Bijlage 3 Toelichting op verordening
Tekst van het document
Bijlage 3: bij raadsvoorstel over de Verordening op de Commissie ruimtelijke kwaliteit Geertruidenberg 2022 Toelichting op het concept van de voorgestelde verordening Voor de voorgestelde verordening is gebruik gemaakt van: - het VNG-model van de verordening en de VNG-handreiking, - de bestaande verordening over de Commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK) uit 2018 en - een beschrijving van de werkwijze met de CRK, die vanaf 2019 in de praktijk is ontwikkeld, mede op basis van evaluaties van de CRK in overleg met de portefeuillehouders Ruimtelijke Ordening en Monumentenzorg. Per 2019 wordt het college geadviseerd door de CRK, die een brede adviestaak heeft voor de omgevingskwaliteit in de geest van de Omgevingswet. Per 2020 wordt gewerkt met een grote commissie, die vierwekelijks vergadert, en een kleine commissie, die tweewekelijks vergadert. In de praktijk bestaat de grote commissie uit zes vaste leden. Twee leden daarvan vormen de kleine commissie, waaraan in voorkomende gevallen een derde lid wordt toegevoegd als aanvullende deskundigheid gewenst is. Vanuit efficiëntie, klantvriendelijkheid en kostenbesparing worden met name eenvoudigere plannen voor advies aan de kleine commissie voorgelegd, als geen uitgebreider advies nodig is via de grote commissie. Dit is ook wenselijk vanwege de afdoeningstermijn van vergunningaanvragen (8 weken).
De afgelopen jaren is gebleken, dat dit goed werkt. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de bestaande verordening betreft de regeling voor het werken met een grote en kleine commissie en een afvaardiging van de commissie, en in bepaalde gevallen de afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie door de kleine commissie of een commissielid (artikelen 4 en 10). De burgers gaan er door de regeling niet op achteruit. Deels gaan burgers erop vooruit vanwege de efficiëntere en snellere afhandeling met deze werkwijze. De nieuwe verordening biedt verder (conform het VNG-model) een basis voor de rol van de CRK voor een brede advisering vroeg in het proces in de geest van de wet. Een en ander is uitgebreid beschreven in de Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit van de VNG. Hierbij zijn vier adviesrollen te onderscheiden: beleidsgerichte advisering, en vallend onder advisering over activiteiten: opgavegerichte, ontwerpgerichte en beoordelingsgerichte advisering. De doorontwikkeling naar zo’n brede advisering is deels al in gang gezet (o.a. via de eerdere verordening op basis van het bestaande adviesstelsel, vooroverleg en ambtelijke processen) en zal voortgezet en verfijnd worden bij de verdere implementatie van de Omgevingswet en bij het opstellen van een Omgevingsplan (dat uiterlijk 2029 gereed moet zijn).
In lijn hiermee wordt sinds 2021 geëxperimenteerd en gewerkt met een intaketafel en een omgevingstafel voor de gemeentelijke behandeling van ruimtelijke plannen, waarbij per plan een passend en efficiënt adviesproces kan worden uitgestippeld, in samenhang met beleid en regelgeving, ambtelijke processen en participatie van betrokkenen. Vermeld kan nog worden, dat vanaf medio 2022 een evaluatie van de welstandsnota (uit 2012) is gepland en het opstellen van nieuw welstandsbeleid (het toetsingskader). Hieronder volgt artikelsgewijs een toelichting. Waar het VNG-model is gevolgd, is de toelichting van de VNG op dat model van toepassing (op de website van de VNG). De zaken uit het VNG-model die nodig zijn om te voldoen aan de wet zijn opgenomen. Voor het overige kan de gemeente kiezen voor een eigen invulling, zoals bij de verordening uit 2018 is gebeurd. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities Dit volgt het VNG-model. Overeenkomstig de bestaande werkwijze, sinds 2020 met een grote en kleine commissie, is er geen sprake van een stadsbouwmeester. Artikel 2. Taak en werkzaamheden Dit volgt het VNG-model.
Aanvullend worden in lid 2 onder i tot en met l de taken van de commissie overgenomen zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening uit 2018. Artikel 3. Gevallen waarin advies moet worden gevraagd Dit volgt het VNG-model. Aanvullend is onder b. overgenomen: artikel 1 lid 2 van de verordening uit 2018. Artikel 4. Samenstelling Dit volgt in essentie het bepaalde in de verordening uit 2018. Daarnaast is in dit artikel de werkwijze met de CRK verwerkt, die sinds 2019 in de praktijk is ontwikkeld. Dit betreft met name een beschrijving wanneer de grote commissie en wanneer de kleine commissie om advies worden gevraagd, en de samenstelling van de kleine commissie. De kleine commissie kan voor sneller advies frequenter vergaderen (tweewekelijks in plaats van het vierwekelijks vergaderen door de grote commissie). De beschrijving van de gevallen waarin de kleine commissie om advies wordt gevraagd, sluit aan op de praktijk sinds 2020. Deze beschrijving is zo concreet mogelijk gemaakt, maar niet alle gevallen zijn aldus af te dekken, zodat in voorkomende gevallen maatwerk aan de orde is, zoals het college dat passend acht. Ook kan de kleine commissie in voorkomende gevallen adviseren om een aan haar voorgelegd adviesverzoek aan de grote commissie voor te leggen als een uitgebreider advies wenselijk is.
Veel van de plannen voor de kleine commissie betreffen plannen die voorheen aan de welstandscommissie werden voorgelegd. Ook is in de praktijk gebleken, dat de kleine commissie in veel gevallen goed advies kan geven over plannen voor wijziging en restauratie van monumenten en beeldbepalende zaken, bij voldoende specifieke deskundigheid qua erfgoed c.q. restauratie bij de leden, zo nodig via toevoeging van een derde lid hiervoor. Daarnaast zijn er adviesverzoeken waarin welstand, stedenbouw/ruimtelijke ordening en landschap niet in het geding zijn, zoals bijvoorbeeld bij de aanwijzing van monumenten of van gemeentelijk cultuurgoed, zodat advisering door een afvaardiging van de grote commissie, bestaande uit erfgoeddeskundigen afdoende is.
(Zie lid 5.) Voormelde houdt verband met hoe de deskundigheden in de praktijk zijn verdeeld over de leden, wat in de voorgestelde opzet in essentie neerkomt op: 1 lid: cultuurhistoricus 1 lid: deskundig qua welstand, bouw- en architectuurhistorie, stedenbouw en restauratie (tevens lid kleine CRK) 1 lid: welstandsdeskundige en stedenbouwkundige (tevens lid kleine CRK) 1 lid: deskundig qua bouw- en architectuurhistorie, restauratie en waardenstelling van erfgoed (mogelijk extra, 3e lid kleine CRK), en verslaglegger 1 lid: landschapsdeskundige en stedenbouwkundige 1 lid: afgevaardigde van de lokale erfgoedinstanties, burgerlid Voor de volledigheid is te vermelden, dat de advisering over archeologie, zoals over archeologische onderzoeken e.d., al meer dan 10 jaar in eerste instantie plaatsvindt via de samenwerking met de archeoloog van het Monumentenhuis Brabant. Artikel 5. Benoeming Dit volgt in essentie het bepaalde in de verordening uit 2018. Daarnaast is in lid 3 de mogelijkheid opgenomen voor een voorwaarde aan de benoeming, zodat de raad de benoeming voortijdig kan beëindigen, als hij dit wenselijk acht in relatie met een andere invulling van de advisering. Deze voorwaarde wordt al jaren gesteld met het oog op flexibiliteit.
In lid 6 is een en ander geregeld, voor het geval dat leden tussentijds niet meer beschikbaar zijn, en totdat de raad nieuwe leden heeft benoemd ter vervanging van niet meer beschikbare leden. De Omgevingswet noemt geen maximale zittingstermijn. De gewenste zittingstermijn is een kwestie van balans tussen continuïteit en onafhankelijkheid. Artikel 6. Adviestermijn en vergaderfrequentie Dit volgt bepaalde in de verordening uit 2018 en de bestaande praktijk. Artikel 7. Beraadslaging en standpuntbepaling Dit volgt bepaalde in de verordening uit 2018. Aanvullend zijn delen overgenomen uit het VNG-model.
Artikel 8. Ambtelijke rol Dit volgt bepaalde in de verordening uit 2018. De splitsing van plannen voor de grote en kleine commissie is toegevoegd. Artikel 9. Verslaglegging Dit volgt het bepaalde in de verordening uit 2018. Artikel 10. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie Deze bepaling is deels overgenomen uit het VNG-model en stond niet in de verordening uit 2018. In de praktijk zijn er al gevallen geweest, waarin de commissie het vanuit efficiëntie passend vond om na een behandeling door de commissie het vervolg van de advisering over te laten aan de kleine commissie of aan een aangewezen commissielid. De afdoening op deze manier is wat minder ruim geformuleerd dan die van het VNG-model, omdat dit beter aansluit op de bestaande werkwijze, zoals deze in de praktijk is ontwikkeld. Deze afdoening is verantwoord mogelijk “na een eerste behandeling door de commissie en mits het gaat om plannen met een relatief geringe ruimtelijke betekenis of om plannen waarover de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld.” Artikel 11. Adviseurs Dit volgt bepaalde in de verordening uit 2018. Artikel 12. Verwerking van het advies door het college Dit onderwerp is geregeld in het VNG-model, niet in de verordening uit 2018, wel in de welstandsnota 2012.
Gebleken is dat de regeling in de welstandsnota van dit onderwerp goed werkt, daarom is deze regeling hier overgenomen. Artikel 13. Reglement van orde Dit onderwerp is geregeld in het VNG-model, niet in de verordening uit 2018. Omdat er al het nodige is geregeld in de voorgestelde verordening, is er vooralsnog geen behoefte aan een reglement van orde. Door dit artikel wordt de mogelijkheid opgenomen voor een reglement als daaraan in de toekomst toch behoefte zou ontstaan. In lid 2 is een bepaling opgenomen met het oog op het namens de commissie deelnemen van een of meer leden aan een overleg in het kader van de omgevingstafel of in regionaal verband e.d. Artikel 14. Relatie met andere adviseurs Dit volgt het VNG-model. Artikel 15. Vergoeding Dit volgt bepaalde in de verordening uit 2018. Artikel 16. Jaarverslag Dit volgt het VNG-model en het bepaalde in de verordening uit 2018. Artikel 17. Onvoorzien Dit volgt bepaalde in de verordening uit 2018. Artikel 18. Overgangsrecht Dit volgt het VNG-model. Artikel 19. Intrekking oude regeling Dit volgt het VNG-model. Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel Dit volgt het VNG-model.