CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 - Particpatieplicht

De raad besluit 14 december 2023, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Omgevingswet: Adviesrecht, participatieverplichting, delegatiebevoegdheid & uitgebreide procedure1.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 Gevallen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is zoals bedoeld in artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet: 1. het bouwen van 5 of meer woningen binnen de bebouwde en 2 of meer woningen buiten de bebouwde kom; 2. het transformeren en/of vergroten van bestaande bebouwing ten behoeve van een woonfunctie en daarmee samenhangende bebouwing indien dit resulteert in een toename van 5 of meer woningen binnen de bebouwde komen en 2 of meer woningen buiten de bebouwde kom; 3. het bouwen en vestigen van maatschappelijke instellingen zoals scholen, zorgcentra, sporthallen, sportparken en gemeenschapshuizen; 4. een antenne-installatie of andere masten hoger dan 12 m; 5. het vergroten van de oppervlakte van sportvelden, recreatieterreinen en begraafplaatsen en/of de daarop aanwezige bebouwing, met meer dan 20 % ten opzichte van reeds toegestaan in het Omgevingsplan met een ondergrens van minimaal 500 m2 voor; 6. het vergroten van (agrarische) bedrijven met meer dan 30% ten opzichte van het reeds toegestane in het Omgevingsplan met een ondergrens van minimaal 500 m2; 7. het oprichten van niet-agrarische bedrijven buiten stedelijk gebied; 8. het oprichten van één of meer windturbines met een ashoogte meer dan 15 meter en weiden met zonnepanelen met een oppervlakte groter dan 100 m2; 9. omgevingsvergunningen opgesomd in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit; 10.

indien de activiteit niet past binnen de doelen van het omgevingsplan; 11. indien de activiteit niet past binnen de (overige) door de gemeenteraad gestelde kaders. 12. Indien het een tijdelijke activiteit voor het gebruik van gronden en of bouwwerken betreft, welke pas beëindigd wordt na de duur van vijf jaar of langer.

Toelichting Algemeen Participatie bij initiatieven wordt steeds belangrijker, maar wordt ook gezien als een taak van de initiatiefnemer en steeds minder van de overheid. Participatie heeft niet het doel om met iedereen overeenstemming te bereiken. Met participatie wordt begrip voor elkaars belangen en draagkracht nagestreefd. Hoewel bij veel initiatiefnemers participatie ook steeds meer gemeengoed is geworden, is het als gemeente in sommige noodzakelijk om participatie verplicht te stellen. Door een omgevingsdialoog te verplichten, dwingen wij de initiatiefnemer om de belangen van de omgeving op te halen en deze vóór bestuurlijke besluitvorming in beeld te brengen. Tevens vragen wij aan de initiatiefnemer in hoeverre hij wel of geen rekening kan en wilt houden met deze belangen. Bij elke ruimtelijk initiatief is een omgevingsdialoog verstandig, bij de gevallen zoals opgenomen in deze lijst stelt de gemeente dit verplicht. De gevallen Lid 1 Het bouwen van woningen heeft vaak directe invloed op gronden in de buurt. Het is dan ook logisch dat een initiatiefnemer hierover in gesprek gaat met de omgeving. Omdat woningen horen bij het stedelijke gebied en minder bij het buiten stedelijke gebied is de grens voor verplichte participatie voor deze gebieden verschillend.

Lid 2 De invloed op de omgeving kan bij transformatie van bestaande panden naar woningen vaak net zo groot zijn als bij nieuwbouw. Daarom is ook bij transformatie een omgevingsdialoog verplicht. Ook hier wordt onderscheid gemaakt tussen binnen- en buiten stedelijk gebied vanwege de aard van deze gebieden. Lid 3 Als een maatschappelijke functie zoals een verzorgingshuis, ziekenhuis, gemeenschapshuis, sporthal, sportpak, school of kinderdagverblijf nog niet is toegestaan in het omgevingsplan, kan het toevoegen van zo’n functie middels een omgevingsvergunning een grote impact hebben op de omgeving. Deze opsomming is niet limitatief en het begrip maatschappelijke functie moet ook ruim geïnterpreteerd worden. Voor dergelijke afwijkingen waarbij er sprake is van (nieuw)bouw en het toevoegen van dergelijke functies wordt de initiatiefnemer verplicht om een omgevingsdialoog te voeren. Dit is ook het geval wanneer het transformatie van bestaande panden naar een maatschappelijke functie betreft. Lid 4 Hoewel antennes of masten in veel gevallen noodzakelijk zijn voor (tele)communicatie, veiligheid of herkenbaarheid kunnen ze wel invloed hebben op de uitstraling en kwaliteit van de leefomgeving. In het omgevingsplan van rechtswege is (op basis van de oude bestemmingsplannen) op veel plekken de hoogte van masten en/of antennes beperkt tot 12 meter.

Bij initiatieven om masten of antennes hoger dan 12 meter te realiseren is een omgevingsdialoog dan ook wenselijk. Wanneer er op een plek op grond van het omgevingsplan al hogere masten of antennes mogelijk zijn is een omgevingsdialoog niet verplicht, maar nog steeds wenselijk. Lid 5 en 6 Niet elke uitbreiding van een bestaande functie is van dusdanige invloed dat hier een omgevingsdialoog verplicht wordt gesteld. Uitbreiding van 20%/30% worden gezien als omvangrijk en zijn naar verwachting wel van invloed op de directe omgeving. Bij dergelijke initiatieven is participatie verplicht. Lid 7 Niet-agrarische bedrijven passen veelal niet in het karakter van het buitengebied. Bij dergelijke ontwikkelingen van gebiedsvreemde functies is het logisch dat er participatie plaats vindt met de omgeving. Lid 8 Windturbines met een nokhoogte lager dan 15 meter worden gezien als kleine windturbines. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de interpretatie van de provincie. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor hun beleid rondom windturbines kleiner dan 25 meter. Initiatiefnemer worden geacht een omgevingsdialoog te voeren als ze windturbines hoger van 15 meter willen plaatsen. Zonne-energie op daken heeft vanuit het gemeentelijk beleid de voorkeur. Kleine zonnevelden voor eigengebruik bij bijvoorbeeld agrarische bedrijven zijn voorstelbaar.

Bij zonneweides groter dan 100 m2 wordt participatie verplicht gesteld. Lid 9

Onderwerp: Participatieverplichting

p. 2/3

De activiteiten opgestemd in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit zijn allemaal gevallen waar veel impact te verwachten is of het risico voor de leefomgeving aanzienlijk is. Participatie bij dergelijke initiatieven is dan ook verplicht. Lid 10 De in het omgevingsplan op te nemen doelen geven invulling aan het gemeentelijk beleid en aan de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Wanneer een initiatief hier niet aan voldoet wordt een initiatiefnemer geacht een omgevingsdialoog te voeren. Lid 11 De doelen van het omgevingsplan zijn niet de enige beleidskaders die een raad heeft gesteld. Wanneer een initiatief geen aansluiting vindt bij andere beleidskaders is participatie verplicht. De participatie wordt dan meegenomen in de bestuurlijke afweging over de wenselijkheid van een initiatief. Lid 12 Wanneer een initiatief tijdelijk van aard is, kan een omgevingsdialoog in sommige gevallen achterwege blijven. Gesteld wordt dat wanneer die tijdelijkheid langer dan 5 jaar duurt, er voor een aanzienbare tijd veranderingen in een omgeving plaats vinden. Daarom wordt participatie verplicht gesteld wanneer een initiatief met een tijdelijk karakter langer dan 5 jaar beslaat.

Onderwerp: Participatieverplichting

p. 3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=29a8f991-5fae-4f87-8434-2331ccb6b964