. 4.2.1 Strategie Het landschap als vertrekpunt!
Bij het bepalen van de zoekgebieden is rekening gehouden met milieu- en veiligheidseisen en met natuur- en landschapswaarden. De keuze voor de zoekgebieden sluit ten slotte aan bij lokale plannen en initiatieven voor windparken en bij inzichten over bestuurlijke en maatschappelijke acceptatie uit het participatieproces.’ Zoekgebieden na 2030 in het zuiden van de regio Voor 2030 kunnen geen grootschalige windparken op het elektriciteitsnet worden ingepast in de grootste delen van de gemeenten Altena, Woensdrecht, Rucphen, Zundert, Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. In het zuiden van de regio zien we op termijn wel kansen voor de ontwikkeling van zon- en windenergie in combinatie met natuur, landbouw en klimaatadaptatie. Grote parken zijn alleen mogelijk als de netcapaciteit er flink wordt uitgebreid. Die eventuele uitbreiding zal niet voor 2030 klaar zijn. We starten in deze gemeenten al wel met de inpassing van zon op dak en kleinschalige zonneparken op lokale stations (indicatie tot 2 MW elektriciteit). Zuidelijke zandgronden met wind, zon, natuur en landbouw. Hier komen verschillende opgaven bij elkaar: klimaatverandering, verdroging van natuurgebieden en omschakeling naar duurzame landbouw.
Deze opgaven vragen om een samenhangende, gebiedsgerichte benadering, inclusief de productie van duurzame energie: • Als financieringsbron voor de omvorming van de agrarische bedrijfsvoering, bij voorbeeld compensatie voor verhoging van grondwaterstanden. • In bijvoorbeeld de combinatie van (tijdelijke) windturbines met nieuwe (loof ) bossen of voedselbossen. • Of als natuurontwikkeling met zonneparken, bijvoorbeeld als intensief gebruikte akkers veranderen in zonneparken met extensief beheer en de juiste inrichting.” Bron: Concept RES West-Brabant - blz 13
De RES als ontwerpopgave Windturbines of zonnevelden plaatsen kan op uiteenlopende manieren. Het vraagt om maatwerk en er is geen standaard receptuur. Tegelijk zijn er bouwstenen en inpassings- en vormgevingsprincipes die, mits ze goed toegepast worden, kunnen helpen bij het maken van nieuwe kwaliteit. “Inpassen” binnen bestaande kwaliteiten kan slechts ten dele. Vaak zal blijken dat er een nieuwe landschappelijke laag nodig is waarmee we spreken over “ontwikkeling” of “transformatie”. Hoe ziet zo’n laag eruit? Hoe ziet ons nieuwe landschap eruit? Door de energietransitie te zien als een ontwerpopgave en deze te koppelen aan andere lokale of regionale opgaven kunnen we een antwoord geven op deze vragen. Het bestaande landschap, met het bestaande beeld en de sfeer ervan, is daarbij het vertrekpunt. Via het ontwerpen kunnen opties onderzocht worden, verbeeld worden en kan ook verleid worden tot nieuwe landschappen. Door de ontwerpkracht kunnen ook kansen ontstaan voor grootschalige ingrepen die van meerwaarde zijn voor het landschap. Ook kunnen gebieden waarvan de oorspronkelijke karakteristiek al verdwenen is of die zwaar onder druk staat door grotere ontwerpingrepen een nieuwe landschapskwaliteit krijgen.
Integrale oplossingen Clustering heeft ook schaalvoordelen. Zowel in financiële, als in ruimtelijke en energetische zin. Deze voordelen kunnen benut worden om andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, waterveiligheid en landbouwtransitie, integraal mee te nemen in planvorming en gebiedsontwikkeling. Nieuwe landschapskwaliteit Clustering biedt de kans om nieuwe landschappen te maken. Landschappen met een duidelijke eigen identiteit. Zorgvuldig gekozen concentratie versterkt de regionale variatie in landschappen. Landschapsbeleving windenergie Windturbines zijn door de hoogte zichtbaar over grote afstanden. Windmolens zijn tot op wel 2 à 3 kilometer afstand zichtbaar. Hiermee zijn ze bepalend in de beleving en sfeer van het landschap. Om te voorkomen dat de windmolens onnodig veel invloed krijgen in de landschapsbeleving, is het belangrijk dat de windturbines geclusterd worden. Door de clusteren overlapt de invloedssfeer en zijn ze in een kleiner gebied te beleven. Op deze manier wordt bovendien een “hagelslag” van verspreide windmolens in het landschap voorkomen. Landschapsbeleving zonne-energie Zonnevelden zijn een stuk minder zichtbaar dan windturbines. Toch hebben ook deze een invloed op de landschapsbeleving. Zonnevelden zijn namelijk technisch en contrasteren daardoor met de omliggende natuurlijke omgeving.
Doordat zonnevelden geen directe relatie met de ondergrond hebben, passen de velden betreft de uitstraling en functionaliteit bij een stedelijke omgeving (en dus minder bij het landelijke gebied). Een willekeurige spreiding van panelen is landschappelijk gezien niet wenselijk. Om te voorkomen dat het landschap en de beleving ervan sterk versnippert, is het clusteren van zonnevelden een goede oplossing. Overigens hangt het een en ander wel af van het landschapstype. Aansluiten op de landschappelijke diversiteit in de regio Het lijkt erop dat de energietransitie tot 2030 in West-Brabant prima op koers ligt. Iedere gemeente neemt zijn deel en de opgave wordt daarmee verspreid over heel West-Brabant. Vanuit landschappelijk perspectief worden in deze onderlegger ontwerp- en vormgevingsprincipes gegeven waarmee een verantwoorde oplossing mogelijk is. Maar we hebben ook een grotere opgave voor de periode 2030 – 2050. Daarover zal nog een verder gesprek in de regio moeten plaats vinden. Dit rapport geeft voor dat gesprek al vast landschappelijke bouwstenen. Tegelijk zien we dat als de huidige spreiding wordt aangehouden, het risico bestaat dat er geen recht gedaan wordt aan de landschappelijke kwaliteit en diversiteit van de regio.
Vanuit landschapsperspectief is daarom het pleidooi om aan te sluiten op de landschappelijke diversiteit en daarmee mogelijk te clusteren en zo tot een echte regionale oplossingen te komen. Daarmee kunnen, naast de uitsluitingsgebieden, mogelijk meer gebieden gevrijwaard blijven terwijl andere draagkrachtige gebieden middels transformatie een nieuw verleidelijk beeld krijgen.
Infrastructuur Clustering leidt tot een efficiënte en ruimtebesparende energie-infrastructuur. Het ontwerp van nieuwe hoogspanningstracés biedt de kans tot clustering door strategische plaatsing van koppelstations. Zo kunnen kwetsbare en waardevolle landschappen ontzien worden en zijn aanvragen vanuit de markt te sturen.
137
De passende ontwikkelstrategie Vanuit landschappelijk perspectief zijn er drie ontwikkelstrategieën: inpassing, ontwikkeling en transformatie. Inpassing: Inpassing sluit direct aan bij de bestaande identiteit, sfeer en structuur van het landschap. Daarbij is de invloed op het landschap en de beleving daarvan gering. De ontwikkeling van wind- en zonne-energie met bijbehorende groene inpassing is niet bepalend voor de identiteit/het karakter van het gebied. Ontwikkeling: Ook ontwikkeling sluit aan bij de huidige identiteit van het landschap, maar bij ontwikkeling wordt deze substantieel versterkt. De gebruiks- en belevingswaarde van het landschap neemt aanzienlijk toe als gevolg van de ontwikkeling. De ingreep wordt bewust gemaakt in combinatie met andere ontwikkelingen om tot een betere/andere omgevingskwaliteit te komen. Transformatie: Transformatie gaat uit van een nieuwe toekomst van een gebied door een nieuwe en eigen gebiedsidentiteit te ontwerpen. Een nieuw landschap met een nieuwe identiteit, gebaseerd op nieuwe kwaliteiten, structuren en kenmerken. Bij zonne-energie komen alle drie de strategieën voor. Bij grootschalige zonnevelden is de strategie ontwikkeling óf transformatie. Het invoegen van kleinschalige zonnevelden in het landschap valt onder inpassing.
Ook bij windenergie komen alle drie de strategieën voor hoewel de sfeer en het beeld van het landschap meer transformeert dan bij zonne-energie.
Sluit aan op gebied specifieke kenmerken: sfeer en ruimtebeeld Het bestaande landschap roept verschillende sferen en gevoelens op bij de mensen die dit beleven. Dit soort sferen worden uitgedrukt met gevoelswoorden zoals rommelig, kleinschalig, dynamisch, stedelijk, ruig, natuurlijk, romantisch etc. Bij de ontwerpopgave voor plaatsen van windturbines en het realiseren van zonnevelden is het steeds zoeken naar de aansluiting op die sferen. Op deze manier komen we tot specifieke oplossingen per plek die geen afbreuk doen aan de landschappelijke, cultuurhistorische en maatschappelijke waarden in een gebied. Het plaatsen van windturbines en het realiseren van zonnevelden dient daarom verbonden te worden met het karakter van een gebied. Er kan echter ook bewust gekozen worden voor een nieuwe sfeer en karakter (transformatie). Het rekenschap geven van het aspect sfeer is echter wezenlijk. Om kleinschalige zonnevelden in te passen, is het van belang dat de oppervlaktemaat goed aansluit bij de gemiddelde kavelmaat en de landschapselementen van een gebied. Voorbeelden van landschapselementen zijn hagen of houtsingels met een bepaalde soortensamenstelling, watergangen etc. Bij windenergie is het belangrijk dat de windmolens aansluiten op de dominante landschappelijke structuur. Hierbij kun je denken aan kavelrichtingen, ontginningslijnen etc.
Uitsluiting en terughoudendheid De landschappelijke onderlegger van de RES geeft een landschapsanalyse op waarden die uiteindelijk leidt tot reductie van gebieden waar zon- en wind in principe uitgesloten is. De ecologische waarden staan centraal. Hierom worden natuurgebieden (Natura2000, NNB) en bestaande bossen in principe uitgesloten voor zonnevelden en windturbines. Voor de bossen die geen onderdeel zijn van de NNN geldt dat vanwege de ruimtelijke impact windenergie niet gewenst is. Echter kan er in uitzonderlijke gevallen een klein deel van een bos- of natuurgebied worden betrokken bij windenergie. Dit kan alleen wanneer er een passende totaalopstelling kan ontstaan, de ecologische waarde niet onevenredig wordt geschaad en er compensatie mogelijk is. Windbossen zijn wel voorstelbaar wanneer dit de aanplant van een nieuw bos betreft. Wind is dan de motor voor een landschappelijke transformatie, waarbij niet alleen duurzame energie wordt opgewekt, maar ook CO2 wordt vastgelegd.
Zorgvuldig zijn met cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren Het West-Brabantse landschap is rijk aan cultuurhistorische elementen en structuren. Grote delen van dit landschap waren feitelijk energielandschappen in vroeger tijden; West-Brabant heeft een rijke turfgeschiedenis die het landschap op veel plekken gevormd heeft. Deze elementen en structuren vertellen het verhaal van het gebied, zijn onderdeel van de identiteit en verbonden met de cultuur van de mensen die er leven. Bepaalde grote cultuurhistorische vlakken, zoals de Hollandsche Waterlinie en de Zuiderwaterlinie, worden bij voorkeur gespaard van zon- en windenenergie omdat zodanig de ruimtelijk-cultuurhistorische samenhang in deze gebieden en de leesbaarheid maximaal te behouden. Echter de cultuurhistorische structuren kunnen ook inspiratie geven voor het ontwerp aan duurzame energie. Het principe moet dan zijn dat door het toepassen van zon- of wind de beleving van de cultuurhistorie juist versterktwordt. Dit vraagt ontwerpkracht én een goede afweging. Bij de energietransitie is het vanuit landschapsperspectief aanbevelingswaardig de cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren zoveel mogelijk te respecteren.
Nabij of in beschermde dorps- en stadsgezichten en reeds aangewezen cultuurhistorisch, archeologisch, of aardkundig waardevolle gebieden dient voorzichtig omgegaan te worden met de inpassing van duurzame energie. De waarden zoals beschreven in de provinciale waardenkaart cultuurhistorie (CHW) zijn hierbij uitgangspunt.
139
Zorgvuldig zijn met de beekdalen als dragers van het Brabantse Zand De beekdalen worden in beginsel uitgesloten van zon- en windenergie. Door dit te doen, wordt de samenhang bewaard binnen het landschap. De beekdalen zijn ruimtelijk, landschappelijk maar zeker ook ecologisch gezien belangrijke dragers van het Brabantse Zand, waarbij het karakter per beekdal wel verschillend is. Versnippering van de beekdalen door middel van zonnevelden is in het algemeen ongewenst. Uitzonderingen kunnen gemaakt worden als een zorgvuldig ontwerp met zonne-energie als motor voor ontwikkeling dient. Deze ontwikkeling brengt extensivering van een of meerdere beekdalen tot stand.
Zorgvuldig zijn met de kreken als dragers van de Brabantse zeeklei Net zoals de beken de dragers van het zandlandschap zijn, zijn de nog zichtbare kreken historisch, ruimtelijk, landschappelijk en ecologisch gezien de belangrijke dragers voor de Brabantse zeeklei. Hoewel de kreken een totaal andere ontstaansgeschiedenis en verschijningsvorm hebben dan de beken zijn het ook belangrijke dragers, juist omdat er al veel kreken verdwenen zijn uit het landschap. Versnippering van de nog zichtbare kreken door middel van zonnevelden in niet gewenst. Toch kan in bijzondere situaties ook hier zonne-energie als motor gezien worden. Sterk verstoorde kreken door bijvoorbeeld kanalisatie, ruilverkaveling of verstening (bijvoorbeeld) door kassen, kunnen juist landschappelijk en ecologisch verbeterd worden door een zorgvuldig ontwerp.
4.2.2 koppelkansen
De energietransitie als onderdeel van gebiedsontwikkeling Het landschap verandert voortdurend en de energietransitie staat niet op zichzelf. Energietransitie en verschillende andere opgaven zoals verstedelijking, klimaatadaptatie, mobiliteit, landbouwtransitie, bos- en natuurontwikkeling vinden gelijktijdig plaats. Alle deze ontwikkelingen vragen om verschillende ruimte. Bij het zoeken naar locaties voor duurzame opwek is het altijd cruciaal om vanuit efficiënt gebruik van ruimte en middelen te redeneren. Werk met werk maken: de RES-opgave als integrale gebiedsgerichte opgave. Op deze manier wordt voorkomen dat de energietransitie andere doelstellingen in de weg zit. Zo komen we tot meervoudig ruimtegebruik in een omgeving waar veel ruimtedruk plaats vindt. In de gebieden die al in transformatie zijn doet een verandering ook minder tot geen pijn.
Benut koppelkansen. Ruimte is schaars. Daarom is meervoudig ruimtegebruik noodzakelijk. Zoals ook al vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie en uitgangspunt in de RES gaat de voorkeur hierbij uit naar meervoudig ruimtegebruik met een nadrukkelijke maatschappelijke meerwaarde. Denk hierbij aan een koppeling met waterberging of het realiseren van natuurdoelen. Een minder goed voorbeeld is het laten grazen van schapen of kippen onder de panelen. Dit is wel meervoudig ruimtegebruik en nastrevenswaardig, maar levert daarentegen nauwelijks een maatschappelijke meerwaarde op. • Mengen Zoek naar functionele synergie voor het mengen van functies. Bijvoorbeeld windturbines en landbouw, of verticale zonnepanelen en landbouw. • Koppelen Indien mengen niet mogelijk is vanwege een dominerend belang of functie, ga dan op zoek naar gemeenschappelijke belangen en manieren om andere functies te koppelen. Bijvoorbeeld een zonneveld waarbij de randen bijdragen aan het herstel en beheer van kleinschalige landschapselementen.
141
4.3 Leidende principes zon Vanuit landschappelijk perspectief komen we tot de volgende leidende principes voor zonne-energie.
Voorkeur vanuit landschappelijk oogpunt Volledig in lijn met de Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening hebben we vanuit het landschap een voorkeur voor waar zonne-energie wordt opgewekt. Het is niet in volgorde van uitvoering maar een volgorde in wenselijkheid. De beschikbare ruimte is beperkt en daarom streven we naar efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik. Zonne-energie wordt bij grote voorkeur opgewekt in stedelijk gebied op: • daken en gevels, • onbenutte terreinen in bebouwd gebied (zoals braakliggende terreinen, voormalige stortplaatsen en locaties die gereserveerd zijn voor woningbouw/bedrijven). Zo ontzien we het landelijk gebied. De enorme energievraag komt grotendeels uit de stedelijke gebieden. Deze opgave is echter zo groot dat het met besparing en alleen opwekken in het stedelijk gebied niet gaat lukken. Er is dus ook behoefte aan grondgebonden zonne-energie in het landelijke gebied. Het is wenselijk deze zoveel mogelijk in te vullen op: • terreinen in het landelijke gebied niet zijnde landbouwgrond of natuur. Bijvoorbeeld op vliegvelden (Woensdrecht, Seppe) defensieterreinen, waterzuiveringsterreinen en binnenwateren.
In de laatste instantie komen zonnevelden terecht op landbouwgrond. De verwachting is dat de benodigde hoeveelheid op te wekken duurzame energie zo groot is, dat het nodig zal zijn landbouwgronden te benutten voor de opwek van zonne-energie. Voor het deel van de opgave zonne-energie dat terecht komt op landbouwgrond geldt de volgende voorkeur: • Percelen dichtbij de gebouwde omgeving mits deze geen bijzondere waarden hebben. Met name (randen van) industrie en haventerreinen bieden interessante kansen vanwege de combinatie tussen vraag en aanbod en waar mogelijk andere opgaven zoals waterbuffering. Vanuit dorps- en stadskernen zijn de waarden uitzicht en silhouet relevant dus is terughoudendheid met zonnevelden gewenst. • Indien de opgave op landbouwgrond komt dan is meervoudig maatschappelijk ruimtegebruik en concentratie gewenst.
Voorkom versnippering Om versnippering en ‘verglazing’ van het landschap te voorkomen is het in algemene zin vanuit landschappelijk oogpunt gewenst zonnevelden te concentreren. Door concentratie wordt de randlengte geringer. Een groter veld heeft ter plekke weliswaar meer impact maar beperkt de beïnvloeding van andere gebieden. Dit is echter niet in ieder landschap mogelijk en wenselijk. In dorps- en stadsranden, maar ook in kleinschalige landschappen zijn kleinere zonneweides juist goed voorstelbaar. Het plaatsen van zonnevelden moet dus steeds gerelateerd worden aan de sfeer en het beeld van de landschappen. Daarbij zijn dus landschappelijke grenzen maatgevend, niet de bestuurlijke grenzen. Dat vraagt om gemeentelijke samenwerking en afstemming vanuit landschapsbeeld, sfeer en ruimtemaat.
Kies de juiste ontwikkelstrategie Zoals eerder aangegeven zijn er drie ontwikkelstrategieën: inpassen, ontwikkelen en transformeren. Ieder landschap kent zijn eigen voorkeursstrategie. Er is geen algemene receptuur wat de juiste strategie is, deze hangt af van de bestaande omgevingswaarden. De grootschaligere landschapstypen zijn in het algemeen zin het meest geschikt voor transformeren en ontwikkelen en daarmee ook voor clustering. Gezien de maat en schaal van deze landschappen en hun beperkte aanknopingspunten voor inpassing (gebrek aan houtwallen, singels, bosschages sluiten deze strategieën ruimtelijk het best aan. Het landschap biedt ook aanknopingspunten voor inpassing en dan is deze strategie zeker lokaal toepasbaar. De kleinschalige landschappen lenen zich in het algemeen meer voor inpassen. Het landschap geeft aanknopingspunten en inpassing kan de kleinschalige landschapsstructuur versterken door bijvoorbeeld nieuwe houtwallen en/of bosjes aan te leggen. Bij inpassing worden de inpassingsmaatregelen zo ingezet dat deze maatregelen de landschappelijke structuur op termijn versterken. Daarbij zijn de zonnepanelen in principe tijdelijk (wel voor een lange periode) en de landschappelijke inpassing permanent.
Het ‘tijdelijke’ zonneveld zorgt door de inpassingsmaatregelen dat de landschappelijke structuur versterkt ten opzichte van de uitgangssituatie (bijvoorbeeld door een extra route, singel, houtwal). De uiterwaarden, de slikken en schorren, de kreken, de beekdalen, de bossen en natuurgebieden worden vrijgehouden van zonne-energie.
143
Dubbelfunctie met zachtfruit Project: Groen Leven Plaats: Babberich Grootte: 0,3 hectare Panelen: 300 Opbrengst: -
Recreatief en ecologisch ontwikkelen Project: Solarpark de Kwekerij Plaats: Hengelo Grootte: 7,1 hectare Panelen: 6.978 Opbrengst: 2 miljoen KWh per jaar
Langs infrastructuren/bundels Project: Zonneweide Plaats: A1 Eemnes Grootte: 7 hectare Panelen: 19.000 Opbrengst: 5 miljoen KWh per jaar
Landmark Project: Plaats: Grootte: Panelen: Opbrengst:
Investeren met de buurt Project: Zonnepark Ureterp Plaats: Opsterland Grootte: 4 hectare Panelen: 12.000 panelen Opbrengst: 3,4 miljoen KWh per jaar
Versteende plekken benutten Project: Carport Nij Smellinge Plaats: Drachten Grootte: 2 hectare Panelen: 5.500 panelen Opbrengst: 1,8 miljoen KWh per jaar
Zoneiland Almere 0,7 hectare 520 panelen 0,8 miljoen KWh per jaar
Ruimte op water benutten Project: Drijvend zonnepark Plaats: Oosterwolde Grootte: 20 hectare (waterplas) Panelen: 5.500 panelen Opbrengst: 1,8 miljoen KWh per jaar
Koppelen met waterzuivering installaties Project: Zonnepark Arnhem-Zuid Plaats: Arnhem Grootte: 8,5 hectare Panelen: 7200 panelen Opbrengst: 1,9 miljoen KWh per jaar
Bedrijventerreinen benutten Project: Zonnepark Jumaheerd Plaats: Kollum Grootte: 7,7 hectare Panelen: 26.500 panelen Opbrengst: 5.8 miljoen KWh per jaar
145
Voormalige vuilstorten benutten Project: Zonnepark Griene Greide Plaats: Garyp Grootte: 6 hectare Panelen: 27.000 panelen Opbrengst: 6 miljoen KWh per jaar Zonneparken beelden van internet
Landschappelijk en zorgvuldig inpassen Project: Eco zonnepark Hoogengraven Plaats: Ommen Grootte: 4 hectare Panelen: 7.800 panelen Opbrengst: 2.2 miljoen KWh per jaar
Randen van dorpen Project: Zonnepark Middelburg Plaats: Middelburg Grootte: 14 hectare Panelen: 55.000 panelen Opbrengst: 15 miljoen KWh per jaar