CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Beheerparagraaf Natuurpark Donge

De raad besluit 5 februari 2026, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Inrichtingsplan Natuurpark de Donge5.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beheerparagraaf

Natuurpark de Donge

smitsrinsma.nl

Natuurpark de Donge Beheerparagraaf voor Natuurpark de Donge, ontwikkellocatie in de gemeente Geertruidenberg

Projectnummer: Plaatsnaam:

20250022 Geertruidenberg

Opdrachtgever:

Gemeente Geertruidenberg Vrijheidstraat 2 4941 DX Raamsdonksveer

Adviseur:

SmitsRinsma Coehoornsingel 6 7201 AB Zutphen

Status: Datum: Beeldmateriaal:

Definitief, A1.0 17-11-2025 zie bronvermelding

Auteur(s): Gecontroleerd: Goedgekeurd:

Dorien van Berkel-Nooitgedagt Ingeborg Poot Daisy van Boven

Pagina 2 van 22

Inhoud 1

2

3

Inleiding ......................................................................................................................................................................4 1.1

Aanleiding .............................................................................................................................................................4

1.2

Stakeholders .........................................................................................................................................................5

1.3

Algemene uitgangspunten ...................................................................................................................................5

1.4

Doelstelling en ambitie ........................................................................................................................................6

1.5

Documenten ten grondslag .................................................................................................................................6

1.6

Subsidie en samenwerking ..................................................................................................................................6

Afbakening beheer per zone ......................................................................................................................................7 2.1

Vegetatiezones en natuurdoeltypen ...................................................................................................................8

2.2

Openwater en oeverzones ...................................................................................................................................9

2.3

Overgang naar boszones .................................................................................................................................. 11

2.4

Hoger gelegen zone .......................................................................................................................................... 14

2.5

Recreatie ............................................................................................................................................................ 15

Beheertypen ............................................................................................................................................................. 17 3.1

Algemene maatregelen ..................................................................................................................................... 17

3.2

Groen.................................................................................................................................................................. 17

3.3

Blauw ................................................................................................................................................................. 20

3.4

Verharding ......................................................................................................................................................... 20

3.5

Terreininrichting ................................................................................................................................................ 20

3.6

Bouwkundige elementen .................................................................................................................................. 22

3.7

Afvalbeheersing ................................................................................................................................................ 22

Pagina 3 van 22

1 Inleiding Deze beheerparagraaf is geschreven in opdracht van de gemeente Geertruidenberg en behoort bij het Voorlopig Ontwerp (Strootman Landschapsarchitecten, d.d. 16-09-2025) van Natuurpark de Donge. De beheerparagraaf beschrijft hoe het ontwerp en de gebiedsvisie worden vertaald naar concreet beheer op hoofdlijnen. Waar een volledig beheerplan tot in detail ingaat op werkwijzen, frequenties en middelen, richt de beheerparagraaf zich op de strategische lijn: welke beheertypen en streefbeelden horen bij het ontwerp, en welke maatregelen zijn nodig om deze duurzaam te realiseren en in stand te houden. De beheerparagraaf vormt zo de schakel tussen ontwerp en technische uitwerking. Dit document geeft richting aan het toekomstige beheer, zodat de ruimtelijke en ecologische kwaliteiten die in het ontwerp zijn beoogd — zoals beplantingsstructuren, gebruiksfuncties en natuurwaarden — ook op langere termijn behouden blijven en kunnen doorontwikkelen.

1.1

Aanleiding

Ten zuiden van de kern Geertruidenberg en ten zuidwesten van de kern Raamsdonksveer liggen de gebieden Lindonk en Gasthuisweide, in de volksmond ook wel de Allardpolder genoemd. Dit gebied was vroeger een eiland. De historische naam Gasthuisweide en Lindonk verwijzen nog naar dit grondgebied van Geertruidenberg. De polder is gelegen aan het Noorder- en Zuidergat, waar de meanderende rivier Donge zich bevindt. Het plangebied omvat circa 30 hectare agrarisch gebied om te zetten naar natuur. Binnen dit project wordt de ontwikkeling van een fietspad vanaf de Koedambrug tot aan De Laatste zandzakken monument meegenomen. Het plangebied ligt aan de rivier de Donge dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit biedt grote ecologische kansen. Door het natuurpark te verbinden met het bestaande groenblauwe netwerk, ontstaan mogelijkheden voor een rijke flora en fauna. Daarnaast kan het gebied een ecologische stapsteen vormen binnen de corridor naar de Biesbosch. De gemeente Geertruidenberg is zoekende naar meer natuurgebieden binnen de gemeente. De gebiedsontwikkeling van Natuurpark de Donge is hier onderdeel van. Strootman Landschapsarchitecten heeft de aanbesteding gewonnen voor het opstellen van het nieuwe inrichtingsplan.

Figuur 1 Voorlopig ontwerp Natuurpark de Donge (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Pagina 4 van 22

1.2

Stakeholders

Bij het plan zijn meerdere stakeholders betrokken. Gemeente Geertruidenberg Opdrachtgever en toekomstig eigenaar van het gebied en is verantwoordelijk voor het toekomstige beheer. Strootman Landschapsarchitecten Het plan is ontworpen door Strootman Landschapsarchitecten. Zij zijn nauw betrokken in het proces. OAK Consultants OAK is als adviesbureau betrokken bij de gebiedsvisie van het natuurpark. Hiervoor hebben zij onder andere een LESA uitgevoerd. Daarnaast heeft OAK ook de beheervisie t.a.v. de natuurwaarden opgesteld. Provincie Noord-Brabant In de huidige situatie ligt er een provinciale weg die het gebied doorkruist. Deze weg blijft behouden en in beheer van de provincie. Tevens kan de provincie subsidiëring van het plan bieden, mits bij het voldoen aan de hiervoor gestelde eisen. Waterschap Brabants Delta Natuurpark de Donge ligt, zoals de naam aangeeft, langs de Donge. Dit is een watergang met een primaire waterkering (dijklichaam) dat onder de verantwoordelijkheid valt van het Waterschap Brabants Delta. Zij staan voor de waarborging van de veiligheid en stabiliteit van de waterkering met aangrenzende zones. Het dijklichaam wordt onderdeel van het Natuurpark de Donge. Ten zuiden van het park wordt de watergang omgevormd en ontsluit deze via duikers met een afsluiting. Hierdoor is er geen verandering in de peilgebieden en blijft deze gescheiden.

Haven Zuidergat Aan de zuidoostzijde bevindt zich het Zuidergat, met daaraan grenzend een haven voor de recreatievaart. Dit gebied dient toegankelijk te blijven. Tennet In het gebied staan drie hoogspanningsmasten en er lopen twee bovengrondse verbindingen over het perceel. Deze dienen toegankelijk te zijn voor onderhoud.

1.3

Algemene uitgangspunten

Voor het schrijven van de beheerparagraaf zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd; • Uitwerking van de beheerparagraaf behorende bij het DO concept d.d. 16-09-2025; • De beheerparagraaf is geschreven voor een periode van 15 jaar, vanaf de aanleg; • Het beheerniveau betreft kwaliteitsniveau B volgens Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2023; o Met uitzondering van de natuurlijk te beheren elementen, hier is het onderhoud aangepast op het bijbehorende beheervisie natuurtypen Natuurpark de Donge v2 d.d.18-07-2025, OAK Consultants; • Beheer hooi- en graslanden lokaal door inzet van grazers. Niet inbegrepen • Onderdelen van fase 2; • Beheer hoogspanningsmasten; • Beheer Zuidergat (Haven); • (Tijdelijke) afrastering voor grazers; • Inboet van beplanting; • Beheer aan invasieve exoten • Gladheidbestrijding; • Beheer Provincialeweg; • Alle gronden waar de gemeente geen eigenaar van is.

Pagina 5 van 22

1.4

Doelstelling en ambitie

Doelstelling Deze beheerparagraaf vormt de aanzet en basis voor de beheerraming. In de beheerparagraaf is het benodigde onderhoud concreet opgesteld aan de hand van beheertypen en ambitieniveau. Hierin zijn de eenmalige maatregelen, het ontwikkelbeheer en reguliere beheer meegenomen. Het maatregelenpakket beslaat kort- en lang cyclische maatregelen voor een periode tot 15 jaar. Ambitie In de basis is het beheer gericht op natuurontwikkeling met ruimte voor recreatie. De natuurontwikkeling omvat meerdere natuurdoeltypen met passende zonevegetatie. Het streven is dat na de aanleg de natuurlijke processen worden gestimuleerd en bevorderd. Enige sturing in ontwikkeling is nodig om tot het instandhoudingsbeheer te komen.

1.5

Documenten ten grondslag

De beheerparagraaf is geschreven met diverse basisdocumenten die ten grondslag liggen. Deze zijn als volgt: • Voorlopig Ontwerp – Natuurparkdag #3 d.d. 16-09-2025, Strootman Landschapsarchitectenl • Beheervisie natuurbeheertypen Natuurpark De Donge v2 d.d.18-07-2025, OAK Consultants; • LESA-Light Natuurpark Donge d.d. 18-04-2025, OAK Consultants; • Leidraad Inrichting Openbare Ruimte, gemeente Geertruidenberg d.d. 03-2013.

1.6

Subsidie en samenwerking

Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) Voor het ontwikkelen en beheren van natuur is het mogelijk om via BIJ12 natuursubsidie bij de provincie aan te vragen, mits aan de voorwaarden voldaan. BIJ12 zorgt namens de provincies voor een landelijk overzicht van de regels en uitgangspunten van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). De drempelwaarde voor NoordBrabant is 200 hectare. Voor Natuurpark de Donge is een collectieve subsidieaanvraag nodig. Ruimte voor de rivier – Waterschap Waterschappen bieden (beheer)subsidies aan voor diverse water- en klimaatmaatregelen. Brabants Delta verleent zelf geen subsidie, echter kan via provincie Brabant subsidie aangevraagd worden voor uitvoeren Kaderrichtlijn water en Deltaplan Hoge Zandgronden. Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) IVN Natuureducatie Fonds is een landelijke organisatie dat mens en natuur verbindt. Dit doen zij door middel van educatieve activiteiten, cursussen en projecten voor jong en oud. Het doel is om het natuurbewustzijn te vergroten. Het Fonds werkt samen met professionals en vrijwilligers door heel Nederland. Vrijwilligers Het uitvoeren van activiteiten in het groenonderhoud kan door inzet van vrijwilligers. Zij kunnen een belangrijke rol spelen in het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving. De vrijwilligers zijn gemotiveerd en vinden het leveren van een bijdrage plezierig en zinvol.

Daarbij creëert het een plek voor verbinding met de gemeenschap door het ontmoeten van andere mensen met dezelfde interesses.

Pagina 6 van 22

2 Afbakening beheer per zone De afbakening van het beheer is afgeleid uit het document: Beheervisie natuurtypen Natuurpark de Donge d.d. 18/07/2025, opgesteld door OAK consultants. De beheervisie geeft richting aan het natuurbeheer van Natuurpark de Donge en vormt de schakel tussen ontwerp en beheerplan. Actief beheer is nodig om natuurlijke successie te sturen en een gevarieerd landschap te behouden. In de beheervisie worden drie strategieën onderscheiden: 1. Niets doen, 2. Rewilding, 3. Eindbeeldgerichte inrichting. Het uitgangspunt is dat actief beheer noodzakelijk is om natuurlijke successie te sturen en de gewenste landschappelijke variatie te waarborgen. De beheervisie benoemt drie mogelijke strategieën: niets doen, rewilding en eindbeeldgericht beheer. Voor Natuurpark de Donge wordt gekozen voor rewilding – een benadering waarin natuurlijke processen leidend zijn, aangevuld met gerichte aanplant van sleutelsoorten en tijdelijke ‘kraamkamers’ voor jonge vegetatie. Belangrijke randvoorwaarden betreffen het gebruik van inheems plant- en zaaigoed, een goed begrip van bodemgesteldheid en hydrologie, en zorgvuldig afgestemde maatregelen rond peilbeheer en voedselrijkdom. Het beheer richt zich op het vertragen of tijdelijk terugzetten van successie door middel van maaien, dunnen, begrazing en snoei, afgestemd op veiligheid en biodiversiteit.

Gefaseerd maaibeheer volgens de Kleurkeur-richtlijn vormt hiervoor het uitgangspunt. Per vegetatiezone zijn streefbeelden en maatregelen uitgewerkt voor oever-, moeras-, grasland-, bos- en zoom- en manteltypen. Deze dragen bij aan de ontwikkeling van een robuust, soortenrijk en klimaatadaptief landschap. Daarnaast wordt ingezet op versterking van ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en op participatief beheer, waarbij betrokkenheid van vrijwilligers en gebruikers wordt gestimuleerd. In de volgende alinea’s worden de belangrijkste uitgangspunten per vegetatiezone nader beschreven.

Figuur 2 Uitsnede VO van reliëf t.b.v. zonevegetatie (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Pagina 7 van 22

2.1

Vegetatiezones en natuurdoeltypen

Figuur 3 Uitsnede VO natuurdoeltypen (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Wanneer wordt gekeken naar de verschillende natuurtypen en zones, blijkt dat deze geleidelijk in elkaar overlopen en dat de vegetatiesamenstelling stapsgewijs verandert. Een duidelijke begrenzing is in principe uitsluitend aanwezig bij de aanleg en wordt nadien door middel van beheer in stand gehouden. Aangezien het hier echter om natuurontwikkeling gaat, verandert het landschap in de loop der tijd naarmate de successie voortschrijdt. Om de gewenste natuurdoeltypen te behouden is beheer nodig om de successie naar bos tegen te gaan of daar waar successie gewenst is, extensief te beheren. Concreet zijn er drie beheerzones, die elk verschillende natuurdoeltypen en vegetaties waarborgen; Openwater en oeverzone • Zoetwatergetijdenkreek • Intergetijdenoever Overgang naar boszones • Zachthoutooibos, riet en natte ruigte • Vochtig hardhoutooibos met nitrofiele ruigten en zomen • Droog hardhoutooibos met ondergroei en zomen Hoger gelegen zone • Bloemrijk hooiland met doornstruwelen Naast de natuurlijke zones is er lokaal plaats voor recreatie.

Pagina 8 van 22

2.2

Openwater en oeverzones

Figuur 4 Uitsnede VO profiel rietzone / moeras / slik & schoren (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Zoetwatergetijdekreek (tot +0,4m NAP) Inrichting De zoetwatergetijdenkreek wordt ingericht als een natuurlijk, dynamisch watersysteem. De kreek vertoont een geleidelijke overgang van open water naar de oeverzones met moeras- en rietvegetatie (intergetijdenoever). Flauwe oevers zorgen ervoor dat stroming en waterstanden op natuurlijke wijze varieert.

Figuur 5 Uitsnede VO zonering met impressie foto’s (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025 & OAK LESA light 18-04-2025)

Gewenst beeld De kreek kent een natuurlijk wisselend waterpeil. In droge zomers kan het waterpeil tijdelijk dalen of plaatselijk droogvallen, terwijl gedurende de rest van het jaar permanent water aanwezig is. In het water ontwikkelen zich diverse waterplanten die bijdragen aan de ecologische kwaliteit van het watersysteem. Om doorstroming en verlanding te voorkomen wordt het open water eens per tien jaar selectief gebaggerd. Het maaien van waterplanten en oevervegetatie gebeurt gefaseerd volgens de Kleurkeurmethode van de Vlinderstichting. Waardoor er altijd voldoende structuurrijke vegetatie blijft voor insecten, amfibieën en andere fauna.

Pagina 9 van 22

Intergetijdenoever (+0,4 tot 0,7m NAP) Inrichting De intergetijdenoever vormt de overgangszone tussen land en water. Het gebied valt droog bij laag water en komt onder water te staan bij hoogwater. De slikkige oevers en rietvegetatie bepalen hier het karakter van het landschap en bieden belangrijke leefgebieden voor planten en dieren.

Figuur 6 Uitsnede VO zonering met impressie foto’s (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025 & OAK LESA light 18-04-2025)

Gewenst beeld Het gewenste beeld is een natuurlijk en dynamische omgeving met een overgangszone van slik naar riet. De vegetatie bestaat uit een gevarieerde leeftijdsopbouw, hoogte en dichtheden, waarbij pioniersstadia en overjarig riet naast elkaar voorkomen. Deze variatie in onder andere beschutting en open plekken, is ten bate van verschillende planten- en diersoorten, waaronder broedvogels, amfibieën en insecten. Er komen geen levende houtige gewassen voor. In het gebied zijn wel dode bomen neergelegd ter bevordering van de diverse leefgebieden voor fauna. Om de ecologische kwaliteit te versterken wordt ingezet op het verder verschralen van de bodem. Dit draagt bij aan een grotere soortenrijkdoem. In de eerste drie tot vijf jaar wordt de jonge beplanting beschermt tegen vraat, zodat een weerbare en stabiele vegetatie kan ontstaan. Specifiek onderhoud, zoals het plaatselijk uitdunnen met een hark in plaats van maaien, bevordert de vitaliteit van het riet en vergroot de toegankelijkheid van het gebied voor fauna.

Pagina 10 van 22

2.3

Overgang naar boszones

Figuur 7 Uitsnede VO profiel brede rietzone met zachthoutooibos (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Zachthoutooibos, riet en natte ruigte (+0,7 tot 1,2m NAP) Inrichting In het zachthoutooibos komen de pionier soorten van het bos voor zoals de wilg en zwarte populier. Dit zijn snelgroeiende soorten die voorkomen in de lage delen van de uiterwaarden. Een zachthoutooibos bos ontstaat op natte plekken, waar ze regelmatig en voor langere perioden onder water staan. Om het zachthoutbos te ontwikkelen is er gekozen om verschillende wilgensoorten aan te planten die normaliter van nature komen aanwaaien. Daarbij de soortenrijkdom te vergroten door het toepassen van andere bomen passend bij de locatie zoals de zwarte populier. De onderbegroeiing is een uitloop van de intergetijdenoeverzone.

Figuur 8 Uitsnede VO zonering met impressie foto’s (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025 & OAK LESA light 18-04-2025)

Gewenst beeld Het gewenste beeld is een dynamisch landschap waarin bomen afwisselen met natte ruigtes. Na de initiële ontwikkeling volgt de instandhouding door gerichte dunning, waardoor licht en ruimte ontstaan voor een gevarieerde opbouw met ondergroei en structuur. Dood hout blijft grotendeels in het gebied om de biodiversiteit te bevorderen en natuurlijke processen te ondersteunen. Voor zachthoutooibos is beperkt beheer belangrijk om natuurlijk verval en opnieuw wortelschieten van omgevallen bomen te ontwikkelen. Dit geeft de typische structuur voor dit bos. Dunning zorgt ervoor dat toekomstbomen voldoende ruimte krijgen om groter te groeien en dat een monotone dominantie van wilgen wordt voorkomen. De bosranden en de zoom-mantel zones vormen een belangrijke ecologische overgang tussen bos en landschap. In de bosranden wordt vaker gedund dan in de boskernen. Ook is snoei nodig van bomen langs paden in kader van de omgevingsveiligheid. In de zoom-mantel vegetatie worden struiken periodiek teruggesnoeid en opslag verwijdert. Dit voorkomt dat deze zoom-mantel zone te dicht groeien en zo de gewenste vegetatie en open structuur behouden blijft.

Pagina 11 van 22

Vochtig hardhoutooibos met nitrofiele ruigten en zomen (+1,2 tot 1,5m NAP) Inrichting Op de hogere delen van de uiterwaarden bestaat het bos uit minder snelgroeiende soorten dan bij het zachthoutooibos. Dit gebied overstroomt minder maar staat nog steeds onder invloed van de rivierdynamiek. De struiklaag en ruigten vormen samen een complexe structuur wat het hardhoutooibos karakteriseert. Zacht- en harthoutooibos vormen vaak een onderling mozaïek. De bosrand bestaat uit een zoom van lage kruiden en struiken, overgaand in een mantel van hoge struiken en jonge bomen. Deze geleidelijke opbouw zorgt voor beschutting, variatie in licht en structuur, en is van grote waarde voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. De zoom-mantel is minimaal 5 á 10 meter breed, bestaat uit ongeveer 20% zoom en 80% uit mantel, waarbij de zonkant breder is dan de schaduwkant.

Figuur 9 Uitsnede VO zonering met impressie foto’s (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025 & OAK LESA light 18-04-2025)

Gewenst beeld Het gewenste beeld is een vochtig hardhoutooibos met nitrofiele ruigten en zomen. Het beheer is bericht op het behouden van de verschillende laagtes door periodiek terugsnoeien van struiken of verwijderen van hout opslag. Dood hout blijft grotendeels in het gebied waarbij vrijgekomen takken ingezet kunnen worden voor doodhoutzones of fanuapassages. In de boskernen is zo min mogelijk onderhoud om natuurlijke processen hun gang te laten gaan. Grazers worden ingezet bij de delen in successiestadium. De bosranden en kernen zijn bij inzet van grazers uitgerasterd om de gewenste vegetatie ontwikkeling niet te remmen.

Pagina 12 van 22

Droog hardhoutooibos met ondergroei en zomen (+1,5 tot 2,4m NAP) Inrichting Het droge hardhoutooibos komt voor op de droge en hogere delen van de uiterwaarden. Incidenteel en met hoge uitzondering kan het gebied voor een korte periode overstromen (gemiddeld minder dan 10 dagen en in de meeste gevallen minder dan 1 dag per jaar). De struik- en kruidlaag zijn soortenrijk met plaatselijk veel (zeldzame) bolgewassen.

Figuur 10 Uitsnede VO zonering met impressie foto’s (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025 & OAK LESA light 18-04-2025)

Gewenst beeld Het droog hardhoutooibos wordt gekenmerkt door een hoog aandeel in inheemse hardhoutsoorten, zoals zomereik, es en gladde iep. De vegetatie heeft een gevarieerde structuur met een goed ontwikkelde struiklaag die meer dan 30% van het oppervlak bedekt. Zowel levend als dode dikke oude bomen wisselen elkaar af en dragen bij aan de gelaagdheid, biodiversiteit en het natuurlijke karakter van het bos. Dood hout blijft zoveel mogelijk liggen en vormt een belangrijk leefgebied voor flora en fauna. In het voorjaar is het bos herkenbaar aan een rijke ondergroei van bloeiende bol- en schaduwplanten. Samengevat is het gewenste beeld een robuust, soortenrijk bos met natuurlijke dynamiek en een hoge ecologische waarde.

Pagina 13 van 22

2.4

Hoger gelegen zone

Bloemrijk hooiland met doornstruwelen (+2,4 tot 4,0m NAP) Inrichting Op de hoge delen van het dijklichaam bestaat de vegetatie uit soortenrijke bloemrijke hooiland (glanshaverhooiland) met doornstruwelen. De lagergelegen hooilanden (vossenstaarthooiland) wordt gedomineerd door het gras grote vossenstaart.

Figuur 11 Uitsnede VO zonering met impressie foto’s (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025 & OAK LESA light 18-04-2025)

Gewenst beeld Het gebied kenmerkt zich door een overwegend open ruimte, afgewisseld met struweel van eenstijlige meidoorn en sleedoorn. Op afgezette stukken trekken grazers door het gebied en zorgen voor natuurlijk beheer via begrazing. Het landschap bestaat voornamelijk uit bloemrijke graslanden en lage doornstruwelen. Naast begrazing kan aanvullend maaibeheer nodig zijn (volgens de Kleurkeur-richtlijn van De Vlinderstichting) om verruiging en verbossing te voorkomen.

Pagina 14 van 22

2.5

Recreatie

Naast de natuurlijke vegetatiezones is er ook een zone voor recreatie. Dit omvat zoal de speelweide, het strand en de paden. De recreatieve elementen passen bij de natuurlijke beleving van het park zonder hun functionaliteit te verliezen. Hieronder een korte toelichting in relatie tot het benodigde beheer.

Figuur 12 Uitsnede VO zonering recreatie en routing (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Fiets- en voetpaden Inrichting Het fietspad is een gecombineerd voet- en fietspad van halfverharding bestaande uit Padvast. Daarnaast zijn er verschillende typen voetpaden, namelijk; • Voetpad, halfverharding bestaande uit Padvast • Vlonder, bestaande uit kastanje hout met antislip gaas • Olifanten-pad, bestaande uit gras of bosgrond. Gewenst beeld De fiets- en voetpaden zijn natuurlijk ogend, stevig, egaal en duurzaam. De technische staat van de verharding is goed en zonder onregelmatigheden. Door de natuurlijke uitstraling past deze zowel in een groene als in een recreatieve omgeving. Door het licht hellende oppervlak en doorlaatbaarheid van het materiaal blijven er geen plassen staan. Er is in beperkte mate onkruid toegestaan. Het vlonderpad past bij de natuurlijke uitstraling van het park. De technische staat is goed en zonder onregelmatigheden die de toegankelijkheid belemmeren.

Figuur 13 Uitsnede VO (links) voet- & (rechts) fietspad (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

De olifantenpaden vormen een meanderend geheel en bestaan uit de aanwezige natuurlijke ondergrond. Hierdoor vallen ze minder op en is de natuurbeleving optimaal, zonder dat de naastgelegen vegetatie wordt verstoord.

Figuur 14 Uitsnede VO (links) olifantenpad & (rechts) vlonderpad (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Pagina 15 van 22

Spelen Inrichting Verspreid over het terrein zijn verschillende plekken ingericht en aangewezen voor spelen in de natuur. Zo is er een speelweide in de hoger gelegen boszone, een speeltuin bij het strand en diverse speelaanleidingen langs het vlonderpad. De speelaanleidingen bestaan uit natuurlijke elementen zoals liggende boomstammen, een modderpoel, een heuvel waar kinderen vanaf kunnen rollen.

Figuur 15 Uitsnede VO recreatie met impressie beelden (Strootman Landschapsarchitecten 16-09-2025)

Gewenst beeld Informeel spelen en ravotten draagt bij aan de natuurbeleving voor kinderen. Spelenderwijs maken zij kennis met de natuur rond het bos en bij het water. De speelweide is bestand tegen intensieve betreding en behoud een groene dan wel natuurlijke uitstraling. Het is niet erg als er tijdelijke kalen plekken ontstaan. Zo ontstaat er een nieuwe natuurlijke speelaanleiding zoals spelen in de modder. Bij de speelweide zien we ook ruimte voor het bouwen van hutten, zonder dat het hele bos wordt gebruikt als speelbos. Bij de omheinde speeltuin staan klimbomen en liggen er dode bomen als natuurlijke speelaanleidingen. Grenzend aan de speeltuin ligt het strand. Het strand bestaat uit zand, is schoon en heeft een open karakter. Tussen het strand en de oevervegetatie zit een hekwerk om natuur en recreatie gescheiden te houden.

Pagina 16 van 22

3 Beheertypen Dit hoofdstuk beschrijft de aanwezige beheertypen binnen het project. Deze beheertypen worden nader toegelicht met een passend maatregelenpakket. Deze zijn, indien van toepassing, per zone gespecificeerd. De beheermaatregelen focussen zich op het onderhoud van de eerste 15 jaar na aanleg. Hierbij worden de maatregelen gericht op het ontwikkelen, versterken en behouden van de kwaliteit van verschillende beheerelementen. Onderstaande beheermaatregelen zijn gebaseerd op het voorlopig ontwerp d.d. 16-09-2025. De maatregelen kunnen nog wijzigen als gevolg van ontwerpwijzigingen. De uitvoeringsperiode die genoemd is bij de maatregelen is de meest gunstige periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden.

3.1

Algemene maatregelen

Algemene beheermaatregelen • Begrazing (intensief en extensief) locaties dienen aangewezen te worden door een hiervoor gekwalificeerd persoon; • Dunning volgens toekomstbomenmethode en aanvullend QD-methode (Kwalificeren en Dimensioneren) om natuurlijke processen te bevorderen en te behouden; • Maaibeheer volgens Kleurkeur van de Vlinderstichting; • Vrijkomend natuurlijk materiaal blijft in het gebied; o Dood hout verwerken in rillen en/ of bij faunapassages; o Blad- en bloesemafval blijft in het gebied. • Monitoren en bijsturen van de natuurontwikkeling door een ecoloog in het gebied is van toepassing om tot de gewenste natuurtypen te komen; • Het bos op het eiland is omsloten door de zone met permanent water. Op het eiland vindt geen onderhoud plaats.

3.2

Groen

Bos Het bos bevindt zich naar verwachting gedurende de eerste 15 jaar na aanleg in de ontwikkelingsfase. Instandhoudingsbeheer is in deze periode nog niet van toepassing. Zachthoutooibos • 1ste 5 jaar aanplant beschermen tegen vraat; • 1ste 5 jaar selectief verwijderen van opslag inclusief wortelstokken; • In ontwikkelfase dunning waar nodig ten behoeve van toekomstbomen en structuurvariatie; • Extensieve begrazing vanaf succesiestadia. Vochtig en droog hardhoutooibos • 1ste 5 jaar aanplant beschermen tegen vraat; • 1ste 5 jaar selectief verwijderen van opslag inclusief wortelstokken; • In ontwikkelfase dunning waar nodig ten behoeve van toekomstbomen en structuurvariatie; • In succesiestadia dunning zo min mogelijk toepassen; • Extensieve begrazing vanaf succesiestadia.

Pagina 17 van 22

Bosranden Eerste vijf jaar • Jaarrond aanplant beschermen tegen vraat; • 1x per jaar selectief verwijderen van opslag inclusief wortelstokken. Vanaf het vijfde jaar • 1x per jaar controle en verwijderen van zwaar dood hout binnen valbereik van paden en recreatiezones (Ø>4,00 cm en/of L>1,00 m); • 1x per 3 jaar uitvoeren van de boomveiligheidscontrole; o Uitvoeren van onderhoud op basis van maatregelen voortkomend uit de boomveiligheidscontrole. • 1x per 5 jaar dunnen op basis van toekomstbomen en structuurvariatie; o Daarbij selectief verwijderen van opslag inclusief wortelstokken. • Extensieve begrazing ten behoeve van structuurvariatie; • Intensieve begrazing vanaf successiestadia en op rijkere gronden. Solitaire bomen Eerste drie jaar • Nieuwe aanplant wekelijks in groeiseizoen controleren op droogte en zo nodig watergeven; • 2x per jaar storende vegetatie verwijderen boomspiegels, uitvoering juli en oktober; • 1x per jaar controleren boomverankering en indien nodig bijstellen; • 1x per jaar verwijderen waterlot op stamvoet en stam; • In het 3de jaar uitvoeren van begeleidingssnoei; • Einde 3de jaar verwijderen van boomverankering. Vanaf het vierde jaar • 1x per 3 jaar uitvoeren van de boomveiligheidscontrole; o Uitvoeren van onderhoud op basis van maatregelen voortkomend uit de boomveiligheidscontrole; o Uitvoeren van begeleidingssnoei tot blijvende kroon is bereikt.

• 1x per jaar controle en verwijderen van zwaar dood hout binnen valbereik van paden (Ø>4,00 cm en/of L>1,00 m). Mantel-zoom Mantel Eerste vijf jaar • Jaarrond aanplant beschermen tegen vraat; • 1x per jaar selectief verwijderen van opslag inclusief wortelstokken. Vanaf het vijfde jaar • 1x per 3 jaar 20% gefaseerd afzetten heesters; • 1x per 5 jaar dunnen op basis van toekomstbomen en structuurvariatie; o Daarbij selectief verwijderen van opslag inclusief wortelstokken. • Extensieve begrazing ten behoeve van structuurvariatie; • Intensieve begrazing vanaf successiestadia en op rijkere gronden. Zoom Ontwikkelfase • 2x per jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 15-50% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering in juni en september; • 1x per jaar verwijderen van opslag inclusief wortelstokken. Vanaf succesiestadia; • Begrazing, extensieve begrazing voor behoud diversiteit in soort en om(te) grote verruiging tegen te gaan; • Bij onvoldoende begrazing is het nodig om alsnog cyclisch maaibeheer toe te passen, dan; o 1x per jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 15-50% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering in juni of september; • 1x per 2 jaar verwijderen van opslag inclusief wortelstokken.

Pagina 18 van 22

Ruigten Natte ruigte (moeras) Ontwikkelfase • 1x per jaar verwijderen van opslag inclusief wortelstokken; • 1x per 3 tot 5 jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 10-25% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering nazomer-winter. Vervolgbeheer • 1x per jaar verwijderen van opslag inclusief wortelstokken; • 1x per 2 tot 4 jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 10-25% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering herfst; • Begrazing toepassen. Droge ruigte Ontwikkelfase • 1x per jaar verwijderen van opslag inclusief wortelstokken; • 1x per 3 jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 15-50% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering in juni of september. Vervolgbeheer • Begrazing, extensieve begrazing voor behoud diversiteit in soort en om (te) grote verruiging tegen te gaan; • Bij onvoldoende begrazing is het nodig om alsnog cyclisch maaibeheer toe te passen, dan; o 1x per jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 15-50% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering in augustus of september; • 1x per 3 jaar verwijderen van opslag inclusief wortelstokken (wilg en els); o Bij meer dan 20% bedekking van opslag.

Bloemrijk hooiland met doornstruwelen Bloemrijk hooiland Ontwikkelfase • 2x per jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 15-50% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering in juni en september; • 1x per 3 jaar indien nodig bemesten of bekalking. Vervolgbeheer • 1x per jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 15-50% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering in juni; • Intensieve (na)begrazing vanaf succesiestadia. Doornstruwelen • Intensieve begrazing vanaf succesiestadia; • 1x per jaar 20% terugzetten van randen tot op 1 meter breedte. Recreatie Maaipad • 8x per jaar maaien, in de maanden maart t/m november, zolang de bodemtemperatuur >5℃ is en maaisel direct afvoeren naar aangewezen inrichting; • 1x per jaar steken van graskanten langs verhardingen; • 1x per jaar uitvoeren van herstelwerkzaamheden, indien benodigd. Speelweide • 6x per jaar maaien, in de maanden maart t/m november, zolang de bodemtemperatuur >5℃ is en maaisel afvoeren naar aangewezen inrichting; • 1x per jaar, 5% van areaal aanvullen en inzaaien van kale plekken.

Pagina 19 van 22

3.3

Blauw

Oevervegetatie • 2x per jaar gefaseerd maaien, per maaibeurt 10-25% van het areaal ongemaaid laten, maaisel maximaal 5 kalenderdagen laten liggen en afvoeren, uitvoering in juni en september; o 2x per jaar het riet lokaal uitdunnen met een hark i.p.v. maaien, dit komt de vitaliteit van het riet ten goede en beter toegankelijk voor fauna. • 1x per jaar uitsteken houtachtige begroeiing. Open water/ permanent water • 1x per 10 jaar gefaseerd baggeren, minimaal 25% van het areaal ongebaggerd laten, uitvoering tussen september en december bij watertemperatuur van 10-15℃; o Beperk de op werveling van slib zoveel mogelijk; o Bagger wordt opgeslagen op depot; o Direct nalopen van bagger op vis en/of amfibieën en terugplaatsen. Duikers • Jaarrond controleren van doorstroom en indien nodig; o Reinigen en afvoeren vrijgekomen materialen; o Controleren van slib toename, bij meer dan 20% melding maken voor verwijderen overmatig slib. • 1x per jaar controleren op technische staat en indien nodig uitvoeren van kleinschalige herstelwerkzaamheden. Putten • 1x per jaar controleren van slib toename, bij meer dan 20% melding maken voor verwijderen overmatig slib; o Op basis van melding reinigen en afvoeren vrijgekomen materialen. Afsluitbare inlaat • 2x per jaar controleren op werking en beschadigingen; o Beschadigingen melden bij beheerder.

3.4

Verharding

De beheermaatregelen voor verhardingen zijn voor de zones samengevoegd, aangezien de materialen en het onderhoud overeenkomen met elkaar. Halfverharding – Padvast • 6x per jaar handmatig (of schoffel) onkruid verwijderen; • 2x per jaar controleren op beschadigingen; o Opvullen van gaten op basis van melding. • 1x per jaar aanvullen van materiaal bij slijtplekken of kuilen, daarna egaliseren en verdichten; • 1x per 10 jaar toplaag vernieuwen.

3.5

Terreininrichting

Zitmeubilair • 1x per jaar controleren op beschadigingen en indien nodig uitvoeren van kleine herstelwerkzaamheden; • 1x per jaar reinigen en ontdoen van aanslag, uitvoering voorjaar; • Verwachting na 15 jaar vervangen van zitmeubilair. Zand speelondergrond • 1x per jaar uitvoeren van uitgebreide veiligheidsinspectie conform NEN-norm, uitvoering medio februarimaart; • 3x per jaar uitvoeren reguliere inspectie conform NEN-norm; • 2x per jaar verwijderen van onkruiden, uitvoering in het groeiseizoen.

Pagina 20 van 22

Speelobjecten en -aanleidingen • 1x per jaar uitvoeren van speeltoestellen inspectie conform NEN-norm, uitvoering in maart; o Per toestel en logboek bijhouden; o Reparaties dienen binnen een termijn van een kalenderjaar uitgevoerd te worden. • 2x per jaar reinigen van speeltoestellen, inclusief verwijderen stickers, beplakking, algen en overige bevuilingen, uitvoering in maart en september; o Bij melding van vandalisme, bijvoorbeeld graffiti met discriminerende teksten, dan binnen 24 de bevuiling verwijderen. • 1x per 15 jaar vervangen speeltoestellen. Strand • 1x per 2 jaar opschonen van zandstrand door middel van een kleine zandreiniger; o Indien het zand dermate verontreinigd is, kan het worden vervangen. • 1x per 2-3 jaar aanvullen zand door middel van zandsuppletie. Fietsnietjes • 1x per jaar controleren op beschadigingen en indien nodig uitvoeren van kleine herstelwerkzaamheden; • 1x per 2 jaar reinigen, uitvoering in het voorjaar. Afvalbakken • Jaarrond beheersen van de vullingsgraad van de afvalbak, conform kwaliteitsniveau B; • 1x per jaar controleren op beschadigingen en indien nodig uitvoeren van kleine herstelwerkzaamheden; • 1x per jaar reinigen en ontdoen van aanslag, verwijderen van beplakking en graffiti, incl. afvoeren vrijgekomen materialen.

Bebording • 1x per jaar controleren op beschadigingen en indien nodig uitvoeren van kleine herstelwerkzaamheden; • 1x per jaar reinigen en ontdoen van aanslag, verwijderen van beplakking en graffiti, incl. afvoeren vrijgekomen materialen. Hekwerk • 1x per jaar controleren op beschadigingen; • 1x per jaar begroeiing verwijderen aan beide zijden van het hekwerk, tot op 50cm van het hekwerk; • 1x per 5 jaar uitvoeren van kleine herstelwerkzaamheden; • Verwachting na 15 jaar vervanging. Lichtmasten • 1x per jaar reinigen van verlichtingselementen, uitvoering in september; • 1x per jaar verwijderen van beplakking en graffiti, incl. afvoeren vrijgekomen materialen; • Jaarrond controleren op werking en bij niet functionerende verlichting melden bij beheerder.

Pagina 21 van 22

3.6

Bouwkundige elementen

Trap (beton) • 4x per jaar reinigen trappen van natuurlijke aanslag, uitvoering in januari, maart, september en november. Vlonderpad (kastanjehout bekleed met gaas) • 6x per jaar preventief uitvoeren van mos- en algenbestrijding met ecologische middelen, uitvoering op een droge en bewolkte dag; • 1x per jaar controleren op schades en indien nodig herstellen.

3.7

Afvalbeheersing

Voor de afvalbeheersing geldt kwaliteitsniveau B volgens de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte. Zwerfafvalbeheersing • Jaarrond verwijderen en afvoeren van grof en fijn zwerfafval; • Verwijderen en afvoeren van grofvuil op basis van meldingen. Natuurlijk afvalbeheersing Natuurlijk afval mag blijven liggen in de beplanting en draagt bij aan ecologie. Natuurlijk afval dat een belemmering vormt voor het gebruik van het gebied, zoals bij veiligheid, moet worden verwijderd. Vrijkomend afval wordt in eerste instantie in het gebied behouden. • •

6x per jaar verwijderen en afvoeren blad- en bloesemafval op verhardingen, waarvan 4x in de bladvalperiode (week 40 t/m 52); Jaarrond monitoren op hinderlijk takafval bij paden en recreatiezones, indien geconstateerd het takafval in het gebied verwerken.

Pagina 22 van 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=a6cf5300-5b8e-49cc-aa24-94a591ce7fff