Bijlage 3 - Treasurystatuut Geertruidenberg 2025
Tekst van het document
.Treasurystatuut Gemeente Geertruidenberg 2025
1
Inhoud Inleiding ..................................................................................................................................................................3 Algemeen ...............................................................................................................................................................5 Artikel 1. Begrippen .......................................................................................................................................5 Risicobeheer ..........................................................................................................................................................7 Artikel 2. Uitgangspunten risicobeheer ........................................................................................................7 Artikel 3. Renterisicobeheer ..........................................................................................................................7 Artikel 4. Koersrisicobeheer ..........................................................................................................................8 Artikel 5. Kredietrisicobeheer ........................................................................................................................8 Artikel 6.
Liquiditeitsrisicobeheer .................................................................................................................8 Artikel 7. Valutarisicobeheer .........................................................................................................................8 Portefeuillebeheer .................................................................................................................................................9 Artikel 8. Aantrekken financieringen.............................................................................................................9 Artikel 9. Verstrekken uitzettingen................................................................................................................9 Kasbeheer ..............................................................................................................................................................9 Artikel 10. Geldstromenbeheer .....................................................................................................................9 Artikel 11.
Saldo- en liquiditeitsbeheer .......................................................................................................10 Relatiebeheer .......................................................................................................................................................10 Artikel 12. Relatiebeheer .............................................................................................................................10 Administratieve organisatie en interne controle ...............................................................................................10 Artikel 13. Uitgangspunten interne organisatie en interne controle .........................................................10 Artikel 14. Verantwoordelijkheden..............................................................................................................11 Artikel 15. Bevoegdheden ...........................................................................................................................12 Artikel 16. Informatievoorziening ...............................................................................................................13 Slotbepalingen .....................................................................................................................................................14 Artikel 17.
Rechtspositie Treasurystatuut ..................................................................................................14 Artikel 18. Inwerkingtreding ........................................................................................................................14 Memorie van toelichting .....................................................................................................................................15
2/18
Inleiding Het Treasurystatuut van de gemeente Geertruidenberg (hierna: de gemeente) stelt kaders voor het opstellen en uitvoeren van de treasuryfunctie van de gemeente. Met deze kaders kan de Raad haar controlerende taak uitoefenen. De treasuryfunctie omvat het sturen, het beheersen, het verantwoorden van en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de daaraan verbonden risico’s. Doelstellingen De doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente zijn: 1. het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities, zodat te allen tijde in de behoefte aan financiële middelen kan worden voorzien; 2. het beheersbaar houden van financiële risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3. het optimaliseren van de renteresultaten van de beschikbare liquiditeiten binnen de gegeven wet- en regelgeving en de kaders van dit statuut. 4. het minimaliseren van de interne en externe verwerkingskosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities; en 5. het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie zijn geregeld. Relevante wet- en regelgeving Bij het opstellen van het Treasurystatuut is rekening gehouden met de relevante wet- en regelgeving, namelijk: 1. de Gemeentewet; 2.
de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido); 3. de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof); en 4. het Besluit Begroting Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Gemeentewet In de meest recente versie van de financiële verordening van de gemeente, welke op grond van artikel 212 van de Gemeentewet is gevormd, worden kaders voor het bestuursinstrumentarium en de inrichtingseisen van de financiële functie beschreven. Dit Treasurystatuut sluit daarmee aan bij de gestelde kaders volgens de Gemeentewet. Wet Fido Naast de algemene bepalingen uit de Gemeentewet dient de uitvoering van de financieringsfunctie bij gemeenten te voldoen aan de specifieke kaders en eisen die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen. De onderliggende regelingen van de Wet Fido zijn: • Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (Ruddo) • Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Bldo) • Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) • Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb) Wet Hof Deze wet regelt de wijze waarop de Nederlandse overheid de afspraken nakomt die in Europees verband zijn gemaakt over de ontwikkeling van het EMU-tekort en de schuld van de overheid. De meeste nadruk 3/18
gaat daarbij uit naar tekortreductie. Van daaruit bevat deze wet onder andere bepalingen omtrent de ontwikkeling en bewaking van EMU-saldi voor decentrale overheden. BBV Het BBV omvat de verslaggevingsregels waaraan de begroting en het jaarverslag van elke gemeente moeten voldoen, maar ook enkele zaken die specifiek relevant zijn voor treasury, zoals de voorschriften rond (interne) rente en verplichte financiële kengetallen in de begrotings- en jaarstukken. Rentevisie De gemeente heeft een rentevisie die zij binnen haar treasurybeleid toepast. De rentevisie is een verwachting met betrekking tot de toekomstige renteontwikkeling op de geld- en kapitaalmarkt. Voor de uitvoering van de rentevisie worden ontwikkelingen op de financiële markten nauwlettend in de gaten gehouden door de medewerkers belast met de taak treasury. Om deze taak uit te kunnen voeren worden bekendmakingen van bijvoorbeeld grote financiële instellingen gevolgd, zoals van de Fed (USA), de ECB (EU), DNB (NL), etc. Tevens wordt actief gekeken naar de ontwikkeling van de rentestanden van de Euribor en de BNG (huisbankier). Deze informatie wordt onder andere gebruikt voor het berekenen van de renteomslag, de interne rentetoerekening aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden (paragraaf financiering) en het aangaan van geldleningen. Ingangsdatum Dit statuut treed in werking met ingang van 1 januari 2025.
4/18
Algemeen Artikel 1. Begrippen In dit statuut wordt verstaan onder: Belegging Deposito
Derivaten
EER Externe financiering Financiering
Garantie
Geldstromenbeheer Kapitaalmarkt Kasgeldlening Kasgeldlimiet
Koersrisico Kredietrisico Liquide middelen
5/18
Het uitzetten van eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Het creditbedrag op een aan de rekeningcourant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden. Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde, zoals aandelen, leningen en obligaties. Belangrijke derivaten zijn: opties, futures en swaps. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Europese Economische Ruimte is een gebied waar de EU-regels voor de interne markt gelden. Het aantrekken van middelen uit bronnen die buiten de organisatie liggen. Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Een borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verbindt een of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Financiële markt voor het aantrekken of uitzetten van gelden met een looptijd van één jaar of langer. Lening met een looptijd van maximaal één jaar tegen een vast rentepercentage en een aflossing ineens aan het einde van de looptijd. De kasgeldlimiet is een door de Wet fido voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een looptijd van minder dan een jaar. Dit betreft een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het begrotingsjaar. De gemiddelde netto vlottende schuld per kwartaal mag deze limiet niet overschrijden. Zolang de limiet niet wordt overschreden behoeven geen langlopende geldleningen te worden opgenomen. Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. De direct opvraagbare financiële middelen van de organisatie.
Liquiditeitenbeheer
Liquiditeitenplanning Liquiditeitsrisico Mandaat
Medium Term Note (MTN)
Netto vlottende schuld
Obligatie Onderhandse geldlening
Rating Rentecompensatiecircuit Renterisico Renterisiconorm
Roll-over lening Saldobeheer Schatkistbankieren
6/18
Het voorzien in de huidige en toekomstige financieringsbehoefte tegen zo laag mogelijke kosten, het aantrekken van vreemd vermogen en het zorgdragen voor voldoende financiële ruimte (tot één jaar) om te garanderen dat de verplichtingen op korte termijn nagekomen kunnen worden. Een gestructureerd (meerjaren)overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid. Het risico dat verbonden is aan het ontstaan van tekorten op kortlopende middelen. Het overdragen van taken en bevoegdheden. Degene die de taak overdraagt, blijft zelf verantwoordelijk. Mandaatverlening aan ondergeschikte ambtenaren is altijd mogelijk. Mandaatbesluiten hebben betrekking op de verdeling van interne bevoegdheden en behoeven niet openbaar gemaakt te worden. Een instrument voor de gemeente om financiering met een looptijd van minimaal één en maximaal vijftig jaar aan te trekken. Een MTN is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden. Het bedrag van de vlottende schuld, verminderd met het gezamenlijke bedrag van de contante gelden in kas, de tegoeden in rekening-courant en de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. Verhandelbaar schuldbewijs als onderdeel van een obligatielening.
Lening op (middel)lange termijn tussen geldgever en geldnemer die zonder tussenkomst van een bank of andere financiële instelling wordt afgesloten. Een belangrijk handvat bij de bepaling van de kredietwaardigheid en dus het risicoprofiel van een financiële instelling. Het samentellen van de (valutaire) saldi van meerdere rekeningen die bij een bank worden aangehouden ten behoeve van de renteberekening. Het gevaar van onvoorziene veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar dat niet mag worden overschreden. De renterisiconorm houdt in dat een openbaar lichaam spreiding moet aanbrengen bij de herfinanciering van de langlopende leningen. Door het opleggen van deze spreiding wordt voorkomen dat herfinanciering van verschillende leningen in één jaar samenvallen waardoor risico gelopen wordt in het kader van renteschommelingen. Een financieringsvorm op de (middel) lange termijn waarbij de looptijd vast staat en de rente gekoppeld is aan de geldende marktrente. Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen. Het verplicht aanhouden van overtollige liquide middelen en beleggingen bij het ministerie van Financiën door gemeenten, provincies, waterschappen en door hen opgerichte regelingen.
Hierbij is het niet langer mogelijk om financiële geldmiddelen en vermogen bij private partijen buiten de schatkist aan te houden. De middelen die een
Treasurybeheer Treasurybeleid
Treasuryfunctie
Uitzetting Vaste schuld Vlottende schuld
decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, blijven te allen tijde beschikbaar voor de uitoefening van hun publieke taak. De uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het Treasurystatuut. Betreft de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen, beheersen en verantwoorden van en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s. Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Schuldtitels met een looptijd langer dan één jaar. Schuldtitels met een looptijd korter dan één jaar.
Risicobeheer Artikel 2. Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten dienen de regels en bepalingen van dit Treasurystatuut, de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) in acht te worden genomen. 2. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak uitsluitend verstrekken aan de door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij de gemeente in eerste instantie terughoudend is in het verstrekken van leningen of garanties. Indien besloten wordt aan derden leningen of garanties te verstrekken wordt vooraf informatie ingewonnen over de financiële positie en kredietwaardigheid van de betreffende partij en de verstrekking vindt uitsluitend plaats op voorwaarde dat: a. financiering op normale condities via de reguliere markt zonder gemeentegarantie niet mogelijk is; b. betaling van rente en aflossing redelijkerwijs is verzekerd; c. zoveel mogelijk zekerheden worden gesteld; d. de lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente rechtvaardigt; e. op het voor de gemeente geldende marktpercentage een opslag voor administratiekosten wordt berekend. 3.
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit statuut. 4. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Artikel 3. Renterisicobeheer Bij het renterisicobeheer wordt gestreefd naar het beperken van het renterisico op de lange en korte schulden. De gemeente voert het renterisicobeheer als volgt uit:
7/18
1. 2. 3.
4. 5. 6.
De kasgeldlimiet wordt niet overschreden op grond van de Wet Fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend. Bij het afsluiten van leningen of renteafspraken wordt conform Wet Fido gezorgd dat de renterisiconorm in de toekomst niet wordt overschreden. Op grond van artikel 4 en 6 van de Wet Fido kan alleen ontheffing van de grenzen voor het kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden verleend door de toezichthouder van Gedeputeerde Staten. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening of uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Binnen de kaders gesteld onder lid 4 en 5, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen.
Artikel 4. Koersrisicobeheer Onder het koersrisicobeheer valt het risico dat de koers van een effect (uitzetting) een onverwachte (en ongewenst) beweging maakt. 1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury door daarbij uitsluitend de producten te hanteren die conform de Wet Fido zijn toegestaan. 2. Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s op uitzettingen door conform artikel 6 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning. Artikel 5. Kredietrisicobeheer Het kredietrisico omvat de mogelijkheid dat een tegenpartij, waarbij uitzettingen staan, niet meer kan voldoen aan de aflossingsverplichtingen. 1. Uitzettingen geschieden uitsluitend bij financiële instellingen met tenminste een triple A-rating, toegekend door tenminste twee erkende gezaghebbende rating-bureaus; of bij organisaties die direct of indirect door de Nederlandse staat worden gegarandeerd. 2. Overtollige liquide middelen moeten worden aangehouden in ’s Rijks schatkist. Artikel 6. Liquiditeitsrisicobeheer Het liquiditeitsrisico omvat mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en het meerjarig investeringsprogramma, waardoor – als gevolg daarvan – de financieringskosten hoger kunnen uitvallen.
De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten (aantrekken van kortlopende en/of langlopende gelden) te baseren op een periodiek bijgewerkte liquiditeitenplanning in relatie tot de bestaande leningportefeuille en het meerjarig investeringsprogramma. Artikel 7. Valutarisicobeheer Een valutarisico kan voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van vreemd valutasoorten (uitgedrukt in euro’s) afwijkt van wat verwacht werd. Valutarisico’s zijn bij de gemeente uitgesloten door uitsluitend de onder de Wet Fido toegestane uitzettingen te verstrekken in euro’s. Overtollige liquide middelen moeten worden aangehouden in ’s Rijks schatkist.
8/18
Portefeuillebeheer Portefeuillebeheer in het kader van treasury omvat het aantrekken en beheren van financieringen en het verstrekken en beheren van uitzettingen met als doel het uitoefenen van de publieke taak. Artikel 8. Aantrekken financieringen Bij het aantrekken van financiering van kortlopende en langlopende leningen gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak. 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de intern beschikbare financieringsmiddelen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. 3. Toegestane vormen bij het aantrekken van kortlopende financieringen zijn daggeldleningen, kasgeldleningen, onderhandse geldleningen en kredietfaciliteiten in rekening-courant. 4. Toegestane vormen bij het aantrekken van langlopende financieringen zijn onderhandse geldleningen, roll-over leningen en Medium Term Notes. 5. Bij het aantrekken van langlopende financieringen mag, op basis van de bestaande leningenportefeuille en de te verwachten toekomstige leningenportefeuille, de renterisiconorm niet overschreden worden conform de Wet Fido. 6. In de langlopende financieringsbehoefte wordt pas voorzien als de netto vlottende schuld een omvang bereikt die gelijk is aan de kasgeldlimiet van de Wet Fido. 7.
Vervroegde aflossing van de leningschuld van de gemeente kan plaatsvinden als de voordelen hiervan aantoonbaar hoger zijn dan de boete die moet worden voldaan bij vervroegde aflossing. 8. De gemeente vraagt bij ten minste twee instellingen een rentepercentage op alvorens een korte of lange financiering wordt aangetrokken. Artikel 9. Verstrekken uitzettingen 1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan conform de artikel 3 t/m 7 van dit Treasurystatuut. 2. Uitzettingen van overtollige middelen worden in eerste instantie bij ’s Rijks schatkist aangehouden. 3. De gemeente verstrekt leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak en handelt hierbij terughoudend in het verstrekken van geldleningen aan derden of als borg garant te staan. Uitzonderingen hierop zijn: a. het waarborgfonds Sociale Woningbouw, waarbij de gemeente garant staat voor de leningsverstrekking aan woningcorporaties. Als van het vastgestelde beleid wordt afgeweken, vraagt het college vooraf instemming van de gemeenteraad; en b. de leningen die de gemeente bij Stichting SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) heeft ondergebracht. 4. De gemeente vraagt, ten behoeve van het vaststellen van een marktconform rentepercentage, bij ten minste twee financiële instellingen een rentepercentage op alvorens over te gaan tot een langlopende uitzetting.
Kasbeheer Kasbeheer omvat alle activiteiten die verband houden met de optimalisatie van financiële stromen tussen de gemeente, de bank en derden. Hieronder vallen geldstromenbeheer, saldo- en liquiditeitenbeheer. Artikel 10. Geldstromenbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt:
9/18
1. het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op organisatieniveau op elkaar en op de liquiditeitenplanning af te stemmen. Daarbij wordt toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 2. het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uit te voeren binnen één bank. Artikel 11. Saldo- en liquiditeitsbeheer Voor het saldo- en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende richtlijnen: 1. De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij een bank met de meest gunstige condities. 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet conform artikel 3 lid 1 niet overschreden. 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeldleningen, kasgeldleningen en kredieten in rekening-courant. 4. Toegestane instrumenten bij het extern uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar moeten voldoen aan de eisen van artikel 5 lid 1 en zijn daggeldleningen aan derden (overheid & semioverheid), deposito’s, spaarrekeningen, kredieten in rekening-courant en beleggingen in staatsobligaties.
Relatiebeheer Artikel 12. Relatiebeheer De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: 1. Bankrelaties en hun bancaire condities worden tenminste eens in de 5 jaar beoordeeld; 2. Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan een A-rating, volgens erkende ratingbureaus. Financiële instellingen dienen onder Nederlands (De Nederlandse Bank) of anderszins EER-toezicht te staan. 3. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning te hebben ontvangen.
Administratieve organisatie en interne controle Artikel 13. Uitgangspunten interne organisatie en interne controle In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd. 2. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd. 3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. Iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogenprincipe). b. De uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen. c. De uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 10/18
4.
5. 6.
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten. De administratie en interne controle waarborgen dat: a. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b. de treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.
Artikel 14. Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie Gemeenteraad
College van Burgemeester en Wethouders Portefeuillehouder Financiën Domeinmanager Dienstverlening Integrale Advisering
Medewerker Dienstverlening Integrale Advisering belast met de taak treasury
11/18
Verantwoordelijkheden en taken • Het vaststellen van de financiële verordening, het Treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening, waarin de treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten zijn opgenomen. • Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan. • Goedkeuren van te verstrekken uitzettingen die niet vallen binnen de beleidsregels (zie artikel 9). • Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele en politieke verantwoordelijkheid). • Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid. • Het uitvoeren van het treasurybeleid (bestuurlijke verantwoordelijkheid) • Het bewaken van de uitvoering van het beleid en rapporteren aan het management en directieteam, het college en de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeheer denk hierbij aan informatievoorziening over nieuwe geldleningen, verloop kasgeldlimiet en liquiditeitsprognoses). • Het uitvoeren van het dagelijks kasbeheer en het in overleg met de Domeinmanager Dienstverlening Integrale Advisering uitvoeren van transacties op geld- en kapitaalmarkt en het onderhouden van de daaruit voortvloeiende contacten. • Het vastleggen van transacties in het kader van treasury. • Het opstellen van de liquiditeitenplanning. • Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied.
• Het onderhouden van contacten met de banken. • Het proactief informeren van de Domeinmanager Dienstverlening Integrale Advisering over het treasurybeheer (denk hierbij aan afsluiten nieuwe geldleningen, verloop kasgeldlimiet, liquiditeitsprognose).
Budgethouders
Concerncontrol
Externe accountant
•
Het fiatteren van facturen en nota’s, ten laste c.q. ten gunste van de budgetten waarvan zij in de begroting als budgethouder zijn aangewezen. • Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de administratie. • Het leveren van goede kwaliteit basisgegevens ten behoeve van de financieringsplanning. • Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen. • Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover indien nodig rapporteren aan het management, de directie en het college. • Het adviseren en controleren in het kader van haar reguliere controletaak omtrent de feitelijke naleving van het Treasurystatuut.
Artikel 15. Bevoegdheden De bevoegdheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Taak
Autorisatie door
Bevoegd functionaris
Het aantrekken van daggelden en kasgeld-
Medewerker domein
Medewerker domein
leningen (looptijd < 1 jaar) tot een bedrag van
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
maximaal de in de begroting van dat jaar
Advisering, anders dan
Advisering belast met de
vastgestelde kasgeldlimiet
bevoegd functionaris
taak treasury
Aantrekken financieringen (artikel 8)
treasury Het aantrekken van leningen (looptijd >= 1 jaar) tot
College van Burgemeester en
Medewerker domein
een bedrag van maximaal € 10.000.000 per jaar
Wethouders
Dienstverlening Integrale Advisering belast met de taak treasury
Het aantrekken van leningen (looptijd >= 1 jaar) tot
Portefeuillehouder Financiën
een bedrag van € 5.000.000 per lening
Medewerker domein Dienstverlening Integrale Advisering belast met de taak treasury
Benutten van vervroegde aflossingen en
Domeinmanager
Medewerker domein
renteherzieningen
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
Advisering
Advisering belast met taak treasury
Verstrekken uitzettingen (artikel 9) Het verrichten van kortlopende uitzettingen
Domeinmanager
Medewerker domein
(looptijd < 1 jaar)
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
Advisering
Advisering belast met taak treasury
Het verrichten van langlopende uitzettingen (looptijd >= 1 jaar)
Gemeenteraad
Domeinmanager Dienstverlening Integrale Advisering
12/18
Het verstrekken van leningen en garanties (m.u.v.
Gemeenteraad
Concerncontrol of
Waarborgfonds Sociale Woningbouw en Stichting
beleidsmedewerker van de
SVn)
betreffende vakafdeling in samenwerking met medewerker domein Dienstverlening Integrale Advisering belast met de taak treasury
Het verstrekken van garanties aan Waarborgfonds
College van Burgemeester en
Beleidsmedewerker
Sociale Woningbouw
Wethouders
Volkshuisvesting
Het openen, sluiten en wijzigen van
Domeinmanager
Medewerker domein
bankrekeningen
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
Advisering
Advisering belast met taak
Liquiditeitsbeheer (artikel 11)
treasury Het vaststellen en wijzigen bankcondities bij
Domeinmanager
Medewerker domein
huidige bankrelaties
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
Advisering
Advisering belast met taak treasury
Het aangaan van nieuwe bankrelaties of het
Domeinmanager
Medewerker domein
beëindigen van bestaande bankrelaties
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
Advisering
Advisering belast met taak treasury
Betalingsverkeer (artikel 10 en 11) Het verrichten betaalopdrachten
Medewerker domein
Medewerker domein
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
Advisering
Advisering (administratie)
Het verstrekken van autorisaties voor het
Domeinmanager
Medewerker domein
verrichten van betaaltransacties
Dienstverlening Integrale
Dienstverlening Integrale
Advisering
Adviseringbelast met de taak treasury
Artikel 16. Informatievoorziening Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de desbetreffende functionarissen. Informatie Treasurystatuut
Informatieverstrekker Domein Dienstverlening Integrale Advisering Domein Dienstverlening Integrale Advisering
Informatieontvanger Gemeenteraad
Frequentie 1x per 4 jaar
Gemeenteraad
Besluit tot aangaan vaste geldlening
Domein Dienstverlening Integrale Advisering
Liquiditeitenplanning en prognose
Domein Dienstverlening Integrale Advisering
College van Burgemeester en Wethouders DT lid/wethouder Financiën
2x per jaar in de begroting en jaarrekening Variabel
Treasuryparagraaf
13/18
Jaarlijks
Informatie aan derden / EMU-salo (CBS en toezichthouder), zoals genoemd in artikel 8 Wet Fido
Domein Dienstverlening Integrale Advisering
Derden
2x per jaar
Slotbepalingen Artikel 17. Rechtspositie Treasurystatuut Het Treasurystatuut is geschreven als uitwerking van artikel 20 uit de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025, zoals vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad op 18 december 2025. De regeling kan worden geciteerd als “Treasurystatuut Gemeente Geertruidenberg 2025”. Artikel 18. Inwerkingtreding Dit Treasurystatuut treedt in werking na vaststelling door de gemeenteraad in zijn vergadering van 18 december 2025 en vervangt het door de gemeenteraad van Geertruidenberg vastgestelde Treasurystatuut 2022. Dit statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.
14/18
Memorie van toelichting In deze memorie van toelichting wordt het wettelijke kader voor de treasuryfunctie van de gemeente Geertruidenberg kort beschreven. Het Treasurystatuut is opgesteld met als aanname dat aan de wettelijke verplichtingen en opgelegde randvoorwaarden wordt voldaan. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet Fido. Deze limieten en richtlijnen bepalen het “risicoprofiel” van de gemeenschappelijke regeling waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. Onderstaand is een toelichting opgenomen op de artikel- en lidnummers die onderdeel vormen van dit Treasurystatuut. Inleiding Doelstelling 1
Doelstelling 2
Doelstelling 3
Doelstelling 4
Doelstelling 5
Artikel 2, lid 2
Artikel 2, lid 4
In de inleiding worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente weergegeven. Deze worden hieronder afzonderlijk toegelicht. De treasuryfunctie van de gemeente Geertruidenberg heeft in de eerste plaats het doel “het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities”. De treasuryfunctie dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten. De daarbij bedongen condities dienen acceptabel (lees: marktconform) te zijn. De treasuryfunctie heeft als tweede doel het beheersbaar houden van de mogelijke financiële risico’s die de gemeente loopt. Deze risico’s zijn: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. In de artikelen 3 tot en met 7 van dit Treasurystatuut wordt aangegeven hoe deze risico’s worden gewaarborgd. De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het optimaliseren van de renteresultaten. Zonder risico te lopen, streeft de gemeente naar zo hoog mogelijk renteopbrengsten c.q. zo laag mogelijke rentelasten. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld.
De treasuryfunctie van de gemeente Geertruidenberg is niet gericht op het maximaliseren van winst, maar op het beheersen en beperken van financiële risico’s1. De vierde doelstelling van de treasuryfunctie betreft het minimaliseren van de interne en externe verwerkingskosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Deze kosten bestaan onder andere uit provisies, rentekosten, bankkosten (betalingsverkeer). In dit kader is treasury erop gericht om deze kosten te minimaliseren door het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren. De vijfde doelstelling van de treasuryfunctie omvat het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie zijn geregeld, wat betekent dat vastgelegd moet zijn wie binnen de gemeente waar verantwoordelijk voor is en welke bevoegdheden daar mee samenhangen. De Wet Fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke taak. Omdat de gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen of garanties uitsluitend verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde partijen. Teneinde de kredietrisico’s te verkleinen kunnen zekerheden of garanties worden geëist van debiteuren. Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kunnen betrekking hebben op verschillende
1 Handreiking Treasury 2015, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
15/18
Artikel 3, lid 1
Artikel 3, lid 2
Artikel 4
Artikel 4, lid 2
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 8, lid 1 Artikel 8, lid 2
Artikel 8, lid 4
16/18
onderliggende waarden en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Conform de Wet Fido mogen gemeenten derivaten gebruiken ter beperking van financiële risico’s. In de Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (Ruddo) is het prudent gebruik van derivaten nader geregeld. De gemeente kiest ervoor om gezien de mogelijke complexiteit van derivaten deze niet toe te staan. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie hiervoor artikel 3 en 4 van de Wet Fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille.
De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 Wet Fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Het belangrijkste uitgangspunt van de Wet Fido ten aanzien van te hanteren financiële instrumenten voor uitzettingen in het kader van treasury, is dat de hoofdsom van de uitzetting intact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten wordt aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom uitgekeerd, er worden dus géén koersrisico’s gelopen. Het kan bij deze producten echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn. Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen slechts aan te trekken c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn. Schatkistbankieren is gebaseerd op het principe van zero-balancing. Dit houdt in dat dagelijks aan het einde van de dag de overtollige middelen worden afgeroomd naar of aangevuld uit ’s Rijksschatkist. Conform artikel 2, lid 2 Wet Fido is de gemeente gerechtigd om een bepaald bedrag aan middelen buiten de schatkist aan te houden. Indien de gemeente Geertruidenberg dit wenst, kan een deel van de middelen op de rekening-courant bij de schatkist voor langere tijd worden vastgezet in een of meer deposito’s.
Ter beperking van het liquiditeitsrisico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. Het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in artikel 2a, lid 2 Wet Fido. Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern gefinancierd. Denk hierbij aan reserves, voorzieningen, positief saldo begroting en jaarrekening. Onderhandse geldleningen zijn leningen op de (middel) lange termijn waarbij de voorwaarden van de lening in volledig op maat wordt afgesproken tussen geldgever en geldnemer.
Artikel 8, lid 7
Artikel 9, lid 3
Artikel 10, lid 1
Artikel 10, lid 2
Artikel 11, lid 1
Artikel 12
17/18
Roll-over leningen zijn een financieringsvorm voor de (middel) lange termijn waarbij de looptijd vast staat en de rente gekoppeld is aan de geldende marktrente. Een Medium Term Note (MTN) is een instrument voor de gemeente om financiering met een looptijd van minimaal één en maximaal vijftig jaar aan te trekken. Een MTN is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden. Dit artikel beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen voor bijvoorbeeld te betalen rentepercentages, provisies, (boete) clausules bij vervroegd aflossen, enzovoorts. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een weloverwogen keuze worden gemaakt. Waarborgfonds Sociale Woningbouw: In de raadsvergadering van 29 mei 1997 is ingestemd met het voorstel om geen leningen te verstrekken aan woningcorporaties in het geval zij hiervoor borging kunnen krijgen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het argument dat de woningcorporaties via de gemeente voordeliger kunnen lenen, geldt tegenwoordig niet meer. Voor een lening met WSW-garantie geldt eenzelfde rentepercentage als voor een lening die de gemeente (door)verstrekt aan de woningcorporatie.
In geval van borging door het WSW vormt de gemeente de zogenaamde achtervang. Dit betekent dat in geval een corporatie niet aan haar betaalverplichting voldoet, het WSW de verplichtingen overneemt. Mocht het WSW niet over voldoende middelen beschikken om aan deze verplichtingen te voldoen, wordt de gemeente aangesproken voor het gedeelte dat het WSW onvoldoende heeft. Het WSW wordt gewaardeerd met een AAA-rating (door zowel Moody’s als Standard & Poor’s), wat het een uitermate kredietwaardige partij maakt. De kans dat de gemeente op haar betaalverplichting wordt aangesproken is dan ook gering. Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn): In een raadsvergadering is ingestemd met het voorstel om leningen te verstrekken aan de Stimuleringfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn). SVn biedt specifieke financieringsoplossingen door middel van Startersleningen, leningen voor woningaanpassingen of leningen voor verduurzaming. De gemeente vervult hiermee (indirect) een publieke taak. Geldstromenbeheer omvat voornamelijk het zorgdragen voor efficiënt betalingsverkeer, bijvoorbeeld door betaaldata en verwachte ontvangsten op elkaar af te stemmen. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk liquide middelen moet aantrekken (c.q. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.
Het laten uitvoeren van betalingsverkeer door één bank biedt het voordeel dat kosten voor het overboeken van gelden tussen verschillende banken worden beperkt. Tevens versterkt het gebruik van één bank de interne beheersing binnen de gemeente en verlaagd dit mogelijke veiligheidsrisico’s. Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten. In dit artikel is een aantal
Artikel 13
Artikel 14 Artikel 15
Artikel 16
18/18
randvoorwaarden gesteld voor de relaties waarmee de gemeente Geertruidenberg handelt. Deze randvoorwaarden hebben voornamelijk betrekking op de soliditeit van de relaties. Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. Het Treasurystatuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokkenen hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties. De verantwoordelijkheden en taken van de functionarissen die binnen de gemeente Geertruidenberg betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 14 beschreven. De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het bestuur van de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie door middel van het mandaatbesluit. De praktische uitvoering van dit beleid vindt dus vooral op ambtelijk niveau plaats, met als voordeel een slagvaardiger optreden.
Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en controle. De tabel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt gewaarborgd. Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste succesfactoren voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente.